03-20240208 bijdrage schaafsma cs
Tekst van het document
Raadsvoorstel 24RV007, Rv Aanpassing categorieën adviesrecht bij BOPA, Ronde Tafel 8 februari 2024 Inspraakbijdrage door S.I. Schaafsma, mede namens 318 ondertekenaars van het burgeramendement ‘Opname Groenambities’ (in de omgevingsvisie) Meneer de voorzitter, dames en heren raadsleden, Deze inspraakbijdrage is vanuit de invalshoek van het burgeramendement ‘Opname Groenambities’. Het amendement werd (in korte tijd) fysiek ondertekend door 318 pluriforme burgers uit geheel Zeist. Ook steunden de wijkverenigingen van de grootste groene wijken en kernen van Zeist het amendement. Onderhavig raadsvoorstel zal vooral een negatieve impact hebben op de leefomgeving van deze, nu nog grotendeels groene, wijken en kernen. Ze beslaan bij elkaar ca. 65% van de oppervlakte van de gemeente Zeist. De strekking van het burgeramendement, in samenhang met de groene motie van GL, is: Het 1) inventariseren, 2) borgen en 3) evalueren van de groene en blauwe waarden van de gehele gemeente Zeist. Dit door uw raad niet alleen inzicht te bieden in de kwantitatieve en kwalitatieve waarden van bos, groen en water in deelgebieden, maar juist ook een integraal overzicht te geven van voornoemde kwaliteiten voor de totale (oppervlakte van de) gemeente. Op basis van de groeninventarisatie zou u dan SMART-geformuleerde groene doelstellingen formuleren, vaststellen en toevoegen aan de Omgevingsvisie.
De gekoppelde motie van GL verzoekt tevens om invoering van een systeem van gelijkwaardige groencompensatie. 1. Context: In besluitvorming in aanloop naar de EZO waarschuwden velen voor een gebrek aan kaders en regels bij buitenplanse activiteiten, met de vrees dat "bos en natuur straks vogelvrij zullen zijn". Het college ondernam daarop geen actie, waardoor het burgeramendement 'Opname Groenambities', als laatste redmiddel, werd ingediend en aangenomen. Desondanks is sinds de vaststelling van de EZO de bescherming van bos, natuur en biodiversiteit in Zeist in verschillende besluitvormingstrajecten verder uitgehold. Ook de uitvoerbaarheid en reikwijdte van het groene burgeramendement is sluipenderwijs ingeperkt. Dit blijkt uit voorbeelden als: de opheffing van de wet Natuurbescherming; de aanpak van de WA-hoeve; de voorstellen over de Implementatie Omgevingswet; evenals afzwakkende opmerkingen van het college over de nog uit te voeren integrale groeninventarisatie. Vandaag ligt er helaas een voorstel dat de democratische mogelijkheden voor burgers om over initiatieven die hun groene leefomgeving aantasten een afgewogen oordeel aan hun volksvertegenwoordigers te vragen, verder inperkt. 2. Over de omschrijving van huidige Categorie 3 in Raadsvoorstel 24RV007:
In het vigerende Raadsbesluit 22RV002, besloten op 27 (niet op 25) januari 2022 (zie raadinformatie-site), luidt de omschrijving van onderhavige categorie 3 (voor bindend adviesrecht van de raad) : “Alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die beschermde en beschermenswaardige flora en/of fauna, habitats van beschermde soorten, bestaande of voorgenomen ecologische verbindingen en/of de in de huidige Structuurvisie of het huidige Groenstructuurplan aangegeven te beschermen of te versterken gebieden en groenstructuren, waaronder ook bosachtige tuinen, in significante wijze kunnen aantasten of de bescherming of ontwikkeling van genoemde flora, fauna, ecologische verbindingen, gebieden en/of groenstructuren kunnen doorkruisen of belemmeren.”
Daarentegen staat in het onderhavige Raadsvoorstel 24RV007 én op pagina 1 én op pagina 2 én op pagina 4 (onder het kopje “ Besluit”) dezelfde Categorie 3 beschreven als : “Alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die beschermde en beschermenswaardige flora en/of fauna, habitats van beschermde soorten, bestaande of voorgenomen ecologische verbindingen en/of groenstructuren, waaronder ook bosachtige tuinen, in significante wijze kunnen aantasten of de bescherming of ontwikkeling van genoemde flora, fauna, ecologische verbindingen, gebieden en/of groenstructuren kunnen doorkruisen of belemmeren.”
Kortom, de tussenzin: “en/of de in de huidige Structuurvisie of het huidige Groenstructuurplan aangegeven te beschermen of te versterken gebieden en groenstructuren, waaronder ook bosachtige tuinen, “ is, kennelijk opzettelijk, want tot drie maal toe, verwijderd uit het raadsvoorstel. Daarmee geeft raadsvoorstel 24RV007 uw raad niet alleen in de overwegingen, maar ook onder Beslispunt 1, een onjuist beeld van de reikwijdte (scope) van de vigerende categorie 3. Daarom de vriendelijke verzoeken aan uw raad: a) Wilt u het college verzoeken toe te lichten waarom raadsvoorstel 24RV007 de raad tot drie maal toe incorrect informeert over de vigerende categorie 3 ? b) Zou uw raad zo goed willen zijn te reflecteren over de ernst van bovengenoemde omissies in Raadsvoorstel 24RV007 ? En over de betekenis die daaraan gehecht moet worden? 3. Over de redenen en argumenten voor het Raadsvoorstel:
In rv 24RV007 staat op pagina 2: “Bij de voorbereiding van het proces voor de BOPA is gebleken dat deze categorie om 2 redenen problemen veroorzaakt bij de uitvoering: 1. De wijze waarop de categorie omschreven is, is niet goed meetbaar. Dit kan tot onnodige verwarring leiden met bijbehorend meer (juridische) reacties van belanghebbenden. 2. Binnen deze categorie vallen (op basis van de huidige inschatting) 60 tot 80% van de BOPA’s. Met een totaal aantal geschatte BOPA’s van 100 per jaar betekent dit zo’n 60 tot 80 initiatieven per jaar die voorgelegd moeten worden aan de raad voor bindend advies.”
Het aantal BOPA’s dat onder de huidige categorie 3 naar de raad zou moeten lijkt ons onwaarschijnlijk hoog ingeschat door het college. Over het aantal BOPA’s de volgende vragen aan uw raad: a) Wilt u het college vragen hoeveel aanvragen voor BOPA’s er op dit moment in behandeling zijn bij de gemeente Zeist? En hoeveel daarvan voor bindend advies naar de raad gaan komen? b) In de aanloop naar de EZO (het Debat?) meldde een raadslid/ex-wethouder dat er slechts een handvol BOPA’s (5 à 10) per jaar aangevraagd zouden worden. Nu zouden het er ineens honderd zijn. Zou u het college willen vragen om een verklaring waarom een zeer ervaren exwethouder en geacht raadslid (die in 2022 overigens de indienende portefeuillehouder van het aangenomen rv 22RV002 ‘Adviesrecht Omgevingswet’ was) zich zó kan vergissen?
c) De omschrijving in categorie 3 zou niet goed meetbaar zijn. Dat slaat kennelijk op de woorden ‘op significante wijze kunnen aantasten’. Kunt u het college vragen waarom ‘significante aantasting’ niet meetbaar zou zijn? d) Wilt u het college vragen of wij goed begrijpen dat dit voorstel inhoudt dat het college zelfstandig en zonder advies van de raad omgevingsvergunningen voor 60-90 BOPA’s per jaar kan verstrekken, die, per BOPA, tot maximaal 7 ggb-woningen of een flatgebouw met 15-20 appartementen kunnen omvatten ? 4. Over het voorgestelde Alternatief voor Categorie 3:
Het raadsvoorstel stelt dat: “Door de aanpassing van categorie 3 in de categorieën voor het adviesrecht van de raad ontstaat een werkbare situatie waarbij in harde maatstaven vastligt wanneer een BOPA voor advies naar de raad moet.
Bovenstaande suggereert dat de voorgestelde alternatieve tekst voor categorie 3 wél goed meetbaar is. De omschrijving van het voorgestelde alternatief voor categorie 3 luidt : “ 3. Woningbouwprojecten (nieuwbouw) met minder dan 40 woningen welke groter zijn dan 500 m2 bebouwd oppervlak of hoger dan 15 meter waarbij de gestelde normen op niveau goud voor natuurinclusiviteit en biodiversiteit uit het convenant duurzame woningbouw getekend d.d. 18 maart 2022 niet worden behaald.”
In het bedoelde Bouwconvenant staat in ‘Bijlage 1: Het toetsingskader‘ , in de tabel ‘Natuurinclusiviteit en Biodiversiteit’ , in de kolom ‘Goud’, de volgende tekst : “Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren in de bredere omgeving ingericht (met minimaal 50% groen op buurtniveau, boomkroonoppervlak telt mee.)”
Wij zouden het bijzonder op prijs stellen als uw raad de volgende vragen hierover aan het college wil voorleggen: a) Kan het college uitleggen wat bovenstaande twee frases in combinatie met elkaar concreet betekenen? b) Met welk meetinstrument wil het college “minimaal 50 % groen op buurtniveau“ meten? c) Hoe gaat het college de kwaliteit van het groen verdisconteren in de sommetjes ? (zie ook aangenomen burgeramendement Groenambities en motie GL) d) In welke meetperiode wordt gemeten? (denk aan ‘kroonoppervlak’… : ca 20 % verschil tussen zomer en winter) e) Wanneer en HOE wordt een INTEGRALE nulmeting gedaan van bestaand bos en groen , zodat het college bij een BOPA-aanvraag snel kan bepalen onder welk ambitieniveau een initiatief valt (goud, zilver, brons, of nog minder ?) f) In het voorstel Implementatie Omgevingswet 24RV001 lezen we dat grenzen van deelgebieden niet noodzakelijkerwijs gaan overeenkomen met buurt- en wijkgrenzen, zoals die vastgelegd zijn in vigerende bestemmingsplannen. Wat wordt hier dan bedoeld met “buurtniveau”? Welke buurtgrenzen gaat het college in deze gevallen hanteren? g) Volgens gegevens van de Groene Stad Challenge zijn er in Zeist minstens 13 buurten, wijken en kernen waar het groen (aanzienlijk) meer dan 50 % van het buurtoppervlak beslaat. Sommigen zelfs tot 80% van het oppervlak. Dit bos en groen is meestal (beeld)bepalend voor
de identiteit van een buurt of wijk. Wat betekent in dit kader “Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren in de bredere omgeving ingericht”? h) Moet een BOPA ondanks het 50% criterium in dat geval voldoen aan het gemiddelde van de wijk ? Of gaan wordt ‘de bredere omgeving’ net zo ver kaalgehakt tot daar ook 50 % groen is bereikt ? i) Betekent het alternatieve categorie-voorstel dat op ieder bosterrein van 1000 m2 of meer, in ieder geval, en zonder tussenkomst van de raad, de helft van de bomen vernietigd en 50 % bebouwd mag worden om tot 50 % groen te komen? j) Wordt in het alternatieve categorie-voorstel daadwerkelijk ‘buurtniveau’ bedoeld ? Of gaat het hier eigenlijk om projectniveau ? En als dat laatste het geval is wat betekenen dan de woorden in samenhang met de groenblauwe structuren in de bredere omgeving ingericht’ k) Hoe wordt voorkomen dat deze projectgewijze aanpak sluipenderwijs leidt tot significante vermindering en aantasting van het groen en tot destructie van de bossen van Zeist? l) Kan het college aangeven wanneer zij (of een vorig college?) het onderhavige bouwconvenant heeft getekend ? (Diverse documenten noemen verschillende data: 18 maart (RV 24/007)en 29 september RIB 22.114 d.d.
29 september 2022 ) m) Bovenstaande vraag is van belang omdat ‘een college ’ zich door ondertekening van het bouwconvenant kennelijk heeft ‘gecommitteerd aan de woningbouwopgaven in de provincie Utrecht’. (zie pagina 5 van het bouwconvenant). Kan het college specificeren aan welke ‘woningbouw-opgaven in de provincie Utrecht’ het zich door ondertekening van het bouwconvenant heeft gecommitteerd ? En waarom heeft noch raad noch bevolking van Zeist zich hierover ooit democratisch mogen uitspreken ? n) Kan het college uitleggen hoe Beslispunt 2 uit 22RV002 (over verplichte participatie bij BOPA’s) getoetst gaat worden bij BOPA’s die buiten de ‘bindend advies-categorieën’ vallen, terwijl er nog niet eens een ‘Handvat participatie voor initiatiefnemers en belanghebbenden’ is vastgesteld ? o) In het bouwconvenant staat op pagina 6 : “We gebruiken de afspraken in het convenant zowel in geval van publiek grondbezit als bij privaat grondbezit.” Hoe rijmt dit met de opmerkingen van het college op 1 februari jl.
dat het niet van plan is om alle particulier groen in Zeist te inventariseren op kwantiteit en kwaliteit? p) Waarom houdt het college zich niet aan raadsbesluit 22RV002 waarin is vastgesteld: “Door middel van monitoring en jaarlijkse evaluatie gedurende twee jaar kunnen ervaringen en inzichten worden gedeeld en aanleiding zijn om het adviesrecht en de participatiekaders bij te stellen” 5. Opmerkingen over het dictum:
a) Op pag. 4 van 24RV007 zijn tussen de twee beslispunten kennelijk de woorden “te vervangen door:“ weggevallen. b) T.a.v. Beslispunt 1: ”…uit het besluit van 25 januari 2022 over het bindend adviesrecht …,etc.” Bedoeld besluit werd op 27 januari 2022 door de raad genomen. c) T.a.v. beslispunt 2 : “….uit het convenant duurzame woningbouw getekend d.d. 18 maart 2022…. “. In RIB 22.114 d.d. 29 september 2022 staat: Het college heeft besloten om op 29 september 2022 het convenant Duurzame Woningbouw van de provincie Utrecht te ondertekenen voor niveau 'goud'.
6. Conclusies en aanbevelingen.
Er zijn nog aanzienlijk meer op- en aanmerkingen te maken over Raadsvoorstel 24RV007. Helaas ontbreekt het ondergetekende aan tijd om dit allemaal op te schrijven. Mocht u als raadslid echter nóg meer argumenten nodig hebben om uw besluit om tegen dit raadsvoorstel te stemmen verder te onderbouwen, aarzel dan niet contact op te nemen. Het zal duidelijk zijn dat wij u ten sterkste afraden om dit raadsvoorstel goed te keuren. En wel hierom: Raadsvoorstel 24RV007 ‘Aanpassing categorieën adviesrecht bij BOPA’ : -
is prematuur; is gebaseerd op onbewezen gronden/argumenten; ondermijnt de werking van andere belangrijke beleidsregels, waarvan sommigen zelfs nog ontwikkeld en vastgesteld moeten worden; is onzorgvuldig geformuleerd; is niet specifiek, niet meetbaar, niet acceptabel, en niet realistisch; beperkt de democratische appél-mogelijkheden van burgers van Zeist.
Hartelijk dank voor uw aandacht. S.I. Schaafsma, sprekend mede voor: -
W. de Braak, mede-indiener burgeramendement ‘Opname Groenambities’ 318 ondertekenaars van het burgeramendement Ca. 1600 petitie-ondersteuners 6 ondersteunende wijkverenigingen van grote groene kernen en wijken 7 ondersteunende groene belangenorganisaties