CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01-21RV029 - Bijlage 1 Transitievisie Warmte Zeist 2021 (incl bijlage E)

Overige evenementen 3 juni 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Ronde Tafel RV Transitievisie Warmte Zeist 202137.377 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Transitievisie Warmte Zeist 2021 Naar een duurzame manier van verwarmen Austerlitz • Bosch en Duin • Den Dolder • Huis ter Heide • Zeist

Transitievisie Warmte Zeist

1

Colofon Dit rapport is opgesteld door De WarmteTransitieMakers in opdracht van de gemeente Zeist. Gemeente Zeist Mila Verdonk Chris Huiden Desiree Bosse Erwin Mikkers (ODRU) Bart Verhagen (ODRU) Remco Spoelstra (ODRU) De WarmteTransitieMakers Michiel van der Vight Suhayla Veurman Laura van der Noort Laura van de Kar Merlijn Borneman Werkgroepleden Speciale dank gaat uit naar de werkgroepleden. Zij hebben hun organisaties vertegenwoordigd in de werkgroep, meegedacht en input en inhoudelijke commentaar aangeleverd. Jennifer Buijnink (RK Woningbouwvereniging Zeist) Evelien Raap (Mijn Groene Huis) Reinier Pijnenburg (Mijn Groene Bedrijf ) Melinda Palyama (Woongoed Zeist) Rosanne Corbet (Stedin)

Voorwoord De energietransitie kan gezien worden als een grote verbouwing van Nederland. We veranderen onze energievoorziening en dit heeft gevolgen voor onze manier van bouwen, wonen, leven. In de routekaart Nieuwe Energie beschreven we hoe we op weg gaan naar een energieneutraal Zeist, uiterlijk in 2050. De omschakeling naar aardgasvrij is daar onderdeel van. Maar hoe komen we daar? En hoe zorgen we dat de weg daar naartoe voor iedereen haalbaar en betaalbaar blijft? Samen met partners is gewerkt aan deze Transitievisie Warmte. Een eerste stap in het helder krijgen van de route naar aardgasvrij. Welke warmtebronnen hebben we in Zeist? Hoe kunnen die verdeeld worden? Wat betekent de omschakeling naar wonen en werken zonder aardgas voor inwoners en bedrijven? Deze Transitievisie Warmte bouwt voort op die actielijn ‘Warme Wijken’ uit de Routekaart Nieuwe Energie voor Zeist en beschrijft in meer detail de opgave naar aardgasvrij, de beschikbare warmtebronnen in Zeist en de manier waarop we in de toekomst alle gebouwen, buurten en bedrijventerreinen op een duurzame manier kunnen verwarmen.

Waarom stoppen met aardgas? De gevolgen van de klimaatverandering worden steeds zichtbaarder. Het klimaat verandert o.a. door een te hoge uitstoot van CO2 bij het gebruik van fossiele brandstoffen. Aardgas is een van die fossiele brandstoffen. Wereldwijd is daarom afgesproken uiterlijk in 2050 te stoppen met het gebruik van aardgas en om te schakelen naar een duurzame manier van verwarmen. Een grote overstap want tientallen jaren heeft onze aardgasvoorraad Nederland voorzien van een goedkope manier om onze huizen te verwarmen, om te douchen en te koken. Naast de klimaatproblematiek zijn ook de aardbevingen in Groningen aanleiding geweest om in Nederland versnelt te stoppen met het winnen van aardgas. Vanaf 2022 zal aardgas niet meer uit Nederlandse bodem komen, maar elders worden ingekocht.

Geen blauwdruk De omschakeling naar duurzame manieren van verwarmen is een grote verbouwing, zowel in de openbare ruimte als voor alle huis- en vastgoedeigenaren. Het hoeft niet van de ene op de andere dag klaar te zijn. Het is een proces van jaren, waarbij we steeds weer leren van ervaringen en nieuwe kennis integreren in onze plannen. Deze Transitievisie Warmte is dan ook een eerste stap. De visie zal eens per vijf jaar worden geactualiseerd. De Transitievisie geeft inzicht in de huidige kennis over de beschikbare duurzame warmtebronnen van Zeist. De visie geeft ook aan in welk tempo we verwachten dat welke wijk zich ontwikkelt naar aardgasvrij. Of er collectieve oplossingen worden verwacht voor een wijk, of dat aanpassingen in de woning vooral op natuurlijke momenten als verhuizen of een verbouwing worden verwacht. Door samen aan de slag te gaan kunnen we stappen maken, en blijven we leren van wat we onderweg tegen komen. Deze visie is het startpunt voor het gesprek met bewoners, bedrijven en alle partijen die nodig zijn voor de overgang naar een aardgasvrije gemeente.

Samen De eerste conceptversie van de Transitievisie Warmte is tot stand gekomen in samenwerking met de Zeister woningcorporaties Woongoed Zeist en RK Woningbouwvereniging Zeist, netbeheerder Stedin en Stichting Energie Zeist (Mijn Groene Huis en Mijn Groene Bedrijf ). We beseffen dat er nog veel meer partijen nodig zijn om de warmtetransitie succesvol te maken. De transitie is straks voelbaar in iedere buurt en in ieder huis. We nodigen u daarom graag uit om de komende jaren samen met ons op te trekken in de buurtverkenningen en buurtuitvoeringsplannen.

Transitievisie Warmte Zeist

3

We hebben elkaar de komende jaren keihard nodig om onze bijdrage te leveren aan een leefbare wereld voor onszelf en toekomstige generaties. Een belangrijke en mooie klus. Ik zie er naar uit deze samen op te pakken.

Wouter Catsburg Wethouder Duurzaamheid

Bewoners bereiden zich voor De overgang naar aardgasvrij wonen vindt niet plotsklaps plaats. Het is een reis. Een reis die veel woningeigenaren al zijn gestart. Daniël, bijvoorbeeld. Daniël uit Patijnwijk: Daniël ging aan de slag met het isoleren van zijn woning: “We wilden meer comfort en energie besparen. We hebben alle vloeren en kozijnen langs de muren afgekit. Dat scheelde al een hoop tocht. Ook hebben we een voordeur op maat laten maken die perfect sluit en geen tocht meer doorlaat.” Het dak heeft hij zelf helemaal geïsoleerd. En daarnaast is overal HR-glas in gezet. “Dat isoleert twee keer zo goed als gewoon dubbel glas.”

4

Transitievisie Warmte Zeist

Transitievisie Warmte Zeist 2021 Naar een duurzame manier van verwarmen Inhoud Voorwoord Samenvatting 1. Inleiding 1.1 1.2 1.3

Waarom een warmtevisie? Van gestarte buurttrajecten naar transitievisie Hoe gaat het hierna verder?

2. Hoe maken we keuzes? 2.1 2.2 2.3

Basisuitgangspunten Selectiecriteria voor verkenningsbuurten Afwegingskader voor aardgasvrije technieken

3. Inzicht in de opgave 3.1 3.2

3 7 13 13 15 15

17 17 17 18

20

Huidig gasverbruik Huidige woningvoorraad

20 21

4. Analyse warmtevraag en -bronnen

22

4.1 4.2 4.3

Warmtevraag nu en in de toekomst Warmtedichtheid Warmtebronnen Ruim beschikbare warmteoplossingen in Zeist Beschikbare kleinschalige / lokale warmteoplossingen Niet of zeer beperkt aanwezig Opkomende technieken

5. Kansrijke warmtevoorziening per buurt 5.1 5.2

22 25 27 27 28 29 29

31

Woonwijken Bedrijven en kantoren

31 34

6. Verkenningsbuurten en fasering

36

6.1

6.2

Verkenningsbuurten korte termijn Vollenhove Den Dolder-Noord Verkenningsbuurten middellange termijn Austerlitz Het Slot en omgeving Staatliedenkwartier Zorgcomplexen Kerckebosch

Transitievisie Warmte Zeist

38 38 39 40 40 40 41 41

5

6.3 6.4 6.5 6.6 6.7

Overige wijken middellange termijn (2025-2040) Buurten met natuurlijk tempo (2020-2050) Lange termijn (2040-2050) Bedrijventerreinen Inschatting van het transitietempo

7. Uitvoeringsstrategie en vervolgstappen 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7

Uitvoeringsstrategie Buurtaanpak voor verkenningsbuurten Ondersteuning voor bewoners Ondersteuning voor bedrijven Financiering en betaalbaarheid Rollen betrokken partijen Doorontwikkeling Transitievisie Warmte

Bijlagen A

B C D

E.

Afwegingskader aardgasvrije technieken  Duurzaamheid, milieu Sociaal Economisch Technologisch Reflectie op de Leidraad Startanalyse  Uitkomsten Leidraad in Zeist Bedrijventerreinen  Verkenningsbuurten  Vollenhove (inclusief Pedagogenbuurt) Austerlitz EBG en Slot Zeist Den Dolder Zeist West Handreiking ‘stapsgewijs naar aardgasvrij’

Begrippenlijst 

6

41 42 43 43 44

46 46 49 50 51 52 54 55

56 57 57 58 58 58 60 61 64 66 66 68 71 73 75 Separaat document

77

Transitievisie Warmte Zeist

Samenvatting Waarom een Transitievisie Warmte en wat is het? Voor het verwarmen van onze huizen gebruiken we op dit moment nog vooral fossiele bronnen, en met name aardgas. Omdat het gebruik van fossiele brandstoffen een nadelig effect heeft op het klimaat en onze leefomgeving hebben we in de Routekaart “Nieuwe Energie voor Zeist” de ambitie uitgesproken zo snel mogelijk over te stappen op duurzame alternatieven. Daarin staan we als gemeente niet alleen. Wereldwijd is er enkele jaren geleden een akkoord getekend om de CO2-uitstoot drastisch te verlagen en te stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen in 2050. 195 landen doen mee en iedereen heeft daarbij zijn eigen route naar 2050. Ook de Nederlandse overheid heeft het zogeheten Parijsakkoord getekend en besloten dat alle woningen en andere gebouwen in 2050 aardgasvrij worden. Iedereen in Nederland zal zich dus moeten voorbereiden op een toekomst zonder aardgas. Daarom hebben alle gemeenten van de rijksoverheid de opdracht gekregen om hier een plan voor te maken. De Transitievisie Warmte beschrijft hoe alle gebouwen, buurten en bedrijventerreinen in gemeente Zeist voor 2050 duurzaam verwarmd kunnen worden. We onderbouwen welke warmtevoorzieningen als alternatieven voor aardgas in 2050 in de verschillende buurten en bedrijventerreinen voor de hand liggen.

Ook geeft de Transitievisie Warmte globaal inzicht in wanneer er verkenningen en studies gestart worden om buurten aardgasvrij te maken. Er zijn in Zeist nog geen besluiten genomen om een buurt eerder dan in 2050 aardgasvrij te maken. De Transitievisie Warmte is na de Brede Milieu Visie, het Energieplan en de Routekaart Nieuwe Energie voor Zeist de volgende stap om met elkaar zicht en grip te krijgen op de opgave en het gesprek aan te gaan met bewoners, bedrijven en alle partijen die nodig zijn voor de overgang naar een aardgasvrije gemeente.

Wie zijn betrokken bij het opstellen van dit plan? Het plan is gemaakt in overleg met Stichting Energie Zeist, netbeheerder Stedin, woningcorporatie Woongoed Zeist en R.K. Woningbouwvereniging Zeist. Daarnaast hebben we input opgehaald in een vijftal verkenningsbuurten, waar we als gemeente nauw samenwerken met pionierende bewoners. We willen de energie- en warmtetransitie zelf graag samen met alle betrokkenen en inwoners van Zeist vorm geven. Dit document is daarbij een eerste stap, maar komende jaar vraagt intensieve samenwerking met veel partijen.

Het doel Het doel van de warmtetransitie is om in 2050 voor alle inwoners een betaalbare, betrouwbare en duurzame warmtevoorziening beschikbaar te hebben in de gemeente Zeist. Dit vraagt een aantal veranderingen en keuzes. Onderstaande uitgangspunten staan daarbij centraal: ■ Iedereen doet mee: Iedereen moet mee kunnen in de warmtetransitie. ■ Warmte blijft betaalbaar: We streven naar de laagste totale kosten voor de warmteoplossing en daarmee ook de laagste kosten voor bewoners en bedrijven. ■ We sluiten zo veel mogelijk aan bij logische momenten voor verandering: We spelen in op logische momenten in buurten, zoals vervangingsmomenten van de aardgasleidingen, onderhoudsplannen aan gebouwen, of grootschalige werkzaamheden in de openbare ruimte. ■ We stimuleren energiebesparing: Energiebesparing is belangrijk om de vraag naar energie in 2050 te beperken en de CO2-uitstoot te minimaliseren. ■ We zijn zorgvuldig en transparant: We hechten veel belang aan een zorgvuldig proces, dat transparant is, waarin iedereen mee kan doen en waarin we duidelijke, eerlijke en begrijpelijke informatie bieden. We zien dit als randvoorwaarde om tot acceptatie te komen en de belangen van bewoners en bedrijven in Zeist goed te dienen.

Transitievisie Warmte Zeist

7

We kiezen voor duurzame en gezonde oplossingen: Naast energie en klimaat is er ook aandacht voor bredere milieu-impact en de volksgezondheid (zoals een gezond binnenklimaat) en milieuvriendelijke oplossingen. ■ We blijven alert op innovaties: We staan open voor nieuwe inzichten door bijvoorbeeld de komst van nieuwe technologieën. ■

Toekomstig beleid en de toekomstige plannen voor de warmtetransitie zullen we daar steeds aan toetsen.

Waar staan we nu? Het overgrote deel van de woningen en de bedrijven is aangesloten op het aardgasnet. Het totale aardgasverbruik in Zeist in 2018 voor woningen en bedrijven was 2046 Terajoule1 (64,6 miljoen m3 aardgas). Twee derde van het aardgasgebruik (1303 TJ) werd gebruikt in de ruim 28.000 woningen in Zeist, de rest (743 TJ) ging naar bedrijven en industrie. In Zeist wordt aanzienlijk meer energie uit aardgas gebruikt dan uit elektriciteit, dit omdat het verwarmen van de gebouwde omgeving een groot deel van de totale energievraag betreft. Het is de opgave om zowel voor die warmtevraag als voor elektriciteit (om apparaten van stroom te voorzien) duurzame alternatieven te vinden maar deze Transitievisie richt zich vooral op de warmtevraag. De elektriciteitsopgave is verder uitgewerkt in de Routekaart Nieuwe Energie voor Zeist.

Warmtevraag in de toekomst Bij het zoeken naar duurzame warmte kijken we enerzijds naar verminderen van de vraag naar warmte (en koelte) door besparing/isoleren, anderzijds naar nieuwe duurzame warmtebronnen. Voor de bestaande woningvoorraad en kantoren lijkt door isolatie een beperking van de warmtevraag van circa 29% realistisch haalbaar. Als we daarnaast inzetten op efficiënte warmte-opwek (bijvoorbeeld via warmtepompen, of andere warmtebronnen die weinig energie gebruiken), en we tellen dat op bij de 29% besparing door isolatie, dan is een besparingspotentieel van 50% haalbaar op de energievraag voor warmte. Naast de warmtevraag wordt de vraag naar verkoeling ook steeds urgenter. Hittestress zorgt er voor dat steeds meer huizen en kantoren over airco’s beschikken. In het zoeken naar warmteoplossingen moet ook deze koeltevraag worden meegenomen.

Beschikbare warmtebronnen De warmtebronnen die het meest voorhanden zijn in Zeist, zijn: ■ Bodemenergie (warmte-koudeopslag in de bodem en bodemwarmtepompen) ■ Luchtwarmtepompen ■ Zonnewarmte van daken en in beperkte mate van zonnevelden. In Zeist zijn beperkte kansen voor het benutten van restwarmte. De grootste bronnen van restwarmte zijn de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) in Zeist-West en de Remia fabriek in Den Dolder. Daarnaast zijn er lokaal mogelijkheden voor inzet van kleinschalige restwarmte, zoals van de koeling van een supermarkt. Een grote duurzame warmtebron kan beschikbaar komen als we aardwarmte rendabel kunnen winnen in Zeist. De inzet van deze bron is nog onzeker, maar als deze realiteit wordt biedt dit kansen voor een warmtenet in bijvoorbeeld Zeist-West. Wegens de beperkte lokale beschikbaarheid van biomassa voorzien we geen grote rol voor biomassa en biogas. De verwachting is dat ook waterstof als duurzame energiedrager op korte termijn geen grote rol speelt voor woningen. Groene waterstof (gemaakt met behulp van duurzame elektriciteit) is vooralsnog beperkt beschikbaar en het is momenteel duur. Landelijk zijn er wel pilots en ook in Zeist bekijken we opties om er eventueel in pilotvorm ervaring mee op te doen. Echter, in het algemeen is 1. Bron: Klimaatmonitor, 2018

8

Transitievisie Warmte Zeist

de verwachting dat waterstof vooral een rol gaat spelen in andere toepassingen, zoals het balanceren van het elektriciteitsnet, de hoge-temperatuur-warmtevraag bij de industrie, de mobiliteitssector en de verduurzaming van vliegverkeer.

Kansrijke warmtevoorziening per buurt Door de warmtevraag en de aanwezige warmtebronnen aan elkaar te koppelen is een eerste warmtevisie gemaakt, die aangeeft welke warmteoplossingen per buurt op dit moment voor de hand lijken te liggen.

Figuur – Visie warmtevoorziening gemeente Zeist. WEQ staat voor ‘Woonequivalenten’, dus 4000 WEQ wil zeggen: genoeg warmte voor 4000 woningen.

Transitievisie Warmte Zeist

9

Kansrijk voor warmtenet Een warmtenet is een leidingenstelsel waardoorheen warm water naar woningen wordt vervoerd. Een warmtenet kan gekoppeld zijn aan verschillende typen warmtebronnen (restwarmte, aardwarmte, e.d.). In de oranje gebieden is een warmtenet een serieuze optie. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn: er is bijvoorbeeld een flinke warmtevraag op een beperkt gebied (zie figuur 7), en/of er is een warmtebron in de buurt. Individuele oplossingen In gebieden met relatief weinig woningen op relatief veel grond, bijvoorbeeld veel vrijstaande huizen of twee-onder-één-kap woningen, zijn oplossingen per woning het meest aantrekkelijk. Bijvoorbeeld een warmtepomp, zonneboiler en/of infraroodpanelen. Individueel of met warmtenet In de gebieden die oranje-blauw gearceerd zijn, is nog onzeker wat de meest rendabele oplossing is: individuele oplossingen per woning, of een gezamenlijke oplossing via een warmtenet. Individueel of groen gas Zeist kent een aantal buurten met relatief weinig woningen op relatief grote percelen, en waar tegelijkertijd veel oudere woningen en monumenten staan. Deze woningen zijn moeilijk heel goed te isoleren. Ze hebben daarom ook in de toekomst waarschijnlijk een hogere temperatuur warmteafgifte nodig.

In de buurtaanpak moet gekeken worden of in deze buurten kan worden ingezet op vergaande isolatie en warmtepompen, of dat er wellicht aan groen gas (waterstof of biogas) gedacht moet worden. Alle opties nog open Het centrum is een gemengd gebied met woningen van verschillende bouwperiodes, winkels en bedrijven. Er is een grote vraag naar warmte op een relatief klein gebied. Er zijn nieuwe gebouwen maar ook veel oude woningen waarvan een groot aantal monumentaal. Meerdere opties zijn daardoor in het centrum denkbaar: gelet op de hoge warmtevraag zou je de gebouwen willen aansluiten op een warmtenet, maar voor sommige gebouwen of complexen ligt een individuele oplossing of iets in klein collectief op lagere temperaturen voor de hand. Vanwege de complexiteit van het gebied verwachten we dat deze keuzes pas later in het transitieproces worden gemaakt, zodat we inmiddels opgedane ervaring en kennis kunnen benutten bij het maken van de beste keuzes.

Bedrijventerreinen Industrie en maakbedrijven gebruiken aardgas niet alleen om gebouwen te verwarmen, maar soms ook in het bedrijfsproces. Tegelijkertijd hoeft niet elk gebouw verwarmd te worden. Bijvoorbeeld opslagloodsen hebben meestal beperkte verwarming nodig. Bedrijventerreinen vragen daarom om maatwerk.

Wanneer gaan we alternatieven in detail verkennen? Heel Zeist aardgasvrij maken is een stevige klus. Om in 2050 aardgasvrij te zijn, moeten we nu starten. We willen daarbij tot een logische volgorde komen om in Zeist buurt voor buurt van het aardgas af te stappen. We spelen daarbij zoveel mogelijk in op ontwikkelplannen en kansen die zich in een buurt voordoen, zo kunnen we de kosten verlagen en de overlast van werkzaamheden minimaliseren. De volgende figuur laat zien in welke buurten zich kansen voordoen om de overstap naar aardgasvrij serieus te verkennen. De fasering is gebaseerd op natuurlijke momenten, lokale kansen en initiatieven die in specifieke buurten zijn opgezet door bewoners of lokale partijen. In hoofdstuk 7 vertellen we meer over kansen die zich voordoen in de verschillende buurten. Bewoners en andere belanghebbenden betrekken we intensief zodra we concrete plannen gaan maken voor hun buurt. Voor bewoners in buurten die later aardgasvrij worden, is het fijn om te weten dat er nog geruime tijd aardgas is. Bewoners in deze buurten kunnen op voor hun logische momenten 10

Transitievisie Warmte Zeist

– zoals bij verhuizen en verbouwingen – hun woning aardgasvrij maken of daarop voorbereiden. Het Rijk ondersteunt dit via subsidies op bijvoorbeeld isolatie en warmtepompen en voor de financiering ervan via goedkope leningen. Tegelijkertijd heeft de landelijke overheid aangekondigd via belastingen de aardgasprijs te laten stijgen. Dus ook in buurten waar nog geen concrete aanpak is gestart om aardgasvrij te worden, stimuleren we bewoners om minder aardgas te verbruiken. We zetten de programmalijnen voort zoals opgenomen in de “Routekaart Nieuwe Energie voor Zeist”, vastgesteld door de gemeenteraad in juli 2019. Hierin spelen Mijn Groene Huis en Mijn Groene Bedrijf en sleutelrol wat betreft hulp en advies richting bewoners en bedrijven. We onderstrepen dat we ruimte houden om in te spelen op nieuwe kansen, bewonersinitiatieven, of initiatieven van bedrijven. Deze planning is daarmee zeker geen blauwdruk en niet definitief.

Figuur – Fasering warmtetransitie gemeente Zeist. Transitievisie Warmte Zeist

11

Aanpak en volgende stappen De volledige overstap naar aardgasvrije buurten en bedrijventerreinen is zowel een sociale als een technische opgave. De gemeente heeft in deze transitie een regierol en werkt samen met andere partijen aan een gerichte aanpak die aanpassingen aan gebouwen afstemt op het sociale speelveld in een buurt en de benodigde aanpassingen van de infrastructuur. Hiervoor zet de gemeente in op: 1. Brede communicatie en informatievoorziening: door plannen af te stemmen met alle betrokken partijen en bewoners en door bedrijven op de hoogte te houden en tijdig te betrekken. 2. Een aanpak voor verkenningsbuurten: voor verkenningsbuurten wordt een Buurtuitvoeringsplan (BUP) opgesteld. Daarin brengen we alle kosten, baten, voor- en nadelen in kaart, we betrekken bewoners actief en we beschrijven het besluitvormingsproces (met inspraak van bewoners). Pas als voor de buurt voldaan is aan de nodige financiële, sociale, wettelijke en technische randvoorwaarden en er draagvlak is voor de overstap zal door de raad het besluit voor een overstap naar aardgasvrij worden genomen. 3. Aanpak buurten met natuurlijk tempo: we bouwen voort op de bestaande voorzieningen om individuele bewoners te ondersteunen bij het verduurzamen van hun woning en om hun woning op een voor hun geschikt moment aardgasvrij te maken. 4.

Aanpak bedrijventerreinen en utiliteitsbouw: we spelen in op ontwikkelingen op bedrijventerreinen en stemmen plannen af met ondernemers. Mijn Groene Bedrijf is het loket waar ondernemers met ambities voor verduurzaming zich kunnen melden. We maken samen met ondernemers voor minimaal één bedrijventerrein een uitvoeringsplan om dat terrein vóór 2030 aardgasvrij te krijgen. 5. Kansen inzet (grootschalige) warmtebronnen en warmtenetten: als gemeente houden we een regierol om kansen voor warmtenetten en de inzet van collectieve warmtebronnen in te zetten en aan te jagen.

Wat betekent dit plan voor inwoners van Zeist? Dit plan geeft een doorkijk naar wat er binnen de hele gemeente gaat gebeuren in de komende dertig jaar. Inwoners kunnen zien op welke termijn we in hun buurt kansen zien voor een overstap naar aardgasvrij. Voor alle buurten worden vervolgens specifieke ‘Buurtuitvoeringsplannen’ opgesteld. Deze uitvoeringsplannen worden in samenwerking met bewoners en andere betrokkenen gemaakt, hiervoor volgt per buurt een participatietraject. Het besluit om daadwerkelijk over te stappen naar een duurzame warmtevoorziening neemt de gemeente pas als bekend is wat de consequenties zijn voor de woonlasten van bewoners en als er een gedegen haalbaarheidsstudie is afgerond. Bewoners worden betrokken bij het maken van de plannen voor hun eigen buurt en de gemeente communiceert ruim van tevoren welke nieuwe warmtevoorzieningen worden gerealiseerd. Inwoners kunnen natuurlijke momenten zoals een verhuizing of verbouwing of een kapotte CV-ketel (alvast) gebruiken om zich voor te bereiden op een aardgasvrije toekomst. In Bijlage F staat per buurt beschreven welke ‘geen spijt’ maatregelen inwoners zelf kunnen nemen als ze aan de slag willen gaan. Nieuwe inzichten en ontwikkelingen nemen we mee door de Transitievisie Warmte iedere 5 jaar te updaten.

Volgende versies van de Transitievisie zullen in de loop van de tijd steeds nauwkeuriger beschrijven welke warmteoplossingen realiseerbaar zijn in de verschillende buurten van Zeist. We hopen dat de Transitievisie Warmte iedereen in Zeist helpt zich zo goed mogelijk voor te bereiden op een toekomst zonder aardgas.

12

Transitievisie Warmte Zeist

1 Inleiding We stoppen in Nederland met het gebruik van aardgas. Iedereen in Nederland wordt gevraagd zich voor te bereiden op een toekomst zonder aardgas. We realiseren ons dat dit een grote opgave is die zowel technisch als sociaal van aard is en iedereen raakt. Het Rijk vraagt aan gemeenten om bij die opgave de regierol te vervullen. Met deze eerste Transitievisie geven we inzicht in de opgave en de route naar aardgasvrij. We zien dit document als een startpunt om per buurt het gesprek aan te gaan. Bijna alle woningen in Zeist gebruiken aardgas voor het verwarmen van hun woning. Buurten aardgasvrij maken gaat verder dan verduurzaming van woningen en gebouwen met bijvoorbeeld isolatie en zonnepanelen. Het vraagt een aanpak waarbij buurten - tot en met de laatste woning - op een bepaald moment kunnen overstappen op een andere warmtevoorziening. Dat vraagt om keuzes op buurtniveau èn om keuzes voor individuele woningen en gebouwen.

Welke warmteoplossing past het best bij de buurt? Welke infrastructuur is daarvoor nodig? Welke aanpassingen aan gebouwen en woningen zijn nodig om over te stappen op een andere warmtevoorziening? Wanneer kan een buurt of wijk overstappen en hoe sluiten we het tempo waarin we woningen aanpassen aan op de aanleg van een duurzame warmtevoorziening? Hoe zorgen we ervoor dat iedereen zich gehoord voelt en betaalbare warmte beschikbaar blijft voor iedereen? Dit zijn complexe vraagstukken, die per buurt een eigen oplossing en aanpak vragen. Als gemeente voeren we de regie in deze opgave. Per buurt zullen we samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners een visie en een aanpak opstellen. Niet allemaal tegelijk, maar in een realistisch tempo. Zo komen we per buurt tot gedragen plannen en bieden we zoveel mogelijk duidelijkheid over wanneer er trajecten gaan lopen om buurten aardgasvrij te maken.

1.1 Waarom een warmtevisie? In 2015 hebben 195 landen in Parijs een internationaal verdrag ondertekend, om verdere opwarming van de aarde tegen te gaan en onze planeet leefbaar te houden. Wereldleiders zijn overeengekomen dat, om opwarming met meer dan 2 graden te voorkomen, er snel een eind moet komen aan het gebruik van fossiele brandstoffen, de belangrijke oorzaak van de overmatige CO2-uitstoot. Uiterlijk in 2050 willen al deze landen fossiel-vrij zijn, ieder land heeft daarvoor een eigen route. In Nederland zijn met meer dan 100 partijen afspraken gemaakt over de maatregelen die nodig zijn voor deze doelstelling. Deze zijn vastgelegd in het klimaatakkoord (juni 2019)2. In het Klimaatakkoord is o.a. afgesproken te stoppen met de winning van aardgas in Groningen en op zoek te gaan naar duurzame alternatieven voor aardgas en andere fossiele brandstoffen. In de klimaatwet is vastgelegd dat dit moet bijdragen aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen met in 2030 49% ten opzichte van 1990, en in 2050 met 95% verminderd ten opzichte van 19903. Lokaal zijn deze doelen vertaald in de routekaart Nieuwe Energie voor Zeist waarin de energieambitie van de gemeente Zeist als volgt is geformuleerd4: ■ De gemeentelijke organisatie is in 2030 energieneutraal en waar het kan aardgasvrij.

■ Op het grondgebied van Zeist wordt uiterlijk in 2050 evenveel energie duurzaam opgewekt als aan energie verbruikt. ■ Eén derde van de opgave is gerealiseerd in 2030: 33% van de besparingsopdracht en 33% van de noodzakelijke duurzame opwek. 2. De wet- en regelgevingsinstrumenten die in het Klimaatakkoord zijn genoemd moeten de komende jaren nog worden uitgewerkt. Verdere uitwerking van deze Transitievisie Warmte is afhankelijk van de ontwikkelingen op dit vlak de komende jaren. 3. Bron: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/klimaatverandering/klimaatbeleid 4. Nieuwe energie voor Zeist – Routekaart naar een energieneutraal Zeist (mei 2019) Transitievisie Warmte Zeist

13

Om deze ambitie in te vullen, specifiek het traject naar een aardgasvrije gebouwde omgeving, is deze Transitievisie Warmte geschreven. In deze visie wordt per buurt aangegeven wat de meest voor de hand liggende alternatieven voor aardgas zijn en wordt het tijdspad naar een aardgasvrije gemeente in 2050 geschetst.

Klimaatakkoord gebouwde omgeving “We staan aan de vooravond van een duurzame transformatie van de gebouwde omgeving, een aanpassing van onze ruim 7 miljoen huizen en 1 miljoen gebouwen, veelal matig geïsoleerd en vrijwel allemaal verwarmd door aardgas, tot goed geïsoleerde woningen en gebouwen, die we met duurzame warmte verwarmen en waarin we schone elektriciteit gebruiken of zelfs zelf opwekken. Dat gaan we tot 2050 stapsgewijs en samen met bewoners en eigenaren van deze gebouwen doen. Klimaatverandering is een belangrijke reden om dit te doen. Maar er is meer. We willen immers zo snel mogelijk kunnen stoppen met de aardgaswinning in Groningen. En we hebben allemaal wel behoefte aan een minder hoge energierekening en een comfortabeler woning.”

Figuur 1: Klimaatakkoord voor de gebouwde omgeving

Wij werken niet alleen in Zeist aan deze warmtetransitie, maar ook samen met andere gemeenten in de regio wordt aan de omslag naar een duurzame warmte-opwek, -opslag en -gebruik gewerkt. We werken toe naar een Regionale Structuur Warmte, waarin bijvoorbeeld bekeken wordt of en waar er kansen zijn voor een regionaal warmtenet als onderdeel van de Regionale Energiestrategie U16. In de U16 werken we samen met vijftien buurgemeenten, vier waterschappen, de Provincie Utrecht en andere belanghebbenden zoals de land- en tuinbouwsector, natuur- en milieuorganisaties, energiecoöperaties en de netbeheerders. De regio U16 heeft ook als doelstelling om in 2050 energieneutraal te zijn: evenveel energie opwekken als gebruiken.

Wie zijn betrokken bij het opstellen van deze visie? De gemeente heeft de eerste versie van deze visie geschreven in overleg met netbeheerder Stedin, woningcorporatie Woongoed Zeist, R.K. Woningbouwvereniging Zeist en Stichting Energie Zeist. Stichting Energie Zeist helpt bewoners en bedrijven met energiebesparing en duurzame energie opwek en werkt onder de namen: Mijn Groene Huis en Mijn Groene Bedrijf. Door ervaring in verschillende buurt en hun kennis van verduurzamen van woningtypen en bedrijven in Zeist weet Stichting 14

Transitievisie Warmte Zeist

Energie Zeist wat er speelt. Stedin weet precies hoeveel stroom en aardgas gebruikt wordt door bewoners en bedrijven en beheert het elektriciteitsnetwerk en de gasleidingen. Daarom is de rol van Stedin heel belangrijk bij de uitvoering. De woningcorporaties hebben veel woningen in bezit en met hen maken we afspraken over het verduurzamen en aardgasvrij maken van die woningen. Deze concept visie wordt in de maanden november en december 2020 ter inzage gelegd zodat alle inwoners en andere geïnteresseerden de kans krijgen hier nog op te reageren alvorens de visie door de raad wordt vastgesteld.

1.2 Van gestarte buurttrajecten naar transitievisie Samen met bewoners, bedrijven en belanghebbenden geven we vorm aan de energietransitie. Om de Transitievisie geen bureaudocument te laten zijn, maar gevoed vanuit concrete samenwerking in de praktijk zijn wij sinds 2019 in een aantal buurten samen met bewoners, bedrijven en belanghebbenden aan de slag gegaan met verkenningen naar wat nodig is voor een omslag naar duurzame warmtebronnen. De verkenningsbuurten zijn buurten waar bewonersinitiatieven zijn, waar kansen zijn om restwarmte te benutten en/of buurten waar het aardgasnet binnen afzienbare tijd vervangen moet worden. De kennis en inzichten uit de eerste verkenningsbuurten hebben we benut bij het komen tot een werkbare Transitievisie voor heel Zeist. In bijlage D staan de verkenningen beschreven. Ook de ervaringen uit de buurtaanpakken van Mijn Groene Huis en de inwonersinitiatieven vanuit Samen Duurzaam Zeist zijn meegenomen in deze Transitievisie.

1.3 Hoe gaat het hierna verder? In deze Transitievisie Warmte wordt voor de gehele gemeente buurten benoemd waar kansen liggen om als eerste van het aardgas te gaan. Na vaststelling van deze Transitievisie is de volgende stap om voor deze buurten samen met bewoners, bedrijven en belanghebbenden specifieke ‘Buurtuitvoeringsplannen’ (BUP) op te stellen (zie figuur 2). Hiervoor volgt per buurt een participatietraject. Het besluit om daadwerkelijk over te stappen naar een duurzame warmtevoorziening wordt pas genomen als bekend is wat de consequenties zijn voor de woonlasten van bewoners in en er een gedegen haalbaarheidsstudie is afgerond. Buurtbewoners moeten zelf ook enthousiast zijn over een haalbaar en betaalbaar alternatief voordat het Buurtuitvoeringsplan aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Na vaststelling van het BUP mag de gemeenteraad in theorie besluiten het aardgas in een buurt volledig af te sluiten en mensen te verplichten over te stappen op een alternatieve warmtevoorziening. In de praktijk zal deze dwangmaatregel niet snel worden ingezet en zullen we inwoners vooral verleiden vrijwillig over te gaan op een goed alternatief.

TVW

BUP 1

TVW

Update TVW

VERKENNING

Update TVW

BUURT 1

BUP 2

VERKENNING

BUURT 2

BUP 3

VERKENNING 2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

BUURT 3 2029

2030

Figuur 2: De Transitievisie Warmte iedere 5 jaar updaten en opstellen buurtuitvoeringsplannen Bewoners worden betrokken bij het maken van de plannen voor hun eigen buurt. De gemeente communiceert ruim van te voren wanneer welke nieuwe warmtevoorzieningen worden gerealiseerd. Inwoners kunnen in de tussentijd natuurlijke momenten zoals een verhuizing of verbouwing of een kapotte CV ketel (alvast) gebruiken om zich voor te bereiden op een aardgasvrije toekomst. Transitievisie Warmte Zeist

15

Aardgas wordt in woningen gebruikt voor verwarming, warm water en koken. Hoe kunnen we dat doen zonder aardgas? Koken Koken kan met een inductieplaat, elektrische kookplaat of keramische kookplaat. De meeste mensen kiezen voor inductie. Dat verbruikt minder stroom dan andere elektrische kookplaten. En het lijkt op koken op gas: je kunt de temperatuur snel regelen. Verwarming en warm water zonder aardgas Grofweg bestaan er drie manieren om te verwarmen zonder aardgas: ■ Een elektrische oplossing (warmtepomp) voor individuele woningen of een kleine groepje woningen; ■ Een oplossing voor grote groepen woningen, een warmtenet; ■ Verwarmen met duurzaam gas. Elektrische oplossingen De warmte-installaties bevinden zich vaak in de woning of het woongebouw en gebruiken elektriciteit. De meest gebruikte variant is een warmtepomp. De warmtepomp gebruikt naast elektriciteit ook energie uit de lucht, bodem en/of zon. Warmtenet Een warmtenet (of stadsverwarming) is een netwerk van leidingen onder de grond waar warm water doorheen stroomt. Dat warme water verwarmt huizen en gebouwen. De warmte komt binnen bij de afleverset. Vanaf de afleverset gaat de warmte naar de radiatoren. Er zijn veel verschillende warmtebronnen voor een warmtenet, zoals restwarmte, een collectieve warmtepomp of aardwarmte.

duurzaam gas

warmtemet

warmtepomp

Duurzaam gas Tot slot is het mogelijk duurzaam gas te gebruiken: biogas en waterstofgas. In de woning zijn hiervoor niet veel aanpassingen nodig. Het nadeel is dat er niet genoeg duurzaam gas winbaar is in Nederland. Voor industrie en transport (vrachtverkeer, scheepvaart) is waterstof soms de enige duurzame oplossing in plaats van aardgas. De verwachting is dat er ook in de toekomst (in 2040/2050) slechts voldoende duurzaam gas voor maar een klein deel van de woningen.

Een andere oplossing voor verwarming is de pelletkachel. Pellets zijn korrels van hout, die in de kachel verbrand worden. Slechts voor een zeer beperkt aandeel woningen is er hout (uit Nederland) beschikbaar. Een pelletkachel geeft bovendien uitstoot van fijnstof. Daarom zijn Pelletkachels doorgaans alleen een optie als je woont in een landelijk gebied, waar de huizen ver uit elkaar staan.

16

Transitievisie Warmte Zeist

2 Hoe maken we keuzes? De warmtetransitie is een complex proces, het raakt iedereen en veel partijen hebben een belang. We nemen daarom zorgvuldig besluiten, en zijn open over de afwegingen die we maken. In dit hoofdstuk gaan we in op onze basisuitgangspunten, het afwegingskader om tot een keuze te komen tussen verschillende technieken en de gebruikte criteria om kansrijke verkenningsbuurten te selecteren.

2.1 Basisuitgangspunten Het doel van de warmtetransitie is om in 2050 voor alle inwoners een betaalbare, betrouwbare en duurzame warmtevoorziening beschikbaar te hebben in de gemeente Zeist. Dit vraagt een aantal veranderingen en keuzes. Onderstaande uitgangspunten staan daarbij centraal: ■ Iedereen doet mee: Iedereen moet mee kunnen in de warmtetransitie. ■ Warmte blijft betaalbaar: We streven naar de laagste totale kosten voor de warmteoplossingen, we kijken daarbij zowel naar nationale kosten, als naar individuele kosten voor eigenaren. ■ We sluiten zo veel mogelijk aan bij logische momenten voor verandering: We spelen in op logische momenten in buurten, zoals vervangingsmomenten van de aardgasleidingen, onderhoudsplannen aan gebouwen, of grootschalige werkzaamheden in de openbare ruimte. ■ We stimuleren energiebesparing: Energiebesparing is belangrijk om de vraag naar energie in 2050 te beperken en de CO2-uitstoot te minimaliseren. ■ We zijn zorgvuldig en transparant: We hechten veel belang aan een zorgvuldig proces dat transparant is, waarin iedereen mee kan doen en waarin we duidelijke, eerlijke en begrijpelijke informatie bieden. We zien dit als randvoorwaarde om tot acceptatie te komen en de belangen van bewoners en bedrijven in Zeist goed te dienen.

■ We kiezen voor duurzame en gezonde oplossingen: Naast energie en klimaat is er ook aandacht voor bredere milieu-impact en de volksgezondheid (zoals een gezond binnenklimaat) en milieuvriendelijke oplossingen. ■ We blijven alert op innovaties: We staan open voor nieuwe inzichten door bijvoorbeeld de komst van nieuwe technologieën. Toekomstig beleid en de toekomstige (uitwerkings)plannen voor de warmtetransitie zullen we hier steeds aan toetsen.

2.2 Selectiecriteria voor verkenningsbuurten Voorafgaand aan het opstellen van de Transitievisie Warmte zijn er al verkennende onderzoeken gedaan in een aantal gebieden in Zeist: Vollenhove, inclusief Pedagogenbuurt, Austerlitz, Evangelische Broedergemeente en Slot Zeist, Den Dolder Noord, Arnhemsebovenweg (Zorgcomplexen), Hoge Dennen, Lyceumkwartier en Zeist-West (Couwenhoven / Brugakker / Nijenheim / Crosestein / De Clomp). In sommige gevallen betrof het slechts een eerste ‘quickscan’, in andere buurten een uitvoeriger haalbaarheidsonderzoek en buurtaanpak (zie bijlage voor meer informatie over deze verkennende onderzoeken).

5. Bij de laagste nationale kosten zijn de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn voor een warmteoplossing, ongeacht wie die kosten betaalt, het laagst. Het is inclusief de baten van energiebesparing en alle kosten voor investeringen, opwek van stroom en warmte, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Transitievisie Warmte Zeist

17

De uitkomsten van deze verkennende onderzoeken zijn benut bij het komen tot een planning voor de warmtetransitie in Zeist. Veel van de buurten waar we verkennende onderzoeken zijn gestart zijn in deze Transitievisie ook aangewezen als ‘verkenningsbuurt’. Het zijn de eerste buurten waar we met een Buurtuitvoeringsplan willen starten. De volgende criteria hebben we meegewogen bij de keuze voor verkenningsbuurten: ■ Zicht op financiële haalbaarheid – Een belangrijk criterium bij de selectie van een verkenningsbuurt is of er uitzicht is op een financieel haalbaar plan. ■ Initiatief bewoners, bedrijven of vastgoedeigenaren – Buurten waar bewoners, bedrijven en/of vastgoedeigenaren het voortouw nemen om aardgasvrij te worden of actief investeren in duurzame maatregelen ondersteunt de gemeente graag. ■ Restwarmte – Buurten rond een restwarmtebron, zoals de Remia-fabriek of rioolwaterzuiveringsinstallatie, zijn mogelijk relatief eenvoudig en betaalbaar van duurzame warmte te voorzien. ■ Collectieve systemen – We beginnen in buurten waar collectieve oplossingen (warmtenetten) voor de hand liggen, bijvoorbeeld buurten met een hoge vraagdichtheid (veel hoogbouw). Overschakelen op een collectief systeem kan minder ingrijpend zijn voor woningeigenaren als er weinig tot geen aanpassingen aan de woning nodig is.

In buurten waar voor elke woning een individuele oplossing komt, zoals een warmtepomp, is er voor woningeigenaren juist tijd nodig om hun woning aan te passen. ■ Vervanging aardgasnet – Gebieden waar de aardgasleidingen vanwege standaardonderhoud vervangen moeten worden, zijn een mogelijk startpunt. Indien mogelijk leggen we liever geen nieuwe aardgasleidingen meer aan, maar vervangen we ze door een duurzame warmtevoorziening. ■ Koppelkansen – Bijvoorbeeld de onderhoudsplanning van woningbouwcorporaties, of werkzaamheden aan de openbare ruimte, kunnen een aanleiding zijn om ook de energie-infrastructuur in een buurt aan te pakken. ■ Leereffect – Zeist kent veel monumenten en oudere woningen. Ervaring opdoen om ook deze gebouwen te verduurzamen en aardgasvrij te maken is slim. Zo doen we kennis en ervaring op om ook oude buurten op termijn compleet aardgasvrij te maken. Er is in de Routekaart Nieuwe Energie voor Zeist besloten in ieder geval één bedrijventerrein voor 2030 aardgasvrij te maken, om zo leerervaring op te doen voor andere bedrijventerreinen. ■ Gelijksoortige gebouwen en woningen – Voor buurten met veel dezelfde woningen is het makkelijker een aanpak op te stellen.

Ook zijn er uniforme bedrijventerreinen met gelijksoortige gebouwen waarbij de aanwezigheid van maatschappelijk vastgoed – waar de gemeente eigenaar van is – een extra reden kan zijn om eerder met een buurt/bedrijventerrein aan de slag te gaan.

2.3 Afwegingskader voor aardgasvrije technieken Voor alle buurten geldt dat er meerdere duurzame warmteopties zijn. Bij de keuze van een aardgasvrije warmtevoorziening voor een specifieke buurt wegen allerlei aspecten mee, zoals kosten, duurzaamheid, betrouwbaarheid van de techniek en draagvlak onder bewoners en bedrijven. Maar ook de betaalbaarheid, hoeveel overlast het geeft om de techniek aan te leggen, wat de ruimtelijke impact is en hoe het draagvlak in de buurt is voor een oplossing. Het afwegingskader dat we gebruiken om op buurtniveau tot een keuze te komen voor een warmteoplossing bestaat uit vier pijlers: duurzame, sociale, economische en technologische. In bijlage A worden deze criteria verder toegelicht. In het Buurtuitvoeringsplan (dat volgt op deze Transitievisie Warmte) wordt een gedetailleerde analyse gemaakt waarin deze criteria op buurtniveau gebruikt worden om de verschillende varianten met elkaar te vergelijken.

18

Transitievisie Warmte Zeist

Duurzaamheid/milieu

Economisch

■

Benodigde hoeveelheid primaire energie

■

Nationale kosten

■

CO2-uitstoot

■

Kosten voor de eindgebruiker

■

Omgevingsimpact, ruimtebeslag

■

Kwaliteit business case

■

Kwaliteit lucht, water en bodem

■

Onzekerheid in prijsstelling

■

Duurzaamheid in de keten

■

Juridisch kader

Sociaal

Technologisch

■

Draagvlak

■

Beschikbaarheid bronnen

■

Inpasbaarheid & wenselijkheid in woning

■

Onzekerheid in prestatie

■

Gezondheid, welzijn en leefbaarheid

■

Veiligheid

■

Overlast

■

Robuustheid en continuïteit

■

Meekoppelkansen

Figuur 3: Afwegingskader met criteria om oplossingen op buurtniveau te scoren op wenselijkheid en geschiktheid.

Bewoners bereiden zich voor De overgang naar aardgasvrij wonen vindt niet plotsklaps plaats. Het is een reis. Een reis die veel woningeigenaren al zijn gestart. Annemiek, bijvoorbeeld. Annemiek uit Zeist-Noord “We zijn In kleine stapjes met duurzaamheid aan de slag. Eerst deden we hele eenvoudige dingen die niks kosten: wat korter douchen en de verwarming een graad lager.” Wat vrij snel volgde, was vervanging van de lampen. Ledlampen verbruiken 90% minder energie dan gloeilampen. “Ook al zijn ledlampen duurder, doordat ze veel langer meegaan, leveren ze na een tijdje toch geld op. In de huiskamer vervingen we alle lampen direct; daar gebruik je ze ook het meest.” Verder namen ze duurzaamheid steeds mee in de verbetering en het onderhoud van hun huis.

Transitievisie Warmte Zeist

19

3 Inzicht in de opgave Om naar een duurzaam alternatief voor aardgas over te stappen, is inzicht in het huidige gasverbruik en de status van de woningvoorraad nodig. Dan wordt duidelijk welke aanpassingen aan de infrastructuur en woningen nodig zijn.

3.1 Huidig gasverbruik Het totale aardgasverbruik in Zeist in 2018 voor woningen en bedrijven was 2046 TeraJoule6. Twee derde van het gasgebruik (1303 TJ) werd gebruikt in de ruim 28.000 woningen in Zeist, de rest (743 TJ) ging naar bedrijven en industrie. In Zeist wordt er aanzienlijk meer energie uit gas gebruikt dan elektriciteit. In figuur 4 zie je het totale elektriciteits- en gasverbruik in Zeist. Het stoppen met aardgas is daarom cruciaal in de energietransitie. Het overgrote deel van de woningen en de bedrijven is aangesloten op het aardgasnet. In woningen wordt het aardgas hoofdzakelijk gebruikt voor ruimteverwarming (75%), een kleiner deel wordt gebruikt voor het verwarmen van tapwater (20%) en slechts 5% van het gas wordt gebruikt om te koken7. Bij bedrijven hangt het aardgasverbruik sterk af van het type bedrijf en of er proceswarmte wordt gebruikt. De afgelopen tien jaar neemt het aardgasgebruik in woningen licht af. Ook in het elektriciteitsverbruik is een afname zichtbaar: in 2018 was het verbruik 288 TJ voor de woningen, waar dit in 2008 nog 301 TJ was.8 Dit kan te maken hebben met de toename van zonnepanelen. Het gemiddeld energieverbruik voor koopwoningen is bijna het dubbele van dat van huurwoningen. Dit komt enerzijds doordat koopwoningen gemiddeld groter zijn, maar ook omdat woningbouwcorporaties hun bezit gemiddeld naar label B hebben gebracht.

In Zeist staan verhoudingsgewijs iets meer koop- dan huurwoningen: 48% van de woningvoorraad bestaat uit huurwoningen, waarvan 31% een sociale huurwoning is.

Totaal energieverbruik woningen Zeist, TJ

Gemiddeld gasgebruik naar woningtype (temp. gecor.) Zeist, m3

1.600 1.303

400 288 12 Houtkachels

Elektriciteit

Aardgas (temp. gecorrigeerd)

4.000

3.510

3.200 2.400 1.600 800

990

1.400

1.530

1.680

2.290

Bron: CBS | 2018

800

0

4.800 Bron: Berekening RWS | 2018

1.200

0 Appartement

Tussenwoning

Twee-onder-een-kap-woning

Alle woningen

Hoekwoning

Vrijstaande woning

Figuur 4: Het energiegebruik in Zeist. Boven het totaal energieverbruik, waar de verhouding tussen elektriciteit en gas duidelijk wordt. Onder het gasgebruik naar woningtype, wat laat zien dat er een grote opgave ligt bij grondgebonden woningen, veelal van eigenaar-bewoners. 6. Bron: Klimaatmonitor, 2018 7. https://www.hier.nu/themas/stroom-en-gas/dit-zijn-3-grootste-gasslurpers-bij-jou-thuis 8. Bron: Klimaatmonitor, 2018, https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/woningen/

20

Transitievisie Warmte Zeist

3.2 Huidige woningvoorraad In figuur 5 is een kaart te zien met bouwjaren, waar ook het bezit van de woningcorporaties (Woongoed Zeist, en R.K. Woningbouwvereniging Zeist) is weergegeven. Het valt op dat er veel vooroorlogse (in de kaart rode) gebouwen zijn. Ruim de helft van de bestaande woningvoorraad is gebouwd voor 1975. De belangrijkste bouwperiode was tussen 1945 en 1975. Dit maakt het zoeken naar een warmtealternatief extra uitdagend in Zeist. Deze gebouwen zijn vaak lastiger te isoleren en hebben een hogere warmtevraag. Er is veel bezit van woningbouwcorporaties rondom het centrum, maar ook in de verschillende dorpskernen is bezit van woningbouwcorporaties aanwezig.

Figuur 5: Bouwjaren van woningen in Zeist.

Transitievisie Warmte Zeist

21

4 Analyse warmtevraag en -bronnen In dit vrij technische hoofdstuk beschrijven we de warmtevraag voor de woningvoorraad en het potentiële aanbod van duurzame warmtebronnen in Zeist. Deze analyse is nodig om vervolgens in het volgende hoofdstuk te kunnen kijken naar het beste alternatief per buurt. De analyse bestaat uit drie stappen: 1. Warmtevraag: Wat is de ontwikkeling van de warmtevraag tot aan 2050, en welke afgiftetemperatuur is nodig in de gebouwen? 2. Warmtedichtheid: Waar is meer potentie voor collectieve en waar voor individuele oplossingen? 3. Warmteaanbod: welke warmtebronnen zijn beschikbaar?

4.1 Warmtevraag nu en in de toekomst Hoe is de warmtevraag in Zeist precies opgebouwd? Hoe goed zijn woningen geïsoleerd en welke temperatuur is nodig om de woningen comfortabel warm te krijgen? Ook kijken we naar welke ontwikkelingen te verwachten zijn en hoe we de warmtevraag kunnen terugdringen.

Beperken van de warmtevraag (besparen) In deze Transitievisie Warmte zoeken we naar het optimale pakket aan energiemaatregelen, dat wil zeggen een combinatie van vermindering van de warmtevraag (via isolatie in combinatie met ventilatie), infrastructuur en warmtebronnen. Minder energie gebruiken is vaak de eerste en belangrijkste stap. De komende jaren zullen er daarom op grote schaal woningen geïsoleerd worden. Maar niet elke woning heeft dezelfde isolatiemogelijkheden. Woningen gebouwd voor 1930 en monumenten zijn over het algemeen slecht geïsoleerd. Ten tijde van de bouw golden er geen bouwvoorschriften voor isolatie. Bouwtechnisch is het moeilijk (kostbaar) om deze woningen vergaand te isoleren. Vaak willen (of mogen) eigenaren het aangezicht van dit type woning niet aanpassen, waardoor isolatie van binnenuit nodig is. Hiermee is wel een verbetering in energielabel te behalen, maar het isolatieniveau van nieuwbouw is niet realistisch. ■ In naoorlogse woningen is vaak al met spouwmuur gebouwd. Die kan rendabel geïsoleerd worden. Soms is het voor deze woningen zelfs wenselijk om van buitenaf te isoleren. Dit maakt het mogelijk om het isolatieniveau in dit type woning flink te verbeteren. Afhankelijk van de bouwstijl is in woningen gebouwd tussen 1940 en 1975 dikwijls een grote slag te slaan.

■ Woningen die vanaf de jaren ’80 werden gebouwd hebben tijdens de bouw al een zekere mate van isolatie meegekregen, volgens de toen geldende bouwnormen. Dit zorgt ervoor dat na-isoleren minder rendabel is en er een minder grote stap te behalen is. ■ Woningen van na 2005 zijn dusdanig goed geïsoleerd dat het doorgaans niet zinvol is om extra isolatie toe te voegen. ■

Om een inschatting te maken van de verwachte energiebesparing van woningen tot 2050 is een analyse gemaakt die rekening houdt met het type gebouwen. Dit is gedaan door te kijken naar de woningvoorraad in Zeist (bouwjaar, energielabel, oppervlakte van de woningen) en welke verbetering in energielabel economisch rendabel gemaakt kan worden tot 2050. De labelstappen die gezet kunnen worden zijn ingeschat, waarbij economisch rendabele isolatie het uitgangspunt is (zie tabel 1). De tabel hieronder kan gezien worden als een landelijke trend.

22

Transitievisie Warmte Zeist

Energielabel

G

F

E

D

C

B

A

Bouwjaar

<1920

1921-1940 1941-1974 1975-1982 1983-1991 1991-2005 >2005

Voorspeld energielabel (2050)

D/C

C/B

B/A

B/A

B

A

A

Besparing warmtevraag

18%

34%

45%

41%

17%

18%

0%

Aantal woningen

5.393

2.826

4.297

3.770

6.895

3.505

5.147

Tabel 1: Voorspelde (economisch rendabele) labelstappen. Voor de woningen in Zeist is zoveel mogelijk uitgegaan van de energielabels (bron: RVO, 2020). Voor de woningen waar geen energielabel bekend was (ca. 5%), is een classificatie gemaakt op basis van bouwjaar. De verschillende energielabel/bouwjaarklassen zijn gelinkt aan een bepaalde warmtevraag (kengetallen, bron: adviesbureau Greenvis). De mogelijke besparing is berekend door de warmtevraag van het huidige en het toekomstige energielabel te vergelijken. Voor Zeist leidt dit model tot een totale besparingspotentie van circa 29% van de warmtevraag in de bestaande bouw. Dit leidt tot een verwachte totale warmtevraag in 2050 van circa 925 TJ/jaar in 2050 (tegenover 1.303 TJ/jaar in 2018) voor de huidige ca. 32.000 woningen. Uitgaande van een besparingspotentieel van 30% bij bedrijven (het landelijk gemiddelde) zal de gecombineerde warmtevraag voor warmte voor bedrijven en woningen in Zeist rond de 1.400 TJ/jaar zijn in 2050.

Energiebesparingsdoelstelling van Zeist In Zeist zijn de mogelijkheden voor opwek van duurzame energie beperkt, de gemeente zet daarom extra in op energiebesparing. In “Nieuwe energie voor Zeist – Routekaart naar een energieneutraal Zeist” (mei 2019) hebben we de doelstelling vastgelegd om 50% energie te besparen tot 2050. Dit geldt voor het totale energieverbruik, inclusief mobiliteit, industrie, elektriciteit, slimme apparaten, etc. De tabel hierboven laat zien welke besparing er in de gebouwde omgeving met isolatie kan worden behaald. Naast een besparing op de warmtevraag door gebouwen te isoleren, kan de vraag naar primaire energie verder verlaagd worden door technieken in te zetten die heel efficiënt warmte produceren. Zo maken warmtepompen met behulp van omgevingswarmte 3 tot zelfs 6 delen warmte uit 1 deel elektriciteit. Als in Zeist 19.000 woningen (60% van alle woningen in Zeist) een (hybride) warmtepomp9 zouden krijgen, dan is een aanvullende besparing van bijna 30% op de primaire energie haalbaar. Door in te zetten op isolatie en de inzet van efficiënte technieken zoals warmtepompen en andere warmtebronnen met een lage (primaire) energievraag, draagt de gebouwde omgeving bij aan de totale besparingsdoelstelling van 50%. Of de 50% daadwerkelijk gehaald kan worden in 2050 is afhankelijk van veel meer factoren en voor een groot deel afhankelijk van gedrag.

Daarom is het belangrijk dat we het voor inwoners zo makkelijk mogelijk maken energiebesparende maatregelen te treffen. Door advies en collectieve acties te organiseren vanuit Mijn Groene Huis, maar ook door als gemeente pro actief aan te geven welke isolatiemaatregelen vergunningsvrij getroffen kunnen worden. En voor de maatregelen die wel een vergunning behoeven te zorgen voor heldere communicatie en voldoende korting op de leges (de zogenaamde ‘groene leges’).

Ondersteuning voor bewoners Het terugdringen van de elektriciteits- en warmtevraag in huishoudens en bedrijven vraagt een omvangrijk programma met stimulatie van isolatie en gedragsmaatregelen. De maatregelen die de gemeente neemt staan beschreven in Nieuwe energie voor Zeist – Routekaart naar een energieneutraal Zeist, Actielijn Warme wijken. Voor ieder die wil besparen is onafhankelijke informatie beschikbaar bij het lokale energieloket van Mijn Groene Huis en Mijn Groene Bedrijf. Bewoners willen we ondersteunen door advies, informatiebijeenkomsten, collectieve acties en activatie- en bewustwordingscampagnes, zoals: “Heel Zeist Isoleert” en “Omlaag die Meter”.

9. We rekenen met een warmtepomp met een Coëfficiënt Of Performance (COP) van 3,5 Transitievisie Warmte Zeist

23

Hoge, midden- of lage temperatuur Naast de vraag hoevéél warmte er nodig is per buurt of woning, is ook van belang op welke temperatuur deze warmte beschikbaar moet zijn. De temperatuur waarop de warmte in de woning verspreid wordt via de radiatoren of vloerverwarming (de zogeheten afgifte-temperatuur10) moet passen bij de isolatiegraad van de woningen en het type radiator (en andere installaties). Hoe beter de woning geïsoleerd is, hoe lager de afgifte-temperatuur kan zijn. Lagere temperatuur heeft als voordeel dat er meer duurzame warmtebronnen beschikbaar zijn, en het systeemrendement is vaak beter. Woningen ■ Woningen met energielabel G of F en een bouwjaar van voor 1940 hebben vaak beperkte isolatiemogelijkheden, waardoor ook in de toekomst waarschijnlijk een warmtevoorziening met hogere temperatuur nodig blijft. Bij matige isolatie zijn temperaturen van circa 70°C (of hoger) nodig. Bij redelijke isolatie kunnen afgiftetemperaturen onder de 70°C afdoende zijn. Aardgasvrije technieken die typisch hogere temperatuur leveren zijn: biomassa, groengas (biogas of waterstof ) en een hoge temperatuur warmtenet. Tevens zijn er hoge temperatuur warmtepompen die met een redelijk rendement hogere temperatuur warmte kunnen maken.

■ Woningen met gemiddelde isolatie, energielabel B t/m E of bouwjaar tussen 1940 en 2005, kunnen na isolatie goed verwarmd worden met een afgifte-temperatuur van 55 tot 70°C: midden-temperatuur. ■ Goed geïsoleerde woningen, energielabel A of beter, of bouwjaar na 2005, kunnen meestal zonder verdere isolatie verwarmd worden op lage temperatuur (<55°C). Er lopen ook pilots om label B woningen te verwarmen met lagere temperaturen (<55°C). Naast goede isolatie vraagt lage temperatuurverwarming een geschikt “warmte-afgiftesysteem”: vloerverwarming, wandverwarming of speciale lage temperatuur-radiatoren. Soms is aanpassing aan het ventilatiesysteem nodig. Daarna kunnen deze woningen verwarmd worden met vrijwel elke duurzame warmtevoorziening. Bedrijfspanden Voor bedrijven gelden een aantal specifieke zaken voor ruimteverwarming. Voor grotere utiliteitsbouw gelden vanaf 2023 strengere label eisen. Label C is vanaf dan minimaal vereist voor grotere kantoren (>100 m2). Voor kleinere bedrijfsgebouwen gelden deze regels niet. Afhankelijk van de bouwjaren en isolatiegraad kunnen bedrijfsgebouwen in de toekomst ook overstappen op middelhoge of lagere temperaturen voor ruimteverwarming. Een extra complicerende factor bij bedrijfspanden is dat de warmtevraag sterk afhangt van de functie van een gebouw. Zo is het vaak niet nodig om een opslagloods tot 20°C te verwarmen.

Daarom zal voor bedrijfspanden een specifieke inventarisatie nodig zijn om na te gaan welke warmtevoorziening volstaat. In volgende hoofdstukken wordt ingegaan op hoe de warmtevoorziening van bedrijventerreinen en woningen op elkaar afgestemd kan worden. Warmteprofielen per buurt In figuur 6 is per buurt weergegeven welke afgifte-temperatuur op termijn realistisch is. Hierbij is rekening gehouden met de bouwjaren en energie-labels van de gebouwen, en het bijbehorende besparingspotentieel. Er is aangenomen dat de woningen eerst worden geïsoleerd, volgens de labelstappen uit tabel 1: Voorspelde (economische rendabele) labelstappen. De vele oude woningen in Zeist zorgen voor een relatief grote vraag naar warmte op hoge temperatuur. Overigens ligt de techniek die gekozen wordt voor de warmtevoorziening hiermee nog niet vast: voor elke temperatuurrange bestaan diverse individuele oplossingen (per woning) of collectieve (met een warmtenet).

10. De uitgangspunten voor temperaturen uit de Leidraad van het Expertise Centrum Warmte zijn gebruikt in deze Transitievisie Warmte.

24

Transitievisie Warmte Zeist

Figuur 6: Warmteprofiel van Zeist in 2050. Passende warmte-afgiftetemperatuur na isolatie. Dit is het beeld voor 2050, om hier te komen zijn maatregelen nodig op het gebied van isolatie, radiatoren en/of ventilatie.

4.2 Warmtedichtheid In deze paragraaf brengen we de dichtheid van de vraag naar warmte in beeld. Dit is relevant om te bepalen in welke buurten collectieve oplossingen meer voor de hand liggen, en waar individuele. Om een collectieve oplossing (warmtenet) kosteneffectief te kunnen ontwikkelen, is een zekere bebouwingsdichtheid nodig. De warmtevraag moet dusdanig geconcentreerd zijn dat het rendabel is om een warmtenet in de buurt aan te leggen. Transitievisie Warmte Zeist

25

Daarom is in figuur 7 de concentratie van de warmtevraag weergegeven. In de huidige markt geldt dat vanaf een warmtedichtheid van ongeveer 1.000 GJ/ha (soms al iets lager) een collectieve oplossing rendabel wordt. We zien dat onder andere in Vollenhove, delen van Zeist-West (Couwenhoven en Nijenheim), Kerckebosch, het centrum en Den Dolder er een geconcentreerde warmtevraag is, waardoor een collectieve oplossing als een warmtenet wellicht interessant maakt. Of dit uiteindelijk de beste oplossing is, hangt van meer zaken af, bijvoorbeeld ook de aanwezigheid van warmtebronnen (zoals Remia en de Rioolwaterzuiveringsinstallatie), en uiteraard de voorkeur van bewoners.

Figuur 7: Warmtedichtheid (GJ/ha) = de concentratie van de warmtevraag. Hoe hoger de warmtedichtheid, hoe groter de potentie voor een warmtenet. De warmtevraag per woning is berekend met de kengetallen uit Tabel 1. 26

Transitievisie Warmte Zeist

4.3 Warmtebronnen De volgende stap is om te kijken welke warmtebronnen beschikbaar zijn binnen de gemeente. Welke lokale bronnen liggen voor de hand om te gebruiken? In dit hoofdstuk onderbouwen we welke warmtebronnen in Zeist beschikbaar zijn om in 2050 in de overgebleven warmtevraag te voorzien. We starten met een overzicht met grotere warmtebronnen die kunnen voorzien in veel warmte. Vervolgens sommen we kleinschalige warmtebronnen op, die eerder lokaal tot kansen leiden. Tot slot benoemen we technieken die wellicht op de langere termijn beschikbaar komen, maar vooralsnog onzeker zijn wat betreft de schaalgrootte van de inzetbaarheid en de prijsstelling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10089322/1