02-21RV030# Bijlage 2 Kadernota 2022
Tekst van het document
KADERNOTA 2022
Kadernota 2022
1
Inhoud 1 - INLEIDING ......................................................................................................................................... 4 1.1 Beslispunten .................................................................................................................................. 7 1.2 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 8 2 - FINANCIEEL BEELD .......................................................................................................................... 9 2.1 Meerjarenperspectief ...................................................................................................................... 9 2.1.1 Beschikbare middelen .............................................................................................................. 9 2.1.2 Bestuursrapportage I 2021 ..................................................................................................... 10 2.1.3 Actualisatie heroverwegingen ................................................................................................ 10 2.1.4 Knelpunten ............................................................................................................................
11 2.1.5 Wensen nieuw beleid ............................................................................................................. 12 2.1.6 Herijking gemeentefonds ....................................................................................................... 15 2.1.7 Covid 19 ................................................................................................................................ 15 2.2 Dekkingsplan ............................................................................................................................... 16 2.2.1 Terugdraaien toevoeging algemene reserve .......................................................................... 16 2.2.2 Wensen nieuw beleid bevriezen ............................................................................................. 16 2.2.3 OZB tarief verhogen 3% x3 .................................................................................................... 16 2.2.4 Covid-19 dekken uit weerstandsvermogen ............................................................................. 16 2.2.5 IAC-voorstellen uitvoeren en uitwerken .................................................................................. 16 2.3 Uitgangpunten Begroting 2022 ..................................................................................................... 17 A.
Prijsindex ................................................................................................................................... 17 B. Loonindex .................................................................................................................................. 18 C. Overhead ................................................................................................................................... 18 D. Rekenrente ................................................................................................................................ 19 E. Tariefontwikkeling....................................................................................................................... 19 F. Rioolrecht ................................................................................................................................... 20 G. Afvalstoffenheffing ..................................................................................................................... 20 H. Markttarieven ............................................................................................................................. 20 2.4 Cashflow ......................................................................................................................................
21 3 - Rechtmatigheidsverantwoording/In Control Statement (ICS) ............................................................. 22 4 - Reserve Integrale Ontwikkeling Zeist (RIOZ) .................................................................................... 22 Bijlage 1 - Bestuursrapportage I 2021 .................................................................................................... 23 Bijlage 1.2 – Toelichting op corona effecten .................................................................................... 27 Bijlage 2 van het raadsvoorstel, de voorstellen van fase 1 ..................................................................... 30 1.
Inleiding .......................................................................................................................................... 32
2.
De voorstellen ................................................................................................................................ 33 2.1
Het resultaat........................................................................................................................... 33
2.2
Financieel technische voorstellen ........................................................................................... 34
2.3
Aanpassing beleid .................................................................................................................. 39
Kadernota 2022
2
2.4
Organisatie ............................................................................................................................ 50
2.5
Inkomsten .............................................................................................................................. 51
2.6
Beleidsimpulsen ..................................................................................................................... 52
Kadernota 2022
3
1 - INLEIDING Voor u ligt de Kadernota 2022 van de gemeente Zeist. We zitten midden in een crisis. Het coronavirus houdt ons inmiddels ruim een jaar in de greep. We zien de impact op de samenleving, onder meer zichtbaar in gesloten theaters, restaurants en winkels. De ruimte om elkaar te zien en te ontmoeten is beperkt. We zien dat kwetsbare mensen in onze samenleving het extra zwaar hebben. Vanuit de gemeente en met onze maatschappelijke partners in de samenleving proberen we mensen, organisaties en ondernemers die in de knel zitten zo goed mogelijk te ondersteunen. Hiermee willen we de maatschappelijke impact van de crisis zo goed mogelijk opvangen. Gelijkertijd weten we niet wat er nog meer op ons afkomt. Zowel maatschappelijk als financieel. Desondanks willen we met deze kadernota een eerste doorkijk geven en handvatten bieden voor de begroting 2022. De Kadernota is vooral informerend van aard en ondersteunt het gesprek over het financieel perspectief van de gemeente. Bij de Begroting 2022 worden uiteindelijk daadwerkelijk keuzes gemaakt. Voor de gemeenten is het een turbulente periode. Naast de coronacrisis hebben gemeenten te maken met een forse financiële opgave als gevolg van de groeiende tekorten in de uitvoering van zorgtaken, die in 2015 zijn overgeheveld naar gemeenten.
Om de begroting volledig op orde te krijgen moeten we totaal voor ongeveer € 11 miljoen aan maatregelen treffen, zo is de meest actuele stand van mei 2021. Dat is € 1 miljoen meer dat we vorig jaar hadden voorzien. Dat verschil zit met name in het voorziene financieel effect van de herijking van het Gemeentefonds. Op dit moment ligt er een voorstel vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken om het gemeentefonds te herijken. Voor Zeist betekent dit voorstel een korting van uiteindelijk € 4 miljoen per jaar. De oorzaak hiervan zit in de aanpassing van de verdeelsystematiek in de kostenontwikkeling en in de lastenontwikkeling bij gemeenten. De verwachting is dat het nieuwe kabinet een definitief besluit neemt over de nieuwe verdeelsystematiek en dat de financiele effecten daarvan worden opgenomen in de meicirculaire van 2022. Het is dus op dit moment nog onduidelijk hoe groot het financiele effect voor Zeist daadwerkelijk zal zijn. Daarnaast heeft de overheveling van zorgtaken naar gemeente met daarbij een verlaagd budget ervoor gezorgd dat Zeist – net als vrijwel alle andere gemeenten – een groeiend tekort heeft op de begroting. Landelijk is dit tekort ingeschat op € 1,7 miljard. Voor Zeist zou dit naar rato gaan over ca € 6 miljoen per jaar.
Vorig jaar hebben we dit voor een groot deel al moeten verwerken in onze begroting en ook in 2021 zien we in de Berap een financieel effect dat structureel doorwerkt. De verwachting is dat de groei van de uitgaven blijft doorzetten, mede als gevolg van de demografische ontwikkelingen in Zeist. Ten slotte hebben we te maken met een aantal financiële knelpunten binnen het bestaande beleid. Ook deze hebben we in de kadernota in beeld gebracht. We zullen bij het huidige financiële beeld ingrijpende keuzes moeten maken om te zorgen dat we als gemeente financieel op orde blijven. Dit gaat effect hebben op de dienstverlening van de gemeente, de voorzieningen in onze gemeente en de lasten in Zeist. De coronacrisis, waaruit mogelijk nieuwe maatschappelijke opgaven voortkomen, en deze financiële opgave, hebben ons aangezet tot een brede heroverweging op ons gemeentelijk beleid, de ambities, onze uitgaven en onze inkomsten. De druk op de samenleving is groot. Met de keuzes die we ook rond het financiële perspectief moeten maken, wil het college deze druk niet verder vergroten dan nodig is. In de deze kadernota stellen we een gefaseerde en gebalanceerde aanpak voor.
Om de financiële opgave het hoofd te bieden zijn we vorig jaar al allereerst begonnen met het uitwerken van maatregelen die erop neer komen dat de gemeente in de begroting en in de uitvoering van beleid scherp aan de wind gaat zeilen. Met de begroting 2021 is al een besluit genomen over 51 maatregelen en een aantal beleidsimpulsen, die de uitgaven van de gemeente verminderen met uiteindelijk ca € 5,5 miljoen. Deze maatregelen zijn verder uitgewerkt op haalbaarheid. Met de definitieve besluitvorming over deze maatregelen bij begroting 2022 werken we verder aan het inzicht in de maatschappelijke effecten ervan. Uitkomst tot nu toe is dat bijna alle voorgestelde maatregelen ook goed uitvoerbaar zijn. Kadernota 2022
4
Dit betekent dat het resterende saldo van de opgave neerkomt op nog eens ongeveer € 5,5 miljoen indien de herijking van het gemeentefonds in volle omvang doorgaat. Dit is een forse opgave. Om te zorgen voor een zorgvuldige besluitvorming en met goede betrokkenheid uit de samenleving is vorig jaar met de besluitvorming over de begroting 2021 gekozen voor een particpatieproces, waarin een Inwoners Adviescommissie (IAC) een centrale rol speelt. Dit IAC is in januari van start gegaan en heeft in de afgelopen periode gewerkt aan in totaal 62 voorstellen. Deze voorstellen betreffen een brede heroverweging van inkomsten en uitgaven. Daarnaast zijn er voorstellen gedaan om juist te investeren in maatschappelijke vraagstukken die in de komende jaren belangrijk zijn voor Zeist. U krijgt onze reactie op deze voorstellen tegelijk met deze kadernota voorgelegd. De voorstellen die we direct ten uitvoer kunnen brengen, hebben we ook financieel in deze kadernota opgenomen. De uitvoering van de voorstellen uit het IAC verlicht het financiele beeld met in totaal 1,6 miljoen. Daarvan is € 1,3 miljoen gericht op het verminderen van de uitgaven. De lasten worden in die voorstellen met € 0,3 miljoen verhoogd.
Daarbovenop willen we ook uitvoering geven aan een aantal voorstellen, die ervoor zorgen dat bijna € 0,4 miljoen bijdraagt aan het verminderen van de kosten voor het afvalbeleid, en daarmee een gunstig effect heeft op de lasten voor inwoners en ondernemers in Zeist. Verder stellen we in deze kadernota voor om ambities niet te voorzien van een dekking. Dat verlicht de financiele opgave met ruim € 0,9 miljoen. Ten slotte is het voorstel om de komende drie jaar de OZB-opbrengsten geleidelijk te laten oplopen met 3% per jaar bovenop de gebruikelijke inflatiecorrectie. Dit geeft per 2024 een extra opbrengst van € 1,25 miljoen. Met de voornoemde keuzes in deze kadernota bieden we een heldere richting om tot afgewogen, zorgvuldige en goed onderbouwde besluitvorming te kunnen komen bij de begroting 2022 en daarmee voor die begroting ook te voldoen aan de wettelijke vereisten in vorm van een sluitend meerjarenperspectief 2023. We hebben echter nog een belangrijk deel van de financiële opgave in te vullen. Dat zit met name in twee belangrijke ontwikkelingen waar we als gemeente mee te maken krijgen: de herijking van het gemeentefonds en de groeiende kosten binnen het sociaal domein. Daarnaast zullen we te maken krijgen met maatschappelijke opgaven, waar we middelen voor nodig zullen hebben.
Om ons goed voor te bereiden op de voorziene en forse financiele opgave bij de begroting 2023 willen we nu al een aantal acties opstarten. Bij het invullen van de financiële opgave hebben we stapsgewijs gewerkt aan oplossingen die de samenleving niet verder raken dan nodig.
voorzieningenniveau Maatschappelijke impact
In fase 1 konden we gebruik maken van veel financieel-techniche maatregelen, waarmee de lucht uit de begroting is gehaald, of van heroverwegingen van bestaand beleid die een beperkte e maatschappelijke impact hebben. In de 2 fase heeft de IAC ons waardevolle voorstellen gedaan op grond van wat de deelnemers wenselijk en aanvaardbaar vinden. Dat betekent ook dat de voorstellen die níet zijn gedaan ons iets te zeggen hebben. De voorzieningen die de IAC intact laat, zijn daarmee van waarde voor onze samenleving. In fase 3 die nu aanbreekt, zullen keuzes gemaakt moeten worden die een directe impact hebben op de uitvoering en voorzieningenniveau in Zeist.
Fase 3:
Fase 2: IAC
Fase 1: Financieel-technisch Heroverwegingen
Met deze richting brengen we de begroting op orde. Gelijkertijd is het besef dat elke aanvullende keuze een maatschappelijk impact gaat hebben. Dit geldt voor zowel het verminderen van de uitgaven als het verhogen van de lasten voor onze inwoners en ondernemers. Dit vraagt van ons discipline in het uitgavenpatroon, de uitvoering van de reeds ingeboekte maatregelen en alertheid op financiële ontwikkelingen. Daar willen we scherp op sturen aan de hand van de begrotingsregels binnen onze gemeente. Die stellen dat tegenvallers in eerste instantie opgelost dien te Kadernota 2022
5
worden binnen het programma en daarna pas beargumenteerd collectief gemaakt kunnen worden. Meevallers zullen direct collectief gemaakt worden en de inzet daarvan vormt onderdeel van de integrale afweging door de Raad, bijvoorbeeld ter verzachting van maatregelen, de financiering van nieuwe ambities of het verlagen van de woonlasten. We zijn vorig jaar gestart met een proces om tot een heroverweging te komen van ons bestaande beleid, om in te spelen op nieuwe maatschappelijke opgaven als gevolg van de coronacrisis, om uiteindelijk tot zorgvuldige keuzes te komen die ervoor zorgen dat Zeist financieel op orde blijft, een inclusieve samenleving houdt en nieuwe maatschappelijke opgaven kan oppakken. Deze kadernota in deze bijzondere tijd geeft daar weer een volgende beweging aan.
Kadernota 2022
6
1.1 Beslispunten Naar aanleiding van deze kadernota is het noodzakelijk dat er een aantal besluiten worden genomen. Deze besluiten zijn nodig om op een goede manier de begroting 2022 op te kunnen stellen. Het gaat hier om besluiten op technische punten die nodig zijn om de bestaande begroting op basis van het bestaande beleid over te zetten van 2021 naar 2022. De integrale afweging rond het begrotingssaldo en de inzet van middelen, vindt plaats in het raadsvoorstel bij de begroting 2022.
1. Uitgangspunten voor het opstellen van de begroting 2022 Voor het opstellen van de begroting 2022 is het nodig in de kadernota bepaalde financieel-technische uitgangspunten vast te stellen, deze worden beschreven in hoofdstuk 2.3. Het gaat om het te hanteren percentage van de prijsindex en loonindex. Deze stellen wij volgens het dakpannensysteem voor op 2,1% (prijsindex) en 0% (loonindex). De rekenrente kan pas gedurende het begrotingsproces worden berekend. In de kadernota wordt beschreven binnen welke kaders deze percentages worden berekend. Tenslotte wordt een doorkijk gegeven in de te verwachten ontwikkeling van de tarieven van de diverse gemeentelijke producten. 2. Dekkingsplan 2022 - 2025 Om tot een sluitende begroting te komen worden een aantal voorstellen gedaan ter dekking van de tekorten die ontstaan in het meerjaren financieelperspectief. -
Toevoegingen aan Algemene reserve in 2023 en 2024 terug draaien en in te zetten ter dekking van het tekort in 2023 en 2024. Wensen nieuw beleid bevriezen. Covid-19 dekken vanuit weerstansvermogen bij onvoldoende compensatie. Beperkte stijging ozb-tarieven. Resultaat IAC-voorstellen.
Kadernota 2022
7
1.2 Leeswijzer De opbouw van dit document is als volgt:
Kadernota 2022 1. Inleiding
2. Financieel beeld 2022 - 2025
3. Rechtmatigheid
4. RIOZ
Bijlages
2.1 Meerjarenperspectief
2.2 Dekkingsplan
2.3 Uitgangspunten Begroting 2022
2.4 Cashflow
Na deze inleiding krijgt u in hoofdstuk 2 inzicht in het financiële beeld voor de jaren 2022 tot en met 2025. Onze ambities en ontwikkelingen die op ons pad komen zijn, voor zover nu al mogelijk, doorgerekend. Dit hebben wij gedaan met behulp van een meerjarenperspectief. In de eerste paragraaf van dit hoofdstuk krijgt u een toelichting op dit meerjarenperspectief. In paragraaf 2.2 wordt er een dekkingsplan voorgelegd waarin een aantal voorstellen worden gedaan. Een van de ontwikkelingen die momentele speelt zijn de voorstellen uit het IAC. Het financiële beeld van de toekomst is deels afhankelijk van diverse uitgangspunten, onder andere van de prijsindex en de markttarieven. Met deze uitgangspunten gaan wij rekenen in de begroting 2022 en daarom moeten deze door de raad vastgesteld worden. In paragraaf 2.3 worden deze uitgangspunten behandeld. De cashflow is een belangrijk onderdeel als het gaat om de financiële gezondheid. Wanneer de cashflow negatief gaat lopen, zal de gemeente vreemd vermogen aan moeten trekken, wat tot een toename van de rentekosten leidt. In hoofdstuk paragraaf 2.4 informeren wij u over de stand van het financieringssaldo en over het verwachte toekomstige beeld. In hoofdstuk 3 nemen we u mee in de ontwikkelingen met betrekking tot de rechtmatigheidsverklaring.
In hoofdstuk 4 nemen wij u ten slotte mee in de ontwikkelingen rondom de Reserve Integrale Ontwikkeling Zeist (RIOZ).
Kadernota 2022
8
2 - FINANCIEEL BEELD 2.1 Meerjarenperspectief Onderstaande tabel geeft inzicht in het financiële beeld van de aankomende 4 jaar. Dit perspectief stelt ons in staat om alle ontwikkelingen te verzamelen en de financiële impact hiervan scherp te krijgen. We zijn hier zo volledig mogelijk geweest om een goed beeld te geven van alle ambities en de baten of lasten die hiermee gepaard gaan. Ontwikkelingen die hier nog missen worden alsnog in de afweging van de begroting 2022 meegenomen. Onderdeel (bedragen x € 1.000) 2.1.1 Beschikbare middelen per 1-1-2021 2.1.2 Bestuursrapportage I 2021 2.1.3 Actualisatie heroverwegingen 2.1.4 Knelpunten 2.1.5 Wensen nieuw beleid 2.1.6 Herijking gemeentefonds 2.1.7 Covid-19 Saldo meerjarenperspectief
2022 -458 -1.174 -191 -975 -750 pm -1.000 -4.548
2023 -296 -1.023 -69 -1.015 -990 pm -1.000 -4.393
2024 -367 -1.035 -197 -1.015 -910 pm 0 -3.524
2025 929 -1.035 0 -1.015 -910 pm 0 -2.031
Dekkingsplan 2.2.1 Terugdraaien toevoeging algemene reserve 2.2.2 Wensen nieuw beleid bevriezen 2.2.3 OZB tarief verhogen 3% x3 2.2.4 Covid-19 dekken uit weerstandsvermogen 2.2.5 IAC-voorstellen met status uitvoeren Saldo dekkingsplan Saldo na Kadernota 2022
0 750 369 1.000 765 2.884 -1.664
357 990 789 1.000 1.215 4.351 -41
583 910 1.250 0 1.215 3.958 434
0 910 1.250 0 1.640 3.800 1.769
In de komende paragrafen behandelen we alle onderdelen van het meerjarenperspectief zoals hierboven weergegeven. Dit met als doel om u als raad mee te nemen in de ambities die wij als gemeente hebben en de financiële gevolgen van deze ambities inzichtelijk te maken. We spreken hier bewust nog van ambities, omdat bij de begroting 2022 de echte integrale afweging plaatsvindt.
2.1.1 Beschikbare middelen In totaal tellen de beschikbare middelen op tot € 0,9 mln. Het gaat hier dus om het bedrag wat wij nog kunnen uitgeven aan alle ambities en ontwikkelingen zonder dat we een negatief resultaat presenteren. Onderdeel (bedragen x € 1.000) Begrotingssaldo primitief Begrotingsmutaties 2021 Onttrekking Algemene reserve Algemene reserve terug aanvullen Septembercirculaire 2020 Decembercirculaire 2020 OZB Tarieven 2021 Beschikbare middelen
Kadernota 2022
2022 -4.208 3.674 534 0 -174 -224 -60 -458
2023 -4.983 5.339 0 -357 -117 -118 -60 -296
2024 -5.083 5.665 0 -583 -102 -204 -60 -367
2025 -4.305 5.537 0 0 -64 -179 -60 929
9
2.1.2 Bestuursrapportage I 2021 In de aangeboden Bestuursrapportage zitten effecten die impact hebben op de jaren 2022 tot en met 2025. Deze zijn in onderstaande tabel weergegeven. Deze tabel laat per jaar zien wat het restsaldo is. (bedragen x € 1.000) Beschikbare middelen
2022 -458
2023 -296
2024 -367
2025 929
Structurele meldingen berap I 2021 Incidentele meldingen berap I 2021 Bestuursrapportage I 2021
-1.048 -125 -1.173
-1.048 25 -1.023
-1.035 0 -1.035
-1.035 0 -1.035
Saldo beschikbare middelen na Berap I 2021
-1.631
-1.319
-1.402
-106
De resultaten uit de Bestuursrapportage I 2021 drukken structureel voor € 1,0 mln. op de beschikbare middelen. De verdeling van de meldingen (zowel structureel als incidenteel) per programma ziet er als volgt uit: Programma (bedragen x € 1.000) Vitale wijken Merkbaar beter in zorg voor elkaar Samen aan de slag voor het klimaat Totaal
2022 25 -1.029 -169 -1.173
2023 25 -879 -169 -1.023
2024 0 -879 -156 -1.035
2025 0 -879 -156 -1.035
Een nadere toelichting op deze posten wordt gegeven in de eerste Bestuursrapportage (bijlage 1).
2.1.3 Actualisatie heroverwegingen Bij het opstellen van de begroting 2021 zijn er een aantal voorstellen gedaan vanuit fase 1 (zie bijlage 2). Bij het opstellen van de Kadernota 2022 zijn de voorstellen geactualiseerd. Dit heeft geleidt tot een aantal financiële effecten voor onderstaande voorstellen: 18. Maatwerk GGD Hoewel er wordt ingezet op te besparen op het maatwerk is het niet realistisch deze taakstelling te effectueren. Inzetten op besparen in de gemeenschappelijke regeling GGDrU vraagt om een ander proces. Het is niet mogelijk meer te besparen zonder het voorzieningeniveau te verlagen. De dienstverlening heeft vaak meerjarige afspraken zodat er op korte termijn niet de taakstelling gerealiseerd kon worden.Er wordt ingezet om inhoudelijk te onderzoeken welke ruimte er is om dienstverlening af te bouwen. Daarnaast zal er gekeken moeten worden in de regionale samenwerking hoe er invulling gegeven kan worden aan de taakstelling en niet in het lokale maatwerk gedeelte. 2022 2023 2024 2025 Voorgesteld bij Begroting 2021 50 50 50 0 Na actualisatie bij Kadernota 2022 11 11 11 0 Totale effect -39 -39 -39 0 34. Utrechtseweg Noord Bij de Begroting 2021 (inclusief meerjarenraming 2022 tot en met 2024) is als onderdeel van de heroverwegingen ten aanzien van beleidsaanpassingen voorgesteld het budget voor de Utrechtseweg Noord voor meerdere jaren te verlagen.
Het bijgestelde budget is berekend op basis van de (meerjaren) projectbegroting. In het financieel systeem wordt jaarlijks bij het opbouwen van de begroting een nieuwe jaarschijf aangemaakt, hierbij worden budgetten gekopieerd van de laatste jaarschijf (in casu van 2023 naar 2024) en worden de budgetten indien niet juist aangepast. Abusievelijk is in het financieel systeem de begroting in het jaar 2024 niet gelijkgesteld aan de projectbegroting. In de projectbegroting was voor Kadernota 2022
10
2023 € 115.000 begroot en voor 2024 € 243.105, in het financieel systeem is het budget lagere budget in 2023 gekopieerd naar 2024 en is daarmee de ingeboekte bezuiniging voor 2024, gebaseerd op de projectbegroting, te hoog en dient deze naar beneden bijgesteld te worden. 2023 2024 2025 2022 Voorgesteld bij Begroting 2021 250 65 193 0 Na actualisatie bij Kadernota 2022 250 65 65 0 Totale effect 0 0 -128 0 55. Parkeerbelasting straat verhogen & 56. Parkeertarieven garages verhogen Op het moment van opvoeren is uitgegaan van 10% van de parkeeropbrengsten op straat en garages. Kijkend naar de afgelopen jaren waarbij de inkomsten niet volledig behaald zijn, stellen we dit naar beneden bij. 2022 2023 2024 2025 Voorgesteld bij Begroting 2021 0 217 217 0 Na actualisatie bij Kadernota 2022 0 187 187 0 Totale effect 0 -30 -30 0
2.1.4 Knelpunten Voor de Kadernota 2022 is er geinventariseerd welke knelpunten er in het vooruitzicht zijn. Hieronder geven we aan om welke knelpunten het gaat. Omgevingswet (aanvullend op fase 1) Sinds 2017 werd in Zeist jaarlijks werkbudget beschikbaar gesteld voor de voorbereidingen op invoering. Dit gaf de gelegenheid om voor elk nieuw jaar en met de nieuwste inzichten een zo goed mogelijke prognose op te stellen. Voor de Begroting 2021 is voor het eerst een meerjarige prognose opgesteld. In het kader van fase 1 van de Begroting 2021 is een structurele melding van € 350K voor de periode 20222025 gedaan. Vanwege de grote onzekerheidsmarges in de landelijke en lokale ramingen, de nog onbekende uitkomsten van het overleg met de minister en in afwachting van een definitieve invoeringsdatum wordt voorgesteld om het integraal financieel beeld van de invoering Omgevingswet in Zeist elk jaar te monitoren en ev. bij te stellen. 2022 2023 2024 2025 Totaal PM PM PM PM
Binnensport, oplossen structurele tekorten Begin 2021 is een routekaart voor de binnensportaccommodaties vastgesteld door het college. Fase 1 wordt momenteel verder inhoudelijk en financieel uitgewerkt en gaat uit van de "binnensport op orde". De raad beslist hierover in haar vergadering van oktober 2021. Pas in latere fases van de routekaart (2 en 3) wordt gekeken of er ruimte bestaat voor (extra) wensen en ambities. Onder binnensport op orde wordt gerekend: voldoende ruimte voor onze doelgroepen, voortzetting van de verduurzaming van de sportaccommodaties en de structurele inbedding in de uitvoering van de bestaande DMJOP met als eindresultaat een energie neutrale en waar mogelijk aardgasloze sport vastgoed portefeuille in 2030. Ook zorgen we ervoor dat de accommodaties voldoende toegankelijk zijn voor minder validen. Daarnaast wordt een (reeds jarenlang bestaand) structureel exploitatietekort opgelost. Door dit in samenhang te zien als fase 1 van de routekaart, brengen we hiermee de binnensport in één klap op orde. Door meerdere ontwikkelingen integraal uit te voeren wordt er op efficiente wijze “werk met werk” gemaakt. Gezien onze structurele tekorten stellen we voor om de benodigde € 400.000 te verlagen naar € 215.000 en het verschil van € 185.000 op te nemen als wens nieuw beleid.
Met de genoemde € 215.000 kunnen we in ieder geval de meest noodzakelijke instandhoudingsinvesteringen doen. 2022 2023 2024 2025 Totaal -215 -215 -215 -215 Kadernota 2022
11
Toepassen reële tarieven huishoudelijke ondersteuning Ambtelijk zijn er voorbereiding om een gezamenlijke aanbesteding te lopen met gezamenlijk contractbeheer in de regio ZOU. We staan dan sterker en het contractbeheer kan professioneler worden ingezet. De inzet is om uiterlijk 1 januari 2023 over nieuwe contracten te beschikken met de hele regio. Op basis van tarieven die in recente aanbestedingen voor huishoudelijke ondersteuning in omliggende gemeenten tot stand zijn gekomen, is de verwachte kostenstijging € 380.000 voor 2022. 2023 2024 2025 2022 Totaal -380 -400 -400 -400
2.1.5 Wensen nieuw beleid Voor de Kadernota 2022 is er gekeken welke ontwikkelingen en ambities er zijn. Hieronder geven we aan welke ontwikkelingen en ambities er zijn. Huis van Democratie en Dienstverlening Totaal
2022 -110
2023 -60
2024 -10
2025 -10
Binnensport, oplossen structurele tekorten Om de ‘binnensport op orde’ te krijgen dienen we nog boven de € 215.000, die onder de knelpunten is opgenomen, nog € 185.000 op te nemen in de begroting. Naast de meest noodzakelijke investeringen kunnen we hiermee ook werken aan verbeteringen en een eerste stap maken in verduurzaming. 2022 2023 2024 2025 -185 -185 -185 Totaal -185 Masterplan binnensport (naast het knelpunt) We geven de komende jaren uitwerking aan een routekaart voor de binnensportaccommodaties. Om tot toekomstbestendigheid te komen gaan we na uitvoering van fase 1 ("basis op orde") verder uitvoering geven aan de ontwikkelagenda, meer concreet de fases 2 en 3. Met enkele doelgerichte investeringen kan worden voldaan aan de toekomstige behoefte en wensen vanuit de binnenport. Het betreffen investeringen bij Blikkenburg/Schoonoord en op Dijnselburg. 2022 2023 2024 2025 Totaal 0 0 0 pm Continuering subsidie SamenOplopen De reguliere exploitatie van Samen Oplopen Zeist wordt voor een groot deel gefinancierd door de gemeente Zeist. Voor additionele projecten (zoals co-financiers project ‘Start Kansrijk’ en activiteiten of middelen voor de doelgroep) zoekt Samen Oplopen regelmatig externe financiering. Samen oplopen rekent een vast bedrag per traject. Hiervoor wordt er 52 weken begeleiding geboden aan een gezin.
Op basis daarvan maakt de gemeente jaarlijks afspraken met Samen Oplopen om een groot aantal van deze koppelingen te subsidiëren. Voor 2020 ging dit om 90 koppelingen. De subsidiering van Samen Oplopen hangt voor het grootste deel af van het preventiebudget (voorheen innovatie). Als we willen dat Samen Oplopen deze bijzondere en krachtige ondersteuning kan blijven bieden in Zeist, moet dit preventie budget van 150.000 euro in de aankomende 4 jaar (2022, 2023, 2024, 2025) gereserveerd worden voor deze stichting. We streven ernaar om na deze 4 jaar voor Samen Oplopen een structurele financiële dekking te vinden vanuit andere middelen. Dit vraagt echter nog verder onderzoek, dat wordt ondernomen in het project ‘Sociaal in Balans’. 2022 2023 2024 2025 Totaal -150 -150 -150 -150
Kadernota 2022
12
Continuering samenwerking huisartsen Het voorstel is om de komende jaren om € 100.000 beschikbaar te stellen. Daarmee kunnen we in elk geval een gedeelte van de kosten betalen voor de inzet van de consulenten ST en CJG. Zij kunnen dan dicht bij de huisartsen aan blijven sluiten en verder helpen om de huisarts verwijzingen naar de tweede lijn nog meer naar beneden te brengen. We denken aan 10 -15%. 2023 2024 2025 2022 Totaal 0 -100 -100 -100 Continuering wijkmanager huisartsen Halverwege 2020 startte het kernteam Organisatie & Infrastructuur Zeist met vertegenwoordigers van professionals uit de 0de en 1e lijn (huisartsen, apothekers, fysiotherapeuten en gemeente). Er is tijd nodig om dit nieuwe ambitieuze O&I netwerk – dat vorig jaar startte – te laten groeien. Vandaar dat een financiering t/m 2025 nodig is. In de 2024 en 25 moet worden gekeken hoe deze rol te borgen in het ontstane netwerk. 2022 2023 2024 2025 Totaal 0 -60 -60 -60 Continuering doorbraak Per jaar zal blijken hoe veel budget er daadwerkelijk nodig voor het realiseren van doorbraken op casusniveau. Een doorbraak hoeft uiteraard niet altijd via een betaling gerealiseerd te worden. Het kan bijvoorbeeld ook om een maatwerkafspraak gaan, het besluit om van een regel af te wijken. Uit de afgelopen jaren blijkt dat soms er ongeveer € 100.000 nodig is.
2023 2024 2025 2022 Totaal 0 -100 -100 -100 Parkeerexplotatie resetten en op "nul zetten" Het huidige parkeerbeleid van de gemeente Zeist is uit 2004 en is inhoudelijk aan vernieuwing toe. De Mobiliteitsvisie en het Mobiliteitsplan zullen het parkeerbeleid grotendeels actualiseren. Daarbij kijken we ook naar de relatie tussen parkeren en andere thema's zoals verkeer, duurzaamheid, economie en leefbaarheid. Zoals al beschreven bij de begroting 2021 willen we eerst het inhoudelijke gesprek met de raad voeren alvorens we de PEX actualiseren. Want inhoudelijke keuzes hebben invloed op de parkeertarieven en de parkeertarieven bepalen de parkeerinkomsten. Om die reden kunnen we nu nog niet aangeven welk effect het actualiseren van de PEX heeft op de begroting van de gemeente. We verwachten hier in de 2e helft van 2021 meer over te kunnen zeggen. 2022 2023 2024 2025 Totaal PM PM PM PM Meten is Weten: verzamelen verkeers- en parkeerdata en vernieuwen verkeersmodel Om de drie jaar voeren we een grote verkeerstelling uit. Dat is voor hetr laatst gebeurd in 2020 en verklaart het verhoogde budget in 2023. In de tussenliggende jaren meten we het parkeren, doen we een beperkt aantal gerichte verkeerstellingen en onderhouden we het verkeersmodel. Die kosten zijn geraamd op 30.000 euro.
2023 2024 2025 2022 Totaal -30 -30 -30 -30 Mobiliteitsvisie Het mobiliteitsplan wordt in de 2e helft van 2021 aan de raad aangeboden. Dan zullen de financiële effecten in beeld gebracht worden. 2022 2023 2024 2025 Totaal PM PM PM PM
Kadernota 2022
13
Plaatsen laadpalen elektrische auto's Voor het plaatsen van laadpalen hoeft de gemeente vanaf 2021 geen financiële bijdrage te leveren. Kosten voor het verplaatsen of verwijderen van laadpalen komen wel ten laste van het reguliere verkeersbudget. Er is geen budget voor innovatie of extra kosten voor het aanleggen van laadpleinen. Hiervoor is de gemeente volledig afhankelijk van subsidies. Verzoek aan de gemeenteraad is om hier structureel € 45.000 per jaar voor vrij te maken. 2023 2024 2025 2022 Totaal -45 -45 -45 -45 Uitvoering Klimaatadaptatie - onderdelen hittestress en droogte Met klimaatbestendig Zeist (in de april ter vaststelling in de Raad) hebben we een kader om aan de slag te gaan met klimaatadaptatie. Op welke manier we dat doen, wordt uitgewerkt in het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan. Voor het onderdeel wateroverlast kunnen we de financien goed waarborgen via het gemeentelijk rioleringsplan. Voor de onderdelen hittestress en droogte lukt dat veel minder. Het is daarom nodig daar apart de financiele ambities voor uit te spreken en te beschrijven. 2023 2024 2025 2022 Totaal -50 -50 -50 -50 Uitvoering beheervisie biodiversiteit Er is een incidentele financiële impuls nodig voor het oppakken van de actiepunten omschakelen gazon naar lang gras en het vergroenen van ‘zinloze verharding’.
Dit vraagt 200.000,-- aan eenmalige kosten, verspreid over 4 jaar (50.000,- euro per jaar). Deze kan gedekt worden voor 20.000,-- uit het budget van de Brede Milieuvisie (programma Duurzaamheid). Daarnaast vragen we als extra ambitie in de kadernota 30.000,- . Wij stellen voor dit op te voeren als extra ambitie voor de komende vier jaar. 2022 2023 2024 2025 Totaal -30 -30 -30 -30 Economie De inzet op economie is vastgelegd in het Economisch Kompas en loopt tot en met 2021. Ook na 2021 is inzet op economie nodig. De omvang hiervan en de precieze richting zijn nu nog niet goed te bepalen. Dit is mede afhankelijk van het resultaat van de lopende acties. Het ligt in de lijn van verwachting, dat de inzet betrekking heeft op de volgende onderwerpen/thema’s: - een aantrekkelijk centrum van zeist - stimuleren van innovatie en gezond stedelijk leven - vernieuwing werklocaties - kwalitatieve versterking recreatie & toerisme
Een eerste voorlopige inschatting is dat hier minimaal 100K per jaar voor nodig is. 2022 2023 Totaal -100 -100
2024 -100
2025 -100
Financieel robuust Om een doorgaande lijn van plan - do - check - act neer te zetten is een digitale toepassing nodig die dit ondersteunt. We willen beleidsdoelen en effecten in een begroting neerzetten en een manier hebben om de realisatie te volgen en bij te kunnen sturen. Dit landt uiteindelijk in de P&C-rapportages, maar wordt vooral intern gebruikt om de uitvoering bij te kunnen sturen. Een eerste verkenning van de kosten leidt er toe dat we een structureel bedrag opvoeren. 2023 2024 2025 2022 Totaal -50 -50 -50 -50
Kadernota 2022
14
Uitvoering Propositie en onderzoeksrichtingen Het werken aan de onderzoeksrichtingen van de Propositie zal kosten met zich meebrengen. Het is nu nog niet duidelijk hoeveel dat zal zijn. 2023 2024 2025 2022 Totaal PM PM PM PM
2.1.6 Herijking gemeentefonds De verdeling van het gemeentefonds wordt herzien. Dit moet ingaan in 2023. De uiteindelijke beslissing ligt bij het nieuwe kabinet. De herziening bevat 3 onderdelen: klassiek domein, sociaal domein en inkomstenverevening. In februari 2021 is een eerste opzet gepresenteerd die voor consultatie aan de Raad voor het openbaar bestuur en aan de VNG is voorgelegd. In deze verdeling staat Zeist erg negatief: het effect kan oplopen tot ongeveer € 4 mln. in 2026, met name door de inkomstenverevening. De definitieve cijfers zullen afhangen van de actualisatie van de onderliggende data en de politieke besluitvorming. Er is namelijk ook veel druk om het gemeentefonds zelf groter te maken, omdat met name in het sociaal domein de tekorten fors zijn. Bij de invoering is een ingroeipad voorzien van 15 euro per inwoner per jaar en dit is voor Zeist € 1 mln. per jaar. Het volledige effect wordt dan in 2026 bereikt. Gezien de onzekerheid over de besluitvorming binnen het Rijk willen we dit nu niet in het meerjarenperspectief verwerken . Tegelijk zijn we ons bewust van de impact die de uiteindelijke besluitvorming op ons financiële meerjarenperspectief kan hebben vanaf 2023. In de inleiding op deze kadernota hebben we een perspectief geschetst hoe we hiermee denken om te gaan. 2023 2024 2025 2022 Totaal pm pm pm pm
2.1.7 Covid 19 De ervaringscijfers uit 2020 leren ons dat de coronacrisis forse financiële effecten met zich meebrengt. Op diverse onderdelen wordt meer uitgegeven of worden minder inkomsten ontvangen. Dit gaat om zo'n € 2 tot € 3 miljoen op jaarbasis. We zijn gemiddeld genomen grotendeels voor deze kosten gecompenseerd door de landelijke overheid. Voor de komende jaren is deze compensatie niet zeker. De inschatting is dat we € 1,0 mln. in 2022 en € 1,0 mln. in 2023 aan financieel effect corona verwachten. 2022 2023 2024 2025 Totaal -1.000 -1.000 0 0
Kadernota 2022
15
2.2 Dekkingsplan Gezien de financiële uitdaging waarvoor we staan, heeft het college een uitgebalanceerd dekkingsvoorstel uitgewerkt. We zijn terughoudend met nieuw beleid, maken gebruiken van de voorstellen uit het IAC en komen met een aanvaardbaar en gelijkmatig voorstel voor verhoging van lokale lasten. We werken onze ideeën hieronder uit.
2.2.1 Terugdraaien toevoeging algemene reserve Voor de jaren 2023 (€357.000) en 2024 (€ 583.000) zijn er bedragen begroot om terug te laten vloeien naar de Algemene reserve. In de jaren 2021 en 2022 wordt er namelijk geld onttrokken vanwege tijdelijke tekorten. Om tot een financieel sluitende meerjarenperspectief te komen, stellen we voor om de begrote terugstortingen nu niet in de begroting op te nemen, maar jaarlijks bij de jaarrekening af te wegen. 2022 2023 2024 2025 Totaal 0 357 583 0
2.2.2 Wensen nieuw beleid bevriezen De wens om nieuw beleid in te voeren is aanwezig en is dan ook in de voorstellen te zien in paragraaf 2.1.5. Om tot een financieel sluitende meerjarenperspectief te komen, stellen we voor om dit te bevriezen. Richting het opmaken van de begroting 2022 zal er gekeken worden in hoeverre er ruimte is om hier invulling aan te geven. 2022 2023 2024 2025 Totaal 750 990 910 910
2.2.3 OZB tarief verhogen 3% x3 Om het tekort in het meerjarenperspectief te kunnen opvangen stellen we voor om de OZB met 3% te laten stijgen voor de duur van drie jaar (vanaf 2022) en dit mee te nemen bij de begroting 2022. Dit is exclusief de gebruikelijke inflatiecorrectie die op de OZB wordt toegepast. 2022 2023 2024 2025 Totaal 369 789 1.250 1.250
2.2.4 Covid-19 dekken uit weerstandsvermogen Afhankelijk van hoe lang de crisis aanhoudt en ook welke na-ijleffecten we merken, zullen we ruimte moeten houden om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen. De inschatting is dat we € 1,0 mln. in 2022 en € 1,0 mln. in 2023 aan financieel effect corona verwachten. Gezien de onzekerheid, stellen we voor dit mee te nemen in de Reserve weerstandsvermogen. 2022 2023 2024 2025 Totaal 1.000 1.000 0 0
2.2.5 IAC-voorstellen uitvoeren en uitwerken Om tot een sluitende meerjarenperspectief te komen is er gekeken naar de IAC voorstellen. Hierbij is gekeken welke voorstellen we kunnen/willen uitvoeren en ook financieel kwantificeerbaar zijn. Daarnaast is er een aantal voorstellen die komende tijd nog uitgewerkt wordt. In onderstaande tabel zijn de opbrengsten opgenomen van 15 IAC voorstellen die we willen uitvoeren én waarvan het financieel effect op dit moment goed te kwantificeren is.
IAC-voorstellen met status uitvoeren
Kadernota 2022
2022 765
2023 1.215
2024 1.215
2025 1.640
16
2.3 Uitgangpunten Begroting 2022 Het financiële beeld van de toekomst is deels afhankelijk van diverse uitgangspunten. Met deze uitgangspunten gaan wij rekenen in de begroting 2022 en daarom moeten deze door de raad vastgesteld worden. In deze paragraaf staat beschreven welke uitgangspunten we hebben gehanteerd en worden deze toegelicht: A. Prijsindex B. Loonindex C. Overhead D. Rekenrente E. Tariefontwikkeling F. Rioolrecht G. Afvalstoffenheffing H. Markttarieven
A. Prijsindex Toepassen van een prijsindex van 2,10% in de begroting 2022 op de opbrengstenkant en een aangepaste indexering op de kostenkant van 1,10% op basis van besluitvorming (heroverweging) bij de begroting 2021 We zijn gewoon de prijsindex te bepalen op grond van de CPB gegevens en het dakpannensysteem. We zien geen reden hier voor de begroting 2022 van af te wijken. Op grond van de CPB gegevens en het dakpannensysteem komt de prijsindex 2022 uit op 2,1%. De berekening is opgenomen in onderstaande tabel. Ontwikkeling prijsindex CPB / sept.circ. 2019: deze prijsindex zit nu in de begroting CPB / sept.circ. 2020: deze prijsindex zou het moeten zijn volgens recente cijfers CPB Correctie bij begroting 2022 Voorstel index begroting 2021 Aangepaste index kosten 2021 (heroverweging)
2018
2019
2020
2021
2,20%
2,50%
1,50%
1,70%
2,40% 0,20%
3,00% 0,50%
1,70% 0,20%
1,50% -0,20%
2022
1,40% 2,10% 1,10%
Met de Raad is afgesproken de prijsindex via het zogenoemde dakpannensysteem te berekenen. Dit betekent dat niet alleen vooruit, maar ook terug wordt gekeken. Wanneer de inflatie in voorgaande jaren zich anders heeft ontwikkeld dan begroot, dan wordt dit in het komende begrotingsjaar weer hersteld. De voorgestelde prijsindex van 2,1% betreft dus de correcties voor de jaren 2018-2021 bij elkaar opgeteld (0,70%) plus de index voor 2021 van 1,4%. We kijken terug totdat het Rijk de prijsindex in enig jaar definitief heeft verklaard. Vaak geschiedt dit in het 3e jaar na afloop van een jaar. De prijsindex 2017 is in 2020 definitief verklaard, wijzigt dus niet meer en hoeft niet meer mee te worden genomen voor de correctie. Aangepaste index kostenkant van de begroting Bij de heroverwegingen bij de begroting 2021 is besloten tot een generieke besparing op indexering van de kostenkant van de begroting 2022 en idem in 2023 (financieel technische voorstellen / voorstel 6: Indexering materiële kosten => efficiency). Hierbij wordt voorgesteld om de eerste 1% prijsindex niet toe te passen op de kostenbudgetten in 2022 (structureel) en nogmaals bij de begroting 2023. De efficiencywinst die hierdoor behaald wordt, is reeds ingeboekt als taakstelling. Via het vaststellen van de bovenstaande aangepaste indexering van de kosten in de begroting 2022 wordt de eerste stap uitgevoerd.
De prijsindex is niet van toepassing op bepaalde kostensoorten: kapitaallasten liggen vast op basis van de historische kosten, voor de loonkosten geldt een aparte index, en zo zijn er nog enkele (financieel technische) uitzonderingen. Dit verandert niet onder deze maatregel.
Kadernota 2022
17
De maatregel houdt ook in dat de opbrengsten waar van toepassing wel worden verhoogd met 2,1%. Ook hier zullen financieel technische uitzonderingen zijn. Zo is de opbrengst gemeentefonds afhankelijk van de circulaires en zijn de 100% kostendekkende tarieven afhankelijk van de kosten. Als de kosten met 1,1% stijgen, zullen de tarieven niet met een hoger percentage kunnen stijgen, omdat dan de 100% kostendekkendheid wordt overschreden. Indexering kosten toegang Sociaal domein Met de zorgaanbieders en de werkgevers van de toegang hebben wij overeenkomsten afgesloten. In deze overeenkomsten is opgenomen dat wij indexeren op basis van de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). De belangrijkste reden waarom deze wijze van indexering is opgenomen in de overeenkomsten is dat de gemeenten reële tarieven dienen te bieden, zowel voor de jeugdhulp, als voor de Wmo. De OVA wordt berekend op basis van cijfers die het Centraal Planbureau publiceert in het Centraal Economisch Plan. Voor 2022 is het percentage nu nog niet bekend. Bij het opstellen van de begroting 2022 zal dit percentage wel worden gehanteerd. Dit kan zorgen voor een hogere of lagere indexering op deze onderdelen van de begroting.
B. Loonindex Toepassen van een loonindex van 0,00% in de begroting 2021, conform de te verwachten loonstijgingen zoals opgenomen in de CPB-Kerngegevenstabel-raming-CEP-2021-maart-2021, onderdeel Prijs overheidsconsumptie / beloning werknemers Vanaf 2019 wordt de loonindex berekend op basis van het CEP-kerngegeven “Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers”, zoals het CPB dat eind maart publiceert. De berekeningssystematiek gebeurt op basis van de dakpannensystematiek, zoals afgesproken met de Raad. Dit betekent dat niet alleen vooruit, maar ook terug wordt gekeken. Wanneer de loonindex in voorgaande jaren zich anders heeft ontwikkeld dan begroot, dan wordt dit in het komende begrotingsjaar weer hersteld. De voorgestelde loonindex van 0% betreft dus de correcties voor de jaren 2019-2021 bij elkaar opgeteld (- 1,20%), plus de index voor 2022 van 1,20%.
In de vorige Kadernota was een passage gewijd aan de verwachte druk op de lonen die zou ontstaan door de Corona crisis. Toen is aangegeven dat ons dakpannensysteem een dergelijk effect zou meenemen en verwerken in de volgende begroting. Dit blijkt nu inderdaad het geval: de verwachte loonindex 2022 van 1,2% wordt verlaag naar 0% op basis van de correctie uit voorgaande jaren. Daarmee blijft het dakpannensysteem voor de prijsindex en de loonindex een goed en zuiver systeem voor de indexeringen in onze begroting, ook bij bijzondere omstandigheden. Ontwikkeling loonindex Prijs overheidsconsumptie / beloning werknemers maart 2020: deze loonindex zit nu in de begroting Prijs overheidsconsumptie / beloning werknemers maart 2021: deze loonindex zou het moeten zijn volgens recente cijfers CPB Correctie bij begroting 2022 voorgaande jaren Voorstel loonindex begroting 2022
2019
2020
2021
4,50%
2,60%
2,80%
3,20% -1,30%
3,50% 0,90%
2,00% -0,80%
2022
1,20% 0,00%
C. Overhead In het kader van een robuust gemeentelijk financieel beleid worden de lasten van de overhead op een éénduidige, transparante en met een vast percentage doorbelast in de tariefberekening externe tarieven en de grondexploitaties. De sleutel voor het berekenen van het percentage is “Directe salariskosten” en het percentage wordt jaarlijks geactualiseerd bij het opstellen van de programmabegroting. De financiële uitwerking volgt bij het opstellen van de begroting 2022. Dit kan gevolgen hebben voor de hoogte van de tarieven.
Kadernota 2022
18
D. Rekenrente In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat niet mag worden gewerkt met een vooraf gekozen rekenrente, maar dat de berekende omslagrente moet worden gehanteerd. Deze omslagrente wordt berekend door de werkelijk betaalde (minus ontvangen) rente op onze leningen toe te rekenen aan de taakvelden, door het rentebedrag te delen door de boekwaarde van de vaste activa. Alleen als voor investeringen specifieke leningen zijn aangetrokken (partiële financiering), mag de rente van deze financiering ook worden gebruikt voor de berekening van de rentelasten van deze investering. In Zeist werken we niet met partiële financiering. De omslagrente wordt in deze systematiek bij de begroting 2022 opnieuw berekend.
E. Tariefontwikkeling Op basis van de hierboven voorgestelde prijsindex van 2,10% zullen ook de gemeentelijke tarieven in beginsel met 2,10% worden aangepast. Dit geldt voor de volgende tarieven: -
Toeristenbelasting Precariobelasting Leges (indien niet wettelijk bepaald en indien niet 100% kostendekkend) Parkeerbelasting Privaatrechtelijke tarieven OZB
De hoogte van de reclamebelasting voor 2022 wordt bepaald in samenspraak met de Stichting Centrummanagement. Vooralsnog wordt hier geen bijzondere tariefontwikkeling verwacht. Een aantal gemeentelijke tarieven wordt berekend vanuit het (wettelijk verplichte) uitgangspunt 100% kostendekkendheid. Bij het opstellen van de Begroting 2022 zullen deze tarieven opnieuw worden berekend op basis van de actuele kostenontwikkeling. Deze kosten kunnen zich anders ontwikkelen dan de geprognosticeerde 2,10%. Bijvoorbeeld kapitaallasten en loonkosten worden in de gemeentelijke begroting zo exact mogelijk berekend. En voor de tarieven van de afvalstoffenheffing is de kostenontwikkeling bij de RMN bepalend (100% kostendekkendheid). Daarnaast spelen de hierboven vermelde wijzingen omtrent de rekenrente hierin ook een rol. Op het moment van opstellen van deze kaderbrief zijn niet alle gegevens bekend om hier een goede doorrekening van te kunnen maken. De volgende tarieven worden herrekend bij de begroting 2022 en kunnen dus afwijken van de index van 2,10%: - Rioolrecht - Afvalstoffenheffing - Markttarieven - Legestarieven met 100% kostendekkendheid
Omgevingsleges Op dit moment onderzoeken we de meerjarige ontwikkeling (trend) van de legesinkomsten en de betekenis hiervan voor komende jaren, zoals minder grote bouwaanvragen, meer in de goedkoopste categorie. Daarnaast heeft de invoering van de omgevingswet invloed op de berekeningen van de tarieven en de kosten omtrent de Omgevingsleges. De omgevingswet zal door de aard van de wet en het feit dat de activiteiten waarvoor je leges mag heffen veranderen impact hebben op de hoogte van de leges. Onlangs is pas een nieuw werkmodel legesverordening door de VNG vrij gegeven. Tot nu toe was er nog steeds veel onduidelijk rondom de omgevingswetimplicaties. Bij de begrotingsbehandeling van 2022 en verder zullen we de verwachte legesinkomsten voor de komende jaren nader specificeren.
Kadernota 2022
19
F. Rioolrecht Vanaf 2017 is het verbijzonderd Gemeentelijk Riool Plan (vGRP) ingevoerd (16RV055). Momenteel werken we aan een nieuw vGRP. Tot het moment van vaststellen zijn de uitgangspunten van het huidig vGRP van toepassing en hier zijn maatstaven in opgenomen voor de tariefberekening. De tarieven mogen stijgen met 4,4% + indexatie. Voor 2022 betekent dit dat de tarieven met 5,5% stijgen. Het uitgangspunt van het vGRP in Zeist is 100% kostendekkendheid. Dit wordt bereikt door middel van verrekening met de egalisatievoorziening riolering en de spaarvoorziening riolering.
G. Afvalstoffenheffing De kosten van inzameling en verwerking van huishoudelijk afval worden in Zeist in rekening gebracht via een afvalstoffenheffing, waarbij het tarief afhangt van de omvang van het huishouden. De opbrengst van de afvalstoffenheffing behoort niet tot de algemene middelen, maar moet worden gebruikt om de kosten te dekken van de afvalinzameling en -verwerking. Het uitgangspunt hierbij is dat de tarieven voor 100% kostendekkend zijn. De kosten van afvalinzameling blijven stijgen. Autonome ontwikkelingen zijn hier oorzaak van. Hiernaast zijn er beperkte negatieve effecten door stijgende kosten van glas- en PMD inzameling. De RMN berekent deze kosten door aan gemeenten waarbij we al in 2021 te maken hebben met een flinke nabetaling. Bij het berekenen van de tarieven bij de begroting 2022 wordt inzichtelijk wat het gevolg is voor de exacte tariefstijging. Een eerste verkenning leert, dat een stijging van het tarief met ca. 8% wordt verwacht.
H. Markttarieven Uitgangspunt voor het markttarief is, dat het kostendekkend moet zijn. Ten tijde van het vaststellen van de Begroting 2022 loopt er nog steeds een onderzoek naar de verzelfstandiging van de markt. Lopende dit onderzoek en in afwachting van de resultaten is ervoor gekozen om het tarief van de markt met de prijsindex van 2,1 % te verhogen. De kosten voor de elektriciteit en promotie zijn niet geïndexeerd. De keuze voor de 100% kostendekkendheid wordt pas gemaakt na de uitkomst van het onderzoek. Door de corona-crisis is er een vertraging ontstaan in de afstemming met de marktondernemers wat betreft de eventuele verzelfstandiging van de markt. Na overeenstemming met deze ondernemers zal er een bestuurlijk traject volgen. De huidige verwachting is dat deze werkzaamheden niet zijn afgerond voor de Begroting 2022. Voorgesteld wordt om vooralsnog alleen de prijsindex voor 2022 toe te passen.
Kadernota 2022
20
2.4 Cashflow Zoals gebruikelijk wordt u bij de Kadernota / Bestuursrapportage ook geïnformeerd over de cashflow. Daarbij wordt ingegaan op het verwachte financieringssaldo in de komende periode. Financieringssaldo Het financieringssaldo geeft aan of de vaste financieringsmiddelen (de som van het eigen vermogen en het lang vreemd vermogen) al dan niet toereikend zijn om de investeringen (in vaste activa) te financieren. Een negatief saldo betekent dat de investeringen deels betaald moeten worden door het aantrekken van (kasgeld)leningen. Zie ook hieronder onder “Kasgeldlimiet”. Dit financieringssaldo is dus een heel ander saldo dan het begrotingssaldo, dat het verschil tussen de jaarlijkse lasten (inclusief de rente en afschrijving op investeringen) en de jaarlijkse baten aangeeft.
In de prognose van de Kadernota 2021 was sprake van een verwacht negatief financieringssaldo van € 1,8 mln. per eind 2020, terwijl dat saldo naar verwachting vanaf 2021 negatiever zou worden. De onderstaande tabel met de geactualiseerde prognose geeft aan dat in werkelijkheid per eind 2020 nog sprake was van een positief financieringssaldo van € 11,9 mln. Het hogere liquiditeitssaldo per eind 2020 ten opzichte van de verwachting in de Kadernota 2020, is vooral veroorzaakt door hogere ontvangsten van het Rijk en de Provincie (compensatie Corona-effecten en bijdragen in projecten/investeringen zoals Vollenhove Vooruit) en nog niet in 2020 bestede middelen. Op basis van de geactualiseerde cijfers zal het financieringssaldo naar verwachting in 2021 afnemen. Uitgaande van dit beeld ontstaat er nu vanaf 2022 een beperkt negatief financieringssaldo en zal op dat moment externe financiering moeten worden opgenomen (zie onderstaande tabel). Hiervoor mag dan tot een bedrag van € 14,5 mln. gefinancierd worden met kort geld (kasgeldleningen). Dit is financieel ook het meest aantrekkelijk. Gaat het saldo hier bovenuit komen en gaat de liquiditeitsbehoefte inderdaad langer duren, dan moet worden overgegaan tot consolidatie, dat wil zeggen het aantrekken van een langlopende lening.
Het is afhankelijk van de werkelijk ontstane financieringsituatie op dat moment of ook inderdaad tot deze acties moet worden overgegaan. Financieringspositie x € 1.000 Kadernota 2020
2020 11.865
2021 1.495
2022 -4.001
2023 -6.835
2024 -9.463
De financieringspositie 2020 betreft de werkelijke stand, de overige zijn ramingen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido) als norm gesteld voor het maximumbedrag waarmee de gemeente haar activiteiten met kortlopend geld (< 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is voor onze gemeente ongeveer € 14,5 miljoen. Renterisiconorm De renterisiconorm geeft het kader aan voor de spreiding van looptijden in de (langlopende) leningenportefeuille. De norm houdt in dat het bedrag dat nodig is voor de verplichte aflossingen en de renteherzieningen in een jaar niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De renterisiconorm is op basis van de begroting 2020 ongeveer € 34,3 miljoen.
Rente-herzieningen komen overigens in onze leningenportefeuille niet voor. Vanuit de huidige leningenportefeuille bedraagt de aflossing in 2021 slechts € 2,7 miljoen. De ruimte onder de renterisiconorm komt daarmee uit op € 31,6 miljoen. Omdat de verwachting is dat in 2021 niet of nauwelijks nieuwe langlopende leningen worden afgesloten, blijft het bedrag aan aflossingen zeker ruim onder de renterisiconorm.
Kadernota 2022
21
3 - Rechtmatigheidsverantwoording/In Control Statement (ICS) Het college is en blijft ook vanaf 2021 verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid. Tot het boekjaar 2021 vormt de accountant hierover een oordeel en brengt zij er verslag over uit. Vanaf verslagjaar 2021 stelt het college van B&W deze rechtmatigheidsverklaring op. De commissie BBV (besluit begroting en verantwoording) heeft hiervoor een standaardtekst opgesteld. Uiteraard is het publiceren van de verantwoordingstekst alleen niet voldoende. Er is in de gemeentelijke organisatie een duidelijke grondslag voor deze verantwoording nodig. Deze grondslag wordt de onderbouwing van de verantwoording genoemd. Doel is met een bepaalde mate van zekerheid vast te stellen dat de financiële handelingen hebben plaatsgevonden binnen de kaders van wet- en regelgeving. De externe accountant controleert de getrouwheid van de jaarrekening – inclusief de door het college van B&W getekende rechtmatigheidsverklaring. De accountant geeft geen afzonderlijk oordeel meer over het aspect rechtmatigheid, maar slechts een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening. We zien de rechtmatigheidsverantwoording als mooie eerste stap op weg naar een ICS. De ICS is een verklaring van het college die verder gaat dan de rechtmatigheidsverantwoording.
De reikwijdte is breder en zegt ook iets over het functioneren van de interne bedrijfsvoering en betrouwbaarheid van (risicomanagement)processen en ICT-systemen. De in control statement is een volgende stap na de rechtmatigheidsverantwoording. Het staat elke gemeente overigens vrij om een in control statement in de jaarrekening op te nemen, maar het is niet verplicht. 2021 beschouwen we als overgangsjaar naar de nieuwe aanpak en werkwijze. We implementeren de three lines of defence methodiek in de loop van 2021 waarbij de lijnmanager (eerste lijn) zelf de effectiviteit van de beheersmaatregelen toetst. Daarbij wordt hij/zij ondersteund door de tweede lijn (kwaliteitsmedewerkers, financiën, enz.). Daarnaast voert control review werkzaamheden op de resultaten uit. Het college zal de resultaten delen met de auditcommissie en de raad. In 2022 zal doorontwikkeling plaatsvinden op de three lines of defence methodiek door langzamerhand meerdere thema’s aan deze werkwijze te koppelen. We zullen de raad blijven meenemen in de verder ontwikkelingen op dit onderwerp.
4 - Reserve Integrale Ontwikkeling Zeist (RIOZ) Deze reserve is gevormd om te fungeren als `spaarreserve' waaruit voorzieningen met fundamentele meerwaarde en ambities bekostigd kunnen worden. Bij de kadernota geven we jaarlijks inzicht in denkrichting van de ambities die met behulp van het RIOZ wensen te realiseren. Bij de behandeling van de kadernota heeft de raad de mogelijkheid om suggesties aan het college mee te geven. Definitieve besluitvorming vindt bij de begroting plaats. Onlangs is het voorstel tweede ondersteuningspakket als gevolg van corona vastgesteld. Deels komen de middelen uit het RIOZ. In deze kadernota komen we niet met nieuwe voorstellen. In 2013 heeft u ingestemd met de reserve RIOZ, in 2015 zijn een aantal kaders aangescherpt. We willen voor de kadernota van volgend jaar de werking van RIOZ evalueren. Dit past in het principe van de PDCA cyclus. We willen ingaan op werking van de reserve; - Voldoet het aan de verwachtingen? - Zijn de gestelde voorwaarden ons behulpzaam bij het (spaarzaam) inzetten van de reserve? Rond de kadernota zullen we via een apart voorstel terugblikken en daarbij, indien nodig, met aanscherpingen en aanvullingen komen. Hierbij betrekken we ook overige bouwstenen in onze reserves en voorzieningen. Dit past binnen de Nota Stabiliteitscriteria en het voornemen om het weerstandsvermogen op het gewenste niveau te brengen.