CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01-22RV043 Bijlage 1Advies bezwaarschriftencommissie

Raad 8 november 2022, gemeente ZeistBij agendapunt: Afhandeling bezwaarschrift tegen vastgesteld Mobiliteitsplan2.239 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ADVIES VAN DE ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN

Aan het college van burgemeester en wethouders en de Gemeenteraad

Onderwerp

: Advies bezwaren tegen instemming met Mobiliteitsplan en intrekking GVVP.

Ons kenmerk

: BZ.1.22.0044.001

Aan de Adviescommissie bezwaarschriften is verzocht om advies uit te brengen over de bezwaren, gericht tegen het besluit van 24 februari 2022 waarbij de raad heeft besloten in te stemmen met het Mobiliteitsplan Zeist 2022-2027 en het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) in te trekken. De Adviescommissie bezwaarschriften bestaat uit een voorzitter, die niet werkzaam is bij de gemeente Zeist en twee medewerkers van de gemeente Zeist. Dit is een commissie, als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De commissie bestaat uit: • de heer mr. R.J. Lievaart • de heer mr. R Snijder • mevrouw mr. M. Jue

voorzitter lid, werkzaam bij team juridische zaken en secretaris, werkzaam bij hetzelfde onderdeel.

Op grond van het Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Zeist houdende regels omtrent delegatie Algemeen delegatiebesluit Zeist 2019-2023 is het verrichten van handelingen en activiteiten ter voorbereiding van door de raad te nemen besluiten op bezwaarschriften in het kader van artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht gemandateerd aan het college. Voorgeschiedenis • Op 24 februari 2022 (bekend gemaakt op 1 maart 2022 door middel van publicatie via de website) heeft de raad besloten in te stemmen met het Mobiliteitsplan Zeist 2022-2027 en het GVVP in te trekken. • Bij brief van 26 april 2022, ontvangen op 26 april 2022 zijn hiertegen bezwaren ingediend door Stichting Beter Zeist, p/a. P.C. Hooftlaan 31 te Zeist. • Naar aanleiding van de ingediende bezwaren is op 12 mei 2022 telefonisch contact gezocht met bezwaarmaker om uit te leggen dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) tegen een dergelijk besluit geen bezwaar kan worden ingediend. Dit gesprek is per e-mail bevestigd op 12 mei 2022. • Op 16 mei 2022 is afgesproken dat het ingediende bezwaarschrift niet wordt ingetrokken maar voorlopig wordt aangehouden in afwachting van een inhoudelijke reactie op de ingediende vragen uit het bezwaarschrift.

• Per brief van 4 juli 2022 heeft bezwaarmaker verzocht om een spoedige behandeling van het bezwaar aangezien de toegezegde inhoudelijke reactie tot nu toe is uitgebleven. • De ontvangst van de bezwaren is daarom formeel bevestigd per brief van 12 juli 2022. In deze brief is aangegeven dat in deze zaak nog niet aan alle formele vereisten voor een inhoudelijke behandeling voldoet aangezien de bezwaren te laat zijn ingediend en onderhavig besluit geen besluit is waartegen een bezwaarschrift kan worden ingediend. Bezwaarmaker is in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren tot uiterlijk 5 augustus 2022. • Bezwaarmaker heeft hierop schriftelijk gereageerd per brief van 18 juli 2022. Ontvankelijkheid van het bezwaar Naar aanleiding van de ingediende bezwaren deelt onze commissie u het volgende mede. Om een bezwaar inhoudelijk te kunnen beoordelen moet het voldoen aan het vereiste dat het ontvankelijk is.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

pagina 2 van 6

Voor de ontvankelijkheid is onder andere van belang dat het bezwaarschrift is gericht tegen een besluit waartegen op grond de Awb bezwaar- en beroep kan worden ingesteld. Een zogenoemd appellabel besluit. Het Mobiliteitsplan bevat voornemens van de raad en het college omtrent te nemen verkeersbesluiten en -maatregelen. Voor het uitvoeren van die voornemens is nadere besluitvorming nodig, waarbij het Mobiliteitsplan richtinggevend is. Er bestaat echter geen verplichting om deze voornemens bij vervolgbeslissingen in acht te nemen. De voornemens zijn gelet hierop niet zelfstandig op rechtsgevolg gericht. Van een appellabel besluit is derhalve geen sprake. Het gaat hier om een zogenaamde beleidsregel in de zin van artikel 1:3, vierde lid, Awb. Tegen een beleidsregel, zoals een mobiliteitsplan, kan op grond van artikel 7:1, eerste lid van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:3, eerste lid van de Awb geen bezwaar worden gemaakt. Ook de intrekking van een beleidsregel, zoals het GVVP, is niet vatbaar voor bezwaar. De commissie komt dan ook tot de conclusie dat bezwaarmaker bezwaar heeft gemaakt tegen een niet appellabel besluit op grond waarvan de bezwaren niet-ontvankelijk zijn. De commissie verwijst ter onderbouwing van deze conclusie nog naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 25 juli 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB0356.

Aan een inhoudelijke behandeling van de bezwaren komt de commissie dan ook niet toe. Ten overvloede wijst de commissie er op dat, mocht er al sprake zijn van een appellabel besluit, de artikelen 6:7 en 6:8 van de Awb als eis stellen dat een bezwaarschrift binnen zes weken na bekendmaking van het besluit moet zijn ingediend. Artikel 6:9 van de Awb bepaalt dat een bezwaarschrift tijdig is ingediend wanneer het binnen deze termijn is ontvangen dan wel voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De commissie geeft aan dat het besluit van 24 februari 2022 waarbij de raad heeft ingestemd met het Mobiliteitsplan Zeist 2022-2027 en het GVVP heeft ingetrokken is gepubliceerd op 1 maart 2022. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is daarom op 1 maart 2022 begonnen en geëindigd op 12 april 2022. Het bezwaarschrift is gedateerd op 26 april 2022 en ontvangen op 26 april 2022. Het is dus na afloop van de bezwaartermijn ingediend. Gelet op het voorgaande is bezwaarde volgens de commissie door de te late indiening van het bezwaarschrift in verzuim. Bezwaarmaker heeft aangevoerd dat hij nog in afwachting was van een antwoord op zijn vragen aan de griffie van 21 maart 2022. Dit heeft echter niet tot gevolg dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is in de zin van artikel 6:11 Awb.

In afwachting van de gevraagde informatie had bezwaarmaker binnen de daarvoor geldende termijn van zes weken een nog ongemotiveerd bezwaarschrift kunnen indienen ter veiligstelling van de termijn. De mogelijkheid om een nog ongemotiveerd bezwaar te maken is juist bedoeld voor situaties waarin het formuleren van gronden nog niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat nog niet alle informatie beschikbaar is. De commissie verwijst naar een uitspraak van de ABRvS van 24 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021: 381 (rechtsoverweging 3). Nu niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die het verzuim kunnen rechtvaardigen, acht de commissie het bezwaar ook nietontvankelijk wegens het te laat indienen daarvan. Hoorzitting Ingevolge artikel 7:2, eerste lid, van de Awb dient u, voordat op het bezwaar wordt beslist, belanghebbenden in de gelegenheid te stellen te worden gehoord. Met toepassing van artikel 7:3, onder a, kan van het horen van belanghebbenden worden afgezien indien het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is. Ingevolge artikel 7:13, vierde lid, van de Awb gelezen in onderlinge samenhang met artikel 11, tweede lid, van de Regeling adviescommissie bezwaarschriften 2009 beslist de voorzitter over de toepassing van deze bepaling.

Hoewel bezwaarmaker heeft verzocht om te worden gehoord, heeft de voorzitter in deze overwogen dat het horen niet kan bijdragen aan een ander oordeel over dit bezwaar. Gelet hierop heeft de voorzitter van het horen afgezien. Tot slot Uit de stukken in onderhavige zaak komt naar voren dat er afspraken gemaakt zijn over het beantwoorden van de vragen van bezwaarde zoals die in het bezwaarschrift staan verwoord. Bezwaarde heeft tot op heden deze antwoorden nog niet mogen ontvangen. De commissie gaat er vanuit dat hieraan alsnog op korte termijn gehoor wordt gegeven. Toepasselijke regelgeving In de Bijlage is de relevante regelgeving opgenomen.* Advies De commissie adviseert u gelet op het voorgaande het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

pagina 3 van 6

Zeist, 25 augustus 2022 de voorzitter, namens deze, de secretaris,

mevrouw mr. M. Jue

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

pagina 4 van 6

Bijlage: Relevante regelgeving Algemene wet bestuursrecht (Awb) Artikel 6:7 De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken. Artikel 6:8 1. De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. 2. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift tegen een besluit waartegen alleen door een of meer bepaalde belanghebbenden administratief beroep kon worden ingesteld, vangt aan met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn ongebruikt is verstreken. 3. De termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen een besluit dat aan goedkeuring is onderworpen, vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit, inhoudende de goedkeuring van dat besluit, op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. 4. De termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen een besluit dat tot een of meer belanghebbenden is gericht en dat is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, ter inzage is gelegd. Artikel 6:11 Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift blijft nietontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Artikel 7:1 1.

Degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, dient alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken, tenzij: a. b. c. d. e.

het besluit in bezwaar of in administratief beroep is genomen, het besluit aan goedkeuring is onderworpen, het besluit een goedkeuring of een weigering daarvan inhoudt, het besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4, het besluit is genomen op basis van een uitspraak waarin de bestuursrechter met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, onderdeel a, heeft bepaald dat afdeling 3.4 geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijft, f. het beroep zich richt tegen het niet tijdig nemen van een besluit, g. het besluit is genomen op grond van een voorschrift als genoemd in de bij deze wet behorende Regeling rechtstreeks beroep dan wel het besluit anderszins in die regeling is omschreven. 2. Tegen de beslissing op het bezwaar kan beroep worden ingesteld met toepassing van de voorschriften die gelden voor het instellen van beroep tegen het besluit waartegen bezwaar is gemaakt. Artikel 7:2 1. Voordat een bestuursorgaan op het bezwaar beslist, stelt het belanghebbenden in de gelegenheid te worden gehoord. 2. Het bestuursorgaan stelt daarvan in ieder geval de indiener van het bezwaarschrift op de hoogte alsmede de belanghebbenden die bij de voorbereiding van het besluit hun zienswijze naar voren hebben gebracht.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

pagina 5 van 6

Artikel 7:3 Van het horen van een belanghebbende kan worden afgezien indien: a. b. c. d.

het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is, het bezwaar kennelijk ongegrond is, de belanghebbende heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord, de belanghebbende niet binnen een door het bestuursorgaan gestelde redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord, of e. aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad. Artikel 7:13 1. Dit artikel is van toepassing indien ten behoeve van de beslissing op het bezwaar een adviescommissie is ingesteld: a. die bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden, b. waarvan de voorzitter geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan en c. die voldoet aan eventueel bij wettelijk voorschrift gestelde andere eisen. 2. Indien een commissie over het bezwaar zal adviseren, deelt het bestuursorgaan dit zo spoedig mogelijk mede aan de indiener van het bezwaarschrift. 3. Het horen geschiedt door de commissie. De commissie kan het horen opdragen aan de voorzitter of een lid dat geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. 4. De commissie beslist over de toepassing van artikel 7:4, zesde lid, van artikel 7:5, tweede lid, en, voor zover bij wettelijk voorschrift niet anders is bepaald, van artikel 7:3. 5.

Een vertegenwoordiger van het bestuursorgaan wordt voor het horen uitgenodigd en wordt in de gelegenheid gesteld een toelichting op het standpunt van het bestuursorgaan te geven. 6. Het advies van de commissie wordt schriftelijk uitgebracht en bevat een verslag van het horen. 7. Indien de beslissing op het bezwaar afwijkt van het advies van de commissie, wordt in de beslissing de reden voor die afwijking vermeld en wordt het advies met de beslissing meegezonden. Artikel 8:3 1. Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit: a. inhoudende een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel, b. inhoudende de intrekking of de vaststelling van de inwerkingtreding van een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel, c. inhoudende de goedkeuring van een besluit, inhoudende een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel of de intrekking of de vaststelling van de inwerkingtreding van een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel. 2. Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Regeling adviescommissie bezwaarschriften 2009 Artikel 11 Hoorzitting •

1.Namens de voorzitter van de commissie bepaalt de secretaris plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

pagina 6 van 6

•

2.De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11863965/1