04.1.f-21RV052# VO 2022 Toeristenbelasting
Tekst van het document
Verordening op de heffing en de invordering van Toeristenbelasting 2022
Behorende bij raadsvoorstel Nr 21RV052# Inzake Begroting 2022 De raad van de gemeente Zeist; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 september 2021; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de:
Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2022 Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. vakantie-onderkomens: woningen, stacaravans op vaste standplaatsen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens, in hoof dzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voorvakantie- en andere recreatieve doeleinden; b. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans en soortgelijke verblijf saccommodaties dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; c. niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven of gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoof dzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden; d. bedrijf smatig geëxploiteerde ruimten: bedrijf smatig geëxploiteerde verblijven of gedeelten daarvan, niet zijnde vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens of stacaravans; e. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelf de mobiel kampeeronderkomen of stacaravan.
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 3 Belastingplicht 1 Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2. 2 De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3 Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf , is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf : a. van degene die verblijf t in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen; b. van degene die tijdelijk in de gemeente verblijf t als deelnemer aan schoolwerkweken en scouting activiteiten op basis van op niet commerciële basis georganiseerde activiteiten; c.
van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijf t in de zin van artikel 8, letters c, d, f , g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel 5 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar.
Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing Met betrekking tot de in de volgende leden genoemde onderkomens, wordt de maatstaf van hef f ing f orf aitair berekend. 1 Het aantal personen dat heef t overnacht, wordt met betrekking tot: vakantie-onderkomens, mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen en in hoof dzaak bestemd voor het verblijf houden door één of meer leden van eenzelf de huishouden gedurende de periode van: a. 1 januari tot en met 31 december bepaald op 2,36; b 1 april tot en met 30 juni bepaald op 2,36; c 1 september tot en met 15 oktober bepaald op 2,36; 2 Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt: ingeval verblijf wordt gehouden in vakantie-onderkomens, mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen gedurende de periode van: a. 1 januari tot en met 31 december bepaald op 51; b 1 april tot en met 30 juni bepaald op 22; c 1 september tot en met 15 oktober bepaald op 11; Artikel 7 Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing In af wijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangif te gedane aanvraag de maatstaf van hef f ing vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal.
Artikel 8 Belastingtarief Het tarief bedraagt per overnachting in: a. vakantie-onderkomens, mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen: € 0,65; b. niet beroepsmatig verhuurde ruimten, voor zover de overnachtingsprijs maximaal € 20, - per nacht bedraagt: € 0,65; c. niet beroepsmatig verhuurde ruimten voor zover de overnachtingsprijs meer dan € 20, - per nacht bedraagt, en de overige verblijf saccommodaties: € 2,34; d. bedrijf smatig geëxploiteerde ruimten: € 2,34. Artikel 9 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 10 Wijze van heffing 1 De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. 2 Er kan een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld. Artikel 11 Aanslaggrens Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd. Artikel 12 Termijnen van betaling 1 In af wijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.
In af wijking van het eerste lid moeten de aanslagen, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden af geschreven, worden betaald in maximaal tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3 De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel 13 Kwijtschelding Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 14 Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten biedt, zulks schrif telijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewet. Artikel 15 Overgangsrecht De ‘Verordening toeristenbelasting 2021’ van 10 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 16, tweede lid, genoemde datum van ingang van de hef f ing, met dien verstande dat zij van toepassing blijf t op de belastbare f eiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 16 Inwerkingtreding 1 Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2 De datum van ingang van de hef f ing is 1 januari 2022. Artikel 17 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening toeristenbelasting 2022.
Aldus vastgesteld in openbare raadsvergadering van 9 november 2021.
mr. J. Janssen, grif f ier
drs. J.J.L.M. Janssen, voorzitter