CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01-21RV010 Bijlage 1 Bestuursopdracht groep 3 RDWI BT

Overige evenementen 4 maart 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Ronde Tafel Nadere uitwerking strategische kaders Participatiewet1.329 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opzet Bestuursopdracht RDWI inzet Groep 3 Onderdeel van pakket ‘Uitwerking Strategische Kaders Werk en Inkomen’ (21RV010) 1. Achtergrond Eens in de vier jaar maken de raden van de samenwerkende gemeenten in de regio Zuidoost Utrecht (de gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist) afspraken over de uitvoering van de Participatiewet in de regio ZOU, de zogenaamde Strategische Kaders. Voor de periode 2020-2023 hebben de raden van de afzonderlijke gemeenten ingestemd met de nieuwe Strategische Kaders Participatiewet met daarin nieuwe afspraken over de uitvoering van de Participatiewet in de regio. De uitvoering van de Participatiewet is belegd in de Gemeenschappelijke Regeling: de Regionale Dienst werk & Inkomen (RDWI). In de Strategische Kaders worden drie doelgroepen onderscheiden. De indeling is gebaseerd op de klantprofielen van de RDWI voor begeleiding naar werk en participatie. Voor de doelgroep 1 en 2 bestaat er perspectief op betaalde arbeid in de toekomst, maar verschilt de mate en intensiteit van begeleiding. Doelgroep 3 betreft klanten met een afstand tot de arbeidsmarkt, waarbij er geen groeipotentie is om binnen twee jaar stappen richting de arbeidsmarkt te realiseren. Dit zijn klanten die maatschappelijk actief zijn of die dat nog niet zijn maar dat misschien wel kunnen worden.

Met wellicht op langere termijn doorgroeimogelijkheden richting de arbeidsmarkt. Ook klanten die zorg nodig hebben of een ondersteuningsvraag op één of meer leefgebieden, en voor wie maatschappelijk actief zijn of worden het maximaal haalbare is vallen onder doelgroep 3. Deelname aan de samenleving voor deze doelgroep kan betekenen vrijwilligerswerk doen, meewerken in lokale welzijnstrajecten, etc. 2. Waarom deze bestuursopdracht Kern van de huidige Strategisch Kaders 2020-2023 is een meer evenwichtige verdeling van de begeleiding van álle doelgroepen, waarbij de activering en begeleiding van doelgroep 3 grotendeels lokaal zal plaatsvinden. Zodat de deelname aan de “lokale” samenleving een invulling krijgt. Waarbij de lead voor de lokale begeleiding bij de gemeente ligt. De gemeente geeft invulling aan de lokale begeleiding en heeft daarover de regie. Dit maakt het mogelijk om vanuit de lokale teams te komen tot een integrale aanpak. Gemeenten geven de RDWI opdracht om met lokale partijen, zoals de sociale teams, vrijwilligerscentrales en andere ketenpartijen de begeleiding naar vormen van participatie te organiseren. Deze lokale begeleiding van groep 3 heeft organisatorische en mogelijk ook financiële gevolgen. Zowel voor de RDWI als de lokale infrastructuur. De onderstaande ontwikkelingen en nieuwe inzichten hebben geleid tot deze bestuursopdracht: 1.

Bij het opstellen van de Strategische Kaders zijn de gemeenten ervan uit gegaan dat een substantieel deel van doelgroep 3 met de lokale inzet geactiveerd kan worden. Geactiveerd om te participeren in de lokale omgeving. Echter, uit het recent afgeronde project Activering van de RDWI is gebleken dat een groot deel van de groep reeds maatschappelijk actief is. Voor een kleiner deel worden wel activeringsmogelijkheden gezien, welke zich bevinden in de sfeer van de Banenafspraak, nieuw beschut werk en (uitbreiding van) vrijwilligerswerk. 2. Door de coronacrisis is een deel van de voornemens, prognoses en verwachtingen uit de Strategische Kaders in een ander daglicht komen te staan. De oplopende werkloosheid en de verwachte stijging van de instroom in de bijstand verandert de samenstelling en de omvang van het klantenbestand van de RDWI. De werkhervatting, re-integratie, scholing en omscholing en uitstroom naar werk vraagt meer investering en inzet. Het ligt daarom niet voor de hand om nu meer financiële middelen in te zetten voor een doelgroep met grote en soms onoverbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt.

3. Bestuursopdracht Om de activering en de begeleiding van groep 3 te borgen is er voor gekozen om de lokale participatie van de (relatief kleine) groep activeringsklanten te realiseren door een samenhangende aanpak van de regionale dienstverlening van de RSD en de lokale infrastructuur. Deze aanpak dient geborgd te worden binnen de werkwijze van de RDWI-organisatie en de samenwerkende gemeentelijke organisaties.

Om hier invulling aan te geven hebben de vijf gemeente besloten om een bestuursopdracht te geven aan de RDWI. De RDWI heeft vanuit de Participatiewet de regie als het gaat om de activering en begeleiding van groep 3. De gemeente heeft de regie over de lokale instellingen en de lokale begeleiding. Met de bestuursopdracht wordt invulling geven aan de inzet voor groep 3. Het gaat hierbij om de dienstverlening van de RSD en de zorgverlening en inzet van netwerkpartners lokaal om zo gezamenlijke de activering van doelgroep 3 te bewerkstelligen. Met als resultaat de activering van groep 3 met een passende dienstverlening per gemeente. Dit vraagt om samenwerking en afspraken. Doelstelling: Ontwikkelen van een effectieve aanpak van de begeleiding van doelgroep 3 naar activering naar vermogen, met daarin een samenhangende aanpak van regionale en lokale dienstverlening Resultaten: o Beschrijving van de (basis)dienstverlening van de RDWI ten aanzien van de activering van groep 3; o Afspraken per gemeente over de inzet van de RDWI, en de inzet van de gemeente en (lokale) samenwerkingspartners ten aanzien van doelgroep 3.

Deze afspraken bevatten de volgende onderdelen:  Werkafspraken ten bate van een gezamenlijke aanpak op uitvoeringsniveau met lokale sociale teams, welzijnsorganisaties, vluchtelingenwerk en andere relevante partners, met onder ander afspraken over aanmelding, overdracht, monitoring, evaluatie;  Inzicht in lokaal en regionaal aanbod voor de activeringsdoelgroep;  De inzet van eventuele aanvullende middelen vanuit de gemeente voor eventueel nieuw te ontwikkelen aanbod. o Via de going-concern rapportage minimaal tweemaal per jaar verantwoording over de voortgang van de dienstverlening aan de doelgroep 3, met behaalde resultaten. o In de eerste helft van 2022 een evaluatie met beleidsadviseur gemeente en betrokken uitvoeringsinstanties, mede naar aanleiding van de voortgangsrapportages, ten bate van een rapportage aan de Raden. o Beschrijving van een eventuele rol van Biga Groep ten aanzien van doelgroep 3.

4.

Uitgangspunten

Middelen Bij de uitwerking van de Strategische Kaders wordt de gemeenteraden voorgesteld om de lokale inzet van 10% van het participatiebudget te handhaven. Dit gezien de economische ontwikkelingen als gevolg van de coronacrisis en de opgedane kennis over doelgroep 3 bij het Project Activering van de RDWI. Dit neemt niet weg dat het aan iedere gemeente individueel is om extra eigen middelen in te zetten indien gewenst. De basisdienstverlening voor groep 3 vanuit de RDWI is voor alle gemeenten dezelfde en wordt gefinancierd vanuit de reguliere budgetten van de RDWI (participatiebudget en apparaatskosten). Uitvoering lokaal Met de Strategische Kaders hebben de gemeenten de keuze gemaakt om die inwoners voor wie deelname aan de samenleving het hoogst haalbare is, in afstemming met de RDWI lokaal te begeleiden. Dat betekent dat een deel van de activering en participatie een lokale invulling krijgt.

De lokale uitvoering en infrastructuur als het gaat om activering en participatie kan per gemeente verschillen. De lokale organisaties richten zich onder meer op het verrichten van vrijwilligerswerk, taalondersteuning en schuldenproblematiek. Deze inzet ligt in veel gevallen niet bij één organisatie, maar kent meerdere aanbieders, die zich ook vaak weer richten op verschillende doelgroepen. De mate waarin op lokaal niveau een adequate infrastructuur bestaat om doelgroep 3 te kunnen bedienen en te begeleiden is per gemeente verschillend. Daarnaast is het ook aan de betreffende gemeente in welke mate zij aanvullend wil en kan investeren in doelgroep 3 of haar dienstverlening kan aanpassen of door ontwikkelen. De uitvoering ten aanzien van activering wordt onder regie van de RDWI lokaal uitgevoerd. Inkomensondersteuning en bij behorende rechtmatigheidstaken vanuit de Participatiewet blijven regionaal belegd bij de RDWI. Waarbij de gemeenten de lead hebben als het gaat om de lokale begeleiding. 5. Uitvoering De bestuursopdracht wordt door de opdracht gevende gemeenten gezien als onderdeel van de reguliere werkzaamheden van de RDWI. Via de going-concern rapportage verantwoordt de RDWI tweemaal per jaar de voortgang van deze nieuwe werkwijze aan het Algemeen Bestuur.

Voor het realiseren van lokale werkafspraken wordt per gemeente een aanspreekpunt aangesteld die vanuit de individuele gemeenten het overzicht heeft van het aanbod, en de juiste lokale stakeholders betrekt om samenwerkings- en uitvoeringsafspraken te maken in overleg met de RDWI. Eventuele stagnatie in de uitvoering wordt bij voorkeur via het betreffende AO lid opgepakt. Indien nodig wordt op AB-niveau contact gezocht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9712926/1