CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

03-24RV005# Bijlage 3 Parkeerbeleidsnota deel B

Raad 23 januari 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: Parkeerbeleidsnota 2024 - 202814.796 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

•

7.1.1

Minimaal 5% van de fietsparkeerplaatsen is geschikt voor brom- en snorfietsen, scootmobielen, bakfietsen of andere soorten fietsen met sterk afwijkende maten (vakken minimaal 100 cm breed). Minimaal 50% van de fietsparkeerplaatsen is geschikt voor fietsen die niet in een standaard fietsenrek passen (hart-op-hart afstand minimaal 50 cm).

Aanleg van laadinfrastructuur voor elektrische tweewielers

Naast de elektrische auto is ook het aantal elektrische fietsen of elektrische brom- en snorfietsen de afgelopen jaren sterk gestegen. Het is een voorwaarde om in een fietsparkeervoorziening laadinfrastructuur aan te brengen zodat elektrische tweewielers een accu kunnen opladen.

7.2

Kwaliteitseisen voor autoparkeren

Een autoparkeerplaats met te krappe afmetingen zal in de praktijk niet goed worden gebruikt. De kwaliteit van parkeerplaatsen wordt beoordeeld op basis van de volgende publicaties: • •

7.2.2

Voor parkeerplaatsen op parkeerterreinen en in parkeergarages: NEN 2443, Parkeren en stallen van personenauto's op terreinen en in parkeergarages of de opvolger daarvan. Voor parkeerplaatsen in de openbare ruimte: ASVV 2021, Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom of de opvolger daarvan.

Aanleg van algemene gehandicaptenparkeerplaatsen

Het is belangrijk dat iedereen zo zelfstandig mogelijk kan meedoen in Zeist. Om mensen met een beperking in hun mobiliteitsbehoefte te ondersteunen, zorgen we bij bouwontwikkelingen voor voldoende algemene gehandicaptenparkeerplaatsen. Hierbij sluiten we aan bij de landelijke richtlijnen op dit thema. Voor bouwontwikkelingen waarin publieke functies (functies waarvan de parkeervraag voor meer dan 50% bestaat uit parkeerplaatsen voor bezoekers van die functie) worden gerealiseerd, moet minimaal 2% van de parkeerplaatsen worden uitgevoerd als algemene gehandicaptenparkeerplaats. Waarbij tenminste 1 algemene gehandicaptenparkeerplaats beschikbaar moet zijn. De algemene gehandicaptenparkeerplaatsen moeten zo dicht mogelijk bij de ingang aangelegd worden, maar sowieso binnen een loopafstand van maximaal 100 meter liggen. Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

29/51

7.2.3

Aanleg van laadinfrastructuur voor auto’s

Vanwege de groei van elektrische en hybride auto’s is het belangrijk dat er voldoende laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen beschikbaar is in Zeist. Daarbij gelden verschillende voorwaarden voor laadinfrastructuur op eigen terrein en in de openbare ruimte: •

•

Parkeerplaatsen op eigen terrein bij bouwontwikkelingen moeten volgens landelijke wet- en regelgeving (Bouwbesluit 2012), voorbereid zijn op de plaatsing en aansluiting van laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen. Deze wettelijke eisen zijn passend voor het ambitieniveau van de gemeente Zeist rondom het stimuleren van duurzaam en schoon vervoer. Om te zorgen voor een dekkend netwerk van publieke elektrische laadinfrastructuur, neemt Zeist deel aan een raamovereenkomst voor het plaatsen van laadpalen in de openbare ruimte bij gebiedsontwikkelingen. Het gaat om gebiedsontwikkelingen waarin minimaal 30 nieuwe woningen worden gerealiseerd. Daarbij wordt minstens 2,5% van de openbare parkeerplaatsen voorzien van een publiek oplaadpunt (jaargang 2023). Gezien de groei van elektrisch rijden wordt dat percentage elk jaar verhoogd met 0,5%. Er worden bij deze bouwontwikkelingen ook voorbereidingen getroffen om het aantal publieke laadpalen in de toekomst verder op te kunnen schalen.

Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

30/51

8

Borgen van de parkeeroplossing

Het is belangrijk dat alle afspraken die gemaakt worden tussen de gemeente en initiatiefnemers over het parkeren op de juiste manier worden geborgd. Zo kunnen initiatiefnemers en hun rechtsopvolger(s) aan de parkeeroplossing worden gehouden. Dit geeft ons de mogelijkheid om altijd te kunnen controleren of de parkeeroplossing wordt gebruikt zoals is afgesproken.

8.1

Juridische borging: parkeren ook in de toekomst goed geregeld

De gemeente Zeist maakt voor de juridische borging van de parkeeroplossing bij een bouwontwikkeling gebruik van de omgevingsvergunning en in sommige gevallen van een privaatrechtelijke overeenkomst.

8.1.1

Vastlegging in de omgevingsvergunning

In de omgevingsvergunning wordt zo concreet mogelijk opgenomen (zowel kwantitatief als kwalitatief) welke parkeereis wordt opgelegd aan een bouwontwikkeling. De volgende onderdelen worden minimaal vastgelegd over het onderdeel parkeren: • • • • • •

8.1.2

Het aantal te realiseren auto- en fietsparkeerplaatsen; De parkeerlocatie(s) waar de parkeerplaatsen beschikbaar worden gesteld; Hoe de fysieke toegankelijkheid van parkeerplaatsen door de verschillende gebruikersgroepen is geregeld; De toepassing van eventuele mobiliteitscorrectie op de autoparkeervraag; Op welke manier is voorzien in een aanbod van deelmobiliteit op eigen terrein (indien van toepassing); Beperking voor uitgifte van auto parkeervergunningen.

Vastlegging van privaatrechtelijke afspraken

Wanneer de parkeereis bij een bouwontwikkeling (deels) wordt opgelost door het huren of kopen van particuliere parkeerplaatsen, dan moet een overeenkomst worden afgesloten tussen initiatiefnemer en de eigenaar van de betreffende particuliere parkeerplaatsen. Het is belangrijk dat met een kettingbeding de afspraken over het gebruik en onderhoud van private parkeerplaatsen goed worden doorgelegd, ongeacht de eigendomssituatie. Zo is een overeenkomst die eerder gesloten is tussen de initiatiefnemer en een eigenaar van particuliere parkeerplaatsen, ook voor een volgende eigenaar bindend. Wanneer bestaande particuliere parkeerplaatsen buiten het eigen terrein worden ingezet voor het (gedeeltelijk) oplossen van de parkeervraag moet – vóór het verlenen van de omgevingsvergunning een koop- of huurcontract worden overlegd met daarin minimaal aangegeven: • • • • •

De locaties(s) van de parkeerplaatsen; Het gebruik van het aantal parkeerplaatsen; De daarbij behorende gebruikstijden; De termijn (een periode van minimaal 10 jaar); De mate van kettingbeding.

Als gebruik wordt gemaakt van een mobiliteitscorrectie, dan is de aanbieder verplicht om via kettingbeding in de huur- of koopovereenkomst aan te geven dat er bij de bouwontwikkeling deelmobiliteit wordt aangeboden en de parkeereis hierdoor naar beneden is bijgesteld.

Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

31/51

8.2

Beperkt recht op parkeervergunning helder vastgelegd

Het uitgangspunt is dat bouwontwikkelingen in Zeist de parkeervraag op eigen terrein faciliteren. Voor adressen die beschikken over parkeerplaatsen op eigen terrein óf over parkeerplaatsen in gemeentelijke of particuliere parkeervoorzieningen (openbaar/particulier) geldt de BROP-regeling. Dit staat voor ‘Beperkt Recht Op Parkeervergunning’. Adressen waarvoor deze regeling geldt komen niet of verminderd in aanmerking voor parkeervergunningen voor het parkeren in de openbare ruimte. Dit wordt op huisnummerniveau vastgelegd. Zo verminderen we het ruimtebeslag van parkeren in de openbare ruimte. De BROP-regeling geldt voor alle bouwontwikkelingen in Zeist, ongeacht of een ontwikkellocatie in gereguleerd gebied ligt of daarbuiten. Uitzondering voor uitgeven van auto parkeervergunningen Een uitzondering voor het toepassen van de ‘BROP-regeling’ zijn situaties waarin het autoparkeren van bouwontwikkelingen (gedeeltelijk) in de openbare ruimte is opgelost. In dat geval kan een bouwontwikkeling wel recht hebben op een (beperkt) aantal parkeervergunningen, bijvoorbeeld als er in de bestaande situatie al in de openbare ruimte werd geparkeerd of de gemeente Zeist akkoord is gegaan met het benutten van openbare parkeerplaatsen omdat er voldoende ruimte op straat beschikbaar is.

8.3

Communicatie naar de eindgebruiker

Het is enorm belangrijk dat iedere koper of huurder als eindgebruiker op de hoogte is van de afspraken die over het parkeren zijn gemaakt voor een bouwontwikkeling. De afspraken moeten daarom actief gecommuniceerd worden in koop- en huurcontracten, verkoopbrochures en andere te gebruiken communicatiekanalen. De initiatiefnemer is verplicht om toekomstige gebruikers, verhuurders en eventuele tussenpersonen zoals makelaars, vooraf voldoende te informeren over de (on)mogelijkheid om parkeervergunningen aan te vragen. Hiervoor wordt een clausule opgenomen in de omgevingsvergunning en/of privaatrechtelijke overeenkomst.

Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

32/51

Bijlage 1. Definities Om duidelijkheid te creëren volgt hierbij een lijst met definities van gebruikte begrippen in deze Nota Parkeernormen Zeist:

Begrip

Definitie

Aanwezigheidspercentages

De aanwezigheidspercentages, zoals opgenomen in bijlage 5, waarmee kan worden bepaald welk aandeel van de parkeerplaatsen op verschillende momenten door verschillende gebruikersgroepen kunnen worden gebruikt (dubbelgebruik van parkeerplaatsen).

Anterieure overeenkomst

Een privaatrechtelijke overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente die tot doel heeft om de afspraken met betrekking tot de gestelde parkeereis en de daaraan verbonden voorwaarden (beschikbaarheid e.d.) en eventuele kosten (die door de gemeente moeten worden gemaakt maar voor rekening van de initiatiefnemer komen) vast te leggen, voor zover deze afspraken niet binnen het publiekrechtelijk kader kunnen worden geborgd.

Bouwontwikkeling

Een bouwontwikkeling waarvoor een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend moet worden. Het kan gaan over het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een gebouw.

BROP-regeling

Afkorting voor ‘Beperkt Recht op Parkeervergunning’. Een door gemeente Zeist opgesteld en actueel gehouden overzicht met adressen waarvan de gebruikers en bezoekers (deels) zijn uitgesloten van het recht op een parkeervergunning.

Deelmobiliteitsplan

Een plan waarin is vastgelegd en toegelicht welke deelmobiliteitsconcept (naar aard en omvang) ingezet wordt om in de (gedeeltelijke) mobiliteitsbehoefte van een bouwontwikkeling te voorzien.

Dubbelgebruik

Het beoordelen of dezelfde parkeerplaats door meer dan één gebruikersgroep op verschillende momenten kan worden gebruikt.

Eigen terrein

Terrein waarop de bouwontwikkeling wordt gerealiseerd, alsmede een aansluitend of ergens anders gelegen terrein waarover de initiatiefnemer privaatrechtelijke zeggenschap heeft en waarbij wordt voldaan aan de maximaal acceptabele loopafstanden zoals beschreven in bijlage 4.

Functiewijziging

Er is sprake van functiewijziging als een bestaand pand een andere functie krijgt. Verbouwingen aan een bestaand pand om dit geschikt te maken voor de nieuwe functie, of het verhogen van een bestaand pand met één of meerdere verdiepingen is geen nieuwbouw.

Gereguleerd gebied

Het gebied waar conform de vigerende Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting en het vigerende Aanwijzingsbesluit betaald parkeren van de gemeente Zeist sprake is van betaald parkeren en/of belanghebbendenparkeren.

Initiatiefnemer

De ontwikkelaar en/of eigenaar van de grond of opstallen voor wie de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwontwikkeling is ingediend.

Koop- of huurovereenkomst

Een overeenkomst tussen de aanvrager en een private partij of de gemeente, waarin beschreven is hoeveel parkeerplaatsen beschikbaar zijn en op welke voorwaarden (waaronder in ieder geval op welke momenten de parkeerplaatsen toegankelijk zijn, hoe de parkeerplaatsen beschikbaar blijven

Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

33/51

gedurende de aanwezigheid van functies en hoe de overeenkomst overgaat op een nieuwe huurder/eigenaar van het betreffende pand) Maatgevende parkeervraag

Het moment in de tijd waarop de parkeervraag van de te realiseren functies samen maximaal is. De maatgevende parkeervraag per functie wordt berekend aan de hand van de aanwezigheidspercentages conform bijlage 5.

Nieuwbouw

Wanneer een pand wordt gebouwd op een perceel zonder bebouwing.

Parkeervraag

Het aantal parkeerplaatsen dat bij een bouwontwikkeling nodig is om in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien. In de parkeervraag wordt onderscheid gemaakt tussen een gebruikersdeel en een bezoekersdeel. De parkeervraag wordt berekend op basis van de parkeernormen zoals opgenomen in bijlagen 2 (fiets) en 3 (auto).

Parkeerdruk

De bezetting van parkeerplaatsen afgezet tegen het totaal aantal beschikbare parkeerplaatsen. In de gemeente Zeist wordt gesproken van een hoge parkeerdruk indien deze in het openbaar gebied op straat 85% of meer bedraagt.

Parkeereis

Het aantal fysiek te realiseren of beschikbaar te stellen parkeerplaatsen voor auto en fiets.

Parkeerplaats

Een ruimte die exclusief gebruikt wordt voor het parkeren van een (motor)voertuig die qua maatvoering voldoet aan de meest actuele versie van norm NEN-2443: parkeren en stallen van personenauto’s op terreinen en in garages.

Parkeernormen

Normen voor het berekenen van de parkeervraag bij bouwontwikkelingen gerelateerd aan de gebruiksfunctie van deze bouwontwikkelingen, zoals voor de fiets opgenomen in bijlage 2 en voor de auto in bijlage 3.

Restcapaciteit

Het aantal parkeerplaatsen dat op het maatgevende moment onbezet is. Er is sprake van restcapaciteit als de parkeerdruk in het openbaar gebied voor straat parkeren onder de 85% ligt. Op particulier terrein moet de bezetting van parkeren onder de 95% blijven.

Sloop/nieuwbouw

Wanneer een pand wordt gesloopt en op dit perceel een nieuw pand wordt gebouwd.

Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

34/51

Bijlage 2. Fietsparkeernormen Zeist kiest er voor om de fietsparkeernormen te baseren op de maximum fietsparkeerkencijfers. Met deze fietsparkeernormen wordt het benodigde aantal fietsparkeerplaatsen bepaald waar bouwontwikkelingen in Zeist in moeten voorzien. Wonen Het fietsparkeren bij woningen is geregeld via het Bouwbesluit. Wanneer voor een gelijkwaardig (collectief) alternatief wordt gekozen, wordt het aantal aan te leggen fietsparkeerplaatsen op eigen terrein vastgesteld aan de hand van onderstaande tabel: Functie

Eenheid

Aantal fietsparkeerplaatsen

Benodigde interne berging

Woning kleiner dan 40 m2 BVO Woning tussen 40 – 60 m2 BVO Woning tussen 60 – 90 m2 BVO Woning tussen 90 – 130 m2 BVO Woning groter dan 130 m2 BVO Woning sociale huur Zorgwoning Kamerverhuur

Per woning

Bewoners 2,0

Bezoekers 0,5

2,7 m2

Per woning

2,0

0,5

2,7 m2

Per woning

3,0

0,5

2,7 m2

Per woning

3,0

0,5

2,7 m2

Per woning

5,0

0,5

2,7 m2

Per woning Per woning Per kamer

3,0 1,0 1,0

0,5 0,5 0,5

2,7 m2 2,7 m2 2,7 m2

Werken Functie

Eenheid

Kantoor (zonder baliefunctie) Commerciële dienstverlening Bedrijf arbeidsintensief / bezoekersextensief Bedrijf arbeidsextensief / bezoekersextensief Bedrijfsverzamelgebouw

Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO

Aantal fietsparkeerplaatsen Personeel Bezoekers 3,0 3,0 3,0 5,0 2,0 0,0

Per 100 m2 BVO

1,0

0,0

Per 100 m2 BVO

3,0

3,0

Winkelen en boodschappen doen Functie

Eenheid

Winkel Supermarkt Bouwmarkt Tuincentrum

Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO

Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

Aantal fietsparkeerplaatsen (incl. bezoekers) 4,0 4,3 0,4 0,4

35/51

Gezondheidszorg en sociale voorzieningen Functie

Eenheid

Apotheek Huisartsenpraktijk Fysiotherapiepraktijk Consultatiebureau Consultatiebureau voor ouderen Tandartsenpraktijk Gezondheidscentrum Ziekenhuis Penitentiaire inrichting Religiegebouw

Per locatie Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 zitplaatsen

Aantal fietsparkeerplaatsen (incl. bezoekers) 17,0 4,0 4,0 4,0 4,0 4,0 3,7 1,4 1,4 Maatwerk per bouwontwikkeling

Ontspanning en sport Functie

Eenheid

Bibliotheek Museum Bioscoop, theaters, schouwburg Theater/ schouwburg Musicaltheater Casino Bowlingcentrum Biljart-/ snookercentrum Dansstudio Fitness Sauna, hammam Sporthal Sportzaal Sportveld Stadion Zwembad overdekt Zwembad openlucht Indoorspeeltuin Volkstuin

Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 zitplaatsen Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per ha. netto terrein Per 100 zitplaatsen Per 100 m2 bassin Per 100 m2 bassin Per 100 m2 BVO Per 10 tuinen

Aantal fietsparkeerplaatsen (incl. bezoekers) 5,0 1,4 12,0 24,0 24,0 1,4 1,4 1,4 8,5 8,5 3,9 3,9 6,2 50,0 Maatwerk per bouwontwikkeling 20,0 28,0 1,4 1,4

Horeca en verblijfsrecreatie Functie

Eenheid

Hotel

Per 100 m2 BVO

Cafetaria, fastfood, snackbar Café of bar Restaurant, eetcafé of bistro

Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO

Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

Aantal fietsparkeerplaatsen (incl. bezoekers) Maatwerk per bouwontwikkeling 5,0 10,0 Tussen 4,0 en 20,0 afhankelijk van type restaurant

36/51

Onderwijsvoorzieningen Functie

Eenheid

Basisschool Basisschool Middelbare school ROC Hogeschool, Universiteit

Per 100 m2 BVO Per 10 leerlingen Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO

Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

Aantal fietsparkeerplaatsen Personeel Bezoekers 0,7 6,0 1,0 16,0 1,0 14,0 Maatwerk per bouwontwikkeling

37/51

Bijlage 3. Autoparkeernormen Wonen Functie

Eenheid

Gebied A

Gebied B

Gebied C

Gebied D

Bewoners

Bezoekers

Bewoners

Bezoekers

Bewoners

Bezoekers

Bewoners

Bezoekers

Woning kleiner dan 40 m2 BVO

Per woning

0,5

0,2

0,6

0,2

0,8

0,2

0,9

0,3

Woning tussen 40 – 60 m2 BVO

Per woning

0,6

0,2

0,8

0,2

1,0

0,2

1,2

0,3

Woning tussen 60 – 90 m2 BVO

Per woning

0,7

0,2

0,9

0,2

1,1

0,2

1,3

0,3

Woning tussen 90 – 130 m2 BVO Per woning

0,8

0,2

1,0

0,2

1,3

0,2

1,5

0,3

Woning groter dan 130 m2 BVO

Per woning

0,9

0,2

1,1

0,2

1,4

0,2

1,7

0,3

Woning sociale huur*, appartement

Per woning

0,3

0,2

0,4

0,2

0,6

0,2

0,7

0,3

Woning sociale huur*, huis

Per woning

0,5

0,2

0,6

0,2

0,8

0,2

0,9

0,3

Zorgwoning

Per woning

0,3

0,2

0,3

0,2

0,3

0,2

0,3

0,3

Verpleeg- en verzorgingstehuis

Per woning

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,3

Kamerverhuur

Per kamer

0,3

0,2

0,3

0,2

0,3

0,2

0,3

0,2

Toelichting Voor de functie 'wonen' wordt de parkeervraag van bewoners en bezoekers van bewoners apart berekend. Om deze reden is de bewoners- en bezoekersparkeernorm afzonderlijk opgenomen in bovenstaande tabel. De bewonersparkeernorm is exclusief de geldende bezoekersparkeernorm. Het totale aantal parkeerplaatsen per woning wordt dus bepaald door het optellen van de parkeernorm voor bewoners en bezoekers.

Werken Gebied A

Gebied B

Gebied C

Gebied D

Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO

0,9 1,3 1,1

1,3 1,6 1,5

1,4 2,0 1,9

2,3 3,3 2,1

Percentage bezoekers 5% 20% 5%

Per 100 m2 BVO

0,4

0,6

0,8

0,8

5%

Per 100 m2 BVO

0,8

1,1

1,3

1,7

5%

Gebied A

Gebied B

Gebied C

Gebied D

0,9 2,1 4,9 n.v.t. n.v.t. 3,3 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2,9 0,9 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

1,7 3,0 5,8 4,9 5,4 n.v.t. 2,1 2,7 3,3 3,8 4,2 0,9 4,8 1,3 n.v.t. 1,6 3,2 7,8

2,4 3,9 6,7 4,9 5,4 n.v.t. 2,7 3,5 4,1 4,7 5,3 1,4 6,6 1,4 4,4 2,0 3,7 8,6

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2,0 8,5 1,7 4,4 n.v.t. n.v.t. 9,4

Functie

Eenheid

Kantoor (zonder baliefunctie) Commerciële dienstverlening Bedrijf arbeidsintensief / bezoekersextensief Bedrijf arbeidsextensief / bezoekersextensief Bedrijfsverzamelgebouw Winkelen en boodschappen doen Functie

Eenheid

Buurtsupermarkt Fullservice supermarkt Grote supermarkt (XL) Groothandel specialist Groothandel algemeen Winkels centrum Zeist Winkels buurt- en dorpscentrum Winkels wijkcentrum (klein) Winkels wijkcentrum (gemiddeld) Winkels wijkcentrum (groot) Stadsdeelcentrum Kringloopwinkel Bruin- en witgoedzaken Woonwarenhuis/ woonwinkel Warenhuis (zeer groot) Meubelboulevard/ woonboulevard Winkelboulevard Outletcentrum

Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO

Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

39/51

Percentage bezoekers 89% 93% 84% 80% 80% 82% 72% 72% 94% 81% 85% 89% 92% 91% 95% 93% 94% 94%

Bouwmarkt Tuincentrum

Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO

n.v.t. n.v.t.

1,5 2,0

2,0 2,3

2,2 2,6

87% 89%

Ontspanning en sport Functie

Eenheid

Bibliotheek Museum Bioscoop, theaters, schouwburg Filmtheater/ filmhuis Theater/ schouwburg Musicaltheater Casino Bowlingcentrum Biljart-/ snookercentrum Dansstudio Fitnessstudio/ sportschool Fitnesscentrum Sauna, hammam Sporthal Sportzaal Tennishal Squashhal Zwembad overdekt Zwembad openlucht Sportveld Stadion Golfbaan Indoorspeeltuin, gemiddeld Indoorspeeltuin, groot Indoorspeeltuin, zeer groot Volkstuin

Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per bowlingbaan Per tafel Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per ha. netto terrein Per zitplaats Per 18 holes Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 10 tuinen

Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

Gebied A

Gebied B

Gebied C

Gebied D

0,2 0,3 2,2 1,6 5,8 2,4 5,2 1,1 0,6 1,0 0,9 1,2 2,0 1,2 0,8 0,2 1,5 n.v.t. n.v.t. 13,0 0,04 n.v.t. 0,4 1,0 2,2 n.v.t.

0,5 0,5 6,9 4,2 6,4 2,9 5,6 1,7 0,8 3,3 2,9 3,9 4,1 1,8 1,6 0,3 2,3 9,7 9,1 13,0 0,04 n.v.t. 1,2 1,8 3,1 1,1

0,8 0,9 10,0 6,7 8,3 3,4 6,0 2,3 1,1 4,9 4,2 5,7 6,1 2,4 2,4 0,4 2,6 10,5 11,9 13,0 0,04 85,6 1,9 2,8 4,0 1,2

1,1 n.v.t. 12,7 8,9 10,5 4,6 7,7 2,3 1,5 6,9 6,0 6,9 6,8 3,2 3,3 0,4 3,1 12,3 14,8 13,0 n.v.t. 108,3 2,6 3,6 4,9 1,3

40/51

Percentage bezoekers 97% 95% 94% 97% 87% 86% 86% 89% 87% 93% 87% 90% 99% 96% 94% 87% 84% 97% 99% 95% 99% 98% 97% 98% 98% 100%

Horeca en verblijfsrecreatie Functie

Eenheid

1* hotel 2* hotel 3* hotel 4* hotel 5* hotel Café/bar/cafetaria Restaurant Discotheek Evenementenhal/ beursgebouw

Per 10 kamers Per 10 kamers Per 10 kamers Per 10 kamers Per 10 kamers Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO

Gebied A

Gebied B

Gebied C

Gebied D

0,3 1,1 1,5 2,7 4,2 4,0 8,0 4,1 3,0

0,7 1,9 2,6 4,4 6,8 4,0 8,0 10,3 4,0

2,2 3,6 4,2 6,3 9,3 5,0 12,0 16,4 5,0

4,4 6,0 6,3 8,5 11,8 n.v.t. n.v.t. 18,8 n.v.t.

Gebied A

Gebied B

Gebied C

Gebied D

1,8 2,0 1,0 1,0 1,2 1,3 1,3 1,3 1,4 0,1

2,2 2,5 1,2 1,3 1,5 1,7 1,6 1,5 1,9 0,1

Percentage bezoekers 77% 80% 77% 73% 65% 99% 99%

Gezondheidszorg en sociale voorzieningen Functie

Eenheid

Huisartsenpraktijk Apotheek Fysiotherapiepraktijk Consultatiebureau Consultatiebureau voor ouderen Tandartsenpraktijk Gezondheidscentrum Ziekenhuis Penitentiaire inrichting Religiegebouw

Per behandelkamer Per apotheek Per behandelkamer Per behandelkamer Per behandelkamer Per behandelkamer Per behandelkamer Per 100 m2 BVO Per 10 cellen Per zitplaats

Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

2,7 2,9 1,5 1,6 1,8 2,1 1,9 1,6 3,0 0,1

41/51

3,0 n.v.t. 1,7 1,9 2,1 2,4 2,2 1,9 3,4 n.v.t.

Percentage bezoekers 57% 45% 57% 50% 38% 47% 55% 29% 37% -

Onderwijs Functie

Eenheid

Gebied A

Gebied B

Gebied C

Gebied D

Per 100 m2 BVO

0,8

1,0

1,1

1,4

Percentage bezoekers -

Kinderdagverblijf (crèche) Basisonderwijs

Per leslokaal

0,5

0,5

0,5

0,5

-

Middelbare school ROC Hogeschool Universiteit Avondonderwijs

Per 100 leerlingen Per 100 leerlingen Per 100 studenten Per 100 studenten Per 10 studenten

2,3 3,2 6,3 9,7 3,0

3,0 3,8 6,9 11,5 4,0

3,3 4,2 7,5 12,7 5,0

3,9 4,9 8,9 14,8 9,5

11% 7% 72% 48% 95%

Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

42/51

Bijlage 4. Maximaal acceptabele loopafstanden Als maat voor de ligging van parkeerplaatsen ten opzichte van een bouwontwikkeling hanteert de gemeente Zeist maximaal acceptabele loopafstanden. Deze loopafstanden zijn afgeleid uit landelijke kencijfers van het CROW. De loopafstand is de kortst mogelijke looproute via de openbare ruimte van de parkeerlocatie naar het bestemmingsadres. De loopafstand is de werkelijke loopafstand (dus niet hemelsbreed) van de (entree van een) functie tot de parkeerplaats / entree van een parkeergarage of parkeerterrein. Fietsparkeren Type parkeerder Vaste gebruikers Bezoekers

Wonen 0 meter (eigen terrein) 50 meter

Werken 0 meter (eigen terrein) 50 meter

Overige functies 0 meter (eigen terrein) 50 meter

De maximale loopafstanden voor fietsparkeerplaatsen zijn voor alle parkeergebieden gelijk. Autoparkeren Gebied A B C D

Wonen 500 meter 200 meter 200 meter 100 meter

Werken 600 meter 400 meter 200 meter 200 meter

Overige functies 300 meter 200 meter 200 meter 100 meter

Bijlage 5. Aanwezigheidspercentages voor auto en fiets Met onderstaande aanwezigheidspercentages kan worden bepaald welk aandeel van de autoen fietsparkeerplaatsen op verschillende momenten door verschillende gebruikersgroepen kunnen worden (dubbel) gebruikt. Deze aanwezigheidspercentages zijn afgeleid uit landelijke kencijfers van het CROW.

Functie Ochtend

Werkdag Middag Avond

Nacht

Koopavond

Zaterdag Middag Avond

Zondagmiddag

Woningen bewoners

50%

50%

90%

100%

80%

60%

80%

70%

Woningen bezoekers

10%

20%

80%

0%

70%

60%

100%

70%

Kantoor/bedrijven

100%

100%

5%

0%

5%

0%

0%

0%

Commerciële dienstverlening

100%

100%

5%

0%

75%

0%

0%

0%

Detailhandel

30%

60%

20%

0%

75%

100%

0%

0%

Grootschalige detailhandel

30%

60%

70%

0%

80%

100%

0%

0%

Horeca

30%

40%

90%

0%

80%

75%

100%

45%

Supermarkt

30%

60%

40%

0%

80%

100%

40%

0%

Sportfuncties binnen

50%

50%

100%

0%

100%

100%

100%

75%

Sportfuncties buiten

25%

25%

50%

0%

50%

100%

25%

100%

Bioscoop/theater/podium

5%

30%

90%

0%

90%

40%

100%

40%

Sociaal cultureel

10%

40%

100%

0%

100%

60%

90%

25%

Sociaal medisch: arts/therapeut/consultatiebureau

100%

100%

30%

0%

15%

15%

5%

5%

Verpleeghuis/verzorgingstehuis/ aanleunwoning

100%

100%

50%

25%

50%

100%

100%

100%

Ziekenhuis: patiënten & bezoekers

60%

100%

60%

5%

60%

60%

60%

60%

75%

100%

40%

25%

40%

40%

40%

40%

100%

100%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

100%

0%

100%

0%

0%

0%

Ziekenhuis: medewerkers Dagonderwijs Avondonderwijs

Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

44/51

Bijlage 6. Correctiefactor parkeerplaatsen op eigen terrein Voor de bepaling van de mate waarin parkeren op eigen terrein voor de functie wonen meetelt in het parkeeraanbod wordt onderstaande tabel gebruikt: Type parkeervoorziening

Theoretisch aantal pp

Berekening aantal pp

Enkele oprit zonder garage of carport

1

1,0

Lange oprit zonder garage of carport

2

1,0

Diepte oprit ≥ 11 meter Breedte oprit ≥ 3 meter

Dubbele (brede) oprit zonder garage

2

2,0

Diepte oprit ≥ 5,5 meter Breedte oprit ≥ 4,5 meter.

Garage zonder oprit (bij woning)

1

0,4

1

0,5

/

Garage met enkele oprit

2

1,0

Diepte oprit ≥ 5,5 meter Breedte oprit ≥ 3 meter

Garage met lange oprit

3

1,0

Diepte oprit ≥ 11 meter Breedte oprit ≥ 3 meter.

Garage met dubbele (brede) oprit

3

2,0

Diepte oprit ≥ 5,5 meter Breedte oprit ≥ 4,5 meter

1

1,0

/

Garage (niet bij woning)

Parkeerplaatsen die deel uitmaken van een gebouwde parkeervoorziening of parkeerterrein

Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

Toelichting (maatvoering) Diepte oprit ≥ 5,5 meter Breedte oprit ≥ 3 meter

/

45/51

Bijlage 7. Kwaliteitseisen fietsparkeren Het gebruik van een fietsparkeervoorziening hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid en het comfort van die voorziening. Ook de routing binnen de voorziening, de sociale veiligheid en de afmeting van de fietsparkeerplaatsen beïnvloeden het gebruik. De Leidraad Fietsparkeren (CROW-publicatie 291), het Bouwbesluit 2012 (artikel 4.31) en FietsParKeur gaan in op kwaliteitsrichtlijnen voor fietsenstallingen. Hierna zijn de belangrijkste kwaliteitseisen opgenomen die leidend zijn voor het ontwerp en de inrichting van fietsparkeervoorzieningen bij bouwontwikkelingen in Zeist: Positionering Om gebruik van de fiets te stimuleren is de fiets bij voorkeur de eerste vervoerskeuze die gebruikers tegenkomen bij vertrek en kan de fiets op de beste plek staan bij aankomst ten opzichte van andere vervoersmiddelen. Bij voorkeur wordt de fietsparkeervoorziening dichter bij de entree geplaatst dan de parkeerplaatsen voor auto’s. Als dat niet mogelijk is, dan moet de fietsparkeervoorziening eenvoudig vindbaar en bereikbaar zijn voor alle gebruikers. Toegankelijkheid De belangrijkste kwaliteitseisen voor een toegankelijke fietsparkeervoorziening zijn: • • •

•

•

•

•

Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de fietsparkeervoorziening duidelijk zichtbaar en herkenbaar. De fietsparkeervoorziening heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de eindbestemming. De afstand mag maximaal circa 50 meter zijn van de fietsparkeervoorziening tot de hoofd-/ neven- /personeelsingang van de bestemmingen en/of functies waarvoor de fietsparkeervoorziening is bestemd. De toegang vanaf de weg naar een fietsparkeervoorziening op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen, elektrische fietsen, scootmobielen en fietsen met afwijkende maten (kratten, brede sturen, brede banden, lange fietsen, etc.). Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22%; een trap heeft ideaal een hellingspercentage van maximaal 18%, met een aantrede van 50 cm en een optrede van 9 cm of met een aantrede van 60 cm en een optrede van 10 cm. Naast een trap horen fietsgoten, bij voorkeur aan beide zijden. Voor een fietsparkeervoorziening waar ook scooters, bakfietsen, scootmobielen en andere zware fietsen in gestald worden kan geen trap worden toegepast. Het hellingpercentage moet zodanig zijn dat het hoogteverschil door bakfietsen, elektrische fietsen, scootmobielen en scooters zonder ondersteuning overbrugd kan worden.

Een gebruiker moet de toegang van een fietsparkeervoorziening gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een eenvoudig te bedienen drukknop of kaartlezer.

Inrichting en bruikbaarheid De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goede inrichting en goed bruikbare fietsparkeervoorziening zijn: • •

•

De fietsparkeervoorziening moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld. Binnen en vanuit de fietsparkeervoorziening naar de bijbehorende bestemming is een logische, snelle en eenvoudige routing. Bij voorkeur kunnen gebruikers vanuit de fietsparkeervoorziening rechtstreeks (liefst binnendoor) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de fietsparkeervoorziening. De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichting en bij voorkeur daglichttoetreding. Als een fietsparkeervoorziening openbaar toegankelijk is kan (camera)toezicht of bewaking overwogen worden.

Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

46/51

• • •

• •

•

Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de fietsparkeervoorziening kunnen passeren. Stallingssystemen voor fietsen moeten voldoen aan de eisen van FietsParkeur of zijn gelijkwaardig daaraan, met een hart op hart afstand van minimaal 40 cm. De minimale vrije hoogte in een gebouwde fietsparkeervoorziening is 290 cm om dubbellaags rekken te kunnen plaatsen. Bij gebouwen voor kinderen kan dit 230 cm zijn, omdat dubbellaags rekken ongeschikt zijn voor kinderen. De hart op hart afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een stallingssysteem op gelijk niveau is minimaal 800 mm breed. De hart op hart-afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een hoog/laag fietsparkeersysteem is minimaal 40 cm breed voor zowel onder- als bovenlaag; De gangpaden in de fietsparkeervoorziening zijn minimaal 210 cm breed en een hoofdgang is minimaal 300 cm breed, zowel voor fiets als scooter. Een parkeersysteem waarin naast standaard fietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur. Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc. Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waarin afwijkende maten fietsen op hun standaard of scootmobielen kunnen worden gestald.

Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

47/51

Bijlage 8. Rekenvoorbeelden Om de toepassing van onze parkeernormen te illustreren, zijn hierna een aantal rekenvoorbeelden opgenomen. Rekenvoorbeeld 1 | Toets op dubbelgebruik Een bouwontwikkeling omvat 800 m2 BVO detailhandel met daarboven 4 appartementen van elk 40 m2 BVO. De ontwikkeling ligt in gebied B. De normatieve parkeervraag ligt op 20 parkeerplaatsen (800/100 * 2,1 + 4 woningen * 0,6 + 0,2). Door de mix van deze functies is dubbelgebruik van parkeerplaatsen mogelijk. Alle parkeerplaatsen zijn uitwisselbaar. In onderstaande tabel zijn de aanwezigheidspercentages per moment van de week voor de verschillende functies weergegeven. In dit voorbeeld is maar een beperkt aantal meetmomenten opgenomen. Functie

Werkdag Ochtend

Werkdag Middag

Werkdag Avond

Werkdag Nacht

Zaterdag Middag

Bewoners

50%

50%

90%

100%

60%

Bezoekers

10%

20%

80%

0%

100%

Detailhandel

30%

70%

20%

0%

100%

In de volgende tabel is de parkeereis per moment van de week weergegeven: Functie

Werkdag Ochtend

Werkdag Middag

Werkdag Avond

Werkdag Nacht

Zaterdag Middag

Bewoners

1,2

1,2

2,2

2,4

1,4

Bezoekers

0,1

0,2

0,6

0,0

0,8

Detailhandel

5,0

11,8

3,4

0,0

16,8

Totaal

6,3

13,1

6,2

2,4

19,0

Uit dit rekenvoorbeeld volgt de zaterdagmiddag als het maatgevende moment met een parkeereis van 19 autoparkeerplaatsen.

Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

48/51

Rekenvoorbeeld 2 | Toepassing saldering In een bestaand kantoorpand in zone A worden 25 appartementen gerealiseerd. Het gebouw heeft een oppervlakte van 1.500 m2 BVO. Voor de nieuwe functie geldt een parkeernorm van 0,6 parkeerplaatsen per woning, plus 0,2 voor bezoek. De parkeervraag van de woningen is 20 parkeerplaatsen (25 * 0,8). De oude functie heeft een parkeernorm van 0,9 per 100 m2 BVO. Dit betekent dat voor het kantoor 14 (1.500 / 100 * 0,9) parkeerplaatsen beschikbaar moeten zijn. De parkeervraag van de huidige functie (kantoor), mag in mindering worden gebracht op de parkeervraag van de toekomstige functie (wonen). Hierbij moet rekening worden gehouden met de verschillen in aanwezigheidspercentages van beide functies: Functie Nieuw Bewoners Bezoekers Oud Kantoor

Werkdag Ochtend

Werkdag Middag

Werkdag Avond

Werkdag Nacht

Zaterdag Middag

50% 10%

50% 20%

90% 80%

100% 0%

60% 100%

100%

100%

15%

0%

15%

In de volgende tabel is de parkeereis per moment van de week weergegeven: Functie

Werkdag Ochtend

Werkdag Middag

Werkdag Avond

Werkdag Nacht

Zaterdag Middag

7,5 0,5

7,5 1

13,5 4

15 0

9 5

-14 -7

-14 -7

-2,1 11

0 15

-2,1 7

Nieuw Bewoners Bezoekers Oud Kantoor Parkeereis na saldering

Op de werkdagochtend en -middag neemt de parkeervraag af door de bouwontwikkeling. Op de andere momenten in de week ontstaat een extra parkeervraag. Uit dit rekenvoorbeeld volgt een parkeereis van 15 (extra) parkeerplaatsen voor de nieuwe bouwontwikkeling.

Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

49/51

Rekenvoorbeeld 3 | Toepassing mobiliteitscorrectie Nabij station Den Dolder worden 20 appartementen gerealiseerd met elk een omvang van 80 m2 BVO. Hiervoor geldt een totale parkeervraag van 26 parkeerplaatsen (20 * 1,1 + 0,2), waarvan 4 parkeerplaatsen voor bezoekers en 22 parkeerplaatsen voor bewoners. De bouwlocatie ligt binnen een afstand van 150 meter ten opzichte van het station waardoor een mobiliteitscorrectie van 10% wordt toegepast. Na deze correctie komt de parkeereis op 23,4 parkeerplaatsen, waarvan 3,6 voor bezoekers en 19,8 voor bewoners. Er wordt daarnaast voldaan aan de gestelde voorwaarden voor het aanbieden van een deelconcept. Daardoor is een aanvullende mobiliteitscorrectie van 20% op de parkeervraag van bewoners mogelijk. De parkeereis voor deze bouwontwikkeling is dan als volgt: Functie

Woning bewoners Woning bezoekers Totaal

Oorspronkelijke parkeereis (na ov-reductie) 19,8 3,6 23,4

Mobiliteitscorrectie

Nieuwe Parkeereis

-20% /

15,8 3,6 19,4

De totale parkeereis komt daarmee op 20 parkeerplaatsen. In dit geval worden de parkeerplaatsen exclusief gereserveerd voor bewoners, waardoor dubbelgebruik niet mogelijk is. Als tegenprestatie voor het toepassen van de mobiliteitscorrectie bij de inzet van een deelconcept, moeten 2 parkeerplaatsen voor deelauto’s op eigen terrein worden geplaatst. De parkeerplaatsen die nodig zijn voor het parkeren deze deelauto’s moet bij de parkeereis worden opgeteld. Voor deze bouwontwikkeling moeten in totaal dus 22 (20 + 2) parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Rekenvoorbeeld 4 | Gebruik van bestaande parkeerplaatsen In gebied A worden 15 woningen gerealiseerd met elk een omvang van 110 m2 BVO. Hiervoor geldt een totale parkeervraag van 15 parkeerplaatsen (15 * 0,8 + 0,2), waarvan 3 parkeerplaatsen voor bezoekers en 12 parkeerplaatsen voor bewoners. Voor het bezoekersgedeelte geldt in gebied A een vrijstelling en hoeft geen oplossing gezocht te worden. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de bestaande parkeerplaatsen van de parkeergarages en -terreinen in het centrum van Zeist. Op eigen terrein kunnen fysiek maar 8 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Na goedkeuring van de gemeente Zeist worden de resterende 4 parkeerplaatsen (12 - 8) ingevuld door het afnemen van abonnementen in één van de gemeentelijke parkeergarages.

Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

50/51

Gemeente Zeist Publiekshal, Slotlaan 20, Zeist Postbus 513, 3700 AM Zeist Telefoon 14 030

E-mail: zeist@zeist.nl Website: www.zeist.nl Twitter: www.twitter.com/gemeentezeist

Parkeerbeleidsnota deel B | 2024-2028

51/51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13542498/1