CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01-21RV066 Bijlage 1 Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026

Raad 14 december 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Verbreed Gemeentelijk rioleringsplan34.399 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Voor de komende periode hebben wij een concrete inspectieplanning waarbij we onderscheid maken tussen rijdende camera en put-video inspecties, zie verder paragraaf 4.3.1. Reiniging van de riolering is gekoppeld aan de inspectieplanning en vindt voorafgaand aan de inspectie plaats. Strengen met een bovengemiddelde vuilophoping reinigen wij extra. Deze knelpunten hebben een variabele planning, zie bijlage 4 voor de reiniging van de knelpunten en overige constructies. Voor een goede werking van nieuw aangelegde drainagebuizen spuiten we deze voor de definitieve oplevering nog een keer door. De drainage- en infiltratievoorzieningen maken onderdeel uit van de bestaande beheersystematiek. Wij reinigingen zelf 10 jaarlijks de circa 17.500 kolken en hanteren hiervoor een differentiatie op basis van type, functie en vervuilingsgraad Vergelijking theorie en praktijk Om een goed beeld te krijgen tussen theoretische modellen/berekeningen en praktijkervaringen anderzijds is meten en monitoren essentieel. Hiervoor zijn, naast neerslagmetingen om gedrag aan de praktijk te kunnen toetsen, continu metingen op strategische locaties in het rioolsysteem en de zuivering noodzakelijk. Hiervoor nemen we binnen Netwerk Water en Klimaat deel aan het meten en monitoren van de overstorten en aan het grondwatermeetnet.

Daarnaast monitoren we zelf onze gemalen en monitoren we strategische punten in het stelsel en hebben we neerslagmeters. Het SSW-model vormt hiervoor onze basis.

10

Kolkenreiniging wordt uit gevoerd door Reinigingsbedrijf Midden Nederland (RMN) een gezamenlijke

uitvoeringsdienst met de gemeenten Baarn, Bunnik, IJsselstein, Nieuwegein en Soest.

27/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Foutaansluitingen en rioolvreemd water Voor een doelmatig beheer is het zaak om ongewenste lozingen en aansluitingen te voorkomen. Wij controleren hierop en treden indien nodig handhavend op. Dit betekent dat er geen illegale aansluitingen op de riolering mogen zijn en dat er geen regenwaterlozingen op de drukriolering plaats mogen vinden. De afvoer van grondwater via het gemengde stelsel trachten we te voorkomen evenals foutieve aansluitingen zoals vuilwater aangesloten op hemelwaterriolering. Het opsporen en verhelpen van foutieve aansluiting is arbeidsintensief en kostbaar. Het preventief opsporen van foutieve aansluitingen vinden we niet doelmatig. Uitgangspunt is dat alle bekende locaties onderzocht zijn. Alleen bij een indicatie voor foutieve aansluitingen (op basis van visuele waarnemingen, klachten/meldingen of onverklaarbare afwijkingen in draaiuren gemalen) voeren we nader onderzoek uit.

3.7

Samenwerking, innovatie en extern (klant)

Samenwerking binnen de afvalwaterketen Samenwerken is geen doel op zich, maar heeft wel duidelijke doelstellingen. Vanuit het Bestuursakkoord Water (BAW) is gestuurd op regionale samenwerkingsverbanden voor de waterketen. Het doel van de samenwerking is het behalen van een doelmatigheidswinst (minder meer kosten), het vergroten van kennis en het verkleinen van de kwetsbaarheid van de afzonderlijke organisaties. We nemen actief deel aan het samenwerkingsverband Netwerk Water en Klimaat. We hebben de ‘Regionale Adaptatie Strategie regio Utrecht Zuidwest’ (RAS) omarmd en sluiten ons aan bij ‘Afspraken klimaatadaptief bouwen Utrecht’ de lokale uitwerking hiervan ligt vast in ‘Klimaatbestendig Zeist’. Duurzame afvalwaterketen We dragen, voor zo ver dit past binnen onze gemeentelijk zorgplichten, vanuit de rioleringszorg bij aan het behalen van de ambities uit de biodiversiteitsvisie, energietransitie en brede milieuvisie. We doen dit onder andere op basis van de afspraken uit Klimaatbestendig Zeist. Daarnaast geldt het volgende: •

Energie neutraal: We hebben als gemeentelijke organisatie de ambitie om in 2030 energie neutraal te zijn. Vanuit riolering dragen we hieraan bij door waar mogelijk het stroomverbruik van onze gemalen te verlagen

•

Circulaire economie: waar mogelijk hergebruiken we beton en maken we gebruik van gerecyclede materialen Riothermie en aquathermie: op basis van onderzoek blijken er zeker kansen voor zowel

•

riothermie al aquathermie, de uitwerking hiervan maakt onderdeel uit van de warmte-/energietransitie

28/54

Kenmerk

•

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Duurzaam inkopen: bij aanbestedingen van onderhoud hebben we onder andere aandacht voor schoon vervoer en energiezuinige rioolpompen. In bijlage 5 is de ambitiekaart duurzaam en circulair inkopen gemeente Zeist voor de categorie rioleringen en water opgenomen.

Extern klantcontact algemeen We zijn voor onze inwoners en bedrijven het eerste aanspreekpunt voor alle waterzaken. Hiervoor beschikken we over een meldpunt waar bewoners terecht kunnen met water gerelateerde vragen en klachten. Klachten en meldingen die binnen komen registreren we in het meldingensysteem. Afhandeling vindt plaats door deskundige medewerkers volgens de algemene afspraken met betrekking tot dienstverlening van de gemeente Zeist. Op onze gemeentelijke website plaatsen we praktische informatie en voorlichting voor inwoners en bedrijven over afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast bevat de website informatie over de rol en verantwoordelijkheid van gemeente en particulier en welke maatregelen particulieren zelf kunnen nemen tegen wateroverlast. Door voorlichting aan inwoners en bedrijven blijven we goed gebruik van de riolering in gescheiden gerioleerde gebieden stimuleren. Hiervoor hebben wij tevens borden in de openbare inrichting geplaats zodat duidelijk is waar onze hemelwater infiltratiegebieden zijn. Communicatie en participatie Klimaatbestendig Zeist We stimuleren bewoners tot het ontstenen van tuinen. We zetten hierbij niet alleen in op het vergroten van bewustwording maar richten ons ook vooral op het ‘in beweging brengen’ van onze inwoners.

We zetten in op stimulering en we zoeken hier nadrukkelijk de samenwerking op met Samen Duurzaam Zeist en de Natuuren Milieu Federatie Utrecht. We ondersteunen initiatieven van groepen inwoners, zoals samen groene daken aanleggen of afkoppelen van regenpijpen. Als gemeente geven we het goede voorbeeld in ons eigen gedrag en handelen. We benutten dus de kansen bij (her)inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Daarnaast hebben we de eisen en randvoorwaarden voor klimaatbestendig bouwen vastgelegd in Klimaatbestendig Zeist en de hemelwaterverordening. Bij reconstructieprojecten zetten we in op afkoppelcoaches die aanwonenden informeren, stimuleren en ontzorgen om het eigen hemelwater aan de voorzijde van de woningen bovengronds af te koppelen.

29/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

We betrekken inwoners, buurtverenigingen en woningcoöperaties op het moment dat we een project opstarten. In paragraaf 4.3.3 is nader aangegeven hoe wij hier de komende planperiode invulling aan geven.

30/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

4 Strategie en maatregelen Dit hoofdstuk beschrijft de strategie en opgave voor de komende planperiode. Deze zijn bepaald door de huidige situatie te toetsen aan de geformuleerde beleidsuitgangspunten uit het vorige hoofdstuk. Vervolgens is bepaald welke maatregelen de komende planperiode noodzakelijk zijn in relatie tot de gestelde doelstellingen.

4.1

Toetsing huidige situatie

De huidige stand van zaken van onze rioleringszorg is vergeleken met de kwaliteit die we in de toekomst voor ogen hebben. Onderstaand is dit per onderwerp weergegeven. Tevens is een overzicht van het totale areaal opgenomen. (Toelichting symbolen

= behaald,

= niet behaald

= wordt nog aan gewerkt).

 Afvalwaterzorgplicht: Nog niet alle percelen zijn aangesloten op de vrijvervalriolering, op een drukrioleringssysteem of op een lokale voorziening. In totaal betreffen dit 2 percelen. De percelen die nog niet zijn aangesloten op de drukriolering sluiten we, mits doelmatig alsnog aan op de drukriolering op kosten van de eigenaar  Milieutechnisch functioneren: We beschikken over een actueel inzicht in het milieutechnisch functioneren van de riolering (BRP 2015). Conform de huidige afspraken met HDSR zijn geen verdergaande maatregelen noodzakelijk in het kader van het waterkwaliteitsspoor  KRW-doelstellingen: op basis van de riooloverstorten voldoet de gemeente aan de KRWdoelstellingen. Het verder afkoppelen van verhard oppervlak van de gemengde draagt bij aan het verder terugdringen van de emissies op het oppervlaktewater  Overstortlocaties: de overstorten en daaruit voorkomende overstortgebeurtenissen vormen gemeentebreed geen problemen. Bergbezinkbassin Griftlaan-Kroostweg stort veelvuldig over. Dit kan mogelijk lokaal voor overlast zorgen zowel voor het ecologisch systeem als voor de belevingswaarde. Om het afvalwater snel uit het stedelijk gebied te krijgen treedt na de emissie een spoelsysteem inwerking.

Het verder afkoppelen van verhard oppervlak dringt de emissies vanuit de riolering verder terug  Ecoscans: op dit moment voldoen we niet aan de doelstelling om in 2027 gemiddeld te voldoen aan het streefbeeld ‘zichtbaar’. In bijlage 8 zijn de concept resultaten van de in 2021 uitgevoerde ecoscans opgenomen.  Hydraulisch functioneren: We beschikken over een actueel inzicht in het hydraulisch functioneren van de riolering (BRP 2015). Naar aanleiding van het BRP zijn op drie locaties maatregelen getroffen om wateroverlast te beperken. Hiermee voldoet de riolering hydraulisch  Klimaatadaptatie: we beschikken over een actueel inzicht in wat gebeurt bij extreme neerslag (stresstest). Met behulp van ‘staat van je straat’ is bepaald welke maatregelen noodzakelijk zijn om te voldoen aan geen overlast ervaren bij een bui van 30 mm in één uur in 2030. Een deel van de benodigde maatregelen is eind 2021 reeds gerealiseerd, de overige maatregelen zijn opgenomen in de uitvoeringsagenda voor de komende planperiode

31/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

 Nieuwe aansluitingen: Alle nieuwbouwlocaties zijn aangesloten op vuilwaterriolering en waar mogelijk vindt berging van het hemelwater plaats binnen het bouwplan, deze berging is niet overal gerealiseerd. Conform nieuw beleid dwingen wij deze berging bij nieuwbouw voortaan af via de hemelwaterverordening  Kwaliteit riolering: Over het algemeen is de vrijvervalriolering in een goede staat. Op basis van de inspectiegegevens en een rasmariant analyse (zie verder paragraaf 4.3.3) zijn de komende jaren geen grootschalige vervangingen voorzien, maar kan worden volstaan met instandhouding  Inspecties: uit het beheersysteem blijkt dat circa 86 % van de riolering die op dit moment ouder dan 40 jaar (jaar van aanleg voor 1982) is, is geïnspecteerd. Zie de volgende toelichting: Hemelwaterriolering werd voorheen niet geïnspecteerd, nu wel. We zijn dan ook nog bezig met een inhaalslag deze is meegenomen in de inspectieplanning 2022 – 2026 -

Niet alle riolering in het beheersysteem is daadwerkelijk in ons beheer Niet alle inspectiegegevens zijn gekoppeld aan het beheersysteem Riolering wordt vervangen, waardoor inspectie niet meer relevant is

Rioolinspecties zijn gepland gelijktijdig met de rest van de wijk die nog geen 40 jaar oud is Het uitvoeren van inspecties blijft een continuproces. Alle inspecties zijn beoordeeld en de inspectieresultaten zijn grotendeels gekoppeld aan het beheersysteem  Vervangingen: Vervangingen zijn integraal uitgevoerd, waarbij de gemengde riolering is vervangen door een gescheiden stelsel. Waar wel de bovengrond is vervangen, maar de riolering niet is het hemelwater zoveel als mogelijk bovengronds verwerkt  Klachten en meldingen: Alle klachten en meldingen met betrekking tot de riolering en (grond)wateroverlast verlopen via het meldingenregistratiesysteem en zijn opgepakt  Foutieve aansluitingen: de afgelopen planperiode hebben we de bekende locaties met foutieve aansluitingen aangepakt. Op dit moment is er geen indicatie dat we nog foutieve aansluitingen hebben. Dit blijven we monitoren via visuele waarnemingen, klachten/meldingen en draaiuren van de gemalen  Beheergegevens: Het beheersysteem is voor circa 90% actueel en compleet, de revisie gegevens van de afgelopen 3 jaar moeten we nog verwerken. Dit pakken we de komende planperiode op  GWSW: De beheergegevens zijn nog niet volledig conform GWSW  Grondwater: We hebben wel meldingen ontvangen met betrekking tot grondwateroverlast, maar blijken geen structurele overlast.

Deze meldingen zijn opgepakt en afgehandeld en hebben niet tot maatregelen geleid. Het grondwatermeetnet is via het netwerk water en klimaat uitgelezen  Bodemdaling en verdroging: Vanuit de klimaatstresstesten blijkt dat de gevolgen voor bodemdaling voor ons zeer beperkt zijn. Wij verwachten dan ook niet of nauwelijks funderingsproblemen, mede doordat er nauwelijks houten funderingspalen zijn toegepast (weinig kans op paalrot). Ook verwachten we geen scheefstand van woningen. Wel hebben we te maken met verdroging van de heuvelrug Hieruit blijkt dat we in de huidige situatie reeds aan een groot deel van de doelstellingen uit hoofdstuk 3 voldoen. De komende planperiode is dan ook met name gericht om de resterende

32/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

doelstellingen te realiseren en om verdere stappen te zetten naar een klimaatbestendige leefomgeving. In tabel 4.1 is een overzicht opgenomen van ons huidig areaal, figuur 4.1 geeft een overzicht van de leeftijdsopbouw van ons vrijvervalstelsel. Tabel 4.1 huidig areaal gemeente Zeist Object

Omvang

eenheid

Gemengde riolering

164,6

km

Gescheiden vuilwater riolering

40,3

km

Gescheiden regenwater riolering

43,3

km

Gemalen

41

st.

Persleidingen

16,0

km

Pompunits

129

st.

Drukriolering

27,0

km

IBA’s

0

st.

Externe overstorten (gemengde riolering incl. overstorten achter randvoorz.)

15

st.

Randvoorzieningen (incl. overstort)

5

st.

Lozingspunten hemelwaterriolering

103

st.

Vrijvervalriolering:

Gemalen en persleidingen:

Druk- en vacuümriolering buitengebied:

Overstorten en randvoorzieningen:

33/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

70.000

60.000

50.000

40.000

30.000

20.000

10.000

-

>80 jaar

70-80 jaar

60-70 jaar

50-60 jaar

40-50 jaar

30-40 jaar

GEM

DWA

HWA

20-30 jaar

10-20 jaar

5-10 jaar

0-5 jaar

Figuur 4.1 Leeftijdsopbouw bestaand rioleringssysteem Zeist

Vanuit het Besluit lozen buiten inrichtingen artikel 3.14, 3.15 en 3.16 zijn algemene regels, voor lozingen uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater, beschreven. Hieruit vloeit onder andere voort dat riooloverstorten en (hemelwater)uitlaten moeten zijn opgenomen in het vGRP. In bijlage 6 is hiervan een overzicht opgenomen.

4.2

Speerpunten

Op basis van de toetsing in hoeverre de huidige situatie van onze rioleringszorg afwijkt van de gewenste situatie en het gestelde ambitieniveau, zijn speerpunten opgesteld. Wij gaan ons de komende planperiode richtingen op deze speerpunten om deze manier de gestelde doelstellingen te realiseren en te werken naar het verder realiseren van het gestelde ambitieniveau. De speerpunten voor de planperiode 2022 – 2026 zijn: • Particulier afkoppelen: wij realiseren ons dat voor het bereiken van een klimaatbestendig Zeist het belangrijk is dat niet alleen de gemeente in actie komt, maar ook de particulieren en

•

bedrijven zelf. De komende planperiode richten wij ons op het stimuleren van het afkoppelen bij particulieren en bedrijven Communicatie: communicatie zien wij als een belangrijk middel om het particulier afkoppelen te realiseren. De communicatie richt zich niet alleen op het afkoppelen, maar we hebben hierbij ook aandacht voor het ontstenen en vergroenen van particuliere buitenruimte

34/54

Kenmerk

•

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Risicogestuurd beheren en onderhouden: we richten ons op het verder uitrollen van het risicogestuurd beheer voor vrijvervalriolering en trekken dit door naar de overige rioleringsobjecten. Uitgangspunt hierbij is dat maatregelen passen binnen ons integrale uitvoeringsplan. We maken hierbij wel een bewuste keuze tussen instandhouden en vervangen

4.3

Maatregelen

4.3.1 Onderzoek Onderzoek is nodig om goed inzicht te kunnen houden in het functioneren van het rioolstelsel en zo tijdig en adequaat te kunnen reageren. Onderstaand zijn enkele onderzoeken kort benoemd het totaal overzicht aan onderzoeken is opgenomen in tabel 4.2 •

Beheergegevens op orde brengen: voor het op orde brengen en houden van de beheergegevens is jaarlijks een budget van EUR 20.000 beschikbaar. Het GWSW-proof maken van de gegevens maakt hier onderdeel van uit

•

Opstellen SSW (nieuw BRP): in 2025 stellen wij een SSW op, hiervoor is een bedrag van EUR 75.000 gereserveerd. In het BRP nemen we zowel een hydraulische toetsing van het rioolstelsel als de impact op maaiveld niveau mee. We bepalen ook de theoretische buffercapaciteit van de verschillende stroomgebieden. Onze bemalingsgebieden hebben namelijk een beperkt aantal gemalen en geen noodoverlaten met het bepalen van de buffercapaciteiten krijgen we inzicht in hoe lang een gemaal in storing kan staan voordat er problemen ontstaan. Daarnaast bepalen we het milieutechnisch functioneren van de riolering. hierbij monitoren we tevens het effect van het afkoppelen op de pompovercapaciteit 11 van het stelsel

•

•

Actualiseren ‘Staat van je straat’: op basis van de analyse ‘Staat van je straat’ 12 is op straatniveau bepaald waar we wel en niet voldoen aan onze klimaatambities. Ieder 5 jaar actualiseren we waar we staan ten opzichte van onze ambities. Hiervoor is iedere 5 jaar een bedrag van EUR 15.000 gereserveerd, waarvan de eerste staat gepland in 2025 Inspecteren persleidingen ouder dan 50 jaar: In 2023 laten we persleidingen ouder dan 50 jaar (ca. 6 km) inspecteren en bepalen we de technische staat. Op deze manier bepalen we of de theoretische levensduur van 60 jaar realistisch is voor onze persleidingen. Eventuele maatregelen nemen we mee in de volgende planperiode. We hebben hiervoor een bedrag van EUR 100.000 gereserveerd

•

•

Onderzoek en aanpassen heffingsgrondslagen: We gaan onderzoeken hoe we het concept ‘de vervuiler betaalt’ meer kunnen integreren in onze rioolheffing. Dit kan zowel zijn door onderscheid te maken tussen één- en meerpersoonshuishoudens, maar ook door bijvoorbeeld een andere verdeling in de staffel voor het gebuikersdeel van de niet-woningen. De resultaten van dit onderzoek nemen we mee in de eerstvolgende financiële actualisatie Inspecteren vrijvervalriolering: we zijn overgegaan naar een risicogestuurde aanpak. Dit betekent dat we de volgende inspectiestrategie aanhouden:

11

Pompovercapaciteit (poc) is het deel van de pompcapaciteit van een rioolgemaal dat beschikbaar is voor de afvoer

van ingezamelde neerslag 12

Een klimaatlabel voor de mate van de klimaatrobuustheid op straatniveau

35/54

Kenmerk

-

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Riolering ouder dan 40 jaar en nooit geïnspecteerd, rijdende camera inspectie

-

Riolering ouder dan 40 jaar wel eerder geïnspecteerd op basis van inspectieadvies Rasmariant, putvideo inspectie en indien nodig rijdende camera inspectie Voor de komende planperiode is op basis van bovenstaande uitgangspunten de volgende inspectieplanning opgesteld. Hierbij is rekening gehouden met waar mogelijk dit wijkgericht uit te voeren en is inclusief 10 % onvoorzien op basis van klachten en meldingen. Voor de komende planperiode houden we rekening met de volgende planning, zie ook bijlage 4:

*

Put-video

Rijdende camera

50/50

Totaal

2022

5,7

8,2

-

13,9

2023

4,8

8,9

-

13,7

2024

4,9

0

11,1

16,0

2025*

9,2

16,6

-

25,8

2026

-

12,1

-

12,1

Totaal

24,6

45,8

11,1

81,6

Heel Bosch en Duin i.v.m. aanlegjaar ca. 1985

Gemiddeld is jaarlijks een reiniging- en inspectiebudget beschikbaar van EUR 52.000 •

•

Opstellen beheer en onderhoudsplan infiltratievoorzieningen: we hebben steeds meer infiltratievoorzieningen binnen onze gemeente. Voor de verschillende type voorzieningen bepalen wij het benodigde onderhoud. Daarnaast leggen wij al onze voorzieningen vast in ons beheersysteem. Hiervoor is EUR 25.000 in 2022 gereserveerd Opstellen beheer en onderhoudsplan kolken: voor de kolken willen we over gaan op een risicogestuurde aanpak. Dit wil zeggen dat we sommige kolken vaker gaan reinigen waar we andere juist minder vaak gaan reinigen. Infiltratiekolken gaan we sowieso vaker reinigen om te zorgen dat ze hun infiltrerende capaciteit behouden. We maken hierbij een koppeling met het kolkenbestand en de resultaten over de vervuilingsgraad geconstateerd bij reiniging.

•

Hiervoor is EUR 15.000 in 2022 gereserveerd Doormeten voedingskabels: In het buitengebied hebben we diverse minigemalen waarvoor geldt dat de voeding afkomstig is van de moederkast. Als gemeente zijn we zelf verantwoordelijk voor instandhouding van dit stroomnet. Door middel van het doormeten krijgen we inzicht in locaties waar de kabel in slechte staat verkeert en kunnen we ingrijpen voordat een minigemaal zonder stroom komt te zitten

•

Convenant rioolverstoppingen loodgieters: Indien er sprake is van een verstopte huisaansluiting is de perceeleigenaar verantwoordelijk voor de riolering voor zover deze ligt op eigen perceel. De gemeente is verantwoordelijk voor alle riolering in de openbare ruimte. Bij een verstopping zal de perceeleigenaar dit als eerste opmerken. Om te bepalen waar de verstopping zich bevindt, dient de perceeleigenaar het ontstoppingsstuk ter hoogte van de perceelsgrens op te graven. Als de leiding gevuld is met water is er een verstopping in het gemeentelijk deel. Als de leiding leeg is, is er een verstopping op het eigen perceel.

36/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Als de verstopping aanwezig is in de openbare ruimte vergoedt de gemeente de onderzoekskosten tot een hoogte van EUR 113,65 (tarief 2021). Dit bedrag staat in verhouding tot het opgraven van het ontstoppingsstuk. In de praktijk komt het regelmatig voor dat bedrijven meer werkzaamheden dan noodzakelijk uitvoeren en/of hogere rekeningen in rekening brengen. Als gemeente willen wij hierover afspraken maken met de bedrijven die regelmatig huisaansluitingen ontstoppen in Zeist. Hierdoor hopen we te voorkomen dat inwoners onnodig hoge rekeningen ontvangen. De te maken afspraken leggen we vast in een •

convenant Financiële actualisatie KDP (iedere 5 jaar): Tijdens het opstellen van het vGRP nemen we de huidige kennis als uitgangspunt. Gaandeweg zal blijken in hoeverre alle plannen uitgevoerd kunnen worden zoals bedacht is. Om, indien nodig, tijdig bij te kunnen sturen voeren we halverwege de looptijd van dit vGRP een financiële actualisatie van het kostendekkingsplan uit

•

Doorrekenen stelsel Soestdijkerweg: Bij neerslag hebben de minigemalen aan de Soestdijkerweg moeite met het verpompen van het (afval)water. Dit kan mogelijk komen doordat regenwater is aangesloten. Daarnaast is onbekend hoe het stelsel precies is aangesloten bij gemeente De Bilt (de persleiding loopt door op hun grondgebied). Middels onderzoek en een doorrekening willen we het stelsel optimaliseren

In tabel 4.2 is een overzicht opgenomen van alle onderzoeken zoals deze zijn voorzien. In het KDP maken deze kosten onderdeel uit van de exploitatie. Tabel 4.2 overzicht onderzoeksmaatregelen Onderzoek

Jaar

Kosten [EUR]

Reiniging en inspectie vrijvervalriolering

jaarlijks

52.000

Inspectie BRL pompgemalen

jaarlijks

20.000

Inspectie NEN 3140 (iedere 5 jaar)

2023

15.000

Gegevensbeheer

jaarlijks

15.000

Communicatie budget overig goed gebruik riolering ed

jaarlijks

1.000

Beheer en onderhoudsplan infiltratievoorzieningen (iedere 5 jaar)

2022

25.000

Doormeten voedingskabels

2022

30.000

Onderzoek reductie energieverbruik gemalen

2022

25.000

Beheer en onderhoudsplan kolken

2022

15.000

Inspecteren persleidingen ouder dan 50 jaar + toetsing technische staat

2023

100.000

Convenant rioolverstoppingen loodgieters

2023

10.000

Financiële actualisatie KDP (iedere 5 jaar)

2023

7.500

Doorrekenen stelsel Soestdijkerweg

2024

15.000

Actualiseren 'Staat van je straat' (iedere 5 jaar)

2025

15.000

Opstellen SSW / BRP (incl. theor. buffercapaciteit stroomgebieden) (iedere 10 jaar)

2025

75.000

Opstellen vGRP (iedere 5 jaar)

2025

40.000

37/54

Kenmerk

4.3.2

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Beheerrioleringsgegevens bij nieuwe aanleg

De revisiegegevens van nieuw aangelegde riolering verwerken we conform WIBON in het beheersysteem. Hiermee voldoen de aan de regels van WIBON. 4.3.3 Objectgerichte maatregelen Objectgerichte maatregelen zijn gericht op het in stand houden of verbeteren van de toestand (de kwaliteit) van de rioleringsobjecten. Objectgerichte maatregelen zijn zowel vervangingen van verouderde of verslechterde objecten als onderhoudsmaatregelen. Onderhoud Alleen de 1e lijnstoringen van pompunits en het ontstoppen van huisaansluitingen en kolken wordt door onze eigen buitendienst opgepakt. Het overig onderhoud loopt via onderhoudscontracten en geldt het volgende: •

Groot onderhoud vrijvervalriolering: groot onderhoud voeren we uit op basis van onze risicogestuurde strategie en maakt onderdeel uit van onze integrale uitvoeringsplanning, zie verder vervanging en renovatie vrijvervalriolering

•

Reiniging vrijvervalriolering: Voorafgaand aan de inspectie met behulp van rijdende camera van de vrijvervalriolering reinigingen wij de riolering, voor de planning en kosten zie paragraaf 4.3.1. Daarnaast reinigen we de knelpunten, zie bijlage 4

•

Onderhoud gemalen en pompunits: jaarlijks reinigingen en inspecteren we alle gemalen en pompunits planmatig conform BRL (BRL-K14020). Waar nodig vervangen we hierbij onderdelen vervangen, zodat de bedrijfszekerheid gewaarborgd blijft, dit kan ook preventief

•

zijn. Daarnaast keuren wij 1 × per 3 jaar de gemalen en 1 × per 5 jaar de pompunits basis van de NEN-3140 (bedrijfsvoering van elektrische installaties – laagspanning) Storingsonderhoud: alle hoofdgemalen, randvoorzieningen en pompunits zijn aangesloten op

•

een telemetriesysteem. De 1e lijnstoringen pakt onze eigen buitendienst op, de overige storingen zijn uitbesteed Straatvegen en kolkenreiniging: straatvegen voeren wij uit conform het beeldbestek, vanuit riolering dragen wij 50 % bij in de kosten. Voor de kolkenreinigingen hanteren we vooralsnog e voor de planperiode de volgende frequentie, op basis van de optimalisatie van de beheerstrategie kunnen hier mogelijk wijzigingen in nodig zijn:

• •

Regulier 2 × per jaar Infiltratiekolken en filterkolken 4 × per jaar Onderhoud randvoorzieningen: onderhoud vindt 1 × per jaar planmatig plaats Beheer bovengrondse infiltratievoorzieningen: jaarlijks moeten we 15 km van de bermen ‘afroven’ om voldoende infiltratiecapaciteit te behouden. Hiervoor dragen wij 50% van de kosten bij aan groen

Structureel onderhoud buitengebied (waterlossingen) Jaarlijks vindt structureel onderhoud aan sloten en duikers plaats om de waterafvoercapaciteit in stand te houden. Dit onderhoud bestaat uit het maaien van bermen en sloten en het baggeren van de watergangen. Vanuit riolering dragen wij 50 % bij in de kosten.

38/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Tabel 4.3 overzicht objectgerichte maatregelen Omschrijving

Frequentie

Kosten [EUR]

Groot onderhoud vrijvervalriolering (excl. reiniging/inspectie)

Jaarlijks

497.500

RMN kolken reiniging

Jaarlijks

168.000

Periodieke reiniging pompgemalen

Jaarlijks

25.000

Onderhoud pompgemalen

Jaarlijks

40.000

Extracomptabel onderhoud wegen (50%)

Jaarlijks

686.000

Extracomptabel onderhoud waterlopen (50%)

Jaarlijks

19.500

Extracomptabel afroven bermen

Jaarlijks

20.000

Extracomptabel gemiddelde bijdragen baggerplan (50%)

Jaarlijks

12.500

Groot onderhoud en vervanging gemalen , drukriolering en randvoorzieningen (ME) Op basis van de jaarlijkse inspectie- en de onderhoudswerkzaamheden plannen we werkzaamheden voor groot onderhoud en/of vervanging van onderdelen van de gemalen en drukriolering in, deze werkzaamheden vallen binnen de exploitatie. De onderhoudsstaat behouden we hiermee op het gewenste niveau. In de planperiode is daarnaast rekening gehouden met de vervangingsinvesteringen, zoals opgenomen in tabel 4.4. Vervanging en renovatie vrijvervalriolering Vervangingen en renovaties plannen wij op basis van onze risicogestuurde aanpak. Binnen deze risicogestuurde aanpak zijn twee variabelen belangrijk: Wat is de impact van falen en wat is de kans op falen? Hiervoor is voor ieder riool een risicoprofiel opgesteld waaruit blijkt hoe belangrijk het riool is (impact) en wat de kans op falen is (kans). Hierbij is de kans op falen gesplitst in drie componenten: • • •

Constructief: de constructieve sterkte van het riool Doorstroming: de mate van afstroming van het afvalwater Waterdichtheid: de waterdichtheid van het riool

De strategie is erop gericht dat riolering met het hoogste risicoprofiel een hogere prioriteit krijgt dan riolering met een lager risicoprofiel. Op basis van een analyse volgens rasmariant 13 zijn de benodigde vervangings- en instandhoudingsplanningen bepaald. Hierbij zijn verschillende varianten doorgerekend, zie figuur 4.2.

13

De rasmariant aanpak is er opgericht om op basis van een risicogestuurde aanpak te bepalen wat, waar en

wanneer uit te voeren op basis van een geavanceerde degradatie analyses in combinatie met het berekende effect van elk riool op de omgeving en het stelsel.

39/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Cumulatieve vervangingsopgave vrij-vervalriolering

meters te vervangen riolering

250.000

200.000

150.000

100.000

50.000

-

Vervanging na 80 jaar (huidig beleid)

Rasmariant

Rasmariant - per buurt (gemiddeld)

Figuur 4.2 varianten rasmariant

We hebben gekozen de ‘buurtgerichte’ variant aan te houden. Deze sluit zowel aan bij een risicogestuurde aanpak, als bij een integrale werkwijze. Uit de analyse blijkt dat door de instandhouding de theoretische levensduur van de vrijvervalriolering verder kunnen oprekken van 80 naar 100 tot 120 jaar. De toekomstige inspectieresultaten moeten uitwijzen of dit ook daadwerkelijk het geval is. Vanaf 2060 zijn vervangingen voorzien. In het KDP zijn de vervangingen als volgt meegenomen zie ook figuur 4.3 en tabel 4.4: • De gemiddeld benodigde instandhouding conform rasmariant op basis van eenheidsprijzen relinen Sweco, onderverdeeld naar de periode •

Tot en met 2030 2031 tot en met 2040 2041 tot en met 2050

2051 tot en met 2060 Vervangingskosten zijn per buurt berekend op basis van kostenkentallen Kennisbank RIONED. Voor het kostendekkingsplan zijn de kosten zoals berekend voor 2061 gelijkmatig verdeeld over de periode 2056 tot en met 2065. De vervangen na 2061 tot met 2080 zijn gelijkmatig verdeeld over de periode 2062 tot en met 2080. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de vervangingen door lopen tot 2101.

40/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

•

Deze vervangingen vallen echter buiten de 60 jaar scope van het KDP. In totaal valt circa

•

25 % van de vervangingen buiten de scope van het KDP Omdat we de komende jaren geen grootschalige vervangingen gaan uitvoeren, kunnen we niet gezamenlijk optrekken met het wegbeheer. In het kostendekkingsplan is wel rekening gehouden met kosten voor het vervangen van kolken, kolk- en huisaansluitleidingen. Daarnaast hebben we budget beschikbaar voor onvoorziene maatregelen 12.000.000

10.000.000

8.000.000

6.000.000

4.000.000

2.000.000

instandhouding

kolken + kolk- en huisaansluitleiding

onvoorziene maatregelen

2079

2077

2075

2073

2071

2069

2067

2065

2063

2061

2059

2057

2055

2053

2051

2049

2047

2045

2043

2041

2039

2037

2035

2033

2031

2029

2027

2025

2023

2021

-

vervanging

Figuur 4.3 vervangings- en instandhoudingplanning vrijvervalriolering (incl. vervangingen gemengd door gescheiden)

41/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Tabel 4.4 overzicht vervangingsmaatregelen (bedragen × EUR 1.000) 2022

2023

2024

2025

2026

Planperiode

Vrijverval: Instandhouding

115

115

115

115

115

575

Kolk+aansluitleidingen

443

443

443

443

443

2.213

Onvoorzien

50

50

50

50

50

250

+op klimaat

150

150

150

150

150

750

Gemalen BK

-

-

124

-

-

124

Gemalen ME

34

58

147

65

34

338

Persleiding

-

-

-

-

-

-

Pompunits BK

-

-

4

-

-

4

Pompunits ME

140

24

29

29

87

308

-

-

-

-

-

-

200

-

-

-

-

200

Drukriolering Randvoorzieningen BK Randvoorzieningen ME Totaal

4.3.4

-

62

-

-

-

62

1.131

902

1.061

852

878

4.823

Systeemgerichte maatregelen

Systeemgerichte maatregelen zijn gericht op het in stand houden of verbeteren van het functioneren van het rioolstelsel. Hydraulische maatregelen zijn daarbij gericht op de afstroming naar en in het rioolstel. Hieronder vallen ook maatregelen die worden genomen in het kader van berging op maaiveld. Milieutechnische maatregelen zijn veelal gericht op de berging van het rioolstelsel om overstortingen te beperken en verontreiniging van het oppervlaktewater zoveel mogelijk te voorkomen. Vanwege het feit dat de hydraulische maatregelen een directe koppeling hebben met de klimaatmaatregelen, zijn deze hierna onder de noemer klimaatmaatregelen samengevoegd. Klimaatmaatregelen: afkoppelen bestaand verhard oppervlak Daar waar we gemengde riolering vervangen, koppelen we het verhard oppervlak volledig af door het gemengde stelsel te vervangen door een gescheiden stelsel. Doordat we komende jaren inzetten op de instandhouding van de riolering gaan we weinig riolering daadwerkelijk vervangen en dus ook weinig nieuwe gescheiden riolering aanleggen. Toch streven we ernaar om jaarlijks gemiddeld 1% verhard oppervlak af te koppelen. We geven hier op de volgende manier invulling aan: + op klimaat bij wegbeheer We dragen vanuit riolering tot en met 2060 jaarlijks EUR 150.000 bij aan wegbeheer voor het realiseren van bovengrondse berging en verwerking van hemelwater als vergoeding.

Dit bedrag is gebaseerd op EUR 10,00 per/m² als bijdrage op de meerkosten voor het afkoppelen. Tijdens de financiële actualisatie van het KDP bepalen we op basis van nacalculatie of dit budget toereikend is. Waar nodig passen we de bijdrage aan.

42/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Stimuleren particulier afkoppelen In 2021 hebben we een online enquête gehouden onder onze inwoners. In totaal hebben 559 respondenten de vragenlijst en controle vragen ingevuld. Er is hierbij gewogen op leeftijd en geslacht voor een evenredig beeld van de resultaten. Deze analyse is uitgevoerd door Pro-Public. De infographic van de enquête is als bijlage 7 opgenomen. Wat opvalt, en ook aansluit bij de boodschap van Klimaatbestendig Zeist, is dat 94% van de respondenten het (zeer) belangrijk vinden dat Zeist klimaatbestendig wordt. En dat 47% van de respondenten bereid zijn om meer te betalen voor een vernieuwing van het rioolsysteem, opvang van regenwater en grotere buizen. Om hier invulling aan te geven, ondanks dat we in de openbare ruimte alleen meekoppelen met wegbeheer, zetten we in op het extra stimuleren van particulier afkoppelen. Voor de periode tot 2030 is jaarlijkse EUR 250.000 beschikbaar voor het stimuleren van particulier afkoppelen. We hebben hierbij de meeste aandacht voor die gebieden die de hoogste prioriteit hebben voor het behalen van de ambitie geen overlast bij een bui van 30 mm in 2030. Uitgangspunt is dat we het budget gebruiken voor communicatie en samenwerking om onze inwoners in actie te laten komen om het eigen perceel af te koppelen, te vergroenen en/of te voorzien van groene daken.

Hierbij hebben we ook aandacht voor het vergroten van de biodiversiteit en het toepassen van bijvoorbeeld geveltuinen voor het beperken van hittestress. We gaan dit bedrag op de volgende manier inzetten, waarbij we jaarlijks bepalen hoe we het budget over de verschillende onderdelen verdelen: • Inzet van een klimaatmakelaar: Aanjagen klimaatadaptief maken particuliere ruimte

• • •

-

Informeren op bewonersavonden bij projecten Actief afkoppelen met extra aandacht voor de buurten waar de grootste wateroverlast wordt verwacht en/of ervaren

-

Stimuleren groene daken, hierbij kan gedacht worden aan het leveren van kennis en advies (zoals constructieve kennis) en in de vorm van kortingsbonnen/vouchers bij lokale leveranciers van sedumdaken. Hierbij zoeken wij de samenwerking met Samen

Duurzaam Zeist Communicatieplan en -planning onderhouden en in uitvoeringsbrengen Bijdragen aan Samen Duurzaam Zeist voor het realiseren van groene daken Budget om bij te dragen aan het realiseren van particulier afkoppelen (doorzagen regenpijpen aan de voorzijde van de woning) Diversen promotiematerialen en advertentiekosten

Klimaatmaatregelen: ambitie 2030 Om aan de ambitie geen overlast in 2030 bij een bui van 30 mm zijn de volgende maatregelen noodzakelijk. Deze maatregelen zijn opgenomen in onze integrale projectenplanning. Een deel van deze maatregelen zijn eind 2021 reeds gereed:

43/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

•

Paltzerweg: Aanleggen IT-riolering (nog opstarten)

• • •

Erasmuslaan: o.a. aanleg infiltratievelden Parmentiersland: ombouwen VGS-stelsel naar GS-stelsel Nieuw gemaal Korte Bergweg

• •

Oude Arnhemseweg: aanleg IT-riool en nieuwe maaiveldinrichting (doorloop t/m 2023) Particulier afkoppelen: (nog opstarten) Dijnselburg & Patijnpark -

Centrum (schillen)

Milieutechnische maatregelen De gemeente voldoet aan de milieutechnische eisen ten aanzien van de riolering. In de planperiode zijn dan ook geen milieutechnische maatregelen voorzien. Het verder afkoppelen van verhard oppervlak draagt zoals reeds vermeld wel bij aan het verder terugdringen van emissies uit het rioolstelsel naar bodem en/of oppervlaktewater. Oppervlaktewatermaatregelen Om de waterkwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren zijn er diverse maatregelen voorzien: Baggeren In samenwerking met het HDSR baggeren wij naar verwachting in 2024 een groot deel van de watergangen in Zeist. Het HDSR zal hierbij alle hoofdwatergangen baggeren. Als gemeente baggeren we alle tertiaire watergangen voor zover wij daarvoor verantwoordelijk zijn en deze niet de afgelopen jaren al gebaggerd zijn. Daarbij maken we als gemeente afspraken met andere onderhoudsplichtigen in het geval er een gedeelde verantwoordelijkheid geldt. We onderzoeken in welke situaties het gewenst is om dieper dan het leggerprofiel te baggeren. De onderhoudsplicht geldt alleen voor het leggerprofiel; het profiel dat noodzakelijk is voor voldoende afvoercapaciteit van de watergangen. Door dieper te baggeren wordt mogelijk de voedselrijke sliblaag verwijderd. Dit draagt bij aan het verbeteren van de waterkwaliteit, zie verder bijlage 9. Vooralsnog zijn we uitgegaan van EUR 250.000.

Dit bedrag moeten we nog nader onderbouwen en bepalen, waarbij voor 50 % dekking van het budget uit de rioolheffing plaatsvindt. Omvormen van oevers Diverse oeverconstructies zijn aan het einde van de technische levensduur. We streven ernaar om geen harde beschoeiingen toe te passen, tenzij dit noodzakelijk is met het oog op andere doelstellingen. Door het aanleggen van natuurlijke taluds en/of natuurvriendelijke oevers ontstaan kansen voor waterplanten en overige Flora en Fauna. De komende planperiode voorzien we de volgende kansen:

44/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

•

Rondom het Slot zijn de beschoeiingen aan vervanging toe. Onderzocht wordt in hoeverre

•

een natuurlijk talud mogelijk is. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat de cultuurhistorische waarde van de omgeving behouden blijft De openbare ruimte ter hoogte van de Griffensteijnselaan wordt naar verwachting in 2022

opnieuw ingericht. Hierbij zal hemelwater oppervlakkig naar de Grift afstromen en richten we de oever natuurlijker in De kosten voor het omvormen van oevers worden niet gedekt vanuit de rioolheffing, maar vanuit SFI-VIS 14.

14

SFI-VIS = Strategisch Financieel Instrumentarium en Vervangingsinvesteringensystematiek, de onderbouwing van

de vervangings- en onderhoudskosten van de overige objecten binnen Zeist

45/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

5 Middelen Dit hoofdstuk beschrijft de middelen die nodig zijn om onze rioleringszorg vorm te geven. Middelen bestaan zowel uit personele middelen als financiële middelen. Hierbij is ingegaan op de kostendekking, waarbij het verloop van de voorzieningen en de benodigde rioolheffing is berekend. Wij streven hierbij naar een solide beleid ten aanzien van de financiering van onze strategie. Uitgangspunt is om dit tegen een kostendekkend tarief aan te bieden.

5.1

Personele middelen

Om indicatief inzicht te krijgen in de benodigde personele middelen heeft stichting RIONED een rekentool ontwikkeld. Met behulp van deze rekentool is een analyse gemaakt voor de benodigde personele inzet voor de gemeente Zeist. Het is bekend dat de rekentool niet volledig dekkend is op het gebied van klimaat en andere zaken. Hiervoor is een correctie doorgevoerd. De benodigde capaciteit hebben wij vergeleken met de beschikbare personele inzet. In bijlage 10 is de volledige analyse opgenomen. Onderstaand is een samenvatting weergegeven. In tabel 5.1 is de benodigde personele bezetting weergegeven, rekening houdend met onze uitbestedingsgraad. Tabel 5.1 Taak

Benodigd [fte]

Planvorming, onderzoek en facilitair

1,8

Onderhoud

1,5

Maatregelen (investeringen)

0,7

Overige taken

0,5

Totaal

4,5

De kosten voor het in uitvoering brengen van investeringen maken onderdeel uit van de investeringsbedragen. De 0,7 fte voor maatregelen boeken wij dan ook direct op de betreffende projecten. Op het taakveld riolering belasten wij 1,9 fte binnendienst en 1,5 fte buitendienst door, dit is in totaal 3,4 fte. De benodigde tijd voor toezicht reinigen en inspecteren vrijvervalriolering en de aansturing van de RMN voor wat betreft kolkenreiniging vallen onder een ander taakveld. Ook het gegevensbeheer belasten wij niet direct door aan het taakveld riolering, maar maakt onderdeel uit van de overheadkosten. In het kostendekkingsplan is daarnaast rekening gehouden met een apart aanvullend budget voor gegevensbeheer.

46/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

De benodigde personele capaciteit (zonder maatregelen) bedragen 3,8 fte. De beschikbare personele capaciteit in de begroting bedraagt 3,4 fte. Hiermee lijkt een financieel gat in de begroting van 0,4 fte te ontstaan. De gemeente ervaart dit tekort niet als zodanig. Dit verschil lijkt te ontstaan door de niet meegenomen fte’s voor toezicht, aansturing RMN en gegevensbeheer. Daarnaast is tot 2030 in het kostendekkingsplan rekening gehouden met budget voor het inzetten van een klimaatmakelaar. Dit budget valt buiten de fte’s. Vooralsnog is er dan ook geen noodzaak wijzigingen door te voeren in de personele capaciteit.

5.2

Financiële middelen

Wij streven naar een solide beleid ten aanzien van de financiering van de strategie uit het voorliggende vGRP. Het financieel beleid is gericht op een goede instandhouding van de bestaande voorzieningen en vervanging hiervan op de lange termijn, rekening houden met nieuwe inzichten en klimaatveranderingen. Met als uitgangspunt dit tegen een kostendekkend tarief aan te bieden. In deze paragraaf zijn de benodigde financiële middelen die gemoeid zijn met de activiteiten uit de strategie samengevat. De in dit hoofdstuk benoemde bedragen zijn op prijspeil 2021 en zijn exclusief BTW en moeten voor de toekomst met de optredende inflatie worden geïndexeerd. De in dit hoofdstuk genoemde investeringen, zowel vervangingsinvesteringen als verbetermaatregelen zijn inclusief kosten voor voorbereiding en directievoering. De benodigde financiële middelen zijn in beeld gebracht met behulp van een kostendekkingsberekening. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen investeringsuitgaven en exploitatiekosten. De investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen en verbetermaatregelen (zoals afkoppelen). Exploitatiekosten zijn de jaarlijkse uitgaven nodig voor beheer- en onderhoudsactiviteiten.

5.2.1 Voorzieningen Conform het vorige vGRP maken wij gebruik van twee voorzieningen te weten een (voorziening BBV 44.1 lid d (spaarvoorziening voor de investeringen), voorziening BBV 44.2 (voorziening beklemde middelen derden voor de egalisatie van de tarieven). Per 1 januari 2021 hebben deze voorzieningen het volgende saldo: • Voorziening BBV 44.2: EUR - 195.000 •

Voorziening BBV 44.1 lid d:

EUR

7.561.913

Omdat het niet is toegestaan een negatieve voorziening te hebben, is de voorziening BBV 44.2 tijdelijk aangevuld vanuit de algemene reserve. Omdat we dit bedrag wel weer terug moeten storten, hebben we in het kostendekkingsplan gerekend met de negatieve stand van de voorziening.

47/54

Kenmerk

5.2.2

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Rioolheffing en totale baten

Om alle uitgaven die met de rioleringszorg gepaard gaan te dekken, heffen wij rioolheffing. Wij maken hiervoor gebruik van een eigenaren heffing voor woningen en gebruikers heffing voor niet-woningen gebaseerd op het drinkwaterverbruik. Bij niet-woningen met een drinkwaterverbruik kleiner dan 250 m³ berekenen wij een vast tarief per object. Boven de 250 m³ hanteren wij een staffel. Zie voor de gehanteerde tarieven in 2021 tabel 5.2. Tabel 5.2 Tariefsopbouw 2021 Omschrijving

Tarief [EUR]

Woningen:

178,20

Niet-woningen: Tot 250 m³

178,20

Van 250 tot 2.500 per 10 m³

7,32

Van 2.500 tot 25.000 m³ per 10 m³

3,84

Van 25.000 tot 50.000 m³ per 10 m³

2,40

Van 50.000 tot 100.000 m³ per 10 m³

1,44

Boven 100.000 per 10 m³

1,08

Per 1 januari 2021 zijn er 28.525 woningen dit zorgt voor een baten van EUR 5.083.155. Daarnaast ontvangen EUR 464.889 baten vanuit niet-woningen. Conform het vorige vGRP is rekening gehouden met een stijging van de rioolheffing in 2022 naar EUR 188,40. Daarnaast is rekening gehouden met een stijging in het aantal woningen in 2021 van 457 tot 28.982 woningen. 5.2.3

Vervangingsinvesteringen en investeringen projectenplan

In tabel 5.3 zijn alle investeringsbedragen opgenomen die in de planperiode nodig zijn om de investeringen uit het projectenplan en de benodigde vervangingen uit te voeren. Een totaal overzicht van alle investeringen is opgenomen in bijlage 11. In de bijlage zijn ook de investeringen (ca. EUR 4,8 miljoen) die in 2021 zijn uitgevoerd opgenomen, zodat deze onderdeel uit maken van de kostendekkingsberekening. • De investeringen uit het projectenplan betreffen alle projecten die opgenomen zijn in de •

integrale projectenplanning van de gemeente De vervangingsmaatregelen zijn de maatregelen zoals deze uit de berekeningen (rasmariant voor de vrijvervalriolering en aanlegjaar + technische levensduur voor de overige objecten) naar voren komen. Deze maatregelen maken wij de komende jaren concreet in onze nieuwe integrale projectenplanning. Hierbij bindt een integrale afweging plaats op basis van kwaliteit en passend binnen onze risicogestuurde aanpak

In totaal is in de planperiode een investering van circa EUR 5,1 miljoen benodigd.

48/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Tabel 5.3 Benodigde investeringen planperiode 2022 – 2026 (excl. BTW en inflatie, bedragen × EUR 1.000) omschrijving

2022

2023

2024

2025

2026

Planperiode

vrijvervalriolering

758

758

758

758

758

3.788

gemalen BK

-

-

124

-

-

124

gemalen ME

34

58

147

65

34

338

pompunits BK

-

-

4

-

-

4

pompunits ME

140

24

29

29

87

308

randvoorz. BK

200

-

-

-

-

200

randvoorz. ME

-

62

-

-

-

62

projectenplan

305

-

-

-

-

305

Totaal

1.436

902

1.061

852

878

5.128

5.2.4 Totale lasten voorziening BBV 44.2 De totale lasten betreffen alle lasten niet zijnde investeringen. Deze zijn opgebouwd uit de exploitatiekosten, de onderzoekskosten, de kapitaallasten uit het verleden, eventuele nieuwe kapitaallasten (wanneer de spaarvoorziening niet toereikend is) en de dotatie aan de voorziening 44.1 lid d. Daarnaast is de BTW hier extracomptabel aan toegevoegd over zowel de exploitatie- en onderzoekskosten als de investeringen. In het kostendekkingsplan is de BTW meegenomen als een gemiddelde over een periode van 5 jaar. Conform BBV worden deze lasten niet geactiveerd. In bijlage 11 is een overzicht opgenomen van alle financiële gegevens die als basis dienen voor het kostendekkingsplan. De totale lasten in de planperiode bedragen circa EUR 27,3 miljoen (zie tabel 5.4). In figuur 5.1 zijn de lasten op de lange termijn weergegeven. De totale lasten over de beschouwde periode van 60 jaar (2021 - 2080) bedragen circa EUR 353 miljoen. Tabel 5.4 Totale lasten rioleringszorg voorz. BBV 44.2 planperiode 2022-2026 (excl. inflatie, bedragen × EUR 1.000) Omschrijving

2022

2023

2024

2025

2026

Planperiode

dotatie (voorz. BBV 44.1d)

1.234

1.263

1.309

1.329

6.920

Nieuwe kapitaallasten

-

-

-

-

-

-

Kapitaallasten verleden

592

574

550

510

487

2.714

2.569

2.569

2.569

2.569

2.569

12.844

Exploitatie *

*

1.785

Onderzoek aanvullend

40

10

-

-

-

50

Klimaatadaptatie bestaand

250

250

250

250

250

1.250

BTW

689

696

701

694

697

3.477

Totaal

4.139

4.099

4.070

4.024

4.003

27.255

overige onderzoeken maken onderdeel uit van de exploitatie

49/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

10.000.000

9.000.000

8.000.000

7.000.000

6.000.000

5.000.000

4.000.000

3.000.000

2.000.000

1.000.000

Kapitaallasten verleden

Nieuwe kapitaallasten

2079

2077

2075

2073

2071

2069

2067

2065

2063

2061

2059

2057

2055

2053

2051

dotatie (voorz. BBV 44.1d)

2049

BTW

2047

2045

2043

2041

2039

2037

2033

2031

2029

2027

Onderzoek (aanvullend)

2035

Exploitatie

2025

2023

2021

-

Klimaatadaptatie bestaand gebied

Figuur 5.1 Totale lasten rioleringszorg voorz. BBV 44.2 periode 60 jaar (excl. inflatie)

5.2.5 Totale investeringen ten lasten van voorziening BBV 44.1 lid d Alle investeringen brengen we zolang de voorziening BBV 44.1 lid d toereikend is direct in mindering op het saldo van de voorziening. Op het moment dat de voorziening niet meer toereikend is kapitaliseren we deze investeringen. De nieuwe kapitaallasten die hiermee gepaard gaan, komen ten laste van de voorziening BBV 44.2. In tabel 5.5 zijn de onttrekkingen en dotaties voorziening BBV 44.1 lid d gedurende de planperiode weergegeven. In paragraaf 5.3.3 is het verloop van de voorziening BBV 44.1 lid d nader toegelicht en weergegeven. Tabel 5.5 Onttrekkingen en dotaties voorziening BBV 44.1 lid d (excl. BTW en inflatie, bedragen × EUR 1.000) Omschrijving

2022

2023

2024

2025

2026

Plan-

vervangingen

1.131

902

1.061

852

878

4.823

projectenplan

305

-

-

-

-

305

dotatie

-1.785

-1.234

-1.263

-1.309

-1.329

-6.920

Totaal

-350

-332

-201

-457

-451

-1.791

periode

50/54

Kenmerk

5.3

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Kostendekking

Het doel van de kostendekkingsberekening is een onderbouwde prognose te maken van het verloop van de rioolheffing in de toekomst, gebaseerd op de lasten, zoals deze in de vorige paragraaf zijn benoemd. Hoewel een zo goed mogelijke benadering wordt nagestreefd van het toekomstige verloop van uitgaven en inkomsten, blijft dit vooral het bepalen van de trend naar de toekomst. Het verloop van de rioolheffing is afhankelijk van onder meer veranderende wetgeving, nieuw beleid of het gemeentelijke uitgavenpatroon, waardoor een regelmatige actualisatie van de kostendekking wenselijk is. 5.3.1 Uitgangspunten kostendekking In de berekening van de rioolheffing is met de volgende gemeentelijke financiële uitgangspunten rekening gehouden: • • •

Bij de berekening van de rioolheffing is geen rekening gehouden met inflatie Alle genoemde bedragen zijn prijspeil 2021 Zolang de voorziening BBV 44.1 lid d toereikend is worden nieuwe investeringen direct

•

afgeboekt Wanneer de voorziening BBV 44.1 lid d niet meer toereikend is worden nieuwe investeringen geactiveerd en gekapitaliseerd. Hierbij gaan wij uit van het volgende -

•

Theoretische levensduur en afschrijvingstermijn (wanneer van toepassing): Vrijvervalriolering 80 jaar 80 jaar Elektromechanische installatie gemalen en pompunits 20 jaar 20 jaar -

•

Rentepercentage over investeringen: 0,5 % over de boekwaarde per 01/01 Lineaire afschrijving Start afschrijving in jaar na investering

Bouwkundige onderdelen gemalen en pompunits Pers- en drukleiding Elektromechanische installatie randvoorzieningen

Bouwkundige onderdelen randvoorzieningen Rente over de voorzieningen: 0 %

60 jaar 60 jaar 20 jaar

60 jaar 60 jaar 20 jaar

80 jaar

80 jaar

5.3.2 Uitgangspunten Besluit begroting en verantwoording (Bbv) De Gemeentewet en de Provinciewet schrijven voor dat elke gemeente en elke provincie jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken moet opstellen. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bevat de regelgeving daarvoor. In het BBV zijn ook regels en randvoorwaarden opgenomen voor gemeenten met betrekking tot het bepalen van de kostendekking van de rioolheffing en financiering van investeringen in de riolering. Onderstaand zijn de belangrijkste voorwaarden opgenomen: • Investeringen ten behoeve van riolering worden gezien als investeringen met meerjarig •

economisch nut en dienen te worden geactiveerd (artikel 59, lid 1) Jaarlijkse exploitatiekosten worden niet geactiveerd (ontbreken voorwaarde meerjarig economisch nut)

•

Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd (artikel 62, lid 1)

51/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

•

Een specifieke bijdrage van derden die in directe relatie staat tot de investering mag in

•

mindering worden gebracht (direct afboeken) (artikel 62, lid 2) Er wordt gebruik gemaakt van een voorziening (BBV artikel 44, lid 2) met als doel ongewenste schommelingen te egaliseren. De rioolheffing mag alleen worden uitgegeven aan het doel waarvoor het is ingesteld (zogenaamd gebonden besteding)

5.3.3

Bepaling rioolheffing

Op basis van de uitgangspunten, totale lasten, inkomsten en stand van de voorziening zoals in de voorgaande paragrafen beschreven, is het effect op de rioolheffing bepaald voor de periode 2021 – 2080. Uitgangspunt hierbij is dat de rioolheffing 100 % kostendekkend is. Hiervoor zijn meerdere varianten doorgerekend. Hierbij hebben wij onderscheid gemaakt in de volgende aspecten: • Wel/niet meenemen van de klimaatadaptieve maatregelen: -

In de variant zonder klimaatadaptieve maatregelen is wel rekening gehouden met de maatregelen zoals deze zijn opgestart vanuit het projectenplan en het vervangen van de gemengde riolering door een gescheiden systeem vanaf 2060

-

In de variant met klimaatadaptieve maatregelen is naast de bovenstaande maatregelen ook rekening gehouden met: De ‘+ op klimaat’ bij wegbeheer voor het realiseren van bovengrondse berging -

•

(EUR 150.000 per jaar tot en met 2060 Bijdrage voor realiseren afkoppelen bestaand particulier terrein (EUR 250.000 per jaar tot en met 2029)

Financieringssystematiek: Er komt een grote investeringsgolf aan vanaf 2060 met een investeringsvolume van meer dan EUR 10 miljoen per jaar. Op dit moment betalen we deze investeringen uit onze voorzieningen BBV 44.1 lid d een zogenaamde spaarvoorziening van vervangingen in de toekomst. Deze spaarvoorziening is niet toereikend om de investeringen in de toekomst nog op te kunnen vangen. Uiteindelijk zullen we weer over moeten tot het kapitaliseren van de investeringen. In de varianten is onderscheid gemaakt tussen: Het zolang mogelijk doorgaan met de spaarvoorziening Na 10 jaar te stoppen met de spaarvoorziening

Dit heeft geleid tot de volgende varianten (de resultaten van de verschillende varianten zijn opgenomen in bijlage 12): 1. 2. 3.

Zonder klimaat en maximale inzet spaarvoorziening Met klimaat en maximale inzet spaarvoorziening Zonder klimaat en 10 jaar spaarvoorziening

4.

Met klimaat en 10 jaar spaarvoorziening

52/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Omdat het investeringsvolume voor de korte termijn lager is dan waarmee in eerdere scenario’s is gerekend is het mogelijk om in 2023 een verlaging van de heffing door te voeren. In de varianten is hier op de volgende manier mee omgegaan: • In de varianten 1 en 2 is rekening gehouden met een daling van 10 % in 2023 • In de varianten 3 en 4 is rekening gehouden met een daling van 25 % in 2023 • In alle varianten is rekening gehouden met een verdere stijging naar wat nodig is Hierbij is zoals reeds vermeld nog geen rekening gehouden met een indexering. De rioolheffing moet naast de voorgestelde stijging voor de toekomst nog worden geïndexeerd, zie verder tabel 5.6. Tabel 5.6 Verloop rioolheffing planperiode verschillende varianten Variant 1

Variant 2

Variant 3

Variant 4

2021 (huidig)

178,20

178,20

178,20

178,20

2022

188,40

188,40

188,40

188,40

2023

169,56

169,56

141,30

141,30

2024

169,56

169,56

141,30

141,30

2025

169,56

169,56

141,30

141,30

2026

169,56

169,56

141,30

141,30

Vooralsnog houden we hierbij vast aan de huidige heffingsgrondslagen. In de komende planperiode onderzoeken we hoe we nog het concept ‘de vervuiler betaalt’ meer kunnen integreren in onze rioolheffing. Dit kan zowel zijn door onderscheid te maken tussen één- en meerpersoonshuishoudens, maar ook door bijvoorbeeld een andere verdeling in de staffel voor het gebuikersdeel van de niet-woningen. Variant 2: incl. KA + maximaal spaarvoorziening 300,00

30.000.000

275,00

25.000.000

250,00

20.000.000

225,00

15.000.000

200,00

10.000.000

175,00

5.000.000

150,00

-

125,00

2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 2046 2047 2048 2049 2050 2051 2052 2053 2054 2055 2056 2057 2058 2059 2060 2061 2062 2063 2064 2065 2066 2067 2068 2069 2070 2071 2072 2073 2074 2075 2076 2077 2078 2079 2080

35.000.000

Totale lasten

Totale inkomsten

stand voorz. BBV 44.2 31-12

stand voorz. BBV 44.1 lid d 31-12

rioolheffing (rechter as)

Figuur 5.2 Verloop inkomsten, lasten, saldo voorzieningen (linker as) en rioolheffing (rechter as) – variant 2

53/54

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Wij adviseren om voor nu te kiezen voor variant 2, met de volgende onderbouwing: • •

Conform Klimaatbestendig Zeist nemen we klimaatadaptieve maatregelen mee, dit is ook wat uit de enquête onder de inwoners als wenselijk naar voren komt We maken zolang mogelijk gebruik van de spaarvoorziening. Op de lange termijn is kapitaliseren als gevolg van de rentecomponent altijd duurder dan direct afboeken. Dit valt ook uit de grafieken af te lezen. De totale lasten in de varianten 1 en 2 zijn in 2080 circa EUR 2 miljoen lager dan in de varianten 3 en 4. Bovendien rekenen we nu met een

•

omslagrente van 0,5 %, op termijn is het zeker mogelijk dat deze omslagrente aanzienlijk zal stijgen waardoor de totale (kapitaal)lasten nog verder oplopen We verlagen in 2023 de rioolheffing met 10 %. De komende jaren gaan wij verder met het inspecteren van onze riolering. Op basis van deze kwaliteitsgegevens stellen wij de vervangingsplanning bij. We weten niet wat hier uit naar voren gaat komen. Daarnaast moeten we nog invulling geven aan de klimaatdoelstellingen voor 2040 (50 mm) en 2050 (70 mm). Dit leidt mogelijk nog tot aanvullende maatregelen. Tijdens de financiële actualisatie van het KDP in 2023 bepalen we de heffing en de benodigde strategie opnieuw.

54/54

Kenmerk

Bijlage 1

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Bouwstenen voor omgevingsplan

Kenmerk

R001-1280605GBV-V04-hgm-NL

Niet aansluiten bij nieuwbouw: Conform Klimaatbestendig Zeist is het niet toegestaan om hemelwater vanaf een nieuwbouwlocatie te lozen op de openbare ruimte. Dit hebben wij vastgelegd in de nog vast te stellen hemelwaterverordening artikel 3 lid 1.

Artikel 3 : verbod op het lozen van hemelwater op de riolering 1.

Het is verboden vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein

Waterberging bij nieuwbouw: Daarnaast eisen wij dat nieuwbouwlocaties ‘waterrobuust’ en `klimaatbestendig’ worden ontwikkelen. We eisen dan ook een bergingsvoorziening, dit hebben we vastgelegd in de hemelwaterverordening artikel 3 lid 2.

Artikel 3 : verbod op het lozen van hemelwater op de riolering 2.

4.

De eigenaar van een perceel heeft de verplichting het hemelwater op eigen terrein te verwerken en heeft daarbij vrije keuze tussen de toe te passen voorziening(en), waarbij het volgende geldt: a. het perceel kan 45 mm neerslag bergen, waarbij geldt dat tenminste 35,7 mm in 45 minuten dat op het dak valt direct in de bodem kan infiltreren of geborgen kan worden b. de berging in een aanwezig groen dak (in mm) mag in mindering worden gebracht op de vereiste berging zoals genoemd in lid 2a; c. de benodigde voorziening(en) dienen uiterlijk 10 weken na het gereedkomen van het nieuw bouwwerk of aanleg van het nieuw verhard oppervlak gerealiseerd te zijn en moeten blijvend in stand worden gehouden; d. bij elke activiteit mag de reeds aanwezige totale hoeveelheid (hemel)waterberging op het perceel van de eigenaar niet afnemen. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, indien van de eigenaar van het nieuw bouwwerk of het nieuw verhard oppervlak redelijkerwijs een te grote inspanning wordt geëist in verhouding tot het doel van het verbod. Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

Afkoppelen bestaande situatie: Daar waar het doelmatig, technisch uitvoerbaar en kosteneffectief is, kunnen we ook de perceeleigenaren in het bestaande bebouwde gebied verplichten om het hemelwater op eigen terrein te verwerken door infiltratie in de bodem, direct op het oppervlaktewater te lozen, of anders gescheiden aan te bieden aan de erfgrens. Vooralsnog kiezen we ervoor dit niet verplicht te stellen en alleen in te zetten op het stimuleren hiervan. Middels de gebiedsaanwijzing hebben wij de mogelijkheid om dit in de toekomst wel verplicht te stellen. Zoals opgenomen in artikel 3 lid 3 van de hemelwaterverordening

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10712705/1