02-Inspraakreactie SMZ e.o. inzake Rv Adviesrecht BOPA en ook Rv Delegatie Omgevingsplan (def)
Tekst van het document
1 Inspraakreactie Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake ‘Rv Aanpassing categorieën adviesrecht Raad vij de BOPA’ en ‘Rv Delegatie Omgevingsplan’ Geachte leden van de gemeenteraad, vertegenwoordiger College, overige aanwezigen, 1. Thans is in de Ronde Tafel zowel het: ‘Rv Aanpassing categorieën adviesrecht bij BOPA’, als ook het: ‘Rv Delegatie Omgevingsplan’ aan de orde. Gaarne maakt de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. van de geboden gelegenheid gebruik op beide raadsvoorstellen een reactie te geven. Eerst zal een meer algemene reactie worden gegeven, waarna nog op beide raadsvoorstellen afzonderlijk zal worden ingegaan. Er zal met een conclusie worden afgesloten; Algemeen 2. Eigenlijk kunnen beide Raadsvoorstellen zoals deze thans voorliggen o.i. niet los worden gezien van hetgeen het: ‘Rv Implementatie Omgevingswet’, inclusief de diverse daarbij behorende: ‘Plannen van Aanpak’, zoals deze tijdens de Ronde Tafel van 1 februari 2024 reeds aan de orde zijn geweest. In die zin was het wellicht goed geweest als zij daarbij meteen waren meegenomen, zodat ook echt een integrale afweging van de beide raadsvoorstellen zoals deze thans ter besluitvorming voorliggen mogelijk was geweest; 3.
Zoals ook uit het: ‘Rv Implementatie Omgevingswet’ duidelijk wordt moet er nog een geheel proces worden doorlopen alvorens er dan de definitieve: ‘Omgevingsvisie Zeist 2050’ ligt (uiterlijk in 2026) en ook een definitief: ‘Omgevingsplan’ (uiterlijk in 2032). Daarnaast dient er nog een definitief: ‘Handvat Participatie voor inwoners en initiatiefnemers’ te worden opgesteld, ook al is er dan (gelukkig) een: ‘Tijdelijk Afwegings- en Toetsingskader Participatie Omgevingswet’. Wel is dan na vaststelling van het: ’Rv Implementatie Omgevingswet’ duidelijk welke beleidskaders t.a.v. (o.a.) de toetsing van met name ook BOPA’s van kracht blijven, dat dus in aanvulling op die uit de: ‘Eerste Zeister Omgevingsvisie (EZO)’, voor zover deze er dan al zijn; 4. Een maar algemeen punt hierbij is o.i. dan dat bij de toetsing van BOPA’s, dus: ‘Buitenplanse Omgevingsplan Activiteiten’ (zie in deze dus ook het: ‘Rv Aanpassing categorieën adviesrecht bij BOPA’, evenals bijvoorbeeld ook m.b.t. projecten die daar buiten vallen (zie in deze dus ook het: ‘Rv Delegatie Omgevingsplan’ en dan onder het Onderwerp 9: ‘Aanpassen van het Omgevingsplan bij projecten waarvoor geen adviesrecht ligt’, er dus o.i. nog nauwelijks nader uitgewerkte beleidskaders zijn waaraan dan die toetsing dient plaats te vinden, dat dus teneinde tot een: ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)’.
Dat dan ook aangezien in de EZO, zoals ook in het: ‘Plan van Aanpak Omgevingsvisie Zeist 2050’ aangegeven, er toch met name een: ‘beschrijving van waarden, ambities en uitgangspunten’ zijn gegeven, maar deze vaak niet tot nauwelijks meer concreet zijn gemaakt; 5. Daarbij komt dat er met name t.a.v. de groene waarden er op basis van het door de gemeenteraad in die zin unaniem bij de vaststelling van de EZO aangenomen ‘Groene amendement’ en ook ‘- motie’ er nu juist ook nog een nadere inventarisatie van die waarden dient plaats te vinden, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin (zie in deze dus wederom het: ‘Plan van Aanpak Omgevingsvisie Zeist 2050’), evenals overigens ook de compensatie als er toch een aantasting van die waarden plaatsvindt; 6. Verder moet o.i. m.b.t. de afweging van waarden zoals deze bij BOPA’s aan de orde is, zoals overigens ook ten tijde van de RT van 01 februari 2024 reeds naar voren gebracht, natuurlijk ook nog een nadere uitwerking van de: ‘Waardenweger’ van belang worden geacht en met name ook van de ‘gewichten’ die daarbij aan bepaalde belangen worden
2 toegekend, dat o.i. daarbij juist ook rekening houdend met het bijzondere groene identiteit/DNA van Zeist; 7. Dan werkt het besluit m.b.t. het: ’Rv Aanpassing categorieën adviesrecht bij BOPA’, dus kennelijk ook door in het: ‘Rv Delegatie Omgevingsplan’ (zie in deze dus ook het: ‘Rv Deleatie Omgevingsplan’ en dan met name het daartoe als nadere toelichting aangegeven onder het: ‘Onderwerp 9 - Aanpassen Omgevingsplan bij projecten waar geen adviesrecht geldt’, pag. 4-5). Dus ook in die zin is het aan de raad te bezien wat de gevolgen van het ene Rv voor het andere Rv zijn; 8. Juist aangezien het groen van Zeist in belangrijke mate haar identiteit/DNA bepaalt, hetgeen dan ook wel als het ‘Groene goud’ wordt aangeduid (zie in deze dus met name ook het:’Plan van Aanpak Omgevingsvisie Zeist 2050’)’, zou het o.i. dus in algemene zin goed zijn als daarvoor bij welk raadsvoorstel dan ook bijzondere aandacht voor is en dat dan in het bijzonder ook als het daarbij om afwijkingen van het: ’Omgevingsplan’ gaat, ook al heeft dat plan thans dan nog een tijdelijk karakter. Juist aangezien heldere kaders in deze vooralsnog ontbreken, ook al blijven de kaders uit bestaande beleidsplannen dan gelukkig van kracht, althans na de vaststelling van het: ’Rv Implementatie Omgevingswet’, zou het o.i.
dus goed zijn als de gemeenteraad bij de daarbij te maken afwegingen dus vooralsnog aan zet blijft en dus zeker ook als daarbij groene waarden aan de orde zijn; Rv Aanpassing categorieën adviesrecht bij BOPA 9. Bij besluit van 25 januari 2022 is dan i.r.t. het bindend adviesrecht m.b.t. zogenaamde: ‘Buitenplanse Omgevingsplan Activiteiten (BOPA’s’ door de gemeenteraad besloten deze m.b.t. een aantal categorieën aan zichzelf te houden. Daarbij is toen o.a. door zowel de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. (zie in deze dus ook Bijlage 1: ‘Inspraakreactie Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake: ‘Rv Adviesrecht Omgevingswet’, de Werkgroep Natuurlijk Zeist-West, als de Stichting Beter Zeist een inspraakreactie op het betreffende voorstel gegeven. Uiteindelijk is toen ook per amendement alsnog de betreffende categorie 3 opgenomen, althans voor zover de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zich dan herinneren; 10.
Met het thans voorliggende Rv wordt dan voorgesteld om de betreffende ‘Categorie 3’ te weten: ‘Alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die beschermde en beschermenswaardige flora en/of fauna, habitats van beschermde soorten, bestaande of voorgenomen ecologische verbindingen en/of groenstructuren, waaronder ook bosachtige tuinen, in significante wijze kunnen aantasten of de bescherming of ontwikkeling van genoemde flora, fauna, ecologische verbindingen, gebieden en/of groenstructuren kunnen doorkruisen of belemmeren’ te laten vervallen en deze dan te vervangen door: ‘Woningbouwprojecten (nieuwbouw) met minder dan 40 woningen welke groter zijn dan 500 m2 bebouwd oppervlak of hoger dan 15 meter waarbij de gestelde normen op ambitieniveau goud voor natuurinclusiviteit en biodiversiteit uit het convenant duurzame woningbouw getekend d.d. 18 maart 2022 niet worden behaald’; 11. Ten behoeve van de betreffende wijziging is er dan op 25 januari 2025 door de wethouder en gemeente-ambtena(a)r(en) een nadere toelichting op het betreffende Rv gegeven, waarvoor ook waardering; 12. Voor zover de Stichting Milieuzorg Zeist e.o.
dat heeft begrepen wordt dit voorstel dan door het College gedaan, aangezien allereerst ‘de wijze waarop de categorie is omschreven niet goed meetbaar zou zijn, hetgeen dan tot onnodige verwarring kan leiden met bijbehorende (juridische) reacties van belanghebbenden’. Dus kennelijk tot
3 een bepaalde rechtsonzekerheid. Daarnaast ‘zouden binnen deze categorie 60 tot 80 % van de BOPA’s vallen en met een totaal aantal verwachtte BOPA’s van 100 zou dat dan betekenen dat zo’n 60 tot 80 BOPA’s aan de raad dienen te worden voorgelegd’; 13. Als argumentatie wordt dan aangegeven dat zo de categorieën waar het adviesrecht van de raad op van toepassing is in lijn met de Omgevingswet wordt gebracht, (namelijk dat het College overeenkomstig de Omgevingswet bevoegd is, tenzij de raad dat aan zichzelf houdt, hetgeen dan eerder omgekeerd was,) evenals zo een werkbare situatie ontstaat waarbij in harde maatstaven vastligt wanneer een BOPA voor advies naar de Raad moet en dat dan naar inschatting 8 tot 10 keer per jaar; Tijdstip besluit i.r.t. lopende processen m.b.t. implementatie Omgevingswet 14. Zoals ook hiervoor al onder het hoofdje: ‘Algemeen’ reeds aangegeven lopen er thans nog tal van processen om tot een definitief: ‘Omgevingsvisie Zeist 2050’ te komen, evenals ook een definitief: Omgevingsplan’ en ook een definitief: ‘Handvat Participatie voor inwoners en initiatiefnemers’. Daartoe dienen dan nog diverse uitwerkingen plaats te vinden, zoals die m.b.t. groene waarden, de compensatie daarvan als deze waarden bij plantontwikkelingen toch verloren gaan, evenals ook van de zogenaamde: ‘Waardenweger’; 15.
Zoals we verder allen weten is Zeist gelukkig nog steeds een groene gemeente en waarbij het groen haar ‘groene goud’ van Zeist is. Juist in die zin moet het o.i. dan ook van belang worden geacht, zeker nu de: ‘Omgevingswet’ net in werking is getreden, dat bij ontwikkelingen en zeker bij de zogenaamde: ‘Buitenplanse ontwikkelingen’, er een zorgvuldige afweging van waarden plaatsvindt, inclusief dus ook die m.b.t. het groen. Juist m.b.t. dat groen is dan eerder, zoals ook hiervoor in algemene zin reeds aangegeven, in het kader van de EZO zowel een ‘groen amendement’ als ‘- motie’ aangenomen. Zolang het dan op basis van de nog nader uit te werken: ‘Waardenweger’ onduidelijk is hoe die waarden zouden moeten gewogen, evenals indien aan de orde gecompenseerd, zeker ook aangezien er nog geen definitieve: ‘Omgevingsvisie Zeist 2050’ ligt (en in zekere zin ook een: ’Omgevingsplan’ met dus ook een nadere invulling van de in een bepaald gebied te bereiken ‘omgevingswaarden), zou o.i. de gemeenteraad die weging dan ook (in ieder geval voorlopig) aan zich zelf moeten houden; 16. Punt hierbij is dan tevens dat het zo voor derden mogelijk worden, zeker als de BOPA’s voor de cyclus van de Ronde Tafel worden geagendeerd, dat het dan mogelijk wordt voor belanghebbenden in te spreken. Natuurlijk er is ook een voorlopig voorstel m.b.t.
de participatie, namelijk het: ‘Tijdelijk Afwegings- en Toetsingskader Participatie Omgevingswet‘, maar een initiatiefnemer kan dat naast zich neer leggen, althans zo heeft de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dat zo begrepen. In die zin moet juist ook een behandeling van de Raad om tot een zorgvuldige afweging van waarden en dus ook belangen te kunnen komen van belang worden geacht; Reactie op argumentatie gemeente 17. Door het College wordt dan als argumentatie aangevoerd, dat ‘de wijze waarop de categorie is omschreven niet goed meetbaar zou zijn, hetgeen dan tot onnodige verwarring kan leiden met bijbehorende (juridische) reacties van belanghebbenden kan leiden’. Nu is het zo dat een ‘significante aantasting van de natuur’ vaak bij aantastingen juist als doorslaggevend criterium wordt aangegeven, zoals bij de aantasting van Natura 2000gebieden of ook bij de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), thans het Nationale Natuur Netwerk (NNN) het geval is (zie m.b.t. de toetsing aan het NNN dus o.a. ook het: ‘Besluit
4 Algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)’, Artikel 2.10.4). In die zin is dit o.i. wel degelijk een in juridische zin houdbaar criterium. Verder is het zo dat nu juist in de betreffende categorie o.i. heel duidelijk is aangegeven wanneer het van toepassing is, namelijk wanneer van sprake is van: ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die beschermde en beschermenswaardige flora en/of fauna, habitats van beschermde soorten, bestaande of voorgenomen ecologische verbindingen en/of groenstructuren, waaronder ook bosachtige tuinen, in significante wijze kunnen aantasten of de bescherming of ontwikkeling van genoemde flora, fauna, ecologische verbindingen, gebieden en/of groenstructuren kunnen doorkruisen of belemmeren’ 1. Ook zijn er dan (inmiddels) vele beleidsplannen beschikbaar die dan kunnen worden toegepast teneinde te kunnen toetsen of van een significante aantasting, ect., sprake is, zoals o.a. (zie in deze dus ook het: Rv Implematie Omgevingwet’ en dan de betreffende Bijlage 5: ‘Inventarisatie gemeentelijk beleid fysieke leefomgeving en daarbij in o.a.
diverse bijdragen gegeven aanvullingen): het ‘Groenstructuurplan Groen voor Zeist (Zeist, 2011), de: ‘Biodiversiteitsvisie (Zeist, 2021), het: ‘Landschapsontwikkelingsplan Kromme Rijngebied + (Brons & Partners, 2009)’, het: ‘Lange Termijn Bomenbeheerplan (Zeist, 2018)’, evenals natuurlijk vele inventarisaties die in de loop van tijd m.b.t. diverse gebieden in Zeist zijn uitgevoerd. Voorts geven de huidige bestemmingen in ter plaatse vigerende bestemmingsplannen natuurlijk al een indicatie of van een bepaalde en mogelijk dus ook significante aantasting sprake kan zijn. Tenslotte (maar wellicht niet uitputtend) moet ook een eigenaar, zeker als het om het groen gaat, sowieso vaak een ‘ecologische quickscan’ uitvoeren om te zien of al dan niet beschermde soorten of beschermde natuur aanwezig is en wat de effecten van een dergelijke activiteit zijn, op basis waarvan dan al een inschatting mogelijk is of van een significante aantasting sprake is of niet; 18. Dan de argumentatie m.b.t. het aantal BOPA’s waarover dan door de gemeenteraad een besluit dient te worden genomen, namelijk een aantal van 60 - 80 BOPA’s. Eerlijk gezegd is het aan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. toch niet geheel duidelijk waar dat aantal op is gebaseerd. In die zin had het o.i.
in ieder geval goed geweest als er een evaluatie had plaatsgevonden van het aantal buitenplanse omgevingsvergunningen, hetzij projectprocedures, uitgebreide procedures zoals deze de afgelopen jaren zijn doorlopen, zodat op basis daarvan ook duidelijk is voor welke opgave de gemeente de gemeente in die zin staat. Daarbij komt bij dat het om geheel nieuwe procedures gaat in kader van de: ‘Omgevingswet’ gaat, evenals er nog net voor het ingang van de Omgevingswet door de diverse gemeente er nu juist vele postzegelbestemmingsplannen, etc., ter inzage zijn gelegd, zodat het met het aantal BOPA’s vooralsnog nog wel eens mee zou kunnen vallen, dat ook aangezien het om een nieuw instrument gaat; 19. Dan de druk op de besluitvormingstermijnen, zoals deze met name ook ten tijde van de raadsinformatiebijeenkomst van 25 januari 2024 als argumentatie naar voren werd gebracht. Zoals eveneens tijdens de informatiebijeenkomst voor de raad naar voren gebracht stuurt de gemeente inmiddels al een half jaar aan op een zogenaamde ‘vooroverleg’, 1
Vergelijk in deze bijvoorbeeld ook de beschrijving van de ‘Wezenlijke kenmerken en waarden’ zoals deze in de: ‘Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht’ m.b.t. het ‘Nationale Natuur Netwerk (NNN)’ overeenkomstig het betreffende Art. 6.3, lid 1 wordt toegepast en daarbij met name ook naar een daartoe in de betreffende Bijlage 10 gegeven nadere beschrijving wordt verwezen. Meer in het bijzonder zijn die ‘wezenlijke waarden en kenmerken’ dan in een recent rapport: ’Uitwerking wezenlijke kenmerken en waarden NNN (TAUW, 2023)’ nader zijn uitgewerkt.
5 waardoor o.i. dus al veel tijd kan worden gewonnen. Bovendien kan dan feitelijk ook al duidelijk worden of er gezien de betreffende activiteit mogelijk sprake is van een significante aantasting van beschermde of beschermwaardige waarden, etc., en dus of het voorleggen aan de raad aan de orde is. Wellicht kan dat ook al op basis participatie duidelijk worden, hetzij bij eventuele uitgebreide procedures met ook een zienswijzeprocedure; 20. Verder is het o.i. dus zo dat het: ‘Convenant Duurzame Woningbouw’, hoe fantastisch op zich ook, het toetsen en dus ook het afwegen door de raad op geen enkele wijze kan vervangen. Bij de thans als zodanig (nog) vigerende categorie gaat het immers om een toetsing en afweging of je een bepaalde planontwikkeling als gemeente wilt toestaan en bij de vervangende categorie om iets wat je eigenlijk sowieso als gemeente al (zou moeten) wil(len), dat gezien de ondertekening door de gemeente van het betreffende: ‘Convenant Duurzame Woningbouw’, namelijk als er dan gebouwd wordt dat dat meteen ook natuurinclusief plaatsvindt. Wat bij dat :’Convenant Duurzame Woningbouw’ o.i.
overigens tevens ontbreekt, ook al zit dat daar mogelijk wel impliciet in, dat je bij ontwikkelingen direct vanaf het begin rekening houdt met aanwezige natuurwaarden, dus op basis van ‘Natuurinclusief ontwerpen’ (vergelijk in deze dus ook de:’Brede Milieuvisie (Zeist, 2016)’), waardoor al bij ontwikkelingen dus bij voorbaat een mogelijk significante aantasting zou kunnen worden voorkomen; Advies 21. De gemeente zegt altijd trots te zijn op haar groen. Dan zou het dus ook goed zijn als gemeenteraad daar voor gaat staan en dus vooralsnog aan de thans vigerende categorie 3 vasthoudt. Als dat in de loop van de tijd blijkt, dat na een grondige evaluatie, dat de categorie echt niet werkbaar is, dan kan zo mogelijk samen naar een alternatief worden gezocht wat eventueel wel werkbaar is; 22. Ook zou dus alsnog een ‘brede onafhankelijke adviescommissie’ kunnen worden ingesteld die toetst of van een significante aantasting sprake, evenals een stadsecoloog; Oproep/verzoek 23. Eerder was al aan de orde: ‘Zonder informatie geen participatie’. Nu is het m.b.t. verleende omgevingsvergunningen zo, of deze nu binnen- of buitenplans zijn, dat als je deze digitaal aanvraagt je deze vaak niet binnen het aflopen van de bezwaren termijn krijgt, als je ze al krijgt, zodat het dus ook vaak niet mogelijk is deze op een zorgvuldige wijze te toetsen en zo mogelijk bewaar tegen te maken.
Daartoe is in het verleden al eens met de toenmalige binnen de gemeente verantwoordelijke diverse gesprekken over geweest, namelijk of het niet gewoon mogelijk is deze verleende vergunning, inclusief bijbehorende bijlagen, gewoon in zijn geheel te publiceren ten tijde van de bekendmaking, zodat iedereen daar meteen kennis van kan nemen. Dat net zoals dat bij de provincie of de HDSR vaak wel het geval is. In die zin het verzoek er gewoon als gemeente voor te zorgen dat dit (eindelijk) wordt opgepakt, want feitelijk wordt het zo voor burgers en belanghebbenden onmogelijk omgevingsvergunningen zorgvuldig te kunnen toetsen, hetgeen toch gewoon een democratisch recht is; Rv Delegatie Omgevingsplan 24. Bij dit: ‘Rv Delegatie Omgevingsplan’ wordt dan voorgesteld de bevoegdheid voor het wijzigen van het Omgevingsplan te delegeren aan het College in gevallen zoals
6 aangewezen in de Tabel: ‘Te delegeren onderwerpen Omgevingsplan’, evenals m.b.t. zogenaamde ‘Voorbereidingsbesluiten’; 25. In de in het: ‘Rv Delegatie Omgevingsplan’ op de diverse onderdelen (lees: ‘Onderwerpen’) van het besluit gegeven nadere toelichting wordt dan duidelijk waarom het College een delegatie in voorkomende gevallen wenselijk acht. Daarbij worden dan o.a. de verschillende rollen van de raad, namelijk kaderstellend, evenals die van het College, namelijk uitvoerend, aan de orde gesteld, evenals ‘het boeken van tijdwinst, hetgeen dat vooral van belang is voor de woningbouwopgave’; Te delegeren onderwerpen Omgevingsplan Tijdstip besluit i.r.t. lopende processen m.b.t. implementatie Omgevingswet 26. Zoals ook hiervoor al aangegeven, zowel in algemene zin, als bij het: ‘Rv Aanpassing categorieën adviesrecht bij BOPA’, blijft het voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. (wederom) de vraag of dit voorstel niet veel te vroeg komt, dat met name ook aangezien de vele ‘kaders’ zoals deze o.a. uit de EZO voortkomen, inclusief de daarbij behorende amendementen en motie(s) nog nader moeten worden uitgewerkt, alvorens van een echte kaderstelling sprake kan zijn, zoals die m.b.t. het ‘groene amendement’ en ook de: ‘- motie’, inclusief ook compensatieregels, evenals ook de:’Waardenweger’, etc..
Eigenlijk zou er daarvoor dan een definitieve: ’Omgevingsvisie Zeist 2050’ moeten liggen, inclusief bijbehorende nader uitgewerkte kaders, evenals een definitief ‘Omgevingsplan’ met dus ook aandacht voor de streefwaarden/ambities m.b.t. te bereiken ‘(leef)omgevingswaarden’ en ook een definitief: ’Handvat participatie inwonewrs en initiatitiefnemers’; Reactie op het voorstel zelf 27. Bij bepaalde van de daartoe aangegeven afzonderlijke ‘Onderwerpen’ kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zich voorstellen dat deze worden gedelegeerd, zoals die m.b.t. het: Verwerken van onherroepelijke buitenplanse omgevingsvergunningen (Onderwerp 1), zij het wel als deze daadwerkelijk in rechte onherroepelijk zijn; Het corrigeren van omissies, feitelijke onjuistheden en verschrijvingen (Onderwerp 2), mits deze uiteraard zorgvuldig zijn geverifieerd 2; 28.
Bij alle overige Onderwerpen, dus: Verwerken bestaande wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten (Onderwerp 3); Verwerken bestaand vastgesteld beleid en verordeningen (Onderwerp 4); Nader uitwerken van kaderstellend beleid binnen door de gemeenteraad gegeven kaders (Onderwerp 5); Verwerken van regelgeving van rijk, provincie en het waterschap (Onderwerp 6); De Toelichting van het Omgevingsplan wijzigen (Onderwerp 7); Het wijzigen van gemeentelijk Monumenten (Onderwerp 8); Aanpassen Omgevingsplan bij projecten waarvoor geen adviesrecht (Onderwerp 9), bestaan er bij de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. wel degelijk overwegende bedenkingen deze naar het College te delegeren, dat overigens op verschillende gronden (zie ook verder);
2
Iedereen weet (of juist niet) hoe het bij Bethesda is gegaan en waarbij i.p.v. een bouwpercentage van 35 % er een percentage van 55 % in het bouwvlak terecht is gekomen, met alle gevolgen van dien.
7
Overwegingen afzonderlijke Onderwerpen Onderwerp 3: Verwerken van bestaande wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten 29. Voor zover de delegatie tot het: ‘Verwerken van bestaande wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten’ al aan het College zou worden gedelegeerd, zou het o.i. dan wel om in rechte onherroepelijke wijzigings- of uitwerkingsplannen moeten gaan; Onderwerp 4: Verwerken van vastgesteld beleid en verordeningen 30. Ook m.b.t. het: ‘Verwerken van vastgesteld beleid en verordeningen’ lijkt het ons goed dat dit pas plaatsvindt in het kader van het vaststellen van de definitieve: ‘Omgevingsplan’, zodat door de raad en ook belanghebbenden kan worden bezien of dat op de juiste integrale wijze heeft plaatsgevonden; 31. Daarbij komt dat voor het overzicht er toch een nog integrale: ‘Verordening fysieke leefomgeving’ zou komen, zodat iedereen weet wat waar speelt. Anders gaat alles mogelijk door elkaar lopen, dat ook met de beoogde ‘Aanpak per deelgebied’ (zie in deze dus ook het:’Plan van Aanpak Omgevingsplan’) en weet straks zo mogelijk niemand meer wat nu wel of niet van toepassing is; Onderwerp 5: ‘Nader uitweken van kaderstellend beleid binnen door de gemeenteraad gegeven kaders 32. Ook bij het: ‘Nader uitwerken van kaderstellend beleid binnen door de gemeenteraad gegeven kaders’ is het o.i.
van belang dat de gemeenteraad blijft toetsen of dat op een zorgvuldige en ook integrale wijze heeft plaatsgevonden, alvorens dit eventueel in het: ‘Omgevingsplan’ wordt verwerkt; Onderwerp 6: Verwerken van regelgeving van rijk, de provincie en ook het waterschap 33. Bij dit onderwerp, namelijk het: ‘Verwerken van regelgeving van rijk (vergelijk dus ook de zogenaamde: ‘Bruidschat), de provincie en ook het waterschap’, gaat het er wel degelijk om hóe deze worden verwerkt, dat ook i.r.t. de andere regels die de gemeente zelf stelt, dus hoe ook de onderlinge afstemming plaatsvindt, hetgeen o.i. dus lang niet altijd zorgvuldig gebeurt, zoals m.b.t. de toetsing aan het NNN. Dus ook in die zin moet toetsing door de gemeenteraad en daarmede ook de samenleving wel degelijk van belang worden geacht; Onderwerp 7: De Toelichting van het Omgevingsplan wijzigen 34. Ook het: ‘Wijziging van een Toelichting’ moet o.i. nog steeds als bevoegdheid van de gemeenteraad worden gezien, aangezien deel van het: ’Omgevingsplan’, dat mede ook gezien eventuele gevolgen voor de Planregels en Verbeelding; Onderwerp 8: Het wijzigen van gemeentelijk Monumenten 35. Uiteraard is het aan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o.
bekend dat het College thans bevoegd is de status van gemeentelijke Monumenten te wijzigen, althans overeenkomstig de oudere: ‘Monumentenverordening’, maar aangezien de cultuurhistorische waarde die daarmede in het geding (kan) zijn, zou die bevoegdheid o.i. gewoon bij de gemeenteraad moeten liggen; Onderwerp 9: Aanpassen Omgevingsplan bij projecten waarvoor geen adviesrecht
8 36. Voor zover BOPA’s, of daar nu door de gemeenteraad of het College een besluit over is genomen, niet in rechte onherroepelijk zijn, zouden de beoogde delegatie, namelijk het verwerken van de betreffende BOPA’s niet mogelijk moeten zijn, aangezien dan feitelijk op mogelijke wijzigingen vooruit wordt gelopen; Voorbereidingsbesluit 37. O.i. is het zo dat juist:’Voorbereidingsbesluiten’ wel degelijk ook in algemene zin van belang moeten worden geacht, zoals o.a. m.b.t. het eventueel elders vestigen van Fivoor aan de orde is/was, dus o.i. goed, ook al is dan in bepaalde gevallen snelheid geboden, dat daarbij toch de raad aan zet blijft. Ook kan een raad, zo is tenminste de ervaring, altijd snel bij elkaar worden geroepen indien noodzakelijk; Conclusie 38. De voorgestelde wijziging zoals deze m.b.t. Categorie 3 overeenkomstig het: ‘Rv Aanpassing categorieën adviesrecht bij BOPA’ wordt geoogd acht de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zeker op dit moment ongewenst, dat teneinde nu juist ook de bevoegdheid van plannen alwaar dan een significante aantasting van de groen aan de orde is, etc., aan de raad te houden. Dat met name ook gezien de groene identiteit/DNA van Zeist en ook aangezien veel van de in die zin relevante beleidskaders nog in onvoldoende mate zijn uitgewerkt, zodat daarvan een kaderstellende rol kan uitgaan; 39.
Dat geldt ook voor veel van de ‘Onderwerpen’ zoals deze in het: ‘Rv Delegatie Omgevingsplan’ aan de orde worden gesteld, evenals wat betreft de delegatie van het nemen van een: ‘Voorbereidingsbesluit’. Patrick Greeven (Stichting Milieuzorg Zeist e.o.)
9 .
Bijlage 1 Inspraakreactie Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake: ‘Rv Adviesrecht Omgevingswet’
Geachte raadsleden, 1. Zoals ook in het voorliggende raadsvoorstel aangegeven zal naar verwachting in juli 2022 de nieuwe Omgevingswet in werking treden, zij het dat in de invoering al enige malen is uitgesteld; 2. Met de invoering van de Omgevingswet vindt dan op het gebied van de ruimte ordening een algehele stelselherziening plaats, waarbij niet alleen een groot aantal wetten die de fysieke leefomgeving betreffen worden samengevoegd, maar ook een verandering wordt beoogt van ‘Nee, tenzij’ naar ‘Ja, mits’. Daarbij, maar ook in de: ‘Invoeringswet’, de: ‘Omgevingsregeling’ en het: ‘Omgevingsbesluit’, wordt dan wel ook aan participatie een bepaalde/belangrijke betekenis toegekend, ook m.b.t. het verlenen van (bepaal)de omgevingsvergunningen (zie in deze dus o.a. ook de: ‘Omgevingswet’, Art. 16.55, lid 6 en 7 en Art. 16.139, lid 2 onder d); 3. Inmiddels is dan door het College het besluit genomen de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie Zeist’ voor de periode van 17 januari t/m 27 februari 2022 ter inzage te leggen. Daarbij kan dan wel worden aangetekend dat door een aantal maatschappelijke organisaties nog wel op diverse tijdstippen naar voren is gebracht dat het hen goed lijkt dat over met name de ambities en de keuzen die daarbij worden gemaakt nog een brede dialoog zou worden gevoerd met de samenleving (zie in deze o.a.
de dialoogbijeenkomst van 14 oktober 2021), maar kennelijk heeft het College daar niet voor gekozen; 4. Hoe een en ander ook zij, thans ligt er dus het: ‘Rv Adviesrecht Omgevingswet’ ter besluitvorming van de gemeenteraad voor. Daarbij gaat het dan in het voorliggende voorstel met name het adviesrecht m.b.t. zogenaamde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (opa’s) 3. Was het eerder zo dat de gemeenteraad feitelijk de bevoegdheid toekwam om t.a.v. buitenplanse activiteiten een besluit te nemen, tenzij zij die bevoegdheid via een ‘Algemene Verklaring van Geen Bedenkingen’ aan het College toekende (zie in deze dus ook de WABO, Art. 2.27 en met name ook het BOR, Art. 6.5, lid 3), in het kader van de: ‘Omgevingswet’ wordt die bevoegdheid kennelijk omgedraaid, namelijk dat het College het bevoegde gezag is, tenzij de Raad zichzelf daarbij een bindend Adviesrecht toekent. In het voorliggende: ‘Raadvoorstel Adviesrecht’ wordt daarbij dan een aantal categorieën voorgesteld waarvoor dat dan van toepassing moet worden geacht. Daarnaast wordt ook tegelijkertijd aangegeven dat participatie van belang wordt geacht, waarbij dan met name ook wordt verwezen naar het: ‘Handvat Participatie’, zij het dat dat nog niet door de gemeenteraad is vastgesteld (zie in deze dus wel ook de: ‘Raadsinformatiebrief 21-180: ‘Handvat Participatie’); 5. Gaarne maakt de Stichting Milieuzorg Zeist e.o.
van de geboden gelegenheid gebruik op het voorliggende Raadsvoorstel nog een reactie te geven. Daarbij zal eerst nog kort een reflectie worden gegeven op de proces en vervolgens op een aantal inhoudelijke aspecten;
3
Overigens bestaat er naast de optie om van een Omgevingsplan af te wijken d.m.v. een buitenplanse vergunning natuurlijk ook nog altijd de optie dat d.m.v. een wijziging van het Omgevingsplan zelf te doen, inclusief een bijbehorende meer uitgebreide procedure (zie in deze dus ook de factsheet: ‘Behandelen van initiatieven tijdens de Overgangsfase – Wijzigen of afwijken van het Omgevingsplan (VNG, 2020)’)
10
Planproces 6. Op zich dus goed dat het: ‘Rv Adviesrecht Omgevingswet’ op dit moment aan de gemeenteraad wordt voorgelegd, dat ook i.r.t. de verwachte invoering van de Omgevingswet per 1 juli 2022; 7. Wat betreft dat Adviesrecht gaat het dan met name om het buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (opa’s), dus vooralsnog om afwijkingen van de vigerende bestemmingsplannen, die dan als het goed is per 1 juli 2022 zullen worden omgezet in het Omgevingsplan. Wel wordt het dus verplicht binnen 3 jaar nadat de Omgevingswet is ingetreden een Omgevingsvisie te hebben vastgesteld en eind 2029 een (daarop gebaseerd) Omgevingsplan, die dan dus beide als de belangrijk(st)e toetsingskaders kunnen worden aangemerkt. Teneinde tot een eenduidig toetsingskader te kunnen komen was het dus mooi geweest als er op dit moment al een Omgevingsvisie zou hebben gelegen, dat ook met eenduidige ambities/kaders, maar zoals bekend loopt dat proces binnen de gemeente nog, zij het dat dat bij veel gemeenten, m.u.v. bijvoorbeeld de gemeenten Soest (vergelijk: ‘Omgevingsvisie Soest) en Utrecht (vergelijk: ‘Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040’), het geval is; 8.
Alhoewel dan op basis van een ander wettelijk kader bestaat er in die zin dus wel een bepaald verband met de eerder in 2017 en daarna in 2021 door de raad vastgestelde ‘Algemene Verklaring van Geen Bedenkingen Versnelde Huisvestingsopgave’, waarbij dan een aantal categorieën zijn aangegeven waarbij delegatie naar het College plaatsvindt. In die zin is bij de behandeling van het betreffende raadsvoorstel in 2021 daar toen ook door een aantal organisaties een reactie op gegeven, waarna het raadsvoorstel toen ook is aangepast, namelijk dat alsnog is toegevoegd dat bij de betreffende plannen waarvoor dan onder de gegeven voorwaarden een ‘Algemene Verklaring van Geen Bedenkingen’ wordt afgegeven op zich dus wel alsnog dient te worden voldaan aan de gemeentelijke beleidskaders (zie in deze dus ook het: ‘Rv Algemene Verklaring van Geen Bedenkingen Versnelde Huisvestingsopgave’, d.d. 9 november 2021); 9. Voor zover dat uit het voorliggende Raadsvoorstel kan worden afgeleid is het voorliggende voorstel dus kennelijk wel voorgelegd aan de: ‘Raadswerkgroep Omgevingswet’, maar heeft daarover verder geen participatie plaatsgevonden, althans niet voor zover bij de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. bekend; 10. In ieder geval was het o.i.
dus wel goed geweest als ook hierover wel participatie had plaatsgevonden, dat ook vanuit een breder perspectief, juist ook aangezien hiervan toch een bepaalde impact uit kan gaan, dat mede ook in relatie tot de doelen en ambities zoals deze uit de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’ naar voren komen. In ieder geval kan een en ander o.i. daarvan niet geheel los worden gezien, evenals van het: ‘Handvat Participatie’, dat overigens ook nog dient te worden vastgesteld; Inhoudelijke aspecten 11. Meer in het algemeen kan hierbij worden aangesloten bij hetgeen in die zin door zowel de Werkgroep Natuurlijk Zeist-West en ook de Stichting Beter Zeist in hun reacties op het voorliggende Raadsvoorstel naar voren is gebracht; 12. Juist gezien de mogelijke gevolgen van het voorstel was het o.i. wel goed geweest als toch aan de voorstellen uitgebreider op de context was ingegaan, alhoewel dus in die zin wel wordt verwezen naar de lijst van categorieën zoals deze door de VNG in de: ‘Handreiking Adviesrecht gemeenten bij Afwijkingen van het Omgevingsplan’ wordt aangegeven.
11 Wat hierbij dan wel opvalt dat bij lang niet alle in die zin in de: ‘Handreiking Adviesrecht gemeenten bij Afwijkingen van het Omgevingsplan’ gegeven voorbeelden wordt stilgestaan (zie in deze dus ook de: ‘Handreiking Adviesrecht gemeenten bij Afwijkingen van het Omgevingsplan’, pag. 5), dus is het dan toch voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. de vraag of voor de gegeven afwijkingen dan automatisch het College het bevoegde gezag is, zoals bij het plaatsen van windmolens en zonnevelden, etc., of dat daarvoor toch de gemeenteraad het bevoegde gezag blijft; 13. Ook gezien aanwezige kwetsbare waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie, evenals de ambities van Zeist t.a.v. de leefomgevingskwaliteiten, zoals dus o.a. aangegeven in de Brede Milieuvisie, is de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. de mening toegedaan, dat voor zover plannen daadwerkelijk afwijken van een Omgevingsplan deze toch gewoon in beginsel aan de gemeenteraad zouden moeten worden voorgelegd. Dat dus zeker indien daarbij bepaalde kwaliteiten/waarden in het geding zijn, hetgeen dus vrijwel overal het geval is (zie in deze dus ook diverse kaarten uit de: ‘OntwerpOmgevingsvisie’). Juist dan moet het van belang worden geacht dat deze plannen ook aan de gemeenteraad worden voorgelegd, zodat ook een afweging van belangen, inclusief samenspraak d.m.v. de Ronde Tafel kan plaatsvinden.
Hierbij kan dan nog worden aangetekend dat het toch de ervaring van de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dat bij veel buitenplanse afwijkingen toch vrijwel altijd waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie in het geding zijn, evenals leefomgevingskwaliteiten, ook bij transformaties van bestaande gebouwen. In die zin zou de gemeenteraad dus ook vooralsnog kunnen besluiten, dat ook nadat eerst een aantal ervaringen met de vernieuwde aanpak is opgedaan, inclusief de daarbij mogelijke optie van het gebruik maken van de participatie via de zogenaamde: ‘Omgevingstafels’, om gewoon het: ‘Adviesrecht’ bij alle plannen die afwijken van het/de Omgevingsplan/Omgevingsplannen aan zichzelf te behouden. Mede op basis van de in het voorliggende raadsvoorstel in het vooruitzicht gestelde ‘monitoring en (jaarlijkse) evaluatie’ kan dan later mogelijk tot een bewuste(re) keuze worden gekomen 4; 14. Het aan zichzelf houden van het Adviesrecht zou o.i. dus in ieder geval plaats dienen te vinden bij plannen waarbij bepaalde groene kwaliteiten/waarden in het geding zijn, evenals de leefomgevingskwaliteiten (denk aan o.a. de luchtkwaliteit, evenals de geluidsbelasting). Juist ook aangezien bij de: ‘Omgevingswet’ die kwaliteiten/waarden centraal staan (vergelijk dus o.a. het: ‘Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BLK)’).
Gelukkig wordt aan met name die groene waarden dus wel in het voorliggende Raadsvoorstel bijzondere aandacht gegeven, althans voor zover het natuurwaarden betreft, inclusief ook beschermde soorten, hetgeen op zich ook wordt gewaardeerd, maar dus bijvoorbeeld weer niet expliciet aan de met die groene waarden samenhangende cultuurhistorische waarden, of cultuurhistorische waarden in het algemeen. Wat betreft die groene waarden wordt dan tevens verwezen naar als zodanig aangegeven waarden in de Structuurvisie en het Groenstructuurplan, hetgeen inderdaad naast de Biodiversiteitsvisie de belangrijkste documenten zijn waar die waarden zijn aangegeven, maar de vraag is dan wel wat de status van de betreffende documenten en dan in het bijzonder de Structuurvisie is als de nieuwe Omgevingsvisie is vastgesteld. Dus wat dat dan op dat moment voor het Adviesrecht betekent. Daarnaast moet natuurlijk ook aardkundige waarden van belang worden geacht.
4
Overigens is het dus zo dat ook met binnenplanse afwijkingen er dus al veel kan, evenals op basis van de zogenaamde lijst met kruimelgevallen, dus het BOR, Bijlage II, Art. 4. Dat dus nog naast de mogelijkheden die er op basis vergunningvrij bouwen zijn, met dus vaak alle gevolgen van dien.
12 Verder wordt dan wel aan bepaalde leefomgevingskwaliteiten aandacht gegeven, dat dus in relatie tot bepaalde Milieucategorieën voor bedrijven, maar ook bij lichtere categorieën kan er wel degelijk van een bepaalde milieu-overlast sprake zijn. Daarnaast is het dus zo dat in de lijst van mogelijk categorieën van de VNG wel ook in algemene zin wordt verwezen naar plannen waarbij bepaalde omgevingswaarden worden overschreden, zoals dat mogelijk met bepaalde door de gemeente in haar Omgevingsvisie (alsnog) gestelde kwaliteitseisen m.b.t. bijvoorbeeld de luchtkwaliteit het geval zou kunnen zijn, evenals m.b.t. geluid (vergelijk in die zin dus bijvoorbeeld ook de: ‘WHO-Advieswaarden’); 15. Het zou thans te ver voeren op alle categorieën die in het raadsvoorstel als zodanig worden aangegeven in detail in te gaan, dat ook al aangezien daar door de Werkgroep Natuurlijk Zeist-West in haar reactie al uitgebreid bij wordt stilgestaan, maar het zou o.i. dus goed zijn als de gemeenteraad nog eens goed naar de mogelijke impact van bepaalde categorieën kijkt, dus zowel op waarden van natuur, cultuurhistorie en het landschap, evenals op die van de leefomgeving, alvorens zij hierover bepaalde besluiten neemt; 16.
Meer in het bijzonder zouden dus afwijkingen van de Omgevingsvisie, inclusief daarbij aangegeven ambities, dus ook als harde randvoorwaarde moeten worden aangegeven, dat dus naast afwijking van provinciale kaders, zoals de: ‘Provinciale Omgevingsvisie (POVI)’ en dan met name ook de: ‘Provinciale Omgevingsverordening’; 17. Wel dus ook goed dat in het voorliggende Raadsvoorstel dus wel ook aandacht wordt gegeven aan een ‘facultatief deel’, inclusief ook een ‘piepsysteem’, maar onduidelijk blijft o.i. toch wanneer daar nu wel of niet toepassing aan wordt gegeven. In ieder geval zou het o.i. dus goed zijn als het om ‘gevoelige plannen’ gaat (zie in deze bijvoorbeeld ook Bijlage 1.1: ‘Mate betrokkenheid gemeenteraad bij plannen’); 18. Ook wat betreft de participatie zou het o.i. goed zijn, als dat toch nog nader worden uitgewerkt, want ook het: ‘Handvat Participatie’ biedt o.i. in die, alhoewel het een goed overzicht geeft van mogelijk opties, nog weinig houvast/zekerheid. Daarbij komt dat participatie dan wel m.b.t. buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplicht kan worden gesteld, maar alleen voor die gevallen waarvoor deze door de gemeenteraad zijn aangewezen (zie in deze dus met name ook de: ‘Omgevingswet’, Art. 16.55, lid 7). In ieder geval zou het o.i.
dus mooi zijn, dat toch ook bepaalde richtlijnen worden opgesteld hoe met participatie wordt omgegaan, dus wanneer deze in bepaalde gevallen voldoende moet worden geacht en wat dat dan eventueel voor de procedure betekent. Het mooiste zou natuurlijk zijn als daarbij het bereiken van ‘consent’ tussen de initiatiefnemer en de belanghebbenden, dat dus in brede zin, dus niet alleen de direct omwonenden, maar afhankelijk van de schaal van het project dus ook de daarbij relevante maatschappelijke organisaties, etc., daarbij als uitgangspunt worden genomen (vergelijk ook de werkwijze van: ‘Gebiedsontwikkeling Nieuwe Stijl (GONS)’), zoals ook in de bijdrage van de Werkgroep Natuurlijk Zeist-West voorgesteld en voor zover daar niet aan wordt voldaan dat dan in ieder geval gewoon het Adviesrecht voor de gemeenteraad van kracht blijft. Voor zover dat wettelijk ook mogelijk is, zou het dan goed dus zijn een en ander wel ook in beleidsregels vastgelegd, zodat een en ander ook rechtskracht krijgt (zie voor nadere informatie in deze overigens o.a. ook de website: www.iplo.nl/participatieomgevingswet/participatie-instrumenten/paticipatieomgevingsvergunning en als voorbeeld ook Bijlage 1.2: ‘Participatie bij uitgebreide omgevingsplanprocedure’); 19.
Dan in ieder geval dus goed dat er een monitoring en (jaarlijkse) evaluatie plaatsvindt, zodat ook echt van ervaringen kan worden geleerd en er met enige regelmaat een
13 aanpassing van de lijst met categorieën plaats kan vinden. Wel dus goed bij de betreffende evaluatie en daaruit volgende eventuele aanpassing van de lijst van categorieën ook de diverse belanghebbenden of hun vertegenwoordigers te betrekken; Conclusie 20. Vooralsnog is de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. de mening toegedaan dat je uiterst voorzichtig zou moeten zijn om bij buitenplanse afwijkingen van het omgevingsplan het Adviesrecht niet aan de gemeenteraad zelf te houden. Beter zou het o.i. zijn om op basis van opgedane ervaringen m.b.t. diverse plannen en projecten in samenspraak met de samenleving tot een mogelijke lijst te komen, inclusief ook een formele inspraakperiode. Dat met name ook gezien het groene karakter/DNA van Zeist en dus ook de kwetsbaarheid daarvan, inclusief die van leefomgeving, hetgeen o.i. gewoon een grote betrokkenheid van de gemeenteraad bij toekomstige ontwikkelingen vraagt; Patrick Greeven
14 Bijlage 1.1: ‘Mate betrokkenheid gemeenteraad bij plannen
15 Bijlage 1.2: Participatie bij uitgebreide omgevingsplanprocedure