CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01-Ronde Tafel - Bijdrage SMZ Gebiedsvisie Dijnselburg

Ronde Tafel 26 september 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: Ronde Tafel Gebiedsvisie Dijnselburg3.659 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 Inspraakreactie Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake ‘Rv Gebiedsvsie Dijnselburg’ Geachte raadsleden, vertegenwoordiger College, overige aanwezigen, 1. Thans ligt het: ‘Rv Gebiedsvisie Dijnselburg’ voor besluitvorming door de gemeenteraad voor. Gaarne maakt de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. van de geboden gelegenheid gebruik nog een (korte) reactie op het voorliggende raadsvoorstel te geven. Eerst zal bij het planproces worden ingegaan, waarna de: ‘Gebiedsvisie Dijnselburg’ in inhoudelijke zin aan de orde zal worden gesteld. Afgesloten zal worden met een conclusie; Planproces 2. Aan het voorliggende raadsvoorstel is een langdurig proces voorafgegaan, inclusief diverse participatierondes; 3. Reeds in de: ‘Structuurvisie ‘Zeist schrijf je met een Q (Zeist, 2011)’ heeft de gemeente de ambitie uitgesproken om de kwaliteit van de zone langs de A-28 te verbeteren, waarbij er dan met name ook bijzondere aandacht was voor het gebied ten noorden van de A-28 en ten oosten van de Panweg. Het opstellen van een Gebiedsvisie kan daarbij dan als een eerste, maar uiteraard niet onbelangrijke stap worden gezien; 4. Teneinde tot een gebiedsvisie te kunnen komen zijn dan eerst op basis van participatie de daarop van toepassing kaders verkend en deze ook in de: ‘Ontwerp-Kadernotitie Dijnselburg (BRO, 2018)’ verwoord.

Die: ‘Ontwerp-Kadernotitie Dijnselburg (BRO, 2018)’ heeft toen ook gedurende een bepaalde periode ter inzage gelegen, waarbij o.a. door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. van de gelegenheid gebruik is gemaakt daarop een zienswijze in te dienen. In de: ‘Reactienota – Concept-Kadernotitie Dijnselburg’ is daar toen ook door de gemeente een reactie op gegeven. Uiteindelijk is de: ‘Kadernotitie Dijnselburg’ in 2018 door de gemeenteraad vastgesteld; 5. Daarna is het proces opgestart om voor het gebied van Dijnselburg, dus het gebied gelegen tussen de Panweg, de A-28, de Amersfoortsestraatweg en de kern Huis ter Heide, waarbij dan het zogenaamde Kerkepad als grens is aangehouden, tot een gebiedsvisie te komen. T.b.v. met name het participatieproces zijn toen ook een aantal spelregels opgesteld’ die aan het begin van het participatieproces aan de participanten ter kennis van participanten gesteld (zie in deze dus met name ook de notitie: ‘Spelregels voor de participatiegroep Gebiedsvisie Dijnselburg nov. 2018 – maart 2019); 6. Zoals o.a. ook uit diverse Raadsinformatiebrieven naar voren komt, maar met name ook uit diverse brieven zoals deze in de loop van de tijd door diverse organisaties en ook partijen naar de gemeente zijn gestuurd, zal het duidelijk zijn dat proces om tot een gedragen gebiedsvisie te komen uiteindelijk zeer moeizaam verlopen.

Eigenlijk was het al meteen vanaf het begin duidelijk dat de diverse betrokkenen t.a.v. met name de toekomstige ontwikkelingen een andere visie/perspectief op het gebied hadden, hetgeen op zich natuurlijk geen unicum is. Door evenwel vrijwel meteen vanaf het begin van het proces in belangrijke mate te focussen op de mogelijkheden voor rode ontwikkelingen, dus scenario’s waar o..i. nu net die rode ontwikkelingen centraal stonden, dat dus uitgaande van diverse woningbouwprogramma’s, i.p.v. eerst de waarden van een gebied in kaart te brengen en ook hoe deze kunnen worden verbeterd, kom je o.i. al snel in een proces waarbij je eerder tegenover komt te staan, dan dat je samen op basis van aanwezige waarden op pad gaat naar een gedragen visie, dat dus op basis van consent (zie in deze dus ook de: ‘Kadernotitie Dijnselburg (BRO, 2018)’); 7. Natuurlijk vooruitlopend op het proces en ook tijdens het proces zijn die waarden in kaart gebracht, zowel m.b.t. de cultuurhistorie (zie in deze o.a. het rapport: ‘Cultuurhistorisch onderzoek Dijnsellburg (NM, 2019)’)’, als m.b.t. de ecologie/beschermde soorten (zie in deze o.a. ook: ‘Oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna op het landgoed Dijnselburg (Blom Ecologie, 2019)’ en m.b.t. de das name ook het rapport: ‘Aanvullend onderzoek dassen Landgoed Dijnselburg en omgeving (Ecogroen, 2023)’).

Maar kennelijk was het gewicht dat aan die waarden werd toegekend en zodoende de mate waarin deze in de gebiedsvisie als drager voor eventuele toekomstige ontwikkelingen zouden moeten functioneren door verschillende partijen op een verschillende wijze

2 geïnterpreteerd, dat dus mede ook vanuit welk perspectief naar het gebied werd gekeken; 8. Mede n.a.v. de zo ontstane impassie is op voorstel van een aantal participanten toen nog wel de ontwikkeling van een zogenaamd: ‘Groen scenario’ opgepakt, waarvoor toen ook een drietal bijeenkomsten hebben plaatsgevonden, maar ook dat proces is uiteindelijk om voor de betreffende participanten onduidelijke redenen stilgelegd; 9. Daarna is het proces vanuit de gemeente wel weer opgepakt, waartoe toen ook een aantal filmpjes zijn gemaakt, zij het dat het daarna wederom stil werd. Wel werd halverwege 2022 door de gemeente (per mail) aangegeven dat zij op verzoek participanten zelf meer de regie wilde nemen, hetgeen dan feitelijk alleen nog een nader overleg tussen de gemeente en diverse eigenaren betekende. Hetgeen er dan op neer kwam, althans zo heeft een groot deel van de participanten dat ervaren, dat zij verder buiten spel werden gezet; 10. Uiteindelijk werd dan half oktober 2022 aan de participanten de zogenaamde: ‘ConceptGebiedsvisie Dijnselburg’ ter kennisname toegestuurd, dat ook met diverse zogenaamde ‘Ontwikkelvelden’; 11. Uiteindelijk is eind 2023 m.b.t. het proces aan de raadsleden de ‘Raadsinformatiebrief/RIB24.024’ toegestuurd m.b.t. een stand van zaken.

Die RIB was dan mede de aanleiding voor een aantal participanten om halverwege januari 2024 een gezamenlijke brief naar de gemeente te sturen. Ten tijde van de raadsinformatiebijeenkomst op 25 januari 2024 die mede was belegd om de raadsleden van nadere informatie over de proces m.b.t. de ontwikkeling van een gebiedsvisie voor Dijnselburg te voorzien, is toen ook door een aantal participanten van de gelegenheid gebruik gemaakt om hun ‘ongenoegen/onbehagen’ m.b.t. het algehele proces aan de gemeenteraad/aanwezige raadsleden kenbaar te maken. Wel is er mede n.a.v. hetgeen dienaangaande in de betreffende gezamenlijke brief naar voren werd gebracht, nog wel een schriftelijke reactie vanuit de gemeente gekomen (zie in deze ook de ‘Brief gemeente’, d.d. 15 februari 2024), waarop dan ook door de participanten weer een reactie is gegeven. 12. Daarnaast is ook nog door diverse betrokken participanten half februari 2024 een gezamenlijke brief naar GS gestuurd, dat ook gezien haar bevoegdheden t.a.v. ontwikkelingen buiten wat dan voorheen als de ‘rode contour’ werd aangeduid, thans als gelegen buiten het ‘stedelijk gebied’; 13. Daarna heeft er in mei van dit jaar voor een aantal participanten een presentatie van de: ‘Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg’ plaatsgevonden. Duidelijk werd dat de gebiedsvisie t.o.v.

van de eerdere: ‘Concept-Ontwerp-Gebiedsvsie Dijnselburg’ alsnog op een aantal punten is herzien. Zo is dan met name niet langer in de bouw van woningen (50) op het landgoed Dijnselburg (sec) voorzien. Dat dan mede n.a.v. van een (ambtelijke) reactie vanuit de de provincie Utrecht dat zij de bouw van een 50 tal woningen in de zogenaamde ‘kuil’ van het landgoed Dijnselburg ‘niet kansrijk’ acht gezien de daarmede gepaard gaande aantasting van de op het landgoed aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie (zie in deze dus met name ook: ‘RIB24.080’); 14. Vervolgens is de door het College vastgestelde: ‘Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg’ voor het indienen van zienswijzen ter inzage gelegd, waarbij o.a. door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. een zienswijze is ingediend (zie wat betreft de op de gebiedsvisie ingediende zienswijzen ook de diverse in die zin bij het: ‘Rv’ gevoegde bijlagen). In de bij het: ‘Rv’ gevoegde: ‘Nota van beantwoording Zienswijze Gebiedsvisie Dijnselburg’ wordt dan door de gemeente een reactie op de betreffende zienswijzen gegeven; 15. Met het voorliggende: ‘Rv Gebiedsvisie Dijnselburg’ beoogt de gemeente dan na 8 jaar tot besluitvorming m.b.t. de toekomstige ontwikkeling van Dijnselburg te komen; 16.

Tussendoor speelde wel ook nog de verkenning van de mogelijkheid om op de camping Dijnselburg tot de bouw van aantal tijdelijke flexwoningen te komen, hetgeen kennelijk uiteindelijk niet haalbaar bleek. Wel is in augustus. 2023 het besluit genomen om de huisvesting van Oekraïners hier voor een periode van 3 jaar mogelijk te maken (zie in deze ook het: ‘Rv Vervolg opvang ontheemde Oekraïne’);

3 17. In procesmatige zin wordt dan door de gemeente in de: ‘Nota van Beantwoording zienswijze Dijnsellburg’ op meerder plekken aangegeven dat ook zij uiteindelijk niet geheel gelukkig was met het proces zoals dat heeft plaatsgevonden en dat d(i)e bevindingen zullen worden meegenomen in het kader van het nog op te stellen: ‘Participatiekader voor inwoners en initiatiefnemers’; Inhoudelijke aspecten 18. Eerst zal (overeenkomstig de zogenaamde ‘Lagenbenadering’) bij diverse waarden worden stilgestaan, alvorens de: ‘Gebiedsvisie Dijnselburg’ zelf aan de orde zal worden gesteld; Waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie 19. Zoals ook door diverse participanten vanaf het begin van het proces aangegeven, gaat het wel degelijk om een heel bijzonder gebied. Zo maakt het gebied van oudsher als de Uithof Dinslo (betekenis: ‘Open plek in het bos’) deel uit van het Klooster zoals dat van 1122 was gesitueerd ter plaatse van het huidige landgoed Oostbroek (zie in deze overigens ook het rapport: ‘‘Cultuurhistorisch onderzoek Dijnsellburg (NM, 2019)’); 20. Iets later maakte Dinslo dan deel uit van de gebiedsontwikkeling van wat dan heden ten dagen als de Wegh der Weegen wordt aangeduid, de roedenverkaveling van (een deel van) de weg tussen Amersfoort en Utrecht zoals deze vanaf 1647 vorm heeft gekregen. T.b.v.

de bescherming van die waarden is inmiddels door de Werkgroep Wegh der Weeghen voor d(i)e weg een: ’Streefbeeld Wegh der Weegen’ ontwikkeld (zie in deze o.a. de: ‘Kadernotitie Dijnselburg’, Hoofdstuk 7: ’Relevante delen projectenveloppen Streefbeeld Wegh der Weegen’); 21. Ook wat betreft de natuur kan aan het gebied van Dijnselburg wel degelijk een belangrijk betekenis worden toegekend, zoals ook uit de diverse ecologische onderzoeken naar voren komt (zie in deze dus o.a. ‘Oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna op het landgoed Dijnselburg (Blom Ecologie, 2019)’ en m.b.t. de das name ook het rapport: ‘Aanvullend onderzoek dassen Landgoed Dijnselburg en omgeving (Ecogroen, 2023)’). Dat dus niet alleen door het voorkomen van (zeer) oude bosgroeiplaatsen, maar door de diverse er voorkomende (beschermde) soorten, zoals verschillende vleermuissoorten, de das, hazelworm, etc.; Gebiedsvisie Dijnselburg 22. Zoals ook hiervoor onder het hoofdje: ‘Planproces’ reeds aangegeven was het geen eenvoudig proces om tot een gezamenlijk gedragen visie te komen. Dat overigens niet alleen doordat bepaalde eigenaren bepaalde ambities m.b.t. woningbouw hadden, maar ook doordat de gemeente vooral in het begin toch een afwachtende, of moet ik zeggen onduidelijke houding aannam, dat mogelijk ook door de kansen die zij voor het gebied zag met wat wel de door haar zelf gesteld opgave m.b.t.

de ‘Versnelling huisvestingsopgave’ zag, dus gedurende 5 jaar elk jaar 500 extra mensen (250 regulier woningzoekenden en 250 statushouders) te huisvesten; 23. Hoe een en ander uiteindelijk ook zij, zoals in het voorgaande ook al naar voren gebracht, het gebied kent relatief hoge cultuurhistorische en ook ecologische waarden, die voor vele van de participanten, zo niet (bijna) allemaal, als een belangrijke voorwaarde, zo niet de belangrijkste voorwaarden werden gezien t.a.v. de toekomstige ontwikkeling van het gebied; 24. Dat er tegelijkertijd wel ook kansen lagen, dat mede op basis van de diverse analyses, voor het gebied als geheel tot een (bepaalde) kwaliteitsimpuls te komen, zal ook duidelijk zijn. Niet alleen op basis van hetgeen dienaangaande in de diverse rapporten werd aangegeven, maar ook door hetgeen door het begeleidende bureau, namelijk BRO, aan voorstellen werd gedaan, dat overigens mede op basis van hetgeen door diverse participanten ten tijde diverse bijeenkomsten in die zin naar voren werd gebracht. Zo is dus een ‘rijk palet’ aan kansen/ideeën ontstaan hoe aan het gebied die kwaliteitsimpuls kon worden gegeven zoals deze op basis van de: ’Structuurvisie – Zeist

4 schrijf je met een Q’ werd voorgestaan, dat dus ook vanuit het perspectief van het gebied vanuit een groter geheel; 25. Daarbij werd het voor velen al snel duidelijk dat er gezien aanwezige waarden er al snel een spanningsveld kan ontstaan tussen eventuele rode ambities en die groene waarden en ook de ambities deze te verbeteren, hetgeen dan met name voor het landgoed Dijnselburg (sec) gold. In die zin waren er dan ook door diverse participanten toch met name kritische kanttekeningen bij de diverse scenario’s zoals deze door zowel de BRO/gemeente, als de eigenaar van het landgoed Dijnselburg in de loop van het proces werden gepresenteerd; 26. Uiteindelijk is het dus (kennelijk) de opstelling van de provincie geweest die er dan toe heeft geleid dat de eerder als zodanig gepresenteerde: ‘Concept-Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg’ alsnog op bepaalde punten wezenlijk is bijgesteld (zie wat betreft opstelling provincie in deze dus o.a. hetgeen dienaangaande in de: ‘RIB 24.080’ is aangegeven).

In die zin dat de toekomstige rode ontwikkelingen, dus een bepaalde dynamiek, dan alleen nog in westelijke gedeelte van het ‘landgoed Dijnselburg (in brede zin)’ is voorzien, dus ter hoogte van zowel de ‘Camping Dijnselburg’ en ook de ‘Sporthal Dijnselburg’, waarbij dan juist in het oostelijke deel, dus het landgoed Dijnselburg (sec), het accent/de focus op behoud en het versterken van aanwezige cultuurhistorische en ecologische waarden is gericht, dat inclusief de daarbij behorende rust (zie in deze dus ook de: ‘Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg’, Fig.: 17: ‘Rust en reuring landgoed Dijnselburg’, pag. 27); 27. Laat het duidelijk zijn dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zich in hoofdlijnen in de keuze die alsnog is gemaakt kan vinden, dat dus ook gezien de binnen het gebied Dijnselburg aanwezige waarden. Zij het wel onder een aantal (rand)voorwaarden; 28. Zoals bekend is gebied waar het hier om gaat gelegen buiten de rode contour, waarvoor overeenkomstig de: ‘Omgevingsverordening Provincie Utrecht’ een ‘verstedelijkingsverbod’ van kracht is. Weliswaar kan daar op basis van een aantal mogelijkheden vanaf worden geweken, zoals op basis van het zogenaamde: ‘Kernrandzonebeleid’ (zie ook de: ‘Omgevingsverordening Provincie Utrecht’, Art. 9.10), hetzij de instructieregel: ‘Woningbouw onder voorwaarden mogelijk’ (zie ook de: ‘Omgevingsverordening provincie Utrecht’, Art.

9.15), maar in beide gevallen is het dan wel een belangrijke voorwaarde dat aan het gebied als geheel (of aan wijdere omgeving op basis van ‘Groen groeit mee’) een (groene) kwaliteitsimpuls dient te worden gegeven; 29. Juist gezien de randvoorwaarden die in die zin in de:’Omgevingsverordening Provincie Utrecht’ m.b.t. ontwikkelingen buiten de rode contour zijn aangegeven, zeker als het om woningbouwplannen met meer dan 50 woningen gaat, is het voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dan ook van groot belang, voor zover men dat binnen het gebied van de: ‘Gebiedsvisie Dijnselburg’ bepaalde rode ontwikkelingen wil toestaan, dat uiteraard onder bepaalde voorwaarden, zoals o.a. het behouden (waardevolle bomen), dat daar dan op gebiedsniveau een duidelijke (ruimtelijke) groene kwaliteitsimpuls tegenover staat en deze ook is geborgd/verzekerd, bijvoorbeeld door op dat niveau van het gebied als geheel een bepaalde financiële verevening mogelijk te maken/eisen. 30. Nu is in antwoord op de dienaangaande door diverse indieners op de: ‘OntwerpOmgevingsvisie Dijnselburg’ ingebrachte zienswijzen door de gemeente aangegeven, dat wat betreft de voor het gebied beoogde woningbouw, namelijk van de bouw van (maximaal) 200 woningen in het voorkomende geval niet gebruik wordt gemaakt van de: ‘Omgevingsverordening provincie Utrecht’, Art.

9.10, dus van het zogenaamde: ‘Kernrandzonebeleid’, maar van Art. 9.15, dus de mogelijkheden die het zogenaamde ’Programma wonen en werken’ biedt (zie in deze dus ook de: ’Nota van Antwoord zienswijzen Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg’, onder 2.1.3). Op dienaangaande door diverse indieners van zienswijzen m.b.t. de te realiseren kwaliteitsimpuls gestelde vragen is dan tevens aangegeven dat ‘vanuit de woningbouwontwikkeling op het recreatiepark straks een (eenmalige) financiële bijdrage kan worden versterkt aan het landgoed voor herstel, als impuls voor kwaliteitsverbetering’, maar ‘dat de opbrengsten van het recreatiepark ook nodig zijn om de kwaliteit van de ontsluiting aan de Panweg te

5 verbeteren’ (zie in deze ook de: ‘Nota van Antwoord zienswijze Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg’, onder 2.1.5).Gezien het gestelde zou het o.i. toch goed zijn als ook echt duidelijk zou worden hoe dan uiteindelijk de toch overeenkomstig de: ‘OntwerpGebiedsvisie Dijnselburg’ beoogde (groene) kwaliteitsimpuls ook daadwerkelijk wordt geborgd/verzekerd, dat niet alleen voor het gebied als geheel, inclusief de voorgestelde ecologische maatregelen, en dan die voor het landgoed Dijnselburg (sec) in het bijzonder. Hetgeen voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o., dat dus ook gezien het daartoe bepaalde in de: ‘Omgevingsverordening Provincie Utrecht’, toch een belangrijke voorwaarde is om met voorliggende visie, inclusief de daarbij aangegeven rode ontwikkelingen voor de Camping en die ter hoogte van de Sporthal, te kunnen instemmen; 31. Natuurlijk ook de eigenaar van een landgoed Dijnselburg (sec) heeft een bepaalde verantwoordelijkheid om het (NSW-)landgoed adequaat te beheren, evenals daarbij uiteraard ook rekening houdend, zoals de gemeente ook in haar antwoord al aangeeft, met de eisen/voorwaarden die daaraan vanuit de wettelijk kaders, zoals m.b.t. bescherming beschermde soorten in kader Omgevingswet en erfgoedwaarden, zijn te stellen, maar als we ook echt met zijn allen als samenleving een kwaliteitsimpuls aan het landgoed (sec) willen geven, zal daar o.i.

juist ook op gebiedsniveau dan ook iets tegenover moeten staan. Daartoe zou dan wel eerst op basis van beschikbare rapporten en zo nodig nadere inventarisaties alsnog voor het landgoed (sec) op basis hetgeen daartoe in voorliggende: Gebiedsvsie’ t.a.v. de toekomstige kansen tot een kwaliteitsimpuls wordt aangegeven een ‘Inrichtings- en beheerplan’ dienen te worden opgesteld, inclusief bijbehorende kostenramingen, zodat ook in financiële zin duidelijk is hoe aan het landgoed (sec) de gewenste kwaliteitsimpuls kan worden gegeven. Dat dan indien een bepaalde verevening op gebiedsniveau naar het landgoed plaatsvindt daarbij tegelijkertijd ook een bepaalde openstelling van het landgoed aan de orde wordt gesteld, spreekt o.i. dan voor zich, zij het ook daarbij dus rekening houdend met aanwezige waarden en in het bijzonder de natuurwaarden (vergelijk dus ook voor de gebiedsvisie als geheel beoogde zonering tussen meer dynamische en meer rustige gedeelten); 32. Daarnaast zijn door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. in haar zienswijzen diverse zaken aan de orde gesteld die zij voor het realiseren van een bepaalde kwaliteitsimpuls van belang acht. Wat betreft de natuur gaat het dan o.a. om het respecten van een bepaald rustgebied voor de das.

In die zin wordt het dan gewaardeerd dat in de visie het eerdere beoogde kronkelpad door de kuil, die dan overeenkomstig de gebiedsvisie als ‘ecologisch rustgebied’ dient te functioneren, alsnog is geschrapt, evenals alsnog de voorwaarde is opgenomen dat op het landgoed honden aangelijnd dienen te worden. Waarbij bij dat laatste dan wel zij aangetekend hóe men dit dan ook echt wil gaan handhaven, want de ervaringen elders leren dat dat nog niet zo eenvoudig is en dat een algeheel verbod in die zin meer zoden aan de dijk zet. Anderzijds wil de gemeente kennelijk vooralsnog wel vasthouden aan het bouwen van een tweetal schuurwoningen ter hoogte van de bestaande schuren, die nu juist wel heel dicht nabij de hoofdburcht van de op het landgoed Dijnselburg voorkomende dassenclan zijn gelegen. Waarom dan ook juist niet ter plaatse voor het aanhouden van een beheerschuur voor het landgoed wordt gekozen i.p.v. deze ‘door te ontwikkelen tot een buitenhuiscomplex’, blijft dan aan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. toch onduidelijk; 33.

Meer in het bijzonder wordt toch ook voor het landgoed Dijnselburg (sec) de deur voor bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen opengezet (zie in deze dus ook de: ‘Gebedsvisie Dijnselburg’, Hoofdstuk 5.3.5: ‘Uitgangspunten onbebouwd deel landgoed’), mits daarbij wordt voldaan aan de voorwaarden die voor buitenplaatsen daartoe in de ‘Omgevingsverordening Provincie Utrecht’ worden gegeven en waarbij dan in de in die zin gegeven beantwoording wordt verwezen naar de: ‘Leidraad Behoud door ontwikkeling op historische Buitenplaatsen (Provincie Utrecht, 2014)’. Nu heeft de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. veel ervaring met de ruime toepassing van de in de betreffende ‘Leidraad’ en ook: ’Omgevingsverordening’ m.b.t. buitenplaatsen gegeven

6 ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden, dus zou het o.i. beter zijn die optie er alsnog uit te laten; 34. Verder zou het o.i. toch ook goed zijn als er m.b.t. duurzaamheid, ook al is daar dan bijzondere aandacht voor, duidelijke ambities/kaders worden aangegeven, zoals wat betreft de woningbouw die m.b.t. het: ‘Convenant duurzame woningbouw’, Categorie ‘Goud’ en wat betreft de natuur minimaal een ‘Basiskwaliteit natuur’ (zie in deze ook nog vast te stellen ‘Uitvoeringsplan/Actualisatie Biodiversiteitsvisie Zeist’); 35. Al met al kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zich dus wel in een groot aantal van de m.b.t. diverse gebiedsdelen in de: ‘Gebiedsvisie Dijnsellburg’ gegeven uitgangspunten vinden, zij het vaak wel met enige aanvullingen/kansen tot verbetering, maar haar grootste punt van zorg blijft toch hoe we uiteindelijk samen met zijn allen de voor het gebied als geheel geschetste kwaliteitsimpuls, zowel m.b.t. de natuur als de cultuurhistorie, gaan bereiken en dan in het bijzonder ook die kwaliteiten die dan niet direct met bepaalde rode ontwikkelingen samenhangen, zoals de beoogde faunapassages (onder de Panweg en de Amersfoortseweg); Conclusie 36. Allereerst wil de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. de complimenten aan met name BRO overbrengen voor al hun inzet, dat in een moeilijk speelveld.

Dat geldt uiteindelijk ook voor de gemeente, die het ook gezien de vele wisselingen van de projectleiding toch ook niet eenvoudig heeft gehad. Wel zou het goed zijn het gehele proces te evaleren, dat zowel in procesmatige als inhoudelijk zin, zodat daar ook lering uit kan worden getrokken; 37. Alhoewel de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. in algemene zin met de voorliggende gebiedsvisie kan instemmen, blijft zij dus kritisch hoe uiteindelijk de overeenkomstig de ‘Gebiedsvisie Dijnselburg’ na te streven gebiedskwaliteiten, inclusief de cultuurhistorische en ook ecologische kwaliteiten, waaronder ook diverse nog te realiseren faunapassages, ook daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd. Juist teneinde dat te verzekeren, zoals ook in dienaangaande m.b.t. de voor het gebied beoogde ‘rode ontwikkelingen’ in de: ‘Omgevingsverordening Provincie Utrecht’ als randvoorwaarde aangegeven, zou het dus goed zijn als een bepaalde verevening ook als harde randvoorwaarde in het ‘Rv’ als beslispunt zou worden opgenomen.. Patrick Greeven (bestuurslid Stichting Milieuzorg Zeist e.o.)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14558763/2