CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

03.6-23RV083 Bijlage 03.6 Nota van Zienswijzen

Raad 12 december 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: Bestemmingsplan Joost van den Vondellaan 619.911 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hoewel reclamant over ‘hoogbouw’ spreekt, is de verhouding tussen de toekomstige hoogte van de nieuwbouw en de afstand tot de omliggende woningen zodanig, dat de gemeente nu geen uitspraak kan doen of omliggende percelen zo veel in waarde zullen dalen, dat de eigenaren in aanmerking komen voor planschadevergoeding. Wanneer omwonenden menen recht te hebben op deze vergoeding, kunnen zij de benodigde informatie en het aanvraagformulier op onze site vinden. Ontvangen aanvragen zal de gemeente, conform de door de raad vastgestelde “Verordening tegemoetkoming planschade 2008” in behandeling nemen en afhandelen. Daartoe wordt ook een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer gesloten.

Reclamant vraagt wat de gemeente ziet als referentiesituatie, dus de planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van voorliggend plan. Wettelijk is geregeld dat de voorafgaande planologische situatie dient als referentiesituatie. Over dit punt, de voorzienbaarheid en alle andere, over de afhandeling van verzoeken tot planschade relevante zaken bestaat voldoende (landelijke) wetgeving en uitgebreide jurisprudentie, waar de gemeente rekening mee zal houden bij de afhandeling van eventuele toekomstige verzoeken tot vergoeding van (vermeende) planschade. Overigens staat de vraag of de gemeente planschade dient te vergoeden in de basis los van de vraag of het voorliggende plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Reclamant vraagt op basis van genoemde argumenten om het bestemmingsplan niet vast te stellen en een procedure te starten om in gezamenlijkheid te komen tot een meer passende bestemming. Het is duidelijk dat reclamant en initiatiefnemer een ander beeld hebben bij wat een passende ontwikkeling zou zijn voor deze locatie. Dit heeft reclamant op voldoende momenten tijdens de doorlopen procedure naar voren gebracht. Reclamant geeft geen nieuwe feiten of omstandigheden, zodat een nieuwe procedure alleen zou kunnen leiden tot een andere uitkomst, wanneer reclamant meer zeggenschap over het plan en het perceel zou krijgen.

Zoals eerder opgemerkt zou dit een inbreuk op het eigendomsrecht betekenen, waartoe de gemeente niet bevoegd is. De gemeente mag slechts een oordeel vellen over de vraag of het voorliggende plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Conclusie: Op basis van deze zienswijze wordt het plan niet aangepast.

2.6 Zienswijze omwonende (Reclamant 6) Reclamant 6 vraagt aandacht voor het rioleringsprobleem dat bestaat op de hoek van de Johan van Oldebarneveltlaan en de Joost van den Vondellaan. Bij hevige regenval ontstaat daar wateroverlast: water op straat en rioolwater dat omhoog komt in de nieuwbouwwoningen in het gebied. Reclamant vreest dat deze problemen zullen verergeren als het plangebied bebouwd en verhard wordt. De gemeente herkent en erkent zowel de vrees van reclamant als de noodzaak om te voorkomen, dat het risico op wateroverlast vergroot zou worden door voorliggend bestemmingsplan. Dit blijkt ook uit de besluitvorming van de gemeente, die parallel liep aan de voorbereiding van dit bestemmingsplan en daarom nog niet verwerkt was in het ontwerp van dit plan. In 2022 stelde de gemeente het beleid voor duurzaam bouwen vast. Dit staat in de nota “Zeist bouwt duurzaam”. Daarin is onder meer de eis opgenomen, dat nieuwbouw dient te voorzien in een waterberging van ten minste 45 liter per vierkante meter.

Dit beleid wordt opgenomen in de Regels, die worden aangevuld met het volgende artikel: Artikel 4.6 Voorwaardelijke verplichting waterberging Gebouwen mogen slechts in gebruik worden genomen en/of zijn als in het plangebied is voorzien in de aanleg van een waterberging van ten minste 45 liter per vierkante meter bebouwd oppervlak, die na 24 uur na een bui (van 35,7 mm neerslag in 45 minuten) weer voor 90% beschikbaar is.

3. Overzicht aanpassingen aan het plan Op basis van de zienswijze besproken in paragraaf 2.1 wordt de Toelichting van het bestemmingsplan aangepast. In paragraaf 4.10.2 zal vermeld worden, dat er 13 parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Op basis van de zienswijze besproken in paragraaf 2.6 wordt toegevoegd aan de Regels van het bestemmingsplan: Artikel 4.6 Voorwaardelijke verplichting waterberging

Gebouwen mogen slechts in gebruik worden genomen en/of zijn als in het plangebied is voorzien in de aanleg van een waterberging van ten minste 45 liter per vierkante meter bebouwd oppervlak, die na 24 uur na een bui (van 35,7 mm neerslag in 45 minuten) weer voor 90% beschikbaar is. Voor het overige geven de zienswijzen geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13540757/1