CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01-23RV020 Bijlage 1 was-wordt Fin. veroderdening 2023

Raad 18 april 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: Financiële Verordening 20238.080 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1: Was-Wordt lijst 2017-2023

Was (2017)

Wordt (2023)

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Toelichting

Artikel 1. Begripsbepaling

Artikel 1. Begripsbepaling

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze verordening wordt verstaan onder: - administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; - afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college; - inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves; - netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteurenvorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa; - verbonden partijen: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Voor het hebben van een financieel belang is het niet per se nodig dat de gemeente een bedrag ter beschikking stelt aan de verbonden partij.

Zij heeft ook een financieel belang indien financiële problemen bij de verbonden partij op de gemeente kunnen worden verhaald. - onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting: verschil tussen de opbrengst onroerende zaakbelasting bij de tarieven die minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12 van

In deze verordening wordt verstaan onder: a.administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Zeist en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; b.teams: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college; c.administratieve organisatie: Het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding; d.BBV: Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een wet die de regels voor het opstellen van financiële rapporten van gemeenten en provincies weergeeft. e.beleidsdoel: een politiek relevant onderdeel van een programma; f.beleidsindicator: Gemeenten nemen een uniforme basisset beleidsindicatoren op in hun begroting en jaarverslag. De set behandelt een breed spectrum van onderwerpen.

Zo kan er een helder beeld worden gevormd van de beleidsresultaten van de gemeente; g.college: het college van burgemeester en wethouders; h.collegeproducten: een samenhangende groep van taken met een bijbehorend budget i.doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen; j.doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde doelstellingen van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. k.financieel beheer: het uitoefenen van sturing en toezicht op het beheer van middelen en het uitvoeren van de daarbij horende rechten en plichten; l.financieringsfunctie: alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht op de financiële geldstromen, de financiële posities, het verwerven van financiële middelen en de beheersing van de hieraan verbonden risico’s; m.grondexploitatie: het proces van productie en uitgifte van bouw- en woonrijpe grond dat gebaseerd is op een referentiekader en een verbonden geheel vormt (vanuit een stedenbouwkundige visie, vanuit hetzelfde bestemmingsplan en vanuit geografische ligging).

De grondexploitatiebegroting bevat een meerjarige opstelling van de geraamde kosten en opbrengsten die samenhangen met de productie en die, op basis van een eenduidig prijspeil, worden doorgerekend naar een eindresultaat (complex); n.investeringsproject: een project voor de verwerving of vervaardiging van een goed, waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt, niet zijnde een grondexploitatie; o.onbenutte onroerende zaakbelasting capaciteit: percentage waarmee de inkomsten kunnen worden vergroot door de belastingtarieven OZB te verhogen naar het rekentarief dat nodig is voor het aanvragen van noodsteun artikel 12 Financiële verhoudingswet; p.programma: onderdeel van de programmabegroting bestaande uit een samenhangend geheel van activiteiten om beoogde maatschappelijke doelen te bereiken én waarin doelstellingen en middelen worden gekoppeld; q.rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met de begroting en van toepassing zijnde wet- en regelgeving; r.rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving. s.verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft.

Voor het hebben van een financieel belang is het niet per se nodig dat een gemeente een bedrag ter beschikking stelt aan de verbonden partij. Zij heeft ook een financieel belang indien financiële problemen bij de verbonden partijen op de gemeente kunnen worden verhaald; t.inkomsten; totaal van de baten voor toevoegingen aan en onttrekkingen van reserves; u.verplichting: door opdrachtverstrekking, schriftelijk of mondeling, ontstaat voor de gemeente de plicht tot betaling aan een derde.

Dit artikel is uitgebreid om meer aansluiting te creëren bij de overige artikelen binnen deze Verordening.

Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording

Paragraaf 2. Begroting en verantwoording

Artikel 4. Planning en controlcyclus Voor de opzet en de behandeling van de van de verschillende Planning- en controledomenten wordt aangesloten bij de wijze waarop deze processen en documenten in het jaar t-1 waren vormgegeven. Bij een voorgenomen afwijking daarvan in het lopende of komende jaar (jaar t cq. t+1) wordt vooraf een voorstel aan de raad voorgelegd.

Artikel 2. Planning en Control cyclus

Artikel 2. Planning en Control cyclus Dit artikel is ten opzichte van de vorige verordening (2017) naar voren gehaald en uitgebreid met de specifieke onderdelen van de Planning en Control cyclus ten behoeve van een betere opbouw van het document.

1.De jaarlijkse Planning en Control cyclus richt zich op de kaderstellende en controlerende rol van de raad voor de planning, sturing, beheersing en verantwoording van beleid en financiën. 2.De Planning en Control cyclus omvat de volgende producten: -Kadernota: Het college biedt in het voorjaar aan de raad een Kadernota aan met voorstellen voor nieuw beleid, belastingvoorstellen en overige financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende begrotingsjaren (zie artikel 5, lid 1); -Begroting: de programmabegroting is de uitwerking van de kadernota. In de programmabegroting staat wat de gemeente wil bereiken in het nieuwe begrotingsjaar, inclusief de drie daaropvolgende jaren, wat zij daarvoor gaat doen en wat de kosten hiervan zijn (zie artikel 4); -Bestuursrapportages: in de bestuursrapportages wordt de raad geïnformeerd over de realisatie van de programmabegroting voor het lopende jaar (zie artikel 7); -Jaarstukken: het jaarverslag en de jaarrekening, die tezamen de verantwoording en daarmee het sluitstuk vormen van de planning- en controlcyclus. In de jaarstukken wordt aangegeven in hoeverre de gestelde doelen zijn bereikt en welke middelen daarvoor zijn ingezet (zie artikel 4).

3.Voor de opzet en de behandeling van de verschillende planning- en controldocumenten wordt aangesloten bij de wijze waarop deze processen en documenten in het jaar t-1 waren vormgegeven. Bij een voorgenomen afwijking daarvan in het lopende of het komende jaar (jaar t c.q. t+1) wordt de raad hierover geïnformeerd.

Artikel 2. Programma-indeling 1. De raad stelt tenminste bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. 2. De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 3. De raad stelt tenminste bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de overhead, de baten en lasten per taakveld weergegeven.

Artikel 3. Programma-indeling 1.De raad stelt tenminste bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. 2.De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van burgemeester en wethouders per programma vast: a.de collegeproducten, en b.de beleidsindicatoren. Het voorstel van burgemeester en wethouders bevat in ieder geval de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 3.De raad stelt tenminste bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de, op grond van de artikelen 10 tot en met 16 van het BBV, verplichte paragrafen, met de daarbij voorgeschreven inhoud, van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. 4.De aanpassingen die voortvloeien uit de leden 1 tot en met 4 worden verwerkt in de eerstvolgende door de raad vast te stellen programmabegroting.

Artikel 4. Inrichting Begroting en Jaarstukken

1.Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de overhead, de baten en lasten per collegeproduct weergegeven. 2.Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt: a.van de, op dat moment bekende, nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven, en b.in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting. 3.In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. 4.In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 25.000 afzonderlijk gespecificeerd. 5.Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken bieden burgemeester en wethouders de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. 6.Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kunnen burgemeester en wethouders de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. 7.De raad stelt de jaarstukken vast en verleent décharge aan het college.

Pagina 1 van 5

Artikel 3. Programma-indeling Op basis van de modelverordening VNG is dit artikel uitgebreid. Dit sluit aan bij de huidige werkwijze waarin de raad de programma indeling inclusief verdeling van collegeproducten vaststelt en dit in de eerst volgende begroting verwerkt.

Artikel 4. Inrichting Begroting en Jaarstukken Dit artikel is uitgebreid met de enkele leden welke een vertaling zijn van de werkwijze in de gemeente Zeist. Deze uitbreiding is tevens in lijn met de modelverordening VNG.

Bijlage 1: Was-Wordt lijst 2017-2023

-

Artikel 5. Kaders begroting 1.Het college biedt in het voorjaar aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders, inclusief loon- en prijsindexatie (zie lid 1a), van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze kadernota uiterlijk in de raad van juli vast. a.Prijsindexatie wordt bepaald aan de hand van de door het CPB gepubliceerde cijfers en wordt op alle baten en lasten van de begroting toepast. b.Als uitzondering van artikel 5, lid 1, letter a, wordt deze prijsindexatie niet toegepast op; De aanwezige taakstellingen, kapitaallasten, specifieke uitzonderingen zoals benoemd in de Nota Reserves en Voorzieningen, prijsontwikkelingen van gemeenschappelijke regelingen, inkomsten uit kostendekkende tarieven en loonkosten. c.De loonkosten worden jaarlijks conform de loonindexatie aangepast. Deze indexatie wordt berekend op basis van het CEP-kerngegeven “prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers”. 2.Conform de richtlijn van de BBV (artikel 25, lid 1, letter c), wordt er in begroting een post onvoorzien opgenomen. Zeist hanteert hier een normwaarde per inwoner, de hoogte hiervan wordt vastgesteld in de Nota stabiliteitscriteria.

Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. 2. In afwijking van het eerste lid kan de raad een activiteit welke onderdeel is van een programma, als prioriteit aanwijzen en daarvoor de baten en lasten apart autoriseren. 3. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting ook de vervangingsinvesteringen. 4. Het college informeert de raad als ze verwacht, dat de lasten van een programma of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma of de prioriteit, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid. 5. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad bedoeld in artikel 6 doet het college desgewenst voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten en het bijstellen van het beleid. 6.

Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investerings-voorstel

Artikel 6. Autorisatie Begroting en investeringskredieten

Artikel 6. Tussentijdse rapportage Het college informeert de raad door middel van tenminste één tussentijdse rapportage over de realisatie van de begroting van de gemeente van het lopende boekjaar.

Artikel 7. Tussentijdse rapportages

Artikel 7. EMU-saldo Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheids-financiën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

Artikel 8. Informatieplicht 1.Het college besluit niet over het verstrekken van leningen, kapitaal aan instellingen en ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen hiertoe én in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. 2.Uitzettingen van middelen uit hoofde van treasury die uitsluitend plaatsvinden bij Nederlandse decentrale overheden en bij het Agentschap van het Ministerie van Financiën in het kader van het schatkistbankieren, vallen niet onder de werking van dit artikel. Artikel 9. EMU-saldo 1.Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

nvt

Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording

-

Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording

-

-

Artikel 6. Autorisatie Begroting en investeringskredieten Lid 7, alsmede bijlage 1 van deze verordening is aan dit artikel toegevoegd om de mogelijkheden van tussentijdse wijzigingen beter inzichtelijk te maken.

1.De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. 2.In afwijking van het eerste lid kan de raad een activiteit welke onderdeel is van een programma, als prioriteit aanwijzen en daarvoor de baten en lasten apart autoriseren. 3.De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting ook de vervangingsinvesteringen. 4.Het college informeert de raad als ze verwacht, dat de lasten van een programma of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma of de prioriteit, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid. 5.Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad bedoeld in artikel 7, doet het college desgewenst voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten en het bijstellen van het beleid.

6.Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investerings-voorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. 7.Voor het tussentijds wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten en voor het tussentijds wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten handelt het college conform de richtlijnen uit bijlage 1 van deze verordening.

1.Het college informeert de raad door middel van tenminste twee tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente van het lopende boekjaar. 2.De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. 3.In de tussentijdse rapportages biedt het college tenminste eenmaal per jaar een kredietrapportage aan, waarin de raad bijstellingen op lopende kredieten kan autoriseren.

-

Artikel 5. Kaders begroting Het is gebruikelijk dat voorafgaand aan het opstellen van de begroting door de raad kaders worden vastgesteld doormiddel van de Kadernota. Door het toevoegen van dit artikel wordt dit gebruik ook vastgelegd in de Financiële verordening.

1.De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2.In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 1% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. 3.In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 150.000 nader toegelicht.

Artikel 11. Voorwaardencriterium 1.Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2.Het college biedt de raad jaarlijks uiterlijk op 31 december ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien

Artikel 7. Tussentijdse rapportages Leden 2 en 3 van dit artikel zijn toegevoegd ten opzichte van de verordening (2017). Deze toevoeging draagt zorg voor een completere weergave van de werkwijze van de tussentijdse rapportages. De toevoeging van de kredietrapportage borgt tevens de rechtmatigheid van de bestedingen in een begrotingsjaar.

Artikel 8. Informatieplicht Dit artikel is toegevoegd op basis van de modelverordening VNG. Door de toevoeging van dit artikel is de verhouding tussen college en raad beter geborgd.

Artikel 9. EMU-saldo Overgenomen uit 2017

Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording Nieuw op basis van de modelverordening van de VNG (2022)

Artikel 11. Voorwaardencriterium Nieuw op basis van de modelverordening van de VNG (2022)

Artikel 12. Begrotingscriterium 1.Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; 2.De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 6. 3.Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4.Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a.Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b.Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c.De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage .

5.Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.

Artikel 12. Begrotingscriterium Nieuw op basis van de modelverordening van de VNG (2022)

Artikel 13 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1.Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. 2.Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.

Artikel 13 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium Nieuw op basis van de modelverordening van de VNG (2022)

-

-

Pagina 2 van 5

Bijlage 1: Was-Wordt lijst 2017-2023

Hoofdstuk 3. Financieel beleid

Paragraaf 4. Financieel beleid

Artikel 8. Waardering en afschrijving vaste activa

Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa 1.Het college biedt de raad eens in de vier jaar een Nota Waarderen en Afschrijven (Investeringen) aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in ieder geval: a.de wijze waarop voorstellen voor investeringen worden aangeboden en geautoriseerd door de raad, in aanvulling op wat in deze verordening is vastgelegd; b.de afschrijvingsmethode en afschrijvingstermijn per categorie; c.het moment van starten met afschrijven; d.de gebruiksduur per categorie kapitaalgoederen ofwel de afschrijvingstermijn; e.het wel of niet gebruiken van de componentenbenadering; f.het wel of niet gebruiken van restwaarde;

Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa Dit artikel is aangepast om in de toekomst doormiddel van een nieuwe Nota Waarderen en Afschrijven centrale kaderstelling over het beleid van waarderen en afschrijven van materiële vaste activa te faciliteren.

Artikel 15. Voorziening voor oninbare vorderingen

Artikel 15. Voorziening voor oninbare vorderingen Overgenomen uit 2017

1. Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. 2. Activa worden in beginsel volgens de lineaire afschrijvingsmethode afgeschreven. Voor het toepassen van een annuïtaire of andere afschrijvingsmethode is een expliciet raadsbesluit vereist. 3. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. 4. Investeringen in vaste activa voor een lager bedrag dan € 25.000 worden niet geactiveerd, maar direct ten laste van de exploitatie gebracht. 5. Investeringen met een afschrijvingstermijn korter dan 5 jaar worden niet geactiveerd, maar direct ten laste van de exploitatie gebracht. 6. De afschrijving van investeringen start op 1 januari van het jaar volgend op de gereedmelding. 7. De renteberekening bij investeringen start op het moment van de (eerste) uitgaven voor de investering.

Artikel 9. Voorziening voor oninbare vorderingen 1. Voor de privaatrechtelijke vorderingen op derden wordt met uitzondering van individuele vorderingen groter dan € 100.000, een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid. Voor de vorderingen groter dan € 100.000 wordt de voorziening gevormd op basis van een individuele beoordeling op de inbaarheid van de openstaande vorderingen. 2. Voor openstaande publiekrechtelijke vorderingen betreffende: a. onroerende-zaakbelastingen; b. precariobelasting; c. hondenbelasting; d. parkeerbelasting; e. rioolheffing; f. afvalstoffenheffing; en g. bijstandsvertrekking, wordt, met uitzondering van individuele vorderingen groter dan € 100.000, een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid. Voor individuele vorderingen groter dan € 100.000 wordt de voorziening gevormd op basis van een individuele beoordeling van de inbaarheid.

Artikel 10. Reserves en voorzieningen 1. In de begroting en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves aan de taakvelden plaats. 2. Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld. De raad besluit daarbij over: a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding van voorzieningen. c. de rentetoerekening aan reserves en voorzieningen 3. Bij een voorstel voor de instelling van een reserve wordt minimaal aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. de voeding van de reserve; c. de maximale hoogte van de reserve; en d. de maximale looptijd; e. de voorwaarden voor onttrekking aan de reserve. 4. Als een bestemmingsreserve binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot besteding, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt de aan de raad voorgesteld het saldo toe te voegen aan de Reserve Integrale Ontwikkeling Zeist (RIOZ).

Artikel 11. Kostprijsberekening

1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken. 3. De toerekening van de overheadkosten aan de activiteiten vindt plaats op basis van de verdeling van de personeelskosten. Deze werkwijze wordt gehanteerd bij: - verantwoordingen over de besteding van specifieke uitkeringen of subsidies; - kostprijsberekeningen voor rechten en heffingen en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan derden; - aangiftes vennootschapsbelasting voor de kostprijs van vennootschapsplichtige activiteiten. 4.

Het percentage van de rente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks op de volgende wijze berekend. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting berekende rentepercentage van de geraamde rentekosten op het vreemd vermogen en het gewenste rentepercentage voor de vergoeding over de reserves en de voorzieningen op basis van het vijfde lid. Dit berekende percentage wordt jaarlijks aangepast en kan door de raad voor specifieke heffingen niet van toepassing worden verklaard. In dat geval stelt de raad voor de desbetreffende tarieven een andere wijze van rentetoerekening vast. 5. Het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen in de rente voor de kostprijsberekening als bedoeld in het vierde lid, wordt eveneens jaarlijks berekend. Dit percentage wordt afgeleid van de gemiddelde rente op 10-jarige staatsobligaties in de laatste 10 jaar. 6. In afwijking van het vierde en vijfde lid wordt voor de toerekening van de rentekosten en de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen aan de kostprijs van de rioolheffing uitgegaan van een rentepercentage van 5. 7.

In afwijking van het vijfde lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Indien geen sprake is van een specifiek aangetrokken lening, wordt aangesloten bij de geldende marktrente. De rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico. 8. In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de portefeuille leningen.

1.Voor de privaatrechtelijke vorderingen op derden wordt met uitzondering van individuele vorderingen groter dan € 100.000, een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid. Voor vorderingen groter dan € 100.000 wordt de voorziening gevormd op basis van een individuele beoordeling op de inbaarheid van de openstaande vorderingen. 2.Voor openstaande publiekrechtelijke vorderingen betreffende: a.onroerendezaakbelastingen; b.precariobelasting; c.hondenbelasting; d.parkeerbelasting; e.rioolheffing; f.afvalstoffenheffing; en g.bijstandsvertrekking, wordt, met uitzondering van individuele vorderingen groter dan € 100.000, een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid. Voor individuele vorderingen groter dan € 100.000 wordt de voorziening gevormd op basis van een individuele beoordeling van de inbaarheid.

Artikel 16. Reserves en voorzieningen

1.In de begroting en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats. 2.Het college biedt de raad, ten minste, eens in de 4 jaar een Nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld. De raad besluit daarbij over: a.de vorming en besteding van reserves; b.de vorming en besteding van (niet wettelijk verplichte) voorzieningen. c.de rentetoerekening aan reserves en voorzieningen d.bij welke specifiek benoemde taakvelden het verschil tussen het geraamde saldo van baten en lasten en het gerealiseerde saldo van baten en lasten mogen worden verrekend met een daartoe in het leven geroepen reserve. 3.Bij een voorstel voor de instelling van een (nieuwe) reserve wordt minimaal aangegeven: a.het specifieke doel van de reserve; b.de voeding van de reserve; c.de maximale hoogte van de reserve; d.de maximale looptijd; en e.de voorwaarden voor onttrekking aan de reserve. 4.Als een bestemmingsreserve binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot besteding, valt de bestemmingsreserve vrij. Aan de raad wordt een bestemmingsvoorstel voorgesteld, overeenkomstig het beleid zoals opgenomen in de Nota reserves en voorzieningen.

Artikel 17. Kostprijsberekening 1.Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2.Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW), de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid en de kosten voor straatreiniging betrokken. 3.Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten.

4.Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend. 5.Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten, rechten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel. 6.Het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen in de omslagrente voor de kostprijsberekening als bedoeld in artikel 16 eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld.

7.In afwijking van artikel 16 eerste lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. In geval een specifieke lening wordt aangetrokken, wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de portefeuille leningen Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico. In geval geen specifieke lening wordt aangetrokken, wordt aangesloten bij de geldende marktrente voor een dergelijke lening, verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico.

Pagina 3 van 5

Artikel 16. Reserves en voorzieningen Ten opzichte van de vorige verordening (2017) is de verwijzing naar het RIOZ in het laatste lid van dit artikel verwijderd en vervangen door een verwijzing naar de Nota Reserves en Voorziening. Door deze aanpassing wordt de invulling van dit beleid georganiseerd in de Nota.

Artikel 17. Kostprijsberekening Het artikel is a.g.v. de nieuwe modelverordening van de VNG uit 2022 op enkele punten ligt gewijzigd. Daarbij is ook lid 6 uit de verordenign van 2017 komen te vervallen

Bijlage 1: Was-Wordt lijst 2017-2023

Artikel 12. Prijzen economische activiteiten

1. Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd. 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt gemotiveerd. 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd. 4. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van: a.

leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; b. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; c. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; d. een bevoordeling van activiteiten voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt; e. een bevoordeling van onderwijsinstellingen; f. een bevoordeling van publieke media-instellingen; en g. een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.

Artikel 18. Prijzen economische activiteiten 1.Voor de levering van goederen, diensten en werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. 2.Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. 3.Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. 4.Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd. 5.Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet.

Artikel 18. Prijzen economische activiteiten Basis is overgenomen uit 2017. A.g.v. de nieuwe modelverordening van de VNG is het artikel wel aangepast.

Artikel 19. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Overgenomen uit 2017

Artikel 13. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen

Artikel 19. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen

1. Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de afvalstoffenheffing, de lijkbezorgingsrechten, de leges en de naheffingsaanslag parkeerbelasting. 2. De collegebesluiten voor het vaststellen van nieuwe privaatrechtelijke prijzen en het wijzigen van dergelijke prijzen worden ter kennisneming aan de raad aangeboden.

1.Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de afvalstoffenheffing, de begraaf- en crematierechten, de leges en de naheffingsaanslag parkeerbelasting. 2.De collegebesluiten voor het vaststellen van nieuwe privaatrechtelijke prijzen en het wijzigen van dergelijke prijzen worden ter kennisneming aan de raad aangeboden.

Artikel 14. Financieringsfunctie

Artikel 20. Financieringsfunctie

1. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. 2 Het college informeert de raad via een tussentijdse rapportage of brief dan wel via de jaarrekening als sprake is van overschrijding van de wettelijke kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f van de Wet financiering decentrale overheden, of van de wettelijke renterisiconorm, bedoeld in artikel 1, onder h van de Wet financiering decentrale overheden; 3. Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden. 4. Bij het verstrekken van garanties gaat het college uit van de door de raad bekrachtigde aanbevelingen uit de nota garant- en borgstellingen.

1.Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a.voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en b.er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. 2.Het college informeert de raad via een tussentijdse rapportage of brief dan wel via de jaarrekening als sprake is van overschrijding van de wettelijke kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f van de Wet financiering decentrale overheden, of van de wettelijke renterisiconorm, bedoeld in artikel 1, onder h van de Wet financiering decentrale overheden; 3.Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden. 4.Bij het verstrekken van garanties gaat het college uit van de door de raad bekrachtigde aanbevelingen uit de Nota garant- en borgstellingen.

Artikel 20. Financieringsfunctie Overgenomen uit 2017

Hoofdstuk 4. Financiële organisatie en financieel beheer

Paragraaf 5. Financiële organisatie en financieel beheer

-

Artikel 21 Risicomanagement en weerstandsvermogen 1.De raad stelt de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen vast, waarin de kaders ten aanzien van het risicomanagement en weerstandsvermogen zijn beschreven. 2.Overeenkomstig de kaders rapporteert het college over de stand van het weerstandsvermogen ten opzichte van de door de raad vastgestelde norm. Het college doet zo nodig voorstellen tot bijstelling van het weerstandsvermogen.

Artikel 21 Risicomanagement en weerstandsvermogen Door toevoeging van dit artikel stelt de raad kaders aan een verdere duiding van dit onderwerp.

-

Artikel 22 Grondbeleid 1.De raad stelt de Nota grondbeleid vast waarin de kaders voor actief en passief grondbeleid, de kaders voor financiële besturing van de grondexploitatie en de kaders voor de te hanteren grondprijzen zijn beschreven. 2.Het college stelt jaarlijks in de grondprijzenbrief de grondprijzen vast die passen binnen de uitgangspunten van de Nota grondbeleid.

Artikel 22 Grondbeleid Door toevoeging van dit artikel stelt de raad kaders aan een verdere duiding van dit onderwerp.

-

Artikel 23 Stabiliteitscriteria

Artikel 23 Stabiliteitscriteria Door toevoeging van dit artikel stelt de raad kaders aan een verdere duiding van dit onderwerp.

1.Om blijvend financieel op orde (robuust) te zijn, wordt eenmaal per vier jaar de Nota Stabiliteitscriteria vastgesteld. Deze nota wordt opgesteld om goed te kunnen blijven functioneren als het financieel en/of economisch tegenzit, risico's en tegenvallers opgevangen kunnen worden, ruimte wordt geboden om ambities te realiseren en ingespeeld kan worden op ontwikkelingen en maatschappelijke vraagstukken. 2.Twee maal per jaar, bij de begroting en de jaarrekening, worden de vastgestelde stabiliteitscriteria (kengetallen) bijgewerkt en gedeeld met de raad.

Artikel 15. Administratie

Artikel 24. Administratie

De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten, enz; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a.het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de teams; b.het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten, enz; c.het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d.het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; e.het afleggen van verantwoording door het college aan de raad over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving, en f.de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

Artikel 16. Financiële organisatie Het college draagt zorgt voor: a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de taakvelden; g. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; h. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en i. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

Artikel 25. Financiële organisatie

Artikel 24. Administratie Overgenomen uit 20178 (met een kleine aanpassing in lid e)

Artikel 25. Financiële organisatie

Het college draagt zorgt voor: a.een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de teams; b.een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c.de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; d.de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e.de te maken afspraken met de teams over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f.de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de taakvelden; g.het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van leveringen, werken en diensten; h.het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en i.het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, j.het fiscaal beleid inzake de toepassing binnen de gemeente van de wetgeving op het gebied van Rijksbelastingen inclusief de toepassing van de wet op het BTWCompensatiefonds, opdat aan de eisen van

rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

Pagina 4 van 5

Lid j is toegevoegd als gevolg van de wettelijke ontwikkelingen. De rest van dit artikel is ongewijzigd overgenomen uit de verordening uit 2017.

Bijlage 1: Was-Wordt lijst 2017-2023

Artikel 17. Interne controle 1. Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. 2. Het college draagt zorg voor de borging van de objectiviteit, deskundigheid en kwaliteitsbeheersing van de interne controle. 3. Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.

Artikel 26. Interne controle 1.Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, als onderdeel van de paragraaf bedrijfsvoering van de jaarstukken. Daarnaast informeert het college de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. 2.Het college draat zorg voor de borging van de objectiviteit, deskundigheid en kwaliteitsbeheersing van de interne controle. 3.Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 18. Intrekken oude verordening en overgangsrecht 1. De Financiële verordening 2015 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt. 2. Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die vóór 1 januari 2017 zijn gedaan, blijft de Financiële verordening 2015 van toepassing zoals deze gold op de dag voor de inwerkingtreding van deze verordening.

Artikel 27. Intrekken oude verordening en overgangsrecht

Artikel 19. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017, met uitzondering van artikel 11 lid 4 en 5 dat eerst in werking treedt met ingang van 1 januari 2018. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Zeist 2017.

Artikel 28. Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023, met uitzondering van artikel 14 (Waardering en Afschrijving vaste activa) dat na vaststelling van de Nota Waarderen en Afschrijven Materieel Vaste Activa 2023 in werking zal treden. 2.Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Zeist 2023

1.De Financiële verordening 2017 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag 2021 en bijbehorende stukken. Ditzelfde geldt voor de begroting, jaarrekening en jaarverslag 2022 en bijbehorende stukken, vanwege dat dit (deels) samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt. 2.Met uitzondering op lid 1 blijft artikel 8 (Waardering en Afschrijving vaste activa) uit de Financiële verordening 2017 van toepassing tot het vaststellen van de Nota Waarderen en Afschrijven Materieel Vaste Activa 2023 3.Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die vóór 1 januari 2023 zijn gedaan, blijft de Financiële verordening 2017 van toepassing zoals deze gold op de dag voor de inwerkingtreding van deze verordening.

Pagina 5 van 5

Artikel 26. Interne controle Overgenomen uit 2017

Artikel 27. Intrekken oude verordening en overgangsrecht Overgenomen uit 2017, met kleine actualisaite en regeling met betrekking tot artikel 14

Artikel 28. Inwerkingtreding en citeertitel Overgenomen uit 2017, met kleine actualisaite en regeling met betrekking tot artikel 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12539119/1