03.7-23RV083 Bijlage 03.7 Memo AERIUS-berekening
Tekst van het document
Berekening t.b.v. Wet natuurbescherming Joost van den Vondellaan 61, Zeist Gemeente Zeist
1
Gegevens over het plan: Plannaam: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Berekening t.b.v. Wet natuurbescherming Joost van den Vondellaan 61 Zeist 27 februari 2023 SR210347
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:
Woongoed Zeist
Gegevens Buro SRO: Adres: Telefoon: E-mail: Internet:
’t Goylaan 11 3525 AA te Utrecht 030-2679198 utrecht@buro-sro.nl burosro.nl
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding .................................................................................................................................. 4
1.1
Aanleiding.............................................................................................................................................. 4
1.2
Projectbeschrijving ............................................................................................................................... 5
1.3
Wettelijk kader ...................................................................................................................................... 5
1.4
Leeswijzer.............................................................................................................................................. 6
Hoofdstuk 2
Ruimtelijke gegevens en uitgangspunten ............................................................................... 7
2.1
Ruimtelijke gegevens ........................................................................................................................... 7
2.2
Gebruiksfase ......................................................................................................................................... 7
2.3
Aanlegfase ............................................................................................................................................ 7
Hoofdstuk 3
Berekeningen en resultaten ................................................................................................... 9
3.1
Gebruiksfase ......................................................................................................................................... 9
3.2
Aanlegfase ............................................................................................................................................ 9
Hoofdstuk 4
Samenvatting en conclusies ................................................................................................. 11
3
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De initiatiefnemer beoogt op het perceel Joost van den Vondellaan 61, waar voor langere tijd een portacabin heeft gestaan, een woongebouw bestaande uit 23 huurappartementen te realiseren. In het kader van de omgevingsvergunning is vereist inzichtelijk te maken wat het effect van de ontwikkeling is op omliggende Natura 2000-gebieden. De herontwikkeling van de locatie gaat gepaard met de uitstoot van stikstofoxiden in de aanleg- en gebruiksfase. Derhalve moet in beeld gebracht worden wat de mogelijke effecten van de ontwikkeling zijn op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. In voorliggende rapportage worden de mogelijke effecten in beeld gebracht. De navolgende afbeelding laat de locatie zien ten opzichte van de maatgevende Natura 2000gebieden.
Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden (blauw/groen) (bron: Atlas Leefomgeving)
4
1.2
Projectbeschrijving
In de beoogde situatie wordt er op het braakliggende perceel een appartementencomplex bestaande uit 23 appartementen ontwikkeld. Het beoogde gebouw bestaat uit vier bouwlagen en heeft een bouwhoogte van 12 m. In de buitenruimte worden op eigen perceel 13 autoparkeerplaatsen en 10 fietsparkeerplaatsen voor bezoekers gerealiseerd. Op navolgende afbeeldingen is een impressie van de beoogde situatie weergegeven.
Beoogde situatie (bron: Freek Laarhoven Architect)
1.3
Wettelijk kader
In de Wet natuurbescherming is voorgeschreven dat voor alle activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden een vergunning vereist is. Verzuring en vermesting is één
5
van die mogelijk negatieve effecten. Voor ieder habitattype binnen een Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor verzuring en/of vermesting is een kritische depositiewaarde (KDW) vastgesteld. De KDW geeft de grens aan waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Door middel van het rekeninstrument AERIUS wordt de stikstofdepositie berekend als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden. Het rekeninstrument AERIUS was één van de pijlers van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Het PAS maakt onderdeel uit van de Crisis- en herstelwet (Chw). Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State uitspraak gedaan omtrent het PAS: het mag niet meer gebruikt worden als basis voor toestemming voor ‘activiteiten’. Hiermee is het PAS buiten werking gesteld. Het systeem van het PAS was erop gebaseerd dat vooruitlopend op toekomstige positieve ontwikkelingen voor beschermde natuurgebieden toestemming gegeven kan worden voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor die gebieden door stikstofuitstoot. Die toestemming ‘vooraf’, zoals het PAS mogelijk maakte, mag niet meer, aldus de RvS. Projecten en of activiteiten dienen, in afwachting van een nieuw PAS, zelfstandig beoordeeld te worden op grond van de Wet natuurbescherming.
In de uitspraak van 29 mei 2019 is ook specifiek ingegaan op de AERIUS Calculatie. In rechtsoverweging 39.3 is bepaald dat AERIUS nog wel gebruikt kan worden voor de effectbepaling op grotere (meer dan 50 meter) afstand. Voor berekeningen op kortere afstand wordt een tweede berekening met een ander rekenpakket aanbevolen. De onnauwkeurigheid van AERIUS zat voornamelijk in emissie berekeningen bij agrarische bedrijven waar het emissiepunt zich op enige hoogte bevond. In de AERIUS module van september 2019 zijn de bezwaren van de Afdeling bestuursrechtspraak zoals verwoord in de uitspraak van 29 mei weggenomen. Vervallen bouwvrijstelling Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 2 november 2022, waarbij de ‘bouwvrijstelling’ is komen te vervallen, dient nu ook de aanleg-/aanlegfase berekend te worden. Op 25 november 2022 heeft de minister voor Natuur en Stikstof het Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden vastgesteld. Hiermee zijn de aanwijzingsbesluiten van 101 Natura 2000-gebieden gewijzigd, bijvoorbeeld omdat habitattypen op het moment van aanwijzen aanwezig bleken te zijn, maar destijds niet zijn opgenomen in de oorspronkelijke aanwijzingsbesluiten. Deze nieuwe habitatrichtlijnen zijn opgenomen in de AERIUS Calculator versie 2022.
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 de bouw-, verkeers- en ruimtelijke gegevens beschreven. De uitgevoerde berekeningen en resultaten worden beschreven in hoofdstuk 3. Tenslotte wordt in hoofdstuk 4 de conclusie getrokken.
6
Hoofdstuk 2 2.1
Ruimtelijke gegevens en uitgangspunten
Ruimtelijke gegevens
Bij een stikstofdepositieberekening wordt er rekening gehouden met de Natura 2000-gebieden binnen een straal die relevant is voor de omvang van het plan. Binnen een straal van 15 km ligt één Natura 2000-gebied: Oostelijke Vechtplassen (10,2 km). Het plangebied bevindt zich op een afstand van 10,2 km van het dichtstbijzijnde natuurgebied, zoals reeds te zien was in paragraaf 1.1.
2.2
Gebruiksfase
Doordat de beoogde woningen gasloos en conform de BENG-eisen worden gebouwd behoeven deze niet mee te worden genomen in de berekening. Wel veroorzaakt het verkeer in de toekomstige situatie uitstoot van stikstof, in welk kader inzichtelijk gemaakt dient te worden of dit leidt tot een significante stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In de toekomstige situatie zijn er in totaal 23 woningen aanwezig. Voor de woningen kan, gezien de aard van de woningen, in CROW-publicatie 381 de categorie 'kamerverhuur, zelfstandig' worden gevolgd. De verkeersgeneratie hiervan op de planlocatie, die in de 'Parkeerbeleidsnota Zeist' wordt aangemerkt als 'matig stedelijk gebied', bedraagt bij de bovengrens (23 * 2,4 =) 55,2 voertuigbewegingen per etmaal.
2.3
Aanlegfase
Naast het toekomstig gebruik (gebruiksfase) is ook de stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase van het project van belang. Bij de aanleg zijn gedurende enige tijd voertuigen en mobiele werktuigen aanwezig en is er sprake van verkeersbewegingen van werklieden en materialen van en naar de bouwplaats. De voertuigen en mobiele werktuigen die aangedreven worden door een verbrandingsmotor veroorzaken een korte toename van de stikstofemissie. Tijdens de aanlegfase worden verschillende mobiele werktuigen gebruikt. De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Ten behoeve van de berekening van de emissies NOx door mobiele werktuigen dient de gebruiker per stageklasse het brandstofverbruik aan te geven (liter brandstof per jaar), het aantal draaiuren en (bij aanwezigheid van een SCR) het AdBlue-verbruik. De navolgende tabel toont de gegevens van de mobiele werktuigen die naar verwachting ingezet worden tijdens de aanlegfase. Hierbij is uitgegaan van een mix van oudere en nieuwere mobiele werktuigen. Werktuig
Bouwjaar
STAGE-klasse
Vermogen (KW)
Draaiuren/j
Brandstofve rbruik (l/j)
100
n.v.t.
AdBlueverbruik (l/j)
Bouw/bouwrijp maken Containerauto
2016
n.v.t.
400
Hijskraan
2018
Stage-IV, 2014-2018
400
40
1563
94
Hei- of boorstelling Mobiele kraan
2018
Stage-IV, 2014-2018
224
112
2383
143
2018
Stage-IV, 2014-2018
400
160
6012
361
Graafmachine
2021
Stage-V, => 2019
200
80
1481
89
Graafmachine
2019
Stage-V, => 2019
40
60
252
n.v.t.
Shovel
2015
Stage-IV, 2014-2018
75
80
616
37
Trilplaat
2019
Stage-V, => 2019
18
40
89
n.v.t.
7
n.v.t.
Vervoer personeel en materiaal
Licht verkeer: 40 voertuigbewegingen per etmaal Zwaar vrachtverkeer: 4 voertuigbewegingen per jaar
Het brandstofverbruik van de voertuigen met een Stageklasse is berekend met behulp van de formule afkomstig uit Ligterink et al 20211. Met behulp van de navolgende formule is het brandstofverbruik per uur te berekenen: B =0.095* Pmax +0.54. Hier is B het brandstofgebruik per uur en Pmax het maximale vermogen van het werktuig [kW]. Voor Stage IV en V werktuigen kan uit worden gegaan van het normale AdBlue-verbruik dat door TNO is gegeven. Dit is 6% van het brandstofverbruik (Ligterink et al 20211). Voor het vervoer van personeel en materialen is uitgegaan van 40 voertuigbewegingen aan ‘licht verkeer’ en 4 voertuigbewegingen aan ‘zwaar vrachtverkeer’ per etmaal. Voor het bouwverkeer wordt uitgegaan van twee routes: een route via de Schermerslaan richting de Utrechtseweg en een route via de Johan van Oldenbarneveltlaan richting de Panweg. Het bouwverkeer gaat na ongeveer 600 m op in het overige verkeer. Dit is het moment dat het zich door haar snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het heersende verkeer.
1
Ligterink et al., 2021. ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’. TNO_2021_R12305
8
Hoofdstuk 3
Berekeningen en resultaten
De berekeningen zijn verricht met het web-based programma AERIUS versie 2022, d.d. 21 februari 2023. Navolgend zijn de berekeningen weergegeven die van invloed kunnen zijn op de stikstofdepositie van het initiatief.
3.1
Gebruiksfase
Met betrekking tot wegverkeer wordt ervan uitgegaan dat het verkeer via de Schermerslaan of Johan van Oldenbarneveltlaan van en naar het plangebied rijdt. Het verkeer gaat op deze wegen op in het overige verkeer. In de navolgende afbeelding staat weergegeven hoe de invoer in de AERIUS Calculator is verwerkt.
Resultaten gebruiksfase AERIUS Calculator (bron: AERIUS)
Uit de berekening blijkt dat de uitstoot door verkeer in de toekomstige situatie voor NOx 2,9 kg/j en voor NH3 0,2 kg/j bedraagt. Verschillende rekenpunten hebben een berekende depositiewaarde van 0,00 mol/ha/j. Daarmee heeft de gebruiksfase van het plan geen significant effect op Natura 2000.
3.2
Aanlegfase
Voor de aanleg van het appartementengebouw is uitgegaan van het rekenjaar 2023. Hierbij is uitgegaan van drie bronnen. Bron 2 en 3 geven de verwachte verkeersgeneratie van de aanlegfase weer. Bron 1 betreft de emissies van de mobiele werktuigen tijdens de aanleg. Op de navolgende afbeeldingen staat weergegeven hoe de invoer in de AERIUS Calculator is verwerkt.
9
Resultaten aanlegfase AERIUS Calculator (bron: AERIUS)
Uit de berekening volgt dat de uitstoot door de aanlegfase voor NOx 112,7 kg/j en voor NH3 3,8 kg/j bedraagt. Verschillende rekenpunten hebben een berekende depositiewaarde van 0,00 mol/ha/j. Daarmee heeft de aanlegfase van het plan geen significant effect op Natura 2000.
10
Hoofdstuk 4
Samenvatting en conclusies
Voor de voorgenomen ontwikkeling is ten behoeve van de Wet natuurbescherming een AERIUSberekening uitgevoerd. Met het plan wordt een appartementengebouw bestaande uit 23 appartementen aangelegd. Bij de gebruiksfase is uitgegaan van een verkeersgeneratie van 55,2 voertuigbewegingen per etmaal aan licht verkeer. Omdat de woningen gasloos en conform de BENG-eisen worden gerealiseerd zijn deze niet meegenomen in de berekening. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er in totaal sprake is van een NOx emissie van 2,9 kg/j en een NH3 emissie van 0,2 kg/j. Met de berekening zijn voor verschillende rekenpunten rekenresultaten van 0,00 mol/ha/j. Met de ontwikkeling worden de kritische depositiewaarden op omliggende Natura 2000-gebieden niet overschreden. Voor de aanlegfase zijn de mobiele werktuigen die gebruikt worden voor de aanleg van de beoogde situatie ingevoerd. Daarnaast is ook het vervoer van personeel en materialen meegenomen in de berekening. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er in totaal sprake is van een NOx emissie van 112,7 kg/j en een NH3 emissie van 3,8 kg/j. Voor de Natura 2000-gebieden geldt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Er kan geconcludeerd worden dat de stikstofdepositie vanwege de beoogde ontwikkeling geen significante gevolgen heeft voor de omliggende Natura 2000-gebieden.
Daarmee is geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming. Het plan is uitvoerbaar wat betreft stikstofdepositie.
11
12