04-Reactie SMZ e.o. inzake Rv Plan van Aanpak Gebiedsvisie Station Driebergen-Zeist (def)
Tekst van het document
1 Reactie Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake het: ‘RV Zeist en Utrechtse Heuvelrug Plan van Aanpak Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen-Zeist’ Geachte raadsleden Zeist en Utrechtse Heuvelrug, vertegenwoordigers Colleges, overige aanwezigen, 1. Hedenavond zijn de beide raadsvoorstellen van zowel de gemeente Zeist als de gemeente Utrechtse Heuvelrug m.b.t. het: ‘Plan van Aanpak Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen-Zeist’ aan de orde, dat in een gezamenlijke bijeenkomst; 2. Gaarne maakt de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. van de geboden gelegenheid gebruik een reactie op het: ‘Plan van Aanpak Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen-Zeist’ te geven. Eerst zal nog kort worden stilgestaan bij het planproces, waarna het voorstel in inhoudelijke zin aan de orde zal worden gesteld. Afgesloten zal worden met een conclusie; Planproces 3. Zowel in beide raadsvoorstellen en met name ook het: ‘Plan van Aanpak Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen-Zeist wordt dan al stilgestaan bij de diverse beleidsdocumenten zoals deze m.b.t. het Stationsgebied Driebergen-Zeist e.o. in de loop van de tijd zijn vastgesteld en in die zin voor de toekomstige ontwikkeling van het gebied van belang moeten worden geacht. Dat zowel op locaal, regionaal en ook provinciaal niveau (zie hiertoe met name ook het ‘Plan van Aanpak Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen-Zeist’, Hoofdstuk 2: ‘Context’); 4.
De diverse ontwikkelingen zoals deze met het Stationsgebied Driebergen-Zeist e.o. samenhangen gaan feitelijk nog terug tot het einde vorige eeuw, waarbij toen met name de ontwikkeling van de HSL-Oost aan de orde was en dat dan mogelijk mede tezamen met de verbreding van A-12 (zie ook het: ‘Project HSL/A-12’). Daar is toen (eveneens) een uitgebreid gezamenlijk traject aan vooraf gegaan met de gemeenten Zeist en (toen nog) Driebergen, dat op basis van de voor iedereen toegankelijke zogenaamde ‘RADAR-bijeenkomsten’ en waarbij toen ook een aantal kaders/randvoorwaarden t.a.v. de toekomstige ontwikkeling zijn aangegeven (zie in deze o.a. de (groene) nota: ‘Integrale ontwikkeling van het Stationsgebied Driebergen-Zeist e.o. (Driebergen/Zeist, 2001)’). Aangezien de Minister m.b.t. de HSL-Oost begin 2000 m.b.t. het spoor koos voor een zogenaamde: ‘Benuttingsvariant’ zijn beide projecten toe uit elkaar gehaald en is voor beide een apart traject gevolgd; 5. In 2005 is dan in het kader van het MIT het besluit genomen om i.r.t. de invoering van het P.H.S. tot een verhoging van de frequentie van het spoor tussen (Schiphol-)UtrechtArnhem(-Nijmegen) te komen. Dat betekende feitelijk dat er bij het Station DriebergenZeist in ieder geval een extra spoor bij zou moeten komen, met als consequentie (vanwege de veiligheid) ook een ongelijkvloerse spoorwegovergang.
In de: 'Overeenkomst ter uitwerking MIT-afspraken over Traject-Oost' uit 2006 is toen bestuurlijk vastgelegd dat het spoor op maaiveld zou moeten blijven en dus de Hoofdstraat diende te worden ondertunneld; 6. Vervolgens is in 2008 door zowel de raden van de gemeente Zeist als Utrechtse Heuvelrug een raadsbesluit genomen over de zogenaamde integrale: 'Ontwikkelingsvisie', zoals deze door de Stichting Urgenda en West 8 was opgesteld en waarbij de basis was om feitelijk tot een echt: 'Landgoedstation' te komen. Dat dus als groene toegangspoort tot zowel de Stichtse Lustwarande (SLW), als het Nationale Park Utrechtse Heuvelrug (NPUH). Gezien hoge ambitie op gebied duurzaamheid werd het
2 project door de Stichting Urgenda als zogenaamd: 'Icoon-project' aangemerkt. Na inspraak is dat plan toen wel t.a.v. aantal aspecten bijgesteld; 7. Daarna heeft met name voor het spoor en het Station een nadere uitwerking plaatsgevonden, dat op basis vele nadere onderzoeken, en waarvan dan in de zogenaamde: ‘Projectnota Stationsgebied Driebergen-Zeist e.o. (Arcadis, 2011)’ een weerslag is gegeven. De basis daarvoor vormde uitgangspunt dan de zogenaamde ‘Synthesevariant’, die dan later nader is vormgegeven in de: ‘Baseline 3-variant’; 8. Uiteindelijk vormde de ‘Baseline 3/4 variant’ dan weer de basis voor de beide: ‘Bestemmingsplannen Stationsgebied Driebergen-Zeist’ die dan in maart 2014 door de beide gemeenteraden van Zeist en Utrechtse Heuvelrug zijn vastgesteld. Tegen die beide bestemmingsplannen is toen ook door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o./de Werkgroep Natuurlijk Zeist-West/THW beroep bij de Raad van State aangetekend, waarbij het bestemmingsplan na een: ‘Tussenuitspraak’ en diverse nadere onderzoeken (en ook aanpassingen) uiteindelijk wel is goedgekeurd; 9. Later in dat jaar heeft alsnog de: ‘Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen-Zeist’ het licht gezien zoals deze op basis van participatie door het stedenbouwkundig bureau 12NStedenbouw in 2014 is opgesteld. Daarbij ging het dus niet alleen om het Stationsgebied (sec), maar ook om de wijdere omgeving.
Die gebiedsvisie is toen ook door beide gemeenteraden vastgesteld, waarbij daar toen indertijd door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. (en ook andere organisaties) een reactie op is gegeven. Kern van die Gebiedsvisie was, dat ook gezien de diverse waarden die in het gebied aanwezig zijn, een ontwikkeling/transformatie binnen de zogenaamde: ‘rode contour’; 10. Daarna zijn in 2015 ook nog binnen de gemeente Utrechtse Heuvelrug de plannen voor een herontwikkeling van Hoofdstraat 26 aan de orde geweest. Daar zijn toen door de gemeenteraad ook een aantal randvoorwaarden aan mee gegeven, waaronder de realisatie van een ecologische verbinding tussen het Kromme Rijngebied en ook de Utrechtse Heuvelrug (zie in deze ook het document: ‘Randvoorwaarden ontwikkeling Hoofdstraat 26 (Utrechtse Heuvelrug, 2015)’). Niet lang daarna zijn de betreffende boerderij en omliggende gronden door de Triodosbank aangekocht, althans zo heeft de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dat begrepen; 11. Niet lang daarna speelde dan op het direct aan het station grenzende landgoed de Reehorst de plannen voor de nieuwbouw van de Triodosbank, waarvoor dan in november 2016 door de gemeente Utrechtse Heuvelrug een bestemmingsplan is vastgesteld.
Gezien de daarmede in het geding zijnde waarden, dat gezien de ligging binnen zowel de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) én ook het Nationale Natuur Netwerk (NNN) is ook daartegen (o.a.) door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. beroep bij de Raad van State aangetekend, zij het dat dat beroep uiteindelijk ongegrond is verklaard; 12. Dan is inmiddels (inderdaad) binnen de gemeente Zeist de zogenaamde: ‘Propositie (Zeist, 2020)’ vastgesteld, evenals binnen de gemeente Utrechtse Heuvelrug de: ‘Toekomstvisie (Utrechtse Heuvelrug, 2021)’, waarbij in beide documenten dan mede bij bepaalde ‘ontwikkelkansen’ van het Stationsgebied Driebergen Zeist wordt stilgestaan. In haar inspraakreacties op beide voorstellen/visies zijn toen ook al door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. kritische kanttekeningen geplaatst bij de voor het Stationsgebied Driebergen Zeist voorziene ontwikkelingen. Ook wijst zij een directe fietsroute langs spoor naar Bunnik af, gezien de effecten op de aldaar aanwezige zeer waardevolle natuur, zoals die van het landgoederen Rijnwijck en ook de Wulperhorst, evenals de hier aanwezige ecologische verbinding (zie ook hierna); 13. D(i)e ‘ontwikkelkansen’ voor het Stationsgebied Driebergen-Zeist, althans zoals beide gemeenten die kennelijk zien, zijn daarna ook doorvertaald in de: ‘Ontwerp-
3 Omgevingsvisies’ van de beide gemeenten, die thans ook beide ter besluitvorming voorliggen. Op beide: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’s’ zijn door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. en overigens ook de Werkgroep Natuurlijk Zeist eveneens (zeer) uitgebreide zienswijzen ingediend, waarbij zij zich dan o.a. kritisch heeft uitgelaten over die ‘ontwikkelkansen’ voor het Stationsgebied Driebergen-Zeist, dat ook gezien de naar verwachting daarmede in geding zijnde waarden; 14. Verder is zoals ook in het: ‘Plan Van Aanpak Stationsgebied Driebergen-Zeist’ aangegeven ook op landelijk (zie dus ook de visie: ‘Utrecht Nabij (UNED, 2020)’) en ook regionaal niveau (zie dus ook het: ‘IRP Regio Utrecht (Regio Utrecht, 2021)’) aandacht aan de ‘ontwikkelkansen’ voor het Stationsgebied Driebergen-Zeist gegeven, dat dan als kans om dit als: ‘OV-Knooppunt/Regio-poort’ (verder) te ontwikkelen en dat dan weer mede op basis van het zogenaamde: ‘Wiel met de (zeven) spaken’. En voor wat betreft het Station Driebergen-Zeist dat dan weer mede op basis van het rapport: ‘De knooppunten van de provincie Utrecht uitgelicht (Vereniging Deltametropool, 2018)’ en waarbij werd aangegeven dat het Station Driebergen-Zeist na de gegeven kwaliteitsimpuls meer reizigers aan zou kunnen. Althans d(i)e potentie van het Station Driebergen Zeist nu (op basis van het zogenaamde ‘vlindermodel’) onvoldoende benut zou zijn.
In het kader van het : ‘IRP Regio Utrecht’ wordt daarbij dan gesproken van (minimaal) 500 - (maximaal) 1.500 woningen. Binnen het kader van beide visies is ook recent de zogenaamde: ‘Woondeal Regio Utrecht 2023 - 2030 (Min. Binnenlandse Zaken en koninkrijksrelaties, 2023)’ ondertekent, waarbij o.a. aandacht voor de ontwikkelkansen voor het Stationsgebied Driebergen-Zeist, namelijk de bouw van 1.500 - 2.500 woningen; 15. Verder is door de Provincie Utrecht inmiddels de: ‘Omgevingsvisie Provincie Utrecht (Provincie Utrecht, 2021)’ vastgesteld, dat met ook aantal duidelijke kaders, evenals de aandacht voor de vrijwel tegelijkertijd opgestelde regionale visies. De daarbij behorende Instructieregels vind je dan terug in de: ‘Interim-Omgevingsverordening Provincie Utrecht (Provincie Utrecht, 2021)’. Mede op basis van de: ‘Provinciale Omgevingsvisie’ is ook het: ‘Ontwerp-Programma Wonen en Werken 2023 - 2025 (tweede cyclus)’ ter inzage gelegd, maar voor zover de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dat heeft kunnen nagaan is daarbij geen bijzondere aandacht aan het Station Driebergen-Zeist besteed, althans als zogenaamde ‘uitleglocatie’. Wel wordt bij het: ‘Ontwerp-Programma Wonen en werken Provincie Utrecht 2023 2025’ ook aandacht gegeven aan het: ‘Programma Groen groeit mee’, zij het dat dit thans nog nader in een apart programma wordt uitgewerkt.
Verder speelt er natuurlijk het opstellen van de zogenaamde Gebiedsvisies m.b.t. de opgaven t.a.v. de aanpak van de stikstofcrisis, de klimaatcrisis en ook die t.a.v. de waterkwaliteit in het landelijke gebied, dat in het kader het: ‘Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG)’. Daarbij worden dan binnen de provincie Utrecht in totaal een 9-tal regio’s onderscheiden, waaronder de Heuvelrug en het Kromme Rijngebied; 16. Zoals ook hiervoor al terloops aangegeven zien de beide gemeenten voor het Stationsgebied Driebergen-Zeist ‘ontwikkelkansen’, dat met name t.a.v. de ontwikkeling van een nieuwe kern (met (minimaal) 500 tot (maximaal) 2.500 woningen) waarvan het dan het voornemen is daartoe een gebiedsvisie op te stellen, dat kennelijk omdat de eerdere gebiedsvisie uit 2014 inmiddels niet meer up-to-date zou zijn; 17. Thans is dan de behandeling van de beide: ‘Rv Plan van Aanpak Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen-Zeist’ aan de orde. T.b.v. dat: ‘Plan van Aanpak Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen Zeist’ is dan kennelijk met aantal stakeholders en eigenaren gesproken, evenals heeft er 2 februari 2023 een informatiebijeenkomst voor de
4 bewoners plaatsgevonden, waarvoor overigens de locale natuur- en milieuorganisaties niet waren uitgenodigd; Inhoudelijke aspecten 18. Zoals ook (indirect) uit hetgeen hiervoor m.b.t. het Planproces aan de orde is gesteld, zal het duidelijk zijn dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. kritisch staat tegenover de ontwikkeling van de ontwikkeling van een nieuwe Kern met (minimaal) 500 tot (maximaal) 2.500 woningen op de locatie van het Stationsgebied Driebergen-Zeist, dat met name ook gezien de waarden die daarmede in het geding zijn. Dat heeft zij reeds ten tijde vele inspraakreacties waar het over de beoogde ontwikkelingen voor het Stationsgebied Driebergen-Zeist ging naar voren gebracht, zij het tot op heden zonder enig gehoor, ook al moeten dan door de beide gemeenten op dit moment nog wel hun Omgevingsvisies worden vastgesteld; 19. Eerst zal een meer algemene reactie op de in het “Plan van Aanpak Stationsgebied Driebergen Zeist’ voor het Stationsgebied Driebergen Zeist (en de wijdere omgeving) kennelijke voorziene ontwikkelingen worden gegeven en dan met name i.r.t. de kwetsbaarheid van dit gebied, waarna nog bij het ‘Plan van Aanpak Stationsgebied Driebergen-Zeist’ zelf zal worden stilgestaan; Algemeen 20. Zoals bekend is het Stationsgebied DriebergenZeist e.o. gelegen in een kwetsbare omgeving; 21.
Zo komen er allereerst in de directe en nabije omgeving van het Stationsgebied Driebergen Zeist relatief veel bijzondere buitenplaatsen/landgoederen voor, die dan allen deel uitmaken van de Stichtse Lustwarande (SLW). Daarbij gaat het dan om (van west naar oost) de De Breul, Bornia, de Reehorst, Beerschoten-Willinkshof en verder op enige afstand Rijnwijck (zie in deze o.a. ook het rapport: ‘Kwaliteitatlas stedenbouwkundige/landschappelijke inpassing Stationsomgeving Driebergen-Zeist (Arcadis, 2011)’). Gezien hun historische betekenis maakt het plangebied dan ook grotendeels deel uit van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) van de provincie Utrecht; 22. Daarnaast kent het plangebied en omgeving ook hoge ecologische waarden (zie in deze o.a. het rapport: ‘Stationsgebied Driebergen Zeist - Rapport Natuur (Arcadis, 2013)’ en dan in het bijzonder de betreffende bijlage: ’Natuurwaardenonderzoek Stationsgebied Driebergen-Zeist (Ecologisch adviesbureau Van den Bijtel, 2009)’). Gezien de aanwezige natuurwaarden maakt dan ook een aanzienlijk deel van het gebied deel uit van het Nationale Natuur Netwerk (NNN).
Belangrijk voor het functioneren van dat NNN zijn dan tevens diverse ecologische verbindingen zoals deze ter plaatse aanwezig zijn tussen het Kromme Rijngebied en de Utrechtse Heuvelrug, zoals die ter hoogte van De Breul en in het bijzonder de Rijnwijckse Wetering (zie ook het rapport: ‘Realisering ecologische verbindingszone Landgoed De Breul – Rijnwijcksewetering (Drost, A, 1997)’, maar ook de: ‘Plankaart Herinrichting Groenraven-Oost (Landinrichtingscomissie Groenraven-Oost, 1998)’), evenals die ter hoogte van het landgoed de Reehorst/Hoofdstraat 26 en BeerschortenWillinkshof (zie in deze o.a. ook het document: ‘Randvoorwaarden ontwikkeling Hoofdstraat 26 (Utrechtse Heuvelrug, 2015)‘). In met name de Bijlage 1: ‘Folder Natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2020)’ wordt eveneens aan beide verbindingen aandacht gegeven, evenals wordt ook in het document: Perspectief en inrichtingsbeeld ecologische Hoofdstructuur Deelgebied ZeistBunnik (Grontmij, 2011)’ daartoe een nadere aanzet/uitwerking gegeven, althans voor
5 verbinding tussen Reehorst/Hoofdstraat 26 en Beerschoten-Willinkshof (zie in deze ook Bijlage 2: ‘Poster EHS Deelgebied Zeist-Bunnik’); 23. Bezien we dan het gegeven dat men hier een nieuwe Kern met kennelijk (minmaal) 5.00 en (maximaal) 2.500 woningen wil ontwikkelen, dat zal dit ongetwijfeld, dat uiteraard afhankelijk van het aantal woningen, tot een bepaald spanningveld met de hier aanwezige waarden leiden (zie hiertoe dus met name ook Bijlage 3: ‘Fig. Contour Worstcase (uit: ‘Gebiedsscan ODRU’)’). Dit dan nog even afgezien van de vraag of dergelijke aantallen woningen vanuit de woningbehoeften die er bij de beide gemeenten thans zijn wel in voldoende mate zijn aangetoond, dat ook aangezien beide gemeenten thans een ‘sterfteoverschot’ kennen (zie in deze dus ook het: ‘Woningmarktonderzoek Zeist (Companen, 2020)’ en ook het ‘Woningmarktonderzoek voor de kernen Utrechtse Heuvelrug (Companen, 2020)’), evenals òf je gezien het groene karakter/DNA van beide gemeenten wel zo een (o.i. in totaal gezien ook de vele andere bouwprojecten bovenproportionele) bijdrage zou moeten leveren aan de regionale woningbehoefte, dat dus juist ook gezien het daarmede gepaard gaande aantasting van dat groene karakter/DNA; 24.
Nu hebben in de loop van de tijd zoals ook hiervoor onder het hoofdje Planproces reeds aangegeven diverse (ontwikkel)visies het licht gezien, waarbij dan met name in 2014 op basis van de daarbij gegeven analyse van waarden door de beide gemeenteraden de: ‘Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen-Zeist (12N-Stedenbouw, 2014)’ is vastgesteld. Gezien d(i)e aanwezige waarden is daarbij dan de op dat moment van kracht zijnde ‘rode contour’ als basis voor de toekomstige ontwikkeling genomen (zie in deze ook Bijlage 4: ‘Kaart Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen-Zeist’); 25. Op basis van de in de betreffende: ‘Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen-Zeist (N12Stedenbouw, 2014)’ gegeven analyse bestaan er dus op zich bij de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dus geen overwegende bezwaren tegen een bepaalde herontwikkeling/transformatie van het Stationsgebied Driebergen Zeist, integendeel, mits deze gezien de daarbij in het geding zijnde waarden plaatsvindt binnen de bestaande ‘rode contour’/‘stedelijk gebied’ 1.
Dat dan wel ook met in acht name van de ligging van het gebied binnen de Stichtse Lustwarande (SLW) (met de daarvoor kenmerkende ‘korrelstructuur’) en ook in/nabij het Nationale Park Utrechtse Heuvelrug (NPUH), dus een ontwikkeling waarbij het gebied zich als ‘dé groene poort/het landgoedstation’ van de SLW/Het NPUH kan ontwikkelen en daarmede dus ook als een/hét: ‘groen(e) visitekaartje’ voor de beide gemeenten. Dat dus als een stationsgebied binnen de gegeven ‘rode contour’ met hoge ruimtelijke en met name ook groene kwaliteiten, zoals deze vroeger en gelukkig nu deels nog zo kenmerkend waren/zijn voor de Stichtse Lustwarande (zie o.a. het rapport: ‘De Stichtse Lustwarande – Identiteitsonderzoek (Landscape architect for SALE, 2003)’, de: ‘Visie voor de Stichtse Lustwarande (provincie Utrecht, 2005)’, etc.), zij het met uiteraard hedendaagse hoge(re) duurzaamheidsstandaarden (zie ook het: ‘Convenant duurzame woningbouw provincie Utrecht’, ‘Ambitieniveau Goud’) en ook bijzondere aandacht voor de natuur/biodiversiteit (opgave), klimaat(opgave) en water(opgave); 26. Natuurlijk ook de Stichting Milieuzorg Zeist e.o.
is zich ervan bewust dat door toekomstige stedelijke ontwikkelingen te concentreren rondom ‘OV-Knooppunten’ zo ook een bijdrage kan worden gegeven aan een duurzame ontwikkeling van de regio/provincie/Nederland als geheel (zie in deze dus ook de nieuwe ‘Nota Ruimte’, dat als opvolger van de NOVI, zoals deze thans in ontwikkeling is), maar daarbij dient o.i. 1
Overeenkomstig de:‘Interim-Omgevingsverordening Provincie Utrecht’ wordt de ‘rode contour’ inmiddels als ‘stedelijk gebied’ aangeduid.
6 wel altijd aandacht te zijn voor ‘maatwerk’ en de Stichting acht het Stationsgebied Driebergen Zeist e.o. gezien het aanwezige groene DNA dus niet geschikt voor de o.i. toch relatief grootschalige stedelijke ontwikkeling zoals deze nu overeenkomstig diverse beleidsdocumenten in het betreffende Stationsgebied wordt voorzien; 27. Hoe een en ander ook zij, in ieder geval zou het dus goed zijn als sowieso een ‘PlanMER’ zouden worden opgesteld, dat inclusief diverse ‘scenario’s. Dat of deze nu wel of niet wettelijk noodzakelijk is (zie overigens ook hierna), maar zo kun je dan in ieder geval tot een meer zorgvuldige afweging komen; Plan van Aanpak Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen-Zeist 28. Dan het: ‘Plan van Aanpak Gebiedvisie Stationsgebied Driebergen-Zeist’ zelf. Hierbij zal bij diverse hoofdstukken worden stilgestaan, met zo mogelijk dus een aanvullende reactie; Inleiding (zie ook: ‘PvA SDZ’, Hoofdstuk 1) 29. In dit hoofdstuk wordt dan bij de ‘Aanleiding’, de: ‘Opgave en doelstelling’, de ‘Samenwerking’ en het: ‘Studiegebied’ stilgestaan; Opgave en doelstelling 30. Aangegeven wordt dan dat men een nieuwe Kern wil ontwikkelen. Wat daarbij dan opvalt is dat men kennelijk bewust geen aantallen woningen en/of kantoor- en/of bedrijfsoppervlakte/-volume wil benoemen, dat terwijl met name de aantallen woningen dus wel in diverse beleidsdocumenten als zodanig worden aangegeven.
Dat kan uiteraard ook als positief worden gezien, namelijk dat men op basis van het principe van ‘Natuurinclusief ontwerpen’ ook echt wil bezien wat eventueel ruimtelijk mogelijk is (zie wat betreft het principe van ‘Natuurinclusief ontwerpen’ dus o.a. ook de: ‘Brede Milieuvisie gemeente Zeist (Zeist, 2016)’), anderzijds laat men zo ook alles open. Dus wellicht toch goed in ieder geval in die zin een maximum aantal woningen (en ook kantoor- en bedrijfsoppervlakte/volume) aan te geven, dat dan bij voorkeur wel op basis van de bestaande ‘rode contour’/het ’stedelijk gebied’, evenals daarbij ook rekening houdend met de eisen/voorwaarden t.a.v. de gewenste ruimtelijke en groene kwaliteiten, zoals bijvoorbeeld het niet hoger bouwen dan de bestaande boomtoppen; 31. Wat betreft de ‘realisatie van woningen’ is de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. daar dus op zich niet op tegen, maar wel tegen de relatief grote aantallen die nu worden in die diverse documenten worden genoemd, namelijk tussen (minimaal) 500 en maximaal 2.500 woningen. Die aantallen leiden er immers met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid toe dat men buiten de zogenaamde ‘rode contour’/het ’stedelijk gebied’ wil gaan bouwen (zie in deze dus wederom de betreffende Bijlage 3: ‘Fig. Contour Worst-case (uit: ‘Gebiedsscan ODRU’)’), met dus ook naar verwachting grote gevolgen voor aldaar aanwezige waarden.
Daar komt bij dat zoals ook hiervoor al aangegeven zowel de gemeente Zeist als Utrechtse Heuvelrug beide een ‘sterfteoverschot’ kennen, dus dat als er wordt gebouwd dat veelal voor woningzoekende van buiten de gemeente is. De vraag is dan of die (regionale) behoefte, voor zover deze dus al hard kan worden aangetoond, dan juist hier, dus feitelijk in de ‘groene contramal’ van het stedelijke gebied van de stad Utrecht zou moeten worden opgevangen, òf juist in en nabij de stad Utrecht zelf. Dat overigens niet alleen gezien het behoud van de groene functies/waarden van de ten oosten van de stad aanwezige (grotere) groene(re) gebieden, maar ook om te voorkomen dat in het voorkomende geval Zeist en Driebergen uiteindelijk (geleidelijk aan) elkaar vastgroeien,
7 dus de thans nog enigszins bestaande ‘groene buffer’ tussen d(i)e beide kernen verdwijnt; 32. In ieder geval is het zo dat als we het over ‘kantoren’ hebben daar natuurlijk altijd nog een provinciale rem op ligt (zie in deze dus o.a. ook de: ‘Thematisch Structuurvisie Kantoren (Provincie Utrecht, 2015)’), die voor zover de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dat heeft kunnen nagaan overigens ook (grotendeels) is doorvertaald in de: ‘InterimOmgevingsverordening Provincie Utrecht (Provincie Utrecht, 2021)’; Studiegebied 33. Wat hierbij opvalt is dat een aanzienlijk ‘studiegebied’ is aangegeven, hetgeen dan globaal loopt van de A-12 tot aan de Laan van Rijnwijck, inclusief dus ook delen van de aan het Stationsgebied(sec) grenzende landgoederen. De vraag is dan waarom men een dergelijk groot studiegebied neemt en dan met name ook welk gebied men dan voor eventuele rode ontwikkelingen ziet en welk dan eventueel voor groene ontwikkelingen (maar vergelijk in deze dus wederom de Bijlage 3: ‘Fig. Contour Worst-case (uit: ‘Gebiedsscan ODRU’)’); 34. Zoals ook hiervoor reeds aangegeven ziet de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. gezien de daarbij in het geding zijnde waarden eigenlijk wat betreft de rode ontwikkelingen alleen kansen voor stedelijke transformatie binnen de bestaande ‘rode contouren’/het ’stedelijk gebied’; Context (zie ook: ‘PvA SDZ’, Hoofdstuk 2) 35.
Bij de ‘Lokale visies’, de functie als ‘Regiopoort’ én ook de ‘Relatie met het regionaal, provinciaal en lokaal proces’ is feitelijk reeds in het bovenstaande al op diverse plekken stilgestaan; 36. Zoals ook hiervoor reeds aangegeven moeten (met name) de omgevingsvisies voor zowel Zeist als Utrechtse Heuvelrug nog wel door gemeenteraden worden vastgesteld, hetgeen dus ook geldt voor hetgeen in beide visies t.a.v. de toekomstige ontwikkelingen voor het Stationsgebied Driebergen-Zeist naar voren is gebracht. In het kader van hun zienswijzen op de betreffende ontwerp-omgevingsvisies en ook inspraakreacties ten tijde van de Ronde Tafel (van de gemeente Zeist), respectievelijk de Beeldvormende vergadering (van de gemeente Utrechtse Heuvelrug) hebben zowel de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. als bijvoorbeeld ook de Werkgroep Natuurlijk Zeist-West vanuit de in het gebied aanwezige waarden ervoor gepleit om zich bij de voorgestane ontwikkeling/transformatie te richten op het gebied zoals dat is gesitueerd binnen de bestaande ‘rode contour’/het ’stedelijk gebied’ (zie in deze dus met name ook de: ‘Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen-Zeist (12N-Stedenbouw, 2014)’); 37. Daarbij komt dat ontwikkelingen buiten de zogenaamde ‘rode contouren’/het ’(binnen)stedelijk gebied’ strijdig kunnen zijn/zijn met bepaalde: ‘(Instructie)regels’ zoals deze daartoe o.a.
in het: ‘Barro’ (denk met name aan de: ‘Ladder voor duurzame ontwikkeling’), evenals de: ‘Interim-Omgevingsverordening Provincie Utrecht (Provincie Utrecht, 2021)’ (denk aan o.a. het: ‘Verstedelijkingsverbod in het landelijke gebied’, het principe: ‘Behoud door Ontwikkeling’ zoals dat voor gebieden die deel uitmaken de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) van toepassing is, evenals voor zover gebieden zijn gelegen binnen het Nationale Natuur Netwerk (NNN) het beschermingsregime dat daarvoor van toepassing is, etc.) zijn opgenomen, tenzij natuurlijk aan de daarbij gegeven voorwaarden wordt voldaan; 38. Meer in het bijzonder is dan wel aangegeven dat een: ‘Plan-MER’ zal worden opgesteld, zij het dan o.i. indirect (zie in deze dus ook het: ‘Plan van Aanpak Stationsgebied Driebergen-Zeist’, Hoofdstuk 5: Proces’ en dan onder hoofdstuk 5.1: ‘Op te leveren
8 product’ en waarbij wordt gesproken van een: ‘Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Plan-MER’), maar in ieder geval geldt er, althans voor zover de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dat op dit moment heeft kunnen nagaan, overeenkomstig de Wet Milieubeheer wel degelijk een verplichting een: ‘Plan-MER’ op te stellen vanaf in ieder geval 2.000 woningen en/of voor zover van (significant) negatieve effecten sprake is (zie wel ook de altijd verplichte zogenaamde: ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling‘); Wat hebben we al gedaan (zie ook: PvA SDZ’, Hoofdstuk 3) 39. Hierbij wordt dan stilgestaan bij de wijze waarop de nadere informatie over het plangebied is opgehaald, dat zowel bij ‘Eigenaren en stakeholders’, ‘Bewoners’, ‘Overheden en partners’, evenals bij de ‘Gebiedsscan ODRU’ en hoe ‘Interne experts en de raden’ hierbij zijn betrokken; Gebiedsscan ODRU 40. Hierbij worden dan een aantal aandachtspunten gegeven zoals deze uit de: ‘Gebiedsscan ODRU’ naar voren zijn gekomen (zie in deze dus ook het: ‘Plan van Aanpak Stationsgebied Driebergen-Zeist’, Hoofdstuk 3.4: ‘Gebiedsscan ODRU’). Mede op verzoek van de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. is de ‘Gebiedsscan ODRU (ODRU, 2022)’ alsnog aan de stukken toegevoegd, waarvoor ook dank; 41. M.b.t.
de bodem wordt dan aangegeven dat er voor grote delen van het gebied een kans is op bodemverontreinigingen, waardoor de betreffende gebiedsdelen nu niet geschikt zouden zijn voor woningbouw. In die zin wordt dan ook een: ‘Aanvullend bodemonderzoek’ noodzakelijk geacht; 42. Ook t.a.v. geluid kan o.i. niet worden uitgesloten dat een zogenaamde ‘Hogere waardeprocedure’ dient te worden gevolgd, voor zover al mogelijk, dat ook gezien cumulatieve geluidsbelasting van het spoor, de N-225 en ook de A-12 (zie in deze overigens ook de diverse eerdere geluidsonderzoeken i.v.m. aanpassing Station Driebergen-Zeist/N-225 én ook die m.b.t. de nieuwbouw van de Triodosbank); 43. Wat betreft de luchtkwaliteit zouden de huidige concentraties dan aan de Europese grenswaarden voldoen, evenals een toekomstig plan ‘Niet in betekende mate (NIBM)’ bijdragen. Maar als het bij een project om meer dan 1.500 woningen gaat is dat niet zondermeer NIBM (zie ook de: ‘Regeling NIBM’). Verder is het bekend dat inmiddels door de WHO de Advieswaarden t.a.v. luchtkwaliteit eind 2021 aanzienlijk zijn aangescherpt (zie ook het rapport: ‘WHO global air quality guidlines (WHO, 2021)’), dus zou het goed zijn daar bij de plannen rekening mee te houden.
Ook is in ieder geval door de gemeente Zeist het: ‘Schone Lucht Akkoord (SLA)’ ondertekent, hetgeen toch eveneens bepaalde inspanningen/verplichtingen met zich mee brengt; 44. M.b.t. ecologie wordt dan aangegeven dat m.b.t. stikstof t.a.v. Natura 2000-gebieden geen beperkingen worden verwacht, maar daar zou o.i. dus wel nog een nader onderzoek (met actuele versie AERIUS) naar moeten plaatsvinden, dat mede ook gezien het niet langer van kracht zijn van de zogenaamde: ‘Bouwvrijstelling’ 2. Verder wordt aangegeven dat het plangebied dan deels ligt in het NNN, waarmede dan rekening moet worden gehouden (zie in deze overigens ook de ‘Instructieregels’ van de: ‘Interim-Omgevingsverordening Provincie Utrecht (Provincie Utrecht, 2021)’). Dat verder ook mogelijk effecten op aanwezige beschermde soorten kunnen worden verwacht, dat zeker als de plannen zich buiten de ‘rode contour’/het: ‘stedelijk gebied’ uitstrekken, ligt dan gezien de bij de ‘Gebiedsscan ODRU (ODRU, 2022)’ in het Tweede 2
Overigens heeft stikstof natuurlijk niet alleen effecten op de daarvoor gevoelige/kwetsbare natuur van Natura 2000-gebieden, maar op alle daarvoor gevoelige/kwetsbare natuur, inclusief die of juist die op de Utrechtse Heuvelrug (zie in deze dus o.a. ook het rapport: ‘Stikstofgevoeligheid en maatregelen op de Utrechtse Heuvelrug vergeleken met de Veluwe (OBN, 2022)’).
9 deel gevoegde kaarten met beschermde soorten, evenals de eerder in die zin reeds uitgevoerde natuuronderzoeken voor de hand (zie in deze dus o.a. het: ’Natuurwaardenonderzoek Stationsgebied Driebergen-Zeist (Ecologisch adviesbureau Van den Bijtel, 2009)’; Inhoudelijke uitgangspunten (zie ook: ‘PvA SDZ’, Hoofdstuk 4) 45. Hierbij wordt dan aangegeven dat het ‘bij Driebergen-Zeist om een uniek gebied gaat en dat we nu de kans hebben om iets nieuws te creëren dat voor beide de gemeenten én de regio bijdraag aan maatschappelijke opgaven’, waarvoor dan in het: ‘Plan van Aanpak Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen-Zeist’ een aantal uitgangspunten staan aangegeven, zoals: ‘Landschap als basis’, ‘Duurzame bereikbaarheid’, ‘Uitwerken op basis Knooppuntontwikkeling’, ‘Specifieke aandacht voor doelgroepen en community’ en ‘Hoogwaardige (ruimtelijke) kwaliteit’; 46. Laat het duidelijk zijn dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zich in veel van de gegeven uitgangspunten op zich kan vinden, maar waar het haar om gaat, zoals ook uit het voorgaande kan worden afgeleid, is het spanningsveld zoals dat tussen bepaalde (veronderstelde) opgaven, zoals de (verdere) ontwikkeling tot: ‘Regio-poort/’Knooppuntontwikkeling’ met (minimaal) 500 tot (maximaal) 2.500 woningen, én de in het gebied aanwezige waarden aanwezig is (zie in deze dus wederom de betreffende Bijlage 3: ‘Fig.
Contour Worst-case (uit: ‘Gebiedsscan ODRU’)’. Zoals o.a. uit het eindrapport van de Commissie Remkes: ‘Niet alles kan overal (Commissie Remkes, 2021)’ naar voren komt is het hopelijk voor iedereen duidelijk, ook al ging dat dan voornamelijk om de opgave m.b.t. stikstof, dat ook echt niet overal alles meer kan en dat er ook m.b.t. o.a. natuurherstel nu ook echt keuzen zullen moeten worden gemaakt (zie in deze overigens ook het rapport: ‘Living Planet Report Nederland 2023 - Kiezen voor natuurherstel (WNF, 2023)’); 47. Meer in het bijzonder wordt het aan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. ook niet geheel duidelijk voor zover toch zou worden besloten tot bepaalde ontwikkelingen buiten de ‘rode contour’/het ’stedelijke gebied’ hóe men dan aan het vereiste van ‘Groen groeit mee’ vorm denkt te kunnen geven (zie in deze dus o.a. ook de: ‘Interim-Omgevingsvisie en ook de -verordening provincie Utrecht (Provincie Utrecht, 2021)’ en ook het: ‘Groen groeit mee Pact’); 48. Verder wordt dus ook een zorgvuldig: ‘Afwegingskader’ gemist. Alhoewel daartoe in met name de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie Zeist’ een bepaald kader wordt gegeven, namelijk de zogenaamde: ‘Waardenweger’, zijn daarbij o.i. vele kanttekeningen te plaatsen, waartoe dan ook een ‘burgeramendement’ is ingediend. Hoe dat ook zij, het zou dus goed zijn als ook daarover toch iets in het: ‘Plan van Aanpak’ wordt gesteld; 49.
Hetzelfde geldt m.b.t. het opstellen van een ‘Plan-MER’. Daar wordt in hoofdstuk 5: ‘Proces’ en dan in het betreffende Hoofdstuk 5.1: ‘ Op te leveren planproduct’ dan wel gerefereerd, maar alleen in indirecte zin, maar om de effecten van diverse ontwikkelingen, evenals eventuele scenario’s goed in beeld te kunnen brengen, wordt o.i. het opstellen van een: ‘Plan-MER’ wel degelijk onmisbaar geacht; Landschap als basis 50. Op zich natuurlijk mooi als men het ‘Landschap als basis’ voor toekomstige ontwikkeling wil nemen, maar zoals hiervoor ook al gesteld, ligt het plangebied te midden van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de provincie Utrecht (CHS) en ook het Nationale Natuur Netwerk (NNN), dus hoe men dit dan vorm wil gaan geven, dat zonder dat de aanwezige kwaliteiten (nog) verder worden aangetast, dat dus na de ontwikkeling van het Stationsgebied én ook de Triodosbank met beide ook de aantasting van bepaalde
10 waarden, blijft dan toch voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. een groot vraagteken. Dat ook aangezien er met name t.a.v. van de natuur in het algemeen en in het voorliggende gebied in het bijzonder o.i. nog wel degelijk in die zin een aantal opgaven liggen. Dat dus naast de algemene opgaven m.b.t. stikstof, het klimaat en ook de waterkwaliteit (in het kader van de EKRW); 51. Natuurlijk mooi dat er wat betreft de klimaatopgave en ook m.b.t. water (in algemene zin) dan aandacht is voor het ‘herstel van de natuurlijke waterhuishouding’ (zie in deze overigens ook de inspanningen’ in het kader van de zogenaamde: ‘Blauwe agenda’), maar ook hierbij blijft het de vraag wat een verdergaande stedelijke ontwikkeling in die zin betekent, dat ook gezien de vele monumentale beuken die in het kader van de ontwikkeling van het Stationsgebied inmiddels het loodje hebben gelegd; 52. Verder dus ook mooi dat men in het kader van het NNN wil bezien hoe het Kromme Rijngebied met de Utrechtse Heuvelrug door een ‘ecologische en recreatieve verbindingszone’ te verbinden, maar ook hierbij is het dan de vraag waar men daar gezien de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen nog ruimte voor ziet.
Tevens is het gewoon zo dat voor het functioneren van ecologische verbindingen het juist ook van belang is dat er ‘rust’ is in bepaalde gebieden, althans dat er ook in die zin wel degelijk een spanningsveld met een bepaalde recreatieve ontwikkeling kan zijn, zoals het recreatief medegebruik faunapassages/ecologische verbindingen, dus hóe ook hieraan dan in het voorliggende gebied nader vorm te geven blijft eveneens vooralsnog onduidelijk; Duurzame bereikbaarheid 53. Natuurlijk goed dat wordt onderzocht hoe de huidige en toekomstige mobiliteitsvraag verder kan worden verduurzaamd, dat door o.a. het toepassen van lagere parkeernormen (vergelijk o.a. planontwikkeling ‘Merwedekanaalzone’) 3, maar ook hierbij is het gewoon zo dat door welke ontwikkeling dan ook naar verwachting toch ook de druk op het stedelijke wegennet zal toenemen, zoals naar verwachting op de Stationsweg, op de N225 en ook op de wegen naar in de omgeving gelegen winkelcentra, zoals dat van het Kerckebosch, etc.; 54. Dat dan altijd het Station Driebergen-Zeist de status van Intercity-station moet behouden is voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. ook een vraagteken, zeker als dat met de bouw van grote aantallen woningen gepaard moet gaan; Uitwerken op basis van knooppuntontwikkeling 55. Aangegeven wordt dat men het gebied wil ontwikkelen op basis van de ‘principes van de regiopoorten en knooppuntontwikkeling’.
Maar ook hierbij blijft het toch onduidelijk wat deze principes dan zijn; 56. Dat men daarbij zoekt naar ‘meervoudig ruimtegebruik’ spreekt de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. als het om het stedelijk gebied gaat uiteraard aan, maar anderzijds heb je als contramal ook echt (diep) groene gebieden nodig, dat teneinde ook de natuur (letterlijk) tot haar recht te kunnen laten komen (zie in deze dus o.a. ook de: ‘Maatschappelijke doelen van de ‘Omgevingswet’, Art. 1.3); Specifieke aandacht voor doelgroepen 57. Dat er aandacht is voor specifieke doelgroepen en bijbehorende (deel)faciliteiten spreekt uiteraard voor zich. Wel is zo dat deze behalve ruimte kunnen besparen, zoals bij deelauto’s en een (echt) gezamenlijke schuur het geval is, ook extra ruimte kunnen 3
Zie overigens ook bepaalde uitgangspunten beoogde nieuwe: ‘Parkeernota Zeist’.
11 vragen, zoals bijvoorbeeld bij de realisatie van een groen (speel)parken (voor kinderen), dat terwijl er kennelijk in het gebied al vele opgaven liggen; Hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit 58. Hierbij word dan o.a. aangegeven, dat er aandacht is voor de principes van ‘Gezond stedelijk leven (‘Heallthy Urban Living’)’, evenals voor ‘Aanvullende functies (o.a. werken, recreëren, ontmoeten, bewegen, energie)’, een ‘Beweegvriendelijke omgeving’, het ‘Versterken van de functie als recreatieve (groene) toegangspoort’ én ook een ‘Toekomstbestendige en duurzame ontwikkeling (dus o.a.: ‘Natuurinclusief’ 4, ‘Circulair’, etc.). Verder is een: ‘Hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit’ een voorwaarde, zoals een passende uitwerking van de cultuurhistorische waarden (van de SLW) en wordt er ook invulling gegeven aan het: ‘Groen groeit mee Pact’. Ook wordt bij het kijken wat haalbaar en financieel realiseerbaar is gekeken naar de ‘Waarde-creatie op de langere termijn’, dus ook naar de (bredere) maatschappelijke waarde (vergelijk bijvoorbeeld ook een ‘Maatschappelijke (Kosten) Baten Analyse’ op basis principes: ‘Brede Welvaart’); 59. Ook dit klinkt natuurlijk allemaal fantastisch, maar de kernvraag blijft o.i.
dan toch hoe men al deze opgaven in een betrekkelijk klein gebied wil realiseren, waar de aanwezige kwetsbare waarden dus al onder een grote druk staan; Proces (zie ook het: ‘PvA SDZ’, Hoofdstuk 5) 60. In dit hoofdstuk wordt dan stilgestaan bij het: ‘Op te leveren product’, de ‘Projectmatige aanpak’, de: ‘Planning’, de ‘projectorganisatie’, de Communicatie’ én het: ‘Samenspel/participatie’. Hieronder zal nog bij enkele aspect worden stilgestaan; Op te leveren product 61. In ieder goed dat met diverse ‘scenario’s’ wordt gewerkt, inclusief met uiteindelijk ook de keuze voor een ‘voorkeursvariant’, waarbij het o.i. wel goed zou zijn als de ‘bandbreedte’ m.b.t. de scenario’s nu wel alvast zou worden aangegeven; 62. Dan dus ook goed dat men kennelijk voornemens is een: ‘Plan-MER’ op te stellen, maar dan zou het o.i. ook goed als dit wel ook gewoon expliciet wordt aangegeven en dus niet alleen dat er een: ‘Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER (NRD)’ zal worden opgesteld; Projectmatige aanpak 63. Dit ligt uiteraard voor de hand, maar fig. 6 op pag. 20 ontbreekt of is althans niet nader ingevuld; Samenspel/participatie 64. Op basis van zowel het: ‘Handvat participatie (gemeente Zeist, 2022)’ en ook de: aanpak participatie: ‘Sluit je aan # Verbinden# Doen (gemeente Utrechtse Heuvelrug, 2017)’ kiest men dan voor het participatieniveau ‘adviseren’ en ‘meedenken’.
De vraag is dan waarom men niet van een hoger participatieniveau uitgaat, bijvoorbeeld ‘meeproduceren (op basis van co-creatie)’ of ‘mee-beslissen’. In ieder geval is de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. een groot voorstander van het toepassen van een voorwaarde als het bereiken van ‘consent’, dat ook om iedereen een gelijkwaardig speelveld te kunnen geven; 65. Wel mooi dat de inzet is dat iedereen welkom is, kracht en tegenkracht; 4
Zie in deze overigens ook de: ‘Biodiversiteitsvisie Zeist (Zeist, 2021)’ en ook het ‘Manifest Biodiversiteit (Goed Volk)’.
12 Conclusie 66. Op zich dus goed dat een algemeen: ‘Plan van Aanpak Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen-Zeist’ is opgesteld, hetgeen dan een kader biedt om tot een nieuwe gebiedsvisie te komen; 67. Het zal op basis van het voorgaande duidelijk zijn dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. kritisch is en blijft over met name de ontwikkeling van een nieuwe Kern ter hoogte van het Stationsgebied Driebergen-Zeist, dat ook gezien de waarden van cultuurhistorie en ecologie die daarmede in het geding (kunnen) zijn, evenals de diverse opgaven zoals deze er met name nog t.a.v. de natuur/ecologie nog liggen; 68. In die zin blijft zij ervoor pleiten de: ‘Gebiedsvisie Stationsgebied 2014 (N12Stedenbouw, 2014)’ als uitgangspunt voor de toekomstige ontwikkeling van het Stationsgebied Driebergen-Zeist tot de ‘Groene poort’ van de Stichtse Lustwarande/het Nationaal Park Utrechtse en daarmede als hét ‘groene visitekaartje’ voor de beide gemeenten te nemen, dat uiteraard wel met een ‘upgrade’ m.b.t. diverse opgaven die er zijn, zoals m.b.t. dé natuur/biodiversiteit, inclusief aanpak stikstof, hét klimaat, water en dus duurzaamheid in het algemeen. Patrick Greeven
13 Bijlage 1: Folder Natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2020)
14 Bijlage 2: Poster EHS Deelgebied Zeist-Bunnik
15 Bijlage 3: ‘Contour Worst-Case (uit: ‘Gebiedsscan ODRU, 2022)
16 Bijlage 4: Kaart Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen-Zeist 5
5
Helaas zijn op de gegeven kaart diverse aanduidingen niet zichtbaar, waarvoor naar de Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen-Zeist (12N-Stedenbouw, 2014)’ zelf wordt verwezen en dan naar de algemene visiekaart op pagina 20.