01-Bijdrage SMZ rv BP Sortie 16
Tekst van het document
1 Inspraakreactie Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake’: ‘Rv Bestemmingsplan Sortie 16’ Geachte commissieleden, wethouder, overige aanwezigen, 1. Hedenavond is de behandeling van het: ‘Rv Bestemmingsplan Sortie 16’ aan de orde. Gaarne maakt de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. van de gelegenheid gebruik nog een reactie op het betreffende raadsvoorstel te geven. Eerst zal nog op het planproces worden ingegaan, alvorens een inhoudelijke reactie zal worden gegeven. Afgesloten zal worden met een conclusie; Planproces 2. Vanaf 2004 is het Programma Hart van de Heuvelrug opgestart, dat teneinde het zuidelijk en noordelijke gedeelte van de Heuvelrug in landschapsecologische zin met elkaar te verbinden, dat op basis van het zogenaamde ‘schaakbordmodel’, waarbij er een uitwisseling van rood en groen plaatsvindt. De basis van die uitwisseling van rood en groen is dan dat er uiteindelijk van een positieve groen-roodbalans sprake is (zie in deze ook de: ‘Raamovereenkomst Hart van de Heuvelrug (Programmabureau Hart van de Heuvelrug, 2004)’. De uitwerking vond dan plaats op basis diverse zogenaamde ‘Clusterovereenkomsten’, zoals die van Zeist en Soest; 3.
Vanwege het aflopen van de: ‘Raamovereenkomst Hart van de Heuvelrug’, zijn dan in 2015 tussen de provincie Utrecht en de beide gemeenten Zeist en Soest, zogenaamde ‘Samenwerkingsovereenkomsten’ afgesloten, zowel voor het Programma Hart van de Heuvelrug (sec), als voor de Vliegbasis; 4. Een van de programmaonderdelen van (met name) de: ‘Samenwerkingsovereenkomst Hart van de Heuvelrug’ is dan de (her)ontwikkeling van Sortie 16, oftewel het voormalige terrein van Dorrestein dat inmiddels door de Provincie is/was aangekocht; 5. Teneinde die (her)ontwikkelng mogelijk te maken is dan eerst een: ‘Gebiedsvisie (BGSV, 2020)’ opgesteld, dat mede op basis van beschikbare onderzoeken, zoals het door het ecologische adviesbureau Van de Bijtel opgestelde: ‘Natuurwaardenonderzoek terrein Dorrestein/Sortie 16 (Ecologisch adviesbureau Van den Bijtel, 2020)’, dat dan op 19 januari 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld, waarbij toen tevens een motie is aangenomen m.b.t. de woningdifferentiatie; 6. Vervolgens is op basis van de betreffende gebiedsvisie een: ‘VoorontwerpBestemmingsplan Sortie 16’ opgesteld, hetgeen van 10 juni t/m 21 juli 2021 ter inzage is gelegd. Dat inclusief een diverse nadere stukken, zoals een: ‘Beeldkwaliteitsplan (BSVG, 2020), het eerdere ecologisch onderzoek, etc.. Door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. is daar indertijd ook een uitvoerige reactie op gegeven.
Door de gemeente is daar dan weer in de: ‘Nota van Inspraak’ een reactie op gegeven; 7. Uiteindelijk is dan voor de periode van 17 februari t/m 30 maart 2022 het: ‘Ontwerpbestemmingsplan Sortie 16’ ter inzage gelegd. Ook daarop is door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. een uitgebreide zienswijze ingediend. Zoals ook in het: ‘Rv Bestemmingsplan Sortie 16’ aangegeven, is het plan daarna nogmaals ter inzage gelegd, zij het dan tegelijkertijd met het: ‘Ontwerp-besluit Hogere geluidswaarde’. In de: ‘Nota van Zienswijzen’ wordt dan door de gemeente (en de provincie) een reactie gegeven op de op het: ‘Ontwerp-bestemmingsplan Sortie 16’ ingebrachte zienswijzen; 8. Direct verband houdend met de (her)ontwikkeling van Sortie 16 is dan tevens door de provincie Utrecht een: ‘Ontheffing Wnb Sortie 16’ aangevraagd en ook verleend voor de binnen het plangebied van Sortie 16 voorkomende beschermde soorten, zoals m.b.t. diverse vleermuissoorten, waaronder de laatvlieger, de das (met o.a. een burcht), de eekhoorn, de hazelworm, de levendbarende hagedis en de kommavlinder. Door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. is inzake de betreffende Ontheffing ook bezwaar
2 aangetekend, maar uiteindelijk geen beroep, ook al is en blijft zij van mening dat door de voor Sortie 16 beoogde (her)ontwikkeling er wel degelijk negatieve effecten op de er voorkomende beschermde soorten zullen optreden; Inhoudelijke aspecten 9. Alhoewel de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. het op zich waardeert dat de provincie en beide gemeente bij de beoogde (her)ontwikkeling rekening probeert te houden met de in het gebied aanwezige waarden, dat mede op basis van de in die zin uitgevoerde (natuur)onderzoeken, is en blijft de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. van mening dat door de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt er zo toch een te grote impact op aanwezige waarden ontstaat en dan in het bijzonder ook de aanwezige beschermde soorten; 10. Hierna zal voor zover aan de orde nog kort worden stilgestaan bij de diverse reacties zoals deze door de gemeente (en de provincie) in de: ‘Nota van Zienswijzen’ op de op het: ‘Ontwerp-bestemmingsplan Sortie 16’ naar voren gebrachte zienswijzen is gegeven. Dat dan mede op basis van de daarbij relevante (wettelijke) (beleids)kaders; Beleidskaders Ladder van duurzame verstedelijking 11. T.b.v. ontwikkelingen met meer dan 11 woningen dient dan overeenkomstig het Barro een zogenaamde ‘Laddertoets’ te worden uitgevoerd.
Daarbij gaat het dan niet alleen om het aantonen van de (regionale) behoefte (stap 1), maar ook of deze niet in het ‘binnenstedelijk gebied’ kan worden gerealiseerd; 12. Wat betreft de 1e stap van de Ladder, namelijk het aantonen van de (regionale) woningbehoefte, wordt dan in de zienswijze van de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. aangegeven dat Zeist op zich een ‘sterfteoverschot’ kent, waarbij de gemeente dan aangeeft dat dat niet betekent dat de bevolking ook krimpt. Evenals geeft zij aan dat er binnen de provincie Utrecht een behoefte van 147.000 tot 177.000 extra woningen nodig is. Op zich is het niet zo dat het door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. wordt ontkent dat er binnen de provincie Utrecht een bepaalde woningbehoefte is, zij het dat zij deze veel minder hoog inschat dan de gemeente en de provincie Utrecht. Waar het haar in die zin evenwel met name ook om gaat is dat als er dan toch wordt gebouwd, dat men zich daarbij ook rekenschap geeft van de waarden die op bepaalde plek aanwezig zijn (vergelijk ook het principe van: ‘natuurinclusief ontwerpen’). Dus dat er bijvoorbeeld niet wordt gebouwd op locaties met bepaalde natuurwaarden en er in die zin utiendelijk van een bepaalde balans sprake is. Bij de vele projecten van het: ‘Programma Hart van de Heuvelrug’ is dit o.i.
lang niet altijd het geval, dat met name ook door een ‘weeffout’ zoals deze vanaf het begin van het programma heeft opgetreden, namelijk dat juist door het ontbreken van een gedegen inventarisatie van de in bepaalde gebieden aanwezige natuurwaarden, inclusief de betekenis van die gebieden binnen de in het Hart van de Heuvelrug aanwezige landschapsecologische structuren, evenals ook van de cultuurhistorische waarden, er uiteindelijk in het programma daarmede onvoldoende rekening met die waarden is gehouden. In die zin hadden o.i. bepaalde gebieden vanaf het begin moeten worden gevrijwaard van woningbouw, zoals dus het terrein van de Vliegbasis (zie overigens ook het advies van het zogenaamde ULI), het terrein van de Oude Tempel en in zekere zin ook van Sortie 16;
3 13. Wat betreft de 2e stap van de Ladder, is het zo dat het er daarbij niet zozeer om gaat of een gebied overeenkomstig de: ‘Interim-Verordening Provincie Utrecht’, is gelegen binnen de ‘rode contour’, thans ‘Stedelijk gebied’, maar dat daarbij relevant is of om het ‘Bestaand Stedelijk Gebied’ gaat, hetgeen o.i. geenszins het geval, aangezien het thans met uitzondering van de reeds aanwezige (bedrijfs)woning aan de zijde van de Amersfoortseweg vrijwel geheel uit opgaand natuur/bos bestaat, hetgeen uiteraard ook geldt voor het aangrenzende gebied van de Vliegbasis. In die zin zou o.i. dus wel degelijk moeten worden aangetoond of er, voor zover de woningbehoefte daadwerkelijk is aangetoond, de betreffende woningen niet elders in ‘Bestaand Stedelijke Gebied’ kunnen worden gebouwd (zie in deze dus ook de: ‘Planninglijst woningbouw gemeente Zeist 2021’); Natuur 14. Voorheen maakte het betreffende gebied gezien aanwezige natuurwaarden dus wel degelijk deel uit van het zogenaamde: ‘Natuurgebiedsplan Utrechtse Heuvelrug (Provincie Utrecht, 2013)’, zeker na een daartoe door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. gevoerde juridische procedure; 15.
En ook al is het gebied zelf dan niet (langer) begrensd als deel van het NNN, er komen dus wel degelijk bijzondere natuurwaarden voor, waaronder een aantal beschermde soorten, zoals diverse vleermuissoorten, de das, de eekhoorn, de hazelworm, de levendbarende hagedis en de kommavlinder (zie in deze dus met name ook het rapport: ‘Natuurwaardenonderzoek terrein Dorrestein/Sortie 16 (Ecologisch adviesbureau Van den Bijtel, 2020)’). In zowel de: ‘Gebiedsvisie (BSVG, 2020)’, die later nog wel is aangevuld, evenals ook het: ‘Activiteitenplan Sortie 16 (Ecogroen, 2021)’ is m.b.t. de hier beoogde ruimtelijke ontwikkeling ook rekening met de aanwezige beschermde soorten gehouden, maar o.i. uiteindelijk toch onvoldoende om negatieve effecten op bepaalde beschermde soorten, zoals dan met name das, de eekhoorn, de hazelworm, de levendbarende hagedis en de kommavlinder te kunnen voorkomen. Dat hangt er dan niet alleen mee samen dat de corridor zoals deze tussen bijvoorbeeld de dassenburcht zoals deze in het zuidelijke bosgedeelte van Sortie 16 o.i. voorkomt (veel) te smal is, namelijk 15-25 m, dat ook gezien de randinvloeden vanwege de aangrenzende bebouwing, maar ook veel te lang als er ook een woonwijk op het aangrenzende gebied van de Vliegbasis wordt ontwikkeld, namelijk 600 m.
Weliswaar wordt ter ontsluiting van ‘nieuw leefgebied’ ter hoogte van de Sterrenberg voor de op Sortie 16 voorkomende dassenburcht nu ook een dassentunnel onder de N-237 aangelegd, maar gezien de aldaar aanwezige verstoring door wandelaars met honden moet dit leefgebied verre van optimaal worden geacht. Daarnaast is het centraal gelegen ‘Natuurlijke hart’, alwaar dan nu juist leefruimte voor o.a. de hazelworm, de levendbarende hagedis en ook de kommavlinder is voorzien, vrij toegankelijk blijft voor honden en katten, met dus alle gevolgen van dien; Cultuurhistorie 16. Dan maakt het plangebied dus deel uit van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) van de provincie Utrecht. Door de gemeente wordt dan in reactie aangegeven, dat het daarbij dan met name gaat om de bescherming van de zogenaamde ‘(half)sorties’, die dan o.a. door aanplant van aparte bomenrijen zullen worden hersteld. Aangezien het hier evenwel om een buitenplaatsenzone gaat, namelijk die van de: ‘Wegh der Weegen’ (zie in deze dus ook www.weghderweegen.nl), gaat het o.i. evenwel wel degelijk om de hier aanwezige gebouwen en ook het groen. Natuurlijk de hier van oorsprong voorkomende Villa Sterrenberg is (helaas) afgebroken, evenals heeft hier in
4 het verleden een gedeeltelijke ontgronding plaatsgevonden, namelijk in het noordelijke gedeelte, maar dat wil o.i. nog niet zeggen dat er in algemene zin aan het thans aanwezige groen geen waarden kan worden toegekend; 17. Overigens is ook tegen de aanleg van de zogenaamde: ‘Westelijke ontsluitingsweg Vliegbasis Soesterberg’ al eens een procedure gevoerd, waarna na een aanpassing van de vergunning de kap toen o.i. alsnog is uitgevoerd. Door de gemeente wordt dan aangegeven dat voor de aanleg van de betreffende weg geen vergunning noodzakelijk zou zijn, aangezien dat overeenkomstig het: ‘Bestemmingsplan Vliegbasis Soesterberg (gemeente Zeist, 2010)’ niet aan een omgevingsvergunning is gebonden (zie in deze ook de beantwoording van de betreffende zienswijze van de Stichting Milieuzorg Zeist in de: ‘Nota van Zienswijzen’, pag. 7), maar als je iets overeenkomt blijft dit toch een opmerkelijk gang van zaken; Programma Hart van de Heuvelrug 18. Aangegeven wordt dat bij de (her)ontwikkeling van Sortie 16 zowel wordt voldaan aan de voorwaarden vanuit de zogenaamde: ‘Rood-groenbalans’ als de: ‘Bomen/bosbalans’; 19. Wat betreft die: ‘Rood-groenbalans’ is het in ieder geval zo dat deze kennelijk uiteindelijk sterk afhankelijk is van de ontwikkeling tot natuur van het Kamp van Zeist.
Anderzijds is het wel zo dat net voor de zomervakantie een motie door de Staten is aangenomen, waarbij het College wordt verzocht naar alternatieven voor de ontwikkeling van woningbouw op de locatie Oude Tempel, waarbij het Kamp van Zeist nadrukkelijk als een van de mogelijke opties naar voren is gebracht. Weliswaar is in een dienaangaande Statenbrief, d.d. 29 augustus 2023, aangegeven dat er overeenkomstig de Stuurgroep geen alternatieve locaties aanwezig zijn voor de woningbouw van de Oude Tempel, inclusief het terrein van het Kamp van Zeist, maar waar een politieke wil is, is er ook altijd een weg (vergelijk het terrein van de Vliegbasis alwaar eveneens in woningbouw is voorzien en dat ook aanvankelijk deel uitmaakte van het NNN en dat in ecologisch opzicht een van de meeste waardevolle natuurgebieden van de provincie Utrecht kan worden aangemerkt, zeker waar het de er voorkomende droge schraalgraslanden betreft); 20. Wat betreft de: ‘Bomen/bosbalans’ zijn daar o.i. wel degelijk ook bepaalde kritische kanttekeningen bij te plaatsen, o.a. dat door het aanplanten van enkele bomen je nog niet zomaar tot het herstel van het te kappen van bos komt. Meer in het bijzonder gaat men nu bomen herplanten, zoals ter hoogte van de westelijke ontsluitingsweg alwaar voor de aanleg daarvan eerst nog bos is gekapt; Milieu- en omgevingsaspecten Geluid 21. Inmiddels is dan, dat mede n.a.v.
de in zin ingebrachte zienswijzen, een nieuw geluidsonderzoek uitgevoerd, dat ook in cumulatieve zin, waaruit dan naar voren zou komen, dat niet langer bepaalde gevelmaatregelen noodzakelijk zijn, hetgeen dan tot een aanpassing van het bestemmingsplan heeft geleid, zowel wat betreft de: ‘Toelichting’, de ‘Planregels’, als de: ‘Verbeelding’; Stikstof 22. Hierna is dan alsnog een geactualiseerd AERIUS-onderzoek gedaan, waardoor er nu ook rekening is gehouden met het gegeven dat de zogenaamde ‘bouwvrijstelling’ niet langer van kracht is, waarvoor dank;
5
Verbeelding en Planregels 23. Goed dat in diverse Planregels naar het (alsnog bijgestelde): ‘Beeldkwaliteitsplan (BGSV, 2021)’ wordt verwezen, waarbij het voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. nog wel de vraag blijft hoe met dan de beoogde gebiedskwaliteiten uiteindelijk ook daadwerkelijk in stand houdt, dus of het toch in die zin niet goed was geweest als ook een: ‘Inrichtings- en beheersplan’ in voorwaardelijke zin aan de Planregels was toegevoegd; Conclusie 24. Op zich wordt het gewaardeerd dat nieuwe woonwijk natuurinclusief wordt ontworpen, maar wel vraagt de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zich af of woningaantallen niet teveel zijn voor deze plek, evenals of de bescherming aanwezige beschermde soorten zo uiteindelijk wel in voldoende mate kan worden geborgd. P. Greeven