02-21RV030# Bijlage 2 Kadernota 2022
Tekst van het document
Kadernota 2022
22
Bijlage 1 - Bestuursrapportage I 2021 Inleiding
Bij de uitvoering van het met de Raad afgesproken beleid (Begroting 2021 en Uitvoeringsprogramma) zijn een aantal afwijkingen geconstateerd. Zoals gebruikelijk worden deze (financiële) afwijkingen middels een bestuursrapportage aan de Raad voorgelegd. Na vaststelling door de Raad zullen de afwijkingen via de begrotingswijzigingen bij deze Bestuursrapportage in de begroting worden verwerkt. Hierbij dient te worden opgemerkt dat in de Berap I de gevolgen van corona in 2021 nog niet zijn verwerkt. Een eerste beeld zullen we formeel laten bekrachtigen bij de Berap II dit najaar. Wel informeren wij u over de gevolgen van de Coronacrisis zonder begrotingswijziging. Daarnaast hebben we bij de berap I een tegenvaller op het Sociaal Domein bij de Wmo beeld gebracht. We willen hier nadrukkelijk wijzen op het feit dat dit effect structureel is en daarmee ook effect gaat hebben op de begroting 2022 en verder. In de kadernota bieden we een eerste perspectief over hoe we met de structurele effecten willen omgaan. Begrotingssaldo na 1e Bestuursrapportage Het saldo van de nu bekende mee- en tegenvallers in 2021 bedraagt afgerond € 1,6 mln. nadelig. Dit wordt met name veroorzaakt door de stijging van de kosten van Wmo en Jeugdhulp. De begroting van de gemeente Zeist krijgt hiermee onderstaande uitkomst. Opbouw meerjarig perspectief voor eerste bestuursrapportage 2021 (bedragen x € 1.000)
Saldo 2021
Saldo begrotingsboek 2021
-4.952
Taakstelling samenwerking
-207
Saldo primitieve begroting 2021
-5.159
Voorstellen besloten bij begroting 2021
2.307
Beleidsimpulsen besloten bij begroting 2021
-1.163 -4.015
Onttrekking algemene reserve Meerjarenperspectief besluitvorming begroting 2021
4.015 0
Septembercirculaire 2020
330
Decembercirculaire 2020
-114
Vaststellen OZB tarieven 2021: areaalmutaties
-60
Actueel meerjarig perspectief saldo begroting
156
Saldo 1e bestuursrapportage
-1.606
Actueel meerjarig perspectief saldo begroting
-1.450
Kadernota 2022
23
Meldingen met een budgettair effect Bedragen x € 1.000. Een negatief bedrag betekent een tegenvaller, een positief bedrag een meevaller.
2022
2023
-55
+25
+25
Programma 3 Merkbaar beter in zorg voor elkaar 3a Indexering Jeugdhulp 3b Indexering Wmo 3c Indexering toegang 4a Wmo woningaanpassingen 4b Wmo huishoudelijke ondersteuning 4c Wmo begeleiding
-339 -61 -85 -200 -200 -300
-333 -61 -85 -200 -200 -150
Programma 4 Toekomstbestendig wonen 5 Omgevingswet
-150
-89
-40
Programma 1 Goed bestuur in een betrokken samenleving 1 Regionale samenwerking sociaal domein Programma 2 Vitale wijken 2 Begroting riolering onderdeel baggeren
Programma 6 Mobiliteit in beweging 6 Gladheidsbestrijding Programma 8 Samen aan de slag voor het klimaat 7 Begroting riolering 7a Opstellen rioleringsplan 8 Toezichthouder afval 9 Toezicht asbest en sloopmeldingen
Totaal meldingen
2021
2024
2025
-330 -64 -85 -200 -200
-330 -64 -85 -200 -200
-330 -64 -85 -200 -200
-129
-129
-116
-116
-40
-40
-40
-40
-52
-35
-1.606 -1.173 -1.023 -1.035 -1.035
Programma 1: Goed bestuur in een betrokken samenwerking 2021 2022 2023 2024 1. Regionale samenwerking sociaal domein -52 Voor de regionale samenwerking in het sociaal domein wordt ieder jaar een jaarplan + begroting gemaakt. Daarin wordt onder meer opgenomen de kosten van het contractmanagement, personele kosten, innovatie en boven-regionale samenwerking. De kosten worden over de gemeenten verdeeld op basis van inwoner aantal. De financiële bijdrage van Zeist aan deze begroting is € 52.000 hoger dan het beschikbare budget. Programma 2: Vitale Wijken 2021 2022 2023 2024 2. Begroting riolering onderdeel baggeren -55 +25 +25 0 De opdracht voor baggeren is aanbesteed voor een groter areaal dan gebruikelijk. Dit geeft als resultaat dat de kosten voor dit jaar stijgen maar voor de komende twee jaar zullen dalen. Per saldo is deze werkwijze wat voordeliger. 50% van deze kosten worden verrekend met de egalisatievoorziening riolering. Dit is opgenomen bij de begroting riolering in programma 8.
Kadernota 2022
24
Programma 3: Merkbaar beter in zorg voor elkaar 2021 2022 2023 2024 3a. Juiste indexering jeugdhulp -339 -333 -330 -330 3b. Juiste indexering Wmo -61 -61 -64 -64 3c. Juiste indexering toegang -85 -85 -85 -85 Met de gecontracteerde aanbieders voor Wmo en jeugdhulp zijn tarieven voor de zorg afgesproken. In deze tarieven is ook een prijscompensatie opgenomen. De indexering is gebaseerd op de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). De OVA wordt berekend op basis van cijfers die het Centraal Planbureau publiceert. De tarieven voor 2021 zijn geïndexeerd met 3,24%. Bij het opstellen van de begroting 2021 was dit percentage nog niet bekend. De budgetten voor de zorg en de toegang zijn daarom, net als de overige budgetten van de begroting, verhoogd met 1,5%. Dit is echter niet toereikend om de kostenstijging, als gevolg van de indexering, te kunnen dekken. Met ingang van 1 juli 2021 zijn er voor de Wmo begeleiding en een deel van de jeugdhulp nieuwe tarieven vastgesteld. Voor de gespecialiseerde begeleiding heeft dit een gunstig financieel effect. Dit effect is meegenomen in de berekening van deze melding. Met de werkgevers (MEE, B&A en Youké) van de medewerkers in de ST’s en CJG’s is ook het percentage van de OVA afgesproken. Daardoor ontstaat ook op dat budget een tekort als gevolg van een indexatie van 1,5% in plaats van 3,24%. 2022 2023 2024 2021 4a.
Stijgende kosten Wmo woningaanpassingen -200 -200 -200 -200 4b. Stijgende kosten Wmo huishoudelijke ondersteuning -200 -200 -200 -200 4c. Stijgende kosten Wmo begeleiding -300 -150 0 0 Bij de verschillende onderdelen van de Wmo zien wij het effect van de lagere eigen bijdrage die sinds 2019 geldt; het abonnementstarief. Inwoners maken nu eerder de afweging om een traplift en huishoudelijke hulp via de gemeente aan te vragen, omdat dit financieel aantrekkelijker is. Zij betalen dan immers een veel lagere (of geen) eigen bijdrage dan bij de oude systematiek. Daarnaast speelt vergrijzing en langer zelfstandig wonen een belangrijke rol bij de stijgende kosten. Gezien de stijgende trent is het huidige budget niet toereikend. Voor het budget voor begeleiding geldt dat er in het huidige budget vanaf 2022 al rekening werd gehouden met een stijging van de kosten en daarom de melding hiervoor afloopt. Programma 4: Toekomstbestendig wonen 2021 2022 2023 2024 5. Omgevingswet -150 Voor het voorbereidingsjaar 2021 is een werkbudget van € 300K beschikbaar gesteld. Hieruit worden betaald de programmakosten, de kosten voor het traject van de Omgevingsvisie en kosten voor implementatie van het DSO. Uitstel van de invoeringsdatum van de wet heeft tot gevolg dat in 2021 ook al transitiekosten worden gemaakt die oorspronkelijk waren voorzien in de meerjarenbegroting voor de periode na invoering.
Het grootste deel van deze transitiekosten betreft de frictiekosten: het Anders Werken onder de Omgevingswet terwijl de winkel open blijft. Voor het jaar 2021 gaat het voornamelijk om de technisch-inhoudelijke en procesmatige ondersteuning bij de invoering van het Digitaal Stelsel en om de coördinerende rol bij het ontwerp van de Omgevingstafel als nieuw instrument om in participatie met alle betrokken partijen complexe initiatieven te kunnen behandelen. Hiervoor wordt een aanvullend budget van € 150K aangevraagd. In de Kadernota 2022 wordt op basis van de recent verschenen onderzoeksrapporten (KPMG, VNG) over de financiële gevolgen van de Omgevingswet een geactualiseerde prognose met toelichting voor de kosten vanaf 2022 opgenomen, conform de aankondiging in de Begroting 2021. Programma 6: Mobiliteit in beweging 6. Gladheidsbestrijding -35 -0 -0 -0 De RMN heeft aangegeven dat er begin 2021 extra kosten voor gladheidsbestrijding zijn gemaakt. Deze kosten zijn boven de reguliere begrote uren en betreffen ook extra inzet.
Kadernota 2022
25
Programma 8: Samen aan de slag voor het klimaat 7. Begroting riolering -89 -129 -129 -116 Binnen de begrote kosten voor riolering behoeven een aantal posten een bijstelling: Er zijn kosten van onderhoud voor riolering gewijzigd. Voor de kapitaallasten stond een stelpost geraamd voor toekomstige investeringen. Deze stelpost is momenteel negatief begroot. Met het stijgen van de kapitaallasten (door investeringen conform GRP) is deze stelpost in gelijke tred gedaald en is momenteel negatief begroot. Investeringen zijn tot en met 2019 geactiveerd en daarmee zijn de kapitaallasten de afgelopen jaren gestegen. De negatieve stelpost dient te worden geëlimineerd omdat de geraamde kapitaallasten nu niet verder oplopen. We dekken investeringen uit riolering momenteel rechtstreeks uit de vervangingsvoorziening riolering. De stelpost maakt in de begroting 2021 geen onderdeel uit van de tariefberekening, dit zorgt er voor dat het elimineren van deze stelpost ten laste komt van het begrotingssaldo. 7a. Opstellen rioleringsplan In 2021 wordt een nieuw rioleringsplan opgesteld. De kosten worden verrekend met de egalisatievoorziening riolering. Aangezien deze melding weliswaar budget neutraal verloopt maar hoort bij de bijgestelde begroting riolering, wordt deze hier gepresenteerd. 8. Toezichthouder afval In RIB 21.009 bent u geïnformeerd over het aanstellen van een toezichthouder.
De kosten van de toezichthouder worden in de begroting voor afval opgenomen. In eerste instantie worden de kosten betaald uit de egalisatievoorziening afvalstoffenheffing. Er wordt verwacht dat de kosten van dumpingen zullen dalen. 9. Odru onderdeel toezicht op asbest en sloopmeldingen -40 -40 -40 -40 Op grond van het Besluit Omgevingsrecht (BOR) zijn gemeenten verplicht om het toezicht op de professionele asbestsanering bij een omgevingsdienst onder te brengen. Deze taak werd voorheen intern uitgevoerd. Odru voert deze taak al enige tijd uit voor Zeist maar de kosten werden incidenteel geboekt. Met het structureel begroten van deze kosten sluit dit aan bij de dienstverleningsovereenkomst met Odru.
Kadernota 2022
26
Bijlage 1.2 – Toelichting op corona effecten Inleiding De corona-crisis loopt door in 2021. Er is perspectief door de vaccinatiecampagne. De mate van versoepeling zal invloed hebben op de financiële effecten in 2021. Bij het opstellen van deze rapportage, in april 2021, kunnen we nog onvoldoende vooruit kijken. We zien dat de gemeentelijke begroting door Corona op dezelfde punten geraakt wordt als in 2020. De mate waarin dit gebeurd zal afhangen van het e tempo van versoepelingen en inhaaleffecten die wellicht in de 2 helft van 2021 kunnen optreden, denk hierbij bijv. aan het aantal aanvragen voor huwelijksvoltrekkingen.
Op dit moment willen we de onderstaande thema’s benoemen. Daarbij wordt ingegaan op Corona effecten maar wordt nog niet overal een bedrag bij gepresenteerd omdat, zoals gezegd, versoepeling van e de Corona maatregelen nog een inhaal effect kunnen laten zien in de 2 helft van het jaar. En dan is de e 2 Berap meer geschikt om de financiële gevolgen in kaart te brengen. Bedrijfsvoering In 2020 zijn extra uitgaven gedaan om het digitaal werken mogelijk te maken en zijn beschermingsmiddelen aangekocht voor medewerkers die op kantoor aanwezig moeten zijn. Ook in 2021 zal dit van toepassing zijn, maar naar verwachting van minder grote omvang. Communicatie Het college hecht veel belang aan communicatie met inwoners, ondernemers en partners. Op deze manier blijven we in verbinding, geven we invulling aan sociale cohesie en is er de mogelijkheid om maatregelen en versoepelingen toe te lichten en te duiden. Dit vraagt een behoorlijke financiële injectie zonder dat daar tot op heden compensatie vanuit het rijk voor is gekomen. De intensiteit bepalen we aan de hand van de maatschappelijke ontwikkelingen. Minder inkomsten leges huwelijksvoltrekkingen. Door Corona beperkingen vinden huwelijksvoltrekkingen minder plaats of worden soberder uitgevoerd. Daardoor lopen de leges achter op de begroting.
We sluiten niet uit dat dit nog (deels) zal worden gecompenseerd door een inhaalslag als de Coronabeperkingen worden versoepeld. Minder inkomsten leges rijbewijzen en reisdocumenten. Door de Corona maatregelen hebben vrijwel alle landen code oranje gekregen en worden niet noodzakelijke reizen afgeraden of zijn deze onmogelijk. Dit heeft tot gevolg dat er een sterke terugval is in de aanvraag van rijbewijzen en de aanvragen en verlenging van reisdocumenten. We sluiten niet uit dat dit nog (deels) zal worden gecompenseerd door een inhaalslag als de Coronabeperkingen worden versoepeld. Rekening moet worden gehouden met extra benodigde capaciteit bij een mogelijke piek in de aanvragen bij versoepelingen voor de zomervakantie. Minder inkomsten parkeren Corona beperkt de mogelijkheden om te winkelen en/of bezoeken af te leggen in Zeist. Dit heeft tot gevolg dat de inkomsten uit parkeren achterblijven. Financiële compensatie Regelmatig maakt het rijk financiële compensaties bekend. In maart is onderstaande update verstrekt. Bij de meicirculaire zullen we een volgende actualisatie geven. Belastinginkomsten e Voor de precarioheffing en reclamebelasting zijn afspraken gemaakt in het 2 Steunpakket. Toeristenbelasting wordt waarschijnlijk ook geraakt. Campings kunnen wellicht veel binnenlandse vakanties verwachten, maar voor hotels is het een moeilijke periode.
Rondom de ozb zien we tot op heden beperkte effecten, waaronder meer verzoeken tot kwijtschelding.
Kadernota 2022
27
Extra uitgaven handhaving openbare orde Vanwege de situatie rondom Corona hebben handhavers extra werk te verrichten bovenop de reguliere werkzaamheden. Dit zorgt voor extra uitgaven bij de handhaving om deze werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Tegenover deze extra uitgaven is geld ter beschikking gesteld door het kabinet in de vorm van een specifieke uitkering. De uitgaven die vergoed kunnen worden middels die specifieke uitkering hebben betrekking op personeel dat tijdelijke toezichts- en/of handhavingstaken uitoefent of daarbij ondersteuning bieden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de inzet van verkeersregelaars. Minder huurinkomsten De Coronapandemie heeft ook invloed op de huurontvangsten van de gemeente Zeist. De inzichten op basis van de eerste maanden in 2021 wijzen erop dat de huurontvangsten van sportaccommodaties en gymlokalen achterblijven ten opzichte van een reguliere situatie. Extra uitgaven Tozo en Tonk In verband met corona voert de RDWI de Tozo regeling uit. De kosten passen binnen de voorschotten welke door het Rijk beschikbaar worden gesteld. Er wordt een vast bedrag per aanvraag voor uitvoeringskosten beschikbaar gesteld, ook dit is voldoende voor de RDWI om de uitvoeringskosten te dekken. Voor de Tonk geldt dat er voor dit onderdeel compensatie van het Rijk beschikbaar is gesteld. Uw raad heeft in maart jl.
besloten dat deze compensatie hiervoor beschikbaar wordt gesteld. De Tonk wordt ook uitgevoerd door de RDWI. Extra ondersteuning SW bedrijven Zodra er sprake is van extra kosten binnen de Sociale Werkvoorziening in 2021, kunnen we gelden welke door het Rijk beschikbaar zijn gesteld inzetten. Dit heeft tot op heden nog niet plaatsgevonden. Extra uitgaven Buig en reintegratie Tot op heden is er geen sprake van stijging van de Buig en re-integratie lasten. De trend van 2020 zet zich ongewijzigd voort. Extra uitgaven schuldhulpverlening Er zijn nog geen negatieve effecten zichtbaar in de vorm van extra uitgaven voor schuldhulpverlening. De cijfers hieromtrent worden bekend bij de voorjaarsnota van de RDWI. Jeugdzorg en Wmo De toegangsteams voor de zorg hebben het extra druk gekregen; meer contacten en complexere problematiek. Er worden twee extra medewerkers ingezet om de verhoogde werkdruk aan te kunnen.
Er zijn en worden meerdere initiatieven genomen om de verveling bij de jeugd tegen te gaan, eenzaamheid tegen te gaan en het welzijn te bevorderen. Er zijn en worden initiatieven genomen om de eenzaamheid onder ouderen tegen te gaan. Corona doet ook mentaal iets met kwetsbare jongeren. Landelijk worden er meer cliënten gemeld met eetstoornissen en depressiviteit. In Zeist monitoren we zelf ook deze ontwikkeling en proberen we zoveel mogelijk om escalatie te voorkomen. Extra lasten afvalinzameling In 2021 hebben we wederom te maken met extra kosten in verband met afvalinzameling. In de loop van dit jaar ontvangen we hiervoor een separate rapportage en factuur van RMN. Zodra de rapportage binnen is, zullen we een voorstel indienen om de kosten ten laste van de beschikbare compensatiemiddelen van het Rijk te brengen.
Kadernota 2022
28
Kadernota 2022
29
Bijlage 2 van het raadsvoorstel, de voorstellen van fase 1 Met de raad is in aanloop, via de kaderbrief en aanvullende RIB’s (RIB20_119, RIB20_133 en RIB20_141), naar deze veelvuldig gesproken over de wijze waarop we oplossingen kunnen ontwikkelen voor het tekort op de begroting. We spraken af om dit proces op te delen in twee fasen, aangevuld met een mate van participatie die bij deze twee fasen past. In dit document biedt het college van B&W u de uitkomst van fase 1 aan.
Kadernota 2022
30
Inhoud 1.
Inleiding .......................................................................................................................................... 32
2.
De voorstellen ................................................................................................................................ 33 2.1
Het resultaat........................................................................................................................... 33
2.2
Financieel technische voorstellen ........................................................................................... 34
2.3
Aanpassing beleid .................................................................................................................. 39
2.4
Organisatie ............................................................................................................................ 50
2.5
Inkomsten .............................................................................................................................. 51
2.6
Beleidsimpulsen ..................................................................................................................... 52
Kadernota 2022
31
1. Inleiding In dit document nemen we u als raad mee in de voorstellen die wij als college van B&W ondersteunen. Met als doel om fase 1 positief af te ronden, het oplossen van het structurele tekort in de begroting. De opgave in tabelvorm:
Onderdeel (x € 1.000) Begroting 2020 Tegenvallers 2020 (Jeugdzorg) Meicirculaire De opgave bij de begroting Actualisatie begroting Stand van de begroting 2021 (A)
Begroting 2021 -2.995 -2.561 -130 -5.686
Begroting 2022 -2.887 -2.561 475 -4.973
Begroting 2023 -2.475 -2.561 -362 -5.398
Begroting 2024 -2.184 -2.561 -889 -5.634
527
765
416
552
-5.159
-4.208
-4.982
-5.082
Om te voldoen aan deze opgave zijn we gekomen tot diverse voorstellen. Met behulp van, de met u afgesproken, verkaveling geven we inzicht in het resultaat van de voorstellen.:
Voorstellen (x € 1.000) Financieel-technisch Beleidsaanpassingen Organisatie Inkomstenstijging De voorstellen (B)
Begroting 2021 375 1.898 26 8 2.307
Begroting 2022 1.895 3.292 250 8 5.445
Begroting 2023 2.592 3.473 500 225 6.790
Begroting 2024 2.890 3.601 500 225 7.216
Vanaf 2022 is de som van de voorstellen hoger dan de som van de opgave. We willen daarom voorstellen om te investeren in beleidsimpulsen, en deze van financiële dekking voorzien. Begroting 2021 -5.159 2.307 -2.852
Begroting 2022 -4.208 5.445 1.237
Begroting 2023 -4.982 6.790 1.808
Begroting 2024 -5.082 7.216 2.134
Investeren in beleidsimpulsen
-1.163
-1.771
-1.451
-1.551
Stand van de begroting 2021
-4.015
-534
357
583
Stand begroting 2021 (x € 1.000) De stand van de begroting (A) De voorstellen (B) Saldo opgave versus voorstellen
Voor het overgebleven saldo stellen we voor om 2021 en 2022 ten laste te brengen van de algemene reserve. Voor de positieve saldi in 2023 en 2024 stellen we voor om deze ten gunste van de algemene reserve te brengen. In het volgende paragrafen nemen we u inhoudelijk mee door alle voorstellen.
Kadernota 2022
32
2. De voorstellen In dit hoofdstuk presenteren wij de voorstellen die wij in fase 1 willen inzetten om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting.
2.1
Het resultaat
Allereerst presenteren we het resultaat aan voorstellen, hierna gaan we in detail door de voorstellen.
Onderdeel (x € 1000) 2.2 Financieel-technisch 2.3 Beleidsaanpassingen 2.4 Taakstelling organisatie 2.5 Inkomstenstijging De voorstellen De stand van de begroting Saldo opgave versus voorstellen 2.6 Investeringen in beleidsimpulsen Stand van de begroting 2021
Begroting 2021 375 1.898 26 8 2.307
Begroting 2022 1.895 3.292 250 8 5.445
Begroting 2023 2.592 3.473 500 225 6.790
Begroting 2024 2.890 3.601 500 225 7.216
-5.159
-4.208
-4.982
-5.082
-2.852
1.237
1.808
2.134
-1.163 -4.015
-1.771 -534
-1.451 357
-1.551 583
Op volgorde van bovenstaande verkaveling worden de voorstellen nader toegelicht. In paragraaf 2.2 tot en met 2.5 geven we u inzicht in de voorstellen. In paragraaf 2.6 doen we voorstellen voor diverse beleidsimpulsen.
Kadernota 2022
33
2.2
Financieel technische voorstellen
De voorstellen Onderstaand de lijst met financieel technische voorstellen:
Financieel-technisch (bedragen x € 1000) Structurele voorstellen Knelpunten 1. Actualisatie leges reisdocumenten 2. Accountantskosten 3. BBV overhead Begraafplaatsen Financieel technische voorstellen 4. Opheffen risicoreservering BUIG 5. Rente aan voorziening riolering 6. Indexering materiële kosten => efficiency 7. Verlagen post onvoorzien 8. Toevoegen structureel budget Jeugd 9. Afschrijvingsmethodiek onderwijshuisvesting 10. Handhaving parkeren intensiveren 11. Actualisatie opbrengst toeristenbelasting
2021
2022
2023
2024
-252 -70 -280
-263 -70 -280
-281 -70 -280
-140 -70 -280
200 384 200
200 498 350 200 1.080 50 100 30
400 633 700 200 1.080 50 100 60
400 790 700 200 1.080 50 100 60
50 100
Incidentele voorstellen Reserves 12. Afronding projecten voormalig ISV (incidenteel)
43
-
-
-
Subtotaal
375
1.895
2.592
2.890
Structurele effecten
Knelpunten (bedragen x € 1.000) 2021 2022 2023 2024 1. Actualisatie leges reisdocumenten -252 -263 -281 -140 e Eerder gemeld als knelpunt bij de 1 bestuursrapportage van 2019. Door de langere geldigheid van reisdocumenten worden er vanaf 2019 structureel minder reisdocumenten verstrekt. Dit geeft een verlaging van de legesinkomsten (het gemeentelijke deel). Sommige leges kennen een maximum tarief. Hierdoor kunnen de kosten niet altijd één op één worden doorberekend in het tarief. 2021 2022 2023 2024 2. Verhogen accountantskosten -70 -70 -70 -70 Op dit moment hebben we jaarlijks budget van ca € 58.000 voor accountantskosten. Ons huidige contract met Baker Tily bedraagt € 52.000 per jaar. Onze huidige accountant heeft aangegeven dat we rekening moeten houden met een fors hogere aanbesteding voor de toekomst.
Kadernota 2022
34
Dit signaal komt overeen met de inventarisatie die we gehouden bij andere gemeenten die onlangs een aanbestedingsprocedure hebben doorlopen om een nieuwe accountant te contracteren. Voor Zeist betekent dit € 55.000 meer dan het huidige contract. Vanaf het boekjaar 2021 vindt er een wetswijziging plaats. Het college gaat dan een verklaring afgeven over de rechtmatigheid. De externe accountant toetst deze op getrouwheid. Dit betekent dat het college een oordeel geeft over het rechtmatig handelen. Dit vraagt meer en specifiekere kennis van de organisatie. We zijn bezig nieuwe auditors te werven die uitvoering kunnen geven aan de nieuwe wetgeving. Echter het aanbod is zeer schaars. Om kwaliteit binnen te halen om aan de nieuwe eisen te kunnen voldoen zullen aanvullende middelen nodig zijn. Deze worden geschat op € 15.000 Het totaal benodigde bedrag komt hiermee mogelijk op € 70.000. Zonder extra middelen zullen we geen accountant krijgen. Dit zijn we wettelijk verplicht. Daardoor wordt een controle instrument van de raad ontnomen. 2022 2023 2024 2021 3.
BBV overhead Begraafplaatsen -280 -280 -280 -280 Als gevolg van de gewijzigde overheadtoerekening (conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (verder: BBV, zie bijlage 1 van dit raadsvoorstel)), is er als gevolg van het onderdeel crematorium/begraafplaatsen sprake van een onevenredige toename van de overhead. Een stijging die invloed heeft op de prijs. Om marktconform te blijven en toch economisch rendabel te zijn, verlagen we de gemeentelijke overhead op dit onderdeel met 60%, van € 470K naar 190K.
Financieel technische voorstellen (bedragen x € 1.000) 2021 2022 2023 2024 4. Opheffen risicoreservering BUIG 200 200 400 400 Tot nu toe reserveerde we jaarlijks 750K voor tegenvallers op de budgetten gebundelde uitkering (hierna: BUIG). Bij een tekort op BUIG is de gemeente eigen risicodrager voor 7,5% van het totale budget. Omdat de resultaten op BUIG fluctueren; soms een tekort, soms een overschot, leggen we een egalisatiereserve aan ter grootte van 7,5%. Dit doen we in 4 jaar tijd. De eerste 2 jaar de helft, de jaren erna 400K ten opzichte van de 750K die we tot op heden reserveerden. 2021 2022 2023 2024 5. Rente aan voorziening riolering 384 498 633 790 Conform de richtlijnen van de BBV mag er geen rente toegerekend worden aan voorzieningen. Dat betekent dat de rentetoevoeging aan de voorziening riolering mag worden teruggedraaid. We hebben actueel de stand van de spaarvoorziening bijgewerkt en het rente effect ge-elimineerd conform de richtlijnen. Hierbij zien we dat de hoogte van de spaarvoorziening de komende periode verloopt volgens het huidig Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP). De bespaarde rente vormt een voordelig effect op de exploitatie vanaf 2021. 2022 2023 2024 2021 6. Indexering materiële kosten => efficiency 350 700 700 Jaarlijks indexeren we de directe materiële kosten met de prijsindex.
Dit gebeurt via een 'dakpannensysteem' zodat de inhaal van de afgelopen jaren wordt verwerkt. Kapitaallasten, dotaties en loonkosten worden buiten beschouwing gelaten omdat ze een eigen systematiek kennen.
Kadernota 2022
35
Per budget werd tot op heden niet beoordeeld of de indexering nodig is; dit gebeurde automatisch omdat inflatie vrijwel altijd voor een kostenverhogend effect zorgt. Het automatisme vervalt. Inflatie wordt binnen het huidig budget opgevangen als dat mogelijk is. Dit geeft een extra motivatie om efficiënt in te kopen. De indexering 2021 is bij de kaderbrief al vastgesteld. Deze is niet meer te wijzigen, omdat dit al in het technische opstelproces van de begroting is gebruikt voor budget- en tariefberekeningen. We stellen daarom voor als principebesluit voor zowel 2022 als 2023 de eerste 1% indexering niet toe te passen. Omdat het afzien van deze indexering structureel doorwerkt, treedt een cumulerend effect op. Natuurlijk zijn er altijd budgetten waar niet-beïnvloedbare kostenstijgingen plaatsvinden. Daarom boeken we de helft van de rekenkundige besparing in als voordeel. De andere helft houden we beschikbaar voor noodzakelijke indexeringen op die budgetten waarvoor dat aantoonbaar geldt. Indexering van 1% is ongeveer 0,7 miljoen. De helft hiervan boeken we in als besparing, dus 350k. Door deze maatregel 2 jaar toe te passen ontstaat een structurele besparing van 0,7 miljoen. Het maatschappelijke effect is zeer beperkt. Als er op bepaalde budgetten directe gevolgen zijn, kunnen we die met de genoemde stelpost benutten om de gevolgen af te wenden.
Na deze twee jaar vindt geen inhaal plaats, zodat het financiële effect structureel behouden blijft. 2022 2023 2024 2021 7. Verlagen post onvoorzien 200 200 200 200 De post onvoorzien is een post die verplicht is (conform BBV) om in de begroting op te nemen. Jaren geleden, toen we starten met risicomanagement, is een bedrag beschikbaar gesteld voor onvoorziene uitgaven. Door de jaren heen is het bedrag geïndexeerd tot het bedrag dat nu in de meerjarenbegroting staat (€ 385K). Als gekeken wordt naar de hoogte van dit bedrag kunnen we stellen dat dit aan de hoge kant is. Jaarlijks benutten we de stelpost niet volledig. (2016 is € 120K benut, 2017 € 187K, 2018 € 0 en 2019 € 85K. Dus een gemiddelde van circa € 100K per jaar). Indien er een saldo op de post onvoorzien overblijft, voegen we dit toe aan ons weerstandsvermogen. Nu we risicomanagement binnen onze gemeente goed op orde hebben is het beter met een norm te werken. We stellen daarom voor om voor de post onvoorzien vanaf de begroting 2021 uit te gaan van een bedrag per inwoner. Deze vorm van normering wordt door meerdere gemeenten gehanteerd. We willen in de begroting 2021 uitgaan van € 3 per inwoner. Op dit moment heeft Zeist ruim 63.000 inwoners. We stellen voor om bij iedere mutatie per 1.000 inwoners het budget aan te passen. De post onvoorzien komt daarmee uit op € 189K.
De post kan hiermee met ongeveer € 200K worden verlaagd. De norm van € 3 is voldoende. Uit een analyse van de afgelopen jaren is gebleken dat dit bedrag voldoende is om de financiële van risico's in een boekjaar op te vangen. Mocht het toch blijken dat de effecten te groot zijn, kan aanspraak op de reserve weerstandsvermogen gedaan worden. Een lagere norm is vooralsnog niet wenselijk, doordat de budgetten binnen onze begroting steeds verder onder druk komen te staan, bestaand beleid wordt omgebogen, we te maken hebben met diverse onzekerheden (gemeentefonds, sociaal domeinen, corona, enz.) De norm van € 3 past ook in het beeld waar wij als gemeente voor staan. Het blijft voldoende robuust. In vergelijk met andere gemeenten zitten we met € 3 nog aan de bovenkant. Zo hanteert de gemeente Leusden een normbedrag van € 2 per inwoner, Utrecht een bedrag van € 1,75 en de gemeente De Bilt circa € 2,50. Dit onderwerp heeft vanwege de link met het weerstandsvermogen een directe link met de, in fase 2, uit te brengen nota stabiliteitscriteria. Proces nota stabiliteitscriteria: In concept is de nota gereed, echter de impact van de keuzes is groot en het tijdsbestek tot aan besluitvorming van de begroting kort. We willen daarom in alle rust met u over het onderwerp in gesprek In fase 2. Bij de kadernota 2022 wordt de nota dan definitief ter besluitvorming aan u voorgelegd.
Kadernota 2022
36
2022 2023 2024 2021 8. Toevoegen structureel budget Jeugd - 1.080 1.080 1.080 Het kabinet heeft, zoals bekend, voor de jaren 2019 tot en met 2021 één miljard euro extra aan gemeenten beschikbaar gesteld voor de jeugdzorg. Voor Zeist betekende dit in 2019 € 1.433.000 en in 2020 en 2021 € 1.080.000 extra. Het eventueel structureel bijplussen van het jeugdbudget wordt aan een volgend kabinet overgelaten. Gemeenten mogen echter in hun meerjarenbegroting voor 2022, 2023 en 2024 een stelpost ‘extra middelen jeugd’ opvoeren. Ze mogen, met andere woorden, ‘doen alsof’ ze ook in 2022 en 2023 extra jeugdzorggeld van het Rijk krijgen. Dat is voor de zomer 2019 afgesproken met de provinciaal toezichthouders, het ministerie van Binnenlandse Zaken en de VNG. Daarmee wordt het iets makkelijker om een sluitende meerjarenbegroting te maken en hoeft er minder worden bezuinigd. In de media is deze mogelijkheid bekend geworden onder de naam “boekhoudtruc”. Bijna zestig procent van de gemeenten maakt gebruik van deze ‘boekhoudtruc’ in de meerjarenbegroting 2020. De gemeente Zeist heeft er in eerste instantie voor gekozen dit niet te doen. Belangrijkste argument daarvoor was dat de gemeente Zeist altijd alleen maar “zekere” inkomsten heeft begroot. Met “zekere” bedoelen we hier de inkomsten genoemd in circulaires en beschikkingen van het Rijk. Deze inkomst is na 2021 helemaal niet zeker.
Voor de begroting 2021 bestaat de mogelijkheid nog steeds om de extra middelen voor jeugdhulp vanaf 2022 structureel op te nemen in de begroting. De toezichthouder (de provincie) stemt daarmee in. Voor Zeist gaat het dus om jaarlijks € 1.080.000. 1. Het risico dat een nieuw kabinet de extra middelen niet continueert blijft aanwezig. Dan zou er alsnog een tekort in de begroting ontstaan.. In fase 2 geven we dit onderwerp opnieuw een plek en zoeken we naar alternatieve mogelijkheden voor dit onderwerp. Om hiermee de risico’s (indien een nieuw kabinet deze extra middelen niet continueert) te beperken. 2021 2022 2023 2024 9. Afschrijvingsmethodiek onderwijshuisvesting 50 50 50 50 De financiële afschrijvingsmethodiek die wordt gebruik binnen de reserve onderwijshuisvesting is 40 jaar voor bouwkundige deel van gebouwen, 15 jaar voor installaties. Schoolgebouwen komen na 40 jaar in aanmerking voor levensduur verlengende renovatie en na 65 jaar voor nieuwbouw. De gemiddelde technische afschrijvingstijd is daardoor langer dan de financiële afschrijvingsmethodiek. Met dit voorstel laten we dit nog beter op elkaar aansluiten en is jaarlijks minder storting nodig in de reserve onderwijshuisvesting. De afschrijvingsmethodiek is gebaseerd op het strategische huisvestingsplan wat een doorkijk heeft van 16 jaar. Hierin is de verhouding tussen renovatie en nieuwbouw inzichtelijk.
Als deze verhouding in de komende 16 jaar drastisch wijzigt, zal ook de werkelijke gemiddelde afschrijftermijn wijzigen. Dit heeft dan weer effect op de benodigde stortingen in de reserve onderwijshuisvesting. 2022 2023 2024 2021 10. Handhaving parkeren intensiveren 100 100 100 100 Als we gemiddeld 3 á 4 dagen per week handhaven, dan stijgen de inkomsten uit naheffingen met ongeveer 100.000 euro. Daarnaast zal de betalingsgraad toenemen omdat minder mensen het risico op een naheffing zullen nemen, globale inschatting van 50.000 euro. Samen 150.000 euro. De kosten van het meer inzetten van handhavers zal rond de € 50.000 bedragen. Daarom is er een mogelijke meeropbrengst van € 100.000 netto. Dit kan op korte termijn worden gerealiseerd. Met deze maatregel ontzien we de betalende parkeerders en belasten we de niet-betalende parkeerders wel.
Kadernota 2022
37
2022 2023 2024 2021 11. Actualisatie opbrengst toeristenbelasting 30 60 60 De opbrengst toeristenbelasting vertoont al een aantal jaren een stijgende trend. De werkelijke opbrengst is ongeveer € 400k en ligt daarmee hoger dan de begroting (€ 335k). De begrote opbrengst kan dus verhoogd worden. Dit betekent geen tariefsverhoging, maar een realistische begroting. Vanwege de gevolgen van de Coronacrisis zal zich waarschijnlijk een tijdelijke daling voordoen in de jaren 2020 en 2021. Wanneer in de zomer van 2021 de beperkingen zijn opgeheven, is terugkeer naar het oude niveau haalbaar. Mogelijk gaan ook veel Nederlanders juist nu in Nederland op vakantie. Voorzichtigheidshalve gaan we gaan er van uit dat in 2023 weer het niveau van 2019 wordt behaald.
Incidentele effecten
Reserves (bedragen x € 1.000) 2021 2022 2023 2024 12. Afronding projecten voormalig ISV 43 In het verleden zijn vanuit ISV bijdragen ontvangen voor specifieke projecten. Om de projecten af te ronden is minder geld nodig, dan de reserve bevat. Op deze middelen zit geen terugbetaal verplichting. Voorstel is om de niet benodigde middelen (€ 43.000) vrij te laten vallen.
Kadernota 2022
38
2.3
Aanpassing beleid
De voorstellen Onderstaand de lijst met beleidsaanpassingen.
Beleidsaanpassingen (bedragen x € 1000)
2021 2022 2023 2024
Programma 1 - Goed bestuur in een betrokken samenleving 13. Openingstijden fysieke lokketten worden aangepast 14. Openingstijden KCC worden aangepast 15. Stopzetten thuisbezorging van reisdocumenten 16. Geautomatiseerde klantondersteuning 17. Actualisatie post internationale betrekkingen
65 6 -50 9
135 6 65 9
135 100 6 65 9
135 100 6 65 9
Programma 2 - Vitale gemeenschappen 18. Maatwerk GGD 19. Sportverkiezing Zeister Sportsterren 20. Sportevenementen 21. Taakstelling bibliotheek en Kunstenhuis
25 -
50 10 5 250
50 10 5 250
50 10 5 250
22. Regelingen Incidentele activiteiten en nieuwe initiatieven
50
50
50
50
23. Efficiënter groenbeheer 24. Bomen aanplanten in kleinere maat 25. Geen landschappelijke beplanting 26. Actualisering begroten Groen
58 5 25 58
58 5 25 58
68 5 25 58
68 5 25 58
Programma 3 - Merkbaar beter in zorg voor elkaar 27. Actualisatie budget kind en jeugdwerk 28. steunpunt GGZ anders inrichten (H) 29. Taakstelling WMO 30. Taakstelling Jeugd 31. Regionale samenwerking 32. Actualisatie begroting inclusie agenda
94 350 10
94 350 500 10
94 5 350 750 50 10
94 5 350 750 50 10
Programma 4 - Toekomstbestendig wonen 33. Bijstellen exploitatiebegroting Beukbergen 34. Utrechtseweg Noord 35. Kostenverhaal
70 250 150
70 250 150
70 65 150
70 193 150
Programma 5 - Veilig thuis en op straat 36. HALT 37. Particulier toezicht 38. Actualisatie van veiligheidsbudgetten 39. Samenvoegen post crisisbeheersing met veiligheidsbudget
15 30 21
12 15 30 21
13 15 30 21
13 15 30 21
Programma 6 - Mobiliteit in beweging 40. Digitaliseren parkeervergunningen (per 2021 of 2022)
0
10
10
10
Kadernota 2022
39
Programma 7 – Meedoen 41. besparing participatie budget 42. Subsidies 43. Santé en stichting MEE
-
200 300 54
200 300 54
200 300 54
Programma 8 - Samen aan de slag voor het klimaat 44. Sanering milieuhinderlijke bedrijven 45. Brede Milieuvisie 46. Actualisering begroting routekaart energie 47. Gemeentelijk aandeel bodemsanering uit projecten dekken 48. Plaagdierenbestrijding, geen muizen
22 83 200 218 15
22 76 50 218 15
22 76 218 15
22 76 218 15
Programma 9 - Economie als versneller 49. verzelfstandiging warenmarkten
34
34
34
34
Programma 10 - Maatschappelijk bewust financieel Beleid 50. Bijstellen voorziening groot onderhoud woningen 51. Verlagen begroting structurele leegstand
65 20
65 20
65 20
65 20
Subtotaal
1.898
3.292 3.473 3.601
Programma 1 Goed bestuur (bedragen x € 1000) 2021 2022 2023 2024 13. Openingstijden fysieke lokketten worden aangepast 65 135 135 135 De Gemeente hanteert krappere openingstijden van de balie burgerzaken (halfdaags) en realiseert een snelbalie bij de receptie voor het ophalen van producten die zijn aangevraagd. Hier hoeft geen afspraak voor gemaakt te worden en men kan met vrije inloop terecht. Dit heeft als resultaat en efficiëntere inzet van de receptie en burgerzaken. Dit deels in 2020 en deels in 2021 zorgt voor een besparing op de personeelslasten bij Burgerzaken ter hoogte van € 65.000,- in 2021 en 145.000 in 2022/2023/2024. De dienstverlening blijft op een gelijk niveau. De manier waarop verschuift van fysiek naar (voor een deel ook) digitaal. Daardoor kan een grote groep burgers gemakkelijker tijds- en plaatsonafhankelijk diensten afnemen. Burgers die dit liever persoonlijk bij de gemeente doen kunnen alsnog bij de balie van burgerzaken terecht. 2022 2023 2024 2021 14. Openingstijden KCC worden aangepast 100 100 De gemeente past de openingstijden voor het KCC aan naar ma-do van 9 tot 17 uur en vrijdag van 9 tot 12.30 uur. De ruimte die wordt gecreëerd kan allereerst ruimte bieden voor de kwaliteitsverbetering die nodig is voor het verbeteren van structurele knelpunten (het in beeld brengen van klantreizen en verbetermogelijkheden daarin).
Naar verwachting zal de flexpool vanaf 2023 minder worden ingezet.
Kadernota 2022
40
2022 2023 2024 2021 15. Stopzetten thuisbezorging van reisdocumenten 6 6 6 6 We zien dat deze vorm van dienstverlening onvoldoende aansluit op vraag en behoefte van onze inwoners. De behoefte is klein. Daarbij is thuisbezorging een relatief dure dienstverlening met € 12,95 per bezorgd document. Op basis van gemiddeld aantal bezorgde documenten over 2019 zou dit een besparing opleveren van € 6K op jaarbasis en bij grotere afname hoger. Wellicht dat in de komende jaren de behoefte aan deze dienst alsnog groeit en we hiervoor een nieuw voorstel kunnen doen. Maatwerk blijft mogelijk in de gevallen waar dit nodig is (verpleeghuizen, etc). 2021 2022 2023 2024 16. Geautomatiseerde klantondersteuning 65 65 65 -50 Een chatbot is een efficiënt alternatief voor het beantwoorden van meer eenvoudige, gestandaardiseerde vragen. Door de snelheid waarmee artificial intelligence (a.i./kunstmatige intelligentie) en machine learning zich de laatste jaren ontwikkelen, nemen de toepassingsmogelijkheden toe. Zo kan een burger tijds- en plaatsonafhankelijk op vrij simpele vragen direct antwoord krijgen via de chatbot op de website. Dit zou een eenmalige investering vragen van 50.000 euro en structurele besparing op kunnen leveren op de personeelslasten van € 65K. 2022 2023 2024 2021 17.
Actualisatie post internationale betrekkingen 9 9 9 9 Het gaat hier om het realistisch begroten van de post internationale betrekkingen. Hierbij is rekening gehouden met de werkelijke uitgaven uit het verleden en een inschatting gemaakt van het benodigde budget om de uitvoering hiervan op peil te houden. Met de € 5K die overblijft zijn we in staat om de relatie met Berkane op een goed niveau te houden.
Programma 2 Vitale gemeenschappen (bedragen x € 1000) 2021 2022 2023 2024 18. Maatwerk GGD 25 50 50 50 Op maatwerk zou een besparing gerealiseerd kunnen worden van maximaal 50K. De overige maatwerk taken zijn essentieel en zullen, indien weggehaald bij GGD elders ingekocht moeten worden. 50K bestaat uit programma's die wellicht overlappen met werkzaamheden van CJG /ST. We laten dit geleidelijk instromen. 2021 2022 2023 2024 19. Sportverkiezing Zeister Sportsterren 10 10 10 Zeister Sportsterren is de sportverkiezing van Zeist waarbij in 2018, 2019 en 2020 sportman, sportvrouw, sporttalent, sportvrijwilliger en sportploeg in het zonnetje worden gezet. In een half jaar naar aanloop van de officiële uitreiking wordt aandacht gevraagd voor bijzondere sportprestaties in Zeist. We houden een bedrag van € 2.000 over, hier gaan voor op zoek naar alternatieve mogelijkheden om bijzonder sportprestaties te eren.
Kadernota 2022
41
2022 2023 2024 2021 20. Sportevenementen 5 5 5 Jaarlijks financieren we verschillende sportevenementen uit de budgetten sport. Voorbeelden hiervan zijn evenementen zoals wielrenevenement, fietsvierdaagse, schaatsbaan, waar mensen zelf aan kunnen deelnemen, maar ook side events bij landelijke of internationele evenementen zoals internationale sporttoernooien als Zeister Slottoernooi, EK, WK en Olympische Spelen. Met dit voorstel is deze met 50% teruggebracht. 2021 2022 2023 2024 21. Taakstelling bibliotheek en Kunstenhuis 250 250 250 We beperken de subsidie voor de maatschappelijke rol en taken rond de bibliotheek-inzet voor Zeist zoals die nu vooral vanuit twee organisaties IDEA en het KunstenHuis De Bilt Zeist met hun netwerken worden uitgevoerd. We zetten als reëel alternatief beide organisaties, naast focus op (boeken-)uitleen, aan tot en een optimalisering in het management en de uitvoering van hun inzet, netwerkfuncties en samenwerkingen met andere maatschappelijke initiatieven zoals TaalHuis, RTV SlotStad, Debatcentrum, Netwerken Cultuureducatie en Cultuur In Zeist. 2021 2022 2023 2024 22. Regelingen Incidentele activiteiten en nieuwe initiatieven 50 50 50 50 We organiseren de uitvoering van een aantal regelingen voor incidentele activiteiten en nieuwe initiatieven effectiever.
We brengen enerzijds een hoger plafond aan in de eigen regelingen en bezuinigen zo € 50.000 op beide regelingen en combineren zoals in veel gemeenten gebruikelijk is een deel van de resterende budgetten (bijvoorbeeld tot een maximum van € 100.000,-) direct aan de taakstelling en opdrachten bij de doorstart van de tot nu toe succesvolle inzet van de cultuurmakelaar als netwerker en initiator ook van cofinancieringen vanuit andere overheden en fondsen.
23. Efficiënter groenbeheer Door een andere aanpak in groenbeheer is een besparing te realiseren.
2021 58
2022 58
2023 68
2024 68
2021 2022 2023 2024 24. Bomen aanplanten in kleinere maat 5 5 5 5 Op dit moment planten we de meeste bomen aan in de maat 18-20 en 20-25. Als aanpassing kunnen we een kleinere maat gaan aanplanten; bij 20-25 naar 18-20 en bij 18-20 naar 16-18. Kleinere maten slaan over het algemeen beter aan. 2022 2023 2024 2021 25. Landschappelijke beplanting 25 25 25 25 Begin 2020 was het concept rapport Landschappelijke beplanting gereed. In het najaar 2020 wordt dit concept aangepast en nogmaals besproken met de groene groepen. We gaan werken vanuit streefbeelden. Hiermee temporiseren we de omvorming van het areaal maar kunnen we de visie van de landschappelijke beplating goed uitvoeren. 2021 2022 2023 2024 26. Actualisering begroten Groen 58 58 58 58 Nader onderzoek wijst uit dat er op drie onderdelen structurele ruimte in het budget aanwezig is (kapvergunningen/bladruimen/wijkbeheer onkruidbestrijding). Deze posten worden allen naar nihil gebracht.
Kadernota 2022
42
Programma 3 Merkbaar beter in zorg voor elkaar (bedragen x € 1000) 2021 2022 2023 2024 27. Actualisatie budget kind en jeugdwerk 94 94 94 94 Het verlagen van het budget kind en jeugdwerk 2021 met € 94.000. Het verlagen van het budget heeft geen effect op de uitvoering van de taken, daar er voldoende dekking beschikbaar is. 2021 2022 2023 2024 28. steunpunt GGZ anders inrichten 5 5 De medewerkers van het steunpunt gaan op de locaties werken van de teams. Hierdoor zijn zij in de wijken aanwezig en daardoor dichterbij de burger. Zij kunnen ook nauwer samenwerken met de teams waardoor zij eerder ingezet kunnen worden. Zij spelen ook een belangrijke rol bij GGZ in de wijk/wet verplichte GGZ. 2021 2022 2023 2024 29. Taakstelling WMO 350 350 350 350 Sinds 2018 zien we de kosten binnen de Wmo in zo’n mate toenemen dat ze niet alleen het beschikbare rijksbudget overschrijden, maar dat ook de opgebouwde reserve voor het sociaal domein na dit jaar volledig benut zal zijn. We hebben te maken met een meerjarig stijgende trend in de uitgaven. We staan voor de uitdaging om kosten van en budget voor het sociaal domein weer met elkaar in balans te brengen, zodat inwoners kunnen blijven vertrouwen op de beschikbaarheid van kwalitatieve hulp en ondersteuning. Daarvoor voeren we een opgave op van circa 3% verlaging op het huidig begrote bedrag (2020) voor Wmo.
Deze centrale ontwikkelrichting loopt langs twee lijnen: • Het versterken van de sociale basis, waarbij het ‘voorveld’ (welzijn en informele hulp) in lijn wordt gebracht met de opgave van het CJG en het Sociaal Team. • Het uitwerken van het begrip normaliseren, wat neerkomt op het maken van heldere keuzes over welke vragen bij het gewone leven horen en waarvoor professionele hulp nodig is. Daarvoor is het noodzakelijk dat onverminderd wordt ingezet op preventie en doorbraak (zie onderdeel beleidsimpulsen). Zonder het versterken van de sociale basis langs de investeringen in preventie en innovatie is het onmogelijk dat we deze verandering/transities tegen de stroming in kunnen maken. Ook de preventie- en transformatieaanpak vanuit het sociaal domein alleen zal niet voldoende zijn om substantieel bij te dragen aan een sluitend meerjarenperspectief voor de gemeente. Daarnaast wordt er ingezet op het realiseren van besparingen op de inzet van hulpmiddelen, woningaanpassingen, huishoudelijke hulp en begeleiding. Onderzocht wordt of hulpmiddelen op een efficiëntere wijze kunnen worden ingezet, bijvoorbeeld via een deel- of leenconstructie. Voor woningaanpassingen worden afspraken gemaakt met de woningcorporaties. Voor huishoudelijke hulp en begeleiding wordt onder andere ingezet op het versterken van het kostenbewustzijn in de toegangsteams.
Er wordt ingezet op een kritische afweging van de duur en omvang van verstrekkingen en mogelijkheden voor afschaling in omvang en aard of inzet vanuit de sociale basis. Met coördinatie van Zorg gaat meer ingezet worden op het voeren van een strakkere procesregie op de uitvoering van de tweedelijns hulp. Op die manier wordt onnodig doorlopen van hulp voorkomen en de mogelijkheden voor afschalen beter benut. De werkwijze sociale netwerk versterking gaan we weer nadrukkelijker gebruiken, zodat het eigen netwerk optimaal e ingezet wordt waardoor kosten in de 2 lijn worden voorkomen. Naast een aanscherping van het toegangsproces zal ook vanuit inkoop- en contractmanagement ingezet worden op afschaling van zorg en een efficiënte inzet van voorzieningen. Daarnaast zal er onverminderd inzet zijn op het beschikbaar krijgen van voldoende financiële middelen vanuit het rijk. Kadernota 2022
43
2022 2023 2024 2021 30. Taakstelling Jeugd 500 750 750 Sinds 2018 zien we de kosten binnen het jeugddomein toenemen en wel in zo’n mate dat ze niet alleen het rijksbudget overschrijden, maar dat ook de opgebouwde reserve voor het sociaal domein na dit jaar volledig benut zullen zijn. We hebben dus te maken met een stijgende trend. We staan voor de uitdaging om kosten van en rijksbudget voor het sociaal domein weer met elkaar in balans te brengen, zodat inwoners kunnen blijven vertrouwen op de beschikbaarheid van kwalitatieve hulp en ondersteuning. Daarvoor voeren we een opgave op voor een verlaging van het budget, ten opzichte van de primitieve begroting voor Jeugdhulp. Samen met preventie en transformatie zijn twee ontwikkelrichtingen ingezet: • Het versterken van de sociale basis, waarbij het ‘voorveld’ (welzijn en informele hulp) in lijn wordt gebracht met de opgave van het CJG en het Sociaal Team. • Het uitwerken van het begrip normaliseren, wat neerkomt op het maken van heldere keuzes over welke vragen bij het gewone leven horen en waarvoor professionele hulp nodig is. Daarvoor is het noodzakelijk dat onverminderd wordt ingezet op preventie en doorbraak (zie onderdeel beleidsimpulsen). Zonder het versterken van de sociale basis langs de investeringen in preventie en innovatie is het onmogelijk dat we de verandering/transities tegen de stroming in kunnen maken.
Bovenstaande voorstellen in preventie en doorbraak vanuit het sociaal domein alleen zijn niet voldoende. We gaan ook de komende periode binnen de teams gericht aan de slag met het versterken van het kostenbewustzijn, onder andere door voor de teamleden de data wat betreft aantallen en uitgaven per team inzichtelijk te maken en hier met elkaar op te reflecteren. En gezamenlijk in ieder team het gesprek aan te gaan over het nog kritischer bekijken van de duur en omvang van ingezette hulpverlening en mogelijkheden voor afschaling in omvang en aard of inzet vanuit de sociale basis. Ook in de werkwijze van de teams ontwikkelen we door. Met coördinatie van Zorg gaat meer ingezet worden op het voeren van een strakkere proces regie op de uitvoering van de tweedelijns hulp. Op die manier wordt onnodig doorlopen van hulp voorkomen en de mogelijkheden voor afschalen beter benut. De Werkwijze sociale netwerk versterking gaan we weer nadrukkelijker gebruiken, zodat het eigen e netwerk optimaal ingezet wordt waardoor kosten in de 2 lijn worden voorkomen.
Naast een aanscherping van het toegangsproces zal ook vanuit inkoop- en contractmanagement ingezet worden op afschaling en een efficiënte inzet van jeugdhulp De totale, uiteindelijke besparing op de jeugdhulp in 2024 wordt als volgt opgesplitst: - Essentiële functies € 100.000 - Ambulante begeleiding € 300.000 - J-GGZ € 150.000 - Inkoop- en contractmanagement € 200.000 Daarnaast zal er onverminderd inzet zijn op het beschikbaar krijgen van voldoende financiële middelen vanuit het rijk. 2021 2022 2023 2024 31. Regionale samenwerking regio Zuidoost Utrecht 50 50 Het gaat hier om de regionale samenwerking binnen de regio Zuidoost Utrecht. De gemeenten Zeist, Utrechtse Heuvelrug, De Bilt, Bunnik en Wijk bij Duurstede vormen samen de regio Zuid Oost Utrecht. Deze gemeenten hebben gezamenlijk de inkoop van de jeugdhulp en ondersteuning in het kader van de Wmo georganiseerd. Daarnaast wordt op diverse gezamenlijke opgaven binnen het sociaal domein samengewerkt. We denken te kunnen besparen op de inzet in de regio door te besparen overheadskosten, zoals huur locaties, via efficiënter digitaal overleg en via een andere taakverdeling en door kritisch te kijken naar werkzaamheden die wij als gemeente(n) zelf kunnen uitvoeren.
Kadernota 2022
44
2022 2023 2024 2021 32. Actualisatie begroting inclusie agenda 10 10 10 10 Het verlagen van het budget van de inclusie agenda per 2021 van € 100.000 naar € 90.000. Dit heeft geen gevolgen voor de uitvoering van de inclusie agenda, het betreft hier namelijk het realistisch begroten van deze post.
Programma 4 Toekomstbestendig wonen (bedragen x € 1000) 2021 2022 2023 2024 33. Bijstellen exploitatiebegroting Beukbergen 70 70 70 70 Er is na de projectfase meer zicht op werkelijke exploitatiekosten. Er is een nieuwe exploitatiebegroting gemaakt, waaruit een structurele lagere last blijkt. 2021 2022 2023 2024 34. Utrechtseweg Noord 250 250 65 193 De gebiedsvisie Utrechtseweg Noord is uitgewerkt in een Voorlopig ontwerp voor het groene raamwerk. De benodigde middelen voor plankosten en uitvoering zijn gedeeltelijk opgenomen in de meerjarenbegroting. Gekeken is welke herijking er mogelijk is zonder de essentie van de gebiedsvisie aan te tasten. Hierbij zijn als uitgangspunten gehanteerd: aanvragen van subsidies, afspraken maken met ontwikkelaars / derden over financiële bijdragen en kritisch kijken naar benodigde werkzaamheden en ambitieniveau hiervan. Historische en naar verwachting niet te verhalen plankosten (ca 200.000) worden gedekt uit incidenteel geld in de periode 2020 t/m 2022). Werkzaamheden waar we verplichtingen voor zijn aangegaan met derden i.v.m. subsidie of kostenbijdragen worden conform afspraken uitgevoerd. Daarom is er in 2021 en 2022 incidenteel geld noodzakelijk ( in totaal 300.000). Het gaat hierbij vooral om ontsluiting / bereikbaarheid van de deelgebieden en herinirichting van de groene randen rondom nieuwe ontwikkelingen.
Bepaalde werkzaamheden kunnen we niet uitstellen omdat de situatie anders erger wordt (Japanse Duizendknoop + vijver Pestersbosje). Alle grijze en blauwe werkzaamheden worden geactiveerd op de begroting (ca 1,4 miljoen). Dit budget samen met alle bijdragen van derden worden eerst ingezet voor de direct noodzakelijke werkzaamheden. We houden dan nog een budget over voor werkzaamheden aan het groen, zij het veel minder dan mee gerekend bij het VO, er kan dus minder voor gedaan worden of het ambitieniveau moet worden bijgesteld. We maken op basis van beschikbare middelen een plan. Daarbij blijft de essentie van de gebiedsvisie overeind, maar zal het ambitieniveau hier en daar versoberd moeten worden. Lastig is dat we met deze werkwijze niet precies kunnen aangeven welke werkzaam heden we op welk ambitieniveau uit kunnen voeren. Dat doen we in een vervolgplan gebaseerd op het beschikbare budget. Voor de begroting betekent dit dat de 1,4 miljoen te activeren meerjarig op de begroting komt te staan (50.095 per jaar), maar dat de incidentele bedragen voor 2021 t/m 2027 deels te vervallen (bij elkaar ca 1,3 miljoen).
Kadernota 2022
45
2022 2023 2024 2021 35. Kostenverhaal RO 150 150 150 150 Als we kijken naar de totstandkoming van ruimtelijke ontwikkelingen in Zeist, vallen twee zaken op. Om te beginnen heeft onze dienstverlening een hoog niveau. We steken veel tijd in het voorbereiden en mogelijk maken van ruimtelijke initiatieven. Daarbij speelt participatie een belangrijke rol. Daarnaast is de ruimtelijk-juridische context van Zeist bijzonder. Ontwikkelingen zijn hoofdzakelijk binnenstedelijk en daarmee complex, belangengroepen en burgers laten zich gelden en er zijn veel monumenten. Deze factoren zorgen ervoor dat veel ambtelijke inzet nodig is om plannen tot stand te laten komen. Bij bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen brengen we leges in rekening. Deze kosten zijn gebaseerd op de benodigde inzet voor het op- en vaststellen van bestemmingsplannen en voor het in behandeling nemen en beschikken van vergunningen. Vrijwel altijd vindt al ambtelijke inzet plaats voordat een bestemmingsplan tot stand komt of een aanvraag omgevingsvergunning. Deze kosten worden soms gedekt door zogeheten kostenverhaal vanuit projecten, maar lang niet altijd. Wij hebben te maken met een ureninzet van gekwantificeerd circa € 800.000,- die niet gedekt is. Onze inzet is erop gericht om voor 2021 een bedrag van € 150.000,- aan ongedekte ureninzet te verhalen op initiatiefnemers.
Hiermee genereren we voldoende opbrengsten om de beoogde 2%-doelstelling te realiseren. Het is gebruikelijk om de ambtelijke inzet voor ruimtelijke initiatieven te verhalen op initiatiefnemers maar dat gebeurt in Zeist dus onvoldoende. Het meer verhalen van kosten heeft tot gevolg dat bouwprojecten voor de initiatiefnemers (veelal marktpartijen) iets duurder worden. Op het totaal van de bouwkosten van een project is dit echter marginaal. We verwachten dan ook niet dat het leidt tot hogere woningprijzen of het moeilijk kunnen voldoen aan de bekende woningdifferentiatie die voldoende betaalbare woningen in een project eist. We geven veel ruimte aan participatie. Dit betekent soms in de praktijk dat we als gemeente aan de voorkant niet of nauwelijks ruimtelijke kaders meegeven. Deze insteek kan een soepel participatieproces bemoeilijken omdat er geen duidelijk afgebakend ruimtelijk speelveld is. De ervaring leert dat het opstellen en vaststellen van ruimtelijke kaders en duidelijkheid geven over taken en verantwoordelijkheden van betrokken partijen leidt tot heldere en eenduidige verwachtingen. Het vergroot de kans op draagvlak tijdens de planvorming en verkleint de kans op (soms langlopende) juridische procedures na besluitvorming. Met deze insteek sorteren we voor op de invoering van de Omgevingswet.
Programma 5 Veilig thuis en op straat (bedragen x € 1000) 2021 2022 2023 2024 36. HALT 12 13 13 Halt geeft algemene voorlichting (criminaliteit, verslaving, weerbaarheid, vuurwerk) en biedt dat aan op alle scholen met name groepen 7 en/of 8, vuurwerk ook op VO.; We willen vanaf 2022 het budget halveren; Dat betekent dat we samen met HALT een keuze maken en meer maatwerk gaan bieden. Scholen moeten meer gebruik maken van de gemeentelijke organisatie, de Boa’s, jongerenwerkers, CJG en ervaringsdeskundige ouders die de voorlichting kunnen geven. Voordeel: meer verbinding school & samenleving.
Kadernota 2022
46
2022 2023 2024 2021 37. Particulier toezicht 15 15 15 15 We zijn nu erg ruimhartig met inzet van particulier toezicht als er ergens een leefbaarheids of veiligheidsprobleem is. Hier gaan we kritischer in zijn. Jarenlange toezichtafspraken, zoals die er zijn rond de scholen in Kerckebosch gaan we afbouwen. Dat levert een besparing van € 15.000 op 2021 2022 38. Actualisatie van veiligheidsbudgetten 30 30 We actualiseren de veiligheidsbudgetten, hierdoor valt de benodigde post 10% lager uit.
2023 30
2024 30
2021 2022 2023 2024 39. Samenvoegen post crisisbeheersing/rampenbestrijding met veiligheidsbudget 21 21 21 21 Dit is een technische herijking. Jaarlijks is een bedrag van € 21.000 geraamd. Het wordt vaak niet of maar ten dele benut.
Programma 6 Mobiliteit in beweging (bedragen x € 1000) 2021 2022 2023 2024 40. Digitaliseren parkeervergunningen (per 2021 of 2022) 10 10 10 Deze maatregel gaan we in 2020 uitvoeren met een doorloop in 2021. Door de parkeervergunningen te digitaliseren (bij Parkeerservice), zal onze bijdrage aan Parkeerservice afnemen met ongeveer € 10.000 per jaar. Dat komt omdat we geen papieren vignetten meer laten drukken en omdat de prijs die Parkeerservice per vergunning in rekening brengt lager is als we deze vergunningen digitaal afnemen. Naast de hierboven genoemde €10.000 zal Parkeerservice het werkproces efficiënter uitvoeren dan onze eigen afdeling Publiekszaken. Onder andere doordat diverse controles gedigitaliseerd worden. Dat betekent een besparing op uren, hoeveel uren exact wordt nog uitgezocht.
Programma 7 Meedoen (bedragen x € 1000) 2021 2022 2023 2024 41. Herverdeling participatiebudget 200 200 200 Het participatiebudget bedraagt € 2.090.000,-. Dit wordt door de RDWI ingezet voor het aan het werk helpen van mensen die een uitkering hebben. Zeist levert een relatief grote bijdrage aan dit budget. In de regio wordt gesproken over een herverdeling van de kosten. We gaan er vanuit dat we hiermee maximaal een besparing van 10% op het budget kunnen realiseren. 2021 2022 2023 2024 42. Subsidies (Sociaal domein) 300 300 300 We stellen voor om voor 300K minder aan subsidies te verstrekken (taakstelling). Het inhoudelijke voorstel volgt. We gaan er meer op sturen dat de grote kernpartners zoals MeanderOmnium, GGD en RSD hun kerntaken zelf volledig oppakken, waardoor minder aparte subsidie van gemeente aan kleine partners nodig is. Daarnaast herijken we van alle subsidies de inhoud.