03-21RV002 Woonvisie Bijlage 3 Woningmarktonderzoek Zeist
Tekst van het document
Aanbod 2019 8.593
huishoudensgroei aandeel sociale huur bij groei 0,4%
2019 2025
2025 2030
2030 2035
2035 2040
160 235
150 225
235
120
-90 -130 -130 305 175 80 55 40
-140 -95 -85 235 140 65 45 30
-175 -85 -75 60 -25 -10 -10 -5
-90 -85 -75 30 -50 -25 -15 -10
800 23%
680 20%
630 10%
400 8%
Bron: Waarstaatjegemeente, Primos 2019, bewerking Companen.
355.109 | Woningmarktonderzoek Zeist
28
5 Wonen en Zorg in beeld Wij geven in deze paragraaf inzicht in de vraag voor wonen en zorg voor de grootste woonzorgdoelgroepen; ouderen en verstandelijk gehandicapten. Daarnaast geven we aandacht aan de uitstroom vanuit Beschermd Wonen (BW). Wij brengen alleen de vraagprognose in beeld. Wij zetten hier niet het huidige aanbod tegen af. Dit valt buiten de scope van dit onderzoek. Wij bevelen aan om de vraag nog te plaatsen naast het huidige aanbod, zodat inzicht komt in de additionele behoefte voor wonen en zorg.
hulp thuis (Wmo). Hoe hoger de leeftijd, hoe vaker een ouder gebruik maakt van relatief zware zorg; de verdeling over de zorgtreden van 85-plussers ziet er dan ook heel anders uit dan van de groep 65-75-jarigen. Onderstaande grafiek toont de landelijke verdeling over zorgtreden van alle 65-plussers.
Ouderen Om een inschatting te kunnen maken van de toekomstige zorgvraag van ouderen én van de woonvraag die hiermee samenhangt, sluiten wij met onze prognoses voor ouderenzorg aan bij het Zorgtredenmodel van de NZa. In dit model worden alle ouderen ingedeeld per ‘zorgtrede’ die weergeeft wat het zwaarste type zorg is waar zij gebruik van maken. Het aantal mensen in zorgtreden is berekend aan de hand van gegevens uit CIZ-data over het zorggebruik in de Wlz-zorg. Als we deze cijfers doorrekenen met de bevolkingsprognose voor Zeist kunnen we een prognose berekenen voor de toekomstige omvang van de ouderen in de verschillende zorgtreden in de gemeente. Het zorgtredenmodel van NZa Het zorgtredenmodel van de Nederlandse Zorgautoriteit bevat zes treden. Alle ouderen (65+) zijn ingedeeld in één van deze treden op basis van de aard en mate van hun zorggebruik. De indeling van ouderen naar zorgtreden gebeurt op basis van de zwaarste zorgvorm die ouderen in het afgelopen half jaar ontvingen. In zorgtreden 1 en 2 zitten de vitale ouderen. In zorgtreden 6 hebben de ouderen een Wlz-indicatie en wonen in een geclusterde woning. De ouderen in de overige zorgtreden krijgen beperkte zorg en/of huishoudelijke
355.109 | Woningmarktonderzoek Zeist
29
Figuur 5.1: Gemeente Zeist. Zorgtredenverdeling ouderen Zeist, 2019 - 2040
Figuur 5.2: Gemeente Zeist. Prognose woonvormen ouderen, 2019 - 2040
14.000
25.000
12.000 10.000 20.000
15.000
10.000
520 540 1.470 720 470
6.520
560 620 1.730 840 550
7.180
650 720 1.970 950 620
7.920
790 870 2.300 1.060 690
8.450
890 980
8.000 6.000
2.550
4.000
1.160 750
2.000
6.830
7.760
8.500
8.910
9.090
2019
2025
2030
2035
2040
0 8.810
5.000 3.070
3.300
3.630
3.890
4.010
2019
2025
2030
2035
2040
Regulier wonen
Geclusterd wonen (zonder zorg)
Geclusterd wonen (zorg nabij)
Geclusterd wonen (24-uurszorg)
Woonzorg PG Bron: Woonzorgweter Companen, 2019.
0
Zorgtrede 1
Zorgtrede 2
Zorgtrede 3
Zorgtrede 5
Zorgtrede 6 (PG)
Zorgtrede 6 (SOM)
Zorgtrede 4
Bron: Woonzorgweter Companen, 2019.
Het aantal ouderen met een zorgbehoefte gaat de komende jaren stijgen. Dit komt door de toenemende vergrijzing. Ouderen worden steeds ouder en krijgen op een gegeven moment te maken met een grotere zorgvraag. Vooral ouderen met een zorgvraag behorend tot zorgtreden 5 en 6 groeien sterk, doordat het aantal 85-plussers in Zeist groeit. Wanneer we deze ‘zorgprognose’ vertalen naar de woonvraag dan leidt dit tot de volgende prognose voor benodigde woonvormen.
355.109 | Woningmarktonderzoek Zeist
De toename aan 65-plushuishoudens zal vooral leiden tot een toename van de vraag naar regulier wonen. De grootste groep ouderen blijft thuis wonen. Deze vraag is ook al onderdeel van de al eerder geschetste woningbehoefte. Een deel van deze groep zal ‘beperkte’ aanpassingen doen of nodig hebben binnen de woningen, bijvoorbeeld het aanbrengen van leuningen.
30
Figuur 5.3: Gemeente Zeist. Prognose geclusterde woonvormen voor ouderen, 2019 - 2040
4.500 4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0
eengezinswoningen bezetten, terwijl zij behoefte hebben aan andere woonvormen dan de reguliere voorraad. Dit heeft invloed op de beperkte doorstroming.
880 800 660 510 410 550
580 440 700
600
500 860
1.070
670 1.250
550
680
820
970
1.110
2019
2025
2030
2035
2040
Geclusterd wonen (zonder zorg)
Geclusterd wonen (zorg nabij)
Geclusterd wonen (24-uurszorg)
Woonzorg PG
Bron: Woonzorgweter Companen, 2019.
Het aandeel ouderen dat geclusterd ‘extramuraal’ woont (zonder of nabij een zorgvoorziening) gaat meer dan verdubbelen. Deze ouderen zullen een beroep doen op (geschikte)woningen in de wijk, met bijvoorbeeld een ontmoetingsruimte en in de buurt van voorzieningen. Landelijk zien we de trend naar nieuwe woonvormen voor de doelgroep ouderen, zoals hofjeswoningen en ‘gemengd wonen’. De vraag naar dit type woningen zal naar verwachting fors stijgen. In dit aanbod kan worden voorzien door nieuwbouw, maar ook door het transformeren van bestaande wooncomplexen en deze geschikt te maken voor de doelgroep. De groep ouderen die een beroep doet op een 24-uurszorgvoorziening stijgt weliswaar minder hard, maar verhuist vaker noodgedwongen bij een zware zorgvraag. We zien daarmee een opgave voor diverse vormen van geclusterd wonen voor ouderen (met of zonder 24-uurszorg). Het gevaar bij ‘niets doen’ is dat deze ouderen langer thuis blijven wonen en
Verstandelijk gehandicapten Voor de doelgroep verstandelijk gehandicapten maken wij onderscheid tussen de woonvormen ‘geclusterd’ en ‘gespikkeld’. Onder de woonvorm ‘geclusterd’ valt een uiteenlopend palet aan woonvormen: van instellingszorg in groepswoningen tot geclusterde appartementen, hofjeswoningen of zorgboerderijen. Onder ‘gespikkeld’ wonen vallen zelfstandige appartementen of woningen in de nabijheid van een geclusterde woonvorm. Het aantal Wlz-indicaties voor zorg aan verstandelijk gehandicapten is in Zeist tussen 2015 en 2019 beperkt gestegen (6,7%). Aan de hand van deze indicatiegegevens en de bevolkingsprognose van de gemeente Zeist hebben wij een inschatting gemaakt hoe de totale zorgvraag van verstandelijk gehandicapten zich zal ontwikkelen. Deze zorgvraag is vervolgens vertaald naar de woonvraag. Figuur 5.4: Gemeente Zeist. Prognose woonvormen voor verstandelijk gehandicapten, 2019 - 2040
1.000
800
30
40
50
600 400
840
760
50
60
700
650
590
2030
2035
2040
200 0 2019
2025 Geclusterd wonen
Gespikkeld wonen
Bron: Woonzorgweter Companen, 2019.
355.109 | Woningmarktonderzoek Zeist
31
Het aantal verstandelijk gehandicapten in geclusterd wonen neemt naar verwachting af. Een belangrijke reden hiervoor is dat de mensen met een lichtere indicatie niet meer in een geclusterde woonvorm gaan wonen (daling van het aantal bedden) en er vaker voor kiezen om ‘lokaal’ te wonen (geclusterde setting in de wijk). Ook vergrijst de doelgroep verstandelijk gehandicapten. Zij komen zo eerder bij zorgindicaties van ouderen terecht. Het aantal gespikkeld wonende zorgvragers (verspreid in de wijk) neemt wel toe door de trend van extramuralisering. Deze groep zal een beroep doen op de goedkope huurvoorraad.
Uitstroom Beschermd Wonen Beschermd wonen is voor mensen die niet meer zelfstandig kunnen wonen vanwege psychische en/of psychosociale problematiek. Door de landelijke trend van “beschermd wonen naar beschermd thuis” stromen mensen uit, en wonen daardoor meer cliënten zelfstandig. Uitstroom vanuit Beschermd Wonen (BW) kan in de praktijk verschillende betekenissen hebben: een cliënt verhuist vanuit een Beschermd Wonen instelling naar een zelfstandige woning of een appartement in een geclusterde woonvorm of een cliënt verhuist niet, maar de woonplek wordt ‘omgeklapt’. Voor deze doelgroep is de woning minder relevant, maar juist de aspecten in de woonomgeving en betaalbaarheid zijn van belang. Uit de ervaring die Companen met wonen en zorgonderzoeken heeft opgedaan, halen we de volgende randvoorwaarden voor de uitstroom vanuit Beschermd Wonen: • Voldoende goedkope woonruimte voor uitstromers. Het gaat hierbij om eenvoudige woonvormen variërend van zelfstandige geclusterde woonvormen, containerwoningen tot zelfstandige studio’s. • Goede informatievoorziening aan zorgaanbieders over mogelijkheden om aan een woning te komen via een contingentenregeling, urgentieregeling, etc.; alleen dan kunnen zij hun cliënten goed begeleiden bij het vinden van een woning.
355.109 | Woningmarktonderzoek Zeist
•
•
De gemeente kan afspraken maken met corporaties (via prestatieafspraken) over het beschikbaar stellen van woningen en directe bemiddeling. Zorginstellingen kunnen cliënten attenderen op tijdig inschrijven, hetgeen het aantal directe toewijzingen kan beperken. Het valt voor uitstromers uit Beschermd Wonen niet altijd mee om contact te leggen in de buurt. Hier is een rol weggelegd voor wijkcoaches (eenzaamheid voorkomen, netwerk opbouwen). Het contact met lotgenoten kan bevorderend werken voor de sociale integratie.
In Zeist is er geen onderzoek gedaan naar de omvang van de uitstroom van Beschermd Wonen. Op basis van regionaal onderzoek maken we een inschatting naar de uitstroom van Beschermd Wonen voor Zeist. Voor Zeist schatten we in dat jaarlijks circa 25 woningen beschikbaar moeten zijn. Voor deze groep zijn zeer goedkope appartementen, liefst nabij zorg gewenst. Voor een deel wordt deze doelgroep al meegenomen in de benodigde 300 sociale huurwoningen tot 2030 op basis van demografische prognoses. De laatste jaren zien zorgpartijen echter een verhoogde uitstroom vanuit Beschermd Wonen. Naar verwachting zijn de jaarlijks 25 woningen voor een deel dan ook aanvullend op de 300 woningen tot 2030. Hierbij gaat het vooral om het momentum van beschikbaarheid van woningen.
32