CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

03-23RV004 Bijlage 3, Notitie bodemonderzoek

Raad 24 januari 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: Ontwerp VVGB Huis ter Heideweg 19 (Huis ter Heide)15.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

OV20220626

19-05-2022

Notitie Onderwerp: Herinrichting sportpark Dijnselburg te Zeist, Grondonderzoek/aanleg advies sportvelden Projectnummer: 372264 Referentienummer: Notitie Dijnselburg Zeist 2020-12-18 Datum: 18-12-2020

1

Inleiding

Ter voorbereiding van de herinrichtingsopgave het sportpark Dijnselburg te Zeist zijn november 2020 de betreffende velden geschouwd en bodemkundige opnamen verricht. Dit ter beoordeling van de huidige profielopbouw en samenstelling van bovengrond, alsmede de ontwateringssituatie en draagkracht van de ondergrond. Tevens is in situ een partijkeuring uitgevoerd ter plaatse van het hoofdveld van SV Zeist. De resultaten van deze partijkeuring zijn in een aparte rapportage opgenomen. De in het kader van de herinrichting van het sportpark Dijnselburg te realiseren aanpassingen bestaan uit: • SV Zeist: aanleg kunstgrasveld t.p.v. het hoofdveld van SV Zeist (veld 1); • HSV Phoenix: gefaseerde aanleg van 2 softbalvelden t.p.v. het natuurgras voetbalveld (veld 2) en het natuurgras trainingsveld (veld 3); • Openbaar veld/SV Zeist: renovatie oud natuurgras voetbalveld (zuidelijke deel van huidige grasveld/cricketveld).

Veld 1

Figuur 1:

Veld 2

Herinrichtingsplan sportpark Dijnselburg te Zeist

Sweco K.P. van der Mandelelaan 41-43 3062 MB Rotterdam Postbus 4381 3006 AJ Rotterdam

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Ronald Muntjewerff Adviseur/projectleider bodem en cultuurtechniek M +31 6 22 54 55 48 1 (2)

De resultaten van de uitgevoerde grondonderzoeken zijn in deze notitie beschreven en vertaald in een advies voor de voorgenomen herinrichting van de betreffende velden.

2

Inventarisatie

2.1 Beschikbare gegevens Ten behoeve van uit te voeren onderzoeken is gebruik gemaakt van de door de gemeente Zeist beschikbaar gestelde informatie, zoals: [1] Presentatietekening Dijnselburg (SC Zeist, HSV Phoenix, Dijnselburg); d.d. 21-07-2020. [2] Adviesbureau Riet; Uitvoeringtekening SV Zeist / Phoenix (concept); d.d. 27-10-2020. [3] Adviesbureau Riet; Inmeten 3,5 voetbalveld en omgeving, Zeist; d.d. 26-02-2020. Tevens is ten behoeve van de uitwerking van de plannen gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen en documenten: [4] NOC*NSF; Sportvloerenlijst (zie: https://sportvloeren.sport.nl/sportvloerenlijst ) [5] KNBSB; Vademecum accommodaties 2021 - Honk en softbal; versie 2,50, d.d. 7-11-2020. 2.2 Grondonderzoeken Gebaseerd op het voor het sportpark Dijnselburg uitgewerkte herinrichtingplan zijn per veld de onderstaande opnamen en analyses verricht. De situering van de boringen is weergegeven in bijlage 1 en de resultaten van de op basis van de bodemopnamen uitgewerkte boorprofielen zijn weergegeven in bijlage 2. De resultaten van de uitgevoerde laboratoriumanalyses (toplaagmonsters) zijn opgenomen in bijlage 3. SV Zeist - aanleg kunstgrasveld Doel: beoordeling profielopbouw en ontwateringssituatie. • Uitvoering partijkeuring i.v.m.

vrijkomende grond (separaat gerapporteerd); • 2 boringen tot 2,0 m -mv en 2 boringen tot 1,2 m; • Bemonstering en analyse van de toplaag (granulair en bemesting) ter bepaling van de gebruiksmogelijkheden. HSV Phoenix 1 - aanleg van softbalveld Doel: Bodemkundige beoordeling en bepalen uitvoeringmogelijkheden, waarbij de afvoer van vrijkomende grond wordt beperkt. • 2 boringen tot 2,0 m -mv en 3 boringen tot 1,2 m; • Bemonsteren en analyse van de toplaag (granulair en bemesting) ter bepaling van de maatregelen ter optimalisatie van de samenstelling. HSV Phoenix 2 - aanleg van softbalveld Doel: Bodemkundige beoordeling en bepalen uitvoeringmogelijkheden, waarbij de afvoer van vrijkomende grond wordt beperkt. • 2 boringen tot 2,0 m -mv en 3 boringen tot 1,2 m; • Bemonsteren en analyse van de toplaag (granulair en bemesting) ter bepaling van de maatregelen ter optimalisatie van de samenstelling.

2 (2)

Openbaar veld/SV Zeist - renovatie oud natuurgras voetbalveld Doel: Bodemkundige beoordeling en uitwerken renovatieadvies ter realisatie van een volwaardig wedstrijdveld. • 2 boringen tot 2,0 m -mv en 3 boringen tot 1,2 m; • Bemonsteren en analyse van de toplaag (granulair en bemesting) ter bepaling van de maatregelen ter optimalisatie van de samenstelling. 2.3 Maaiveldhoogten Op basis van de beschikbare hoogtemetingen [3] zijn in de onderstaande tabel per veld de representatieve resultaten opgenomen. Tabel 2.1 Huidige maaiveldhoogten (in m t.o.v. NAP) Veld Rand veld As veld SV Zeist (hoofdveld) 8,60 (oost) 8,70 Veld B (Phoenix 1)1) 8,46 - 8,66 (zuid) 8,60 - 8,85 Trainingsveld (Phoenix 2) 8,68 (oost) 8,83 Openbare veld /SV Zeist 2) 8,86 - 9,01 (zuid) 8,85 - 9,05 1) Helling oost-west met hoogteverschil van circa 0,20 m 2) Heling oost-west met hoogteverschil van circa 0,10 m

Rand veld 8,56 (west) 8,44 - 8,70 (noord) 8,72 (west) 8,76 - 8,99 (noord)

Gemiddeld 8,63 8,63 8,75 8,94

Enkele hoogten welke bepalend kunnen zijn voor de uit te realiseren aanleghoogten zijn: • Vloer kantine ca NAP 9,40 m • Verharding langs hoofdveld ca NAP 8,60 m • Verharding bij kleedkamers NAP 8,71 m • Tribune lage dorpel NAP 8,55 m (eerste trede ca +0,15 m = NAP 8,70 m?) • Asfaltweg ca NAP 8,65 tot 8,75 m

3

Beoordeling en advies

3.1 Beoordeling zettinggevoeligheid ondergrond Uit de bodemkundige opnamen en op basis ondergrondgegevens uit Dinoloket is op te maken dat het profiel voornamelijk bestaat uit zand. Behalve en variatie aan zandlagen, zijn binnen een diepte van 25 m geen storende en samendrukbare lagen te verwachten. Het profiel kan derhalve als niet zettinggevoelig worden beschouwd. Zeker als de belastingveranderingen beperkte zijn, zijn er geen zettingen te verwachten. 3.2

SV Zeist - aanleg kunstgrasveld

3.2.1 Bodemopbouw Uit de veldonderzoeken en analyseresultaten is op te maken dat de bovenlaag tot 0,40 à 0,50 m als vrij homogeen is te beschouwen en bestaat uit matig humeus, zwak lemig, matig fijn zand (geschat: 4% organische stof, ca 11% leem en circa M50 170 µm, geanalyseerd: 3,3% organische stof, ca 8,8% leem en circa M50 228 µm), met een geschatte doorlatendheid van 1,5 m/etm. Deze enigszins verschraalde laag heeft een donkerbruine kleur. De onderlagen bestaan uit zwak humeus, zwak lemig en matig leemarm, matig fijn zand. Met de diepte nemen zowel het leemgehalte als ook het humusgehalte geleidelijk af, wat gunstig is voor de waterdoorlatendheid van de onderlagen. Mede vanwege de roestsporen is het zand beigebruin tot oranje van kleur. De doorlatendheid is geschat op 2,0 à 2,2 m/etm.

3 (2)

De grondwaterstanden staan ruim onder het maaiveldniveau en zijn binnen boordiepte niet waargenomen. 3.2.2 Uitgangspunten en randvoorwaarden De nieuw te realiseren constructie dient overeenkomstig de normering in de sportvloerenlijst (NOC*NSF-CONSTR2 ) derhalve minimaal te bestaan uit: • Kunstgrasmat (incl. foam layer) • 0,08 m / 0,10 m sporttechnische laag • 0,30 m zandonderbouw (NOC*NSF-M3.c). Het kunstgrasveld dient overeenkomstig de in de kwaliteitsnorm NOC*NSF-KNVB2-15 te worden aangelegd. Het te bouwen kunstgrasveld ligt geheel in een gebied dat als archeologisch waardevol is aangemerkt. Om de kans op verstoring te minimaliseren zijn de toegestane ontgravingsdiepten binnen de contouren van het archeologisch als waardevol aangemerkte gebied beperkt tot 0,30 m. Het aangeboorde zand voldoet niet aan de criteria van het in de onderbouw van een kunstgrasveld te verwerken M3c zand. Er kan voor de opbouw van het kunstgrasveld geen gebruik worden gemaakt van de bestaande profielopbouw. Uitgangspunt is derhalve dat ten behoeve van de aanleg van het kunstgrasveld de bestaande bovenlaag tot een diepte van circa maximaal 0,30 m wordt ontgraven. 3.2.3 Aanlegadvies Rekening houdende met de aansluiting van het te bouwen kunstgrasveld op de directe omgeving (tribune en verhardingen) is het aan te bevelen om het maaiveld beperkt te verhogen.

Daarom wordt geadviseerd om voor de lange zijden van het veld een aanlegniveau van circa NAP 8,70 m (gelijk aan onderste trede van de tribune) aan te houden (in aansluiting op de onderste trede van de tribune) en de as van het veld kan dan op circa NAP 8,80 m worden aangebracht. Bij een constructiehoogte van 0,40 m kan de cunetbodem op NAP 8,30 tot 8,40 worden afgewerkt. Voor beheersing van het grondwaterniveau is de aanleg van een drainage niet noodzakelijk. Maar om nadelige effecten van waterstagnatie op de humeuze onderlaag te voorkomen, is het te overwegen om een drainage aan te brengen. De drains op een onderlinge afstand van 4,0 m in de cunetbodem aanbrengen en middels inspectieputten aansluiten op een verzamelleiding. De afwatering kan plaatsvinden op een buiten het veld aan te brengen infiltratieput. Een alternatieve optie is om in de lengterichting op een h.o.h. afstand van 4,0 m en tot een diepte van NAP 7,90 m (tot 0,70 à 0,80 m onder het huidige maaiveld) 0,20 m brede zandsleuven aan te brengen. De sleuven dienen tot de onderzijde van de constructie van het kunstgrasveld met drainszand te worden aangevuld en om ongewenste nazakkingen te voorkomen goed te worden verdicht. Nadeel van deze optie is dat met de aanleg van de sleuven de archeologisch laag wordt doorgraven.

Op hoofdlijnen is de uitvoering als volg te schematiseren: • Alle obstakels verwijderen; • Afhankelijk van gewenst hergebruik de zode frezen met de pulverfrees en onderwerken met een hakenfrees of de zode verwijderen met een fieldtopmaker en de toplaag intensief frezen;

4 (2)

• Ontgraven en afvoeren humeuze bovenlaag. Ontgraven tot NAP 8,30 m (randen veld) • • • • •

en NAP 8,40 m (middenas); Aanbrengen drainage of drainerende zandsleuven; Aanbrengen van 0,30 m M3c onderbouwzand; Profileren en verdichten; Aanbrengen, onder profiel afwerken en verdichten van de sporttechnische laag; Aanbrengen kunstgrasmat inclusief infill.

3.3

HSV Phoenix - aanleg van softbalvelden

3.3.1 Uitgangspunten en randvoorwaarden De twee softbalvelden worden gerealiseerd op de bestaande voetbalvelden, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de bestaande profielopbouw. Uitgangspunt daarbij is dat de vrijkomende grond ter plaatse zal worden verwerkt. Vanwege het voortgezet gebruik van het huidige trainingsveld (veld 3), zullen de werkzaamheden in twee fases worden uitgevoerd. In de eerste fase is alleen de aanleg van Phoenix veld 1 voorzien. De te realiseren constructie is als volgt: • Binnenveld en warningtrack – halfverhardingen (oppervlakte ca 2.330 m2): o 50 mm toplaag van lava met ongebonden mineraal Ø0-4 mm en 100 mm bij de honken over een afstand van 4,5 m en breedte van 2 m achter het eerste honk en vóór het tweede honk en vóór het derde honk, ter plaatse van de werpheuvel en op het softbalveld/jeugdhonkbalveld vanaf de werpplaat (heren seniorenafstand) over een lengte van 3,5 meter richting de thuisplaat, in het catcherperk en de slagperken (zie [5] bijlage 8b) (NOC*NSF-KNBSB2-15.c); o 0,10 m lava fundering Ø0-16 mm(NOC*NSF-M2.a); o 0,25 m zandonderbouw (NOC*NSF-M3.c) en 0,20 m waar toplaag 100 mm is. • Buitenveld - natuurgras (NOC*NSF-KNBSB2-15) (oppervlakte ca. 3450 m2) Het veld Phoenix 1 ligt gedeeltelijk (noordzijde) in gebied dat als archeologisch waardevol is aangemerkt.

Om de kans op verstoring te minimaliseren zijn de toegestane ontgravingsdiepten binnen de contouren van het archeologisch als waardevol aangemerkte gebied beperkt tot 0,30 m. 3.3.2

Phoenix veld 1

3.3.2.1 Bodemopbouw De bestaande bovengrond bestaat uit een verschraalde 0,15 tot 0,20 m dikke toplaag van zwak humeus, matig leemarm lemig, matig fijn zand (geschat: 2% organische stof, ca 9% leem en circa M50 170 µm, geanalyseerd: 3,2% organische stof, ca 9,9% leem en circa M50 231 µm). De onderliggende donkerbruine laag (tot 0,60 à 0,70 m -mv) is iets humeuzer. En op 0,60 à 0,70 m begint een beigebruine onderlaag bestaande uit zwak humeus, zwak lemig, matig fijn zand. De diepere lagen bestaan uit overwegend humusarm, matig leemarm, matig fijn zand. Ondanks dat het grondwater niet binnen boordiepte wordt aangetroffen en de bovenlaag als redelijk tot goed waterdoorlatend is beoordeeld (1,4 m /etm), is er op het meest westelijke deel / in de zuidwesthoek van het veld regelmatig sprake van wateroverlast (plasvorming). Uit de resultaten van hoogtemetingen blijkt dit ook het laagste deel van het veld te zijn.

5 (2)

3.3.2.2 Aanlegadvies Uit de bodemprofielen blijkt dat de bestaande onderlaag niet geschikt is voor toepassing onder de halfverhardingen. Ten behoeve van de aan te brengen onderbouw en funderingslaag dient een cunet te worden gegraven en een constructie te worden aangebracht zoals beschreven in paragraaf 3.3.1. Het gemiddelde berekende maaiveldniveau van het bestaande voetbalveld veld is NAP 8,63 m en indien alleen het oppervlak ter hoogte van het softbalveld wordt meegerekend komt het gemiddelde maaiveldniveau uit op circa NAP 8,55 m. In de door RIET gemaakte uitvoeringstekening [2] is uitgegaan van aanleg van de randen van het binnenveld op NAP 9,05 m. Bij een aanlegniveau van de halfverhardingen op NAP 9,05 m kan de 0,40 m opbouw vrijwel geheel op het maaiveld worden aangebracht (NAP 8,65 m). Alleen op de hoogste delen moet een deel van de bovengrond worden ontgraven. Voorwaarde is derhalve dat er voldoende grond beschikbaar is om ook het buitenveld op een hoogte, van NAP 9,05 aflopend naar circa 8,95 m te kunnen afwerken. Bij de keuze voor aanleg van het binnenveld (randen) op NAP 9,05 m dient wel specifieke aandacht te worden besteed voor aansluiting op de directe omgeving. Er zal extra grond nodig zijn om een geleidelijke overgang te kunnen realiseren.

Het alternatief is om te kiezen voor een lager aanlegniveau, een niveau waarbij de uit de te graven cunetten vrijkomende grond in het veld kan worden verwerkt. Dit is te realiseren bij een aanleghoogte van het binnenveld op circa NAP 8,75 m. Ter realisatie van een constructiehoogte van 0,40 m, dient de cunetbodem op NAP 8,35 m te worden afgewerkt. Dit betekend dat er langs de westelijke rand van het veld een beperkte ontgraving nodig is, en daardoor wordt voldaan aan de archeologische voorwaarden. Te allen tijde wordt geadviseerd om de bestaande graszode middels een bewerking met de fieldtopmaker te verwijderen en ten behoeve van de ver- en bewerkingsmogelijkheden te frezen. Vervolgens kan de grond ter plaatste van het binnenveld en de warningtrack tot op het gewenste niveau worden ontgravingen. De daarbij vrijkomende toplaag (tot circa 0,20 m) is te verwerken in het buitenveld. Geadviseerd wordt de humeuze onderlaag vooral te gebruiken voor het creëren van geleidelijke overgangen naar de omgeving. De grondwaterstanden staan in principe voldoende laag. Maar vanwege de periodieke wateroverlast op het westelijke deel van het huidige veld wordt geadviseerd om ter plaatse van het binnenveld in het humeuze dek op een onderling en afstand van 4,0 circa 0,20 m brede met drainzand aangevulde sleuven aan te brengen.

De sleuven moeten de gehele humeuze laag doorsnijden (bodemniveau circa NAP 7,70 m) en indirect contact komen te staan met de onder de halfverhardingen aan te brengen zandonderbouw. Het buitenveld (gras) wordt met een lichte ronding aangelegd. De bovengrond dient te worden verschraald door er, nadat het oppervlak onder profiel is afgewerkt, 4 cm op aan te brengen. Het zand egaal doormengen, zodat er een 0,20 m dikke homogene toplaag wordt verkregen. Op hoofdlijnen is de uitvoering als volg te schematiseren: • Alle obstakels verwijderen; • Binnenveld:  De graszode kort maaien en verwijderen door een bewerking met een fieltopmaker en het vrijkomende materiaal afvoeren;  Toplaag frezen;

6 (2)

 In het binnenveld en de warningtrack de cunetten graven. De vrijkomende grond in het buitenveld verwerken;

 In het binnenveld zandsleuven maken tot NAP 7,70 m en met overhoogte aanvullen met drainzand;  Zandonderbouw en verhardingsconstructie aanbrengen, profileren en verdichten; • Buitenveld:  De graszode kort maaien en verwijderen door een bewerking met een fieldtopmaker en het vrijkomende materiaal afvoeren;  Bovenlaag frezen;  Buitenveld op hoogte en onder profiel afwerken met de bij de ontgravingen vrijgekomen grond;  Storende lagen/laagovergangen breken en profiel homogeniseren;  Aanblokken, profileren en egaliseren;  Verschralingszand 5 cm (1% organische stof,<4% leem en M50 200-220 µm) opbrengen en doorwerken (bewerkingsdiepte ca 0,20 m);  Profileren en egaliseren. Zorgen voor een goede aansluiting op de halfverhardingen;  Voorraadbemesting bestaande uit bv. 200 kg/ha DCM Vivifos opbrengen, doorwerken (bewerkingsdiepte circa 0,10 m). Kort voor inzaai een startbemesting van bv. 300 kg/ha DCM Start opbrengen;  Inzaaien met 2,5 kg/are van een sportveldenmengsel SV8 of een gelijkwaardig grasmengsel. De te gebruiken grasrassen moeten voorkomen in de laatst uitgegeven Grasgids;  Ongeveer drie à vier weken na inzaai nog bemesten met bijvoorbeeld 3 kg per are DCM Start;  Indien nodig beregenen. 3.3.3

Phoenix veld 2

3.3.3.1 Bodemopbouw Het tweede veld van Phoenix is deels op het bestaande trainingsveld gesitueerd. Dit veld bestaat uit een 0,20 m dikke toplaag van matig humeus, zwak lemig, matig fijn zand (geschat: ca 5% organische stof, ca 12% leem en M50 170 µm, geanalyseerd 2,5% organische stof, ca 8,8% leem en circa M50 182 µm). Daaronder zit een 0,10 m dikke tussenlaag van matig leemarm, humusarm matig fijn zand, dat tot een diepte van 0,40 à 0,70 m over gaat in een onderbouw van zeer leemarm, matig grof zand (geschat: 1 organische stof, 4% leem en M50 220 µm). Tot op boordiepte zijn vervolgens nog enkele natuurlijke bodemlagen van matig humusarm tot matig humeus, zwak lemig en matig leemarm, matig fijn zand waargenomen. Ook hier zijn in de boorgaten geen grondwaterstanden waar te nemen. Op dit veld is geen sprake van wateroverlast. 3.3.3.2 Aanlegadvies Uit de opnamen blijkt dat de lagen tot 0,30 m niet geschikt zijn voor toepassing in de onderbouw van de het binnenveld van een softbalveld. De laag tussen 0,30 en 0,40 à 0,70 m is naar verwachting wel geschikt voor toepassing onder in de zandonderbouw van de halfverhardingen (dit is niet getoetst o.b.v. een laboratoriumanalyse). Mede gezien de diepere ondergrond is het te overwegen om het veld vanaf deze laag op te bouwen.

Dit zou betekenen dat ten opzichte van het gemiddelde maaiveldniveau van NAP 8,75 m de bovenlaag tot NAP 8,45 moet worden ontgraven. De aan te brengen zandonderbouw kan dan met 0,10 m worden gereduceerd tot 0,10 à 0,15 m. De randen van het binnenveld

7 (2)

kunnen dan op NAP 8,75 m worden afgewerkt. Nadeel is dat er geen of maar een geringe hoeveelheid van de bij de ontgravingen vrijkomende grond in het buitenveld kan worden verwerkt. Voordeel is dat de hoogten goed aansluiten op het naastgelegen al eerder te realiseren veld. Door een iets hoger aanlegniveau te kiezen kan ernaar worden gestreefd om zoveel mogelijk van de vrijkomende grond in het buitenveld te verwerken. Door de toplaag met een dikte van 0,20 m tot circa NAP 8,50 te ontgraven, kunnen de randen van het binnenveld (uitgaande van een constructiehoogte van 0,40 m) op NAP 8,90 m worden afgewerkt. De vrijkomende bovengrond kan dan worden gebuikt om het buitenveld op het gewenste niveau af te werken. Ook is grond nodig om een geleidelijke overgang met de directe omgeving te kunnen realiseren. Nadat het oppervlak onder profiel is afgewerkt, 4 cm verschralingszand opbrengen. Het zand egaal doormengen, zodat er een 0,20 m dikke homogenen toplaag wordt verkregen. In het door RIET uitgewerkte uitvoeringplan [2] is uitgegaan van een aanleghoogte ter plaatse van de randen van het binnenveld van NAP 9,11 m. Dit zou betekenen dat het veld min of meer op het bestande veld met een gemiddeld maaiveldniveau van NAP 8,75 m wordt aangebracht. Omdat er dan onvoldoende grond beschikbaar komt voor het op hoogte brengen van het buitenveld, lijkt deze optie vooralsnog minder aantrekkelijk.

Op hoofdlijnen is de uitvoering als volg te schematiseren: • Alle obstakels en verhardingen verwijderen • Binnenveld en warningtrack (halfverhardingen): o De graszode kort maaien en verwijderen door een bewerking met een fieldtopmaker en het vrijkomende materiaal afvoeren; o De graszode frezen, zodat vrijkomende grond in het buitenveld weer goed te verwerken is; o In het binnenveld en de warningtrack de cunetten graven en grond in het buitenveld verwerken; o Verhardingsconstructie (onderbouw en fundering) opbouwen en profileren en verdichten; o Toplaag onder profiel aanbrengen en verdichten. • Buitenveld (gras): o De graszode kort maaien en verwijderen door een bewerking met een fieldtopmaker en het vrijkomende materiaal afvoeren; o Buitenveld frezen en op hoogte en onder profiel afwerken met de bij de ontgravingen vrijgekomen grond; o Profiel homogeniseren en storende lagen / laagovergangen breken; o Aanblokken, profileren en egaliseren; o Verschralingszand 5 cm (1% organische stof,<4% leem en M50 200 - 220 µm) opbrengen en doorwerken (bewerkingsdiepte 0,20 m); o Profileren en egaliseren. Zorgen voor een goede aansluiting op de halfverhardingen; o Voorraadbemesting bestaande uit bv. 200 kg/ha DCM Vivifos opbrengen, doorwerken (bewerkingsdiepte circa 0,10 m). Kort voor inzaai een startbemesting van bv.

300 kg/ha DCM Start opbrengen; o Inzaaien met 2,5 kg/are van een sportveldenmengsel SV8 of een gelijkwaardig grasmengsel. De te gebruiken grasrassen moeten voorkomen in de laatst uitgegeven Grasgids; o Ongeveer drie à vier weken na inzaai nog bemesten met bijvoorbeeld 3 kg per are DCM Start;

8 (2)

o 3.4

Indien nodig beregenen. Openbaar veld / SV Zeist

3.4.1 Bodemopbouw De 0,40 à 0,45 m dikke boven laag bestaat uit zwak humeus, zwak lemig, matig fijn zand (geschat: ca 3% organische stof, ca 11% leem en M50 160 µm, geanalyseerd: ca 4% organische stof, ca 10,9% leem en M50 224 µm). Met de diepte nemen zowel de leem- alg organische stofgehalten geleidelijk af. 3.4.2 Beoordeling veld De vlakheid van het huidige veld is slecht; veroorzaakt door kuiligheid, te veel oneffenheden op korte en lange afstand en spoorvorming. Vanwege de zandige opbouw en lage grondwaterstanden is ontwateringssituatie goed, en zijn geen aanvullende maatregelen nodig. De grasmat is als slecht beoordeeld. Dit op basis van de samenstelling en de vele zodebeschadigingen. 3.4.3 Uitgangspunten en randvoorwaarden Het veld dient te voldoen aan de in de normbladen NOC*NSF-KNVB2-a en -KNVB2-15 opgegeven criteria. 3.4.4 Aanlegadvies Ter verbetering van de vlakteligging en de grasmat is het aan te bevelen om een volledige veldrenovatie uit te voeren. Uitgaande van de huidige situatie met een gemiddeld maaiveldniveau van NAP 8,94 m wordt geadviseerd om de randen van het veld op circa NAP 8,90 m en de middenas op NAP 9,02 m af te werken. De in het kader van de renovatie van het natuurgrasveld te verrichten werkzaamheden zijn: • Alle obstakels verwijderen; • Kort maaien en verwijderen van de bestaande graszode met de fieldtopmaker; • Bovenlaag los maken t.b.v.

profilering • Aanblokken, profileren en egaliseren; • Woelen, bewerkingsdiepte circa 0,50 m -mv • Aanblokken, profileren en egaliseren; • Aanbrengen 6 cm verschralingszand (<1% organische stof,<4% leem en M50 200-220 µm); • Bekalken met bv. 1000 kg/ha Dolokal; • Doorwerken verschralingszand (bewerkingsdiepte ca 0,20 m); • Aanblokken, profileren en egaliseren; • Voorraadbemesting bestaande uit bv 300 kg/ha DCM Vivifos opbrengen, doorwerken (bewerkingsdiepte circa 0,10 m) en kort voor inzaai een startbemesting van 300 kg/ha; DCM Start opbrengen; • Inzaaien met 2,5 kg/are van een sportveldenmengsel SV8 of een gelijkwaardig grasmengsel. De te gebruiken grasrassen moeten voorkomen in de laatst uitgegeven Grasgids; • Ongeveer drie à vier weken na inzaai nog bemesten met bijvoorbeeld 3 kg per are DCM Start; • Indien nodig beregenen.

9 (2)

Verantwoording Titel

Herinrichting sportpark Dijnselburg te Zeist, Grondonderzoek/aanleg advies sportvelden

Projectnummer

372264

Referentienummer

Notitie Dijnselburg Zeist 2020-12-18

Revisie

Definitief

Datum

18-12-2020

Auteur

Ronald Muntjewerff

E-mailadres

ronald.muntjewerff@sweco.nl

Gecontroleerd door

Coen Nell

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door Paraaf goedgekeurd Klik of tik om tekst i n te voeren.

10 (2)

Bijlage 1

Situatietekening

1 2

3

9

5

11

4

13

15

7

18

17 10 16

6

12 8

14

19

Bijlage 2

Boorprofielen

Bijlage 2 - Boorprofielen

Boring:

B01

Boring:

B02

X:

145680,74

X:

145719,58

Y:

457715,94

Y:

457723,55

Datum:

1-12-2020

Datum:

30-11-2020

Boormeester:

Casper Kuipers

Boormeester:

Casper Kuipers

0

0

50

50

70

100 120

200

200

50

Gras, Zand, matig fijn, M50 (160), resten wortels, resten zand, K-waarde: 1,4, donker zwartbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels, 1% resten ophoogzand. Zand, matig fijn, M50 (160), resten roest, matig siltig zand houdend, K-waarde: 1,5, neutraalbruin, Edelmanboor, Geroerd. Bijmenging lichte roestkleur, 12% humeus siltig zand

0

0

50

50

120

Zand, matig fijn, M50 (175), sporen roest, K-waarde: 2,2, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken

100

Zand, matig fijn, M50 (190), zwak grindhoudend, sporen roest, K-waarde: 2,2, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken, 4% grind

B03

Boring:

B04

X:

145704,61

X:

145742,47

Y:

457659,90

Y:

457667,71

Datum:

30-11-2020

Datum:

1-12-2020

Boormeester:

Casper Kuipers

Boormeester:

Casper Kuipers

0

gras

50

Gras, Zand, matig fijn, M50 (160), resten wortels, K-waarde: 1,3, donker zwartbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels

100 120

Gras, Zand, matig fijn, M50 (160), resten wortels, resten zand, K-waarde: 1,4, donker zwartbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels, 1% resten ophoogzand. Zand, matig fijn, M50 (160), resten roest, K-waarde: 1,5, neutraalbruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestkleur

Boring:

80

gras

70

Zand, matig fijn, M50 (175), sporen roest, K-waarde: 2,2, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken

150

0

gras

Zand, matig fijn, M50 (160), resten roest, K-waarde: 1,5, neutraalbruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestkleur Zand, matig fijn, M50 (170), sporen roest, K-waarde: 2,1, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken

0

40

50 65

100

110

gras Gras, Zand, matig fijn, M50 (160), resten wortels, resten zand, K-waarde: 1,5, donker zwartbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels, 1% resten ophoogzand. Zand, matig fijn, M50 (160), resten roest, matig siltig zand houdend, matig grindhoudend, K-waarde: 1,5, neutraalbruin, Edelmanboor, Geroerd. Bijmenging lichte roestkleur, 2% grind Zand, matig fijn, M50 (175), sporen roest, zwak grindhoudend, K-waarde: 2,2, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken, 4% grind

150

200

Projectcode: 376264

0

200

Zand, matig fijn, M50 (190), sporen roest, matig grindhoudend, K-waarde: 2,2, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken, 10% grind

Bijlage 2 - Boorprofielen

Boring:

B05

Boring:

B06

X:

145621,61

X:

145700,38

Y:

457553,42

Y:

457589,73

Datum:

1-12-2020

Datum:

1-12-2020

Boormeester:

Casper Kuipers

Boormeester:

Casper Kuipers

0

0

25

50

50

70

100

100

150

200

200

gras Gras, Zand, matig fijn, M50 (175), resten wortels, resten zand, K-waarde: 1,7, donker grijsbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels, 1% zand Zand, matig fijn, M50 (165), sporen grind, zwak zandhoudend, K-waarde: 1,7, neutraalbeige, Edelmanboor, Geroerd. Bijmenging <1% grind, 5% blank zand

0

0

25

50 70

100

100

120

gras Gras, Zand, matig fijn, M50 (170), resten wortels, sporen zand, K-waarde: 1,6, donker grijsbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels, <1% zand Zand, matig fijn, M50 (160), resten wortels, resten grind, K-waarde: 1,4, donker zwartbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels, 1% grind,

Zand, matig fijn, M50 (160), resten wortels, resten grind, K-waarde: 1,3, donker zwartbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels, 1% grind

Zand, matig fijn, M50 (170), sporen roest, zwak siltig zand houdend, K-waarde: 1,6, neutraal beigebruin, Edelmanboor, geroerd. Bijmenging lichte roestvlekjes , 5% siltig zand

Zand, matig fijn, M50 (160), resten roest, matig zandhoudend, K-waarde: 1,8, neutraal beigebruin, Edelmanboor, Sterk geroerd. Bijmenging lichte roestkleur, 15% blank zand

Zand, matig fijn, M50 (180), sporen roest, K-waarde: 2,1, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken

Zand, matig fijn, M50 (170), sporen roest, K-waarde: 2,1, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken

0

Boring:

B07

Boring:

B08

X:

145668,34

X:

145692,70

Y:

457560,89

Y:

457514,11

Datum:

1-12-2020

Datum:

1-12-2020

Boormeester:

Casper Kuipers

Boormeester:

Casper Kuipers

0 20

50 70

100

100 120

gras Gras, Zand, matig fijn, M50 (170), resten wortels, K-waarde: 1,4, donker grijsbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels Zand, matig fijn, M50 (160), resten wortels, resten grind, sporen zand, K-waarde: 1,4, donker zwartbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels, 1% grind, <1% blank zand Zand, matig fijn, M50 (160), sporen roest, zwak zandhoudend, K-waarde: 1,6, neutraal beigebruin, Edelmanboor, Sterk geroerd. Bijmenging lichte roestvlekjes , 5% blank zand Zand, matig fijn, M50 (170), sporen roest, K-waarde: 2,1, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken

0

50

0

gras

15

Gras, Zand, matig fijn, M50 (175), resten wortels, resten zand, K-waarde: 1,7, donker grijsbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels, 1% zand

60 80 90

100

Zand, matig fijn, M50 (160), resten wortels, resten grind, K-waarde: 1,3, donker zwartbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels, 1% grind

150

200

Zand, matig fijn, M50 (165), sporen grind, zwak zandhoudend, K-waarde: 1,7, neutraalbeige, Edelmanboor, Geroerd. Bijmenging <1% grind, 5% blank zand

200

Zand, matig fijn, M50 (160), resten roest, matig zandhoudend, K-waarde: 1,8, neutraal beigebruin, Edelmanboor, Sterk geroerd. Bijmenging lichte roestkleur, 15% blank zand Zand, matig fijn, M50 (170), sporen roest, K-waarde: 2,1, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken

Projectcode: 376264

Bijlage 2 - Boorprofielen

Boring:

B09

Boring:

B10

X:

145683,71

X:

145714,99

Y:

457587,38

Y:

457559,12

Datum:

1-12-2020

Datum:

1-12-2020

Boormeester:

Casper Kuipers

Boormeester:

Casper Kuipers

0

0

gras

15

Gras, Zand, matig fijn, M50 (165), resten wortels, K-waarde: 1,4, donker grijsbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels

30 50

50

75

100 120

0

20

50

50

70

100

100

120

Zand, matig fijn, M50 (160), resten wortels, resten grind, K-waarde: 1,3, donker zwartbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels, 1% grind

X:

145730,73

X:

145757,97

Y:

457595,22

Y:

457552,18

Datum:

1-12-2020

Datum:

1-12-2020

Boormeester:

Casper Kuipers

Boormeester:

Casper Kuipers

85

100 130

150

190 200

Zand, matig fijn, M50 (160), resten wortels, resten grind, K-waarde: 1,3, donker zwartbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels, 1% grind

Zand, matig fijn, M50 (170), sporen roest, K-waarde: 2,1, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken

B12

70

Zand, matig fijn, M50 (165), sporen grind, zwak zandhoudend, K-waarde: 1,7, neutraalbeige, Edelmanboor, Geroerd. Bijmenging <1% grind, 5% blank zand

Zand, matig fijn, M50 (170), resten roest, K-waarde: 2,1, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken

Boring:

50

Gras, Zand, matig fijn, M50 (175), resten wortels, K-waarde: 1,6, donker grijsbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels

Zand, matig fijn, M50 (160), resten roest, matig zandhoudend, K-waarde: 1,8, neutraal beigebruin, Edelmanboor, Sterk geroerd. Bijmenging lichte roestkleur, 15% blank zand

B11

0

gras

Zand, matig fijn, M50 (160), sporen roest, zwak zandhoudend, K-waarde: 1,6, neutraal beigebruin, Edelmanboor, Sterk geroerd. Bijmenging lichte roestvlekjes , 5% blank zand

Boring:

20 30

200

Zand, matig fijn, M50 (165), sporen grind, zwak zandhoudend, K-waarde: 1,7, neutraalbeige, Edelmanboor, Geroerd. Bijmenging <1% grind, 5% blank zand

0

0

gras Gras, Zand, matig fijn, M50 (170), resten wortels, K-waarde: 1,3, donker zwartbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels Zand, matig fijn, M50 (165), sporen grind, K-waarde: 1,6, neutraalbeige, Edelmanboor, Bijmenging <1% grind Zand, matig grof, M50 (220), zwak grindhoudend, K-waarde: 3,1, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging 4% grind

0

0 20 30 45

50 70 85

100 120

gras Gras, Zand, matig fijn, M50 (170), resten wortels, K-waarde: 1,3, donker zwartbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels Zand, matig fijn, M50 (165), sporen grind, K-waarde: 1,6, neutraalbeige, Edelmanboor, Bijmenging <1% grind Zand, matig grof, M50 (220), zwak grindhoudend, K-waarde: 3,1, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging 4% grind

Zand, matig fijn, M50 (160), resten wortels, resten grind, K-waarde: 1,3, donker zwartbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels, 1% grind

Zand, matig fijn, M50 (160), resten wortels, resten grind, K-waarde: 1,3, donker zwartbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels, 1% grind

Zand, matig fijn, M50 (160), resten roest, K-waarde: 1,5, neutraalbruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestkleur

Zand, matig fijn, M50 (160), resten roest, K-waarde: 1,5, neutraalbruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestkleur

Zand, matig fijn, M50 (170), sporen roest, matig grindhoudend, K-waarde: 2,1, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken, 6% grind

Zand, matig fijn, M50 (170), sporen roest, K-waarde: 2,1, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken

Zand, matig fijn, M50 (200), zwak grindhoudend, K-waarde: 2,8, lichtbeige, Edelmanboor, Bijmenging 4% grind

Projectcode: 376264

Bijlage 2 - Boorprofielen

Boring:

B13

Boring:

B14

X:

145759,48

X:

145783,17

Y:

457603,14

Y:

457547,11

Datum:

1-12-2020

Datum:

1-12-2020

Boormeester:

Casper Kuipers

Boormeester:

Casper Kuipers

0

0

gras

15

Gras, Zand, matig fijn, M50 (170), resten wortels, K-waarde: 1,3, donker zwartbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels

30 50 60

50

95

Zand, matig fijn, M50 (170), sporen grind, K-waarde: 1,7, neutraalbeige, Edelmanboor, Bijmenging <1% grind

150

Zand, matig fijn, M50 (160), K-waarde: 1,6, neutraal beigebruin, Edelmanboor, Geroerd. Bijmenging geen

80

100

150

Zand, matig grof, M50 (220), zwak grindhoudend, K-waarde: 3,1, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging 4% grind

0

0

gras

20 30 40

Gras, Zand, matig fijn, M50 (170), resten wortels, K-waarde: 1,3, donker zwartbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels

50 70 80

100

Zand, matig grof, M50 (220), zwak grindhoudend, K-waarde: 3,1, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging 4% grind

150

185 200

200

Zand, matig fijn, M50 (160), resten wortels, resten grind, K-waarde: 1,3, donker zwartbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels, 1% grind

Zand, matig fijn, M50 (170), sporen roest, zwak grindhoudend, K-waarde: 2,1, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken, 3% grind

Zand, matig fijn, M50 (170), sporen roest, K-waarde: 2,1, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken

B15

Boring:

B16

X:

145816,08

X:

145823,47

Y:

457630,39

Y:

457591,44

Datum:

1-12-2020

Datum:

30-11-2020

Boormeester:

Casper Kuipers

Boormeester:

Casper Kuipers

45

50 65

100

Zand, matig fijn, M50 (200), zwak grindhoudend, K-waarde: 2,8, lichtbeige, Edelmanboor, Bijmenging 4% grind

Boring:

0

110

150

150

200

200

gras Gras, Zand, matig fijn, M50 (160), resten wortels, zwak zandhoudend, K-waarde: 1,5, donker grijsbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels, 5% humeus arm zand Zand, matig fijn, M50 (160), resten roest, K-waarde: 1,6, neutraalbruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestkleur, 1% grind Zand, matig fijn, M50 (170), sporen roest, K-waarde: 1,7, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestkleur Zand, matig fijn, M50 (170), sporen roest, zwak grindhoudend, K-waarde: 2,2, licht bruinbeige, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken, 5% grind Zand, matig grof, M50 (230), matig grindhoudend, sporen roest, K-waarde: 5, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken, 10% grind

Projectcode: 376264

Zand, matig fijn, M50 (160), resten wortels, resten grind, K-waarde: 1,3, donker zwartbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels, 1% grind Zand, matig fijn, M50 (160), resten roest, K-waarde: 1,5, neutraalbruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestkleur

Zand, matig fijn, M50 (160), resten roest, K-waarde: 1,5, neutraalbruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestkleur

0

Zand, matig fijn, M50 (165), sporen grind, K-waarde: 1,6, neutraalbeige, Edelmanboor, Bijmenging <1% grind

0

0

40

50 70

100 120

gras Gras, Zand, matig fijn, M50 (160), resten wortels, K-waarde: 1,3, donker zwartbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels Zand, matig fijn, M50 (160), resten roest, K-waarde: 1,5, neutraalbruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestkleur Zand, matig fijn, M50 (170), sporen roest, K-waarde: 2,1, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken

Bijlage 2 - Boorprofielen

Boring:

B17

Boring:

B18

X:

145847,49

X:

145872,42

Y:

457622,59

Y:

457664,68

Datum:

1-12-2020

Datum:

1-12-2020

Boormeester:

Casper Kuipers

Boormeester:

Casper Kuipers

0

0

45

50

Gras, Zand, matig fijn, M50 (160), resten wortels, zwak zandhoudend, K-waarde: 1,5, donker grijsbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels, 5% humeus arm zand

75

Zand, matig fijn, M50 (160), resten roest, K-waarde: 1,6, neutraalbruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestkleur, 1% grind

120

Zand, matig fijn, M50 (170), sporen roest, zwak grindhoudend, K-waarde: 2,2, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken, 5% grind

100

0

gras

Boring:

B19

X:

145889,33

Y:

457617,20

Datum:

1-12-2020

Boormeester:

Casper Kuipers 0

45

50 65

gras Gras, Zand, matig fijn, M50 (160), resten wortels, zwak zandhoudend, K-waarde: 1,5, donker grijsbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels, 5% humeus arm zand Zand, matig fijn, M50 (160), resten roest, K-waarde: 1,6, neutraalbruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestkleur, 1% grind

100

150

150

200

200

Zand, matig fijn, M50 (170), sporen roest, zwak grindhoudend, K-waarde: 2,2, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken, 5% grind Zand, matig grof, M50 (230), matig grindhoudend, sporen roest, K-waarde: 5, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken, 10% grind

Projectcode: 376264

0

0

45

50 65

gras Gras, Zand, matig fijn, M50 (160), resten wortels, zwak zandhoudend, K-waarde: 1,5, donker grijsbruin, Edelmanboor, Bijmenging 1% wortels, 5% humeus arm zand Zand, matig fijn, M50 (160), resten roest, K-waarde: 1,6, neutraalbruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestkleur, 1% grind

100 120

Zand, matig fijn, M50 (170), sporen roest, zwak grindhoudend, K-waarde: 2,2, licht beigebruin, Edelmanboor, Bijmenging lichte roestvlekken, 5% grind

Legenda (conform NEN 5104)

grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

matige olie-water reactie sterke olie-water reactie

Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10

Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000 Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

Zand, uiterst siltig

>10000

monsters

geroerd monster

overige toevoegingen

ongeroerd monster

zwak humeus volumering

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis

BoToVa Wbb (T12, T13) <=AW

blinde buis <=WO casing <=IND, <=T hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand

<=I

laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting

grind afdichting filter

>I

Bijlage 3

Resultaten laboratoriumanalyses toplagen

Rapport

BemestingsWijzer Sportveld/golfterrein SV Zeist

Eurofins Agro Postbus 170 NL - 6700 AD Wageningen T monstername: Thijmen Schouten: 0652002114 T klantenservice: 088 876 1010 E klantenservice.agro@eurofins.com I www.eurofins-agro.com

Uw klantnummer: 8659125 Sweco Nederland BV Ronald Muntjewerf De Molen 48 3994 DB HOUTEN

Onderzoek

Onderzoek-/ordernr: 784368/005254842

Datum monstername: 01-12-2020

SV Zeist - veld 1

Datum verslag: 17-12-2020

Inkoopopdracht: 202005839

Resultaat

Eenheid

Resultaat

Streeftraject

Chemisch

N-totale bodemvoorraad kg N/ha C/N-ratio N-leverend vermogen kg N/ha

1610 14 25

1510 - 2200 13 - 17 25 - 45

S-plantbeschikbaar kg S/ha S-totale bodemvoorraad kg S/ha C/S-ratio S-leverend vermogen kg S/ha

5 375 60 6

20 - 30 270 - 380 50 - 75 20 - 30

P-plantbeschikbaar P-bodemvoorraad

kg P/ha kg P/ha

4,6 290

2,0 - 2,7 235 - 325

K-plantbeschikbaar K-bodemvoorraad

kg K/ha kg K/ha

85 25

100 - 145 75 - 130

Ca-plantbeschikbaar Ca-bodemvoorraad

kg Ca/ha kg Ca/ha

10 465

100 - 230 490 - 730

Mg-plantbeschikbaar Mg-bodemvoorraad

kg Mg/ha kg Mg/ha

65 70

35 - 70 35 - 140

Na-plantbeschikbaar Na-bodemvoorraad

kg Na/ha kg Na/ha

10 15

laag

vrij laag

goed

vrij hoog hoog

laag

vrij laag

goed

zeer goed

Fysisch Zuurgraad (pH)

5,0

5,0 - 5,4

1,7 3,3 0,52

0,45 - 0,55 2,0 - 3,0

C-organisch Organische stof C/OS-ratio

% %

Koolzure kalk

%

0,6

Klei (<2 µm) Silt (2-50 µm) Zand (>50 µm)

% % %

<1 5 91

Klei-humus (CEC) CEC-bezetting Ca-bezetting Mg-bezetting K-bezetting Na-bezetting H-bezetting Al-bezetting

mmol+/kg % % % % % % %

30 74 57 14 1,7 1,7 0,3 < 0,1

> 35 > 95 75 - 85 6,0 - 10 2,0 - 5,0 1,0 - 1,5 < 1,0 < 1,0

Eenheid

Resultaat

Streeftraject

rapportcijfer rapportcijfer

10,0 7,7

6,0 - 8,0 6,0 - 8,0

Verkruimelbaarheid Verslemping

Pagina: 1 Totaal aantal pagina's: 6 Rapportidentificatie: 784368/005254842, 17-12-2020

Dit rapport is vrijgegeven onder verantwoording van Drs.Ing. J. van Benthum, Business Unit Manager. Op al onze vormen van dienstverlening zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. Op verzoek worden deze en/of de specificaties van de analysemethoden toegezonden. Eurofins Agro Testing Wageningen BV stelt zich niet aansprakelijk voor eventuele schadelijke gevolgen voortvloeiend uit het gebruik van door of namens ons verstrekte onderzoeksresultaten en/of adviezen. Eurofins Agro Testing Wageningen BV is ingeschreven in het RvA-register voor testlaboratoria zoals nader omschreven in de erkenning onder nr. L122 voor uitsluitend de monsternemings- en/of de analysemethoden.

SV Zeist

Resultaat

Eenheid

Resultaat

Vochthoudend vermogen mm

16

Microbiële biomassa mg C/kg Microbiële activiteit mg N/kg Schimmel/bacterie-ratio

263 50 0,4

Streeftraject

laag

vrij laag

goed

vrij hoog hoog

Biologisch 165 - 495 125 - 175 0,7 - 1,0

Essentiële nutriënten Elk gewas heeft voedingsstoffen nodig. De essentiële nutriënten waar een gewas het meest van nodig heeft, zijn stikstof (N), zwavel (S), fosfaat (P), kalium (K), calcium (Ca) en magnesium (Mg). De andere essentiële nutriënten zijn de sporenelementen ijzer (Fe), zink (Zn), mangaan (Mn), koper (Cu), borium (B), molybdeen (Mo) en chloor (Cl). Een gewas heeft van sporenelementen relatief weinig nodig, maar een tekort kan bij ieder gewas opbrengst- en of kwaliteitsverlies veroorzaken. Een aantal andere nutriënten (natrium, silicium, kobalt, selenium) kunnen ook van belang zijn voor onder andere opbrengst, kwaliteit, weerbaarheid, stevigheid, vruchtbaarheid, smakelijkheid en (dier)gezondheid. Elementen kunnen elkaar ook beconcurreren. Als bijvoorbeeld de Mg-toestand 'goed' is maar de Ktoestand 'hoog' is, kan er alsnog een Mg-tekort ontstaan. De adviesgiften houden derhalve ook rekening met deze interacties.

Advies in kg per ha per jaar

Gebruik

2021 Reparatiegift

Gewasgift

2022 Reparatiegift

Gewasgift

Stikstof (N)

Sportvelden

-

145

-

145

Sulfaat (SO3)

Sportvelden

-

50

-

50

Fosfaat (P2O5)

Sportvelden

0

15

0

15

Kali (K2O)

Sportvelden

-

60

-

60

Calcium (CaO)

Sportvelden

-

90

-

90

Magnesium (MgO)

Sportvelden

-

62

-

62

Kalk (nw)

Sportvelden

-

90

-

-

Effectieve org. stof

per jaar

605

-

605

-

Calcium (CaO)

eenmalig

260

-

-

-

Magnesium (MgO)

eenmalig

0

-

-

-

Bodemstructuur

Pagina: 2 Totaal aantal pagina's: 6 Rapportidentificatie: 784368/005254842, 17-12-2020

Rapport SV Zeist

Toelichting

De resultaten en/of het advies van dit bemestingsonderzoek kunt u t/m 2022 gebruiken. Laat het perceel daarna opnieuw bemonsteren. Dan krijgt u een betrouwbaar bemestingsadvies gebaseerd op de actuele bodemtoestand.

Stikstof: Het advies is gebaseerd op een gemiddelde bespelingsintensiteit van circa 240 uur per jaar. Bij een intensievere bespeling kan de N-gift met 10 tot 15% worden verhoogd. Bij een extensievere bespeling kan de N-gift met 20% worden verlaagd.

Fosfaat: Het fosfaatadvies is opgesplitst in een reparatie- en een gewasgift. De reparatiegift is bedoeld om de bodemtoestand op een hoger niveau te brengen. De gewasgift is gericht op de directe behoefte van het gewas. De gewasgift in de vorm van een direct wateroplosbare fosfaatmeststof geven. De P-buffering is 14 . Het streeftraject ligt tussen de 17 - 27 De P-buffering geeft aan of de P-bodemvoorraad in staat is de Pplantbeschikbaar op het huidige peil te houden. Als de Pbuffering laag is, dan zal de P-plantbeschikbaar tijdens het groeiseizoen niet op peil blijven en zal op termijn ook de Pbodemvoorraad terug gaan lopen.

Kali: Het K-getal is voor dit perceel 25

Calcium: Het calciumadvies is - afhankelijk van de bodemtoestand - deels gewasgericht en deels bodemgericht. Het gewasgerichte CaO-bemestingsadvies (direct onder het kaliadvies) is voornamelijk bedoeld om de. kwaliteit van gewassen te verbeteren. Het bodemgerichte advies is bedoeld om de bodemvoorraad van calcium op peil te brengen en zal daarnaast een positief effect hebben op de bodemstructuur (zie CEC-driehoek). Let op: mogelijk krijgt u ook een kalkgift geadviseerd. U hoeft niet meerdere keren calcium te geven; calcium uit stikstof-, fosfaaten kalkmeststoffen dient u hierop in mindering te brengen.

Magnesium: Het beste tijdstip om de bemesting uit te voeren is het voorjaar.

Kalk: Het beste tijdstip van bekalken is in de rustperiode van het veld.

Bodemleven: De biologische bodemvruchtbaarheid wordt nu weergegeven via 3 kengetallen, te weten de microbiële biomassa, de microbiële activiteit en de schimmel/bacterie-ratio. Op basis van de huidige kennis wordt een waardering gegeven die afhankelijk is van de hoeveelheid organische stof. Er wordt nu nog geen advies gegeven. Via diverse onderzoeksprojecten zal er meer informatie beschikbaar komen.

Organische stof Figuur: Organische stofbalans 805

43945 200 3,1 %

605 3,3 % Organische stof

Jaarlijks afbraakpercentage van de totale voorraad organische stof (%): 1,8

Voorraad organische stof die over 1 jaar in de bemonsterde laag nog aanwezig zal zijn als er geen (effectieve) organische stof wordt aangevoerd. Totaal benodigde aanvoer van effectieve organische stof als gevolg van afbraak van de organische stof. Aanvoer via gewasresten (gemiddeld binnen opgegeven bouwplan of gewassen). Nog aan te vullen via bijv. dierlijke mest, groenbemesters en/of compost.

Gewas(rest)

Aanvoer effectieve organische stof

Sportvelden

200 ------200

Gemiddelde aanvoer/jaar

Om het organische stofgehalte met 0,1% te verhogen dient u een extra hoeveelheid effectieve organische stof aan te voeren van: 1355 kg per ha.

Figuur: Kwaliteit van de organische stof

Organische stof bestaat uit met name C, N, P, S. Wanneer de organische stof relatief veel N en of S bevat is dit aantrekkelijk voor bodemleven. Bodemleven vreet deze organische stof graag. Hierbij komt N en S vrij en het gehalte aan organische stof daalt licht (dynamische organische stof). Organische stof kan ook veel C bevatten. Dat is over het algemeen minder aantrekkelijk voor bodemleven. De organische stof wordt derhalve minder aangevreten door bodemleven; de organische stof is stabieler. Stabiele organische stof draagt onder andere bij aan de bewerkbaarheid van de bodem en aan de rulheid. Dynamische organische stof draagt bij aan met name het vrijkomen van N en S en is daarmee een bron van deze nutriënten voor het gewas. De kwaliteit van de organische stof is (geleidelijk) aan te passen door onder andere te letten op de eigenschappen van bodemverbeteraars als dierlijke mest, compost en gewasresten.

Pagina: 3 Totaal aantal pagina's: 6 Rapportidentificatie: 784368/005254842, 17-12-2020

Dit rapport is vrijgegeven onder verantwoording van Drs.Ing. J. van Benthum, Business Unit Manager. Op al onze vormen van dienstverlening zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. Op verzoek worden deze en/of de specificaties van de analysemethoden toegezonden. Eurofins Agro Testing Wageningen BV stelt zich niet aansprakelijk voor eventuele schadelijke gevolgen voortvloeiend uit het gebruik van door of namens ons verstrekte onderzoeksresultaten en/of adviezen. Eurofins Agro Testing Wageningen BV is ingeschreven in het RvA-register voor testlaboratoria zoals nader omschreven in de erkenning onder nr. L122 voor uitsluitend de monsternemings- en/of de analysemethoden.

SV Zeist

Fysisch

De beoordeling van de potentiële structuur wordt gedaan op basis van de verhouding tussen calcium, magnesium en overige kationen aan het klei-humuscomplex. Uiteraard is de werkelijke structuur ook afhankelijk van weersomstandigheden en vochttoestand van de bodem tijdens berijden en bewerken en de zwaarte van machines.

Figuur: Structuurdriehoek

optimale structuur goede structuur matige structuur zeer matige structuur slechte structuur huidige situatie van dit perceel

Figuur: Textuurdriehoek

Naast klei (lutum), worden ook de silt- en zandfracties weergegeven. Klei is kleiner dan 2 micrometer (µm), siltdeeltjes zijn 2-50 µm en zanddeeltjes groter dan 50 µm. De onderlinge verdeling van bodemdeeltjes wordt onder andere gebruikt om het verslempingsrisico van een bodem in te schatten. Bij verslemping wordt de bodem dichtgesmeerd met kleinere deeltjes (klei en silt). Een heel eenzijdige verdeling (bijvoorbeeld hoofdzakelijk zand- of kleideeltjes) levert het minste risico van slemp op. Bij 10-20% klei is het risico op slemp het grootst.

De verkruimelbaarheid is goed te noemen. Echter is dit ook afhankelijk van de soort teelt. Gezien het resultaat is de kans op verslemping klein.

Pagina: 4 Totaal aantal pagina's: 6 Rapportidentificatie: 784368/005254842, 17-12-2020

Rapport SV Zeist

Fysisch

Korrelgrootte

Eenheid

Resultaat

Korrelgrootte

Eenheid

Resultaat

weergegeven in 0-2 µm de minerale delen 2-16 µm (granulair). 16-50 µm

%

1,6

250-355 µm

%

21,0

%

1,1

355-500 µm

%

11,2

%

3,3

500-1000 µm

%

7,7

50-63 µm

%

2,7

1000-2000 µm

%

0,6

63-125 µm

%

10,5

M50 Mediaan

µm

228

125-180 µm

%

19,5

D60/D10

ratio

3,6

180-250 µm

%

21,0

Figuur: Waterretentiecurve De hoeveelheid plant beschikbaar water in de bemonsterde laag is 16 mm, dit is wat u maximaal zou moeten beregenen. Alles wat u meer geeft spoelt af van het perceel of zakt naar diepere lagen. Als het vochtgehalte van het perceel daalt hebben gewassen moeite om voldoende water op te nemen, de grens ligt bij pF 3,3. Wanneer u het vochtgehalte kan bepalen, begin dan met beregenen als het vochtgehalte van dit perceel op 5,0 % vocht zit en geef dan 14 mm. Het actuele vochtgehalte kan bepaald worden door een vochtsensor of verzamel grond van een tiental plekken in het perceel. Meet het gewicht van de vochtige grond en het gewicht van de grond na 24 uur drogen, het verschil tussen de twee is een indicatie van het vochtgehalte van het perceel.

Contact & info Bemonsterde laag: Grondsoort: Monster genomen door: Contactpersoon monstername:

0 - 10 cm Zand Derden Thijmen Schouten: 0652002114

Na verzending van dit verslag wordt, indien de aard en de onderzoeksmethode van het monster dit toelaat, het monster nog twee weken bij Eurofins Agro voor u bewaard. Binnen deze tijd kunt u eventueel reclameren en/of aanvullend onderzoek aanvragen.

Pagina: 5 Totaal aantal pagina's: 6 Rapportidentificatie: 784368/005254842, 17-12-2020

Dit rapport is vrijgegeven onder verantwoording van Drs.Ing. J. van Benthum, Business Unit Manager. Op al onze vormen van dienstverlening zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. Op verzoek worden deze en/of de specificaties van de analysemethoden toegezonden. Eurofins Agro Testing Wageningen BV stelt zich niet aansprakelijk voor eventuele schadelijke gevolgen voortvloeiend uit het gebruik van door of namens ons verstrekte onderzoeksresultaten en/of adviezen. Eurofins Agro Testing Wageningen BV is ingeschreven in het RvA-register voor testlaboratoria zoals nader omschreven in de erkenning onder nr. L122 voor uitsluitend de monsternemings- en/of de analysemethoden.

SV Zeist

Methode Analyse resultaten

Resultaat Eenheid Methode N-totale bodemvoorraad 1190 mg N/kg Em: NIRS (TSC®) S-plantbeschikbaar 4,0 mg S/kg Em: CCL3(PAE®) S-totale bodemvoorraad 275 mg S/kg Em: NIRS (TSC®) P-plantbeschikbaar 3,4 mg P/kg Em: CCL3(PAE®) P-bodemvoorraad 49 mg P2O5/100 g Em: NIRS (TSC®) K-plantbeschikbaar 62 mg K/kg Em: CCL3(PAE®) K-bodemvoorraad 0,5 mmol+/kg Em: NIRS (TSC®) Ca-plantbeschikbaar 0,1 mmol Ca/l Em: NIRS (TSC®) Ca-bodemvoorraad 19 mmol+/kg Em: NIRS (TSC®) Mg-plantbeschikbaar 48 mg Mg/kg Em: CCL3(PAE®) Mg-bodemvoorraad 4,3 mmol+/kg Em: NIRS (TSC®) Na-plantbeschikbaar 7 mg Na/kg Em: CCL3(PAE®) Na-bodemvoorraad 0,5 mmol+/kg Em: NIRS (TSC®) Zuurgraad (pH) 5,0 Em: NIRS (TSC®) C-organisch 1,7 % Em: NIRS (TSC®) Organische stof 3,3 % Em: NIRS (TSC®) C-anorganisch 0,07 % Em: NIRS (TSC®) Koolzure kalk 0,6 % Klei (<2 µm) <1 % Em: NIRS (TSC®) Silt (2-50 µm) 5 % Em: NIRS (TSC®) Zand (>50 µm) 91 % Em: NIRS (TSC®) Klei-humus (CEC) 30 mmol+/kg Em: NIRS (TSC®) Microbiële biomassa 263 mg C/kg Em: NIRS (TSC®) Microbiële activiteit 50 mg N/kg Em: NIRS (TSC®) Schimmel biomassa 16 mg C/kg Em: NIRS (TSC®) Bacteriële biomassa 36 mg C/kg Em: NIRS (TSC®) Granulair GKL1: Gw NEN 5753 De op pagina 1 en 2 bij Resultaat vermelde waarden zijn berekend uit bovenstaande analyseresultaten. Q Em:

Methode geaccrediteerd door RvA Eigen methode, Gw: Gelijkwaardig aan, Cf: Conform

De resultaten zijn weergegeven in droge grond. Alle verrichtingen zijn binnen de gestelde houdbaarheidstermijn tussen monstername en analyse uitgevoerd. Het monster is geanalyseerd in het Eurofins Agro laboratorium in Wageningen, tenzij anders is vermeld. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op het in behandeling genomen materiaal op 01-12-2020

Pagina: 6 Totaal aantal pagina's: 6 Rapportidentificatie: 784368/005254842, 17-12-2020

RvA Q Q Q Q

Q Q

Q Q

Q

Rapport

BemestingsWijzer Sportveld/golfterrein HSV Phoenix L

Eurofins Agro Postbus 170 NL - 6700 AD Wageningen T monstername: Thijmen Schouten: 0652002114 T klantenservice: 088 876 1010 E klantenservice.agro@eurofins.com I www.eurofins-agro.com

Uw klantnummer: 8659125 Sweco Nederland BV Ronald Muntjewerf De Molen 48 3994 DB HOUTEN

Onderzoek

Onderzoek-/ordernr: 784369/005254842

Phoeix veld 1

Datum monstername: 01-12-2020

Datum verslag: 17-12-2020

Inkoopopdracht: 202005839

Resultaat

Eenheid

Resultaat

Streeftraject

Chemisch

N-totale bodemvoorraad kg N/ha C/N-ratio N-leverend vermogen kg N/ha

1990 13 30

1500 - 2190 13 - 17 25 - 45

S-plantbeschikbaar kg S/ha S-totale bodemvoorraad kg S/ha C/S-ratio S-leverend vermogen kg S/ha

6 420 59 7

20 - 30 270 - 380 50 - 75 20 - 30

P-plantbeschikbaar P-bodemvoorraad

kg P/ha kg P/ha

4,1 255

2,0 - 2,7 235 - 325

K-plantbeschikbaar K-bodemvoorraad

kg K/ha kg K/ha

100 105

100 - 145 85 - 135

Ca-plantbeschikbaar Ca-bodemvoorraad

kg Ca/ha kg Ca/ha

85 685

95 - 225 600 - 900

Mg-plantbeschikbaar Mg-bodemvoorraad

kg Mg/ha kg Mg/ha

75 105

35 - 70 40 - 145

Na-plantbeschikbaar Na-bodemvoorraad

kg Na/ha kg Na/ha

10 10

laag

vrij laag

goed

vrij hoog hoog

laag

vrij laag

goed

zeer goed

Fysisch Zuurgraad (pH)

5,2

5,0 - 5,4

1,8 3,4 0,53

0,45 - 0,55 2,0 - 3,0

C-organisch Organische stof C/OS-ratio

% %

Koolzure kalk

%

0,3

Klei (<2 µm) Silt (2-50 µm) Zand (>50 µm)

% % %

2 6 88

Klei-humus (CEC) CEC-bezetting Ca-bezetting Mg-bezetting K-bezetting Na-bezetting H-bezetting Al-bezetting

mmol+/kg % % % % % % %

37 93 68 18 5,4 1,1 0,3 < 0,1

> 39 > 95 75 - 85 6,0 - 10 2,0 - 5,0 1,0 - 1,5 < 1,0 < 1,0

Eenheid

Resultaat

Streeftraject

rapportcijfer rapportcijfer

10,0 7,7

6,0 - 8,0 6,0 - 8,0

Verkruimelbaarheid Verslemping

Pagina: 1 Totaal aantal pagina's: 6 Rapportidentificatie: 784369/005254842, 17-12-2020

Dit rapport is vrijgegeven onder verantwoording van Drs.Ing. J. van Benthum, Business Unit Manager. Op al onze vormen van dienstverlening zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing. Op verzoek worden deze en/of de specificaties van de analysemethoden toegezonden. Eurofins Agro Testing Wageningen BV stelt zich niet aansprakelijk voor eventuele schadelijke gevolgen voortvloeiend uit het gebruik van door of namens ons verstrekte onderzoeksresultaten en/of adviezen. Eurofins Agro Testing Wageningen BV is ingeschreven in het RvA-register voor testlaboratoria zoals nader omschreven in de erkenning onder nr. L122 voor uitsluitend de monsternemings- en/of de analysemethoden.

HSV Phoenix L

Resultaat

Eenheid

Resultaat

Vochthoudend vermogen mm

17

Microbiële biomassa mg C/kg Microbiële activiteit mg N/kg Schimmel/bacterie-ratio

346 55 1,0

Streeftraject

laag

vrij laag

goed

vrij hoog hoog

Biologisch 170 - 510 125 - 175 0,7 - 1,0

Essentiële nutriënten Elk gewas heeft voedingsstoffen nodig. De essentiële nutriënten waar een gewas het meest van nodig heeft, zijn stikstof (N), zwavel (S), fosfaat (P), kalium (K), calcium (Ca) en magnesium (Mg). De andere essentiële nutriënten zijn de sporenelementen ijzer (Fe), zink (Zn), mangaan (Mn), koper (Cu), borium (B), molybdeen (Mo) en chloor (Cl). Een gewas heeft van sporenelementen relatief weinig nodig, maar een tekort kan bij ieder gewas opbrengst- en of kwaliteitsverlies veroorzaken. Een aantal andere nutriënten (natrium, silicium, kobalt, selenium) kunnen ook van belang zijn voor onder andere opbrengst, kwaliteit, weerbaarheid, stevigheid, vruchtbaarheid, smakelijkheid en (dier)gezondheid. Elementen kunnen elkaar ook beconcurreren. Als bijvoorbeeld de Mg-toestand 'goed' is maar de Ktoestand 'hoog' is, kan er alsnog een Mg-tekort ontstaan. De adviesgiften houden derhalve ook rekening met deze interacties.

Advies in kg per ha per jaar

Gebruik

2021 Reparatiegift

Gewasgift

2022 Reparatiegift

Gewasgift

Stikstof (N)

Sportvelden

-

130

-

130

Sulfaat (SO3)

Sportvelden

-

48

-

48

Fosfaat (P2O5)

Sportvelden

10

5

10

5

Kali (K2O)

Sportvelden

-

20

-

20

Calcium (CaO)

Sportvelden

-

70

-

70

Magnesium (MgO)

Sportvelden

-

58

-

58

Kalk (nw)

Sportvelden

-

0

-

-

Effectieve org. stof

per jaar

615

-

615

-

Calcium (CaO)

eenmalig

170

-

-

-

Magnesium (MgO)

eenmalig

0

-

-

-

Bodemstructuur

Pagina: 2 Totaal aantal pagina's: 6 Rapportidentificatie: 784369/005254842, 17-12-2020

Rapport HSV Phoenix L

Toelichting

De resultaten en/of het advies van dit bemestingsonderzoek kunt u t/m 2022 gebruiken. Laat het perceel daarna opnieuw bemonsteren. Dan krijgt u een betrouwbaar bemestingsadvies gebaseerd op de actuele bodemtoestand.

Stikstof: Het advies is gebaseerd op een gemiddelde bespelingsintensiteit van circa 240 uur per jaar. Bij een intensievere bespeling kan de N-gift met 10 tot 15% worden verhoogd. Bij een extensievere bespeling kan de N-gift met 20% worden verlaagd.

Fosfaat: Het fosfaatadvies is opgesplitst in een reparatie- en een gewasgift. De reparatiegift is bedoeld om de bodemtoestand op een hoger niveau te brengen. De gewasgift is gericht op de directe behoefte van het gewas. De gewasgift in de vorm van een direct wateroplosbare fosfaatmeststof geven. De P-buffering is 14 . Het streeftraject ligt tussen de 17 - 27 De P-buffering geeft aan of de P-bodemvoorraad in staat is de Pplantbeschikbaar op het huidige peil te houden. Als de Pbuffering laag is, dan zal de P-plantbeschikbaar tijdens het groeiseizoen niet op peil blijven en zal op termijn ook de Pbodemvoorraad terug gaan lopen.

Kali: Het K-getal is voor dit perceel 30

Calcium: . Het calciumadvies is - afhankelijk van de bodemtoestand - deels gewasgericht en deels bodemgericht. Het gewasgerichte CaO-bemestingsadvies (direct onder het kaliadvies) is voornamelijk bedoeld om de kwaliteit van gewassen te verbeteren. Het bodemgerichte advies is bedoeld om de bodemvoorraad van calcium op peil te brengen en zal daarnaast een positief effect hebben op de bodemstructuur (zie CEC-driehoek). Let op: mogelijk krijgt u ook een kalkgift geadviseerd. U hoeft niet meerdere keren calcium te geven; calcium uit stikstof-, fosfaaten kalkmeststoffen dient u hierop in mindering te brengen.

Magnesium: Het beste tijdstip om de bemesting uit te voeren is het voorjaar.

Bodemleven: De biologische bodemvruchtbaarheid wordt nu weergegeven via 3 kengetallen, te weten de microbiële biomassa, de microbiële activiteit en de schimmel/bacterie-ratio. Op basis van de huidige kennis wordt een waardering gegeven die afhankelijk is van de hoeveelheid organische stof. Er wordt nu nog geen advies gegeven. Via diverse onderzoeksprojecten zal er meer informatie beschikbaar komen.

Organische stof Figuur: Organische stofbalans 815

45135 200 3,2 %

615 3,4 % Organische stof

Jaarlijks afbraakpercentage van de totale voorraad organische stof (%): 1,8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12321200/1