CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01-21RV066 Bijlage 1 Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026

Overige evenementen 23 november 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Ronde Tafel RV Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan34.399 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Zeist 2022 - 2026 GRP 2022 - 2026 6 oktober 2021

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Verantwoording Titel

verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Zeist 2022 - 2026

Opdrachtgever

Gemeente Zeist

Projectleider

Leon Droppert

Auteur(s)

Gwendolijn Vugs

Tweede lezer

-

Projectnummer

1280605

Aantal pagina’s

54

Datum

6 oktober 2021

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Ekkersrijt 4008 Postbus 1680 5602 BR Eindhoven T +31 40 23 25 55 0 E info.eindhoven@tauw.com

2/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Inhoud 1

2

3

4

Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding en doelstelling .................................................................................................. 5

1.2

Geldigheidsduur ................................................................................................................. 6

1.3

Procedure ........................................................................................................................... 6

1.4

Leeswijzer .......................................................................................................................... 7

Evaluatie .................................................................................................................................... 8 2.1

Algemeen ........................................................................................................................... 8

2.2

Zorgplichten ....................................................................................................................... 8

2.3

Beheer en onderhoud ...................................................................................................... 12

2.4

Samenwerking ................................................................................................................. 13

2.5

Financiën .......................................................................................................................... 14

Ambities en doelen .................................................................................................................. 15 3.1

We geven invulling aan de gemeentelijke zorgplichten ................................................... 15

3.2

Afvalwater ........................................................................................................................ 17

3.3

Hemelwater ...................................................................................................................... 19

3.3.1

Hemelwateroverlast en anticiperen op klimaatverandering ...................................... 19

3.3.2

Duurzame omgang met hemelwater ......................................................................... 20

3.3.3

Raakvlakken met hitte en droogte............................................................................. 22

3.4

Grondwater ...................................................................................................................... 22

3.5

Oppervlaktewater ............................................................................................................. 24

3.6

Doelmatig beheer ............................................................................................................. 26

3.7

Samenwerking, innovatie en extern (klant) ...................................................................... 28

Strategie en maatregelen ........................................................................................................ 31 4.1

Toetsing huidige situatie .................................................................................................. 31

4.2

Speerpunten ..................................................................................................................... 34

4.3

Maatregelen ..................................................................................................................... 35

4.3.1

Onderzoek................................................................................................................. 35

4.3.2

Beheerrioleringsgegevens bij nieuwe aanleg ........................................................... 38

4.3.3

Objectgerichte maatregelen ...................................................................................... 38

4.3.4

Systeemgerichte maatregelen .................................................................................. 42

3/54

Kenmerk

5

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Middelen .................................................................................................................................. 46 5.1

Personele middelen ......................................................................................................... 46

5.2

Financiële middelen ......................................................................................................... 47

5.2.1

Voorzieningen ........................................................................................................... 47

5.2.2

Rioolheffing en totale baten ...................................................................................... 48

5.2.3

Vervangingsinvesteringen en investeringen projectenplan ....................................... 48

5.2.4

Totale lasten voorziening BBV 44.2 .......................................................................... 49

5.2.5

Totale investeringen ten lasten van voorziening BBV 44.1 lid d ............................... 50

5.3

Kostendekking .................................................................................................................. 51

5.3.1

Uitgangspunten kostendekking ................................................................................. 51

5.3.2

Uitgangspunten Besluit begroting en verantwoording (Bbv) ..................................... 51

5.3.3

Bepaling rioolheffing.................................................................................................. 52

Bijlage 1

Bouwstenen voor omgevingsplan

Bijlage 2

Beslisschema Winnet

Bijlage 3

Grondwaternotitie

Bijlage 4

Reiniging, inspecties en overige uitgangspunten vrijvervalriolering

Bijlage 5

Ambitiekaart duurzaam & circulair inkopen (rioleringen en water)

Bijlage 6

Lozingspunten

Bijlage 7

Infographic online enquête

Bijlage 8

Ambities en resultaten ecoscans

Bijlage 9

Baggerplan 2024

Bijlage 10

Analyse personele middelen

Bijlage 11

Financiële tabellen

Bijlage 12

Resultaten heffingsberekening

Bijlage 13

Reactiebrief HDSR

Bijlage 14

Lijst met afkortingen

4/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

1 Inleiding Binnen de gemeentelijke voorzieningen speelt de riolering een prominente rol. Niet alleen draagt het systeem bij aan de bescherming van de volksgezondheid, maar ook aan het voorkomen van wateroverlast, het verminderen van effecten van klimaatveranderingen en het aantrekkelijk maken van woon-, bedrijfs- en recreatieomgeving. Voldoende redenen om op dit punt goede afspraken vast te leggen en te zorgen voor een goede financiële dekking. In het voorliggend Gemeentelijk Rioleringsplan 2022 - 2026 is, voor een periode van vijf jaar, het beleid ten aanzien van riolering en stedelijk water van de gemeente Zeist vastgelegd.

1.1

Aanleiding en doelstelling

De wettelijke basis van het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) is vooralsnog vastgelegd in drie wetten. • De taken en verplichtingen die de gemeente op het gebied van riolering heeft, zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm artikel 10.33). Een van de verplichtingen uit de Wet milieubeheer betreft het opstellen van een gemeentelijk rioleringsplan. In dit vGRP moet inzichtelijk zijn gemaakt welke voorzieningen op het gebied van riolering in beheer zijn, welke effecten deze voorzieningen op het milieu hebben en welke kosten met het beheer en onderhoud hiervan gemoeid zijn, rekening houdend met toekomstige vervanging en/of verbetering. In de Wet milieubeheer is ook de zorgplicht voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater vastgelegd •

De Waterwet is sinds 2009 in werking getreden en beschrijft het brede pakket aan zorgtaken van de gemeente. Vanuit de Waterwet heeft de gemeente een zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater

•

De wettelijke kaders rond de rioolheffing zijn vastgelegd in de Gemeentewet. Uitgangspunt hierbij is dat de totale rioolheffing nooit meer mag bedragen dan het bedrag dat nodig is voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken ten aanzien van afvalwater, grondwater en hemelwater

Door verdere vereenvoudiging van het omgevingsrecht vervangt de Omgevingswet (naar verwachting per 1 juli 2022) het voor wat betreft stedelijk water en riolering de Wet milieubeheer en de Waterwet. Deze wetwijziging heeft als direct gevolg dat de planverplichting voor het vGRP komt te vervallen. Daarnaast worden drie nieuwe instrumenten geïntroduceerd, zie figuur 1.1. In bijlage 1 hebben wij de bouwstenen vanuit het vGRP voor het nog op te stellen omgevingsplan samengevat.

5/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Huidig vGRP Zorgplichten

Omgevingswet omgevingsvisie

Doelen Maatregelen Middelen Instrumenten (verordeningen)

omgevingsprogramma

omgevingsplan

Figuur 1.1 Toelichting toekomstige vorm waterbeleid in Omgevingswet

Ten opzichte van het bestaande beleid en ambities uit het vorig vGRP hebben we klimaatadaptatie nu verankerd en hebben we gekozen voor een andere vervangingsstrategie voor de vrijvervalriolering. Voorliggend plan geeft een verdieping op hoe de gemeente invulling geeft aan de zorgplichten voor nu, maar ook voor de lange termijn en geeft aan hoe klimaatadaptatie hier binnen past. Voorliggend vGRP beschrijft de ambitie met daarbij behorende strategie voor de planperiode 2022 - 2026 en verder. Daarnaast is in dit plan vastgelegd welke personele en financiële middelen nodig zijn om deze strategie te kunnen realiseren. Hiermee waarborgen we de continuïteit van de rioleringszorg, in lijn met de eisen uit de wetgeving.

1.2

Geldigheidsduur

Voorliggende actualisatie van het vGRP heeft een geldigheidsduur van vijf jaar, van 2022 tot en met 2026. Een vGRP opstellen voor een langere termijn is niet wenselijk, omdat belangrijke wijzigingen kunnen optreden, zoals: • Wijzigingen in (nieuwe) wetgeving of (Europees) beleid • •

1.3

Ervaringen op diverse vlakken, waaronder de samenwerking afvalwaterketen en ontwikkelingen in afvalwaterketen Afwijkingen bij inkomsten, uitgaven of het vermogensbeheer

Procedure

Tijdens het totstandkomingsproces is Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) betrokken. Ambtelijke reacties van HDSR op conceptstukken zijn verwerkt in het plan, zodat bij hen draagvlak bestaat voor het plan. De gemeenteraad is betrokken via een informatief ronde tafel gesprek en raadsinformatiebrief. Inwoners van Zeist is via een online enquête gevraagd hun visie te geven op het vGRP. Na de vaststelling van het vGRP door de gemeenteraad wordt het vGRP voor een formele reactie naar HDSR verzonden. De reactie op het concept vGRP is als bijlage 13 opgenomen. Daarnaast wordt conform artikel 4.23 lid 2 van de wet milieubeheer het vGRP ook verzonden aan de gedeputeerde staten.

6/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

De vaststelling is bekend gemaakt in ‘De Nieuwsbode’, die in de gemeente verspreid wordt. Hierbij is aangegeven op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van het plan.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 ‘Evaluatie vGRP Zeist 2016 - 2021’ is de evaluatie van de afgelopen planperiode beschreven. In hoofdstuk 3 ‘Ambities en doelen’ is aangegeven op welke manier we invulling geven aan de gemeentelijke zorgplichten. Dit vormt de basis voor de op te stellen strategie voor de komende planperiode. In hoofdstuk 4 ‘Strategie en maatregelen’ zijn, op basis van een toetsing van de huidige situatie, de ambities en doelen vertaald naar een concrete strategie voor de komende planperiode. Tot slot is in hoofdstuk 5 ‘Middelen’ aangegeven welke middelen, op zowel het personele als financiële vlak benodigd zijn om de strategie tot uitvoering te brengen. In het rapport zijn diversen afkortingen gebruikt, deze zijn zoveel mogelijk in de tekst nader toegelicht. In bijlage 14 is een overzicht van de gebruikte afkortingen opgenomen.

7/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

2 Evaluatie In dit hoofdstuk is teruggekeken op de planperiode van het vorige vGRP: 2016 – 2021. Daarbij is gekeken in hoeverre de ambities uit het vorige vGRP zijn behaald of de strategie heeft gewerkt en welke invloed dit had op de kostendekking.

2.1

Algemeen

De afgelopen periode heeft de gemeente te maken gehad met personele wisselingen op het product riolering. De huidige personele bezetting was dan ook niet betrokken bij het schrijven van het vGRP 2016 – 2021 in 2016. Het vorige vGRP wordt als onvoldoende concreet ervaren, doordat beleidskaders voor de uitvoering van maatregelen ontbraken. Ook de lijst met concrete maatregelen voor de afgelopen planperiode was beperkt. Dit is een aandachtspunt voor het nieuwe vGRP. Verder heeft de gemeente de afgelopen planperiode ingezet op het verder concretiseren van het beleid op het vlak van klimaatadaptatie en de invulling van risicogestuurd beheer. Van beide onderdelen zijn de beleidsuitgangspunten en uitvoeringsmaatregelen verankerd in het vGRP en bijbehorende kostendekkingsplan (KDP).

2.2

Zorgplichten

Stedelijk afvalwater • Inmeten stelsel: In de planperiode zijn alle interne overstortputten en stuwputten ingemeten. Daarnaast is een controle uitgevoerd van alle plaatsen waar mogelijk schildmuren of aansluitingen aanwezig waren. Hieruit zijn diverse locaties naar voren gekomen waar de praktijksituatie anders was dan gedacht •

Hydraulisch functioneren: Om het inzicht in het hydraulisch functioneren van het systeem te vergroten heeft de gemeente het rekenmodel laten optimaliseren. Dit is gedaan door de gegevens vanuit de inmeetronde toe te voegen. Het nieuwe model is gebruikt bij uitvoer van de stresstesten 1 en geeft nu een resultaat dat beter overeenkomt met de werkelijke situatie. Een herberekening op het schaalniveau van een BRP 2 (basisrioleringsplan) moet nog uitgevoerd worden

•

Meetnet: De gemeentelijke meetvoorzieningen verkeren in goede staat. Het meetnet is tijdelijk uitgebreid met 10 meetpunten ter hoogte van de stuwputten. Daarnaast zijn er 10 permanente neerslagmeters geplaatst. Hiermee krijgt de gemeente meer inzicht in het functioneren van het stelsel bij extreme neerslag. Dit inzicht helpt bij het bepalen van de juiste maatregelen. Alle meetpunten (overstorten, strategische monitoring, neerslagmeters en grondwatermeetpunten) zijn ogenomen in H2gO

1

Bij de berekening van de stresstesten is het rekenmodel van de riolering gecombineerd met een maaiveldmodel.

2

BRP is een basisrioleringsplan waarin op gedetailleerde wijze wordt aangegeven hoe de inzameling en afvoer van

afvalwater en neerslag binnen een gebied dient te gebeuren.

8/54

Kenmerk

•

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Wateroverlast: Wateroverlast is weinig voorgekomen. Er zijn geen extreme buien (60 mm in 1 uur) gevallen. De afgelopen jaren zijn er twee grotere buien gevallen: op 29 mei 2018 viel er in Den Dolder ca. 48mm neerslag in 30 minuten en op 18 september 2017 viel er rond de Panweg in Zeist naar schatting meer dan 30 mm in één uur. De gemeente heeft oproep gedaan op social media over de ervaren wateroverlast. Voor de eerdere genoemde buien zijn meldingen binnen gekomen over ondergelopen (lager gelegen) garages en volledig ondergelopen straten. Op kleinere buien kwam vaak geen noemenswaardige respons

•

(plassen in bermen en op fietspaden) Stresstesten: Naar aanleiding van het BRP zijn op drie locaties maatregelen getroffen om de wateroverlast te beperken: -

•

Korte Bergweg - uitgevoerd in 2020 Erasmuslaan - uitgevoerd in 2021 Utrechtseweg-Kromme Rijnlaan - uitgevoerd in 2021

Relinen: In de planperiode heeft de gemeente diverse malen gekozen om een riool niet te vervangen, maar om de technische levensduur te verlengen door relining (zowel totaal- als deelreliningen)

•

2016: 12 strengen (0,5 km) 2021: 29 strengen (1,2 km) Riooloverstorten: Inmiddels zijn alle overstorten voorzien van monitoring. Overstorten

•

Beukbergen en Fornhese worden bemeten via het betreffende gemaal. BBB Koppeldijk en overstort Austerlitz zijn in de planperiode toegevoegd aan het meetnet Foutieve aansluitingen: Naar aanleiding van de slechte waterkwaliteit in de randsloot Couwenhoven zijn 11 foutaansluitingen gevonden en opgelost. Daarnaast zijn enkele foutaansluitingen gevonden voorafgaand van het ombouwen van VGS naar GS in de Compinstenbuurt en het Parmentiersland en bij het IT-riool Kerkweg/Stuivingastraat. De foutieve aansluitingen zijn opgelost door de gemeente, behalve bij specifieke gevallen zoals aansluiting van wasmachine op regenwaterafvoer in garage of schuur. Deze woningen zijn aangeschreven op basis van controle van de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) blijkt

•

dat deze foutieve aansluitingen inmiddels zijn verholpen Rioolvreemd water: Gemaal Fornhese is in de afgelopen periode meer water gaan verpompen. Het gaat hierbij om rioolvreemd water waarvan de herkomst, na onderzoek, onduidelijk blijft. In de komende planperiode gaat de gemeente nader onderzoek doen naar de herkomst van het water bij het opstellen van het BRP. Het waterleidingbedrijf heeft een lekkende waterleiding uitgesloten

• •

Reinigen: In tegenstelling tot de termijn die in het vGRP werd genoemd, is een reinigingscyclus van 10 jaar aangehouden, zodat deze gelijk loopt met de inspectiecyclus Plaatsen afsluiters: Het plaatsen van afsluiters op een viertal locaties om zo de berging in de stuwgebieden beter te benutten is niet uitgevoerd. De gemeente wil eerst, via het meetnet, meer inzicht krijgen in het functioneren van het rioolsysteem bij extreme neerslag om te voorkomen dat de maatregel de berekende wateroverlast in Patijnpark en Verzetswijk

•

verergerd Gemaalcapaciteiten: In samenspraak met HDSR is onderzocht wat voor de totale afvalwaterketen de meest gewenste pompcapaciteiten zijn. De afspraken over de te hanteren pompcapaciteiten zijn vastgelegd in een afvalwaterakkoord (316582, 28 mei 2019)

9/54

Kenmerk

•

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Storingsdienst: De storingsdienst van de gemeente functioneert goed. Zij pakken de eerste lijnsstoringen op en zetten indien nodig een gespecialiseerd bedrijf in. Indien problemen veroorzaakt worden door handelen bewoners, worden gericht bewonersbrieven verstuurd, waarna de situatie vaak aanzienlijk verbetert

Hemelwater • Afkoppelen: In de planperiode is verhard oppervlak afgekoppeld bij de volgende reconstructieprojecten: Oppervlakkige afvoer op De Dreef, Kromme Rijnlaan, Oude Arnhemseweg (tussen Sanatoriumlaan en De Dreef).

•

-

IT-riool P.J. Oudlaan, Talmalaan e.o. IT-riool Oude Arnhemseweg / Roemer Visscherlaan e.o. (oktober 2021 - maart 2023) Nieuwbouw Kerkebosch, Tolhuislaan, Duivenhorst, Sterrenberg, Beukbergen

-

Ombouwen stelsel van VGS naar GS Componistenbuurt en Parmentiersland Informeren/stimuleren bewoners/bedrijven via Samen Duurzaam Zeist, Afkoppelcoaches, Operatie Steenbreek, aanleg groene daken

Afkoppelcoaches: In combinatie met projecten waar de gemeente verhard oppervlak heeft afgekoppeld, zijn afkoppelcoaches ingezet om particulieren te stimuleren gelijktijdig verharding op hun terrein (dak en tuin) af te koppelen. Hierbij zijn verschillende strategieën gehanteerd: van informeren/stimuleren tot ontzorgen. In het project Korte Bergweg (Huis ter Heide) is gebleken dat ruim 50% van de eigenaren mee wil doen op het moment dat we als gemeente aanbieden om de regenpijp af te koppelen (ontzorgen). Bij dit project gaat het om

•

grote voortuinen waar het water op eigen perceel verwerkt kan worden Riooloverstorten: In de planperiode zijn vijf kleine riooloverstorten dichtgezet, één in Nijenheim en vier in Kerckenbosch. Voor Nijenheim geldt dat hierdoor een kleinere watergang niet meer belast wordt en er meer water overstort ter hoogte van bergbezinkbassin Griftlaan/Kroostweg. Voor Kerckebosch geldt dat er de afgelopen jaren substantieel afgekoppeld is waardoor de overstorten overbodig zijn geworden

•

•

•

Overstort Thorbeckelaan: de maatregel om in de Staatsliedenbuurt 130 m¹ riool aan te leggen naar overstort Thorbeckelaan is niet uitgevoerd, omdat de maatregel onvoldoende bijdraagt aan het voorkomen van wateroverlast en daarmee niet doelmatig is. Deze maatregel is hiermee komen te vervallen BBB Griftlaan/Kroostweg: Het signaleringssysteem van het bergbezinkbassin aan de Griftlaan/Kroostweg is gecontroleerd en verbeterd. Momenteel werkt de signalering zoals bedoeld en wordt het doorspoelsysteem van het HDSR automatisch in werking gezet na een overstort Drukriolering: Met name in Bosch en Duin is veel regenwater aangesloten op de drukriolering, dit zorgt voor een hoger energieverbruik als gevolg van het verpompen van het regenwater. De gemeente heeft nog niet grootschalig ingezet op het terugbrengen en voorkomen van lozingen van hemelwater op drukriolering

•

Infiltratie: In de planperiode zijn wadi’s, infiltratievelden en bermen met een infiltratiefunctie aangelegd aan de Erasmuslaan, Parmentiersland, Kromme Rijnlaan, Utrechtseweg en Kerckebosch

10/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Grondwater •

Meldingen: In de afgelopen planperiode zijn 2 vragen bij de gemeente binnengekomen over grondwater dat omhoog komt in kelders. Uit het aantal meldingen bleek dit niet te gaan om structurele wateroverlast waardoor nadere actie vanuit de gemeente niet noodzakelijk was

• •

Zeist-West: Door zijn ligging is Zeist-West gevoeliger voor grondwateroverlast, maar in de planperiode zijn er geen problemen bekend bij de gemeente Grondwatermonitoring: In de afgelopen planperiode werd binnen het regionale

•

grondwatermonitoringsprogramma gemeten bij 7 peilbuizen. De gemeente heeft voldoende inzicht in de grondwaterstanden op locaties waar grondwaterproblemen kunnen optreden Gewenste ontwateringsdieptes: De gewenste ontwateringsdieptes uit het vGRP zijn nog niet vastgelegd in de bouwverordening. Over het algemeen zijn de grondwaterstanden in de gemeente een stuk lager dan de minimaal gewenste ontwateringsdieptes

Overig • Klimaatbestendig Zeist: Binnen de gemeentelijke dienst zijn afspraken gemaakt over de gewenste strategie van klimaatadaptatie en de bijbehorende inrichtingseisen voor het stedelijk gebied. Dit is vastgelegd in 'Klimaatbestendig Zeist - Route naar een klimaatbestendige gemeente’. Het plan beschrijft de visie op klimaat en hoe de gemeente hier invulling aan gaat geven. Als onderdeel van Klimaatbestendig Zeist is een analyse uitgevoerd op de mate van

•

klimaatbestendigheid op dit moment. Deze analyse is als bijlage 1 van Klimaatbestendig Zeist opgenomen Communicatie: Op het moment dat de gemeente aan de slag gaat in een straat, wordt met bewoners gesproken over de problemen die er spelen (met betrekking tot wateroverlast). Daarna wordt gekeken of het oplossen van een probleem meegenomen kan worden in het project. Bij de Dr. Engelhardlaan was de gemeente tussenpersoon bij de aanleg van

•

huisaansluitingen op particulier terrein. Daarnaast hebben we afkoppelcoaches ingezet bij het project Oude Arnhemseweg Communicatieplan: In 2021 is ook een start gemaakt met het opstellen van een

•

communicatieplan en het voorbereiden van een communicatietraject met bewoners. Op basis van voorliggend vGRP gaan we het communicatieplan aanscherpen en verdiepen DWAAS-HAAS: Naar aanleiding van het eerder uitgevoerde DWAAS-HAAS 3 onderzoek zijn de afgelopen planperiode de volgende nadere onderzoeken uitgevoerd: Onderzoek foutieve aansluitingen in Couwenhoven; hier bleken 11 foutieve aansluitingen deze woningen zijn aangeschreven en de foutieve aansluitingen zijn hersteld -

3

Analyse gemaalgegevens Brugakker; hier lijkt 100 tot 200 m² foutief aangesloten te zijn, verhoudingsgewijs is dit acceptabel Omdat een ontwikkeling plaatsvindt in de Clomp waarbij veel riolering wordt vervangen, zijn hier geen onderzoeken uitgevoerd Controle hoeveelheden afstromend hemelwater naar gemalen Noordweg en Bourgondiëlaan; hiervoor zijn de afkoppelkaarten (in combinatie met de

DWAAS = Droog Weer Afvoer Analyse Systematiek; onderzoek naar rioolvreemd water. HAAS = Hemelwater

Afvoer Analyse Systematiek; onderzoek om inzicht te verkrijgen in de hoeveelheid regenwater die via de riolering naar de rioolwaterzuivering (RWZI) wordt afgevoerd

11/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

klimaatstresstesten) verbeterd. Daarnaast lijkt het effect van de grote hoeveelheid groen, waaronder bomen, er voor te zorgen dat minder water tot afstroming komt Oppervlaktewater: In 2018 en 2021 zijn binnen netwerk Water en Klimaat (voorheen Winnet) ecoscans uitgevoerd voor zestien watergangen. Daarnaast monitort de gemeente sinds 2019

•

maandelijks met de inwoners (Citizens Science) of watergangen voldoen aan het streefbeeld uit het afvalwaterakkoord. Het algemene beeld is dat de watergangen nog lang niet voldoen aan het minimale streefbeeld “zichtbaar”. Dit doel moet in 2027 behaald zijn •

Incidentenplan: Het incidentenplan is in regionaal verband verbeterd. Het plan is bijgewerkt en voor de gehele regio is nu dezelfde opzet gehanteerd. Daarnaast is het gedigitaliseerd (een website)

2.3

Beheer en onderhoud

•

Beheersysteem: in de planperiode is het beheersysteem aangevuld met resultaten van de inmetingen. De gemeente is bezig met een verwerkingsslag om alle gegevens in één beheersysteem (Castor) te zetten en uniform te beschrijven volgens GWSW 4

•

Inspectiecyclus: In de periode 2016 t/m 2021 heeft de gemeente 90 km vrijverval riolering geïnspecteerd. In het begin van de planperiode werd nog een wijkgerichte aanpak aangehouden, deze is nu verschoven naar een meer risicogestuurde aanpak, zie verder

•

paragraaf 3.6 Inspectieresultaten: De inspectieresultaten zijn gekoppeld aan een apart systeem gerelateerd aan risicogestuurd beheer. De inspectieresultaten van de afgelopen 3 jaar worden nu met een

•

inhaalslag gekoppeld aan het beheersysteem Inspecties: Het inzicht in de staat van de riolering is verbeterd in de planperiode. Het algemene beeld is dat er weinig aantastingen en schadebeelden naar voren komen bij inspecties. Op basis van de inspectieresultaten verwacht de gemeente dat de technische levensduur van de riolering verder kan worden verlengd van 80 jaar naar 100 tot 120 jaar. Hier moet wel lokaal levensduurverlengend onderhoud voor uitgevoerd worden, maar dit is

•

goedkoper dan een totale vervanging Wortel ingroei: De registratie van de situatie met betrekking tot wortel-ingroei in huisaansluitingen gaat moeizaam en er ontstaat nog geen beeld van probleemwijken. De gemeente blijft acteren op meldingen

4

GWSW = Gegevenswoordenboek Stedelijk Water. Voor het uitwisselen van data en informatie is het essentieel dat

alle partijen met dezelfde systematiek en definities werken en dezelfde (computer)taal spreken.

12/54

Kenmerk

•

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Meldingen: Het nieuwe zaaksysteem voor meldingen en klachten werkt goed; binnenkomende meldingen en klachten worden goed en snel afgehandeld. Het is echter niet mogelijk om de meldingen en klachten te monitoren, waardoor het inzicht in de ontwikkelingen in meldingen en klachten ontbreekt

•

Waterpasseerbare verharding: Bij een infiltratiemeting van de waterpasseerbare verharding bij Sterrenberg bleek dat de voegen zo ver dichtgegroeid zijn dat deze bijna niet meer waterpasseerbaar is

•

Toezicht en handhaving: In de planperiode is periodieke afstemming geweest tussen het waterschap, de ODRU en de gemeente over de rol en inzet van de partijen bij indirecte lozingen. Daarnaast is toezicht gehouden op de naleving van de milieuvergunningen

2.4

Samenwerking

In de afgelopen planperiode is het samenwerkingsverband Winnet overgegaan in het netwerk ‘Water en Klimaat’. De gemeente levert een actieve bijdrage aan dit netwerk. Door de samenwerking krijgt de gemeente inzicht in de projecten die spelen binnen de regio en ‘een kijkje in de keuken van de buren’. Daarnaast worden subsidies gecoördineerd binnen het samenwerkingsverband en is er een data-analist in dienst voor monitoring. In de planperiode is gezamenlijk gewerkt aan onder andere: • Asset management • • •

Verduurzaming afvalwaterketen Grondwatermonitoring Overstort monitoring

•

Ecoscans

De gemeente werkt op collegiale basis samen met gemeente Soest, die geen onderdeel uitmaakt van netwerk ‘Water en Klimaat’. Samen Duurzaam Zeist Uit de Brede Milieuvisie Zeist (oktober 2016) is Samen Duurzaam Zeist ontstaan. Samen Duurzaam Zeist is een beweging waarin inwoners, ondernemers en de gemeente samenwerken aan acties die bijdragen aan een groen, gezond en duurzaam Zeist. Acties worden uitgevoerd door inwoners en ondernemers zelf, al dan niet samen met de gemeente. De afgelopen periode heeft de gemeente, op het gebied van stedelijk water, met Samen Duurzaam Zeist het volgende gerealiseerd: • • •

Deelname operatie Steenbreek Klimaatgesprekken Sedumdaken

De gemeente neemt deel aan een initiatief van Natuur en Milieufederatie Utrecht en Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug om inwoners met een tuin in of rond het Nationaal Park te stimuleren om hun tuin in te richten met gebiedseigen groen. In de gemeente is een tweetal voorbeelden van heuvelruigtuinen aangelegd: Bij Beauforthuis en in Ter Braaklaan.

13/54

Kenmerk

2.5

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Financiën

De rioolheffing is in de afgelopen planperiode conform de stijging zoals vastgesteld in het GRP jaarlijks gestegen met 5,9 % (inclusief 1,5 % inflatie). De stand van de egalisatiereserve is per 1 januari 2021 EUR -195.000, omdat dit niet toegestaan is het terkort tijdelijke aangevuld vanuit de algemene reserve. De stand van de egalisatiereserve is aanzienlijk lager dan vooraf was voorzien (circa EUR 0,5 mln.). De stand van de spaarvoorziening is aanzienlijk hoger dan in het GRP was voorzien (circa EUR 7,5 mln. ten opzichte van EUR 4,1 mln.). Dit verschil wordt enerzijds veroorzaakt doordat investeringen ten onrechte ten laste van de egalisatiereserve zijn geboekt. Anderzijds wordt dit veroorzaakt doordat de omslagrente over investeringen is bijgesteld van 5 % naar 0,8 %. Voor 2022 is deze verder verlaagd naar 0,5 % Vanaf 2021 wordt, conform regels BBV, geen rente meer aan de spaarvoorziening toegekend. Vanaf 2020 worden investeringen direct afgeboekt via de spaarvoorziening. De kostendekkingsberekening vraagt speciale aandacht voor de nieuwe planperiode.

14/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

3 Ambities en doelen Dit hoofdstuk beschrijft de ambities en doelen die wij willen bereiken. Hierbij is eerst ingegaan op de algemeen geldende doelen en invulling van de zorgplichten, die vervolgens zijn geconcretiseerd per thema.

3.1

We geven invulling aan de gemeentelijke zorgplichten

De gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater zijn momenteel opgenomen in de Wet Milieubeheer en de Waterwet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit opgenomen in artikel 2.16 Ow (lid1a). Afvalwater Vanuit de Wet Milieubeheer (artikel 10.33) heeft de gemeente de verplichting een voorziening aan te bieden voor het inzamelen en transport van afvalwater. We houden hierbij vast aan de voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater zoals opgenomen in artikel 10.29a Wm. Voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater a. Het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt b. Verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt c. d. e. f. g.

Afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater Huishoudelijk afvalwater en daarmee vergelijkbaar afvalwater wordt ingezameld en naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) getransporteerd Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d. wordt hergebruikt (zo nodig na retentie of zuivering bij de bron) Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d (in de praktijk dus vooral hemelwater) wordt lokaal in het milieu teruggebracht (zo nodig na retentie of zuivering bij de bron) Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d wordt als stedelijk afvalwater 5 ingezameld en naar een RWZI getransporteerd

In het kader van het Besluit Lozingen Buiten Inrichtingen zijn lozingen op het watersysteem vanuit de gemeentelijke stelsels in principe toegestaan, mits alle lozingspunten zijn vastgelegd en worden onderhouden volgens het beheerplan zoals beschreven in dit vGRP. Wij behouden hierbij de eigen verantwoordelijkheid voor het voorkomen van nadelige gevolgen van de lozingen. In geval van tussentijdse wijzigingen van riooloverstorten en/of nooduitlaten melden wij dit aan HDSR en geven we aan welke gevolgen wij verwachten voor het oppervlaktewater en onderbouwen dit met een recente berekening.

5

Stedelijk afvalwater is “huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend

hemelwater, grondwater of ander afvalwater.”

15/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Hemelwater Vanuit de hemelwaterzorgplicht, conform artikel 3.5 van de Waterwet, hebben wij de verantwoordelijkheid voor een doelmatige inzameling van overtollig hemelwater uit de openbare ruimte. Wij hebben ook de zorgplicht voor de afvoer van hemelwater van particuliere percelen, voor zover dit niet redelijkerwijs van de perceeleigenaar kan worden verwacht. Belangrijk vertrekpunt in de wetgeving is dat de zorgplicht in eerste instantie bij de perceeleigenaar ligt. De perceeleigenaar draagt in eerste instantie zelf zorg voor het verwerken van hemelwater op het eigen perceel. Dit kan door hergebruik, infiltreren in de bodem of bergen in bijvoorbeeld een vijver. Wanneer dit redelijkerwijs niet mogelijk is (te hoge grondwaterstand en/of slechte infiltratiecapaciteit van de bodem), moeten wij de zorgplicht op een doelmatige manier overnemen. Onze visie op verantwoordelijkheden hemelwater

De perceeleigenaar is primair zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het afstromend hemelwater op eigen terrein. Als wij redelijkerwijs niet van de perceeleigenaar kunnen eisen dat het hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen, zullen wij voor een geschikte voorziening voor de afvoer van het hemelwater zorgen, mits dit op een doelmatige manier kan.

Bij nieuwbouw is de initiatiefnemer (projectontwikkelaar, particulier of gemeente) verantwoordelijk voor het gescheiden verwerken van het hemelwater en het hydrologisch neutraal houden van de ruimtelijke ontwikkeling. Onder nieuwbouw verstaan we zowel, uitbreidingen als inbreidingslocaties en vernieuwbouw.

In wijken met gescheiden riolering waar de perceeleigenaar het hemelwater redelijkerwijs niet zelf kan verwerken, moet de particulier het hemelwater gescheiden van het afvalwater aanbieden. Om foutieve aansluitingen te voorkomen hebben nieuwe aansluitingen voor hemelwater een overloop over maaiveld. In gebieden met drukriolering moet de perceeleigenaar het hemelwater op eigen perceel zelf verwerken.

Grondwater In artikel 3.6 van de Waterwet is opgenomen dat wij de zorgplicht hebben voor het in het openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van waterschap of provincie behoort. Het gaat hierbij om situaties waarbij de gevolgen van de grondwaterstanden een terugkerend karakter hebben De zorgplicht heeft het karakter van een inspanningsverplichting. Dat wil zeggen dat wij niet verantwoordelijk zijn voor handhaving van het grondwaterpeil in bebouwd gebied, maar alleen een regierol vervullen. Gemeente, particulier, waterschap en provincie behouden dus ieder hun eigen verantwoordelijkheid. De zorgplicht werkt niet met terugwerkende kracht en kan dus niet leiden tot aansprakelijkheid voor schadesituaties uit het verleden.

16/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Onze visie op verantwoordelijkheden grondwater

Verantwoordelijkheden van de perceeleigenaar: •

De perceeleigenaar is primair zelf verantwoordelijk voor het tegen gaan van grondwaterlast op eigen terrein. Dit geldt ook voor funderingsproblemen.

•

De eigenaar moet zelf zorgen, volgende de bouwregelgeving, dat ondergrondse gebruiksruimtes van panden, zoals een kelder of een souterrain vochtdicht zijn.

Verantwoordelijkheden provincie en HDSR: •

De provincie Utrecht en HDSR verlenen beide vergunningen voor grondwateronttrekkingen

•

HDSR beheert daarnaast het oppervlaktewaterpeil, dit beïnvloedt lokaal de grondwaterstanden.

Verantwoordelijkheden gemeente: •

Wij vervullen de regierol en zijn in die hoedanigheid eerste aanspreekpunt

•

Treffen van maatregelen indien sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand en indien het treffen van maatregelen doelmatig is.

Overig Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het stedelijk gebied geven wij hier samen met HDSR actief sturing aan, zeker voor wat betreft de omgang met afvalwater, hemelwater, klimaatverandering en grondwater in relatie tot het watersysteem. De gezamenlijke afspraken uit ‘Afspraken klimaatadaptief bouwen Utrecht’ zijn hierin leidend en zijn hiermee een aandachtspunt voor de komende planperiode. De lokale uitgangspunten zijn vastgelegd in Klimaat bestendig Zeist. Wij streven naar doelmatigheid en het treffen van doelmatige maatregelen. Wij verstaan hier het volgende onder: Inspanningen en uitgaven dragen daadwerkelijk bij aan de realisatie van het beoogde doel en de kosten staan in verhouding tot de opbrengsten, zolang de lokale situatie dit toelaat (dit blijft maatwerk). Opbrengsten zijn meer dan alleen financieel (zoals vermeden schadekosten), maar ook de maatschappelijk opbrengsten die niet in geld zijn uit te drukken. Daarnaast maken we een afweging tussen kosten enerzijds en vermindering van de overlast (zowel de mate van overlast als het aantal personen en/of gebiedsgrootte met overlast) anderzijds.

3.2

Afvalwater

Inzameling en transport afvalwater Alle percelen met een woon-, werk- of verblijfsbestemming binnen ons grondgebied zijn voorzien van een rioolaansluiting tenzij lokale zuivering doelmatiger is. Buiten de bebouwde kom hanteren wij hiervoor een afstandsgrens van 40 m¹ tot de riolering. Als gemeente gaan wij geen Individuele Behandeling Afvalwater 6 (IBA’s) aanleggen. Binnen de bebouwde kom verwerken wij in principe het afvalwater via vrijvervalriolering, enkele locaties daargelaten waar dit niet doelmatig is.

6

IBA is een systeem dat het huishoudelijk afvalwater van een enkel gebouw lokaal zuivert.

17/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Nieuwbouw en inbreidingen sluiten we onder vrij verval aan. Daar waar dit vanwege de afstand tot bestaande riolering en/of hoogteligging van het plangebied niet mogelijk lijkt, legt de ontwikkelaar een alternatief voor, ter beoordeling van de rioolbeheerder. Buiten de bebouwde kom leggen wij in principe drukriolering aan, rekening houdend met de afstandsgrens. Jaarlijks stemmen wij de afspraken met betrekking tot afvoerhoeveelheden uit het Afvalwaterakkoord riolering en zuivering Zeist af met HDSR. Uitgangspunt is dat wij afvalwater afzonderlijk van hemel- en grondwater inzamelen en afvoeren naar de RWZI tenzij: • De bestaande gemengde riolering nog niet is of wordt vervangen • •

Het technisch niet mogelijk is qua ruimte, ondergrond en/of grondwaterstand Het niet doelmatig is, schoon hemelwater houden wij hierbij zoveel mogelijk lokaal vast en brengen wij terug in bodem of oppervlaktewater, zie verder de afkoppeldoelstellingen onder hemelwater (paragraaf 3.3)

Verwerking afvalwater bedrijven in het buitengebied (Agrarische) bedrijven dienen te voldoen aan het Activiteitenbesluit. De algemene systematiek van het Activiteitenbesluit luidt: • Lozen in de bodem, op oppervlaktewater en hemelwaterriool is verboden, tenzij expliciet •

toegestaan Lozingen op het vuilwaterriool zijn toegestaan onder voorwaarden van de (afvalwater)zorgplicht, tenzij verboden

We hanteren hierbij voor nieuwe aanvragen en bestaande lozingen (tenzij iets anders is opgenomen in de aansluitvergunning) de volgende voorwaarden: a. b. c.

Elk bedrijf mag maximaal 0,5 m³ per uur afvalwater op de drukriolering lozen Elk bedrijf heeft maximaal één aansluiting op de drukriolering Elk bedrijf heeft een zorgplicht op het voorkomen van afvalwater

d.

Bij een aanbod groter dan 0,5 m³ per uur dient het afvalwater op eigen terrein te worden gebufferd Wanneer buffering niet mogelijk is, kan de capaciteit van de drukriolering worden vergroot, of

e.

wordt gezocht naar alternatieve oplossingen. De kosten hiervoor zijn voor rekening perceeleigenaar Vuilemissie binnen acceptabele grenzen Vuilemissies uit het rioolstelsel mogen niet leiden tot onaanvaardbare gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie van het ontvangend oppervlaktewater. Hiervoor gaan we verder met het terugdringen van de vuilemissies uit de riolering via de overstorten door het verder afkoppelen van hemelwater van de gemengde riolering. Met het waterschap hebben wij afspraken over het behalen van de Kader Richtlijn Water-doelen (KRW) in 2027 en de emissiedoelstellingen. Waarbij het waterschap aan de lat staat voor het behalen van de KRW-doelen. Het verder afkoppelen van hemelwater heeft een positief effect op de KRW-doelstellingen.

18/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Periodiek onderzoeken wij het milieutechnisch functioneren van de riolering met een Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) 7. Incidentenbeheersing Binnen de samenwerking Netwerk Water en Klimaat is een gezamenlijk incidentplan riolering opgesteld. Hierin is opgenomen hoe te handelen in geval van calamiteiten in relatie tot de riolering. Afhandeling van incidenten vindt plaats conform het incidentenplan. Wij houden dit plan actueel en het plan is afgestemd met het calamiteitenplan Zeist.

3.3

Hemelwater

3.3.1 Hemelwateroverlast en anticiperen op klimaatverandering Wij zien de klimaatopgave als een gezamenlijke opgave samen met het waterschap, provincie, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Het is ondoelmatig om de capaciteit van de riolering onbeperkt te vergroten. Om toch te kunnen anticiperen op de optredende klimaatontwikkelingen en om overlast tijdens hevige neerslaggebeurtenissen te voorkomen, moet het water op een andere manier worden vastgehouden, geborgen of afgevoerd. Dit betekent een verbreding ten opzichte van de traditionele en sectorale aanpak: niet alleen het ondergrondse afvoersysteem beschouwen als oplossingsniveau voor het teveel aan water, maar ook de bovengrondse mogelijkheden meenemen (bij voorkeur gecombineerd met andere maatschappelijke doelen).

Figuur 3.1 voorbeeld waterhinder Panweg [bron gemeente Zeist]

Hoe wij invulling geven aan klimaatadaptatie hebben wij vastgelegd in ‘Klimaatbestendig Zeist (2021)’. In voorliggend vGRP hebben wij de ambities voor zover deze een relatie hebben met de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater opgenomen en vertaald naar concrete maatregelen (hoofdstuk 4). We hanteren hierbij de volgende uitgangspunten:

7

Het SSW is de opvolger van het basisrioleringsplan (BRP). Het SSW beschrijft alle deelsystemen van het stedelijk

watersysteem, het functioneren hiervan, de beoordeling van het functioneren en eventuele maatregelen. Het gaat om het systeem functioneren, ofwel de samenhangende riolerings-, oppervlaktewater- en grondwatersystemen en voorzieningen in de bebouwde omgeving in beheer bij gemeente, bewoners, bedrijven en waterschap. Niet uitsluitend gebaseerd op modelsimulaties, maar ook op beschikbare metingen, meldingen, klachten, ervaringen en inspectie- en andere onderzoeksresultaten.

19/54

Kenmerk

•

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

We accepteren dat er tijdelijk water op straat kan staan. We voorkomen dat het water woningen binnenstroomt of voor verkeersopstoppingen op hoofdwegen zorgt. Dit bereiken we door het hemelwater op te vangen daar waar het valt en vast te houden op locaties waar het geen hinder of overlast tot gevolg heeft

• •

We spreken dan ook van hinder op het moment dat woonstraten tijdelijk onder water staan en er geen sprake is van materiële schade We spreken van overlast op het moment dat hemelwater bij woningen naar binnenstroomt of

•

wanneer hoofdwegen onbegaanbaar zijn. Wateroverlast bij een bui van 70 mm in één uur voorkomen wij Wateroverlast voorkomen we door zoveel mogelijk versteende gebieden, in zowel de openbare als de private ruimte, te vergroenen. Het credo is hierbij ‘groen tenzij…’ Bij iedere reconstructie in de openbare ruimte zetten we in op het voorkomen van wateroverlast. We hanteren hierbij de uitgangspunten uit de Afspraken Klimaatadaptief Bouwen Utrecht.

•

Knelpunten pakken wij versneld aan, waarbij het uitgangspunt is dat we: In 2030 geen overlast ervaren bij een bui van 30 mm in één uur In 2040 geen overlast ervaren bij een bui van 50 mm in één uur

In 2050 geen overlast ervaren bij een bui van 70 mm in één uur In paragraaf 3.3.2 is nader uitgewerkt hoe wij hiervoor zowel bestaande als nieuwbouw situaties invulling aangeven. 3.3.2 Duurzame omgang met hemelwater Conform huidig beleid blijft de gemeente de volgende voorkeursvolgorde hanteren voor: •

•

Waterkwantiteit: Vasthouden Bergen Afvoeren Waterkwaliteit: Schoonhouden -

Scheiden Schoonmaken

Voor het afkoppelen van verhard oppervlak hanteren wij de afspraken uit ‘Convenant afkoppelbeleid Utrechtse Heuvelrug’. Voor het afkoppelen van hemelwater op oppervlaktewater is het beslisschema van Winnet ‘Besslisschema Directe Afvoer Regenwater op open water’ leidend, zie bijlage 2.

20/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Bestaande (woningen) We streven ernaar zoveel mogelijk hemelwater van particulieren te infiltreren, tegen zo laag mogelijke kosten. Hiervoor informeren en stimuleren wij particulieren actief over wat zij zelf kunnen doen, zie verder hoofdstuk 4. Bij uitvoering van projecten in de openbare ruimte betrekken wij bewoners actief bij het bovengronds afkoppelen van de voorzijde van de woningen. Vooralsnog zetten wij in op stimuleren. Op termijn (5-10 jaar) overwegen wij ook het afkoppelen van verhard oppervlak van bestaande gebouwen te verplichten. Dit regelen wij te zijner tijd middels een gebiedsaanwijzing in het omgevingsplan, de drukriolering kunnen we hierbij als gebied aanwijzen. Bestaande (openbare inrichting) We gaan niet lukraak afkoppelen, maar hanteren hierbij de volgende drie uitgangspunten en nemen dit mee binnen iedere reconstructie: •

In reconstructieprojecten waar wij de riolering vervangen is 100 % afkoppelen van de openbare ruimte het uitgangspunt, waarbij wij overlast bij een bui van 70 mm in één uur voorkomen

•

In reconstructieprojecten waarbij wij alleen de bovenbouw vervangen en de riolering behouden blijft, proberen wij zoveel mogelijk hemelwater oppervlakkig te infiltreren. Hiervoor leggen wij waar mogelijk het groen verlaagd aan, zodat het hemelwater zowel kan infiltreren,

•

maar het groen ook een bufferende werking heeft bij extreme neerslag Afhankelijk van het wegtype wordt verkeershinder voorkomen, dit geldt zowel voor bestaand als nieuwbouw: -

Voor wegen binnen een verblijfsgebied geldt dat geen water op straat mag staan bij 35,7 mm neerslag in 45 minuten (bui10) Voor gebiedsontsluitingswegen geldt dat maximaal 5 cm water op straat mag staan bij 70 mm neerslag in één uur Voor hoofdwegen geldt dat maximaal 5 cm water op straat mag staan bij 90 mm neerslag in één uur

Nieuwbouw Met nieuwbouw bedoelen we zowel uitbreidings- als inbreidingslocaties, en vernieuwbouw. Voor nieuwbouw geldt een volledige gescheiden inzameling en verwerking van het afval- en hemelwater. Wij hanteren hier conform ‘Klimaatbestendig Zeist’ en ‘Afspraken klimaatadaptief bouwen Utrecht’ de volgende uitgangspunten: •

Openbare ruimte: Afhankelijk van het wegtype wordt verkeershinder voorkomen, zie toelichten bij bestaande (openbare inrichting) -

Schade aan woningen bij extreme neerslag voorkomen wij. Door middel van een modelmatige doorrekening wordt aangetoond dat bij 90 mm neerslag in één uur geen water de woningen in stroomt. Water op straat is in deze situatie acceptabel

-

Infiltratievoorzieningen hebben geen overloop op het vuilwaterstelsel Het plangebied mag geen hemelwater afwentelen op omliggende gebieden

21/54

Kenmerk

•

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Woningen: -

Ieder perceel kan 45 mm neerslag bergen, waarbij geldt dat tenminste 35,7 mm in 45 minuten direct in de bodem kan infiltreren of geborgen kan worden Particuliere voorzieningen hebben geen overloop op vuilwater- en/of gemeentelijke voorzieningen

De uitgangspunten voor nieuwbouw woningen hebben wij vastgelegd in een nog vast te stellen hemelwaterverordening. 3.3.3

Raakvlakken met hitte en droogte

Naast wateroverlast hebben ook de thema’s hitte en droogte een raakvlak met de gemeentelijke zorgplichten. Waar mogelijk en doelmatig nemen wij voor de invulling van de rioleringszorg en de uitvoering van projecten hierin de volgende (rand)voorwaarden mee: •

In natte periodes infiltreren we zoveel mogelijk hemelwater in de bodem en bouwen zo een buffer op voor droge periodes. Hierdoor gaan we verdroging binnen onze gemeente en op de Utrechtse Heuvelrug tegen

•

We kiezen voor sterke beplanting en bomen die afgestemd zijn op de lokale omstandigheden, zoals de grondslag en de beschikbaarheid van (grond)water. We stemmen de keuze voor beplanting hierop af. De plantvakken zijn voldoende groot en het hemelwater kan naar de

•

•

plantvakken toestromen Door goed onderhoud aan onze watergangen is de waterkwaliteit goed en is er geen sprake van blauwalg of botulisme. We brengen het onderhoud aan de watergangen op orde, waarbij we indien mogelijk kiezen voor natuurlijke of natuurvriendelijke oevers in plaats van beschoeiingen In onze communicatie met particulieren hebben wij het niet alleen over wateroverlast, maar ook over het tegengaan van hitte en droogte en het vergroten van de biodiversiteit. Hierbij is er aandacht voor vergroenen van tuinen, daken, balkons en gevels (geveltuintjes)

We hebben ook klimaatambities die buiten onze gemeentelijke zorgplichten vallen. Deze kunnen wij niet uit de rioolheffing financieren. Hier moeten wij op een andere manier de financiering voor organiseren. Zo is de komende planperiode voor het verminderen van hittestress (buiten de rioolheffing om) jaarlijks EUR 50.000 beschikbaar.

3.4

Grondwater

Zeist ligt grotendeels op de Utrechtse Heuvelrug. Het regenwater dat op de heuvelrug valt stroomt via de bodem naar de voet van de heuvelrug en komt hier als kwelwater aan de oppervlakte zoals onder andere in het Kromme-Rijngebied (waar Zeist-West in ligt). Dit zorgt ervoor dat wij te maken hebben met gebieden waar de grondwaterstanden zowel relatief hoog (Zeist-West) als laag (op de heuvelrug) ten opzichte van maaiveld ligt. In bijlage 3 is een grondwaternotitie opgenomen waarin het gehele systeem beschreven is.

22/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

We spreken over structurele grondoverlast indien: • •

De gewenste ontwateringsdiepte (zie tabel 3.1) in de openbare ruimte niet wordt gehaald, én ten gevolge hiervan er overlast optreedt in relatie tot een bestemming van particulier of openbaar terrein, én

•

De overlast structureel van aard is: meerdere aaneengesloten weken (twee of meer) gedurende meerdere aaneengesloten jaren (drie of meer), én, Er geen andere (bouwkundige) oorzaken zijn voor de ondervonden overlast

•

Tabel 3.1 gewenste ontwateringsdiepte in de openbare ruimte Bestemming

Gewenste minimale ontwateringsdiepte (ontwerp normen GGW) [m¹ - mv]

Kabels en leidingen

0,60

Primaire wegen

1,00

Secundaire wegen

0,70

Tuinen, plantsoenen, parken en sportvelden

0,50

Grondwaterbeleid bij nieuwbouw Uitgangspunt is dat we zo min mogelijk gebruik maken van ontwateringsmiddelen. Ophogen verdient hierbij de voorkeur. Dit blijft echter een doelmatigheidsafweging. De ontwikkelaar zorgt, indien de grondwaterstand en/of bodemopbouw hier aanleiding toe geeft 8, voor minimaal 1 jaar aan metingen van de grondwaterhuishouding (middels peilbuizen, minimaal 2 meetmomenten per maand) als input voor de waterparagraaf van een ontwikkeling. Bij nieuwbouw dient de ontwikkelaar rekening te houden met de gewenste ontwateringsdiepten. Tabel 3.2 gewenste ontwateringsdiepte bij nieuwbouw Bestemming

Gewenste minimale ontwateringsdiepte [m¹ - mv]

Woningen/gebouwen met kruipruimte

0,70 (ca. 0,2 m¹ onder de kruipruimte)

Woningen/gebouwen zonder kruipruimte

0,50

Beoordelen en afhandelen van grondwatermeldingen We registreren klachten naar aard, omvang en locatie, dusdanig wat we deze registratie indien nodig kunnen gebruiken voor nader onderzoek bij eventuele grondwaterproblemen. Van bewoners verwachten we dat zijzelf navraag doen bij bijvoorbeeld buren of deze ook grondwateroverlast ervaren. Op deze manier komt meer informatie beschikbaar. Bij structurele problemen (zowel op particulier als openbaar terrein streven we naar een gezamenlijke en doelmatige oplossing binnen redelijke termijn. We hanteren hierbij het volgende stappenplan voor het beoordelen van meldingen. Tabel 3.3 Stappenplan beoordelen meldingen van grondwateroverlast

8

Stap

Actie

Toelichting

1

Ontvangst klachten/meldingen

Vastleggen in systeem

Dit geldt voor ontwikkelingen in Zeist West en ontwikkelingen waarbij meer dan 3,0 m¹ beneden maaiveld wordt

gebouwd.

23/54

Kenmerk

Stap 2

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Actie e

1 beoordeling van klacht; mogelijk grondwater gerelateerd of niet?

Toelichting Indien nodig melding laten afhandelen door waterschap of provincie

3

a. b.

Beoordelen of daadwerkelijk schade/overlast optreedt

Locatiebezoek

Toetsen grondwaterstanden aan gewenste grondwaterstand (maaiveld -/- gewenste ontwateringsdiepte tabel 3.1)

Indien we op basis van 3a en 3b de melding als overlast beoordelen: 4

Beoordelen of overschrijding gewenste grondwaterstand

Onderzoek lokale situatie in beeld

structureel is

brengen; verzamelen gegevens en eventuele aanvullende metingen

5

Beoordelen of, en zo ja, welke maatregelen op korte en lange

Maken doelmatigheidsafweging en

termijn te nemen zijn

plannen eventuele maatregelen.

Inzicht in grondwatersituaties Wij nemen deel aan het grondwatermonitoringsprogramma van Netwerk Water en Klimaat. De grondwatermeetgegevens worden per kwartaal uitgelezen, geregistreerd, geanalyseerd en openbaar toegankelijk gemaakt. Hiermee kunnen we anticiperen op grondwateroverlast. Tijdelijke grondwateronttrekkingen HDSR en provincie zijn bevoegd gezag voor de grondwateronttrekkingen (o.a. tijdens bouwwerkzaamheden). Voor lozing van bronneringswater op de gemeentelijk riolering is toestemming van de gemeente noodzakelijk. Toezicht hierop vindt plaats vanuit de ODRU. We hanteren de volgende voorkeursvolgorde voor het lozen van bronneringswater: • • •

Voorkomen van bronneringswater Lozen in de bodem Lozen op oppervlaktewater

• •

Lozen op het hemelwaterriool Lozen op het vuilwaterriool

Voor lozingen van bronneringswater op de riolering hanteren wij dat de lozing maximaal 10 % van de gemaalcapaciteit mag zijn. Daarnaast mag in geval van extreme neerslag tijdelijk niet op de riolering worden geloosd.

3.5

Oppervlaktewater

Binnen het Netwerk Water en Klimaat hebben wij de afspraak dat alle watergangen in het stedelijk gebied in 2027 voldoen aan het streefbeeld “zichtbaar”. Voor de lange termijn hebben we samen met het HDSR voor diverse watergangen een hoger streefbeeld bepaald: “levendig”. Het gaat om de volgende watergangen, zie ook figuur 3.2: • • •

De Grift; vanaf het Slot tot en met de randsloot bij Brugakker en Couwenhoven Randsloot Brugakker en Couwenhoven Poelen De Brink

•

Watergang Vollenhove (ten noorden van de Dreef)

24/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Figuur 3.2 Ambities waterkwaliteit watergangen Zeist

In lijn met de Brede Milieuvisie en Biodiversiteitsvisie streven we als gemeente naar natuurlijke verbindingen tussen droog en nat, oftewel watergangen met daarlangs groene natuurlijke oevers. Dit verbetert de kansen voor flora en fauna en maakt daarbij de watergangen visueel aantrekkelijker. Bij het nemen van maatregelen, ten behoeve van het verbeteren van de waterkwaliteit, houden we rekening met het feit dat sommige vijvers niet natuurlijk gevoed worden (folievijvers), in droge periodes droog kunnen komen te staan of in gebieden van cultuurhistorische waarde liggen. Hierdoor is het behalen van een streefbeeld niet altijd mogelijk of is het niet haalbaar om de gewenste maatregel voor het verbeteren van de waterkwaliteit te realiseren. Middels ecoscans monitoren we in hoeverre we voldoen aan de gestelde ambities. Het verbeteren van de waterkwaliteit is veelal complex en vergt veel doorzettingsvermogen. Samen met het HDSR zetten we in op het verbeteren van de waterkwaliteit door middel van: • • •

Het beperken van riooloverstorten (volume en frequentie) Frequent baggeren waardoor we de voedselrijke bodem verwijderen Het omvormen van harde beschoeiingen naar natuurlijke taluds of natuurvriendelijke oevers

•

Realisatie van voldoende lichtinval op watergangen

25/54

Kenmerk

3.6

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Doelmatig beheer

Gegevensbeheer De Wet milieubeheer schrijft voor dat bij gemeenten bekend moet zijn welke rioleringsvoorziening aanwezig zijn en in welke staat zij verkeren. Ook de WIBON (Wet Informatie-uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten en netwerken) schrijft dit voor. We streven naar een actueel, volledig en goed toegankelijk databeheer, dat als basis dient voor het plannen van investeringen en beheermaatregelen. Daarnaast zijn de gegevens voldoende van kwaliteit om als invoer te kunnen dienen voor het opzetten en actualiseren van hydraulische rekeninstrumentarium. Uitgangspunt is dat de gegevens GWSW 9-proof zijn. We verwerken revisiesgegevens binnen 30 werkdagen na oplevering van de werkzaamheden. Risicogestuurd beheer en risicoafwegingen beheer, renovatie en vervanging Wij richten ons op een effectgericht beheer waarbij activiteiten en investeringen gericht zijn op het voorkomen en beperken van situaties die in strijd zijn met de hoofddoelen van de rioleringszorg. We differentiëren hierbij naar risicogrootte waardoor we onze middelen nog effectiever inzetten ter reductie van ongewenste situaties. We beoordelen de kans van falen en de ernst van de gevolgen hiervan. Keuzes voor de te treffen maatregelen hangen mede af van de oorzaak voor een eventueel falen.

Belangrijk aspect hierin is het gericht verzamelen van de benodigde gegevens over de ontwikkelingen van onze assets in de tijd. Ten behoeve van de instandhouding van onze rioleringsvoorzieningen maken wij een afweging tussen vervangen, renoveren of instandhouding. Deze afweging maken we integraal met de overige disciplines. Uitgangspunt hierbij is dat wij uitgaan van instandhouding (relining) van de huidige rioolbuis. Randvoorwaarden zijn: • Dat geen hydraulische aanpassingen nodig zijn op basis van rekenresultaten • Dat de bestaande streng geen ingrijpmaatstaven uit inspecties geeft op de volgende onderdelen (zie ook bijlage 4 voor de waarschuwings- en ingrijpmaatstaven): de constructieve sterkte van het riool (constructief) de mate van afstroming van het afvalwater (doorstroming) -

de waterdichtheid van het riool (waterdichtheid)

Wanneer de bestaande streng niet aan deze randvoorwaarden voldoet gaan we in principe over op de traditionele aanpak van vervanging. Hierbij geldt dat we vervangingen oppakken per buurt en opnemen in de integrale planning. Hierbij koppelen we gelijktijdig het verhard oppervlak af. Wanneer slechts één of enkele strengen slecht zijn, kiezen wij voor instandhouding.

9

GWSW staat voor Gegevens Woordenboek Stedelijk Water. Dit is een open standaard voor het eenduidig

uitwisselen en ontsluiten van gegevens in het stedelijk waterbeheer.

26/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Op basis van de huidige kwaliteit van de riolering gaan wij er vooralsnog vanuit dat we de meeste riolering relinen in plaats van vervangen. Zie bijlage 4 voor de uitgangspunten voor vervanging vrijvervalriolering. Vervallen riolen verwijderen wij, tenzij dit niet mogelijk is. In dat geval vullen we de riolen op (schuimbeton) zodat geen gevaar op instorting bestaat. Onderhoud gemalen en andere objecten Een belangrijk aspect binnen het rioleringsbeheer is de bedrijfszekerheid van gemalen en andere objecten en maken onderdeel uit van onze onderhoud cyclus. Meldingen van storingen aan de drukriolering in het buitengebied pakken we zelf op met onze eigen storingsdienst. Onze pompunits zijn voorzien van een storingsmelder (rode lamp of telemetrie). Onze gemalen zijn voorzien van een reservepomp en telemetrie. Op termijn willen we ook voor de gemalen en drukriolering toegroeien naar een risicogestuurd beheer. Reiniging en inspectie Inspecties zijn erop gericht om de kwaliteit van de riolering te bewaken en het juiste tijdstip van onderhoud dan wel vervanging vast te kunnen stellen. Wij hanteren hierbij een risicogestuurde planning. Opleverinspecties na renovaties maken hier onderdeel van uit. De inspectieresultaten vormen de basis voor het bepalen van de benodigde maatregelen en/of vervolgonderzoeken en gebruiken wij voor het monitoren van de toestand van ons stelsel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10699530/1