04-21RV042 BIJLAGE 4 - Overzicht reacties IRP informele consultatieronde colleges
Tekst van het document
Om hieraan tegemoet te komen stellen we voor om voor de intensivering van bedrijventerreinen een of meerdere experimenten uit te voeren om hiermee de nodige ervaring op te doen zowel qua aanpak, instrumenten als financien. Daarnaast maken we afspraken over welke bedrijvigheid we gewenst vinden in de regio. We gaan uit van de kaders van de Ruimtelijke Economische Agenda en de ladder van duurzame verstedelijking. Daarnaast moet de nieuwe werkgelegenheid aansluiten bij de marktgroepen en bij de lokale arbeidsmarkt. We leggen dit vast in een regionaal uitgifteprotocol. Tevens stellen we voor dat bij transformatie van werk- naar woongebieden de behoefte aan werkruimte op een andere plek wordt gecompenseerd. Vanuit Utrecht steunen we de keuze voor duurzame mobiliteit en het afremmen van de groei van de automobiliteit in de spits. Dit om extra druk op het hoofdwegennet te voorkomen. In het IRP ligt de nadruk op de OV-schaalsprong, terwijl de daarmee samenhangende schaalsprong fiets ook groot en nodig is voor een duurzaam bereikbare regio. Wij stellen u voor meer aandacht te besteden aan de schaalsprong fiets. Om de mobiliteitsstrategie te versnellen en de OV- en fietskwaliteit te versterken helpt een regionale parkeerstrategie waarin het parkeren bij bestemmingen wordt ingeperkt. Verdichting en vergroening in balans is een van de uitgangspunten van de stad Utrecht.
Het ontwikkelen van groenblauwe scheggen met daarin te ontwikkelen recreatiegebieden en natuurkernen wordt nu onvoldoende benoemd als stad-landverbinding om gezond leven te faciliteren. Wij stellen heldere prioritering voor in omvang (veel verdichting veel extra areaal nodig in verbinding en hectares), tijd (snel te programmeren) en ruimte (dichtbij de stadsrand). In het licht van gezond stedelijk leven wensen we ook een groenopgave (natuur, recreatie en landschap) voor de Centrale As in het IRP terug zien. Water wordt gelinkt aan de pijler groen en landschap. Alleen landschappelijk water lijkt hierin opgenomen, terwijl de (grotere) opgave voor water in de stad niet is meegenomen. Wij stellen u voor om ook hier aandacht aan te besteden.
Interessant aspect dat eventueel meegenomen wordt in het plan van aanpak fase 4. Advies is om hierover bij de bestuurstafel richting aan te geven.
Leidt niet tot aanpassingen.
De uitspraken van BT Economie van 23 maart zijn hierin overgenomen.
De tekst is waar mogelijk aangepast.
Het IRP onderschrijft dit. Nadere uitwerking volgt in fase 4. De tekst is waar mogelijk aangepast.
In uw brief stelt u de vraag of het ontwerp IRP een goede inhoudelijke basis is voor onze regionale samenwerking. Afwegingen die zijn of nog moeten worden gemaakt en/of meekoppelkansen (bijv. energie-recreatie) die er zijn, zijn nog niet transparant gemaakt. Daarbij missen we de stap om tot regionaal programmeren over te kunnen gaan. Wij vinden het van belang om bestuurlijke afspraken te maken over hoe we dit proces inrichten, wat we verwachten van gemeenten die aan dit proces gaan meedoen, hoe we met elkaar gaan samenwerken om de benodigde voortgang in de diverse opgaves te kunnen bewaken en (regionaal) bij te schakelen als dat nodig is. Het vraagstuk over hoe we de stap zetten van een gemeenschappelijk gedragen visie naar gezamenlijke verantwoordelijkheid voor utiwerking en realisatie die recht doet aan de zelfstandige positie van gemeenten, vraagt nog om een antwoord. Het IRP bevat hiervoor een aanzet. Nadere uitwerking hiervan volgt in fase 4. Wij constateren dat een overzicht van de wijze waarop ingediende moties en amendementen zijn verwerkt, nog niet is opgenomen. Dit is van belang voor de volgende fase in de besluitvorming om zo ook de raden overzicht te geven in voortgang van verwerking van hun ideeen. We verwachten dat in de volgende versie dit inzicht wordt geleverd. Een overzicht van moties en amendementen en de wijze van verwerking is meegestuurd.
We zijn zeer blij dat natuur en landschap stevig neergezet wordt als Utrechts trots en als basis en dat de ontwikkeling van landschap, water en groen voorwaardelijk voor groei in de regio is (redeneerlijn 1). Dit zien we echter tekstueel nog niet overal terug. Met name de opgave die mensen het eerst lezen (1.3, p. 17) vinden we te zwak en vrijblijvend geformuleerd. Zo is niet benoemd dat een schaalsprong noodzakelijk is en lezen we hier niet dat de ontwikkeling van groen randvoorwaardelijk is. In 1.3.1 p. 17 lijkt onder de 2e bullet de opgave versmald te worden naar toegankelijkheid van groen voor recreanten. Echter zonder extra groen is deze toegankelijkheid onwenselijk voor de natuur. Onder de 3e bullet gaat het alleen over ruimte voor groen en natuur behouden en niet over nieuwe ontwikkeling. We zien ook graag dat in het IRP kwaliteit en kwantiteit steeds in samenhang benoemd blijft, want beiden zijn randvoorwaardelijk. Zie o.a. p. 35. De tekst is waar mogelijk aangepast. We willen groen mee laten groeien met de verstedelijking om de balans tussen natuur, wonen en recreatie goed op te vangen. Onze natuur en cultuurlandschappen willen we versterken waaronder kwetsbare natuurgebieden zoals Kolland. Leidt niet tot aanpassingen. We lezen goed terug het robuuster maken van de Utrechtse Heuvelrug en het vergroten van het Nationaal Park.
We missen nog dat we de Utrechtse Heuvelrug ook waterrobuuster maken (p. 37/39 en/ of in Krommerijn Vallei). Het waterrobuust maken is een belangrijk onderdeel van de Regionale Adaptatie Strategie. De tekst is waar mogelijk aangepast. In de laatste alinea op p. 17 wordt gesproken over het zoeken van ruimte voor de agrarische sector. Wat wordt daarmee bedoeld? Mocht daarmee bedoeld worden dat extra ruimte (meer ha agrarische sector) gezocht wordt voor de agrarische sector dan vinden we dat niet heel logisch en voeren we daarover graag eerst het gesprek over nut en noodzaak. De tekst is waar mogelijk aangepast. Ondanks dat biodiversiteit op verschillende plekken benoemd is en veel van de keuzes bijdragen aan het versterken van biodiversiteit, komt biodiversiteit als thema niet herkenbaar uit de verf. We zien graag ergens verwoord staan dat we werken aan het versterken aan biodiversiteit zowel door het versterken van natuur en landschap, in de agrarische transitie en in steden en dorpen. We willen biodiversiteit opgenomen zien in de laatste bullet p. 101 (ook steeds terugkerend in andere deelgebieden): “Integreren van water, klimaatadaptatie en biodiversiteit in alle opgaven.” De tekst is waar mogelijk aangepast. In de ontwikkeling van de Groene Scheggen zien we de groene scheg tussen Odijk en Driebergen-Zeist niet goed terug.
We zien dit graag Deze plek is niet als een scheg aangemerkt en maakt onderdeel uit van het groen blauweraamwerk Heuvelrug duidelijk verwoord bijvoorbeeld op p. 69 en in hoofdstuk 3.1 Krommerijn Vallei. Lek. Scheggen richten zich meer op de de stad Utrecht. We missen in het hele IRP de noordflank van de Utrechtse Heuvelrug en de Gelderse Vallei - het versterken van de natuur en het landbouw ontwikkelgebied. We zien dat graag terug in de verschillende onderdelen van het IRP (thematisch en in 3.1 Krommerijn Vallei 3e bullet p. 101). De tekst en kaarten zijn waar mogelijk aangepast. We missen Langbroekerwetering bij de landschapsopgaven p. 101. De tekst is waar mogelijk aangepast. We missen in het KrommeRijn Vallei gebied de ontwikkeling naar het landschap van de toekomst als terminologie. We vinden in het De term 'landschap van de toekomst' komt uit het eerste pijlerraport en is feitelijk niet meegenomen in het algemeen dat de transitie van landbouw nog relatief onderbelicht blijft in het IRP. IRP. Landbouw is op diverse plekken benoemd en krijgt extra aandacht. Het is voor ons een bezwaar dat inzicht in de investeringsstrategie ontbreekt.
We zien graag een investeringsstrategie waarin 1) duidelijk wordt hoe een financiële koppeling plaats gaat vinden tussen verstedelijking en groen groeit mee en waarin 2) zicht ontstaat hoe gekomen wordt tot financiering voor het randvoorwaardelijke groen. Een investeringsstrategie waar provincie en waterschappen ook deel van uit maken. Indien het onderzoek hiervoor nog doorloopt en verder verwerkt wordt in het definitieve voorstel voor het IRP dat voor toestemming aan gemeenteraden wordt voorgelegd, dan is het van belang dat dat proces voldoende ruimte biedt voor een goede bestuurlijke afweging van de gemeenten ‘samen’ voordat het definitieve voorstel wordt verstuurd Wordt nader uitgewerkt in fase 4. Wij zijn blij te zien dat gezond stedelijk leven al beter terugkomt dan in eerdere versies en dat veel van de keuzes gemaakt in het IRP een goede basis leggen voor gezond leven en dit ook versterken. Leidt niet tot aanpassingen. We zien dat als het gaat om de maatschappelijke en welzijnskant van gezond leven, dit nog vooral op het niveau van ambities is. Het blijft nog onduidelijk wat het ruimtelijk betekent en wat het betekent voor het regionaal programmeren. Er is in het IRP bijvoorbeeld weinig aandacht voor de regionale dimensie van sociale en sportvoorzieningen met een regiofunctie zoals zwembaden, recreatieplassen en cultuurvoorzieningen.
Kunnen we verkennen welke voorzieningen een regionale functie hebben en onderzoeken of het zinvol is daarvoor met een regionale richting of aanpak komen? Ook wordt gesproken over een maatschappelijke ladder waaraan ruimtelijke ontwikkelingen getoetst dienen te worden (p. 29 en 59), maar nog zonder enig gevoel van richting daarbij. Kan hierop nog enige richting of duiding worden gegeven wat hiermee bedoeld wordt? De tekst is waar mogelijk aangepast. We missen het vraagstuk stikstof en zijn bezorgd dat dit tot ongewenste vertragingen gaat leiden als dit niet de volledige aandacht krijgt. Stikstofreductie is een landelijk thema. Het thema is agenderend in de tekst toegevoegd. Dit kan nader Onze wens is dat ook vanuit een stikstof perspectief naar de ontwikkelstrategie en fasering wordt gekeken. worden uitgewerkt in fase 4.
Utrechtse Heuvelrug Gezond stedelijk leven
Utrechtse Heuvelrug Vitale kernen
We zien dat voor de groene en leefbare (klimaatadaptief) omgevingskwaliteit veel aandacht is, maar we missen deze aandacht voor de gezonde en schone leefomgeving (o.a. lucht, bodem, geluid/stilte en trillingen). Is het mogelijk om hiervoor nog een redeneerlijn op te zetten? Bijvoorbeeld. 1) Uitgaande van de ladder van verstedelijking en het afwegingskader, dat bij de nadere invulling van locatiekeuze voor verstedelijking en nieuwe infrastructuur we rekening houden met de gezondheid en we het moment ook gebruiken om verdere verbeteringen voor een schone leefomgeving te realiseren. 2) we maximaal inzetten op een bron aanpak (voorkomen van uitstoot en trillingen) gevolgd door 3) zoveel mogelijk bij de bron afvangen en waar mogelijk dit zo doen dat het bijdraagt aan groen of energie. Bijvoorbeeld bij spoorinfrastructuur materialen gebruiken die minder trillingen en geluid veroorzaken en trillingen en geluid zoveel mogelijk afschermen bij het spoor bijvoorbeeld door het verdiept aan te leggen of met (zonnepanelen/ natuurlijke) geluidsschermen. Leidt niet tot aanpassingen. Dit vraagt verdere aandacht in fase 4. We zijn blij met de positie die vitale kernen in het IRP heeft gekregen. Tegelijk lezen we in het IRP verschillende dingen als richting voor vitale dorpen. In het perspectief (p. 31) is vitaliteit volledig versmald tot bijbouwen om verdunning teniet te doen.
We zien dat graag vervangen voor een bredere notie van vitaliteit. In de redeneerlijn voor vitale kernen (p. 48 en 49) lezen we een bredere invulling van vitaliteit die ons meer past, maar vinden we de term bouwen voor de eigen woningbehoefte verwarrend omdat vitaliteit ook het aantrekken van nieuwe inwoners kan betekenen. We zien graag duidelijk verwoord dat de brede notie van vitaliteit het uitgangspunt is en dat op lokaal niveau integraal invulling wordt gegeven aan wat vitaliteit betekent. De tekst is waar mogelijk aangepast.
Utrechtse Heuvelrug Mobiliteit
We begrijpen dat het uitgangspunt is dat we ook voor vitaliteit van kernen het wegennet niet verder kunnen belasten met daarbij wel ruimte voor lokale aanpassingen en maatwerk om de afstemming te verbeteren. Dit is in lijn met de voor mobiliteit gekozen volgorde. Dat betekent ons inziens dat we naar oplossingen in mobiliteit zoeken voor OV en fiets en betere opstap- en overstapmogelijkheden. Tegelijkertijd op voorhand verlangen dat de OV-verbindingen allemaal rendabel geëxploiteerd moeten kunnen worden, wat je zou kunnen lezen in de tekst, gaat dan echt te ver. Als we als overheden samen staan voor duurzame en gezonde mobiliteit en dat als uitgangspunt kiezen en als bouwen voor vitaliteit nodig is, dan moet daar ook oplossingsruimte voor geboden worden. Anders worden dorpen alsnog op slot gezet doordat zowel voor OV als voor automobiliteit geen aanpassingen mogelijk zijn. Alleen de fietsmobiliteit faciliteren heeft als oplossend vermogen in relatie tot vervoersarmoede naar onze mening onvoldoende massa. Leidt niet tot aanpassingen. De revitalisering voor Amerongen zoals opgenomen in IRP zien we ook in het kader van vitaliteit. Voor ruimte voor het uitplaatsen van lokale en voor lokaal gebonden bedrijven waarbij de vrijkomende ruimte in de dorpskernen kan worden ingezet voor woningbouw en meer in de kern passende functies.
Daarmee blijft ook de mobiliteitsimpact van revitalisering passend. Leidt niet tot aanpassingen. We ondersteunen de gekozen voorkeursvolgorde en redeneerlijnen voor mobiliteit. We zijn tegelijkertijd bezorgd dat de redeneerlijn te gemakkelijk los gelaten wordt bijvoorbeeld voor buitengebied-gemeenten. Dat er te snel gegrepen wordt naar een én-én beredenering en daarmee niet voldoende impulsen ontstaan voor het verbeteren van OV en fiets in het buitengebied (de dorpen). We trekken liever samen op in het gesprek met provincie en Rijk om de juiste randvoorwaarden voor onze inwoners, bedrijven en organisaties te realiseren voor meer fiets- en OV-gebruik waaronder ook het in stand houden en realiseren van vervoerskundig mogelijk minder rendabele lijnen. We zijn blij met de opname in het IRP van de fietstunnel in Doorn om sneller en veiliger fietsverkeer mogelijk te maken. Wij zien de fietstunnel vooral als een opening tot nader onderzoek om te kijken hoe de kruising N225-N227 vanuit zijn multimodale problematiek zou kunnen worden opgelost. Leidt niet tot aanpassingen.
We begrijpen dat indien de groei van de regio op termijn alsnog leidt tot een sterke autogroei in de spits, we dan voor een keuze staan om enerzijds nog meer OV en fiets en gedragsbeïnvloeding toe te passen of een andere toedeling van de autobelasting op het netwerk (hetzij in plaats, hetzij in tijd) of extra infrastructuur in de vorm van een parallelroute langs de A12. Om hierover het goede gesprek te kunnen voeren en afweging te maken is voor ons meer inzicht nodig in de effecten van investeringen in OV en fiets en van gedragsbeïnvloeding op het verminderen van autogroei en op het verkeer op de N-wegen (sluipverkeer) door dorpskernen en hoogwaardige natuur. Voor ons is een zwaarwegend belang dat het gemotoriseerd verkeer door dorpskernen en binnen onze hoogwaardige natuur niet toeneemt. Nu de parallelstructuur langs de A12 tot Driebergen-Zeist opnemen in het IRP, vinden we strijdig met de uitgangspunten en investeringen in fiets en OV en stuit bij ons op bezwaren. Leidt niet tot aanpassingen. We zien in dit IRP voldoende kansen en ruimte voor gesprek/onderzoek voor de verdere ontwikkeling van het stationsgebied DriebergenZeist, gesprek/onderzoek over het al dan niet verplaatsen van station Maarn naar Maarsbergen waarin ook onze buurgemeenten buiten de U10 een belang hebben en onderzoek om doorgaand vrachtverkeer om de gemeente te leiden. Leidt niet tot aanpassingen.
Utrechtse Heuvelrug Mobiliteit
We vinden het belangrijk dat gemeenten kunnen bouwen voor vitaliteit. Het kan niet zo zijn dat niet gebouwd kan worden voor vitaliteit als er oplossingen voor OV en fiets mogelijk zijn. Indien er oplossingen mogelijk zijn dient dit verder onderzocht te worden en hierin geïnvesteerd te worden door provincie en/of Rijk. Het is voor ons belangrijk dat voor de ontwikkeling van Wijk bij Duurstede nauwe afstemming gezocht wordt met andere gemeenten aan de N229 en N227 zoals opgenomen in dit IRP. Wij voeren het gesprek graag met de insteek hoe de randvoorwaarden gecreëerd kunnen worden dat Wijk bij Duurstede wel kan bouwen voor vitaliteit zonder toename van gemotoriseerd verkeer door dorpskernen en hoogwaardige natuur. Overigens is bij werklocaties op de kaart aangegeven dat de bedrijfslocatie bij Wijk bij Duurstede behouden wordt terwijl in de uitleg sprake is van uitbreiding. Graag horen we wat de bedoeling is. Leidt niet tot aanpassingen.
Utrechtse Heuvelrug Vitale kernen/mobiliteit
Utrechtse Heuvelrug Vitale kernen
Utrechtse Heuvelrug Mobiliteit
Utrechtse Heuvelrug Mobiliteit
Utrechtse Heuvelrug Mobiliteit
Utrechtse Heuvelrug Mobiliteit
Utrechtse Heuvelrug Energie
Utrechtse Heuvelrug Ontwikkelpad
Utrechtse Heuvelrug Ontwikkelpad
In de ontwikkelstrategie ontbreekt een fasering en/of onvoldoende inzet op investeringen in duurzame bereikbaarheid van vitale kernen (veilig fijnmazig fietsnetwerk en snelfietsnetwerken, verbetering OV en infra-aansluiting). Ook ontbreekt de inzet van de regio op betere buslijnen verbindingen voor de vitaliteit van de kernen en verminderen van (regionale) automobiliteit zodat alles in het werk wordt gesteld voor een gezonde regio en voor het voorkomen van een parallelweg langs de A12. We ziet dit graag in het IRP. In het groen raamwerk Heuvelrug-Lek is aandacht voor het verminderen van de barrièrewerking van de N229 en N225 langs de flanken van de Heuvelrug en de A12 op de Heuvelrug. We missen daarin de aandacht voor de barrièrewerking van de N226 en N227. We verzoeken u deze ook op te nemen.
Leidt niet tot aanpassingen. Hoe de verschillende opgaven voor mobiliteit kunnen worden aangepakt is onderdeel van het vervolgonderzoek in U Ned. In het IRP wordt alleen een beleidslijn voor het omgaan met mobiliteitsopgaven opgenomen die zich met name richt op hoe om wordt gegaan met de door de regio zelf veroorzaakte groeiende stromen van mobiliteit als gevolg van autonome groei en verstedelijkingsambities.
Leidt niet tot aanpassingen.
Omdat energie nog niet af is, is het voor ons niet mogelijk om hier op te reflecteren. Ten aanzien van de huidige teksten denken we dat het goed is nog eens te kijken naar de consistentie met eerdere uitspraken door gemeenteraden in het RES-traject en in de contour. Ons springt in het oog de introductie van het leidend principe ‘streven naar 50% eigenaarschap’. Is inmiddels bekend hoe 50% eigenaarschap zich verhoudt tot inzet van middelen uit duurzame elektriciteit voor vitaliteit (bijvoorbeeld middelen voor sport en cultuur) of voor inzet De tekst is hierop aangepast. 50% eigenaarschap is uit de tekst verwijderd. Het is een middel om tot een goede van middelen uit duurzame elektriciteit voor natuur en landschap? Voor ons is het bezwaarlijk als dat geen oplossingsrichtingen meer zijn. samenhang van lusten en lasten te komen en is dus een invulling van het laatste leidend principe. Het ontwikkelpad en investeringsstrategie zijn nog niet uitontwikkeld. Daarom vinden we het moeilijk hier goed op te reageren. Zo lijken nog niet alle opgaven in het ontwikkelpad verwerkt zoals het fietsnetwerk en energie. We hechten eraan dat de inhoud hiervan goed is afgestemd in de regio ambtelijk en bestuurlijk voordat deze wordt opgenomen in het IRP. Het IRP bevat hiervoor een aanzet. Nadere uitwerking hiervan volgt in fase 4.
We begrijpen de grote impact van de ontwikkelingen in de gemeente Utrecht. We begrijpen echter niet waarom de omgevingsvisie van slechts één gemeente de onderlegger en het uitgangspunt wordt voor de ontwikkelstrategie. In een samenwerking verwachten we dat de omgevingsvisie en ontwikkelstrategieën/paden van alle gemeenten meegenomen worden en dat vanuit de regio een allesomvattende strategie uitgewerkt wordt. Het IRP bevat hiervoor een aanzet. Nadere uitwerking hiervan volgt in fase 4.
Utrechtse Heuvelrug Proces
Met begrip voor wat mogelijk is binnen het beschikbaar tijdsbestek, vinden we jammer dat de kennis en belangen van regionale partners niet meegenomen zijn in het voorliggende concept. We gaan er vanuit dat dit de komende periode alsnog lukt. Mocht dit leiden tot nieuwe inzichten in kennis of belangen dan gaan we er vanuit dat we in de regio bespreken wat we daarmee doen en of en hoe deze nieuwe inzichten en kennis van belangen leiden tot wijzigingen. Het feit dat er al zienswijze van de gemeenteraden wordt gevraagd, terwijl het gesprek met de regionale partners nog loopt, kan bij de gemeenteraad tot een voorbehoud bij de zienswijze leiden. In onze gemeente nemen we de lokale vraagstukken die samenhangen met het REP zo goed mogelijk mee in ons participatieproces van de toekomstvisie/omgevingsvisie. Dit participatieproces loopt langer door dan het proces voor het IRP. Dat betekent dat vanuit die participatie bijstellingen kunnen ontstaan op onze inbreng. Tegelijk denken we dat wij in onze inbreng op het IRP zorgvuldig hebben aangeven waarover in onze gemeente nog het gesprek gevoerd wordt.
Utrechtse Heuvelrug Proces
We ontvangen graag bij ‘het concept IRP voor zienswijzen’ een overzicht hoe met de zienswijze van de gemeenteraad op de Contour is omgegaan. Daarbij vragen we uw aandacht voor punt 6 in de zienswijze: om een onderzoeksvraag uit te werken gericht op bovenlokale ruimtelijke consequenties van verstedelijkingskeuzes. Deze zien we nog niet terug in het overzicht van onderzoeksvragen.
Vijfheerenlanden
Als gemeente onderschrijven we de 7 perspectieven en de 8 redeneerlijnen in het IRP die leiden tot ruimtelijke keuzes. De inbreng vanuit de gemeente is onder andere via de bestuurstafels en sessies meegenomen in voorliggende versie van het IRP. Leidt niet tot aanpassingen.
Utrechtse Heuvelrug Proces
Algemeen
Wat betreft participatie zijn in fase 3 diverse regionale belangenorganisaties uitgenodigd om inzichten te leveren op het IRP, dit zijn o.a. organisaties die thematisch de belangen van inwoners vertegenwoordigen.
Leidt niet tot aanpassingen.
Het overzicht en de beantwoording van de moties en amendementen kan worden gezien als een reactie op de zienswijze.
Vijfheerenlanden
Algemeen
Vijfheerenlanden
Algemeen
Vijfheerenlanden
Algemeen
Vijfheerenlanden
Algemeen
Vijfheerenlanden
Algemeen
Vijfheerenlanden
Algemeen
Vijfheerenlanden
Algemeen
Vijfheerenlanden
Algemeen
Vijfheerenlanden
Groen, landschap en water
Vijfheerenlanden
Mobiliteit
Vijfheerenlanden
Mobiliteit
Vijfheerenlanden
Mobiliteit
Vijfheerenlanden
Mobiliteit
In het ontwerp IRP ontbreekt een aantal inhoudelijke vraagstukken op de pijlers Werken en Energie. Nadere onderzoeken worden nog uitgevoerd en op een later moment ingevoegd in het concept IRP. Voor een goede integrale benadering is het nodig dat alle pijlers voldoende zijn uitgewerkt. Dit is nog niet volledig genoeg. De teksten op het gebied van werken zijn aangepast naar aanleiding van de BT's Economie. Bij het thema Op het moment dat besluitvorming wordt gevraagd aan de raden, moeten alle pijlers in de basis voldoende zijn uitgewerkt in het IRP. energie is een kader opgenomen hoe om wordt gegaan met de ontstane situatie. Daarnaast staan de opgaven grotendeels nog naast elkaar. De integratieslag tussen de pijlers ontbreekt op bepaalde gebieden nog. Hoe passen alle opgaven (mobiliteit, wonen, werken, recreatie, natuur, energie) bij elkaar, welke invloed hebben ze op elkaar en waar zien we welke ruimtelijke uitdagingen? Een aanzet tot deze integratieslag zien we graag in het ontwerp IRP. Als dit niet mogelijk is, dan in ieder geval aangeven in het IRP hoe en wanneer deze integratieslag wordt gemaakt. Waar mogelijk hebben we de integraliteit nog nader geduid. Het IRP heeft tot doel om de regionale uitgangspunten vast te leggen voor het realiseren van de opgaven waar de regio voor staat.
Voldoende ruimte binnen de hoofdlijnen en uitgangspunten van dit IRP is essentieel om ons eigen gemeentelijke beleid te formuleren en de lokale uitwerking aan te laten sluiten bij de uitgangspunten uit onze strategische visie (in wording). Naar aanleiding hiervan is er een hooggespannen verwachting hoe er in het IRP duidelijk wordt aangeven: - welke aspecten regionaal worden vastgelegd en - welke ruimte er is om lokaal te denken, te doen en te handelen. Met daarbij aangegeven, hoe de besluitvorming hieromtrent plaatsvindt. De status van het IRP is nader geduid en genuanceerd. Opmerking m.b.t. de ontwikkelstrategie (H4): Aandachtspunten voor programmering en realisatie van de opgaven zijn: financiering en periodieke herijking (kloppen ambities, inzichten en prognoses nog?) Wordt nader uitgewerkt in fase 4. Onze grootste zorg ligt bij de integrale afweging van de verschillende pijlers. Op dit ontbreekt informatie over de pijlers energie en werken. Deze informatie is nodig om een integrale afweging te kunnen maken van alle pijlers. Een andere grote zorg ligt bij mobiliteit; de De teksten op het gebied van werken zijn aangepast naar aanleiding van de BT's Economie. Bij het thema bereikbaarheid van onze gemeente, zowel met het OV als met de auto. energie is een kader opgenomen hoe om wordt gegaan met de ontstane situatie.
De zorg betreft het net niet voldragen stuk, waardoor geen integrale afweging kan plaatsvinden tussen de verschillende pijlers. Hierdoor bestaat het risico dat onze raad niet kan instemmen met het IRP. De zorg kan worden weggenomen door de uitgangspunten van de pijlers De teksten op het gebied van werken zijn aangepast naar aanleiding van de BT's Economie. Bij het thema energie en werken verder uit te werken in het IRP. energie is een kader opgenomen hoe om wordt gegaan met de ontstane situatie. Wat betreft participatie zijn in fase 3 diverse regionale belangenorganisaties uitgenodigd om inzichten te leveren op het IRP, dit zijn o.a. organisaties die thematisch de belangen van inwoners vertegenwoordigen. Daarnaast wordt er per gemeente geïnventariseerd waar er behoefte is aan ondersteuning o.g.v. lokale participatie. Deze behoefte is afhankelijk van welke status de vorming van de omgevingsvisie heeft, of hier al Er is ons inziens voldoende invulling gegeven aan de uitwerking van de onderzoeksvragen. Bij instemming met de contour REP heeft onze een participatieproces voor ingericht is en hoeverre de ambities van het IRP hier al in opgenomen zijn. Het REP gemeenteraad o.a. aandacht gevraagd voor participatie en het betrekken van onze inwoners bij de uitwerking van het REP.
Dit aspect is kan hierin ondersteunen op het gebied van strategisch advies maar de uitvoer hiervan is de nog onvoldoende uitgewerkt c.q. toegelicht in het IRP. verantwoordelijkheid van de gemeente. Ja de basis van het IRP, de perspectieven en redeneerlijnen, geven een goede basis en de goede uitgangspunten om invulling te geven aan de opgave die er ligt voor onze regio. Aandacht wordt gevraagd voor een nadere invulling van het adaptieve ontwikkelpad, herijking en financiering van het programma. Wordt nader uitgewerkt in fase 4. Door groei van het aantal inwoners groeit de vraag naar recreatie en groen mee. De gemeenten, waar verstedelijking plaatsvindt, dienen bij te dragen aan de hierbij horende ontwikkeling van recreatie en natuur in de meer landelijke gebieden. Wordt nader uitgewerkt in fase 4. De ontwikkeling van landschap, recreatie en groen is inderdaad een Kunt u concreet aangeven hoe invulling hiervan wordt gerealiseerd (bv. door een bijdrage aan een nog te ontwikkelen fonds via een regionale opgave omdat deze gemeente overstijgend is. De concrete verdeling is onderdeel van fase 4. De verdeelsleutel). uitvoeringsstrategie bevat wel een ssytematiek die de basis zal vormen. In het IRP staat de door de regio gehanteerde ladder van te maken verstedelijkingskeuzes ‘stedelijke ontwikkelingen nabij OV Leidt niet tot aanpassingen.
Zie algemene tekst Oudewater; zeker ten zuiden van de Lek heeft het OWN nog knooppunten’ als voorwaarde. Dit is voor Vijfheerenlanden niet haalbaar in alle kernen en voor alle ontwikkelingen. redelijk wat restcapaciteit, zeker als A27 HoHo volledig wordt uitgevoegd (minder sluipverkeer), maar Dit mag dan ook geen beperking geven aan gewenste en benodigde ontwikkelingen van kernen in Vijfheerenlanden voor behoud en uiteindelijk geldt voor de verstedelijkingsstrategie in de hele regio dat het mobiliteitssysteem, afhankelijk van verbetering van de vitaliteit van deze kernen. Kunt u dit bevestigen in het IRP? tijd en plaats, altijd beperkingen met zich mee zal brengen De OV ontwikkeling in het IRP is sterk gericht op de noordkant van de Lek. De verbinding vanuit Utrecht naar het zuiden (HOV Utrecht-Breda) moet steviger / als doorlopende ‘spaak’ worden opgenomen in het programma. Deze dus opnemen in de definitieve versie van het IRP. De kaart is hierop aangepast Naast het OV in Vianen dient er ook een OV overstappunt/P+R ter hoogte van Meerkerk te worden ontwikkeld. Files op de A27 beginnen al ver voor Vianen, ter hoogte van Meerkerk. De kaart is hierop aangepast Naast goede OV verbindingen Utrecht – Breda/Eindhoven, is ook de doorstroming van het wegverkeer op dit traject een belangrijk aandachtspunt. Vooral ook i.v.m.
uitbreiding van bedrijventerreinen langs de snelwegen A27 en A2 De ontwikkeling langs de as A2, de economische lijn Amsterdam-brainpark Eindhoven, levert uitbreiding van bedrijventerreinen in de regio op. Dit genereert ook meer vrachtmobiliteit die niet gedemobiliseerd kan worden. Voor Vijfheerenlanden zijn maatregelen ter verbetering van de doorstroming/capaciteit van de snelwegen A27 en A2, vanwege het sluipverkeer door de gemeente, daarom noodzakelijk. Het volledig maken van onder andere knooppunt Everdingen, het toevoegen van de A27 rijstrook Everdingen-Houten en capaciteitsverruiming bij afrit Culemborg waar de rotonde nu een bottelnek vormt zijn daarbij onontbeerlijk. Maar die zullen het probleem met het sluipverkeer niet geheel oplossen, omdat andere delen van de A2 en de A27 ook verbeterd moeten worden. Verdere aandacht voor deze problematiek is daarom noodzakelijk. Leidt niet tot aanpassingen.
Vijfheerenlanden
Mobiliteit
Om te voorkomen dat de automobiliteit nog verder toeneemt, dienen stevige investeringen te worden gedaan in het OV, zodanig dat dit geldt als volwaardig alternatief voor autovervoer. Voor dergelijke investeringen is een bijdrage van het rijk of provincie noodzakelijk.
Leidt niet tot aanpassingen.
Vijfheerenlanden
Mobiliteit
Vijfheerenlanden
Wonen
Vijfheerenlanden
Wonen
Vijfheerenlanden
Wonen
Vijfheerenlanden
Wonen
Vijfheerenlanden
Wonen
Vijfheerenlanden
Wonen
Vijfheerenlanden
Werken
Vijfheerenlanden
Werken
Vijfheerenlanden
Energie
Vijfheerenlanden
Energie
Vijfheerenlanden Vijfheerenlanden
Gezond stedelijk leven Deelgebieden
Vijfheerenlanden
Deelgebieden
Vijfheerenlanden
Deelgebieden
Vijfheerenlanden
Deelgebieden
Vijfheerenlanden
Deelgebieden
Vijfheerenlanden
Deelgebieden
Vijfheerenlanden Vijfheerenlanden
Deelgebieden Deelgebieden
Vijfheerenlanden Vijfheerenlanden Vijfheerenlanden
Deelgebieden Deelgebieden Deelgebieden
Vijfheerenlanden Vijfheerenlanden
Deelgebieden Deelgebieden
Vijfheerenlanden
Ontwikkelpad
Vijfheerenlanden
Ontwikkelpad
Vijfheerenlanden
Ontwikkelpad
Wijk bij Duurstede
Algemeen
Wijk bij Duurstede
Algemeen
Wijk bij Duurstede
Algemeen
Wijk bij Duurstede
Algemeen
Wijk bij Duurstede
Algemeen
Wijk bij Duurstede
Algemeen
Wijk bij Duurstede
Mobiliteit
Wijk bij Duurstede
Mobiliteit
Wijk bij Duurstede
Mobiliteit
Wijk bij Duurstede
Groen, landschap en water
Wijk bij Duurstede
Groen, landschap en water
Wijk bij Duurstede
Groen, landschap en water
Wijk bij Duurstede
Algemeen
Wijk bij Duurstede
Ontwikkelpad
Wijk bij Duurstede
Vitale kernen
Op een aantal kaarten ontbreken de genoemde snelfietsroutes en de regioknooppunten. Deze dienen te worden toegevoegd. De kaarten zijn hierop aangepast. Pagina 19: “afspraak over programmering waarbij verantwoordelijkheid voor sociale en kwetsbare groepen wordt gedeeld”. Toevoegen dat één uitgangspunt is, dat elke gemeente, ongeachte de procentuele omvang van haar sociale woningvoorraad, een evenredige bijdrage levert aan deze opgave. In het IRP is de richting van het BT Wonen hierin overgenomen. Pagina 26: Het kaartmateriaal moet worden aangepast. Dit is niet eenduidig en roept vragen op (wat gebeurt er in Lexmond ten zuiden van de Oude/Nieuwe Rijksweg?, wat gebeurt er in Ameide? Nieuw hoogstedelijk gebied?, Bedrijventerrein Meerkerk uitbreiden, Broekgraaf-Noord (Leerdam) opnemen als woningbouwontwikkeling). De kaarten zijn hierop aangepast. Pagina 47: Om de vitaliteit in alle kernen van gemeente Vijfheerenlanden te kunnen borgen kan het nodig zijn om in verzorgingskernen meer woningen te realiseren dan de max. 50 woningen die zijn toegestaan (ontwerp-omgevingsverordening). Er is behoefte om flexibel te kunnen omgaan met ontwikkelingen (en aantallen) voor behoud of het verbeteren van de vitaliteit van kernen. Dit moet worden toegevoegd aan het IRP. In het IRP is de grens van 50 woningen niet gehanteerd. Pagina 57: “Nieuwe uitleg locaties beperkt nodig.
Alleen als OV aanwezig is”. Op dit moment zijn niet alle kernen van Vijfheerenlanden (goed) bereikbaar met OV. Recent is OV verminderd (door Corona), waardoor dit aspect nog nadrukkelijker geldt. Dit betekent een aanpassing in het IRP: Leidt niet tot aanpassingen. De locaties in het deelgebied waar Vijfheerenlanden onder valt, vallen niet in de - Waar uitleglocaties nodig zijn, zal adequaat OV moeten worden gerealiseerd, met hulp vanuit de provincie of de regio, of categorie regionale uitleglocaties maar onder de categorie verstedelijkingslocaties voor vitaliteit. Daar horen - voor een nieuwe uitleglocatie is de aanwezigheid van OV geen randvoorwaarde. andere spelregels bij. Pagina 74: graag een nadere toelichting op tabel 7.2. Tabel 7.2 doet vermoeden dat in de praktijk een overmaat aan woningproductie in de kernen ontstaat. Gezien de grote vraag naar woningen in onze regio lijkt dit niet logisch. Tabel 7.2. wordt in de tekst nader toegelicht. Een goede aansluiting bij het regionaal programma Wonen en Werken (van de provincie) is een randvoorwaarde. Zowel in toelichtende tekst als in de aantallen die worden weergegeven in het IRP. Het IRP onderschrijft dit. Redeneerlijn 7 onderschrijven wij.
In dit kader zal binnen Vijfheerenlanden worden uitgegaan van een combinatie van verspreide bedrijventerreinen en regionale bedrijventerreinen voor regionaal georiënteerde bedrijvigheid, die lokaal niet langer inpasbaar is, zodat wij kunnen uitbreiden voor onze lokale ondernemers. Een consequentie hiervan is dat grotere bedrijven (op termijn) zullen worden doorverwezen naar regiolocaties. Leidt niet tot aanpassingen. Pagina 77: Bedrijventerreinen met een regionale functie zoals De Biezen, Lage Weide, Breukelerwaard. Hier bieden we ruimte voor middelgrote tot grote bedrijven. Logistiek, productie en opslag vinden hier plek. Hier moet het bedrijventerrein Gaasperwaard als zoekgebied worden toegevoegd. De tekst is waar mogelijk aangepast. Na start van deze consultatieronde IRP is besloten het traject RES te temporiseren. RES 1.0 maakt onderdeel uit van het IRP. Door deze temporisering ontstaat het risico dat de ruimtelijke ontwikkeling uit RES1.0 geen plek krijgt in het IRP. Zie opmerking onder algemeen t.a.v. een basis voor een goede integrale benadering. Bij het thema energie is in een kader opgenomen hoe wordt omgegaan met de ontstane situatie. In het stuk wordt gesproken over het energieloket p.87 ‘Jouw Huis Slimmer’. Vijfheerenlanden maakt geen gebruik van het energieloket Jouw Huis Slimmer maar van Het Regionaal Energieloket. De tekst is waar mogelijk aangepast.
De ruimtelijke hoofdprincipes voor gezond stedelijk leven zijn in voldoende mate opgenomen, toegespitst op het sociaal domein. In de nadere uitwerking dient aandacht te zijn voor de borging van de gezond stedelijk leven principes bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Leidt niet tot aanpassingen. Pagina 118: Leerdam toevoegen op de kaart. De kaart is hierop aangepast Pagina 119: ”In Vijfheerenlanden wordt bij Vianen en Meerkerk uitbreiding van woon- en werklocaties in samenhang gezien met de mogelijkheden het OV te verbeteren.” Wat betekent dit concreet voor wonen en voor werken? Leidt niet tot aanpassingen. Pagina 120: boven de schets: Meerkerk als voorpost van de regio in het zuiden langs de A27 krijgt ontwikkelruimte met name gericht op werken. Deze ontwikkeling niet alleen richten op werken maar ook op wonen, een poort naar het groen en ontwikkeling van een hoogwaardig OVoverstappunt. De tekst is waar mogelijk aangepast. Pagina 121: “kernen Vijfheerenlanden groeien met name voor eigen behoefte”. Het volgende toevoegen: Met de realisatie van ca. 800 woningen in respectievelijk Leerdam en Vianen bouwt Vijfheerenlanden mee aan de regionale opgave. Leidt niet tot aanpassingen. Pagina 121: Ontwikkeling busstation Lekbrug Vianen en busstation Meerkerk/A27 tot multimodale knooppunten / HUB en regiopoorten.
De P+R bij Meerkerk is vooral gericht op overstap van auto naar OV ter voorkoming van files. Pagina 121: Files op de A27 beginnen al ver voor Vianen. Bij de overstap van Vianen Lekbrug gaat het vooral om autoverkeer uit de omgeving van Vianen. Pagina 121: De volgende snelfietsroutes in IRP opnemen: Leerdam – Gorinchem, Leerdam - Brakel en Nieuwegein - Vianen – Culemborg (F2) en Leerdam – Beesd. Pagina 121: De OV Sneldienst Vianen – Utrecht dient weer terug te komen. Pagina 121: Toevoegen: Via opwaardering van de Merwede-Lingelijn sluiten Leerdam, maar ook Gorinchem, Arkel, Beesd en de Drechtsteden beter aan op het knooppuntennetwerk van de Utrechtse regio. Pagina 121: In het IRP wordt afronden van de verbreding A27 Houten – Everdingen genoemd. Dat moet Everdingen-Houten zijn Pagina 121: Specificeren: Uitbreidingsmogelijkheden bedrijventerreinen Gaasperwaard2 Vianen en Meerkerk IVa + IVb. DE CENTRALE AS: Met betrekking tot dit deelgebied zijn voor Vijfheerenlanden vooral mobiliteit - de verbinding van zuid naar noord v.v. (OV en A2 en A27) - en werken van belang. Zie eerder gemaakt opmerkingen hierover.
Pagina 126: regioknooppunt Vianen opnemen (in tekening) Pagina 133: “...tussentijds bijsturen waar mogelijk en nodig”: Vanuit welk perspectief vindt bijsturing plaats? Hoe frequent? Hoe wordt hieraan invulling gegeven? Pagina 135: “Voor het werken is van belang dat er wordt gestart met verdichten van bestaande bedrijfslocaties waar dit al mogelijk is. Daarnaast zal er gezamenlijkonderzocht moeten worden wat de randvoorwaarden voor geslaagde verdichting van bedrijfsterreinen zijn, welke instrumenten er zijn of nodig zijn en welke relevante allianties er gevormd kunnen worden.” Dit onderschrijven wij. Toevoegen dat de beschikbaarheid van ‘schuifruimte’ voor bedrijven een randvoorwaarde is. Pagina 135: tijdpad: 2020-2030, 2030-2040 en adaptief 2025-2040 In fasen 2 en 3 ontbreekt aandacht voor de pijler Werken.
Leidt niet tot aanpassingen. Leidt niet tot aanpassingen. De tekst is waar mogelijk aangepast. Leidt niet tot aanpassingen. De tekst is waar mogelijk aangepast. De tekst is waar mogelijk aangepast. De tekst is waar mogelijk aangepast. Leidt niet tot aanpassingen. De kaart is hierop aangepast Het IRP bevat hiervoor een aanzet. Nadere uitwerking hiervan volgt in fase 4.
Het IRP bevat hiervoor een aanzet. Nadere uitwerking hiervan volgt in fase 4. Het IRP bevat hiervoor een aanzet. Nadere uitwerking hiervan volgt in fase 4.
Beeldmateriaal: Opvallend is dat er veel foto’s zijn opgenomen vanuit de stad Utrecht. Foto’s uit de regio missen soms nog. Wat natuurlijk erg jammer is, omdat het een regionaal document is. Vanuit Wijk kunnen wij nog een aantal foto’s doorsturen die onder bronvermelding geplaatst kunnen worden. De beelden zijn hierop aangepast. Kaartmateriaal: Op de verschillende kaarten missen wij onze gewenste uitbreidingslocaties de Geer III en Zuidwijk die wij nodig hebben om Wijk bij Duurstede vitaal te blijven houden, zie onderstaande kaart. Graag zouden wij deze locaties opgenomen zien in de kaarten op pagina’s 8, 27, 95 en 100. En de schetsverbeelding op p. 48 en104 De locaties staan op de kaart. Dichtheid en landschappelijke inpassing vragen aandacht. Helaas kunnen wij ons niet geheel herkennen in het Ontwerp IRP: En dat is jammer voor een regionale visie die alleen krachtig is als deze zoveel mogelijk draagvlak heeft bij alle deelnemende gemeenten. Met deze schriftelijke reactie geven wij een aantal suggesties en tekstvoorstellen, zodat het IRP ook als onze visie voelt. In bijlage 1 vindt u paginagewijs een aantal tekstuele opmerkingen voor het IRP die te gedetailleerd zijn om in deze brief te noemen. Voordat wij deze suggesties geven, willen wij eerst als achtergrond aangeven waar wij in onze opgaven tegenaan lopen. Leidt niet tot aanpassingen.
Pagina 11: in stappen van koers naar perspectief. De status van het IRP wordt al beter aangegeven dan in eerdere versies. Wat helpt is om een afbeelding op te nemen hoe het IRP zich verhoudt tot de andere visies, de programma’s en ook de RES. Ter inspiratie zie onderstaande afbeelding De status van het IRP is nader geduid en genuanceerd. Pagina 13: Ladder van verstedelijking Toevoegen achter de zin: Naast de ladder van verstedelijkingslocaties... Hier is sprake van lokaal maatwerk. Gemeenten moeten zelf aantonen dat er sprake is van verstedelijking voor de eigen vitaliteit. De tekst is waar mogelijk aangepast. Pagina 17: De opgaven in een notendop Er worden vijf pijlers genoemd. Een zesde overkoepelende peiler gezond stedelijk leven ontbreekt hier. Dit is eigenlijk wel vreemd, omdat gezond stedelijk leven wel centraal staat bij de REK. Het document wordt sterker om het gezond stedelijk leven centraal te stellen. En dat de keuzes die gemaakt worden vanuit de peilers altijd het uitgangspunt van het gezond stedelijk leven hebben. De pijler gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen is door de vijf pijlers heen verwerkt. Pagina 45: Verbeteren van de weginfrastructuur waar dit knelpunten wegneemt Wij missen de opgave om bestaande knelpunten op het onderliggende wegennet op te lossen. Het knelpunt op de N229 bij Odijk komt Leidt niet tot aanpassingen.
Beleidslijn mobiliteit is om geen capaciteit toe te voegen aan het wegennet en dus voornamelijk door de terugslag van de A12. Graag zouden wij die terug willen zien. ook niet de (capaciteits)knelpunt bij Odijk op te lossen Pagina 45: Het alsnog uitbreiden van de regionale weginfrastructuur bij de grootste knelpunten, specifiek in de vorm van een te Leidt niet tot aanpassingen. De beleidslijn in het IRP is duidelijk op dit punt; we willen de onderzoeken regionale bypass verstedelijkingsopgaven in de regio mogelijk maken zonder capaciteit toe te voegen aan het wegennet en Wij hechten veel belang bij de te onderzoeken bypass, indien de groei van de regio alsnog leidt tot een sterke groei van autogebruik in de daarom zetten we er op in om maatregelen te nemen in het mobiliteitssysteem die er voor zorgen dat we de spits. Het zou mogelijk toch een eindoplossing zijn als alle andere maatregelen niet werken. Files op de N229 zijn ook slecht voor de bypass A12 niet nodig hebben. Los daarvan gaat het onderzoek naar deze bypass ihkv U Ned wel door, ook leefbaarheid. Graag deze optie in het document houden, evenals de reservering A12 bypass op p. 103. omdat we niet uit kunnen sluiten dat we dergelijke ingrepen op een bepaald moment wel nodig hebben. Pagina 49: Zoals we in onze reactie hebben aangegeven zit hier te sterk de koppeling tussen woningbouw en mobiliteit.
Daarnaast zijn wij zijn een sterk voorstander van beter gebruik van OV, fiets en spitsmijden. Voor Wijk zijn de fiets en in mindere mate het OV maar een beperkt alternatief voor de auto. Ook als die op een hoger niveau worden gebracht. Door verbetering van het OV en de positie van de fiets in Utrecht en daar direct omheen kan ruimte ontstaan voor de automobilist uit kernen die te ver weg van Utrecht liggen of te ver van een station De tekst is hierop aangepast: 'niet of nauwelijks meer belast'. Zie eerder tekst Oudewater: deze problematiek Wij stellen daarom de volgende gewijzigde tekst voor: is nergens zo urgent voelbaar als in Wijk bij Duurstede vanwege de ligging van wijk als een 'cul de sac' aan het einde van een lange provinciale weg. De consequentie van de gekozen beleidslijn mobiliteit in het IRP is dat de Wijk bij Duurstede: Woningbouw voor de eigen woningbehoefte is mogelijk indien dit het autoverkeerssysteem niet veel meer belast dan bestaande wegcapaciteit niet wordt uitgebreid. We bedoelen dan ook dat verstedelijking die af watert op de huidige situatie.
Dit betekent dat er ingezet moet worden op beter gebruik van OV, fiets en spitsmijden, zoals meer thuiswerken, ook reeds maximaal belaste provinciale wegen er niet toe kan leiden dat de automobiliteit zodanig toeneemt dat er in kernen buiten Wijk bij Duurstede die daar in de basis meer geschikt voor zijn vanwege hun nabije ligging bij Utrecht en OVcongestie op deze wegen ontstaat + de noodzaak voor verbreding. Omdat de N229 al bijna aan de maximale knooppunten. Daarbij is een nauwe afstemming met de andere gemeenten aan de N229 en N227 noodzakelijk; ook deze kernen kunnen benutting van capaciteit zit, betekent dat voor Wijk dat verstedelijking nauwelijk meer autopenzel in de spits de bestaande wegen niet zwaarder belasten, aangezien de auto’s uit Wijk dan achteraan de file aansluiten. Groei, bovenop het bouwen mag opleveren dan de referentiesituatie. De kernen buiten Wijk, Cothen en Langbroek, liggen, net als Wijk ver voor de eigen woningbehoefte, zal voor Wijk bij Duurstede gelet op de ladder van verstedelijking en de mobiliteitsbeperkingen lastig van Utrecht en OV-knooppunten en zijn dus niet meer geschikt dan Wijk om ander mobiliteitsgedrag af te blijven. dwingen/te stimuleren. Pagina 101: Kromme rijn vallei Er is geen aandacht voor de landbouwtransitie. Wel opvallend, want die is met 50 % eigendom een grote speler in het veld.
Het zou mooi zijn als hierover nog iets wordt toegevoegd. De tekst is waar mogelijk aangepast. Pagina 101: Landschapsopgaven De landschapsopgave van het Langbroekerwetering gebied zouden wij graag aan de tekst toe willen voegen. De tekst is waar mogelijk aangepast. Pagina 101: Landschap, Water en Groen Tekst Ten oosten van Wijk bij Duurstede... vervangen door wat algemenere tekst, bijvoorbeeld: De Nederrijn en Lek zijn onderdeel van de Nederlandse Delta. Landschappelijke en cultuurhistorische beleving worden versterkt bij de opgave om de dijken veilig te maken. De tekst is waar mogelijk aangepast. Pagina 133: Utrecht Nabij en RSU als onderlegger U geeft aan dat de concept RSU als onderlegger wordt gebruikt voor het ontwikkelpad. Een vreemde zaak dat 1 gemeentelijke omgevingsvisie als onderlegger wordt gezien voor een regionaal document als het IRP. Omdat het IRP van alle deelnemende gemeenten zijn, zouden alle gemeentelijke omgevingsvisies als onderlegger moeten worden gezien. De tekst is waar mogelijk aangepast. Pagian 134: Systematiek van groen en landschap groeit mee In de tekst wordt aangegeven dat pas in de volgende fase van het IRP een tijd- en uitvoeringskoppelgemaakt worden tussen de verstedelijkingsprojecten en de groen- en landschapsprojecten. Een investeringsstrategie ontbreekt helemaal. Graag zien wij die wel terug in het definitieve IRP.
Er moet meer inzicht komen hoe gekomen wordt tot financiering van groen. En bovendien hoe de financiële koppeling is tussen verstedelijking en groen groeit mee. Het IRP bevat hiervoor een aanzet. Nadere uitwerking hiervan volgt in fase 4. De nood voor woningbouw in uitleglocaties om Wijk bij Duurstede vitaal te houden is hoog. Wij hebben tot 2040 te maken met gezinsverdunning en vergrijzing (groei van 75+ huishoudens). Tot en met 2025 kunnen we de woningvraag binnenstedelijk oplossen. Daarna zijn onze binnenstedelijke locaties op en moeten we op een uitleglocatie gaan bouwen. Vanaf 2026 tot 2030 zijn er bovenop de reeds toegestane woningbouw vanuit de provincie nog 400 woningen extra nodig om de vraag op te vangen. Na 2030 zijn dat er nog eens minimaal 600. Bureau Companen bevestigt dit in een dit jaar uitgevoerd woningmarktonderzoek (PRIMOS prognose). We kijken daarom nadrukkelijk naar woningbouw in de uitleglocaties de Geer III en Zuidwijk. Wij zijn nu met een verkenning bezig waar we het beste welke woningaantallen kunnen realiseren. Leidt niet tot aanpassingen.
Wijk bij Duurstede
Wijk bij Duurstede
Vitale kernen
Sinds 2016 geven wij bij de provincie al aan dat onze inbreidingslocaties op raken en we jaarlijks circa 100 woningen buiten de rode contour moeten bouwen om vitaal te blijven. Wij constateren dat we inmiddels vijf jaar verder in de tijd zijn. De provincie stelt een besluit steeds uit en schuift het door naar een volgend proces en beslisdocument. Van herijking PRS met een motie van Provinciale Staten aan Gedeputeerde Staten en een verkeerseffectenstudie, naar een regionale studie in U10/U16-verband, naar de POVI en nu weer naar het regionaal programmeren. Uit een eerste ambtelijke provinciale quickscan blijkt dat de provincie de door ons gewenste aantallen niet toekent. Dit in verband met de bereikbaarheid (belasting N229). Als er nu geen besluit wordt genomen kunnen we straks enkele jaren geen woningen toevoegen. We kunnen dan niet inspelen op de demografische veranderingen en behoeften (kleine huishoudens, betaalbaar, wonen met zorg, etc.). Voor onze eigen vitaliteit is dit van enorm belang. Leidt niet tot aanpassingen.
Vitale kernen
Wij vragen van de U16 een meewerkende rol om onze woningbouwambities richting de provincie te faciliteren. Zeker nu de nood zo hoog is. Door de mogelijkheid voor woningbouw in het IRP strikt te koppelen aan het niet meer belasten van het autoverkeerssysteem voelen wij ons hierin niet gesteund. Het autoverkeersysteem stelt u hiermee boven woningbouw voor onze eigen vitaliteit. Bouwen voor vitaliteit (uiteraard onder voorwaarden) zou ten alle tijden mogelijk moeten zijn. Juist door het toevoegen van woningen zorgen we voor behoud van onze eigen voorzieningen. En dat het principe van nabijheid van voorzieningen in stand blijft. Hiermee ontlasten wij ook de stedelijke regio van Utrecht. En vallen er betaalbare eengezinswoningen vrij die een (beperkt) deel van de regionale woningvraag kunnen voorzien. Hiermee verminderen wij de druk op de woningmarkt van Utrecht. Bovendien faciliteren we hiermee werknemers die dichterbij hun werk in Wijk bij Duurstede willen wonen, wat een positief effect heeft op de verkeersbewegingen. Het toevoegen van woningen zal altijd leiden tot een beperkte toename van verkeersbewegingen op de N229. Wij verwachten dat dit beperkt zal zijn, omdat mensen ook in het post Corona tijdperk meer zullen gaan thuiswerken. We moeten als regio accepteren dat de kans bestaat dat je wat langer in de file staat.
Helemaal nu ook recentelijk de spits OV-verbinding (lijn 241) tussen Wijk bij Duurstede en Utrecht is opgeheven. Met de koppeling van woningbouw aan de belasting van het autoverkeersysteem wordt het bouwen voor onze eigen vitaliteit, maar ook die van andere middelgrote en kleine kernen (die ver van knooppunten zijn gelegen) onmogelijk gemaakt. Dit is voor ons onacceptabel. De tekst is waar mogelijk aangepast. Inzet hier is om samen te blijven zoeken naar oplossingen.
Wijk bij Duurstede
Vitale kernen
Wijk bij Duurstede
Energie
Wij vragen u ruimte te geven voor lokaal maatwerk om onze eigen woningbouwbehoefte voor vitaliteit in te vullen. Soms geeft het ontwerp IRP nog het gevoel een toetsende rol op te nemen. Naast de bestaande toetsende rol van de rol van de provincie kan dit leiden tot extra regelzucht. Een voorbeeld hiervan is het voorstel om een handreiking ‘vitaliteit met kwaliteit’ op te stellen voor de definitieve versie van het IRP Gemeenten zijn al heel goed in staat om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Er zijn al provinciale handreikingen die hierin voorzien. Doe dat werk niet opnieuw! Maar geef ruimte voor lokaal maatwerk. Dit betekent niet dat verschillende ladders (als de mobiliteitsladder en de verstedelijkingsladder) dogmatisch op iedere gemeente toegepast moeten worden. Auto, OV en fietsverkeer in Utrecht zien er anders uit dan in Wijk. Vertrouw er op dat gemeenten zelf verstandig om kunnen gaan met hun plannen. In bijlage 1 doen wij een aantal tekstvoorstellen op welke wijze u meer ruimte kunt geven in het lokale maatwerk. Het IRP onderschrijft dit. Recentelijk is besloten de besluitvorming van het RES-aanbod die gepland staat op 1 april op te schorten naar 1 oktober dit jaar. Wat ons betreft kan het IRP-proces gewoon doorgaan. Dit, ondanks het feit dat er sprake is van een incompleet IRP.
Een oplossing zou gevonden kunnen worden in het opnemen van het concept bod, waar onze raad al mee heeft ingestemd. Hierin kunt het aanbod van onze gemeente van 60 hectare zonneveld meenemen. Bij het thema energie is beschreven hoe omgegaan wordt met de ontstane situatie.
Algemeen
In onze reactie benoemen wij diverse aandachtspunten en aanscherpingen. Hierdoor kan onze reactie kritisch overkomen. Wij willen echter benadrukken, dat het opstellen van een regionale visie en programma onze steun heeft. Als onderling van elkaar afhankelijke gemeenten is het belangrijk om onze ruimtelijke opgaven in samenhang te bezien en te benaderen. Het streven naar een regionale visie en programma biedt gemeenten de mogelijkheid om ontwikkelingen op elkaar af te stemmen, uitvoeringskracht te bundelen en gezamenlijk onze belangen bij de provincie en het Rijk onder de aandacht te brengen.
Woerden
Leidt niet tot aanpassingen.
Woerden
Energie
Woerden
Proces
Vanaf het begin was het de bedoeling om de Regionale Energiestrategie (RES) van de U16 te integreren in het REP-proces. Het RES vormt immers één van de pijlers in het REP. In de afgelopen weken is bestuurlijk gekozen voor het verruimen van de planning voor de RES U16 van 1 juli naar 1 oktober 2021. Op dit moment is voor ons onduidelijk welke effecten de verruimde planning op het REP-proces heeft en op welke manier de integratie van RES en REP gaat plaatsvinden. Wij hopen dat u hier spoedig duidelijkheid over kunt verschaffen Lokaal draagvlak: positie van gemeenteraden U geeft in het IRP terecht aan, dat lokaal draagvlak essentieel is. Zonder voldoende draagvlak op lokaal niveau is uitvoering van deze regionale visie onmogelijk. Om het lokale draagvlak te borgen is in de afgelopen periode afstemming gezocht bij ambtelijk medewerkers en bestuurders van de betrokken gemeenten. Een belangrijke vervolgstap voor het creëren van lokaal draagvlak is het betrekken van gemeenteraden. Hiervoor legt u het IRP voorafgaand aan de zomer ter consultatie en na de zomer ter besluitvorming aan de gemeenteraden van de U16 voor. Als college vinden wij het belangrijk, dat recht wordt gedaan aan de opvattingen van de gemeenteraden. Wij verzoeken u met klem om in uw procedure voldoende ruimte in te bouwen om de uitkomsten van de diverse raadsbehandelingen in het IRP te kunnen verwerken.
Soms bekruipt ons het gevoel dat snelheid belangrijker is dan een zorgvuldige procedure.
Mobiliteit
In het IRP noemt u wel een aantal regionale knelpunten die naar uw mening samen hangen met regionale verstedelijkingslocaties die wij niet allemaal als dusdanig herkennen of die erg gecompliceerd liggen. Zo noemt u bijvoorbeeld een extra oprit bij Breukelen Noord, terwijl niet wordt aangegeven of hiervoor een extra brug over het Amsterdam Rijn kanaal nodig is. Aanpassing van de bestaande aansluiting kan de capaciteit al sterk vergroten, dat lijkt ons een realistischer optie. Een oprit van de Limesbaan op de A12 is er al en een volledige aansluiting heeft naar onze mening op dit moment onvoldoende meerwaarde door de hoge kosten. Tenslotte is er de wens om de N229 niet door Odijk te laten lopen. De ligging en capaciteit van de N229 is een opgave bij de ontwikkeling van Odijk-West. Daarover is afgesproken dat dit deel uitmaakt van de integrale ontwikkeling van deze locatie. Wij verzoeken u hiernaar te verwijzen. Leidt niet tot aanpassingen.
Woerden
Woerden
Proces
Woerden
Groen, landschap en water
Woerden
Groen, landschap en water
Woerden
Groen, landschap en water
Bij het thema energie is beschreven hoe omgegaan wordt met de ontstane situatie.
Het IRP vraagt om zorgvuldige besluitvorming. De voorziene procedure voorziet in een zienswijze stap voor de defintieve besluitvorming.
Verandering is de enige constante. Wij vinden het goed dat u het IRP niet als een vastomlijnd eindbeeld beschouwt. Het IRP ziet u als een strategie en adaptief ontwikkelpad. De in het IRP geschetste perspectieven en onderliggende redeneerlijnen geven richting, maar zijn logischerwijs onderhevig aan veranderingen in de samenleving. Gezien de relatief lange tijdshorizon van het IRP (2040) is het belangrijk om flexibiliteit in te bouwen en ruimte te geven aan aanpassingen voortkomend uit voortschrijdend inzicht. Bovenstaande is in onze ogen des te belangrijker, omdat enkele van de door u geschetste ambities lastig te realiseren zijn. Voorbeelden hiervan zijn uw ambities op het gebied van mobiliteit en werken. Verderop in deze brief gaan wij uitgebreider op deze onderwerpen in. Wij pleiten ervoor om het IRP om de paar jaar te (her)ijken. Passen de perspectieven nog steeds bij wat in de praktijk wordt ervaren? Liggen we nog op koers of is bijstelling van de ambities nodig? Op deze manier doen wij recht aan de veranderende samenleving en monitoren wij de haalbaarheid van de ambities. Het IRP fungeert niet als een in beton gegoten visie waaraan elke gemeente zich dient te Het IRP is een perspectief op onze gezamenlijke toekomst. Interessant aspect dat eventueel meegenomen conformeren, maar als een instrument gericht op onderlinge afstemming en samenwerking.
wordt in het plan van aanpak fase 4. Advies is om hierover bij de bestuurstafel richting aan te geven. In het IRP is veel aandacht voor groen en landschap. In onze ogen is deze aandacht terecht. De verschillende landschappen vormen een belangrijke kwaliteit van onze regio en zijn essentieel voor het leef- en woongenot. Hieruit voortvloeiend wordt in het IRP ingezet op binnenstedelijke ontwikkellocaties. Aantasting van groen en landschap wordt op deze manier zoveel mogelijk voorkomen. Daarnaast biedt binnenstedelijke ontwikkeling de mogelijkheid om de mobiliteitsbehoefte aan OV-knooppunten te verbinden. Voor het overgrote deel steunen wij deze keuzes en sluiten de ruimtelijke plannen in onze gemeente hierop aan. Leidt niet tot aanpassingen. Wij hebben echter moeite met de financiële koppeling tussen verstedelijking en groenontwikkeling. In het IRP wordt verstedelijking gezien als financieringsbron voor de ambities op het gebied van groen en landschap. Deze ambities richt zich op het toevoegen van natuuren recreatiegebied en recreatieve en ecologische verbindingen. Wij zijn hier niet principieel op tegen, maar hebben wel praktische bezwaren. Op dit moment hebben wij totaal geen zicht op de kosten en mogelijk financieringsbronnen voor de ontwikkeling van groen en Dat landschap randvoorwaardelijk is voor verstedelijking wil niet zeggen dat de verstedelijking de landschap.
Hierdoor is de consequentie van bovengenoemde koppeling onduidelijk. Daar komt bij dat het gros van de verstedelijking landschappelijke ontwikkeling moet betalen. Landschap en stedelijk ontwikkeling moet als 1 integrale opgave momenteel binnenstedelijk plaatsvindt. Binnenstedelijk ontwikkelen is complex en kostbaar. Wij willen voorkomen dat door deze gezien worden. Bij stedelijke ontwikkelingen moet er dus een financieringsstrategie zijn voor het landschap. financiële koppeling onze woningbouwambitie in gevaar komt. Het programma groen groeit mee doet onderzoek naar financieringsstrategien en zullen we betrekken in de uitwerking in fase 4. Via het programma ‘Groen groeit mee’ worden momenteel de kosten en mogelijke financierings- bronnen voor de ontwikkeling van groen en landschap in beeld gebracht. Wij stellen voor om de uitkomsten van dit programma af te wachten. Op deze manier kan een realistisch oordeel worden geveld over verstedelijking als financieringsbron voor de ambities op het gebied van groen- en landschap. Overigens hebben wij begrepen dat het programma ‘Groen groeit mee’ nauwelijks tot geen aandacht heeft voor de kosten van een realistisch toekomstperspectief voor de agrarische sector in relatie tot de opgaven op het gebied Stikstofreductie en bodemdaling zijn landelijke thema. De thema's zijn agenderend in de tekst toegevoegd.