01-24RV006 Bijlage 1 - Visie Strategisch Huisvestingsplan Zeist
Tekst van het document
CONCEPT Visie op onderwijs & huisvesting Strategisch Huisvestingplan Zeist V1.6
Opdrachtgever Gemeente Zeist
Datum 22 augustus 2023
Referentienummer 2230202
Auteur(s) Maarten Groenen
│ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
3
2.
Visie op onderwijs en ruimte
4
2.1
3.
Visie op onderwijs
4
2.1.1
Samenwerking
4
2.1.2
Keuze en kwaliteit
5
2.1.3
Talenten en geluk
6
2.2
Extra ruimte voor aanvullende functies
7
2.3
Bewegingsonderwijs
9
Visie op kwaliteit
10
3.1
Afweging nieuwbouw, vernieuwbouw, renovatie & instandhouding
10
3.2
Kwaliteitskader Huisvesting
15
3.3
Duurzaamheid
16
3.4
Gezondheid
19
De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS Adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS Adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS Adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS Adviseurs B.V.
www.icsadviseurs.nl
1. Inleiding De gemeente Zeist werkt al jaren met de schoolbesturen aan de onderwijshuisvesting binnen de gemeente. Jaarlijks wordt een Integraal Huisvestingsplan (IHP) opgesteld op basis van de criteria in de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs (verder: verordening) en de nieuwste prognoses. Het IHP geeft een doorkijk van de te verwachten huisvestingsvoorzieningen voor de komende 16 jaar. Het IHP omvat ook het zogeheten Programma van de voorzieningen voor het eerstkomende jaar tot uitvoering kunnen worden gebracht. In 2018 is een Strategisch Huisvestingsplan 2019 opgesteld waarin de beleidsuitgangspunten (nader) zijn geformuleerd waaraan schoolgebouwen getoetst worden. De uitgangspunten zijn vertaald in de verordening 2020 en zijn ook de grondslag geweest voor de IHP’s van 2020 en verder. In samenspraak met de schoolbesturen is in het OOGO afgesproken om het beleidsdeel van het SHP te herijken. Hierbij is tevens een inventarisatie gemaakt van de bespreekpunten (thema’s) die bij de herijking aan de orde moeten komen. Verder is er aangegeven dat er ook een evaluatie van het huidige SHP moet worden uitgevoerd, zodat de resultaten eventueel in de beleidsvorming kunnen worden meegenomen. In juni 2023 heeft een digitale evaluatie van het bestaande beleid onder de schoolbesturen plaatsgevonden.
De eerste resultaten van deze evaluatie zijn meegenomen in de thema-sessies, die zijn georganiseerd om het bestaande beleid te herijken. Tijdens deze interactieve thema-sessies, met vertegenwoordigers van de schoolbesturen en gemeente, is gezamenlijk verkend in hoeverre het bestaande beleid nog van toepassing is of op welke wijze deze dient te worden bijgesteld. In het voorliggende document zijn de opbrengsten van de thema-sessies verwerkt. Hiermee sluit de visie op onderwijs en onderwijshuisvesting weer aan op de actuele inzichten en ambities van de gemeente en schoolbesturen.
www.icsadviseurs.nl
3/23
2. Visie op onderwijs en ruimte In dit hoofdstuk is de visie op onderwijs & huisvesting van de gemeente Zeist opgenomen. Deze visie vormt een belangrijke basis voor het strategisch huisvestingplan onderwijs. Door middel van interactieve thema-sessies met de schoolbesturen en de gemeente is deze visie geactualiseerd.
2.1 Visie op onderwijs 2.1.1
Samenwerking
Doorgaande ontwikkellijn De gemeente Zeist is een veelzijdige gemeente met Zeist als grootste kern. Austerlitz, Den Dolder en Huis ter Heide zijn drie kleinere dorpen. De wens in de gemeente Zeist is om een brug te slaan tussen de kinderopvang, het primair en voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (MBO) en daarmee een geleidelijke overgang te maken naar het vervolgonderwijs. Voorwaarde hiervoor is dat de competenties en behoeften van het kind leidend zijn, de harde leeftijdsgrens los wordt gelaten en een keuze naar het vervolgonderwijs kan worden uitgesteld. Om te borgen dat kennis over een kind niet verloren gaat is minimaal sprake van een warme overdracht. Door goed contact tussen scholen en bijvoorbeeld wenperiodes of – momenten wordt voorkomen dat kennis over een kind verloren gaat. Op termijn kan toe worden gewerkt naar een doorlopend curriculum van 0 tot 20 jaar. Dit streven is uitgewerkt in de ‘Agenda Jeugd & Onderwijs’ (april 2023). Het thema doorgaande ontwikkellijnen is één van de vijf pijlers. Hiervoor zijn hiervoor concrete doelen geformuleerd. Om deze doorgaande ontwikkellijn voor kinderen verder te stimuleren is de gemeente voorstander van het vormen van Integrale Kindcentra (IKC’s) in samenwerking met aanbieders van opvang of voorschoolse educatie en andere (kind)functies.
www.icsadviseurs.nl
4/23
Inclusief onderwijs In Zeist wordt goed onderwijs geboden aan alle kinderen. De schoolbesturen PO en VO vinden het belangrijk dat kinderen elkaar in al hun diversiteit ontmoeten. Zo leren zij dat verschillen gewoon zijn, dat is goed voor hun voorbereiding op de evenzo diverse samenleving. Maar het is eerst en vooral goed voor de leerling die ondersteuning nodig heeft, dat die dichtbij huis naar school kan gaan. Daarom wordt bevorderd dat alle kinderen (samen) naar school kunnen, inclusief kinderen met een beperking. Het streven is dat het aantal inclusieve scholen met zowel regulier als speciaal onderwijs stijgt. Op dit moment is er nog geen uitgewerkte visie en plan om dit doel verder te concretiseren en is het streven hierin actiever samen te werken. Mede onder leiding van de Samenwerkingsverbanden PO en VO gaan de schoolbesturen hier nu mee aan de slag. Belangrijke aandachtspunten zijn het maatwerk dat per wijk nodig is en de vraag naar ruimten die inclusief onderwijs met zich mee brengt. Verder maakt het bevorderen van inclusief onderwijs onderdeel uit van de pijler ‘pedagogische basis en verbinding onderwijs/jeugdhulp’ uit de ‘Agenda Jeugd & Onderwijs’(april 2023). Door het onderwijsveld wordt meestal de term ‘passend onderwijs’ gebruikt. In het verlengde van inclusief onderwijs is het tevens de ambitie om jeugdzorg in of nabij de school te realiseren.
Hiermee kan een wijkgerichte aanpak worden bevorderd en activiteiten voor de jeugd worden ontplooid. Net als voor inclusief onderwijs vraagt dit maatwerk en verder uitwerking. Onderscheid inclusief onderwijs en betalende partners zoals kinderopvang Bij integrale kindcentra wordt vaak uitgegaan van betalende partners die het onderwijs versterken en doorgaande leerlijnen bevorderen zoals bij de combinatie van kinderopvang en basisonderwijs. Eventuele extra ruimte kan bekostigd worden uit de huuropbrengsten van de betalende partner. Bij inclusief onderwijs, passend onderwijs, denken we meer aan het verruimen van de meternorm per leerling, om een school meer mogelijkheden te bieden voor inclusiviteit, zonder dat daar extra inkomsten tegenover staan.
2.1.2 Keuze en kwaliteit Verscheidenheid In Zeist is er verscheidenheid in het onderwijsaanbod georganiseerd om zodoende ouders en kinderen (op wijkniveau) voldoende keuzemogelijkheden te bieden. Doordat er verschillende onderwijsconcepten en denominaties worden aangeboden, wordt tegemoet gekomen aan de diversiteit van kinderen en hun leerstrategieën. Keuzemogelijkheden in Zeist worden echter op dit moment beperkt door wachtlijsten. De voorkeur bestaat om leerlingen te huisvesten op de hoofdlocatie van de scholen, echter soms is doorverwijzing naar leegstand noodzakelijk. Centrale sturing kan hierin mogelijk een oplossing bieden. Voorbereiding op de toekomst Het onderwijs in de gemeente Zeist streeft ernaar alle kinderen voor te bereiden op een goede toekomst. De focus ligt op kwalitatief goed onderwijs, dat het best passend is voor het kind en waar hij of zij gelukkig van wordt. Er is in de verschillende leerwegen, behalve voor de cognitieve ontwikkeling, ook aandacht voor de ontwikkeling van vaardigheden en vakmanschap. Het onderwijs is flexibel en divers, speelt in en heeft aandacht voor maatschappelijke ontwikkelingen waaronder het belang om zorgvuldig met onze leef- en leeromgeving om te gaan. De basisscholen zijn evenwichtig over de wijken en dorpen binnen gemeente Zeist verdeeld. Het streven is wel dat de kinderen zoveel mogelijk in de eigen wijk naar school toe kunnen.
Er is ook voldoende keuze en spreiding van voorzieningen voor denominaties en onderwijskundige concepten. Voor het (voortgezet) speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs is de spreiding van minder belang. Deze schoolsoorten hebben geen buurt- maar een regionale functie. Wel wordt van belang geacht dat er een breed aanbod is, zodat de talenten van ieder kind bediend kunnen worden. Voor het voortgezet onderwijs kan daar het middel van de Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen voor gebruikt worden. Zeker bij vervangende nieuwbouw moet de gelegenheid gebruikt worden om vraag en aanbod waar nodig verder op elkaar af te stemmen.
www.icsadviseurs.nl
5/23
2.1.3 Talenten en geluk Persoonsvorming en talentontwikkeling Het onderwijs in Zeist gelooft in de kracht van het kind en daagt hem/haar uit zijn/haar kwaliteiten te ontdekken en te ontwikkelen om zodoende het beste uit zichzelf te halen. Het belang van het kind staat altijd voorop. In dat belang wordt, nadat zorg is gedragen voor het sociaal-emotioneel welbevinden van het kind, persoonsvorming en talentontwikkeling gestimuleerd. Dit door een breed activiteitenaanbod te realiseren voor ieder kind in en om het onderwijs, gericht op cultuur, sport, creativiteit en de lokale ondernemingen. Samenwerking, afstemming en uitwisseling van kennis en expertise worden georganiseerd om dit zo goed mogelijk vorm te geven.
Levensgeluk van het kind De school is een veilige en fijne plek waar kinderen leren en leven in het hier en nu. De school heeft een centrale plek in de gemeenschap waar het kind opgroeit. Dankzij een doorlopende leerlijn van primair naar voortgezet onderwijs en samenwerking tussen schoolse en naschoolse activiteiten wordt het kind optimaal ondersteund en heeft hij/zij optimale mogelijkheden om zich te ontwikkelen. De sociaaleconomische achtergrond van het kind is minder bepalend voor zijn/haar mogelijkheden om te groeien. Ontmoeting tussen relevante partners is een voorwaarde om te komen tot samenwerking voor het kind en deze samenwerking moet verdergaand worden georganiseerd en eventueel ontschot.
www.icsadviseurs.nl
6/23
2.2
Extra ruimte voor aanvullende functies
De gemeente Zeist en schoolbesturen hebben gezamenlijk een ambitie uitgesproken ten aanzien van samenwerking, keuze en kwaliteit en talenten en geluk. Deze ambitie kan zich vertalen in scholen, die inhoudelijk en ruimtelijk samenwerken met opvang-, zorg-, of andere organisaties in de vorm van een (inclusieve) brede school met ruimte voor passend onderwijs of een IKC met betalende partners. Deze ruimtelijke samenwerking tussen onderwijs en haar partners heeft invloed op de bestaande en toekomstige onderwijshuisvesting. Aangezien onderwijshuisvesting een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van gemeente en schoolbesturen worden in het SHP kaders geformuleerd over hoe om te gaan met deze aanvullende ruimten in schoolgebouwen. Belangrijke thema’s hierbij zijn: extra ruimte, investering en eigendom. Extra ruimte In lijn met de visie en ambities kan een school inhoudelijke en ruimtelijke samenwerking aangaan met kindgerelateerde partners. Afhankelijk van de situatie en het type activiteit kan deze samenwerking resulteren in een behoefte aan extra binnen- en buitenruimten bij een schoolgebouw. Het type activiteit bepaalt vervolgens op basis van welke grondslag extra ruimte wordt toegekend of gerealiseerd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in ‘toeslag onderwijscapaciteit’ in het kader van passend onderwijs en ‘aanvullende niet-onderwijscapaciteit’ zoals bijvoorbeeld met kinderopvang.
Bij een toeslag geldt dat de aanvullende ruimtebehoefte wordt gezien als een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Voor aanvullende capaciteit geldt dat de gemeente deze activiteiten vanuit haar visie onder voorwaarden faciliteert. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij: - Toeslag onderwijscapaciteit: Inclusief onderwijs: Scholen voor het reguliere basisonderwijs, die afspraken hebben met hun Samenwerkingsverband passend onderwijs over het ondersteuningsprofiel van de school krijgen een toeslag van 115 m² bvo op hun normatieve ruimtebehoefte. Deze ruimtebehoefte kunnen ruimtes als een groepsruimte, behandelkamer, spreekkamer en werkplek betreffen. Zodra de visie op inclusief onderwijs concreter is geformuleerd wordt tevens de ruimtebehoefte nader gespecificeerd en de toeslag mogelijk aangepast. Voor het voortgezet onderwijs geldt dat de ruimtebehoefte ten behoeve van inclusief onderwijs in principe binnen de drempel van 10% moet worden opgevangen. Indien dat in de praktijk niet mogelijk is, gaan schoolbestuur en gemeente hierover in gesprek. Wel geldt dat voor LWOO leerlingen al in het eerste en tweede jaar dubbele meters worden toegekend. Taalklassen: Het onderwijs aan nieuwkomers wordt door scholen verzorgd in zogenaamde taalklassen. Voor elke groep krijgt een school hiervoor een toeslag van 115 m² bvo op hun normatieve ruimtebehoefte.
Aangezien het aantal nieuwkomers en daarmee de omvang van de taalklassen sterk varieert, is het streven om deze zoveel mogelijk in leegstand binnen bestaande schoolgebouwen te huisvesten. Voor de genoemde toeslag op de normatieve ruimtebehoefte geldt niet per definitie dat bij bestaande gebouwen extra capaciteit wordt gerealiseerd. Bij bestaande scholen is de insteek dat zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van leegstand. - Aanvullende niet-onderwijscapaciteit: Voorschoolse educatie: Scholen die voorschoolse educatie aanbieden kunnen onder voorwaarden aanspraak maken op aanvullende capaciteit. De aanvullende capaciteit is afhankelijk van de behoefte en betreft in ieder geval een groepsruimte van minimaal 56 m² (netto; 16 plaatsen x 3,5 m² per kind) en bijbehorende nevenruimten zoals verkeersruimten en sanitair. Kinderopvang: Scholen die in hun gebouw kinderopvang of buitenschoolse opvang aanbieden kunnen onder voorwaarden aanspraak maken op aanvullende capaciteit. De aanvullende capaciteit is afhankelijk van de behoefte en voldoet aan de eisen van GGD (3,5 m² speelruimte per kindplaats). Overige functies: Scholen die inhoudelijk en ruimtelijk samenwerken met kindgerelateerde partijen kunnen onder voorwaarden aanspraak maken op aanvullende capaciteit. De aanvullende capaciteit is afhankelijk van de behoefte.
Te denken valt aan capaciteit voor jeugdzorg, bibliotheek of overige zorgfuncties.
www.icsadviseurs.nl
7/23
Investering toeslag onderwijscapaciteit Voor de toeslag onderwijscapaciteit neemt de gemeente de kosten voor de extra investering op zich. Mocht de ruimte niet meer nodig zijn voor passend onderwijs, dan kan de ruimte ingezet worden voor medegebruik dan wel voor verhuur. De (kale) huurinkomsten komen in geval van verhuur ten goede aan de gemeente. Investering aanvullende niet onderwijscapaciteit De gemeente is ook onder voorwaarden bereid om te investeren in extra ruimten voor aanvullende functies. Een dergelijke investering wordt gedaan in het geval van (vervangende) nieuwbouw of uitbreiding. Bij bestaande situaties zal dit incidenteel per geval worden beoordeeld en kunnen scholen een plan (businesscase) indienen bij de gemeente. •
• • •
De gemeente heeft geen rol bij de inhoudelijke afspraken en samenwerking tussen schoolbestuur en kinderopvang, aanbieder van voorschoolse educatie of overige partner; de school kiest voor zijn locatie haar eigen partner. Het schoolbestuur komt met een verzoek aan de gemeente voor realisatie van aanvullende niet-onderwijscapaciteit ten behoeve van kinderopvang, voorschoolse educatie of overige functies; Het schoolbestuur sluit parallel een huurovereenkomst voor tenminste 10 jaar met af haar partner; De gemeente maakt een betalingsregeling met het schoolbestuur en ontvangt een kostendekkende huurprijs (exclusief onderhoud en andere materiële instandhouding) van het schoolbestuur of rechtstreeks van de huurder 1; Bij leegstand van extra ruimte voor aanvullende functies ligt het investeringsrisico bij de gemeente (en wordt de betalingsafspraak gestaakt) en het exploitatierisico bij het schoolbestuur (o.a. uitvoering groot onderhoud).
Eigendom Om lastige eigendomssituaties (zoals VVE’s) te voorkomen en aan te sluiten bij de wetgeving ten aanzien van onderwijshuisvesting is het uitgangspunt dat het eigendom van de extra ruimten voor aanvullende functies wordt belegd bij het schoolbestuur. Voor deze (aanvullende ruimten) heeft de gemeente vervolgens dezelfde rechten en plichten als ten aanzien van de onderwijsruimten (vorderingsrecht bij leegstand, toestemming voor verhuur, toestemming vervreemden / bezwaren, bij einde gebruik eigendom weer terug naar de gemeente).
Parallelle afspraken • De gemeente is (mede ten behoeve van het onderwijs en buiten haar wettelijke plicht) bereid om te investeren in extra ruimten voor aanvullende functies (o.a. kinderopvang). Om te zorgen dat er geen onwenselijke verschillen ontstaan tussen verhuursituaties met of zonder betalingsafspraken met gemeente, is het voorstel om voor de gemeente Zeist een helder en transparant beleid te formuleren t.a.v. de verhuur van ruimte in scholen ten behoeve van aanvullende functies zoals kinderopvang. In dit uitgewerkte beleid worden o.a. afspraken gemaakt over marktconforme verhuur en afspraken bij volgtijdelijke gebruik (dubbelgebruik). Hierbij wordt rekening gehouden met de beperkingen die zijn neergelegd in jurisprudentie. Uitgangspunt is het creëren van een gelijk speelveld en het voldoen aan de Wet Markt en Overheid. Voor bestaande schoolgebouwen wordt voorgesteld een kale huurprijs van € 100,00 per m² per jaar in rekening te brengen bij de betalende partner. Wanneer de gemeente geen huisvestingsuitgaven heeft om de betalende partner onder te brengen (zoals in leegstand) wordt de huur geïnd door het schoolbestuur.
1 Meer informatie hierover is te vinden in de handreiking: “Organiseren en financieren van gezamenlijke huisvesting kinderopvang en
onderwijs”. Deze handreiking is in 2022 onder andere opgesteld in opdracht van de PO-raad en VNG.
www.icsadviseurs.nl
8/23
2.3 Bewegingsonderwijs Het merendeel van het bewegingsonderwijs wordt verzorgd in binnensportaccommodaties. De Verordening Voorziening Huisvesting Onderwijs gemeente Zeist stelt ruimtelijke kaders aan een lokaal voor bewegingsonderwijs. “De netto vloeroppervlakte van een lokaal bewegingsonderwijs is minstens 252 vierkante meter netto en de hoogte minstens 5 meter.” Dit resulteert bij een gymzaal in een totale bruto vloeroppervlakte van 455 m², inclusief was- en kleedruimtes. Het gelijktijdig zelfstandig en gedifferentieerd werken in groepen aan verschillende bewegingsactiviteiten, het (sport)spelen op aangepaste veldjes vraagt echter om bredere en grotere zalen. In lijn met het advies van de KVLO2 wordt bij de nieuwbouw van gymzalen uitgegaan van een netto vloeroppervlakte van een zaalruimte voor bewegingsonderwijs van minimaal 308 m², in een verhouding LxBxH van 22x14x5.5 meter. Dit resulteert bij een gymzaal in een totale bruto vloeroppervlakte van 510 m², inclusief was- en kleedruimtes. Door de realisatie van grotere gymzalen worden deze multifunctioneler en daarmee tevens geschikter voor verhuur aan sportverenigingen. In de verordening wordt dit opgenomen voor wat betreft de nieuw te bouwen zalen.
2 KVLO: De vakvereniging voor docenten en leerkrachten lichamelijke opvoeding én combinatiefunctionarissen onderwijs en sport
www.icsadviseurs.nl
9/23
3. Visie op kwaliteit Deze visie op onderwijs moet mede worden gefaciliteerd door adequate huisvesting. De gemeente en schoolbesturen hebben hierbij vanuit het wettelijk kader een gezamenlijke verantwoordelijkheid. In de visie op onderwijshuisvesting wordt invulling gegeven aan deze gezamenlijke verantwoordelijkheid. Hierbij vormt het realiseren en beheren van gezonde en duurzame leeromgevingen het vertrekpunt om de visie op onderwijs te faciliteren. Het landelijke Kwaliteitskader Huisvesting, het toepasselijke gemeentelijke beleid en de gedeelde visie van schoolbesturen en gemeente hebben vervolgens geresulteerd in de onderstaande visie op huisvesting.
3.1 Afweging nieuwbouw, vernieuwbouw, renovatie & instandhouding De gemeente is volgens de huidige wetgeving alleen verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding. De schoolbesturen voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs zijn respectievelijk sinds 2015 (PO) en 2003 (VO) verantwoordelijk voor het onderhoud en aanpassingen aan schoolgebouwen. Er is een wetwijziging in voorbereiding waarin renovatie als voorziening in de wet wordt toegevoegd. In het rapport van de PO-Raad, VO-Raad en de VNG wordt renovatie als volgt gedefinieerd: ‘Renovatie is een grootschalige en integrale aanpak van een bestaand schoolgebouw waarmee de levensduur verlengd wordt met ten minste 25 jaar en het gebouw (weer) voldoet aan de functionele eisen en kwaliteitseisen zoals geformuleerd in het IHP (in deze situatie het SHP) (en ten minste aan vigerende eisen van het Bouwbesluit).’
www.icsadviseurs.nl
10/23
Renovatie richt zich dus primair op aanpassing aan de huidige functionele (onderwijskundige) en (technische) kwaliteitseisen. Logischerwijze geschiedt de aanpassing meestal in combinatie met onderhoudsmaatregelen. Tot 2003/2015 was het beleid van de gemeente Zeist dat een schoolgebouw in het 40e levensjaar in aanmerking kon komen voor ‘algehele aanpassing’. Dit hield in dat naast het groot onderhoud, zoals het vervangen van kozijnen, radiatoren en cv-leidingen een budget van 30% van het nieuwbouwbudget beschikbaar werd gesteld om een gebouw aan te passen aan de eisen van de huidige tijd, zowel bouwkundig als onderwijskundig. In combinatie met de onderhoudsbudgetten in de materiële instandhouding van de schoolbesturen zijn daar mooie resultaten mee behaald. Nu de budgetten voor groot onderhoud en aanpassingen vanaf genoemde jaren zijn overgeheveld naar de schoolbesturen is ‘algehele aanpassing’ (renovatie) een verantwoordelijkheid van schoolbesturen. Echter, renovatie heeft ook invloed op de vervangingsopgave van schoolgebouwen. De gemeente Zeist is daarom bereid bij te dragen bij renovatie, zodat renovatie in combinatie met het reguliere onderhoud een gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt van schoolbesturen en gemeente. Er is een wetswijziging in consultatie. De geplande invoeringsdatum is 1 januari 2025.
In de voorgenomen wetswijziging wordt onderscheid gemaakt in onderhoud met een cyclus tot en met 20 jaar (voor rekening van het schoolbestuur) en renovatieachtig onderhoud met een cyclus van 25 jaar of langer (voor rekening van de gemeente). Het wetsvoorstel ziet renovatie als een alternatief voor vervangende nieuwbouw na 40 jaar. Ervan uitgaande dat beide keuzes volledig tot de financiële verantwoordelijkheid van de gemeente behoren. Een schoolbestuur hoeft dan na 40 jaar niets meer bij te dragen aan een renovatie, maar ook niet aan vervangende nieuwbouw na 40 jaar. In de systematiek zoals beschreven in het SHP draagt een schoolbestuur dat na 40 jaar vervangende nieuwbouw wil 25/65 bij. In het wetsvoorstel is dat echter nihil. Afhankelijk van de staat van het gebouw kan bekeken worden wat de beste oplossing is. Gezien de kortere afschrijvingstermijn van renovatie, 25 in plaats van 40/65 jaar, zullen de kapitaallasten van renovatie eigenlijk altijd hoger uitpakken dan die voor (ver)nieuwbouw. Zeker wanneer we naar het jaar 2050 kijken en de aanpassingen die nodig zijn aan een oud gebouw om aan die eisen te voldoen. De nieuwe verdeling van verantwoordelijkheden in het wetsvoorstel wijkt af de overheveling van onderhoud met een cyclus van 20 tot 40 jaar en aanpassingen met bijbehorende middelen in 2015 (VO 2003).
Of het wetsvoorstel in deze vorm aan het parlement wordt voorgelegd is nog niet zeker. Ook is niet zeker of de andere verdeling van de verantwoordelijkheid voor onderhoud gepaard zal gaan met een andere verdeling van de bekostiging of dat er extra geld beschikbaar komt vanuit het Rijk. Voor 2024 staan er geen renovaties gepland. Voorgesteld wordt renovatie nog niet in de verordening te wijzigen, maar de definitieve wetgeving af te wachten. In dit SHP is (vooralsnog) renovatie na het 40e levensjaar van het gebouw opgenomen (levensduurverlenging van tenminste 25 jaar), tenzij door middel van een businesscase wordt aangetoond dat vervangende nieuwbouw een beter alternatief is. In dit SHP is vervangende nieuwbouw na het 65 e levensjaar van het gebouw opgenomen, tenzij vernieuwbouw een wenselijker alternatief is. Dit kan het geval zijn als, ondanks de leeftijd en conditie van het gebouw, de wens bestaat het gebouw toch te handhaven, bijvoorbeeld bij monumenten en oude gebouwdelen. Vervangende nieuwbouw kan dan in de vorm van vernieuwbouw gerealiseerd worden. Vernieuwbouw is dan een gelijkwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw waarbij in een bestaand gebouw nieuwbouwkwaliteit wordt gerealiseerd. De bijdrage van de gemeente bij vernieuwbouw bedraagt dan ook maximaal 100% van het nieuwbouwbudget. Op basis van een businesscase kan deze afweging gemaakt worden.
Aangezien bij vernieuwbouw naar verwachting minder nieuwe materialen moeten worden ingezet, wordt dit gezien als een duurzame oplossing. Bij vervangende (ver)nieuwbouw is, conform de verordening, geen sprake van 1 e inrichting onderwijsleerpakket.
www.icsadviseurs.nl
11/23
Gezien de gezamenlijke ambitie van schoolbesturen en gemeente het gebouwenbestand (verder) te verbeteren zijn de volgende uitgangspunten en oplossingsrichtingen voorgesteld voor de uitwerking van het SHP: Uitgangspunten: De uitgangspunten zijn het vertrekpunt van de beoordeling of renovatie dan wel vervangende nieuwbouw de beste oplossing is. Zo nodig wordt maatwerk toegepast. 1.
2.
3.
4.
De gemiddelde levenscyclus van een gebouw bedraagt 65 jaar, waarbij de gemeente na het 40e levensjaar bijdraagt aan een renovatie. Na de cyclus van 65 jaar komt een schoolgebouw in aanmerking voor vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw; Gemeente en schoolbesturen kunnen om moverende redenen afwijken van het vorige uitgangspunt, waarbij vervangende nieuwbouw na het 40 e jaar wenselijker is dan renovatie of waarbij renovatie na het 65e jaar wenselijker is dan vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw; De volgende afwegingen liggen ten grondslag aan de motivatie om te kiezen voor renovatie of vernieuwbouw in plaats van nieuwbouw: a. Het gebouw heeft nog voldoende uitstraling, een goede ligging en/of functionaliteit, en/of; b. Het pand kent verschillende bouwdelen en/of; c. Renovatie of vernieuwbouw vormen een goedkoper alternatief voor nieuwbouw; Het moment van realisatie van de levensduurverlengende ingreep hangt samen met de gekozen oplossingsrichting en wordt in onderling overleg tussen het schoolbestuur en de gemeente bepaald;
Een schematische weergave van de oplossingsrichtingen is op de vorige pagina weergegeven. Oplossingsrichtingen: 1.
Renovatie na 40 jaar a. Bij renovatie wordt zo veel mogelijk gestreefd naar het realiseren van nieuwbouw kwaliteit; b. Schoolbestuur blijft verantwoordelijk voor het plegen van adequaat onderhoud volgens een meerjaren onderhoudsplan (MJOP) volgens NEN 2767 op minimaal conditieniveau 3; c. De gemeente draagt in het 40e levensjaar van een gebouw, in het kader van een renovatie, 30% van het normbudget voor nieuwbouw bij voor het aanpassen van het gebouw ter verbetering van het binnenklimaat, de energieprestaties en de onderwijskundige functionaliteit. Uitgangspunt voor de gemeentelijke bijdrage is de bestaande capaciteit van het schoolgebouw; d. Schoolbesturen dragen, in het kader van een renovatie (onderhoud), de overige lasten om te komen tot zo mogelijk nieuwbouw kwaliteit; e. Indien de kosten van de renovatie exclusief onderhoudsmaatregelen meer dan 66% van de kosten voor vervangende nieuwbouw bedragen, gaan de gemeente en schoolbesturen in gesprek om te onderzoeken of vervangende nieuwbouw een optimaler alternatief is. In dat geval zou er tevens aanleiding kunnen zijn om de onderhoudsreserve (= kosten onderhoudsmaatregelen) van het school hiervoor in te zetten; f.
Schoolbesturen investeren in extra duurzaamheid naar ‘energieneutraal’ en investeren in extra kwaliteit (onderhoudsvrije of -arme materialen), onder de voorwaarde dat terugverdientijd van extra investering binnen 15-20 jaar gerealiseerd kan worden; g. Voor zogenaamde samengestelde schoolgebouwen, met gebouwdelen uit verschillende bouwjaren, geldt dat ernaar wordt gestreefd om bij een renovatie de kwaliteit van het gehele gebouw zo veel mogelijk op hetzelfde (nieuwbouw)niveau te krijgen. Dit vraagt om
www.icsadviseurs.nl
12/23
integrale oplossingsrichtingen, waaraan de gemeente en schoolbesturen conform de bovenstaande afspraken bijdragen.
www.icsadviseurs.nl
13/23
2.
Vervangende nieuwbouw of vernieuwbouw na 65 jaar a. Uitgangspunt is een realistische normvergoeding voor nieuwbouw of vernieuwbouw (als maximale bijdrage), daartoe sluit de gemeente aan bij de referentiebedragen uit het Kwaliteitskader (zie ook paragraaf 3.2); b. De schoolbesturen dragen de kosten voor het behalen van aanvullende duurzaamheidsambities (energieneutraal) en het verbeteren van de exploitatie van de schoolgebouwen (zie ook paragraaf 3.2). De kosten van de schoolbesturen bedragen hierbij €150,-per m² bvo (inclusief btw en prijspeil 2023). Dit betreft een richtinggevend bedrag en is projectafhankelijk.
In plaats van vervangende nieuwbouw kan een gebouw na 65 jaar (nogmaals) gerenoveerd worden. Dan is het voorstel dat de gemeente zowel de kosten voor groot onderhoud én de aanpassingskosten draagt en dus geen extra kosten voor rekening van de schoolbesturen komen. De bijdrage van gemeente bedraagt hierbij maximaal de kosten voor vervangende nieuwbouw. Schoolbesturen dragen ook in dit geval 150,- per m² bij. 3.
Renovatie of vervangende nieuwbouw tussen jaar 40 en 65 Indien aan de hand van een businesscase tussen het 40e en 65e jaar kan worden aangetoond dat vervangende nieuwbouw of een renovatie een wenselijk scenario is, gaan schoolbesturen en gemeente met elkaar in gesprek over de financiële bijdrage van beide partijen. Hierbij geldt dat schoolbesturen financieel bijdragen vanuit hun wettelijke verantwoordelijkheid voor onderhoud en aanpassingen en de bijdrage vanuit de gemeente groter wordt richting de 65 jaar. Bij het opstellen van de business case is tevens aandacht voor de ‘zachte’ beoordeling van de kwaliteit, functionaliteit en uitstraling van een gebouw. Voorbeeld: Als een school 10 jaar vóór het 65 levensjaar vervangen wordt, draagt het schoolbestuur 10/65 deel van de nieuwbouwnorm bij. Daartegenover staat dat het schoolbestuur qua onderhoud in de resterende 10 jaar zal besparen op onderhoud.
4.
In stand houden Schoolgebouwen die, binnen de planperiode van dit SHP, nog niet toe zijn aan renovatie of vervangende nieuwbouw zullen op kosten van de schoolbesturen zoveel mogelijk worden verduurzaamd. Schoolbesturen zullen investeren in extra isolatie, zonnepanelen, vervangen van gasgestookte installaties door andere duurzame varianten op het moment dat vervanging aan de orde is.
www.icsadviseurs.nl
14/23
3.2 Kwaliteitskader Huisvesting De wettelijke eisen voor het realiseren van een nieuwe schoolgebouw staan beschreven in het Bouwbesluit; dit betreft het wettelijk minimum. In opdracht van de PO-raad, VO-raad en VNG is het Kwaliteitskader Huisvesting voor het primair en voortgezet ontwikkeld. Dit Kwaliteitskader geeft een reeks eenduidige, herkenbare en praktisch toepasbare kwaliteitscriteria op het gebied van de Beleving, Gebruik en Techniek van een onderwijsgebouw. Het Kwaliteitskader is in 2023 geüpdatet en kijkt verder dan de minimumeisen uit het Bouwbesluit, maar ook breder dan de technische eisen ten aanzien van het binnenmilieu (o.a. Programma van Eisen Frisse Scholen) en duurzaamheid (o.a. Klimaatakkoord). In het SHP 2019 werd ook al een koppeling gelegd met het kwaliteitskader dat toentertijd gold. Er werd vooruitgelopen op BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw), dat inmiddels in het bouwbesluit 2021 is vastgelegd en er werd uitgegaan van het Programma van Eisen Frisse Scholen, klasse B. Om dit mogelijk te maken, werd al een hogere normvergoeding gehanteerd van € 2.150,00 per m² (prijspeil 2018). Door de verdere ontwikkelingen en verdere prijsstijgingen dient dit prijspeil te worden bijgesteld. De gemeente en schoolbesturen omarmen het Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting 2023 als leidraad voor het realiseren van nieuwe schoolgebouwen in de gemeente Zeist.
In deze paragraaf wordt op verschillende thema’s uit het Kwaliteitskader verder ingezoomd en de koppeling gemaakt met lokaal beleid. Het Kwaliteitskader 2023 is voorzien van een financiële paragraaf en geeft deze inzicht in de benodigde investeringen. Hierbij zijn tevens de meerkosten voor normen, die boven het Bouwbesluit liggen, inzichtelijk gemaakt. Bij de financiële kaders voor het SHP wordt aangesloten op de financiële paragraaf van het Kwaliteitskader. Onderstaand zijn de normbedragen weergegeven voor nieuwbouw van scholen op basis van (1) de door de VNG vastgestelde modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs, (2) het kwaliteitsniveau van Bouwbesluit en (3) het basis referentieniveau uit het Kwaliteitskader. Voor het SHP wordt voor nieuwbouw uitgegaan van de normbedragen van het basis referentieniveau uit het Kwaliteitskader. Aanvullend worden in deze paragraaf afspraken gemaakt over de verdeling van de meerkosten ten opzichte van het Bouwbesluit. Voorgesteld wordt om de normbedragen uit de huisvestingsverordening aan te passen aan de onderstaande bedragen van het referentieniveau door over te gaan op de BDB index die ook gebruikt is voor het kwaliteitskader De BDB index is gespecificeerd voor schoolgebouwen en wordt vier keer per jaar bijgesteld.
Het is een betrouwbaarder instrument dan de VNG norm die een keer per jaar wordt vastgesteld, maar bovendien gebaseerd op cijfers van ruim een jaar eerder en gebaseerd op woningbouw. Naast de prijsstijging zien we bij verschillende projecten de afgelopen jaren locatie gebonden kosten. Projecten worden in een bestaande bebouwde omgeving gerealiseerd en soms is er sprake van meerkosten om aan specifieke eisen te voldoen. Voor deze locatie gebonden kosten geldt dat deze buiten de normbedragen vallen, niet te normeren zijn en maatwerk vragen. Een voorbeeld is , monumentale status, het aanleggen van extra parkeerplaatsen om te voldoen aan de geldende parkeernorm of natuurinclusief bouwen. Ook het realiseren van waterberging valt hieronder. De gemeente houdt in het SHP rekening met deze aanvullende locatie gebonden kosten. Normkosten basisonderwijs
www.icsadviseurs.nl
Normkosten voortgezet onderwijs
15/23
3.3 Duurzaamheid Voor nieuwbouw geldt er vanaf 2021 aangescherpte wet- en regelgeving omtrent de kwaliteit van schoolgebouwen met daarbij duurzaamheid in het bijzonder. Alle nieuwbouw van overheidsgebouwen in Nederland dient een Bijna Energie Neutraal Gebouw oftewel BENG te zijn én tevens aardgasvrij. BENG specificeert eisen voor de maximale energiebehoefte, het maximale fossiele energiegebruik en een minimaal aandeel hernieuwbaar op te wekken energie. De gemeente heeft op het gebied van duurzaamheid reeds het nodige beleid en plannen geformuleerd, die ook relevant zijn voor de onderwijshuisvesting binnen de gemeente. In Bijlage 1 zijn de relevante speerpunten uit dit gemeentelijke beleid opgenomen. Uitgangspunten SHP In het SHP is een tweetal categorieën schoolgebouwen te onderscheiden: enerzijds hebben we te maken met scholen die binnen het SHP (ver)nieuwbouw krijgen en anderzijds met scholen die, de komende jaren, in stand gehouden worden (overige gebouwen) gedurende de planperiode van dit SHP. Onderstaand wordt, op het gebied van duurzaamheid, de rolverdeling, bekostiging en randvoorwaarden van beide categorieën in beeld gebracht. De basis hiervoor vormt het Kwaliteitskader, het gemeentelijk beleid en de visie van de gemeente en schoolbesturen. Vervangende nieuwbouw en vernieuwbouw • •
•
• •
•
Het realiseren van duurzaamheidsambities is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen; De gemeente is conform het Bouwbesluit verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG. In het Kwaliteitskader zijn aanvullende eisen opgenomen rondom het thema ‘Duurzaamheid’ met name met betrekking tot materiaalgebruik, flexibiliteit en circulariteit. De meerkosten t.o.v. Bouwbesluit voor deze aanvullende eisen worden geraamd op €417,- (PO) en €375,- (VO)per m² bvo (inclusief btw en prijspeil 2023) voor respectievelijk het basis- en voortgezet onderwijs. In lijn met het gemeentelijke beleid is de gemeente bereid om deze meerkosten voor haar rekening te nemen. In de BDB-index is dit bedrag opgenomen (zie tabellen volgende blz.) De gezamenlijke ambitie van gemeente en schoolbesturen is een energieneutraal gebouw. Daarom dragen d schoolbesturen de kosten voor het behalen van aanvullende duurzaamheidsambities (energieneutraal) en het verbeteren van de exploitatie van de schoolgebouwen. De kosten van de schoolbesturen bedragen hierbij €150,-per m² bvo (inclusief btw en prijspeil 2023). Dit betreft een richtinggevend bedrag en is projectafhankelijk.
Uitgangspunt is dat de schoolbesturen deze eenmalige kosten kunnen dekken uit de besparing van de energielasten, (rijks)subsidies en het MJOP en dit doen om maatschappelijke verantwoord te ondernemen (juridische en economische verantwoording); De gemeente kan schoolbesturen tevens door middel van financieel arrangement (voorfinanciering) ondersteunen bij de bekostiging van hun kosten; De genoemde bijdrage vanuit het schoolbestuur is een voorwaarde voor een investering vanuit de gemeente om het gezamenlijke (hogere) gewenste kwaliteitsniveau te realiseren. De bijdrage vanuit het schoolbestuur is alleen van toepassing op de te realiseren normatieve onderwijscapaciteit. Circulair bouwen is een gezamenlijke ambitie van de gemeente en schoolbesturen en vraagt maatwerk. Vanuit het Kwaliteitskader worden hiervoor nog beperkte kaders meegegeven. Een hoge mate van circulariteit leidt doorgaans enerzijds tot hogere investeringskosten. Anderzijds biedt het de mogelijkheid om anders naar de (rest)waarde en afschrijving van het gebouw te kijken. Schoolbesturen die in hun project een restwaarde kunnen aantonen en onderbouwen, kunnen
www.icsadviseurs.nl
16/23
•
hierover en over de meerkosten in gesprek met gemeente. Voorwaarde voor dit gesprek is de aanwezigheid van een materialenpaspoort. Bij duurzame schoolgebouwen hoort ook een duurzaam buitenterrein. Bij de ontwikkeling van projecten vanuit SHP wordt ingezet op natuurschoolpleinen, die samenhangen met de onderwijskundige visie van de school. In het Kwaliteitskader zijn aanvullende eisen opgenomen om de kwaliteit van het buitenterrein te vergroten (o.a. ‘Gebouw PO heeft een avontuurlijke en groene buitenruimte’). In lijn met het gemeentelijk beleid is de gemeente bereid om deze meerkosten, van €38,- en €13,- per m² bvo (inclusief btw en prijspeil 2023) voor respectievelijk het basis- en voortgezet onderwijs, voor haar rekening te nemen.
In het Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting wordt per thema een onderbouwing gegeven van de genoemde meerkosten ten behoeve van de aanvullende eisen van het Kwaliteitskader ten opzichte van het Bouwbesluit. Het betreft de volgende meerkosten voor het basisonderwijs en het voorgezet onderwijs:
www.icsadviseurs.nl
17/23
Bron: Kwaliteitskader Huisvesting (2023) De financiële vertaling naar de gemeentelijke normbedragen is als volgt: Om beter aan te sluiten bij de prijsstijgingen voor nu en in de toekomst is het voorstel om in de verordening over te stappen naar de BDB index die ook gebruikt is om het kwaliteitskader te ontwikkelen. De BDB index is couranter dan de VNG norm en werkt daardoor sneller en beter dan een vast percentage op de VNG norm. Voor de zogenoemde locatie gebonden kosten is het voornemen in de gemeentelijke begroting een stelpost van 10% op te nemen. In geval van meerkosten door stedenbouwkundige of andere gemeentelijke eisen kan uit dit budget geput worden.
Gebouwen jonger dan 40 jaar • •
•
•
•
•
Het is de ambitie om (bij de overige gebouwen) zoveel mogelijk te voldoen aan BENG of hoger; Om deze ambitie te realiseren zijn op kosten van de gemeente deze gebouwen integraal onderzocht door middel van een energiescan. Met behulp van de energiescans is tevens inzichtelijk gemaakt welke maatregelen zich binnen 15-20 jaar terugverdienen in de exploitatie (inclusief effect op de onderhoudskosten); De uitvoering en bekostiging van de energiebesparende maatregelen is een verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Maatregelen die zich binnen 5 jaar terugverdienen (Erkende Maatregelen) dienen tenminste te worden uitgevoerd. Voor de overige maatregelen geldt dat deze een acceptabele terugverdientijd moeten hebben en passend moeten zijn bij de levensduur van het gebouw. Om de ambities voor deze gebouwen te realiseren wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van landelijke, provinciale of lokale subsidies. De gemeente heeft hierbij een faciliterende rol en zorgt o.a. voor een actueel subsidieoverzicht. De gemeente kan schoolbesturen tevens door middel van een financieel arrangement (voorfinanciering) ondersteunen bij de bekostiging van de maatregelen. Belangrijke voorwaarde hiervoor is een sluitende businesscase met daarin maatregelen die zich binnen 15-20 jaar terugverdienen in de exploitatie (inclusief effect onderhoud).
Tenslotte onderzoeken de schoolbesturen de gezamenlijke aanstelling van een zogenaamde energie-coördinator, die o.a. het energieverbruik monitort, verbetermogelijkheden onderzoekt en adviseert over contractering. Het doel van de energie-coördinator is het verlagen van het energieverbruik, het creëren van bewustzijn en het verlagen van de kosten. De energiebeheerder gemeentelijke gebouwen kan ondersteunen bij het aanstellen van deze energie-coördinator.
www.icsadviseurs.nl
18/23
3.4 Gezondheid Gezonde scholen zijn een voorwaarde voor goed onderwijs. Om dit te waarborgen wordt gestreefd naar een goed binnenklimaat, waarbij vooral de CO2-concentratie en temperatuur van belang zijn. Het is de ambitie om op alle scholen te voldoen aan het kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B, zowel bij nieuw te realiseren scholen als bij de scholen die in stand gehouden worden. Gemeente en schoolbesturen hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om deze ambitie te realiseren. De gemeente heeft daarbij een verantwoordelijkheid en een financiële verplichting voor het realiseren van een goed binnenklimaat bij nieuwe scholen. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de bestaande scholen en daarmee ook voor de handhaving van een goed binnenklimaat. Uitgangspunten SHP Ook binnen het thema gezondheid is er onderscheid te maken tussen de scholen die binnen het SHP (ver)nieuwbouw krijgen en de scholen die, de komende jaren, in stand gehouden worden. Vervangende nieuwbouw en vernieuwbouw • •
Het realiseren van gezondheidsambities is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente (nieuwbouw) en schoolbesturen (bestaand); In het Kwaliteitskader zijn aanvullende eisen opgenomen ten aanzien van het binnenmilieu. Hierbij wordt aangesloten bij het programma van eisen Frisse Scholen. Ten aanzien van het binnenklimaat wordt grotendeels aangesloten bij het kwaliteitsniveau Frisse Scholen B
Gebouwen jonger dan 40 jaar • Indien er klachten bij de gebruikers van de school zijn over het binnenklimaat wordt er een scan (meting) uitgevoerd; • Het uitvoeren van metingen van het binnenklimaat voor de gebouwen waar klachten worden ervaren is een voorwaarde om inzicht te krijgen in het werkelijke binnenklimaat en de mogelijke maatregelen om dit te verbeteren; • Het laten uitvoeren en bekostigen van deze meting (inclusief verbeterplan) is de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. • Het schoolbestuur is financieel verantwoordelijk voor de uitvoering van het verbeterplan. Hierbij dient voor elke verbetering te worden bepaald in hoeverre deze in voldoende mate bijdraagt aan de gezamenlijke ambitie van Frisse Scholen B niveau; • In het SHP wordt geen financiële vertaling t.a.v. gezondheidsingrepen opgenomen.
www.icsadviseurs.nl
19/23
Bijlage 1 – Gemeentelijk beleid duurzaamheid De gemeente heeft op het gebied van duurzaamheid reeds het nodige beleid en plannen geformuleerd, die ook relevant zijn voor de onderwijshuisvesting binnen de gemeente. Het betreft de volgende documenten: ▪ ▪ ▪
Zeist bouwt duurzaam (2022); Nieuwe energie voor Zeist – Actualisatie Routekaart (2022) De Duurzame school (2021)
De gemeente heeft in 2022 met ‘Zeist bouwt duurzaam’ het beleid ten aanzien van duurzaam bouwen vastgesteld. Hierin worden eisen en ambities geformuleerd op gebied van duurzaam bouwen bij nieuwbouw en renovatie. Hier is onder andere het volgende opgenomen wat ook van toepassing is op de onderwijshuisvesting. De gemeente Zeist heeft de ambitie om in 2050 een energie neutrale gemeente te zijn. Er is ook een tussendoel geformuleerd: realisatie van 30% van de opgave in besparing en duurzame opwek in 2030. Hiervoor is het zeker voor nieuwbouw van zowel woningen, utiliteit en bedrijven, van belang dat er zo duurzaam mogelijk wordt gebouwd. Ook biedt nieuwbouw goede kansen om duurzame keuzes te maken voor circulariteit, groen/natuur inclusief bouwen en klimaatadaptatie. Het beleid bestaat samengevat uit de volgende eisen en ambities voor alle bouwplannen:
www.icsadviseurs.nl
20/23
Voor het thema energie is ‘nieuwbouw utiliteit’ (waar schoolgebouwen onder vallen) nog het volgende aangegeven: Bij nieuwbouw is de eis om op gebouwniveau energieneutraal te zijn en bij voorkeur energieleverend, ofwel de opwek is minimaal gelijk aan het totale jaarlijks gebouw gebonden energieverbruik. Ofwel de BENG-3 waarde is dat 100% duurzaam wordt opgewekt. Plaatsing zonnepanelen op daken. Op alle daken die geschikt zijn, dienen zoveel mogelijk zonnepanelen te worden geplaatst. Bij het ontwerp wordt al rekening gehouden met dit extra gewicht op de daken en gunstige oriëntatie. Daken die geschikt zijn, zijn daken waarvan de opbrengsten per paneel hoger zijn dan 70% van de maximale opbrengst bij de beste oriëntatie. Oorzaak van de lagere opbrengst kan bijvoorbeeld zijn: schaduw of minder goede oriëntatie of helling.
www.icsadviseurs.nl
21/23
Grotere bouwplannen Behalve de bovenstaande eisen is bij grotere bouwplannen > 1500 m2 bvo, de eis om de GPR score te bepalen. Er dient uit te worden gegaan van de GPR variant: DPG (duurzame prestatie gebouwen) = energie + milieu. Voor alle thema’s: DPG, gezondheid, gebruikerskwaliteit en toekomstwaarde, gemiddelde een GPRscore van 8,0 worden behaald. (GPR versie 4.3 of actueler). Verder heeft de gemeente in 2022 ‘Nieuwe energie voor Zeist – Actualisatie Routekaart’ vastgesteld. Doel hiervan is mede om richting te geven aan het beleid van de rijkoverheid. De ambitie is om uiterlijk in 2050 energieneutraal te zijn en in 2030 aardgasvrij. Om dit te realiseren zijn de volgende 5 actielijnen gedefinieerd: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Warme wijk (aardgas loos) Duurzame mobiliteit Groene bedrijven en maatschappelijke organisaties Duurzame bronnen He Goede Voorbeeld
Tenslotte heeft de gemeente in 2021 ‘De Duurzame school’ gepubliceerd. Dit betreft een handreiking voor een duurzaam schoolgebouw voor primair en voortgezet onderwijs in Zeist. De handreiking benadert het thema duurzaamheid vanuit een breed perspectief. Met de handreiking worden scholen op weg geholpen door het beschrijven van maatregelen en aanreiken van bronnen tips, acties en aanbieders waarvan gebruik kan worden gemaakt.
www.icsadviseurs.nl
22/23
De hoogste kwaliteitseisen aan onze dienstverlening. Een goed gebouw begint met het beste idee. Colofon Datum: Auteur(s): Gereviewd door:
22 augustus 2023 Maarten Groenen
info@icsadviseurs.nl 088 - 235 04 27
www.icsadviseurs.nl www.icsadviseurs.nl
23/23 Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV