01B-23RV048 Bijlage 1b APV integrale tekst
Tekst van het document
Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
Afdeling 8. Verbod vuur te stoken Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor zover het betreft: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert.
3. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening. 6. Het gevaar bedoeld in het tweede lid, onderdeel c wordt in ieder geval geacht aanwezig te zijn in bos- en natuurgebieden en op erven en terreinen binnen 50 meter van een bos- of natuurgebied tijdens droge perioden waarbij de droogteindex (zoals vastgesteld door de Veiligheidsregio Utrecht) meer dan 55 bedraagt.
Afdeling 9. Verstrooiing van as Artikel 5:35 Begripsbepaling [Vervallen] Artikel 5:36 Verboden plaatsen [Vervallen] Artikel 5:37 Hinder of overlast [Vervallen]
Afdeling 10 Detecteren van voorwerpen Artikel 5:37a Detectieverbod 1. Het is verboden zich te bevinden met een metaaldetector of enig ander voorwerp, kennelijk bedoeld voor het opsporen van wapens, munitie, munten, explosieven, metalen voorwerpen en dergelijke in een door het college aangewezen gebied. 2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op degene aan wie een certificaat als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de Erfgoedwet is verstrekt of degene die dit certificaat ingevolge de in artikel 5.1, tweede lid, van de Erfgoedwet bedoelde algemene maatregel van bestuur niet nodig heeft. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een persoon of organisatie die in het bezit is van een procescertificaat opsporen conventionele explosieven dat is afgegeven door de bevoegde Minister of een certificerende instelling. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 kan het college de ontheffing weigeren ter bescherming van: a. de woon- en leefomgeving; b. flora en fauna.
Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1 Strafbepaling
1. Overtreding van het bij of krachtens de artikelen van deze Verordening bepaalde en de op grond van artikel 1:6 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening, als ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing is. Artikel 6:2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: a. de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering; b. algemeen toezichthouders, tot wiens taak het Apv-toezicht behoort; c. de functionarissen van de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) regio Utrecht, voor zover het toezicht betrekking heeft op de taken van de GGD; d. milieu- en parkwachters voor zover het toezicht betrekking heeft op hun taken; e. de marktmeester voor zover het toezicht betrekking heeft op zijn taken. 2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.
Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening 1. Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is bekendgemaakt. 2. De Algemene plaatselijke verordening Zeist 2011 wordt ingetrokken als deze verordening in werking treedt. Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, tweede lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 6:6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Zeist 2017. Ondertekening Aldus gewijzigd vastgesteld in de openbare raadsvergadering van PM mr. J. Janssen, griffier
drs J.J.L.M. Janssen, voorzitter