04a-Amendement VVD ea Verankering bestaand-omgevingsbeleid (gew)
Tekst van het document
De gemeenteraad in vergadering bijeen op 23 mei 2023 in behandeling het raadsvoorstel Eerste Zeister Omgevingsvisie 2023-2026 (EZO, versie maart 2023), Behandelend amendement ‘Verankering bestaand omgevingsbeleid Zeist in EZO’ Besluit onderstaande tekst van de EZO (Hoofdstuk 2: Context’ onder C: ‘Relatie met ander beleid’ onder het hoofdje ‘Vervanging van beleid’, pag. 12): “Andere beleidsnota’s, zoals onder andere het welbekende Toekomstboek van de Maaltijd van Zeist, de Propositie van Zeist, de Woonvisie, de Mobiliteitsvisie, het Groenstructuurplan, het Lange Termijn Bomenbeheerplan of de Transitievisie Warmte blijven gewoon gelden tot zover de looptijd van dat beleid.” Aan te vullen door: “Voor 1 januari 2024 biedt het college een overzicht aan aan aan de raad van bestaande gemeentelijke beleidsdocumenten (over de fysieke omgeving) die na de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven gelden. Dit overzicht wordt vervolgens als bijlage toegevoegd aan de omgevingsvisie. Daarin wordt ook aangegeven hoe deze beleidsdocumenten zich verhouden tot de hoofdzaken van het beleid in de omgevingsvisie.” Aansluitend in de EZO op te nemen hoe en wanneer de aanpassing van de nog relevante bestaande beleidsregels plaatsvindt.
Alexander Pieters (VVD), Freerk Andre de la Porte (D66), Roy Luca (Seyst.nu) Toelichting: De bedoeling van het amendement is helderheid te krijgen over de geldigheid van bestaand gemeentelijk beleid na het inwerkingtreden van de Omgevingswet. De geldigheid is in de EZO erg globaal en voorbeeldmatig aangeduid. Dat doet geen recht aan de mogelijkheden en beperkingen van het overgangsrecht Omgevingswet. Verduidelijking daarvan is van belang voor alle betrokkenen bij de beleidsvorming over de omgeving. Onderstaand wordt dit nader onderbouwd. Geldigheid bestaand gemeentelijk beleid Wat gebeurt er na de inwerkingtreding van de Omgevingswet met bestaande beleidsdocumenten en beleidsregels van gemeenten over de fysieke leefomgeving? Denk bijvoorbeeld aan sommige beleidsdocumenten zoals genoemd in de EZO-bijlage Bronnenlijst. Er zijn 3 mogelijkheden: • ze vervallen; • ze blijven gelden; • ze blijven tijdelijk gelden en na een bepaalde periode moet de gemeente ze intrekken of ze vervallen automatisch. Na de invoering van de Omgevingswet hangt de geldigheid van de gemeentelijke documenten over bestaand omgevingsbeleid af van: • de (al of niet) strategische aard van de beleidsdocumenten; • de wettelijke grondslag van de beleidsdocumenten (oud recht of Omgevingswet); • het moment waarop de beleidsdocumenten zijn vastgesteld en de vastgestelde looptijd ervan.
Er worden in sommige gevallen wel eisen gesteld aan de relatie met de omgevingsvisie. Zie: https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/omgevingsvisie-gemeente/bestaand-gemeentelijk-beleidOmgevingswet/ Algemene opmerking Meer in het algemeen is zowel het College als de Raad gebonden aan de EZO. Daaraan gaat bij de toetsing van plannen van initiatiefnemers een bindende werking uit. Wel heeft de Raad met het Rv
Adviesrecht Omgevingswet de besluitvorming voor bepaalde ontwikkelingen aan zichzelf gehouden. Maar ook daarbij is zij gebonden aan hetgeen in die zin in de EZO staat. Voorbeelden Strategisch gemeentelijk beleid met een wettelijke grondslag onder oud recht Hierbij gaat het dan om drie beleidsdocumenten, te weten (zie in deze dus ook de EZO, Hoofdstuk 2: Context’ en dan onder C: ‘Relatie met ander beleid’ en dan onder het hoofdje ‘Vervanging van beleid’, pag. 12): • Milieubeleidsplan, Wet milieubeheer, Art. 4.16; • Verkeers- en vervoersplan, Planwet Verkeer en Vervoer, Art. 9; • Structuurvisie, Wro, Art. 2.1, lid 1. Deze beleidsplannen vervallen volgens het overgangsrecht (Artikel 4.9, lid 3, Invoeringswet Omgevingswet) op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Dit tenzij de gemeente aangeeft dat dit niet het geval is, dat bij voorkeur in de omgevingsvisie. Nu is in de EZO aangegeven dat gebruik gemaakt is van het beleid zoals dat in de betreffende nota’s naar voren komt. Althans voor zover dat nog past, evenals dat in die zin recent nog een Mobiliteitsvisie (en inmiddels overigens ook Mobiliteitsplan) is opgesteld. Onduidelijk is in hoeverre de nog relevante beleidsuitgangspunten, ambities en voorwaarden van het Milieubeleidsplan en het Verkeers- en Vervoersplan, thans het Mobiliteitsplan, zijn doorvertaald naar de EZO.
Daarom is het van belang in de omgevingsvisie alsnog expliciet aan te geven wat de toekomstige status van de betreffende plannen is. Strategisch gemeentelijk beleid zonder wettelijke grondslag onder oud recht Het gaat om beleidsdocumenten die niet geregeld waren in het oude recht. Dit beleid komt bij gemeenten onder verschillende namen voor. Voor deze beleidsdocumenten staat in de Invoeringswet Omgevingswet geen overgangsrecht. Als onderdelen van deze documenten moeten blijven gelden naast de omgevingsvisie (bijvoorbeeld vanwege verschil in abstractieniveau), dan geeft de gemeente in de omgevingsvisie aan wat de verhouding tot het beleid in het beleidsdocument is. Het beleidsdocument kan dan blijven gelden. Niet-strategisch gemeentelijk beleid met wettelijke grondslag onder oud recht Het oude recht (het recht van voor inwerkingtreding van de Omgevingswet) bevatte regels over een aantal beleidsdocumenten voor niet-strategisch beleid met een wettelijke grondslag. Hieronder valt mits o.a. vastgesteld op of na 23 maart 2016 - de gebiedsstructuurvisie of aspectstructuurvisie op grond van artikel 2.1, lid 1 respectievelijk 2, van de Wet ruimtelijke ordening. Dit beleid blijft in principe gelden tot de gemeente het intrekt.
Maar de gemeente geeft in de omgevingsvisie aan hoe het beleid in de gebieds- of aspectstructuurvisie zich verhoudt tot de hoofdzaken van het beleid in de omgevingsvisie. Niet-strategisch gemeentelijk beleid zonder wettelijke grondslag onder oud recht Het gaat dus om beleidsdocumenten die niet zijn vastgesteld volgens de regels van het oude recht. Dit beleid komt onder vele benamingen voor. Denk aan namen zoals beleidsnota, beleidsplan, gebiedsvisie, ontwikkelplan, enzovoorts. Voor deze beleidsdocumenten bevat de Invoeringswet Omgevingswet geen overgangsrecht. Hiervoor geldt hetzelfde als voor niet-strategisch beleid met wettelijke grondslag. Dat wil zeggen: het beleid blijft in principe gelden, maar de gemeente geeft in de omgevingsvisie aan hoe het beleid zich verhoudt tot de hoofdzaken van het beleid in de omgevingsvisie. Aanpassing nog relevante beleidsregels naar formele beleidsregels Omgevingswet Dit vergt een traject van inventarisatie van nog relevante beleidsregels in de bestaande gemeentelijke beleidsdocumenten en het vervolgens waar nodig deze aanpassen aan het stelsel van de Omgevingswet. In het Stappenplan wordt op pagina 4 aangegeven dat er tot 2030 tijd is om een nieuwe set regelgeving voor den fysieke leefomgeving op te stellen. Wat dan te doen bij planontwikkeling die buiten de huidige bestemmingplannen, per 1 januari 2024 het omgevingsplan, valt.
Daarom is het aan
te bevelen om beleid wat mogelijk zijn werking onder de omgevingswet verliest te evalueren en waar nodig opnieuw vast te stellen.