CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

02-23Rv013 Bijlage 2 Evaluatie Lange termijn Bomenbeheerplan

Raad 18 april 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: Evaluatie Lange termijn Bomenbeheerplan4.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie Lange Termijn Bomenbeheerplan Rapport december 2022

1

Inleiding De raad heeft in 2013 opdracht gegeven om scenario’s te ontwikkelen m.b.t. hoeveelheid bomen/ boomstructuur versus kosten. De raad heeft daarbij - bewust - geen kaders aangegeven. In 2013 is gestart met de uitwerking van het voorkeursscenario door een participatiegroep, bestaande uit inwoners, natuur- en milieuorganisaties en ambtenaren. In 2016 is het Lange Termijn Bomenbeheerplan 2016 – 2041 (LTBBP) door de raad vastgesteld.

Doel LTBBP Binnen 20 jaar zal de helft van het bomenbestand van Zeist het einde van zijn levensduur bereikt hebben. Ad hoc vervangen – zoals op basis van de Bomenverordening 2005 noodzakelijk was – leidt op termijn niet tot de gewenste kwaliteit van de boomstructuur. Om die investeringen te sturen, voor wat betreft kwaliteit en benodigde budgetten, is het Lange Termijn Bomenbeheerplan gemaakt. De raad heeft hier in oktober 2013 om gevraagd: maak een Lange Termijn Bomenbeheerplan op basis van scenario Q uit het rapport 1 van de Adviesgroep Bomenvervanging uit 2013: het behoud van het groene karakter van Zeist. De werkgroep heeft 3 verschillende manieren (strategieën) bedacht om de bomen te vervangen. Welke strategie wordt toegepast, hangt af van de plek waar de bomen staan met de daarbij behorende kwaliteit, die bepaald wordt door cultuurhistorie, ruimte en uitstraling. Het groenstructuurplan (Groen (voor) Zeist, 2011) is hiervoor de basis.

Evaluatie Aan raad is toegezegd dat het Lange Termijn Bomenbeheerplan na 5 jaar wordt geëvalueerd (2021). Daarnaast moet het Bomenbeheerplan passend houvast bieden voor de uitvoerende afdeling. Op basis van het Beleidsplan is een geautomatiseerd model gemaakt, dat inzicht moet bieden in welke bomen wanneer en volgens welke strategie vervangen moeten worden. Hieruit wordt jaarlijks een dump (uitdraai) gemaakt die inzicht geeft in wat de komende 10 jaar te verwachten is. In 2020 is gestart met deze evaluatie; in 2021 is door de raad in het kader van de werkdrukbeheersing besloten deze evaluatie een jaar uit te stellen. Dit is de reden dat sommige onderzoeksresultaten al verwerkt zijn in de praktijk. Waar dit van toepassing is, is dit vermeld in het verslag.

1

Bomen: kleurrijke dragers van het groen in Zeist (vastgesteld oktober 2013) 2

Doel evaluatie Hoofddoel De evaluatie moet antwoord geven op de vraag: Leidt het beleid tot de verwachte resultaten of is er voor de raad reden om het beleid aan te passen? En zo ja: hoe?

Subdoelen/ aandachtspunten In de evaluatie moet aandacht zijn voor: 

Financiële kant vs. kwaliteit: levert het de kwaliteit op die we ervan verwachtten?

Hoe ervaren de inwoners het plan? 

Kan op basis van het plan duidelijk gemaakt worden waarom de gemeente bepaalde keuzes maakt t.a.v. het bomenbeheer?

Hoe ervaren zij de projecten waarbij zij invloed kunnen uitoefenen op de boomstructuur en het aanzicht in hun directe omgeving?

Biedt het Bomenbeheerplan voldoende houvast om een vertaling naar de jaarlijkse uitvoering te maken?

Opzet evaluatie In overleg met de projectleider en de beheerder bomen en groen zijn het onderzoeksdoel en de onderzoeksvragen bepaald. De evaluatie heeft plaatsgevonden door middel van interviews met zowel beleidsmatig als uitvoerend betrokkenen.

Geïnterviewden Annemarie Wolters, ambtelijk opdrachtgever Inge Broekstra, projectleider werkgroep Bomenbeheerplan Ilse van Woudenberg, beheerder bomen en groen Niels Vriend, projectleider bomen (uitvoering projecten) Michel van Dam, werkvoorbereider bomen Herco Vlottes, toezichthouder bomen Wouter Catsburg, portefeuillehouder Anna Adrichem, bomenadviesgroep

Onderzoekers Nicole Luijten, organisatieadvies

3

Liane van der Mispel, organisatieadvies

4

Bevindingen, conclusie, algemene tips en aanbevelingen LTBBP Binnen het LTBBP wordt gewerkt met drie strategieën 2: Strategie 1: meedenken en meedoen Samen met omwonenden van buurten en parken, pleinen en plantsoenen, gaan we nadenken over een nieuwe opzet van aantal en soort bomen. De omwonenden praten mee over hoe de buurt of het park eruit moet gaan zien. De gemeente stelt het uitwerkingsprogramma op en voert het uit. De omwonenden oefenen op die manier invloed uit op de boomstructuur en het aanzicht in hun directe omgeving. Deze strategie wordt vooral toegepast op parken en buurtgroen. Er wordt op zijn laatst tot planvorming en vervanging overgegaan als maximaal 20% van de bomen is uitgevallen (maar liever eerder). Deze strategie wordt toegepast op parken, pleinen, plantsoenen en buurtgroen. Doel van deze strategie is een fijne woonomgeving voor de omwonenden en ruimte geven aan hun betrokkenheid bij parken en plantsoenen in hun woonomgeving. De gemeente gaat in overleg met de omwonenden aan de hand van een aantal uitgangspunten, die in het LTBBP zijn benoemd. Strategie 2: verschil in bomen We planten een nieuwe boom, zodra er een boom afsterft. Met deze strategie wordt voorkomen dat het aantal bomen minder wordt dan door de werkgroep is vastgesteld voor de betreffende straat of laan.

De bomen zijn verschillend van soort en hebben niet persé dezelfde leeftijd of levensverwachting. Toch kan er ook voor worden gekozen om een boom niet terug te planten. Bijvoorbeeld wanneer de boom zelf of de bomen eromheen daardoor te weinig ruimte hebben om te groeien. Er is geen inspraak mogelijk. Deze strategie wordt toegepast op plekken met een landschappelijk of bosachtig karakter of bij de oudste wegen van Zeist (in het LTBBP de categorieën landschappelijke boomstructuur en middeleeuwse boomstructuur). Doel van deze strategie is om de uitstraling die past bij het landschap of het karakter van de middeleeuwse weg invulling te geven. De criteria hiervoor staan beschreven in het LTBBP. Strategie 3: dezelfde bomen Doel van deze strategie is het in één keer planten een nieuwe laan met bomen van dezelfde soort, leeftijd en met dezelfde levensverwachting. De volwassen bomen blijven staan tot ze afsterven. Tot die tijd worden ze regulier onderhouden. De bomen die ondertussen dood gaan, worden weggehaald. Er worden voor de bomen die afsterven tijdelijk géén nieuwe bomen geplant. Wanneer circa 50% van het aantal bomen dat door de werkgroep is vastgesteld is overgebleven, worden ook de resterende bomen weggehaald. De nieuwe bomen worden dan in één keer 2

Deze strategieën zijn pas na vaststelling van het LTBBP zo benoemd als samenvatting, vanuit het belang van heldere communicatie. In het LTBBP zijn ze niet opgenomen en dus niet als zodanig terug te vinden. 5

aangeplant. Er is geen inspraak mogelijk. Deze strategie wordt vooral toegepast voor de formele en Engelse landschapsstijllanen. Het kenmerk van deze – veelal cultuurhistorische – lanen is gelijkjarigheid en gelijksoortigheid. Doel van deze aanpak is dat kenmerk ook voor de toekomst te behouden..

6

Voordelen LTBBP 

Meer planmatig vervangen en sturen op (toekomstige) kwaliteit. Voorheen werden besluiten tot herplant nogal ad hoc genomen, in de vorm van een herplantverplichting aan de hand van een kapvergunningaanvraag. Tegenwoordig gebeurt dat – op basis van de vervangingsstrategieën uit het LTBBP – meer planmatig. Dat maakt het gemakkelijk te sturen op de toekomstige kwaliteit van een boomstructuur, waardoor Zeist ook in de toekomst kan beschikken over de lanen die de identiteit van Zeist mede bepalen.

Het LTBBP geeft structuur. De richtlijnen zijn helder en geven houvast, met name voor de laanstructuren (strategie 2 en 3).

Meer inzicht in de kosten voor bomenbeheer. Het LTBBP houdt rekening met bedragen voor rooien en herplant. Het houdt echter geen rekening met kosten voor het optimaliseren van de ondergrondse groeiruimte/boombunkers. Ook eventuele kosten voor kapvergunningen zijn niet opgenomen in het bomenbeheerplan

Vervangingsbudgetten beschikbaar. Het budget is momenteel voldoende. De afgelopen jaren zijn minder projecten uitgevoerd. Daardoor is het bomenfonds meer aangevuld dan uitgeput. De verwachting is echter dat aanvulling en uitputting van het budget de komende jaren uit de pas gaan lopen. Hoewel er in het model rekening is gehouden met zware stormen, gaan de klimaateffecten (o.a. droge zomers en stormen) vermoedelijk meer impact hebben dan waar destijds rekening mee is gehouden. Ook ontbreekt prijsindexatie.

Communicatie over de formele en Engelse landschapsstijllanen is gemakkelijker. Met name voor de communicatie over de formele en Engelse landschapsstijllanen en de landschappelijke structuren en middeleeuwse profielen geeft het LTBBP houvast. Er ligt vast wanneer en hoe de bomen worden vervangen. Hierover worden bewoners geïnformeerd; zij hebben echter geen inspraak. De toekomstige gewenste kwaliteit van de laan conform de door de raad vastgestelde vervangingsstrategie bepaalt immers de aanpak.

Nadelen LTBBP 

Strategie m.b.t. buurtgroen is moeilijk uit te leggen aan buurtbewoners. In deze strategie wordt pas op zijn laatst tot vervanging overgegaan als tot 20% van de bomen is uitgevallen. Daardoor vallen er tijdelijk gaten in het groen en kunnen buurten een kaler aanzien krijgen. Buurtbewoners willen vaak meteen vervanging en daar niet lang op wachten. In de praktijk kan het jaren duren voordat 20% van de bomen in een gebied is uitgevallen en daarmee dus ook lang duren voordat er vervanging plaats gaat vinden. Verder is het onduidelijk wanneer vervanging precies zal plaatsvinden en hoe die er dan zal uitzien. Dit is voor veel bewoners onacceptabel. Inmiddels (2022) is bekend dat er een aanpassing op het LTBBP komt waarin deze strategie wordt losgelaten. Op basis van advies van de werkvoorbereider kan besloten worden of er al dan niet direct een boom wordt terug geplant. Hierdoor hebben buurtbewoners minder invloed op het 7

totaalbeeld van de buurt, maar krijgen zij wel vaker direct – zoals zij vaak wensen - een boom terug. Dit gegeven leidt tot een aanpassing van de tekst van het LTBBP uit 2016 en vraagt om hernieuwde vaststelling van het LTBBP door de raad op dit punt. Zie tekstvoorstel pagina 87. 

Invloed van buurtbewoners op het buurtgroen is in de praktijk beperkt. Hoewel in theorie samen met de buurtbewoners wordt bepaald hoe het buurtgroen er komt uit te zien, is de invloed van buurtbewoners in de praktijk beperkt. Niet alles wat buurtbewoners willen is mogelijk. Bijvoorbeeld omdat er onvoldoende onderhoudsbudget is of doordat er beperkingen in de ruimte zijn (denk aan bestrating, parkeergelegenheid, leidingen, kabels, ondergrondse ruimte etc.). Uit de pilot Buurt Vertel! in Couwenhoven (waar deze ruimte voor meedenken er wel was) blijkt dat bewoners veelal kiezen voor het opnieuw inrichten van de oorspronkelijke aanleg.

Weinig animo voor participatie buurtbewoners op buurtgroen In het plan wordt benadrukt dat inwoners betrokken moeten worden bij de planvorming, in de praktijk blijkt van de direct omwonenden hiervoor weinig animo te zijn. Vaak zijn het alleen de groene groepen die van zich laten horen, of de bewoners die zo snel mogelijk een nieuwe boom terug willen (zie eerste bullet onder Nadelen LTBBP). De groene groepen en enkele inwoners hebben overigens zitting in de Bomenadviesgroep, die meepraten over de voorbereiding van de vervanging.

In het LTBBP is geen rekening gehouden met klimaatverandering en biodiversiteit. Klimaatverandering, hittestressen biodiversiteit zijn nu grotere maatschappelijke thema’s dan 6 jaar geleden, toen het LTBBP is opgesteld. Het LTBBP biedt echter voldoende mogelijkheden om hierop in te spelen, en hoeft hier niet op te worden aangepast..

Boomspiegels verdwijnen in afwachting van herplant. In het verleden werden in afwachting van herplant boomvakken vaak dichtgemaakt. In de praktijk komt het vaak voor dat deze vakken dan een andere bestemming krijgen (bijvoorbeeld elektrische laadpaal of parkeren), omdat men niet meer weet dat dit vak voor een toekomstige boom bestemd is. Men probeert dit op te lossen door er een afwijkende tegel neer te leggen. Hier vindt echter geen registratie van plaats. Online is weliswaar een (statisch) kaartje te vinden van de bomen die er in 2016 stonden, maar er is geen actueel overzicht te vinden van vakken met gekapte, maar nog niet herplante bomen. Hierdoor wordt bij het maken van plannen aan de tekentafel geen rekening gehouden met verdwenen boomvakken. Dit gaan we oplossen door een tegel met een boomsymbool in te straten bij het tijdelijk dichtleggen van de plantplaats. Daarnaast zijn de beheersystemen voor het boombeheer en het civiel beheer inmiddels hetzelfde en kunnen boomplantplaatsen in het beheersysteem voor de “grijze buitenruimte” worden aangeduid, zodat de buitenruimte integraal in beeld is bij de beheerders.

Veel verschillende boomstructuren met bijbehorende beheertypen Hoewel er slechts drie vervangingsstrategieën zijn, is er in het LTBBP sprake van een groot aantal verschillende boomstructuren, die elk een eigen onderverdeling en daarbij horend beheertype hebben. In sommige gebieden in Zeist liggen verschillende boomstructuren dicht bij elkaar. Dit 8

bemoeilijkt de communicatie over vervangingsstrategieën. Voor een leek is het vaak lastig te begrijpen waarom in de ene straat op een andere manier te werk wordt gegaan dan in de andere, aangrenzende, straat. Door de diversiteit aan mogelijkheden kost het ook relatief veel tijd om de inwoners juist te informeren en moet je over voldoende kennis beschikken van het LTBBP. Hierdoor moeten veel vragen door de bomenbeheerder beantwoord worden. En is het niet altijd mogelijk voor het KCC om deze vragen af te handelen.

Beantwoording onderzoeksvragen Kan op basis van het plan duidelijk gemaakt worden waarom de gemeente bepaalde keuzes maakt t.a.v. het bomenbeheer? Als het gaat om gebieden waar volgens strategie 2 (verschil in bomen) of 3 (dezelfde bomen) wordt gewerkt, biedt het LTBBP houvast om de keuzes ten aanzien van bomenbeheer duidelijk te maken aan de inwoners. In de gebieden waar volgens strategie 1 (meedenken en meedoen) wordt gewerkt, is dat echter niet het geval. Dat heeft een aantal oorzaken. Zie ook Nadelen LTBBP. 

De strategie m.b.t. het buurtgroen, waarbij pas tot vervanging overgegaan als maximaal 20% van de bomen is uitgevallen, is moeilijk uit te leggen aan buurtbewoners. Voor buurtbewoners telt toch vaak de beleving. Inmiddels (2022) is bekend dat we willen gaan werken met een aanpassing op het LTBBP waarin deze strategie wordt losgelaten en op basis van advies van de werkvoorbereider kan worden besloten of er al dan niet direct een boom wordt terug geplant. Dit is verwerkt in de tekst van het aangepaste LTBBP, in een tekstvoorstel voor pagina 87.

Invloed van buurtbewoners op het buurtgroen is in de praktijk beperkt. Bijvoorbeeld omdat er onvoldoende onderhoudsbudget is of doordat er beperkingen in de ruimte zijn (denk aan bestrating, parkeergelegenheid, leidingen, kabels, ondergrondse ruimte etc.). Vooral de beperkingen in fysieke ruimte zijn meestal niet op te lossen.

Door de diversiteit aan structuren en bijbehorende vervangingsstrategieën is het voor een inwoner vaak lastig te begrijpen waarom in de ene straat op een andere manier te werk wordt gegaan dan in de andere, aangrenzende, straat. Op de website kan men op adres zoeken en de bijbehorende informatie vinden. De koppeling tussen tekst en kaart kan beter en passen we aan.

Ook de combinatie van verschillende strategieën binnen een beperkt gebied, is lastig uit te leggen. Er is een aantal voorlichtingsbijeenkomsten in verschillende wijken geweest waarbij de structuren en de daarbij behorende strategieën zijn toegelicht. Inwoners bleken dit ingewikkeld te vinden, zeker in combinatie met de onzekerheid van het tijdstip van vervanging (die immers afhankelijk is van de kwaliteit/gezondheidstoestand van de bomen). 9

Op het moment van geplande werkzaamheden informeren we gericht op de situatie en blijkt het voor bewoners gemakkelijker te begrijpen.

Hoe ervaren inwoners de projecten waarbij zij invloed kunnen uitoefenen op de boomstructuur en het aanzicht in hun directe omgeving? We hebben deze vraag niet kunnen onderzoeken. Er zijn op dit moment (voorjaar 2022) nog maar een beperkt aantal projecten geweest. Veel projecten zijn op de reservelijst terecht gekomen, omdat ze een samenwerking vragen met een integrale aanpak vanuit BOR/civiel (het aanpassen van bestrating, uitritten, parkeerplaatsen en dergelijke). Bij de wel uitgevoerde projecten was vrij weinig respons op de uitnodigingsbrieven en inspraakavonden. Het is niet duidelijk wat hiervoor de reden was.

LTBBP en vertaling naar de praktijk Het LTBBP is modelmatig van opzet. Bij de vertaling naar de praktijk komen we een aantal problemen tegen. 

Het rekenmodel achter het LTBBP kijkt alleen naar bomen. In de praktijk hebben we echter te maken met meer inrichtingsaspecten, zoals bestrating, parkeren, kabels, leidingen, lichtmasten, riolering. Hoewel dit in de beslisboom in het LTBBP ook benoemd wordt, houdt het rekenmodel achter het LTBBP geen rekening met civiele herinrichtingsplannen. Dit moet binnen de afdeling BOR afgestemd worden. Inmiddels (2022) is bekend dat BOR/civiel overstapt naar hetzelfde beheersysteem als BOR/groen, waarmee we de openbare ruimte gemakkelijker integraal kunnen benaderen. Zie ook bij de aanbevelingen.

Door de modelmatigheid van het LTBBP is van plan naar uitvoerbaar project een te grote stap Voor de projectleider is het door de abstractie niet één op één mogelijk om tot uitvoering over te gaan. Er is behoefte aan een collega die de vertaling van model naar de praktijk kan maken in de vorm van een uitvoeringsplan. Als gevolg van het vertrek van een aantal collega’s begin 2022, is de gelegenheid gebruikt om de verantwoordelijkheden en de werkzaamheden rondom bomen(vervanging) anders te verdelen. Dit heeft geleid tot het aannemen van een Regisseur Bomen. Daarmee ondervangen we dit punt.

Het LTBBP kijkt vooral naar het (visuele) resultaat op lange termijn. Dit heeft tot gevolg dat er een periode is dat er minder bomen staan, doordat er nog geen herplant heeft plaatsgevonden. Dit kan mogelijk voor een lange periode zijn. Na herplant heb je daarnaast een lange periode van minder groene uitstraling doordat de nieuwe bomen nog niet volwassen zijn. Hoewel dit maatschappelijk moeilijk ligt, is het wel een realiteit waar we mee te maken hebben en mee moeten werken. Ook zonder LTBBP treedt dit effect overigens op. We kunnen immers niet voorkomen dat dode bomen gekapt moeten worden. Uiteraard is het beeld bij ad hoc/direct vervangen van individuele bomen wel anders. 10

Het LTBBP is soms te gedetailleerd om altijd goed werkbaar te zijn. Het LTBBP is een zeer gedetailleerd model. Enerzijds geeft dat houvast, anderzijds maakt dat het soms moeilijk om situationeel af te wijken. Vertaling van het plan naar de praktijk zal vaak in overleg moeten met betrokken partijen, zoals BOR/civiel, de Bomenadviesgroep en inwoners. In de praktijk zit daarin vaak dan wel ruimte om maatwerk te leveren binnen de geest van het bomenbeheerplan. Soms moet dat ook, omdat de boven- en ondergrondse infrastructuur de modelmatige oplossing blokkeren.

11

Aanbevelingen 

Niet alleen kijken naar (visuele) kwaliteit, maar ook naar beleving. Vasthouden aan het LTBBP kan betekenen dat er gedurende langere tijd minder groen in een bepaalde buurt of omgeving is. Bijvoorbeeld omdat men wacht met vervanging van bomen totdat 20% (bij buurtgroen) is uitgevallen. Dit kan nog jaren duren. Advies is om bomen in de buurtstructuur direct te vervangen. Voor de uitstraling van buurtgroen is het niet bezwaarlijk dat er leeftijdsverschil is tussen de bomen. Inmiddels (2022) is bekend dat in de aanpassing op het LTBBP zal worden opgenomen dat op advies van de werkvoorbereider wordt bepaald of er wel of niet meteen vervangen wordt. Dit is afhankelijk van de inschatting of een nieuw te planten boom een goede kans van slagen en toekomstverwachting heeft op die plek. Bij monumentale structuren wacht men zelfs totdat 50% is uitgevallen, waarna ook de overige, vaak nog gezonde en grote bomen, worden vervangen om weer een nieuw homogeen aanzicht te realiseren. Er komen dan jongere en dus kleinere bomen voor terug. Dit kan het aanzien van zo’n laan gedurende langere tijd veranderen. Op korte termijn ervaren inwoners hierdoor een achteruitgang in het groen. Hoewel dit maatschappelijk moeilijk ligt, is het wel een realiteit waar we mee te maken hebben en mee moeten werken als we het beeld en gevoel van de monumentale structuren voor de toekomst willen vasthouden.

Hou rekening met de klimaatverandering. Door de klimaatverandering wordt het weer in Nederland extremer: hogere temperaturen en meer buien. Dat betekent ook dat in de toekomst sommige bomen minder goed en andere juist beter gedijen. Wellicht is het soms beter een ander soort boom terug te planten die meer overlevingskans heeft in de toekomst. Het LTBBP biedt voldoende ruimte om daar invulling aan te geven. Dit geldt voor zowel het buurtgroen als de monumentale structuren, al moet bij de monumentale structuren met meer randvoorwaarden (o.a. beeld van de lanen en vergunningvoorwaarden) rekening gehouden worden. Ook is het goed om te investeren in goede groeiplaatsen. Goede groeiplaatsen zorgen voor een betere beschikbaarheid van vocht en voedingsstoffen. Door een betere beschikbaarheid hiervan zijn bomen beter bestand tegen extremen in het weer. Daarbij biedt dit ook een kans voor het opvangen van regenwater en daarbij het ontlasten van het riool. Volgens het LTBBP vindt daarnaast pas vervanging plaats als een bepaald percentage van de bomen is uitgevallen. Dit speelt vooral bij de formele structuren. Bomen zorgen echter ook voor koelte en schaduw en daarmee voor vermindering van hittestress. Het LTBBP biedt mogelijkheden om eerder in te grijpen of ingrepen in delen uit te voeren op het moment dat een bepaalde plek (veel) eerder dan de omgeving veel uitval vertoont.

We kunnen echter niet voorkomen dat grote bomen afsterven en vervangen worden door jonge bomen, die

12

nog niet de impact hebben van de bomen die moeten worden vervangen. Dit aspect wordt zeker mee gewogen bij het bepalen van de (momenten van de) vervanging van bomen.

Betere samenwerking tussen werkvoorbereider, de projectleider en beheerder bomen en groen. Alle medewerkers zijn betrokken bij het beheer en vervangen van bomen. Van dagelijks beheer tot projectmatige vervanging. Het uitwisselen van informatie en ervaringen kan een ieder helpen bij de (planning van) werkzaamheden. Door het vertrek van een aantal medewerkers (begin 2022) hebben we de functie-inhoud van de verschillende functies in het boombeheer herzien. Er is inmiddels (halverwege 2022) iemand aangesteld in de functie van Regisseur Bomen. Deze heeft een brede taak, die voorheen over meer mensen verdeeld was. Daarmee verwachten we op dit punt belangrijke stappen te kunnen zetten.

Meer samenwerking tussen civiel en groen. Zowel civiel als groen houden zich bezig met de inrichting van de openbare ruimte. Vanuit het LTBBP wordt geen rekening gehouden met wat speelt bij civiel; andersom betrekt civiel groen niet altijd bij de herinrichtingsplannen en zijn de plannen van civiel vaak leidend. Door meer samen op te trekken kan men de plannen beter op elkaar afstemmen en mogelijk ook kosten besparen. De bomenbeheerders zouden graag betrokken worden bij het maken van herinrichtingsplannen omdat zij ervaring hebben hoe bomen zich ontwikkelen in de buitenruimte. Dit punt speelt al langer (al van tijdens het opstellen van het LTBBP) en maakt onderdeel uit van door ontwikkelen naar een meer integrale benadering van de openbare ruimte. Dit begint vruchten af te werpen. Het helpt dat civiel in 2022 over is gestapt naar hetzelfde beheersysteem als wat voor de bomen (en het overige groen) wordt gebruikt.

Meer rekening houden met biodiversiteit. Het LTBBP is vooral gebaseerd op groen en cultuurhistorie. Pas na het opstellen van het plan kwam de discussie over klimaat en biodiversiteit op gang. Gebleken is dat ziektes en overlast gevende insecten zich makkelijk verspreiden in bomenrijen van gelijke soort, bijvoorbeeld de eikenprocessierups in een laan met eiken of de kastanje ziekte. Door de modelmatige opzet van het LTBBP is er voldoende ruimte om hier invulling aan te geven. Dit geldt voor zowel het buurtgroen als de monumentale structuren, al moet bij de monumentale structuren met meer randvoorwaarden (o.a. beeld van de lanen en vergunningvoorwaarden) rekening gehouden worden.

13

Overige opmerkingen Tijdens het onderzoek zijn de volgende zaken ook nog naar voren gekomen, waarvan een aantal inmiddels ook al door de afdeling is opgepakt. Boomspiegels Zoals al eerder in dit rapport is aangegeven, is er geen actueel overzicht te vinden van vakken met gekapte, maar nog niet herplante bomen. Het is wel belangrijk om hier zowel fysiek (buiten) als administratief (in het systeem) zicht op te houden. Inmiddels (2022) is BOR-grijs overgestapt op dezelfde software als BOR-groen en wordt er gewerkt aan een softwarematig oplossing om dit weer te geven. Binnenkort gaan we bij het tijdelijk dichtstraten van de plantplek ook werken met het leggen van een tegel met een symbool dat aangeeft dat er op die plek sprake is van een gereserveerde boomplantplek. Daarmee is ook voor bewoners duidelijk dat de situatie met verharding slechts tijdelijk is. Vergunningen Aanvankelijk was men in de veronderstelling dat er door het vaststellen van het LTBBP geen kapvergunning meer hoefde te worden aangevraagd voor de uitvoering van werkzaamheden die uit het plan voortvloeien. In de praktijk ligt het toch iets ingewikkelder. Er wordt daarom nu gewerkt aan een beslismatrix die duidelijkheid geeft over wanneer wel en wanneer geen vergunning moet worden aangevraagd en welk voorwaarden gelden bij de aanvraag.

Dat geldt niet alleen voor kapvergunningen, maar vooral ook voor aanlegvergunningen, monumentenvergunningen en werkzaamheden buiten de bebouwde kom (Boswet). De tekst over vergunningverlening in het LTBBP is aangepast. Overigens zal met het in werking treden van de Omgevingswet het stelsel van vergunningen een andere inkleuring krijgen. Capaciteitsgebrek Er is een capaciteitsgebrek in de uitvoering. De verwachting is dat dit op korte termijn alleen maar groter wordt door de afnemende kwaliteit van de bomen en de daarmee gepaard gaande groei in de vervangingsopgave. De verwachting is dat de levensduur van de bomen de komende jaren vermindert door o.a. extremer weer, waardoor het probleem van capaciteitsgebrek alleen maar groter wordt. Dit wordt meegenomen in het capaciteitsvraagstuk binnen de organisatie.

14

Het bijhouden van het beheersysteem is kwetsbaar Diverse medewerkers en externe aannemers hebben toegang tot het systeem, waarin ca. 40.000 individuele bomen staan. Het bijhouden van het systeem dat ten grondslag ligt aan het LTBBP, moet zorgvuldig gebeuren. Er vinden steekproefsgewijze controles plaats. De verwachting is dat hierop meer regie zal zijn met de aanstelling van een medewerker die eindverantwoordelijk is, Aanpassingen op het LTBBP Inmiddels is een addendum gemaakt om hiaten in het LTBBP op te vullen. Het college heeft dit het eerste kwartaal 2018 vastgesteld en de raad door middel van een raadsinformatiebrief geïnformeerd. Dit kan worden aangevuld op basis van de aanbevelingen uit deze evaluatie. Verder zal er een aanpassing van het LTBBP komen, welke wordt voorgelegd aan de raad. Communicatie Algemene communicatie over het bomenbeheer in Zeist richting de inwoners is een zwak punt en kan veel beter ingericht worden. De algemene lijn is vooral te halen uit het bomenbeheerplan, maar dit is voor de gemiddelde inwoner niet een gemakkelijk leesbaar document. Er is een filmpje met uitleg beschikbaar, maar deze wordt niet meer actief ingezet. Mogelijke oplossingen zouden een publieksvriendelijke versie van het LTBBP zijn, bijvoorbeeld in de vorm van een flyer met antwoorden op veel gestelde vragen en/of de website uitbreiden/ herzien.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12463630/1