03-23RV034# Bijlage 3 Factsheet Jeugd en WMO april 2023
Tekst van het document
FACTSHEET JEUGD EN WMO APRIL 2023
1 OVERKOEPELENDE DOELEN EN VISIE Waar doen we het voor?
2 Resultaatindicatoren
3
Hoe meten we resultaten en waar zien we aan of de resultaten zijn bereikt?
Prestatie-indicatoren Wat zijn de meetbare eenheden van deze activiteiten? Welke meetinstrumenten gebruiken we?
Resutaatgebieden Op welke onderdelen willen we welke resultaten halen?
INZICHT IN EFFECTEN De gemeente Zeist creëert meer inzicht in de effecten van (geboden) hulp in het sociaal domein. Hiervoor is inzicht nodig in doelen, resultaten, kosten en opbrengsten. Aan de hand van het denkkader hiernaast wordt u door middel van cijfers en bijbehorende duiding meegenomen langs vier resultaatgebieden. In oktober 2022 ontving u een eerste factsheet met informatie over jeugdhulp en WMO op basis van deze vier resultaatgebieden. In deze factsheet kwamen vooral kwantitatieve gegevens naar voren.
Prestaties
4
5
Werkzame factoren: Waar zit onze invloed? Welke activiteiten dragen bij aan het resultaat
Denkkader sturing sociaal domein
RESULTAATGEBIEDEN 1. Inwoners doen volwaardig mee aan de samenleving en ervaren hierbij regie, zeggenschap en gelijke kansen. 2. In Zeist hebben we een hoge kwaliteit van leven: veerkrachtige inwoners en een sterke sociale basis waar inwoners laagdrempelig een beroep op kunnen doen. 3. Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan dichtbij huis beschikbaar. 4. Balans tussen inzet sociale basis, basiszorg en aanvullende zorg binnen de budgettair kaders
Met deze nieuwe versie van de factsheet is er weer stap gezet naar meer informatie gedreven sturen in de gemeente Zeist. Waren in de vorige factsheet de cijfers in resultaatgebied 3 nog grotendeels vanuit landelijke bronnen, is het ditmaal gelukt om binnen dit resultaatgebied hiervoor betrouwbare data direct uit onze eigen systemen te ontsluiten. Ook zijn de recent gemeten klantervaringen Jeugd en WMO aan deze factsheet toegevoegd. Ieder resultaatgebied gaat in op een specifiek onderdeel van de jeugdhulp of de WMO. De resultaatgebieden zijn uitgewerkt in resultaatindicatoren. De cijfers bij deze indicatoren leest u terug in de verschillende tabellen en figuren.
BRONDATA De gegevens in deze factsheet komen uit verschillende bronnen. Voor een deel gaat dit over openbare bronnen, zoals de GGD monitor. Daarnaast putten we data uit ZorgNed, aangevuld met gegevens uit de financiële resultaten van 2022, waarvan de gegevens door Zeist zelf worden beheerd. Ook worden er gegevens gepresenteerd afkomstig uit het cliëntervaringsonderzoek dat is uitgevoerd in het eerste kwartaal van 2023. De actualiteit van de cijfers die uit openbare bronnen komen is afhankelijk van de specifieke bron. De meest recente cijfers van de GGD stammen uit 2021. De gegevens uit ZorgNed zijn ontsloten op 15 maart 2023 en bevatten gegevens tot en met boekjaar 2022. In deze factsheet komen vooral kwantitatieve gegevens naar voren. Bij toekomstige factsheets wordt toegewerkt naar een balans tussen kwalitatieve en kwantitatieve gegevens.
1
Resultaatgebied 1:
Inwoners doen volwaardig mee aan de samenleving en ervaren hierbij regie, zeggenschap en gelijke kansen
Resultaatgebied 2:
In Zeist hebben we een hoge kwaliteit van leven: veerkrachtige inwoners en een sterke sociale basis waar inwoners laagdrempelig een beroep op kunnen doen
MENTAAL WELBEVINDEN JONGEREN De coronacrisis heeft gevolgen voor het mentaal welbevinden van de jongeren in Zeist. Uit de Corona gezondheidsmonitor Jeugd uit 2021 blijkt dat jongeren een hoger risico hebben op psychosociale problemen en meer matig tot ernstig eenzaam zijn in vergelijking met 2019. Ook voelen minder jongeren zich gelukkig. Tegelijkertijd is het vertrouwen in de toekomst onder jongeren hoog. Ervaringen van consulenten uit het CJG uit 2021 bevestigen de cijfermatige trends. Zo stijgt het aantal aanmeldingen bij het CJG waarbij somberheid, eenzaamheid en motivatie een rol spelen.
Op deze pagina zijn grafieken zichtbaar uit de Corona Gezondheidsmonitor Jeugd 2021. Zeist wordt in deze grafieken vergeleken met de gehele regio Utrecht.
2
EENZAAMHEID Eenzaamheid is het ervaren van een onplezierig of ontoelaatbaar gemis aan (kwaliteit van) bepaalde sociale relaties. Het kan zijn dat het aantal contacten dat men heeft met andere mensen geringer is dan men wenst (sociaal eenzaam). Het kan ook zijn dat de kwaliteit van de gerealiseerde relaties achterblijft bij de wensen. De cijfers die hier worden gepresenteerd komen overeen met het gemiddelde in Nederland. Tussen de wijken zijn grote verschillen te zien. Ook zien we het aantal ernstig eenzame inwoners stijgen in 2020 ten opzichte van de vorige peildatum in 2016. Naast deze GGD-cijfers is in 2021 aanvullend onderzoek naar eenzaamheid onder zelfstandig wonende 75-plussers verricht. Deze gegevens worden op termijn aangevuld met de resultaten van het 75+ huisbezoekproject en het effect op eenzaamheid.
22,6%
... van de 18 tot 65 jarigen in Zeist heeft geen contact met buurtgenoten en groet deze ook niet.
10,7%
...van de 65 plussers in Zeist heeft geen contact met buurtgenoten en groet deze ook niet.
Bij negen ongunstige antwoorden in de eenzaamheidsschaal (11 vragen) wordt iemand aangemerkt als ernstig eenzaam.
Het beleid moet vooral gericht zijn op het voorkomen en verminderen van ernstige/ zeer ernstige eenzaamheid. Bij ernstige eenzaamheid hebben mensen zeer weinig contact met familie, vrienden en/of buren (< 1 keer per week). Dit is moeilijk te doorbreken en vraagt soms om een professionele aanpak. Mensen die vrijwilligerswerk doen zijn significant minder eenzaam en vaker gelukkig. Wel neemt met het stijgen van leeftijd het aantal mensen dat vrijwilligerswerk doet af. Boven de 75 jaar verricht 65% van de mensen geen vrijwilligerswerk meer. Mensen met gezondheidsproblemen, gehoorproblemen en mobiliteitsproblemen zijn ook significant vaker eenzaam. Daarom is het extra belangrijk om aandacht te hebben voor deze kwetsbare groepen.
Op deze pagina zijn grafieken zichtbaar uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen 2020 van GGD'en, CBS en RIVM.
3
Resultaatgebied 3: WMO
Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar
AANTAL UNIEKE CLIËNTEN MET EEN ACTIEVE BESCHIKKING (WMO) Het aantal cliënten met een beschikking voor een WMO-voorziening blijft groeien. Na een beperkte toename in 2021 (als gevolg van Corona), is de groei van het aantal cliënten in 2022 weer verder toegenomen.
WMO: AANTAL CLIËNTEN PER WIJK In de verdeling van het aantal cliënten over de wijken van Zeist is te zien dat de toename van het aantal cliënten zich vooral voordoet in de wijken Centrum, Noord en West. Hier speelt naast de inzet van huishoudelijke hulp ook relatief vaak complexe problematiek, waardoor hulp en ondersteuning nodig is bij het zelfstandig wonen en leven.
De grafieken over WMO zijn afkomstig uit ZorgNed en gaan over geïndiceerde zorg.
4
WMO: AANTAL CLIËNTEN PER HULPVORM De groei van het aantal cliënten doet zich met name voor bij hulp bij het huishouden en ambulante begeleiding. De toename van het aantal inwoners dat een beroep doet op huishoudelijke hulp, hangt sterk samen met het aantal ouderen in Zeist en de wens om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen. Huishoudelijke hulp is een laagdrempelige voorziening die dat mogelijk maakt. Als het gaat om de toename van ambulante begeleiding zien we dat binnen het sociaal team de zorgvragen toenemen. Ook de complexiteit van de zorgvragen neemt gestaag toe. Er is vaker sprake van een stapeling van problemen. Bijvoorbeeld niet aangeboren hersenletsel, in combinatie met financiële problemen en medische vragen. Daarnaast wordt begeleiding vaak ingezet bij inwoners met GGZ-problematiek of bij inwoners met dementie. Bij de aantallen in de categorieën rollen, vervoer en wonen gaat het om nieuwe beschikkingen in dat jaar. Het gaat om rolstoelen (rollen), scootmobielen, driewielfietsen en andere vervoersvoorzieningen (vervoer) en diverse soorten woningaanpassingen, waaronder trapliften, drempelhulpen en elektrische deuropeners, maar ook grotere woningaanpassingen (wonen). De nieuwe toekenningen binnen deze categorieën laten een redelijk stabiel beeld zien. Wel zien we ook hier het effect van vergrijzing en langer thuis wonen; het aantal grote woningaanpassingen neemt toe.
WMO: TOTALE UITGAVEN PER CATEGORIE Hoewel het aantal cliënten dat begeleiding krijgt vanuit de WMO toeneemt, zijn de uitgaven in 2022 niet verder gestegen. Dit heeft voor een deel te maken met een andere tariefstelling vanaf 1 juli 2021 en voor een deel heeft dit te maken met een verschuiving binnen de begeleiding van specialistische naar reguliere begeleiding, waar dat mogelijk is. Bij huishoudelijke hulp stijgen de uitgaven mee met het aantal cliënten. Bij de uitgaven voor de voorzieningen binnen de categorieën wonen, rollen en vervoer gaat het om zowel de uitgaven voor nieuwe beschikkingen (aanschaf), als om de uitgaven voor onderhoud en reparaties. Duidelijk is dat er met name bij de woningaanpassingen een grote stijging van de uitgaven is. Dit heeft te maken met een aantal dure woningaanpassingen die in 2022 zijn gedaan.
De grafieken over WMO zijn afkomstig uit ZorgNed en gaan over geïndiceerde zorg. Let op: Voor Rollen, Vervoer en Wonen zijn Unieke Cliënten met een NIEUWE beschikking geteld en niet cliënten met een actieve beschikking omdat die beschikkingen nooit worden afgesloten 5 .
Resultaatgebied 3: Jeugd
Voor inwoners is kwalitatief goede en doelmatige zorg, tijdig en waar kan, dichtbij huis beschikbaar
AANTAL UNIEKE CLIËNTEN MET EEN ACTIEVE BESCHIKKING (JEUGD) Te zien is dat het aantal unieke cliënten met een actieve beschikking voor jeugd licht is gedaald in 2022 na de drie jaar daarvoor vrij stabiel te zijn geweest. Mogelijk heeft de daling te maken met een opschoonactie waarbij beschikkingen met een langere looptijd zijn beëindigd wanneer er geen facturaties meer zijn geweest. Ook kan de wet op het woonplaatsbeginsel van invloed zijn geweest, waardoor een aantal jeugdigen waarvoor Zeist in het verleden betaalde omdat ze in Zeist stonden ingeschreven, in 2022 zijn overgedragen naar de gemeente waar ze volgens het woonplaatsbeginsel oorspronkelijk vandaan kwamen. In Zeist heeft het woonplaatsbeginsel relatief veel invloed gehad, omdat er veel instellingen zorg met verblijf gevestigd zijn.
JEUGD: AANTAL CLIËNTEN PER WIJK Zwaartepunt in het aantal jeugdigen in zorg ligt in de wijken Zeist Noord (16.700 inwoners, 5460 jonger dan 25), Zeist Centrum (16.100 inwoners, 4330 jonger dan 25) en Zeist West (14.400 inwoners, 4480 jonger dan 25). Austerlitz is opgenomen in Zeist Oost. De categorie overig is kleiner geworden, omdat steeds beter wordt geregistreerd waar de jeugdige woont. We hebben daarop nog een slag te maken. We zien in Zeist Noord met name relatief veel problematiek in Vollenhove. Daar is dan ook specifiek aandacht voor in het project Vollenhove vooruit, met ook een aantal deelprojecten op preventie voor jeugd met name op sport en bewegen, en er is een Centrum voor Jeugd en Gezin. Er zijn ook vestigingen in Centrum, West en Noord en een spreekuur in Den Dolder.
JEUGD: AANTAL CLIËNTEN PER VERWIJZERS TYPE We zien dat de meeste verwijzingen in 2022 van de huisarts komen. Dit aantal is gestegen in vergelijking tot 2021. Per saldo is het aantal verwijzingen in 2022 afgenomen. Het CJG laat een flinke daling in het aantal verwijzingen zien. Dat is een gewenste ontwikkeling, we sturen op een vermindering van de specialistische jeugdhulp door een betere preventie en doordat het CJG zelf in toenemende mate de juiste hulp kan bieden. De reden dat het aantal verwijzingen via het CJG is gedaald en via huisartsen in 2022 is gestegen, is niet heel goed te achterhalen. Een deel van de verklaring kan zijn dat door de werkdruk en daardoor oplopende wachttijden bij het CJG gezinnen via de huisarts sneller een verwijzing naar jeugdhulp kunnen krijgen. Misschien spelen ook de (na-)effecten van Corona hierbij een rol. Op grond van deze cijfers gaan we hier verder onderzoek naar doen. Daarbij kijken we ook naar de stijging in aantallen verwijzingen via medisch specialist en jeugdarts (arts bij de GGD), die hoewel gering in aantallen, relatief flink zijn gestegen. De grafieken over Jeugd zijn afkomstig uit ZorgNed en gaan over geïndiceerde zorg. 6
JEUGD: TOTALE UITGAVEN PER CATEGORIE De uitgaven stijgen in de jeugdzorg. Dat is een landelijk beeld en dat geldt ook voor Zeist.
JEUGD: AANTAL CLIËNTEN PER LEEFTIJDSCATEGORIE Opvallend is dat met name jeugdigen in de bovenbouw van het primair onderwijs en het middelbaar onderwijs veel jeugdhulp afnemen. Naarmate jeugdigen ouder worden is er meer vraag naar jeugdzorg. Dit is een landelijk beeld, en dit wordt ook versterkt door de Coronaperiode en de nawerking hiervan. Bij veel pubers, en vooral bij meisjes, is sprake van eenzaamheid, van depressieve of suïcidale gevoelens. Los van Corona is het beeld dat problemen van jeugdigen groter kunnen worden als ze het middelbaar onderwijs bezoeken en dat daarmee de vraag stijgt in deze groep. Juist de erg jonge kinderen en de jeugdigen van 18-23 krijgen relatief veel hulp in een verblijfssituatie. Dat heeft te maken met dat er bij erg jonge kinderen die jeugdhulpnodig hebben vaak sprake is van ernstige (meervoudige) problematiek, waardoor ze niet thuis de hulp kunnen krijgen die ze nodig hebben. Het gaat hierbij overigens om minder dan 20 kinderen. Bij jeugdigen boven 18 hangt dit samen met de werking van de Jeugdwet. Die geldt in principe tot de 18e verjaardag. In uitzonderingsgevallen kunnen alle vormen van jeugdhulp worden verlengd. Voor jeugdigen die verblijven in pleeggezinnen verblijven geldt de leeftijdsgrens van 21 jaar. Dat verklaart het hoge aandeel oudere jeugdigen in verblijf.
JEUGD: AANTAL CLIËNTEN TOTAAL EN MET VERBLIJF Zowel het totaal aantal cliënten als het aantal cliënten met zorg daalt. We zien de zorg met verblijf relatief meer afnemen. We sturen hier specifiek op door middel van de regionale inkoop van verblijf voor jeugdigen en de regionale ‘ ’ opgroeien. Als dat niet kan, dan zo mogelijk in pleegzorg of gezinshuizen. Omdat we verblijf in een instelling niet kunnen onderscheiden in gezinsgericht en leefgroep, is niet mogelijk om goed te monitoren of de juiste beweging wordt gemaakt. Op casus niveau sturen we hier wel op en ook in afspraken met de aanbieders van verblijfzorg. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat in de afname ook de gevolgen van het woonplaatsbeginsel voor een deel doorwerken, waardoor we meer jeugdigen aan andere gemeenten hebben overgedragen dan er uit andere gemeenten overgedragen zijn aan Zeist. De grafieken over Jeugd zijn afkomstig uit ZorgNed en gaan over geïndiceerde zorg. 7
Resultaatgebied 4:
Balans tussen inzet sociale basis, basiszorg en aanvullende zorg binnen de budgettaire kaders
AANTAL INWONERS
BEGROTINGCIJFERS 2022
AANVULLENDE ZORG
BASISZORG
INWONERS EN FINANCIËN
€ 31.766.000
SOCIALE BASIS € 9.043.000
€ 4.843.000
TOELICHTING INWONERS EN FINANCIËN In de linkerdriehoek is te zien dat de meeste inwoners eigen oplossingen vinden of gebruik maken van informele vormen van ondersteuning (ongeveer 80%). Inwoners in de basiszorg (ongeveer 15%) maken gebruik van CJG, Sociaal Team of algemene voorzieningen. Dit zijn lichte vormen van ondersteuning. De aanvullende zorg geldt voor inwoners met een specialistische of meervoudige ondersteuningsvraag (5%). Deze percentages zijn gebaseerd op landelijke gemiddeldes wat schattingen zijn vanuit de overheid. In de rechterdriehoek is te zien dat de budgetverdeling bijna het omgekeerde beeld laten zien. Zo'n 70% van de kosten is voor de aanvullende zorg, 20% voor de basiszorg en 10% voor de sociale basis. In de komende jaren kan gevolgd worden of de gewenste verschuiving naar lichte vormen van ondersteuning gerealiseerd wordt.
8
Cliëntervaringsonderzoek WMO 2023
ERVARINGEN MET HET SOCIAAL TEAM 65% van de deelnemers die ondersteuning ontvangt vanuit de WMO had het afgelopen jaar contact met het Sociaal Team van de gemeente. Zij beoordelen het gesprek dat zij met de medewerker van het Sociaal Team hadden (zeer) positief. Zo is 94 het er bijvoorbeeld (helemaal) mee eens dat ze hun mening durfden te geven tijdens het gesprek en 89% dat ze door het gesprek een stap dichter bij een antwoord op hun hulpvraag zijn gekomen. Ook de medewerker zelf wordt (zeer) positief beoordeeld Zo vindt 92% dat de medewerker luisterde naar hun verhaal en 90% dat de medewerker keek naar wat de deelnemer zelf kon. Ruim een derde heeft met de medewerker van het Sociaal Team gekeken welke activiteiten van MeanderOmnium kunnen helpen bij de hulpvraag. Uiteraard is het afhankelijk van de hulpvraag of de activiteiten van MeanderOmnium een passende oplossing kunnen bieden. Bij huishoudelijke hulp of een rolstoel of woningaanpassing zal dat niet snel het geval zijn. Deze vraag en de vragen op de volgende pagina’s zijn beantwoord door respondenten die ondersteuning vanuit de WMO ontvingen. MeanderOmnium is de welzijnsorganisatie voor Zeist. Zij organiseren activiteiten waar u zelf heen kunt, zoals het wegwijscafé, samen in beweging en gouden koffie. 9
WAT GING GOED IN HET CONTACT MET HET SOCIAAL TEAM? Dit zijn enkele voorbeelden van gegeven antwoorden.
Het contact met het Sociaal Team wordt met een ruime voldoende beoordeeld (7.9).
Welk rapportcijfer geeft u het contact dat u met het Sociaal Team heeft gehad?
“Begripvol, Empathisch, Professioneel, Goed bereikbaar, behulpzaam.” “Kundig en snel en betrokken bij de casus en bij mij als cliënt. Goede sociaalbetrokken en nette ambtelijke afhandeling en transparant in de overwogen beschikking. Geeft inzage in de verordening en licht dat bondig toe.” “Ze luisterde goed naar mij en wat ik nodig had.”
v v
WAT KON BETER IN HET CONTACT MET HET SOCIAAL TEAM? Hierin worden enkele aandachtspunten genoemd voor de communicatie met inwoners en een suggestie voor de indicatieduur bij chronische klachten. Dit nemen wij mee als verbeterpunt in de dienstverlening.
“Afspraken worden soms verzet of vergeten te bellen. Geen groot probleem verder.” “Vooraf melden dat er geen huishoudelijke hulp capaciteit beschikbaar is.” “Ieder jaar opnieuw bepalen of ondersteuning nodig is, snap ik, maar is in mijn geval ook druk verhogend. Aangezien ik altijd ondersteuning nodig zal blijven hebben.” Deze vraag en de vragen op de volgende pagina’s zijn beantwoord door respondenten die ondersteuning vanuit de WMO ontvingen. 10
Wat voor ondersteuning ontvangt u van de Gemeente (hoofdcategorie)?
Welke ondersteuning ontvangt u van de Gemeente (subcategorie)?
ONTVANGEN ONDERSTEUNING Ruim driekwart ontvangt alleen hulp (ondersteuning) vanuit de WMO zoals hulp bij het huishouden, begeleiding thuis of dagbesteding in een groep. 13 % ontvangt alleen hulpmiddel(en), zoals een rolstoel, scootmobiel aangepaste fiets of traplift De overige 10 % ontvangt zowel hulp (ondersteuning) als hulpmiddel(en). In de categorie hulp (ondersteuning), ontvangt het merendeel huishoudelijke hulp.
Deze vraag en de vragen op de volgende pagina’s zijn beantwoord door respondenten die ondersteuning vanuit de WMO ontvingen. 11
Welke hulpmiddel(en) ontvangt u van de gemeente? ERVARINGEN MET HULPMIDDELEN De hulpmiddelen zoals scootmobielen en rolstoelen worden door 2 leveranciers geleverd. Over beide leveranciers zijn de ontvangers tevreden. Zij krijgen beiden een ruime voldoende. Bijna driekwart van de mensen vindt dat zij het hulpmiddel snel kregen. In deze uitkomst is te zien dat de hulpmiddelenleveranciers te maken hebben met langere levertijden. Zij zijn voor veel onderdelen afhankelijk van toeleveranciers uit het buitenland, bijvoorbeeld voor bepaalde elektronica of grondstoffen. Door verschillende factoren, zoals de oorlog in Oekraïne, hogere transportkosten en krapte op de arbeidsmarkt zijn de levertijden van hulpmiddelen het afgelopen jaar aanzienlijk toegenomen. Hierover wordt steeds gesproken in de kwartaal overleggen met de leveranciers. Dit zijn enkele voorbeelden van gegeven antwoorden op de vraag: Hoe helpt het hulpmiddel u verder? “D.m.v. hulpmiddel blijf ik zelf redzaam( douchestoel) door de rolstoel kan ik toch deelnemen aan sociale activiteiten.” “Door de rolstoel en handbike kan ik weer zelf boodschappen doen, naar mijn werk of naar vrienden en familie toe.”
Het hulpmiddel helpt mij verder
“Ik heb mijn vrijheid terug kan fietsen zonder angst te vallen. Niet alleen ik maar ook mijn echtgenoot heeft zijn vrijheid terug.”
Deze vraag en de vragen op de volgende pagina’s zijn beantwoord door respondenten die ondersteuning vanuit de WMO ontvingen. 12
De ondersteuning sluit goed aan bij wat ik nodig heb ERVARINGEN MET ONDERSTEUNING: HUISHOUDELIJKE HULP, BEGELEIDING THUIS EN DAGBESTEDING Deelnemers die ondersteuning ontvangen van de gemeente, ontvangen met name hulp bij het huishouden (73%). Ruim driekwart is het er (helemaal) mee eens dat ze de ondersteuning snel kregen. Met name bij huishoudelijke hulp sprake is van beperkte capaciteit bij zorgaanbieders om nieuwe cliënten in te laten stromen. De krapte op de arbeidsmarkt is goed zichtbaar bij deze voorziening. Mensen moeten soms langer wachten tot de hulp kan starten, bij ziekte is niet altijd een vervanger beschikbaar of er kan niet altijd een vaste medewerker worden ingezet. Dat komt ook terug in de verbeterpunten die door cliënten zijn genoemd.
De ondersteuning helpt mij verder
Alle vormen van ondersteuning die deelnemers ontvangen sluiten goed aan bij wat ze nodig hebben en het helpt ze verder. Zo is 88% het er bijvoorbeeld (helemaal) mee eens dat de begeleiding bij ze thuis goed aansluit bij wat ze nodig hebben en ze verder helpt. Zowel hulp bij het huishouden (7.6), begeleiding thuis (8.0) als dagbesteding in een groep (8.2) scoort een (ruime) voldoende. In alle gevallen
Deze vraag en de vragen op de volgende pagina’s zijn beantwoord door respondenten die ondersteuning vanuit de WMO ontvingen. 13
WAT LEVERT DE ONDERSTEUNING OP? De ondersteuning die deelnemers ontvangen, heeft positieve effecten op ontvangers. Zo is 88% het er (helemaal) mee eens dat ze zich door de ondersteuning beter zelf kunnen redden.
DIT ZIJN ENKELE VOORBEELDEN VAN GEGEVEN ANTWOORDEN OP DE VRAAG: HOE HELPT HET HULPMIDDEL U VERDER? “Bijv. woonbegeleiding handelt met mij dingen af die ik zelf niet durf en kan ik m’n ei kwijt waar ik zoal tegen aan loop… Dagbesteding voor het dagritme onder de mensen zijn. Dit lukt me regelmatig niet om te gaan dan helpt ook de woonbegeleiding om dat terug op te pakken!”
“Daardoor kan ik zoveel mogelijk mijn gewone leven voortzetten. Door b.v. huishoudelijke hulp hou ik energie over om zelf te kunnen koken af en toe of een boodschapje te doen.”
“Blij met de ondersteuning, goed vooruit geholpen, lukt me steeds beter mijn leven op de rit te krijgen.”
“Doelgerichte begeleiding dus gericht op aanleren van sociaal en emotionele vaardigheden. Begeleiding is heel concreet en ter voorkoming van ergere problemen.”
Door de ondersteuning die ik ontvang:
Deze vraag is beantwoord door respondenten die ondersteuning vanuit de WMO ontvingen. 14
Heeft u een mantelzorger?
Heeft uw mantelzorger behoefte om (vaker) ontlast te worden?
MANTELZORG 68% heeft geen mantelzorger en 32% wel. Volgens nagenoeg driekwart van deze deelnemers heeft de mantelzorger geen behoefte om (vaker) ontlast te worden. De ondersteuning die de mantelzorger krijgt, helpt ze om voor de hulpbehoevende te zorgen en wordt als prettig ervaren. In 2022 is door Mantelzorg NL en het Steunpunt Mantelzorg Zeist onderzoek gedaan naar de behoefte aan mantelzorgondersteuning. Dat is gedaan onder bijna 400 mantelzorgers. Daaruit blijkt onder andere dat 40% van de mantelzorgers (nu) geen behoefte heeft aan ondersteuning, ongeveer 61% heeft echter wel een latente behoefte. En ongeveer 20% is niet bekend met de ondersteuningsmogelijkheden. Dit geeft genoeg aanknopingspunten om gerichter in te zetten op het bekend maken van de ondersteuningsmogelijkheden.
Deze vraag is alleen gesteld aan respondenten die een mantelzorger hebben. 15
Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2023 Waar heeft u jeugdhulp aangevraagd?
WAAR HEEFT U JEUGDHULP AANGEVRAAGD? Toegang tot jeugdhulp gaat vaker via huisarts dan via het CJG. Dat is een landelijke trend. Een grote meerderheid kent deze toegang, minder mensen kennen de toegang via het CJG.
Hier wordt met name genoemd dat jeugdhulp via school is aangevraagd.
16
De volgende stellingen gaan over het gesprek dat u en/of uw kind met de medewerker van het CJG heeft gehad. In hoeverre bent u het eens met onderstaande stellingen?
ERVARINGEN MET HET CJG Stellingen gaan over het gesprek dat jongere of met de medewerker van het CJG heeft gehad. De medewerker van het CJG wordt op alle punten ( positief beoordeeld door ouder(s) /verzorger(s) en jongeren Zo geeft 93% aan het ( eens te ‘ ’ dat de medewerker luisterde naar het verhaal. Deelnemers zijn het het minst eens met ‘ ’ maar nog steeds is de meerderheid het eens (66%).
Heeft het CJG met u en uw kind gekeken naar welke laagdrempelige activiteiten kunnen helpen met de hulpvraag?
Hier wordt onder andere genoemd: zwemles, rots en water training, vrijwilligerswerk en een cursus.
HEEFT HET CJG MET U EN UW KIND GEKEKEN NAAR WELKE LAAGDREMPELIGE ACTIVITEITEN KUNNEN HELPEN MET DE HULPVRAAG? Ruim een kwart heeft met het CJG gekeken naar welke laagdrempelige activiteiten kunnen helpen met de hulpvraag, met name op het gebied van sport. Daar lijkt nog winst te behalen in de beweging naar normaliseren en passende maar zo licht mogelijke inzet van hulp.
We bedoelen hiermee hulp waarvoor geen verwijzing van het CJG nodig is, zoals sport, of activiteiten van MeanderOmnium zoals de jongerenbusZ, de huiswerkplek, het &U Meidenproject of het jongerenwerk. 17
Hoe lang krijgt uw kind hulp of ondersteuning?
HOE LANG KRIJGT UW KIND HULP OF ONDERSTEUNING DOOR EEN JEUGDHULPAANBIEDER? Vanuit de jeugdhulp ontvangt de jeugdige vooral individuele begeleiding en de meesten ontvangen langer dan een jaar hulp of ondersteuning. Dit is relatief lang, landelijk gezien is ruim 60% van de totale jeugdhulptrajecten binnen een jaar afgesloten. Goed om hier nader naar te kijken.
IN HOEVERRE HELPT DE ONDERSTEUNING DE JEUGDIGE VERDER?
In hoeverre bent u het eens met onderstaande stelling? De ondersteuning helpt mij/mijnkind verder
76% van alle respondenten is het hiermee (helemaal) eens. 9% is het hier (helemaal) niet mee eens, de rest is neutraal of weet het niet. Op zich een positief resultaat, wel goed om te kijken hoe dit nog kan worden verbeterd.
“We hebben alleen maar op de wachtlijst gestaan.”
“Sinds de hulp die ze krijgt is ze weer de oude ik geworden.”
“Hij bleef op de waakvlam staan in plaats van vooruit te komen”
“Heeft heel erg geholpen met lezen en schrijven en kon daardoor goed instromen in voortgezet onderwijs.” 18
DE VOLGENDE FACTSHEET Met deze versie van de factsheet zijn er weer belangrijke stappen gezet naar meer informatie gedreven sturen in de gemeente Zeist. Tegelijkertijd zijn we ambitieus in de ontwikkeling richting de volgende factsheet die in het vierde kwartaal van 2023 verschijnt. Bij toekomstige factsheets wordt verder toegewerkt naar een balans tussen kwalitatieve en kwantitatieve gegevens. In de volgende factsheet krijgt u waar mogelijk inzicht in de resultaten over de eerste helft 2023 en zijn de resultaatgebieden aangevuld met nieuwe en of aangevulde indicatoren.