01-23RV054# Bijlage 1 - Toelichting saldo primitieve begroting
Tekst van het document
Bijlage 1 – Totstandkoming saldo primitieve meerjarenbegroting 2024 bedragen x € 1.000
Opbouw begrotingssaldo meerjarenbegroting 2024 Omschrijving A Saldo kadernota 2024
2024 -8.675
2025 -8.591
2026 -5.978
2027 -12.126
B1 - Uitkomst meicirculaire loon- en prijsindexering
4.930
4.906
4.235
4.062
B2 - Uitkomst meicirculaire bruto effect
3.475
3.474
2.376
5.216
B
Netto-uitkomst meicirculaire gemeentefonds
B3 - Taakmutaties inkomsten
237
501
-174
-187
B4 - Taakmutaties uitgaven
-237
-501
174
187
-
743
494
492
D1 - Toepassen prijs/loonindex conform kadernota
-6.855
-6.803
-6.747
-6.543
D2 - Invullen stelpost prijsindexering
1.900
1.900
1.900
1.900
C
Nagekomen effecten gemeentefonds
C1 - Uitwerking stelpost jeugdhulp D
E
Loon- en prijscompensatie
Tarieven
E1 - Afval
41
-12
-
17
E2 - Riool
108
103
108
120
E3 - Omgevingsleges
-409
-409
-409
-409
E4 - Tarieven (overige aspecten)
-10
-10
-10
-10
-
50
50
3.514
F1 - Gemeenschappelijke regelingen
-813
-834
-893
-941
F2 - Kapitaallasten/financiering
150
230
84
70
F3 - Reserves en voorzieningen
-1.648
-1.837
-1.326
-1.666
Saldo primitieve meerjarenbegroting 2024
-7.806
-7.090
-6.116
-6.304
F
Overige actualisaties
F1 - Correcties
1 Begroting 2024 – Bijlage 1: Toelichting primitieve begroting 204
A. Saldo kadernota De opbouw van de primitieve meerjarenbegroting 2024 start vanaf het saldo van de kadernota 2024. Hierin is tevens de eerste bestuursrapportage 2023 verwerkt. B. Netto-uitkomst meicirculaire De meicirculaire van het gemeentefonds is één van de belangrijkste mutaties voor het opstellen van de primitieve begroting. De uitkomst hiervan is verwoord in raadsinformatiebrief RIB 23.067. Een belangrijk deel is de compensatie voor loon- en prijsindexering (B1). Zoals toegelicht valt op dat het Rijk over 2024 en 2025 meer loon- en prijscompensatie uitkeert dan de jaren daarna. De grondslag waarover indexatie wordt berekend is met ingang van 2026 gewijzigd. Verder is de (bruto) groei van het gemeentefonds berekend (B2). Er wordt ook toegelicht welk deel hiervan taakmutaties betreft. Deze middelen worden direct toegekend aan de betreffende collegeproducten voor de uitvoering van deze taken (B3). C. Nagekomen effecten gemeentefonds Voor gemeenten was het nog onduidelijk hoe de middelen voor jeugdzorg verwerkt mogen worden. Het Rijk heeft de middelen voor de jaren 2024 en 2025 opgenomen in de meicirculaire. De provincie als financieel toezichthouder heeft nieuwe richtlijnen afgegeven voor wat mag worden opgenomen aan inkomsten via het gemeentefonds. Deze zijn overgenomen en hebben effect op het saldo voor 2025 tot en met 2027 (C1). D.
Loon- en prijscompensatie Conform de kadernota zijn de loon- en prijsindex toegepast (D1). De indexatie voor de kosten en opbrengsten bedraagt 7,7%. De loonindexatie is toegepast voor 4,29%. Voor het verschil tussen de loon- en prijscompensatie in het gemeentefonds en de uitkomst van ons “dakpannensysteem” was een stelpost beschikbaar. Deze is ingezet bij het opstellen van de primitieve begroting (D2). E. Tarieven Voor een aantal taken gelden op basis van wet- en regelgeving kostendekkende tarieven. Bij het begroten van de kosten en opbrengsten ontstaan er afwijkingen ten opzichte van het toepassen van de reguliere indexering. Deze afwijkingen hebben effect op het begrotingssaldo. Voor het onderdeel Riolering (E2) zijn extracomptabel toegerekende kosten (loonkosten en overhead) gestegen. De dekking voor deze kosten hebben een positief effect op het begrotingssaldo. Voor het onderdeel omgevingsleges (E3) zijn de nieuwe richtlijnen op basis van de Omgevingswet, de Wet Kwaliteitsborging en het BBV toegepast. De uitkomst van de berekening bij het begroten van de opbrengsten geeft een negatief effect op het begrotingssaldo. F. Overige actualisaties Diverse onderdelen van de begroting moeten op basis van de meest actuele gegevens en de regels worden aangepast om het juiste niveau te worden begroot. Dit leidt tot bijstellingen en hebben effect op het begrotingssaldo. F1.
Correcties Jaarschijf 2027 bevat een correctie zoals genoemd in de RIB 23.067 over de meicirculaire. Bij het opstellen van de primitieve begroting is gebleken dat het saldo in jaarschijf 2027 per abuis € 3.217K negatiever is gepresenteerd in de Kadernota. Dit is gecorrigeerd in combinatie met een relatief kleine overige correctie (F1). F1. Gemeenschappelijke regelingen De vastgestelde begroting 2024 van de diverse gemeenschappelijke regelingen zijn volgens de regels verwerkt in de primitieve begroting. Deze wijken vaak af van de reguliere indexering. De begroting van de GGD en de VRU veroorzaken voornamelijk het extra negatief effect op het begrotingssaldo. F2. Kapitaallasten/Financiering Alle kapitaallasten (afschrijving en rente van investeringen, financieringskosten en -opbrengsten zijn geactualiseerd (F2). Het positieve effect op het begrotingssaldo in 2024 en 2025 wordt vooral veroorzaakt door het lager bijstellen van de geraamde kapitaallasten in die jaren voor de bouw van de gemeentewerf. Deze is vertraagd waardoor het krediet later wordt afgesloten dan bij de aanvraag was gepland.
2 Begroting 2024 – Bijlage 1: Toelichting primitieve begroting 204
F3. Reserves en voorzieningen De stortingen en onttrekkingen aan reserves en voorzieningen moeten volgens de regels en actuele informatie worden begroot. Bij de reserves wordt dit verwerkt op basis van de spelregels die zijn vastgesteld door de raad. Kosten door het toepassen van de afgesproken indexering en dus een storting op een aantal reserves, zoals de reserve RIOZ, veroorzaakt een negatief effect op het begrotingssaldo.
3 Begroting 2024 – Bijlage 1: Toelichting primitieve begroting 204