CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01-22RV039# Bijlage 1 Toelichting saldo primitieve begroting

Raad 8 november 2022, gemeente ZeistBij agendapunt: Vaststellen van de begroting 20231.379 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1: Totstandkoming saldo primitieve meerjarenbegroting 2023 bedragen x € 1.000

Opbouw begrotingssaldo meerjarenbegroting 2023 Omschrijving

saldo 2023 saldo 2024 saldo 2025 saldo 2026 -535

-19

198

1.001

9.306

12.019

14.510

5.631

A

Saldo kadernota 2023

B

Netto-uitkomst meicirculaire gemeentefonds

B1

- Uitkomst meicirculaire

B2

- Taakmutaties (inkomsten)

322

314

293

280

B2

- Taakmutaties (uitgaven)

-322

-314

-293

-280

C

Nagekomen effecten gemeentefonds

C1

- Bevriezen accres kabinetsperiode

2.129

2.957

3.458

1.732

C2

- Voorlopige uitwerking compensatie jeugdhulp

-

870

193

-99

D

Loon- en prijscompensatie

D1

- Toepassen prijs/loonindex conform kadernota

-3.093

-3.030

-3.052

-3.097

D2

- Beschikbaar in gemeentefonds meicirculaire

2.006

2.007

2.008

2.005

E

Tarieven

E1

- Afval

-140

-187

-120

-111

E2

- Riool

-175

-178

-162

-156

E3

- Tarieven (overige aspecten)

130

55

73

160

F

Overige actualisaties

F1

- Kapitaallasten / financiering

-50

22

-12

-85

F2

- Reserves en voorzieningen

-370

-359

-416

-518

F3

- Gevolgen besluitvorming raad

-291

-163

-165

-131

Saldo primitieve meerjarenbegroting 2023

8.917

13.994

16.513

6.332

Het saldo van de meerjarenbegroting is als volgt tot stand gekomen. A. De opbouw van de primitieve meerjarenbegroting 2023 start vanaf het saldo van de kadernota 2023. Hierin is tevens de eerste bestuursrapportage 2022 verwerkt. B. De meicirculaire van het gemeentefonds is één van de belangrijkste mutaties in het opstellen van de primitieve begroting. Over de uitkomst hiervan is voor de zomer een raadsinformatiebrief verschenen (RIB22.085). Hierin wordt de (bruto) groei van het gemeentefonds berekend (B1) en wordt ook toegelicht welk deel hiervan taakmutaties betreft. Deze middelen worden 1-op-1 toegekend aan de betreffende collegeproducten voor de uitvoering van deze taken (B2). C. In de zomer heeft de gemeente nadere informatie van het rijk en de provincie ontvangen over de uitkering gemeentefonds. Deze zorgen voor aanpassing in de verwerking van de uitkering gemeentefonds ten opzichte van de raadsinformatiebrief. 1. De meicirculaire laat een forse toename van het gemeentefonds zien (B). Dit wordt vrijwel volledig veroorzaakt door een stijgend accres; een verwacht hoog uitgavenniveau van het rijk op basis van de voorjaarsnota van het rijk. Er was bezorgdheid of het rijk dit gewenste uitgavenniveau werkelijk zou kunnen realiseren.

Zouden de werkelijke rijksuitgaven lager uitvallen, dan zouden de gemeenten een lagere uitkering gemeentefonds ontvangen volgens de “trap-op-trap-af-methodiek”. Om die reden werd vanuit de landelijke analisten van het gemeentefonds geadviseerd een behoedzaamheid in te bouwen. Wij hebben dit advies gevolgd, ook omdat we dit fenomeen de afgelopen decennia meerdere keren aan de hand hebben gehad. In juni echter zijn de VNG en het rijk tot een akkoord gekomen over het bevriezen van de accressen, op het niveau van de voorjaarnota, voor deze kabinetsperiode. Hierdoor is de onzekerheid over de hoogte van de algemene uitkering weggenomen en kunnen we de opgenomen behoedzaamheid vrij laten vallen in het begrotingssaldo.

2. Het rijk heeft compensatie toegezegd aan de gemeenten voor de tekorten als gevolg van de jeugdzorg. Voor de jaren 2022 en 2023 is deze compensatie ook daadwerkelijk toegekend door middel van circulaires, voor de jaren daarna nog niet. In de zomer hebben wij een advies ontvangen van de provincie, onze toezichthouder, hoe om te gaan met de toezegging van het rijk in de begrotingsjaren 2024 tot en met 2026. De compensatie is een lopend dossier van onderhandelingen tussen rijk en VNG met nog steeds onzekerheden, waarbij het om grote bedragen gaat. Met haar advies wil de provincie helderheid scheppen over een technisch juiste verwerking in de begroting, zonder daarbij de onzekerheden van een oplossing te (kunnen) voorzien. Daarom wordt nu een toegezegde netto compensatie door het rijk meerjarig ingeboekt. Deze compensatie loopt sterk af: € 1.265 mln. (2024), € 758 mln. (2025), € 367 mln. (2026), € 356 mln. (2027). Daarnaast zegt het rijk op landelijk niveau maatregelen te treffen via wet- en regelgeving (bijvoorbeeld een eigen bijdrage), die bij gemeenten moeten zorgen voor extra inkomsten / lagere uitgaven voor jeugdzorg. Het gaat dan landelijk om een besparing van € 100 mln. (2024), € 500 mln. (2025 en 2026) oplopend naar € 511 mln. (2027). De provincie staat de gemeente toe deze besparing in te boeken.

Omdat de maatregelen en het effect daarvan voor een individuele gemeente nog erg onzeker zijn, hebben wij deze besparing slechts voor 50% verwerkt. Het eerdere advies om meerjarig 75% van de compensatie uit 2023 in te boeken, vervalt hiermee. D. Conform de kadernota zijn de loon- en prijsindex toegepast: 2,7% op de kosten, 3,7% op de inkomsten (tenzij hiervoor kostendekkende berekeningen gelden) en 3,3% loonindex. Aangezien op bijna de volledige kostenkant van de begroting een index wordt toegepast, en maar op een beperkt deel van de inkomsten (met name de OZB en andere eigen inkomsten), is het effect op het begrotingssaldo negatief (D1). Daar staat een prijscompensatie in het gemeentefonds tegenover (D2). De compensatie vanuit het rijk wordt op andere grondslagen berekend, en kan daardoor afwijken. De berekening van de indexen zoals de gemeente ze toepast, maken onderdeel uit van een stabiel financieel beleid voor Zeist en kennen door hun dankpannensysteem een automatische correctie als de ingeschatte loon- of prijsstijging achteraf anders blijkt te zijn. Ze zijn vastgesteld en toegelicht in de kadernota 2023. E. Op basis van wet- en regelgeving, aangevuld met door de raad vastgesteld beleid, gelden voor sommige taken (maximaal) kostendekkende tarieven.

Door deze verplichting om kosten en opbrengsten conform de regelgeving te ramen en in evenwicht te brengen, ontstaan er afwijkingen ten opzichte van de standaard rechtdoor-met-prijsindex-begroting, en daarmee effecten op het begrotingssaldo. 1. Het goed en duurzaam omgaan met afval vraagt een steeds grotere inspanning op het gebied van beleid, communicatie en educatie. Deze generieke kosten mogen niet in het tarief worden opgenomen, omdat ze niet rechtstreeks bijdragen aan het ophalen van huisvuil. Hetzelfde geldt voor het opruimen van zwerfvuil etc. Deze kosten worden daarom altijd ten laste van het begrotingssaldo gebracht. Bij het goed analyseren en classificeren van de kosten blijkt dat deze kosten stijgen en er meer kosten ten laste van het begrotingssaldo gebracht moeten worden. 2. Bij het vaststellen van het vGRP zijn afspraken gemaakt over de tarief ontwikkeling. In 2023 wordt een tariefverlaging van 10% en een prijsindex van 3,7% toegepast, resulterend in een verlaging van 6,3%. Bij de uitwerking conform regelgeving (rioolheffing mag alleen worden ingezet voor rioolkosten) komt de 3,7% prijsindex niet ten gunste van het gemeentelijke begrotingssaldo, maar wordt deze voorlopig in de egalisatievoorziening gestort om een eerder opgelopen tekort op de rioolexploitatie te dekken.

De prijsstijgingen bij riolering zijn nog niet allemaal doorgerekend en hiervoor kan de voorziening later worden aangewend. Op dit punt wordt het begrotingssaldo naar beneden bijgesteld. 3. Bij de (overige) tarieven ontstaat een positief effect door de lagere deelnemersbijdrage aan de BghU (lagere kosten) en door het toerekenen van de juiste kosten voor onderhoud, personeel en overhead, wat een (extra) dekking met zich meebrengt voor kosten in de gemeentelijke begroting.

F. Diverse onderdelen van de begroting moeten op basis van de meest actuele gegevens worden aangepast om op het juiste niveau te worden geraamd. Dit leidt tot bijstellingen en daarmee tot effecten op het begrotingssaldo. 1. Alle aspecten rond kapitaallasten (rente en afschrijving van investeringen), financieringskosten en -opbrengsten zijn geactualiseerd. Voorbeelden hiervan zijn: het aanpassen van de rente en afschrijving van investeringen die eind 2021 zijn afgesloten (en door de raad vastgesteld) met een ander saldo dan begroot, het juist verwerken van de rentekosten van de opgenomen leningen en een actuele inschatting van de opbrengsten uit de ambtenarenhypotheken (uitsterfconstructie). 2. De stortingen in en onttrekkingen uit de reserves en voorzieningen moeten op een juist niveau worden geraamd. Bij de reserves gebeurt dit op basis van de spelregels die de raad voor de reserves heeft vastgesteld, bij de voorzieningen op basis van wet- en regelgeving. Bij diverse reserves wordt een prijsindex toegepast op het saldo, om de reserve op een voor de toekomst noodzakelijk of wenselijk peil te houden. Met name bij de reserve onderwijshuisvesting en de reserve RIOZ zorgt dit voor een hogere toevoeging en dus een last op het begrotingssaldo. 3. Eerdere besluitvorming door de raad heeft een onontkoombaar effect op bepaalde budgetten en daarmee op het begrotingssaldo.

Hieronder valt ook het goedkeuren van de begrotingen van diverse gemeenschappelijke regelingen en de VNG-begroting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11840405/1