CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

04.1.h-21RV052# VO 2022 Reclamebelasting incl kaart van belastinggebied

Raad 9 november 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Vaststellen van de Begroting 20221.453 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening op de heffing en de invordering van Reclamebelasting 2022

Behorende bij raadsvoorstel Nr. 21RV052# Inzake Begroting 2022 De raad van de gemeente Zeist; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 september 2021; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2022 Artikel 1 Begripsomschrijvingen a. openbare aankondiging: letters, symbolen, logo’s, of kleuren, of een com binatie daarvan, of een reclamevoorwerp, zichtbaar vanaf de openbare weg; b. vestiging: een gebouw, of deel daarvan, dat door één organisatie of bedrijf wordt gebruikt; c. tussenpersoon: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het verlenen van bemiddeling bij het tot stand brengen en sluiten van overeenkomsten in opdracht en op naam van personen tot wie hij niet in vaste betrekking staat; d. exploitant: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van reclameobjecten op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten; e. voorziening: specif iek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen van één of meer (al dan niet wisselende) openbare aankondigingen; f. maand: een kalendermaand; g. jaar: een kalenderjaar.

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘reclamebelasting’ wordt onder de in de bij deze verordening behorende tarieventabel gestelde voorwaarden, binnen het gebied zoals nader aangewezen in de bij deze verordening behorende kaart, een directe belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel 3 Belastingplicht 1. De reclamebelasting wordt geheven van degene die de openbare aankondiging heef t, dan wel van degene ten behoeve van wie de openbare aankondiging is aangebracht. 2. In af wijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van openbare aankondigingen, die met vermelding van de naam van een tussenpersoon zijn aangebracht in verband met de huur of de verkoop van roerende of onroerend e zaken, geheven van die tussenpersoon. 3. In af wijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van openbare aankondigingen die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht, geheven van di e exploitant. Artikel 4 Berekening van de reclamebelasting 1. Openbare aankondigingen die bij één bouwwerk of gedeelte daarvan behoren worden aangemerkt als één openbare aankondiging.

Indien meerdere bouwwerken of gedeelten daarvan naast elkaar zijn gelegen en tezamen worden gebruikt door één belastingplichtige, worden de openbare aankondigingen die bij deze bouwwerken of gedeelten daarvan behoren voor de toepassing van dit artikel aangemerkt als één openbare aankondiging. 2. Openbare aankondigingen behoren in ieder geval tot één bouwwerk indien zij daarmee f ysiek zijn verbonden of daarmee tezamen worden gebruikt.

Artikel 5 Vrijstellingen De reclamebelasting wordt niet geheven ter zake van openbare aankondigingen: a. die uitsluitend dienen ten behoeve van de regulering van het verkeer over openbare land- en waterwegen; b. die korter dan 13 weken aanwezig zijn, tenzij deze openbare aankondigingen zijn geplaatst in een voorziening waarin, waaraan of waarop wisselende openbare aankondigingen worden geplaatst, die individueel korter dan 13 weken aanwezig zijn, maar waarbij de verschillende openbare aankondigingen gezamenlijk 13 weken of meer aanwezig zijn; c. die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt; d. die door of in opdracht van de gemeente zijn geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondigingen geschieden ter uitvoering van de publieke taak en voor zover deze aankondigingen niet tot een vestiging behoren; e. op bouwterreinen, voor zover deze opschrif ten rechtstreeks betrekking hebb en op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; f. die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen; g. die aanwezig zijn in de etalage van leegstaande winkels, louter dienen ter decoratie en waarbij geen relatie kan worden gelegd met een bedrijf snaam of activiteiten van een bedrijf ; h.

bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren zaak; i. aangebracht op scholen, politiebureaus, ziekenhuizen, kerken en moskeeën, en die betrekking hebben op de f unctie van het gebouw; j. die door cultureel-maatschappelijke instellingen, die door de rijksbelastingdienst zijn aangewezen als algemeen nut beogende instellingen (ANBI), zijn aangebracht en die uitsluitend een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen; k. die tezamen niet groter zijn dan 0,1 vierkante meter. Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De reclamebelasting wordt geheven naar een vast bedrag voor één of meer openbare aankondigingen die worden aangetrof f en per vestiging, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt eveneens als één vestiging aangemerkt meerd ere bouwwerken of delen daarvan, die direct naast elkaar gelegen zijn en tezamen worden gebruikt door één belastingplichtige. 3. Het tarief bedraagt per vestiging per jaar € 400,00 dan wel € 33,33 per maand. 4. Het in het vorige lid genoemde tarief wordt voor vestigingen die in tarief gebied B gelegen zijn, vermeerderd met € 200,00 per jaar dan wel € 16,67 per maand. Artikel 7 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Ontstaan van belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak. 2. Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht. 3. Indien de belastingplicht bij het begin van het belastingtijdvak bestaat of aanvangt, wordt de reclamebelasting naar het jaartarief geheven. 4. Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, wordt de reclamebelasting naar het maandtarief geheven. 5. Indien de belastingplicht in d e loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de naar maandtarief geheven reclamebelasting verschuldigd voor zoveel maanden als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 6. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt en de reclamebelasting naar jaartarief is geheven, wordt de aanslag op verzoek van de belastingplichtige verminderd vo or zoveel maandelijkse gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting al s er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de vermindering mind er bedraagt dan € 10,00.

7.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt en de reclamebelasting naar maandtarief is geheven, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd tot op het bedrag dat met toepassing van het maandtarief wordt berekend voor het aantal volle kalendermaanden waarin de belastingplicht bestond, tenzij blijkt dat het bedrag van de vermindering minder bedraagt dan € 10,00. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt de maand waarin de belastingplicht eindigt als volle kalendermaand aangemerkt.

Artikel 9 Wijze van heffing De reclamebelasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In af wijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van d e maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op d e in het voorgaande lid gestelde termijn. Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 12 Overgangsrecht De 'Verordening Reclamebelasting 2020’ van 12 november 2019 wo rdt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de hef f ing, met dien verstande dat zij van toepassing blijf t op de belastbare f eiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 13 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de hef f ing is 1 januari 2022. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening Reclamebelasting 2022.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 november 2021.

mr. J. Janssen, grif f ier

drs. J.J.L.M. Janssen, voorzitter

Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2022 Kaart van het belastinggebied

Behorende bij raadsvoorstel Nr. 21RV052 inzake Begroting 2022

De raad van de gemeente Zeist; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 september 2021;

gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de:

Kaart behorende bij de Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2022

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 november 2021

mr. J. Janssen, grif f ier

drs. J.J.L.M. Janssen, voorzitter

Kaart behorende bij de Verordening op de hef f ing en de invordering van reclamebelasting 2022

Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 november 2021 De Grif f ier,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10605503/1