CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

03-Bijdrage St Milieuzorg Zeist

Overige evenementen 3 juni 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Deelnemers en inspraakbijdragen10.369 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1 Inspraakreactie Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake het: ‘Raadsvoorstel zienswijze gemeente Zeist Concept-IRP’ Geachte raadsleden, wethouder, overige betrokkenen, 1. Thans is de het: ‘Rv Zienswijze Zeist Concept-IRP’ aan de orde. Door het College is ook al eerder een zienswijze op een eerder concept van het IRP ingediend. Leidraad van de zienswijze van de gemeente is de dan eerder door de gemeenteraad vastgestelde: ‘Propositie Zeist 2020’; 2. Eerst zal nog kort worden stilgestaan bij het planproces, waarna het: ‘Concept-IRP’ en daarmede samenhangende raadsvoorstel vanuit de gemeente in inhoudelijke zin aan de orde zal worden gesteld. Afgesloten zal worden met een conclusie (zie ook onder de aandachtspunten 67 t/m 70, pag. 19); Planproces 3. Nadat eerst het RBU en daarna het BRU is opgeheven 1, is daarna door diverse gemeenten binnen de Regio Utrecht naar een nieuwe samenwerkingsvorm gezocht, eerst met 10 gemeenten, daarna met 16 gemeenten; 4. Door in eerste instantie 10 gemeenten is dus eerst een koersdocument opgesteld t.a.v. van de beoogde ruimtelijke economische ontwikkeling van de regio (zie in deze ook het document: ‘Ruimtelijke Economische Koers U 10 - Ontmoetingsplaats voor Healthy Urban Living (U10, 2017)’); 5. Daarna hebben er t.a.v. diverse thema’s/pijlers eerst een aantal verkenningen plaatsgevonden, zoals m.b.t.

wonen, werken (inclusief analyse kantorenmarkt), mobiliteit (inclusief een zogenaamde: ‘knooppuntenanalyse’) en ook energie (inclusief per gemeente ook zogenaamde: ‘energiepaspoorten’). Mede n.a.v. van diverse moties door de diverse gemeenteraden heeft er daarna nog een aanvulling m.b.t. het thema/de pijler groen en landschap plaatsgevonden, ook wel als de 5e Pijler aangeduid (zie in deze dus het rapport: ‘Ontwikkelbeeld Groen en Landschap (BVR, 2019)’). Op basis van de informatie zoals deze uit de betreffende analyserapporten naar voren kwam is dan vervolgens de: ‘Contour-REP (U-10, 2020)’ opgesteld, inclusief ook een ‘Kaart van Altijd (tot 2030)’ en een ‘Kaart van Alles (tot 2040)’, hetgeen wederom aan de gemeenteraden van de U16-gemeenten ter besluitvorming is voorgelegd. Dat ook inclusief een zogenaamd: ‘Beoordelingskader’. Daarbij zijn toen ook door diverse gemeenten een aantal amendementen en moties aangenomen en niet in de laatste plaats ook m.b.t. het: ‘Beoordelingskader’ (zie o.a. voor het overzicht en ook de reactie vanuit de U-16 dus ook het: ‘Raadsvoorstel Zeist Concept-IRP’, Bijlage 5: ‘Overzicht amendementen/moties Contour-REP’ én ook Bijlage 6: ‘Overzicht amendementen/moties Beoordelingskader’); 6. Teneinde hun positie t.a.v.

de: ‘Contour-REP’ te kunnen bepalen is dan door een aantal gemeenten in de regio een (pro)position paper opgesteld, zoals bijvoorbeeld door gemeente Zeist een: ‘Propositie (zie in deze ook: ‘Propositie gemeente Zeist voor het REP U-10 (Zeist, 2020)’) en door de gemeente De Bilt een: ‘Position paper’ (zie in deze dus ook het: ‘Position Paper - De betekenis van De Bilt in het Daily Urban System van de Regio (De Bilt, 2019)’; 7. Indertijd is o.a. door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. en ook anderen ten tijde van de gelijktijdige behandeling in de Commissie Ruimte van zowel het: ‘Rv Contour-REP’, het: ‘Rv Propositie’ en ook het: ‘Rv Duurzame opwek energie’ reeds een uitgebreide reactie op de betreffende beleidsdocumenten gegeven (zie in deze dus ook desgewenst in het 1

Zie o.a. het: ‘Regionaal Structuurplan 2005-2015 (BRU, 2005)’.

2 RIS: ‘Inspraakreactie Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake het: ‘Rv BOK REP en Contour REP’, het ‘RV Propositie’ én het: ‘Rv Duurzame opwek energie’/’Beleidsvisie zonnevelden’); 8. Die: ‘Contour-REP’ is dan uiteindelijk nader uitgewerkt in wat dan als het: ‘Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP)’ wordt aangeduid, dat dan weer in nauwe samenwerking met zowel het Rijk in het kader van (o.a.) U-NED (zie dus ook de visie: ‘Utrecht Nabij (UNED, 2019)’), de provincie Utrecht in het kader van de provinciale Omgevingsvisie (zie dus o.a. de: ‘POVI’), de stad Utrecht (in relatie tot de: ‘Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040’) en uiteraard de deelnemende gemeenten. Met name m.b.t. het thema/de Pijler groen en landschap heeft er nog wel een nadere uitwerking plaatsgevonden, zowel wat betreft een nadere verdieping van diverse daarbij aan orde zijnde thema’s (zie dus ook het rapport: ‘Verdieping groene routes en scheggen/Landschap van de toekomst/landbouw kerngebied (BVR, 2019)’), als t.a.v. de uiteindelijke ruimtelijke opgaven en waar deze dan zouden moeten landen (zie het rapport: ‘U16 Ruimtelijke opgave Groen en Landschap 2020-2040 (BVR, 2020)’); 9. Aan de gemeenten wordt dan thans de mogelijkheid geboden om op het: ‘Concept-IRP’ een zienswijze in te dienen, waarop door de Colleges, waaronder dat van Zeist, op een eerder concept al een reactie is gegeven.. Door het College wordt m.b.t.

de zienswijze vanuit de gemeente Zeist dan een voorzet gegeven, dat mede op basis van de eerder door de gemeenteraad vastgestelde: ‘Propositie’ (zie in deze ook het: ‘Rv Zienswijze Zeist Concept IRP’) én ook een consultatie van de gemeenteraadsfracties die in die zin heeft plaatsgevonden (zie in deze dus ook het ‘Rv Zienswijze IRP’, Bijlage 9: ‘Van de raad ontvangen mee te geven aandachtspunten voor zienswijze op Concept-REP’) Die door de bij de U 16 betrokken gemeenten ingebrachte zienswijzen moeten dan uiteindelijk tot een definitief IRP leiden, nog gevolgd door een ‘Uitvoeringsstrategie’ en ook een: ‘Integraal Ruimtelijk Programma’; 10. Het: ‘Programma wonen en werken U-16’ zal dan weer, net als van andere regio’s binnen de provincie Utrecht worden opgenomen in het: ‘Regionaal programma wonen en werken provincie Utrecht’, waarvoor inmiddels een m.e.r.-procedure is opgestart 2; 11. Wat betreft de participatie met de samenleving heeft deze (uiteindelijk) kennelijk wel plaatsgevonden, maar dan vooral met een aantal ‘regionale stakeholders’ (zie in deze dus ook de aan het Raadsvoorstel toegevoegde Bijlage 8: ‘Stand van zaken en vooruitblilk - Participatie Integraal Ruimtelijk Perspectief’), dat ondanks diverse moties vanuit diverse gemeenten om toch ook echt actief de bevolking te betrekken (zie dus o.a.

ook de aan het Raadsvoorstel toegevoegde Bijlage 5: ‘Overzicht amendementen/moties Contour-REP’). Zonder hier nu op dit moment al te diep op in te gaan blijft het niet breed laten participeren van de burgers/bevolking bij de thans overeenkomstig het: ‘Concept-IRP’ voorgestelde ruimtelijke ontwikkelingen o.i. toch een grote gemiste kans, terwijl het uiteindelijk met name die burger natuurlijk toch aangaat. Natuurlijk er lopen diverse processen in het kader van locale omgevingsvisies, waarbij (soms) ook aandacht voor de positie van de betreffende gemeente in de regio, maar veel burgers zijn van de beoogde ontwikkelingen in de regio zoals nu met het IRP voorgestaan niet of nauwelijks op de hoogte, behalve dan mogelijk via de media, terwijl de voorgenomen ontwikkelingen naar verwachting wel degelijk een grote invloed op de leefomgeving zullen uitoefenen. 2

Overigens ligt het betreffende ‘Regionaal programma Wonen en Werken’, inclusief ook de: ‘PlanMER’ thans voor het indienen van zienswijzen ter inzage.

3 In die zin zou het o.i. toch goed zijn als er ook alsnog voor derde belanghebbenden, waaronder de burgers, belangenorganisaties, etc., de mogelijkheid komt om zienswijzen op het: ‘Concept-IRP’, hetgeen toch een (soort van) ‘Regionale Omgevingsvisie (ROVI)’ is, te kunnen indienen. Dat ook voorafgaand met een goede voorlichting/communicatie, alvorens het definitieve IRP door diverse gemeenteraden (op basis van ‘consent’) wordt aangenomen (vergelijk overigens ook het uitgebreide planproces in het kader van de: ‘POVI’). Weliswaar heeft het IRP dan geen officiële wettelijke status, aangezien de Regio U-16 niet onder de WGR valt, maar daarom moet o.i. een inbreng vanuit de samenleving/burgers niet minder belangrijk worden geacht. Dat ook aangezien de gemeenten het IRP kennelijk toch als een (soort van) ‘convenant’ zien, waarbij de deelnemende gemeenten afspreken met behoud van de eigen publiekrechtelijke verantwoordelijkheden t.a.v. bijvoorbeeld gemeentelijke omgevingsplannen, de ambities en doelen van het IRP naar vermogen te helpen realiseren (zie in deze overigens ook het zogenaamde: ‘Governance document’).

Hoe dat ook zij, in ieder geval zou het op zich goed zijn als de gemeente Zeist, dat in navolging van de gemeente De Bilt, in haar zienswijze op het: ‘Concept-IRP’ aangeeft dat zij het IRP eerder als een ‘tussenstap’ ziet, ook al aangezien het proces in het kader van haar Omgevingsvisie dus nog loopt en dat zij er in die zin aan hecht dat elementen die voortkomen uit de betreffende locale participatieprocessen dan ook echt nog in de programmeringsfase van het REP/IRP aan de orde kunnen komen, dat ook gezien het voorgenomen adaptieve karakter van het IRP. Natuurlijk de gemeente Zeist geeft in haar: ‘Concept-zienswijze’ aan dat zij bepaalde bouwopgaven, zoals voor Zeist-Noord en ook het Stationsgebied Driebergen-Zeist, niet als een ‘taakstelling’ ziet, maar deze te benaderen als een ‘maatschappelijke opgave’, waaraan Zeist op een eigen manier en vanuit eigen ontwikkelwaarden vorm wil geven, maar ook dan blijven de in het IRP in die zin genoemde woningaantallen natuurlijk wel boven de ‘markt’ hangen. Bovendien is het o.i. gewoon zo dat als er eenmaal een definitief IRP ligt, het dan later niet eenvoudig zal zijn een eenmaal ingezette koers nog te wijzigen, dat dus n.a.v. de uitkomsten van het participatieproces in het kader van de omgevingsvisie, zodat ook al zou de gemeente Zeist net als de gemeente De Bilt en mogelijk ook andere gemeenten, zoals o.a.

de gemeente Utrechtse Heuvelrug, dergelijke kanttekeningen bij het IRP plaatsen, het o.i. nog steeds een gemiste kans blijft dat burgers, etc., bij het gehele proces niet op een actieve wijze direct zijn betrokken; 12. Verder is het o.i. wel zo is dat het uiteindelijk niet alleen om reactie vanuit het locale perspectief van de gemeente Zeist zou moeten gaan, maar ook om een reactie op het gehele IRP, dat ook aangezien ontwikkelingen in andere gemeenten ook weer gevolgen kunnen hebben voor de keuzen waar de gemeente Zeist dan in haar eigen Omgevingsvisie voor staat (en natuurlijk ook vice versa); 13. Ook aangezien de invoering van de Omgevingswet wederom met een half jaar is uitgesteld, zou men o.i. eenvoudigweg ook de besluitvorming m.b.t. de IRP kunnen aanhouden, nadat dus eerst een uitgebreide participatie heeft plaatsgevonden; Inhoudelijke aspecten 14. Eerst zal een algemene reactie worden gegeven, waarna nog bij een aantal deelaspecten zal worden stilgestaan en dan ook meer specifiek bij hetgeen in die zin in de: ‘Concept-zienswijze’ van de gemeente naar voren wordt gebracht;

4

Algemeen 15. In het: ‘Concept-IRP’ wordt dan aan de hand van de ‘opgaven’ t.a.v. het groen (inclusief nu ook de opgaven m.b.t. water, klimaatadaptie en biodiversiteit), mobiliteit, het wonen en werken én de energie hét (algemene) perspectief voor de Regio geschetst, namelijk een: ‘Gezond leven in en stedelijk regio voor iedereen’, hetgeen dan weer in een ‘zevental perspectieven’ op meer thematische basis wordt uiteengezet. De gegeven perspectieven leiden dan weer tot integrale ruimtelijke keuzen die dan worden toegelicht op basis van een ‘achttal redeneerlijnen’. Vervolgens vindt dan een thematische verdieping t.a.v. de thema’s groen en landschap, mobiliteit (met dus o.a. het ‘wiel met spaken’), wonen en werken en energie plaats, alvorens een nadere uitwerking in een vijftal deelgebieden plaatsvindt. Dat alles wordt dan op basis van een aantal (globale) schetsen per laag en ook een integrale: ‘Perspectiefkaart’ in beeld gebracht (zie dus ook het: ‘IRP’, ‘Perspectievenkaart Regio Utrecht in 2040’, pag. 28-29 en ook 100-101). Tenslotte vindt dus een uiteenzetting van de uitvoering plaats, inclusief wat dan als een ‘Adaptief ontwikkelpad’ wordt aangeduid; 16. Laat voorop wordt gesteld dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. verheugd is dat nu alsnog in het ‘Concept-IRP’ t.o.v. de eerdere: ‘Contour-REP’ en zeker t.o.v.

de: ‘Koers’ aan groen en landschap, dus wat dan als de ‘Trots van Utrecht’ wordt aangeduid, zo’n hoge prioriteit, zo niet de hoogste prioriteit, wordt gegeven, dat niet alleen in algemene zin, maar ook in voorwaardelijke zin t.a.v. voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen (zie dus ook het ‘Concept-IRP’, ‘Redeneerlijn 1: ‘De Utrechtse Trots als basis’, pag. 39); 17. Die prioritering voor groen en landschap, hoe mooi ook, neemt evenwel niet weg dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. bij de overeenkomstig het: ‘Concept-IRP’ voorgestane sterke groei van de regio Utrecht tot een Metropoolregio - waarbij het dan niet alleen om het aantal inwoners en dus ook extra woningen gaat, maar ook om de economische groei, zoals m.b.t. de groei van het aantal arbeidsplaatsen, met dus ook weer verdergaande gevolgen voor diezelfde woningmarkt en naar verwachting ook de mobiliteit - dus wel (zeer) kritische kanttekeningen plaatst. Zoals iedereen die in de Regio Utrecht woont en werkt bekend is, staan de ruimtelijke kwaliteiten in de Regio al decennia onder een grote druk, dat ook na eerdere grote uitbreidingen in met name de jaren zestig en zeventig, de jaren negentig (met diverse zogenaamde VINEX-locaties) 3 en dan nu weer een nieuwe golf. De kernvraag is o.i.

gewoon of je die sterke groei in de regio wel moet willen en in die zin dus ook accommoderen, dus in kwantitatieve zin, dat ook aangezien deze o.i. toch uiteindelijk vrijwel altijd ten koste zal gaan van de kwaliteiten van de regio, dus wat dan in het IRP als de ‘Utrechtse trots’ wordt aangeduid (zie in deze dus o.a. ook de diverse: ‘Staat-en van Utrecht’); 18. Als je dan het: ‘Beoordelingskader’ ziet, ook al liggen daar dan m.b.t. het bepalen van de eventuele effecten met name kwalitatieve inschattingen op basis van ‘expert-judgement’ aan te grondslag, dan zou de Regio daar op vrijwel alle punten naar verwachting beter op worden, ook al zijn m.b.t. een aantal subdoelen de inschattingen nog onzeker aangezien bijvoorbeeld een nadere uitwerking nog ontbreekt. Dat geldt dan bijvoorbeeld m.b.t. het subdoel: ‘Het bevorderen van een gezonde leefomgeving’ (zie in deze dus ook het: ‘Beoordelingskader IRP’, Hoofdstuk 3.1: ‘Bevorderen van een gezonde, duurzame en energieke regio’ en dan onder het hoofdje: ‘Bevorderen gezonde leefomgeving’, pag. 9/10), maar bijvoorbeeld ook m.b.t. het subdoel ‘Behouden versterken van de intrinsieke 3

Zie in deze overigens o.a. het rapport: ‘Ecologische toetsing stedenbouwkundige modellen Regio Utrecht (Bureau Waardenburg, 1990)’.

5 natuurwaarden’, waarbij (enerzijds) wordt aangegeven dat de effectieve invloed op biodiversiteit ongewis is, maar (anderzijds) dat men al met al (toch) een licht positief effect verwacht (zie dus ook het: ‘Beoordelingskader IRP’, Hoofdstuk 3.4: ‘Ruimtelijke kwaliteit verhogen’ en dan onder het hoofdje: ‘Behouden versterken van intrinsieke natuurwaarden’, pag. 17/18). Nu hangt een dergelijk toetsing allereerst af van welke toetsingcriteria wordt uitgegaan, maar anderzijds is het o.i. gewoon zo dat kennelijk van veel veronderstellingen wordt uitgegaan, waarbij de uiteindelijke effecten vooralsnog alleen inschattingen zijn; 19. Nu is dus in het kader van de: ‘POVI’ (wel) een: ‘Plan-MER’ (inclusief ook zogenaamde: ‘botsproeven’) uitgevoerd en daarbij komt men toch o.i. tot een iets andere inschatting van de effecten van alle ruimtelijke ontwikkelingen dan op basis van het: ‘Beoordelingskader’ zoals dat in het kader van het voorliggende IRP is toegepast, namelijk dat er van gegeven ruimtelijke ontwikkelingen wel degelijk een negatief effect op met name de Utrechtse Landschappen zal uitgaan (zie in deze dus ook onderstaande fig.: ‘Effecten ontwikkelingen op thema ‘Levend landschap, Erfgoed en Cultuur (uit ‘Plan-MER POVI’, Hoofdstuk 4.6)). Dat terwijl deze dus al onder een grote druk staan; Thema

Indicator

Huidig

Autonoom

Levend landschap, erfgoed en cultuur

Utrechtse landschappen

Neutraal

Negatief

Cultuurhistorie

Neutraal

Neutraal

Archeologie

Neutraal

Neutraal

Aardkundige waarden

Neutraal

Neutraal

Invloed omgevingsvisie (per saldo)

Tabel.: Effecten ontwikkelingen op thema ‘Levend landschap, Erfgoed en Cultuur (uit: ‘Plan-MER POVI’, Hoofdstuk 4.6) 20. Natuurlijk men probeert een en ander te ondervangen door wat dan als: ‘Groen groeit mee’ wordt aangeduid, dat als opvolger van het eerdere: ‘Ringpark-concept’ 4, hetgeen op zich als men er dan voor kiest om de bevolking en werkgelegenheid sterk te willen laten groeien natuurlijk mooi is. Een dergelijke voorwaarde, voor zover dus al hard (denk aan o.a. de financiën), neemt o.i. evenwel niet weg dat door de bouw van die minimaal 124.100 en maximaal 147.500 (inclusief kennelijk 30 % overprogrammering) extra woningen 5 én ook 80.000 extra arbeidsplaatsen, zij het dat dus kennelijk ook al met de bouw van 167.265 extra woningen 6 rekening wordt gehouden, hoe dan ook de druk op de regio als geheel sterk zal toenemen.

4

Zie in deze ook het: ‘Ringpark Magazine’. Zie dus ook de betreffende getallen in het ‘IRP’ op pag. 21. 6 Zie dus ook het betreffende getal in het ‘IRP’ op pag. 156. 5

6 Weliswaar is het dan het voornemen het grootste gedeelte van die woningen en ook arbeidsplaatsen te situeren rondom zogenaamde ‘Metropoolpoorten’ en ook ‘Regiopoorten’, dat dus vanwege de relatie met het ‘Wiel met spaken’, hetgeen op zich vanuit duurzaamheid voor de hand ligt, namelijk vanwege goede bereikbaarheid (H)OV (zie ook de zogenaamde: ‘Ladder van verdaas’), maar door de grote aantallen zal daar hoe dan ook o.i. grote effecten vanuit gaan. Is het niet door het ruimtegebruik ter plaatse van die poorten zelf, dan wel door de toename die daarvan via het zogenaamde ‘roltrapmodel’ (op termijn) op de woningbehoefte van omliggende gemeenten zal uitgaan (zie voor een nadere uiteenzetting ook hieronder onder aandachtspunt 22), evenals op de mobiliteit (in brede zin) en ook de recreatieve druk. Daarbij komt dan ook nog bij hoe slim men bepaalde functies ook wil combineren, hetgeen ook een mooi streven is, dat ook daarbij toch geldt, wil men tenminste ook echt kwaliteit realiseren, dat ook dan ‘niet alles overal kan’ 7; 21. Meer in algemene zin kan hier nog de kanttekening bij worden geplaatst dat overeenkomstig de diverse rapporten van het NIDI/CBS de scenario’s voor de toekomstige groei van bevolking toch onzeker zijn (zie in deze o.a.

het rapport: ‘Bevolking 2050 in beeld (NIDI et al, 2020)’), evenals hoe de samenleving zich ook na ervaringen met COVID verder zal ontwikkelen, zodat het wellicht ook in die zin goed was geweest, voor zover men de groei dus al wil accommoderen dat dan met diverse ‘scenario’s’ was gewerkt, dus toch grotere bandbreedtes dan nu aangehouden, inclusief ook met een heldere prioritering/planning. Natuurlijk men heeft op het einde van IRP met bepaalde onzekerheden rekening gehouden, dat door uit te gaan van wat dan een: ‘Adaptief ontwikkelpad’ wordt genoemd, maar in de praktijk is het de ervaring, dat als je eenmaal koers hebt gezet in de richting van een maximaal ontwikkelmodel dat dan een latere bijsturing lastig, zo niet onmogelijk is. Vele ontwikkelingen zijn dan feitelijk in gang zijn gezet, inclusief een bepaalde grondspeculatie, die dan nog lang een bepaalde schaduw vooruit zullen (kunnen) werpen; 22. Dan is op zich dus wel een inschatting van de woningbehoefte van de Regio gemaakt, dat kennelijk op basis van de zogenaamde PRIMOS-prognoses, die ook door Companen zijn gebruikt voor kwalitatieve woninganalyse (zie dus ook het rapport: ‘Kwalitatieve woningmarktanalyse U-16 gemeenten (Companen, 2020)’). Bij die PRIMOS-prognoses gaat men allereerst evenwel vaak ook uit van de gegeven plancapaciteit, dus t.o.v.

het zogenaamde ‘migratie saldo nul’ komen daar altijd hogere aantallen m.b.t. de woningbehoefte uit. Duidelijk is dus wel ook dat er binnen de Utrechtse Regio wel degelijk ook sprake is van een aanzienlijke binnenlandse en buitenlandse migratie, die dan mede samenhangt met de druk op de Randstad als geheel 8. Wat evenwel met name ook opvalt dat in het: ‘Concept-IRP’, ook al zou men dus groei willen faciliteren, er o.i. toch van de bouw van veel hogere aantallen extra woningen wordt uitgegaan dan zoals deze uit gegeven PRIMOS-prognoses naar voren komen. Zo zou er dan volgens die PRIMOS-prognoses (2020) tot 2040 van een woningtekort 7

Zie in deze dus o.a. ook het eindrapport van de zogenaamde Commissie Remkes m.b.t. stikstofproblematiek: ‘Niet alles kan overal (Commissie Remkes, 2020)’ en bijvoorbeeld ook het rapport: ‘Kiezen en delen - Advies van de Studiegroep Ruimtelijke inrichting landelijk gebied (ABDTOPConsult, 2021)’. 8 Zie in deze o.a. het rapport: ‘Wonen in de provincie Utrecht - Knelpunten, veranderrichtingen en knelpunten (STEC-groep, 2017) en met name ook het rapport: ‘Woningvraag Regio Utrecht – Kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte 2040 (Stec-groep, 2020)’. Met name uit dat laatste rapport komt dan naar voren dat het aandeel van de binnenlandse en buitenlandse migratie in de loop van het afgelopen decennium in de Regio Utrecht is toegenomen tot iets meer dan 50%.

7 sprake zijn van 96.300 woningen (zie dus ook het rapport: ‘Woningvraag Regio Utrecht Kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte 2040 (Stec-groep, 2020)’, ‘Tabel 10: ‘Confrontatie U16 woningvraag en plancapaciteit totaal’, pag. 17) 9, terwijl men dus in het: ‘Concept-IRP’ voor betreffende periode uitgaat van 124.100 extra woningen, inclusief planuitval van 147.500 woningen (zie in deze dus ook het: ‘Concept-IRP’, de gegeven getallen op pag. 21). Tenzij de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. de betreffende cijfers dus op een verkeerde wijze interpreteert. Verder is ook duidelijk dat alhoewel de bouw van woningen en kantoren, etc., dan voornamelijk rondom ‘Metropoolpoorten’ en ook ‘Regionale poorten’ is geprojecteerd daarvan toch ook op basis van wat dan als het zogenaamde ‘roltrapmodel’ wordt aangeduid een bepaalde druk vanuit de stad Utrecht op de omliggende in het groen gelegen gemeenten zal uitgaan, zowel wat betreft de woningbehoefte (zie in deze dus ook onderstaande fig.: ‘Illustratie roltrapmodel (uit het rapport: ‘Kwalitatieve woningmarktanalyse U-16 (Companen, 2020)’), als dus ook de mobiliteit en ook de recreatieve druk;

Fig.: ‘Illustratie roltrapmodel (uit het rapport: ‘Kwalitatieve woningmarktanalyse U-16 (Companen, 2020)’ 23. Hoe dat ook zij, de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zet zich in voor een duurzame ontwikkeling in het algemeen en dus ook van de Regio Utrecht, inclusief ook de gemeente Zeist. Ook in haar eerdere reacties op o.a. de: ‘Contour-REP’ heeft de Stichting daarbij o.a. verwezen naar de kansen die in die zin het zogenaamde model van de: ‘Doughnut Economics (Kate Raworth, 2016)’ biedt en waarna ook in een motie van de gemeente Utrecht in haar reactie op het: ‘Beoordelingskader’ wordt verwezen. 9

Een en ander geldt dus o.i. in vergelijkbare zin als we het deelrapport: ‘Locatieonderzoek woningbouw Regio Utrecht - De opgave (SITE Urban Development, 2018)’ er op na slaan en waarbij de cijfers uit van de PRIMOSprognoses uit 2017 als basis heeft gebruikt en waarbij men uiteindelijk op 90.000 woningen en inclusief sloop 104.00 woningen voor 2040 uitkwam (zie dus ook het: ‘Locatieonderzoek woningbouw Regio Utrecht - De opgave (SITE Urban Development, 2018), het kader op pag. 11).

8 Overeenkomstig dat model wordt dus enerzijds rekening gehouden met de grenzen die de aarde aan ontwikkelingen stelt en anderzijds met de minimale basisbehoeften van de mens (zie in deze dus ook onderstaande fig.: ‘Doughnut economics (naar K. Raworth, 2016)’, dus met wat als de ‘inclusieve samenleving’ wordt aangeduid. Door de stad Amsterdam is dit model inmiddels omarmt 10, dus het zou mooi zijn als de Regio Utrecht haar in die zin alsnog zou volgen.

Fig.: ‘Doughnut economics (naar K. Raworth, 2016)’ Voor zover dan het model van de: ‘Doughnut economics’ niet direct wordt overgenomen, zou het dan het dus mooi zijn als in ieder geval wat dan als: ‘Brede welvaart’ wordt aangeduid in de Regio centraal zou komen te staan, dat dus op basis SDG’s van UN (vergelijk in deze dus o.a. ook de: ‘NOVI’), inclusief dus wel ook de bijzondere aandacht voor de biodiversiteit; 24. Dan dus wel mooi dat wat betreft (het thema) groen/natuur/biodiversiteit er behalve aandacht voor het in algemene zin versterken van het natuurnetwerk er ook bijzondere aandacht is voor ‘landschapsinclusief ontwikkelen/ontwerpen’ 11 en ook ‘natuur/groeninclusief bouwen’ 12 (zie in deze dus het ‘IRP’, Hoofdstuk 2.2: ‘Acht redeneerlijnen die leiden tot ruimtelijke keuzen’ en dan met name onder ‘Redeneerlijn 1: ‘De Utrechtse trots als basis’, pag. 39). Wel is het o.i. zo dat bepaalde aspecten nog wel verder nader zouden moeten worden uitgewerkt, ook al ligt er met de diverse rapporten zoals deze m.b.t. Pijler 5: ‘Groen en landschap’ zijn opgesteld natuurlijk wel in die zin een goede basis. Zo zou het mooi zijn als bijvoorbeeld t.a.v. de te bereiken natuurwaarden ook duidelijke (streef)doelen zou worden aangegeven, dat dus als een soort van ’Meetlat’ (vergelijk ook het initiatief van de Vogelbescherming m.b.t.

het weer bereiken van een: ‘Basiskwaliteit Natuur’ in Nederland 13), evenals men ook echt zou kiezen voor wat dan als: ‘Nature base solutions (Nbs)’ wordt aangeduid (zie o.a. ook de publicatie: ‘Een natuurlijkere toekomst voor Nederland in 2021 (WUR, 2020)’, het: ‘Handvest Nederland 10

Zie dus ook het rapport: ‘The Amsterdam City Doughnut – A Tool for transformative Action (Amsterdam, 2020)’. 11 Zie o.a. het rapport: ‘Zorg voor landschap - Naar een landschapsinclusief omgevingsbeleid (PBL, 2019)’ 12 Zie in deze ook het: ‘Manifest natuurinclusief bouwen’. 13 Zie in deze ook het: ‘Manifest Basiskwaliteit Natuur’.

9 Natuurinclusief (IPO, 2021)’, evenals ook de betreffende motie van Bunnik m.b.t.: ‘Contour-REP’). Daarnaast zou o.i., zoals eigenlijk ook in de zienswijze van de gemeente Zeist aangegeven, ook het belang van ‘landschapsinclusief ontwerpen’ en ook ‘natuurinclusief bouwen’ nog wel sterker kunnen worden benadrukt, door ook deze aspecten nader uit te werken, bijvoorbeeld in een: ‘Handreiking landschaps- en natuurinclusief ontwerpen’ en wat betreft: ‘Natuurinclusief bouwen’ bijvoorbeeld ook m.b.t. aanbestedingen met een puntensysteem te gaan werken (vergelijk ook de puntensystemen dat in die zin reeds door de gemeenten Den Haag, Groningen, Arnhem en Ede worden toegepast); 25. Juist vanuit het rekening houden met die groene waarden, dus de totale balans, dat dus met name ook vanuit het perspectief van een duurzame ontwikkeling van de Regio als geheel, is het dan toch voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. de kernvraag, zoals ook hiervoor al aangegeven, of je dan alle groei wel moet willen accommoderen, of juist wat betreft de werkgelegenheid en ook het wonen deze beter te spreiden over het gehele land, dat dan op basis van het principe van de ‘gebundelde deconcentratie’, ook daarbij uiteraard rekening houdend met aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie en ook de leefomgeving 14; 26. Dan wordt dus aangegeven dat veel nog een nadere uitwerking verdient, dat o.a.

in het kader van de nog vast te stellen: ‘Regionale programmering’ en ook: ‘Groen groeit mee’, waarbij wat betreft dat laatste overigens nog geen gelden beschikbaar zijn. Maar dan zou het toch goed zijn, voor zover de gemeenten dan instemmen met de nu aangegeven programmering van extra aantallen woningen, arbeidsplaatsen, etc., dat een aantal punten zoals nu in het ‘zevental perspectieven’, ‘achttal redeneerlijnen, etc., worden aangegeven dus veel harder in voorwaardelijke zin zouden moeten worden geformuleerd, dus op basis duidelijke ‘Meetlatten’, zoals die m.b.t. de biodiversiteit, maar ook m.b.t. een integrale ruimtelijke ontwikkeling in het algemeen, zoals bijvoorbeeld op basis van de ‘bar-codes’ die Utrecht t.a.v. stedelijke ontwikkelingen in het kader van haar ‘RSU 2040’ heeft aangegeven 15, dat dus naast harde grenzen/contouren waar al dan niet bepaalde ontwikkelingen kunnen plaatsvinden (vergelijk dus ook de: ‘POVI’). Anders bestaat er toch een grote kans dat we straks met name wat betreft de te bereiken kwaliteiten, inclusief die van de natuur, het landschap en ook de cultuurhistorie en de leefomgeving, toch (wederom) achter heel veel feiten aan gaan lopen (zie dus wederom diverse: ‘Staat-en van Utrecht’); 27. Feitelijk ontbreekt in die zin o.i. toch een echt integraal (en zorgvuldig) ‘Afwegingskader’ m.b.t.

waarden en leefomgevingskwaliteiten, dat dan op basis van de zogenaamde: ‘lagenbenadering’, evenals een echte: ‘Plan-MER’, inclusief een: ‘Passende beoordeling’ m.b.t. met name de effecten van stikstof op Natura 2000-gebieden, zij het wat betreft de: ‘Plan-MER’ daar dan, zoals ook hiervoor onder het hoofdje: ‘Planproces’ al aangegeven, ook op basis van het: ‘Regionaal programmeren’ in het kader van de ‘POVI’ zal worden voorzien; 28. Juist in die zin is het dus ook van belang dat voortdurend van een goede ‘monitoring’ en ook ‘evaluatie’ sprake is, dat dus ook met een eenduidig toetsingskader, zoals bijvoorbeeld dat van het: ‘Rad van de leefomgeving’ (vergelijk dus o.a. ook de: ‘PlanMER’ in kader NOVI);

14

Zie bijvoorbeeld dus ook recente aanbod noordelijke provincies voor bouw van 210.000 extra woningen. 15 Maar zie dus mogelijk ook de in het vooruitzicht gestelde Handreiking vitaliteit met kwaliteit’ en ook de: ‘Handreiking maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen’ m.b.t. gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen.

10 Specifieke aspecten 29. Hierbij zal nog bij aantal specifieke aspecten worden stilgestaan, die dan o.i. met name voor de gemeente Zeist relevant moeten worden geacht. Dat dan mede ook op basis van hetgeen dan thans in die zin in de: ‘Zienswijze Concept-IRP’ van de gemeente Zeist wordt voorgesteld. Dat zal dan zowel tegelijkertijd themagewijs, als gebiedsgericht worden gedaan; Koepelthema: Gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen 30. Zoals ook hiervoor onder het hoofdje: ‘Algemeen’ al aangegeven is het voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dus nog maar de grote vraag of gezien het woningbouwprogramma (tussen de 124.100 en 147.500/167.265 extra woningen) en ook aan het aantal extra arbeidsplaatsen (80.000) dat men wil realiseren, men dit doel, dus een: ‘Gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen’, uiteindelijk wel kan halen. Dat hangt er dan met name ook mee samen dat t.a.v. dit overkoepelende thema en dan m.b.t. bepaalde o.i. in die zin wel degelijk wezenlijke aspecten in het: ‘Beoordelingskader’ een nadere uitwerking en dus ook beoordeling feitelijk gewoon nog ontbreekt (zie in deze dus met name ook het: ‘Beoordelingskader IRP’, Hoofdstuk 3.1: ‘Bevorderen van een gezonde, duurzame en energieke regio’ en dan bijvoorbeeld onder het hoofdje: ‘Bevorderen gezonde leefomgeving’, pag. 9/10), zodat eigenlijk wat dat betreft geen goede afweging mogelijk is; 31.

Verder zou het o.i. hierbij dus niet alleen moeten gaan om de mens, maar ook over het leven van binnen de provincie Utrecht voorkomende planten en dieren 16, waaraan toch ook een intrinsieke waarde kan worden toegekend (zie in deze dus o.a. ook de: ‘Biodiversiteitsvisie (Zeist, 2021)’). Weliswaar wordt dat in het: ‘Beoordelingskader’ dus wel ook meegenomen onder het hoofddoel; ‘Ruimtelijke kwaliteit verhogen’ en dan onder het subdoel: ‘Behouden versterken van intrinsieke natuurwaarden’ (zie dus ook het: ‘Beoordelingskader IRP’, Hoofdstuk 3.4: ‘Ruimtelijke kwaliteit verhogen’ en dan onder het hoofdje: ‘Behouden versterken van intrinsieke natuurwaarden’, pag. 17/18), maar zoals uit het voorgaande duidelijk zal dient vanuit de zogenaamde ‘lagenbenadering’ en juist ook het respect voor die intrinsieke waarden van de natuur, o.i. nu juist hieraan bij de toetsing een veel groter gewicht te worden toegekend; 32. Ook moet nu juist ook de natuur van belang worden geacht voor tal van wat dan als ‘ecosysteemdiensten’ wordt aangeduid, dus als het: ‘Natuurlijk kapitaal’, dus eveneens in die zin van belang om daar extra zorgvuldig mee om te gaan (zie in deze dus ook de website: ‘www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl); 33.

Gezien het gestelde zou het dus goed zijn, dat bij toekomstige ontwikkelingen dus alsnog in het IRP (en dus eigenlijk ook het ‘Beoordelingskader’) (nog) beter wordt gewaarborgd dat (nog) zorgvuldiger met (bepaalde) kwaliteiten, zoals leefomgevingskwaliteiten (denk dus aan o.a. de luchtkwaliteit en ook de geluidsbelasting), evenals dus ook waarden, zoals die van natuur, landschap en cultuurhistorie, rekening wordt gehouden, dus door daar met name bij de te maken afwegingen ook echt een hogere prioriteit aan te geven. Feitelijk wordt door de gemeente Zeist daartoe in haar: ‘Zienswijze Zeist Concept-IRP’ ook een bepaalde aanzet toe te gegeven in de zin dat zij aangeeft dat wordt gewaarborgd dat het IRP ook echt voor alle inwoners bijdraagt aan het goede leven, zij het mogelijk via een eventuele compensatie. Wel is het zo dat de Stichting het daarbij 16

Zie in deze dus o.a. ook het: ‘Manifest Tijd voor Biodiversiteit - Een leefbare wereld is een kwestie van kiezen (JongerenxNaturalis, 2021)’.

11 dan niet zozeer in eerste instantie zoals voorgesteld in compensatie zou zoeken, maar dus eerder in het maken van duidelijk keuzen, dus in die zin nu ook echt te kiezen voor een duurzaam (en dus groen) toekomstperspectief voor de Regio Utrecht 17. Juist ook gezien de binnen de provincie Utrecht aanwezige kwaliteiten en daarmede samenhangende waarden en dan in het bijzonder ook binnen de Regio Utrecht kan o.i. immers gewoon niet alles (overal); 34. Meer in het bijzonder zou het dus goed zijn als in het IRP dus ook de per gebiedstype te bereiken omgevingswaarden/-kwaliteiten, dus zowel die met betrekking tot de natuur, als ook m.b.t. bepaalde milieukwaliteiten (sec), zoals die m.b.t. geluid en ook de luchtkwaliteit 18, zouden worden aangegeven, daarbij uitgaande van de advieswaarden van de WHO (zie wat betreft de mogelijkheden die er in die zin zijn dus ook het rapport: ‘Leidraad duurzame gebiedsontwikkeling - Vernieuwd instrumentarium leefbaarheid/duurzaamheid in ruimtelijke plannen (provincie Utrecht, 2015)’); Groen en landschap 35. Dus op zich fantastisch dat aan het thema groen en landschap nu mede door de inbreng vanuit diverse gemeenteraden bijzondere aandacht wordt gegeven, zowel in het IRP zelf, als met name ook in de achterliggende basisdocumenten, waar een en ander meer in detail is aangegeven (zie dus ook het drietal onderzoeksrapporten m.b.t.

het thema/de Pijler Groen en Landschap). In die zin wil men dus ook echt aan het: ‘Natuurnetwerk’ zoals dat binnen de regio voorkomt, evenals het landschap en ook cultuurhistorie een kwaliteitsimpuls geven, dat o.a. door een uitbreiding van het NP(U)H, maar ook door de aanleg van een aantal meer robuuste ecologische verbindingen tussen de Heuvelrug en de Lek. Dat dus naast tal van andere maatregelen, zoals aanleg van een zevental natuurkernen (van 30 ha), extra ecologische verbindingen en ook (bijbehorende) ecopassages, al dan niet samen met bepaalde recreatieve verbindingen, zoals langs diverse rivieren die binnen de Regio voorkomen. Ook hierbij is het natuurlijk wel altijd ook van belang te bezien hoe dat dan allemaal samen goed te doen, dat dan mede afhankelijk van de eisen die bepaalde doelsoorten aan een bepaalde ecologische verbinding stellen en in welke mate deze voor een bepaalde verstoring (zoals dus o.a. m.b.t. recreatie) gevoelig zijn; 36. Wel dus ook goed als er toch ook aandacht voor binnen de Regio voorkomende ‘aardkundige waarden’ was geweest, dat eveneens vanuit de ‘lagenbenadering’, zoals dus voor het initiatief van het: ‘Geopark Heuvelrug, Gooi en Vecht i.o.’, juist ook gezien bijzondere ligging van de Regio op overgang diverse landschappen 19; 37. Verder wil de Stichting Milieuzorg Zeist e.o.

hierbij nog wel ook de bijzondere aandacht vragen voor de nadere uitwerking zoals deze m.b.t. het ‘natuurnetwerk’ heeft plaatsgevonden (zie in deze ook in het rapport: ‘Verdieping groene routes en scheggen/landschap van toekomst/landbouwkerngebied (BVR, 2019)’ én ook rapport: ‘U16 Ruimtelijke opgave Groen en Landschap 2020-2040 (BVR, 2020)’) en dan met name ook voor de grotere robuustere ecologische verbindingen die daarbij van belang moeten worden geacht, zoals die tussen de Heuvelrug en de Veluwe, dus het: 17

Zie in deze dus ook de enquête zoals deze door de provincie Utrecht in het kader van de POVI is gehouden en waarbij bij de respondenten aan de natuur veruit de hoogte prioriteit werd gegeven, namelijk 63.8 %, en daarna aan duurzaamheid met 35.1 %. 18 Zie in deze dus o.a. ook het zogenaamde: ‘Schone Lucht Akkoord’. 19 Zie in deze ook de diverse publicaties die inmiddels in het kadar van het: ‘Geopark Heuvelrug, Gooi en Vecht i.o.’ zijn verschenen, zoals over het Vechtplassengebied en het Kromme Rijngebied, naast ook diverse Ontdekkaarten.

12 ‘Valleilint’, en ook die door het Groene hart, dus de verbinding die ook wel in het verleden als de: ‘Groene Ruggengraat’ werd aangeduid. Robuuste ecologische verbindingen die o.i. essentieel moeten worden geacht om het gehele natuurnetwerk binnen de provincie Utrecht adequaat te kunnen laten functioneren, dat ook met oog op klimaatverandering. Op zich staan gegeven verbindingen ook op diverse kaarten, alsmede wordt daar met name wat betreft de: ’Groene Ruggengraat’ ook in het IRP en dan in het bijzonder ook in het document: ‘U16 Ruimtelijke opgave Groen en Landschap 2020-2040 (BVR, 2020)’ bijzondere aandacht aan gegeven (met dus o.a. aandacht voor de: ‘Blauwe krans Stelling van Amsterdam’), maar dat geldt dus niet voor het: ‘Valleilint’, aangezien dat buiten de Regio is gelegen, maar daardoor o.i. niet minder belangrijk moet worden geacht (zie overigens wel ook de motie die m.b.t. het: ‘Valleilint’ bij de behandeling van de: ‘POVI’ door de Staten van Utrecht is aangenomen); 38. In ieder geval op zich dus weer wel goed in de: ‘Zienswijze Zeist Concept-IRP’ te lezen dat zij daarbij bijzondere aandacht vraagt voor de daadwerkelijke realisatie van een ‘aaneengesloten en robuuste natuurcorridor van Groenekan tot en met tenminste Odijk (bij deelgebied Kromme Rijnvallei)’, hetgeen de Stichting Milieuzorg Zeist e.o.

uiteraard van harte ondersteund (zie wat betreft de betreffende natuurcorridor dus ook Bijlage 1: ‘Folder Natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2020)’); 39. Wat overigens ook in de diverse kaartbeelden behorende bij het rapport: ‘U16 Ruimtelijke opgave Groen en Landschap 2020-2040 (BVR, 2020)’ dan weer wel opvalt is dat men daarbij kennelijk ook de al eerder door met name de provincie Utrecht beoogde aanleg van een fietspad tussen het USP- Zeist-West via de Lage grond reeds heeft ingetekend. Een dergelijk fietspad zal o.i. evenwel tot een onaanvaardbare aantasting van aanwezige waarden leiden, inclusief dus ook de hier aanwezige natuurcorridor/ecologische verbinding tussen het Vechtplassengebied en het Kromme Rijngebied (zie in deze dus ook Bijlage 1: ‘Folder Natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2020)’), terwijl er daarvoor wel degelijk een goed alternatief aanwezig is, namelijk door de bestaande route over de Bisschopsweg te verbeteren, ook daarbij uiteraard rekening houdend met aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie (vergelijk dus ook het principe van: ‘natuurinclusief ontwerpen’); 40.

Verder wordt nu gelukkig ook standaard bij alle deelgebieden aangegeven, dat er bij alle opgaven bijzondere aandacht dient te zijn voor zowel het integreren van water, de klimaatopgave en ook biodiversiteit, maar het zou dus wel goed zijn, zoals hiervoor ook al in algemene zin m.b.t. het thema groen/natuur/biodiversiteit aangegeven, als er m.b.t. betreffende thema’s nog een nadere uitwerking van plaatsvindt, dus nog even los van de (meer) algemene inzet op groen (inclusief biodiversiteit) die daartoe in het diverse rapporten m.b.t. groen en landschap wordt aangegeven. Wat betreft ‘water’ is het dan natuurlijk aan de orde dat als er inderdaad zoveel bewoners bij komen wat dat dan o.a. voor drinkwatervoorziening betekent. Dat dan ook weer in relatie tot de grondwateronttrekking t.b.v. drinkwater met dus mogelijk ook weer gevolgen voor de natuur. Juist in die zin ligt er dus o.i. ook een opgave om nu juist tot een algeheel herstel van de grondwaterbalansen tussen de Heuvelrug en omringende lager gelegen gebieden te komen, waaronder het Kromme Rijngebied, met dus ook positieve effecten op de kwel en dus aldaar aanwezige natuurwaarden (zie in deze dus ook de zogenaamde: ‘Blauwe Agenda’ vanuit het NPUH). Ook liggen er in veel gebieden nog wel degelijk ook opgaven m.b.t. het verbeteren van waterkwaliteit, zoals in het kader

13 van de ‘Kader Richtlijn Water (KRW)’, dus goed te bezien waar in die zin nog bepaalde opgaven liggen en deze ook meteen mee te nemen bij toekomstige ontwikkelingen. Wat betreft ‘klimaatadaptie’ ligt er dan natuurlijk wel ook al de: ‘Regionale Adaptiestrategie Utrecht Zuid-West (RAS) (Netwerk Water & Klimaat, 2020)’ waarna dan eveneens als inspiratie zou kunnen worden verwezen. Verder zou wat betreft ‘biodiversiteit’, zoals ook als hiervoor in algemene zin aangegeven, dus ook nog per relevant: ‘Landschapstype’ een: ‘Basiskwaliteit natuur’ kunnen worden aangegeven, dat op basis voor een bepaalde landschapstypen relevante soorten of zo men wil icoonsoorten (zie in deze dus o.a. ook de: ‘Natuurvisie Een plus op het Natuurbeleid 1.0 (Provincie Utrecht, 2016)’ en dan het: ‘Supplement biodiversiteit’). Ook zou het goed zijn, voor zover het om het daadwerkelijk bereiken van een bepaalde natuurkwaliteit gaat dat de in het document: ‘U16 Ruimtelijke opgave Groen en Landschap 2020-2040 (BVR, 2020)’ aangegeven opgaven nog wel worden doorvertaald in bijbehorende natuurdoeltypen (en dus ook daarbij dan weer behorende ‘doelsoorten’), evenals bijkomend beheer teneinde deze duurzaam in stand te kunnen houden, uiteraard voor zover niet wordt gekozen voor ‘wildernisnatuur’, dus uitgaande van ‘zelfregulatie’; 41. Onder dit thema is er dan tevens o.a.

de aandacht voor de zogenaamde: ‘Waterliniescheg’, die dat ook weer met de Kromme Rijnvallei/het Kromme Rijngebied is verbonden. In dat verband wordt dus o.a. aandacht aan de: ‘Voordorpse Polder’ gegeven (zie in deze dus ook het: ‘Concept-IRP’, pag. 74), waaraan men dus mogelijk ook een recreatieve functie wil geven (zie in deze overigens ook de mogelijke ruimtelijke reservering die met name wat betreft de: ‘Voorveldse polder’ in de: ‘RSU 2040’ is opgenomen). Nu loopt er nu juist ook en waar dus door de gemeente Zeist ook in haar zienswijze dus bijzondere aandacht voor wordt gevraagd ten zuiden van zowel de gemeenten Zeist en ook De Bilt een belangrijke natuurcorridor/ecologische verbinding tussen het Vechtplassengebied en ook het Noorderpark (zie in deze dus wederom Bijlage 1: ‘Folder natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2020)’). Ook loopt er net ten oosten van de stad Utrecht de NHW die dus op de nominatie staat om door de UNESCO tot Werelderfgoed te worden aangewezen. In die zin zou het goed zijn als bij eventuele toekomstige recreatieve (en andere) ontwikkelingen nadrukkelijk met de betreffende ecologische verbinding, evenals andere waarden (denk dus met name ook aan de NHW), rekening zou worden gehouden 20.

In ieder geval is er door de Werkgroep Sandwijck (en anderen) specifiek wat betreft de: ‘Waterliniescheg’ en dan voor de zone aan weerszijden van de A-28 reeds een nadere uitwerking gemaakt met ook een duidelijke recreatieve zonering (zie in deze dus ook Bijlage 2: ‘Folder Liniepark Rijnsweerd’); 42. Meer in het algemeen wordt het dus van belang geacht dat wil men rekening houden met bepaalde waarden dat ook wat betreft het recreatieve mede-gebruik dus van een goede recreatieve zonering sprake dient te zijn, eigenlijk overal, dus zowel op de Heuvelrug (zie in deze ook de: ‘Zoneringskaarten’ zoals deze door het Nationale Park Utrechtse Heuvelrug zijn opgesteld), ter plaatse van de Waterliniescheg (zie dus ook hiervoor onder het aandachtspunt 41), maar dus ook in de Krommerijnvallei/het Kromme Rijngebied;

20

Zie in deze overigens wel ook de diverse kaarten behorende bij het rapport: ‘U16 Ruimtelijke opgave Groen en Landschap 2020-2040 (BVR, 2020)’ en waarbij wel ook aan de hier voorkomende ecologische verbinding tussen het Vechtplassen en het Kromme Rijngebied aandacht is gegeven, zij het alleen zeer schematisch.

14 43. Meer in het bijzonder is er vanuit het verleden t.b.v. de o.i. nog noodzakelijk nadere uitwerkingen al heel veel informatie beschikbaar, evenals visies , dus goed daar dan in aanvullende zin ook gebruik van te maken, zoals die m.b.t. het: ‘LOP Kromme Rijngebied + (Brons & partners, 2009)’, etc., etc.; Teneinde bepaalde ambities te kunnen halen, zoals m.b.t. biodiversiteit, zou het dus ook goed zijn als ook naar de kansen die in die zin bijvoorbeeld het: ‘Deltaprogramma biodiversteitsherstel’ biedt ook echt binnen de Regio Utrecht op te pakken, bijvoorbeeld door bij de transitie naar een landbouw die circulair en ook natuurinclusief is in de diverse deelgebieden diverse ‘proeftuinen’ op te zetten, zoals dus o.a. in het Kromme Rijngebied. Verder moet wat betreft herstel biodiversiteit, zoals ook hiervoor reeds aangegeven, dus ook aan het herstel grondwaterbalansen op de Heuvelrug en daarmede dus ook de kwel in de lager gelegen gebieden een belangrijke betekenis worden toegekend, hetgeen meteen ook wat betreft de aanpak van droogte in het kader van de klimaatverandering van belang moet worden geacht, dus goed dat in die zin aansluiting met de: ‘Blauwe Agenda’ van het NPUH wordt gezocht; 44. Overigens is het, zoals ook hiervoor al in algemene zin reeds aangegeven, dus nog onduidelijk hoe dan de financiering van de ambities m.b.t.

groen/natuur en landschap zal plaatsvinden, die dus ook voorwaardelijk worden gesteld aan de overige ruimtelijke ontwikkelingen, hetgeen in die zin de aangegeven ambities dus wel meteen ook (wederom) onzeker maakt, ook al worden dan diverse fondsen en mogelijke opties aangegeven, zoals in het kader van het programma: ‘Groen groeit mee’. In ieder geval zou daarbij o.i. dus ook aan ‘bovenplanse verevening’ kunnen (en o.i. moeten) worden gedacht 21. Ook is natuurlijk een goede fasering van de aanleg van al het nieuwe groen van belang teneinde te voorkomen dat bestaande natuurgebieden niet nog verder worden overlopen door de extra toestroom van recreanten t.g.v. alle bouwplannen; 45. Al met al kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zich vinden in de m.b.t. het thema: ‘Groen en landschap’ door de gemeente gegeven zienswijze, zij het dat die op punten wellicht nog wel op hetgeen hiervoor naar voren is gebracht zou kunnen worden aangevuld/aangescherpt; Mobiliteit 46. Hierbij wordt dus wat betreft het HOV bijzondere aandacht aan de betekenis daarbij van het zogenaamde ‘Wiel met spaken’ gegeven. Wat betreft de gemeente Zeist gaat het dan met name ook het HOV USP-Zeist- Amersfoort langs de A-28 en kennelijk ook een nieuwe fietsroute tussen het USP en Zeist(-West) door de Lage grond (zie in deze dus met name ook het ‘IRP’, de kaart op pag.

48: ‘Mobiliteitsnetwerk 2040’ én ook de ‘Perspectiefkaart’, pag. 100-101); 47. Wat betreft het HOV USP- Zeist(-Noord)-Amersfoort hebben er dan in het kader van UNED al diverse onderzoeken door Arcadis plaatsgevonden (zie in deze dus o.a. ook het rapporten: ‘Doortrekken Uithoflijn naar Zeist en Amersfoort (Arcadis, 2020)’ en ook: ‘Studie naar HOV verbinding USP naar Mooi Zeist (Arcadis, 2020)’). Natuurlijk ook de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. is voor een transitie van automobiliteit naar gebruik van OV en de fiets, maar het kan o.i. dus niet zo zijn dat dat ten koste van bijzondere landschappen gaat, inclusief de hier liggende robuuste natuurcorridor/ecologische verbinding (zie wat betreft de betreffende ecologische verbinding dus wederom de betreffende Bijlage 1: ‘Folder natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2020)’). 21

Zie in deze dus ook diverse opties zoals die in die zin reeds in de: ‘Structuurvisie Zeist schrijf je met een Q’ worden aangegeven, zoals o.a. ‘bovenplanse verevening’.

15 Zo zal een tracévariant door de Lage Grond met grote effecten op hier aanwezige waarden gepaard gaan, evenals een grote barrière gaan vormen voor de hier aanwezige natuurcorridor/ecologische verbinding. Terwijl een tracévariant parallel aan A-28 met directe effecten op het landgoed Oostbroek gepaard zal gaan, evenals ook effecten zal hebben op het functioneren van het wildviaduct ‘De Wildsche Hoek’ onder de A-28 dat immers dan nog verder dient te worden verbreed, dat dus naast verbreding in het kader van de Ring Utrecht. Juist gezien die effecten zou o.i. dan ook, zoals overigens gelukkig ook de gemeente Zeist in haar reactie aangeeft, net als overigens de gemeente De Bilt, gewoon voor een tracé langs de Universiteitsweg en Utrechtseweg moeten worden gekozen, waar dus al vrijliggende busbanen aanwezig zijn, althans grotendeels. Verder zou het dus inderdaad goed zijn de keuze voor een tram of gelede bus af te laten hangen van een vervoerswaardestudie 22, evenals wat dit dan eventueel voor de rest van de OV-keten, dus het overige OV-net, betekent.

Dat overigens vooralsnog een rijksbijdrage van 2.1 miljard voor de Merwedelijn en Waterlinielijn uit het: ‘Nationale Groeifonds’ (vooralsnog) niet is gehonoreerd, dat vanwege gegeven onderbouwing in het MKBA en die dan (voor diverse) onderdelen negatief zou zijn 23, geeft dus wel aan hoe onzeker een en ander nog is en dat dan nog los van eventuele effecten op aanwezige waarden; 48. Over een eventuele (snel)fietsroute van het USP naar Zeist-West (en verder) via de Lage Grond is hiervoor onder het hoofdje: ‘Groen en landschap’ dus al het een en ander gezegd (zie dus ook hiervoor onder het aandachtspunt 39). Gezien de effecten op aanwezige waarden van natuur, inclusief de hier aanwezige robuuste natuurcorridor/ecologische verbinding tussen het Vechtplassengebied en het Kromme Rijngebied (zie dus wederom de betreffende Bijlage 1: ‘Folder Natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2020)’), evenals die van landschap en ook cultuurhistorie, waaronder aardkundige waarden, is de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dus al lange tijd een tegenstander van een nieuw fietspad door de Lage Grond, maar dus wel een voorstander van het verbeteren van de bestaande route langs de Bisschopsweg.

Ook daarbij uiteraard rekening houdend met aldaar aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie (vergelijk dus wederom het principe van: ‘natuurinclusief ontwerpen’) 24; 49. Verder speelt dan tevens mogelijk een bypass van de A-12 (in kader plannen U-NED) met dus mogelijk ook aanzienlijke effecten op het Kromme Rijngebied, ook al is dan voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. toch nog niet geheel duidelijk waar deze dan exact zal worden geprojecteerd (maar zie dus ook het: ‘Concept-IRP’, pag. 109). Duidelijk zal zijn dat niet alleen vanuit het oogpunt van duurzaamheid (zie in deze dus ook de ‘Ladder van Verdaas’), maar ook gezien de (te verwachten) effecten op aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. daar geen enkele voorstander van is; 22

Overigens gaat het bij bepalen effecten HOV natuurlijk niet alleen om de effecten op waarden zoals deze in de buitengebieden voorkomen, zoals op aldaar aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie, maar ook om de waarden die daarmede in de binnenstedelijke gebieden in het geding zijn, zoals in Zeist dus enerzijds op de binnenstedelijke buitenplaatsen van de Stichtse Lustwarande (SLW), maar ook de: ‘Ecologische Hoofdstructuur Zeist (EHZ)’. Zo moet bijvoorbeeld ook aan het groen aan weerszijden van o.a. De Dreef wel degelijk in (landschaps)ecologische zin een bepaalde betekenis worden toegekend. 23 Zie in deze dus ook het: ‘Rapport eerste beoordelingsrond (Adviescommissie Nationaal Groeifonds, 2021)’. 24 Zie in deze dus ook de reactie van de natuur- en milieuorganisaties op diverse onderzoekrapporten van de provincie Utrecht, d.d. 30 november 2017.

16

Wonen en werken 50. Wat betreft wonen wordt dan voor Zeist een extra opgave aangegeven m.b.t. de bouw van woningen voor Zeist-Noord en ook bij het Station Driebergen-Zeist, dat dus naast de vele (inbreidings)locaties die er nog zijn (met dus in totaal al zo’n 3.230 extra woningen 25). Voor Zeist-Noord zou het dan gaan om 0 (minimaal) tot 5.000 (maximaal) extra woningen, hetgeen dan mede samen zou hangen met de aanleg van de eerder al aangehaalde HOV USP-Zeist-Amersfoort (zie dus ook de: ‘Visie Utrecht-Nabij’). En voor het Stationsgebied Driebergen-Zeist om 500 (minimaal) en 1.500 (maximaal) extra woningen 26. Met name wat betreft die extra opgaven m.b.t. wonen voor Zeist is de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. - dat dus naast in algemene zin wat betreft de voorgenomen sterke groei van zowel het aantal woningen als het aantal arbeidsplaatsen voor de Regio Utrecht als geheel - dan zeer kritisch, dat ook gezien de waarden die daarmede in het geding 27; 51. Ook in Zeist-Noord komen wel degelijk bijzondere waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie voor, zoals i.r.t. het Sanatoriumbos en ook het landgoed Dijnselburg, evenals ligt er toch ook m.b.t. Huis ter Heide al een aanzienlijk bouwprogramma; 52.

Wat betreft het Stationsgebied Driebergen-Zeist is daar dan nog niet zo lang gelegen een: ‘Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen-Zeist’ opgesteld (zie dus ook de: ‘Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen Zeist (12 N Stedenbouw, 2014)’), dat nadrukkelijk ook rekening houdend met aanwezige waarden, zoals o.a. ecologische verbindingen, etc., met ook bepaalde ontwikkelmogelijkheden binnen de ‘rode contour’, dus zou het o.i. goed zijn als die mogelijkheden als uitgangspunten voor de toekomstige ontwikkeling van dit station tot de: ‘Poort van de Heuvelrug/SLW’ zou worden genomen; 53. Weliswaar is dan m.b.t. gegeven aantallen in het: ‘Raadsvoorstel Zeist Concept-IRP’ aangegeven dat die aantallen niet als een ‘taakstelling’ moeten worden gezien, maar als een ‘maatschappelijke opgave’, dat dus ook rekening houdend met waarden, hetgeen het wellicht mogelijk maakt om ook daadwerkelijk met die waarden rekening te houden, maar als er een keer een bepaalde ambitie ligt, dan zal het o.i. dus moeilijk zijn, zoals ook hiervoor onder het hoofdje: ‘Planproces’ al aangegeven, daar later weer op terug te komen; 54.

Voor zover er dan wordt gebouwd zou dat dus wel , zoals ook hiervoor al op meerdere plekken aangegeven, natuurinclusief moeten zijn, dus zowel bij het ontwerp-proces meteen vanuit de ‘lagenbenadering’ rekening houden met aanwezige waarden, evenals als dan gebouwen worden gebouwd deze dan ook meteen natuurinclusief te bouwen. Iets waaraan overigens in het IRP gelukkig nu ook wel ook aandacht wordt gegeven, maar nog wel een nadere uitwerking zou verdienen, zoals wat betreft ‘natuurinclusief bouwen’ het toepassen van een ‘puntensysteem’ (vergelijk dus ook de betreffende puntensystemen m.b.t. ‘natuurinclusief bouwen’ van de gemeenten Den Haag, Groningen, Arnhem en Ede). In ieder geval mooi dat de gemeente in het haar zienswijze ook hier bijzondere aandacht voor vraagt; 55. Dat men ook inzet op de ontwikkeling van een duurzame economie die ook circulair is op zich mooi (zie in deze ook het: ‘Concept-IRP’, Hoofdstuk 2.1: ‘Perspectief - Gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen’ en dan onder: Perspectief 4: ‘In 2040 profiteert iedereen van een regio met een sterke economie die volop in transitie is naar 25

Zie in deze ook: ‘Projectenlijst 2021’. Zie in deze ook het: ‘Concept-IRP’, Tabel op pag. 154. 27 Dit geldt overigens ook voor een aantal reeds bestaande woningplannen, zoals die m.b.t. de woonwijk op de Vliegbasis en ook de woningbouwplannen op de WA-Hoeve. 26

17 circulariteit’), maar enerzijds ook hier de vraag of er dan m.b.t. de voorgestane sterke groei van de economie dan helemaal ‘geen grenzen aan de groei zijn’ 28, evenals of ook dit thema dan juist niet veel verder zou moeten worden uitgewerkt, dat ook gezien de ambities van het Rijk en ook de provincie Utrecht 29; Energie 56. Dan heeft iedere gemeente binnen de Regio Utrecht dus ook een opgave m.b.t. de energietransitie, dat niet alleen gezien haar eigen doelstellingen, maar ook als bijdrage in het kader van de RES; 57. Alhoewel de gemeente Zeist wel al een bepaalde ambitie heeft neergelegd in de door de gemeenteraad vastgestelde: ‘Routekaart Nieuwe energie voor Zeist (Zeist, 2019)’, zal zij zelf nog wel haar definitieve bod aan de RES moeten gaan bepalen. Hoe dat ook zij, de Stichting Milieuzorg Zeist vraagt zich wel af wat nu het bod is dat samen met de provincie en andere gemeenten is gedaan aan het Min. van Economische zaken m.b.t. langs de A-28 plaatsen op gronden van RWS van zonnevelden en windmolens 30. Het is immers zo dat grote delen van de A-28 zijn gelegen binnen het NNN, evenals dat zonnevelden in bermen o.i.

weinig kansrijk moeten worden geacht, dat ook aangezien aldaar een aantal beschermde diersoorten voorkomen, zoals zandhagedissen, evenals juist voor die zandhagedissen als mitigerende maatregelen bij de verbreding van de A-28 een aantal open zandige plekken zijn aangelegd. Wel ziet de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. hier, zoals ook al eerder in o.a. haar: ‘Inspraakreactie Routekaart Zeist’ aangegeven dus kansen van een innovatieve overkapping met zonnepanelen aan de bovenzijde en dan aan de onderzijde panelen die fijnstof kunnen afvangen. Naar een dergelijke optie zou ook al samen met andere gemeenten en ook RWS een verkenning hebben plaatsgevonden, maar waarvan de uitkomst tot op heden bij de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. onbekend is en dus ook of die uitkomst dan nu als basis voor het bod aan het Min. van Economische heeft gediend; 58. Behalve vanuit een eigen verantwoordelijkheid naar de mogelijkheden die er zijn te kijken, met ook vanuit de: ‘Trias Energetica’ dus een accent op besparen, zou het dus goed zijn als ook op het schaalniveau van de RES uiteindelijk een integrale afweging plaatsvindt, dat dus rekening houdend met de diverse waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie zoals deze binnen de Regio Utrecht aanwezig zijn, evenals de gezondheid van de mensen.

Als wij die opgave evenwel niet gezamenlijk oppakken, zowel wat betreft de overheid (zie dus ook uitspraak in zogenaamde :‘Urgenda-zaak’), maar ook door het bedrijfsleven (zie dus ook de uitspraak in de: ‘Milieudefensie-zaak’) én de burgers/consumenten, dan gaan we er uiteindelijk niet komen, met dus grote gevolgen voor zowel de natuur, als ook de mens. Dus ook hierbij is het zoeken met elkaar naar (zoveel als mogelijk) gedragen oplossingen; Deelgebied 1: Kromme Rijnvallei 59. Aan dit gebied wil men dan een algehele kwaliteitsimpuls geven, zowel wat betreft de natuur, als ook de recreatieve mogelijkheden. Logischerwijs gaat daarbij dan in eerste instantie de bijzondere aandacht uit naar de moederrivier de Kromme Rijn. Ook wil men 28

Zie dus ook de publicatie: ‘Grenzen aan de groei (Club van Rome, 1972)’ en bijvoorbeeld ook het: ‘Living Planet Report 2020’, waaruit dan voren komen dat we met name in het westen momenteel op het niveau zitten dat we 3.6. aarden gebruiken voor onze levensstandaard. 29 Zie dus o.a. ook de: ‘Beleidsvisie circulaire samenleving 2050 (Provincie Utrecht, 2021)’, etc. 30 Overigens zou wat betreft de brief zijn afgesproken dat deze pas nadat bod RES bekend zou zijn zou worden verstuurd, dus kennelijk is dit in procesmatige zin niet helemaal gegaan zoals eerder afgesproken.

18 dan een meer robuust groen raamwerk ontwikkelen tussen de Heuvelrug en de Lek, waarbij de Langbroekerwetering dan een van de centrale schakels is; 60. Met name in dit gebied liggen er inderdaad o.i. vele kansen om tot een (verdere) vergroening en dus versterking biodiversiteit te komen, inclusief ook voor een landbouw die circulair en natuurinclusief is (zie in deze dus o.a. ook de: ‘Biodiversiteitsvisie (Zeist, 2021)’ en ook de: ‘Propositie’). Voor zover men dan besluit om de aanwezige groenstructuren verder te versterken, bijvoorbeeld door de aanplant van extra bos en landschapselementen (zie in deze behalve de voorstellen in het rapport: ‘U16 Ruimtelijke opgave Groen en Landschap 2020-2040 (BVR, 2020)’ ook die uit het: ‘LOP Kromme Rijngebied + (Brons & Partners, 2009)’), zou men ook daarbij nadrukkelijk met aanwezige waarden rekening dienen te houden. In ieder geval biedt ook dit gebied wellicht extra kansen voor voedselbossen (zie ook het initiatief van het: ‘Binnenbos’ nabij Driebergen) en ook klimaatbossen (zie ook de publicatie: ‘Kansen voor soortenrijk klimaatbos - Ruimtelijke verkenning nieuwe klimaatbossen Kromme Rijngebied en Veenweidegebied (Coöperatie Bosgroep MiddenNederland, 2020)’); 61. In die zin dus goed dat de gemeente in haar zienswijze op het ‘Concept-IRP’ nogmaals de aanwijzing van dit gebied als: ‘Bijzonder provinciaal landschap’ bepleit; 62.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10206162/1