CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01-21RV-52# Bijlage 1 Toelichting opbouw saldo primitieve begroting 2022

Raad 9 november 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Vaststellen van de Begroting 20221.276 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Toelichting opbouw saldo primitieve begroting 2022 De opbouw van de zogenoemde primitieve begroting 2022 gebeurt op basis van de vastgestelde kaders in de Kadernota 2022. Bij de opbouw van de begroting worden een aantal financieel technische zaken doorgevoerd: de meicirculaire wordt verwerkt, de prijsindex en loonindex worden toegepast, de renteomslag wordt berekend, de vastgestelde begrotingen van gemeenschappelijke regelingen worden verwerkt, de gemeentelijke tarieven worden berekend. Al deze zaken betreffen de uitvoering van het vastgestelde beleid, er wordt geen beleid toegevoegd of geschrapt. Er wordt financieel technisch doorgerekend wat het huidige beleid ons kost. Deze opbouw heeft geleid tot het volgende effect op het saldo van de meerjarenbegroting:

2022

2023

2024

bedragen x € 1.000 2025

A beschikbare middelen per 1/1/2021

-458

-296

-367

929

B uitwerking 1e Bestuursrapportage

-1.174

-1.023

-1.035

-1.035

C IAC uit te voeren onderwerpen

1.215

1.215

1.215

1.640

basis begroting 2022

-417

-104

-187

1.534

D meicirculaire gemeentefonds

1.611

847

348

110

E prijsindexatie cfm. RIB circulaire

-798

-772

-758

-762

F effect uitwerking prijsindex

-180

-214

-214

-230

-214

-209

-221

-230

H rente / activa / reserves

-7

113

262

177

I

onregelmatige bedragen

-

92

-36

-36

saldo primitieve begroting 2022

-4

-249

-807

562

Opbouw primitieve begroting 2022

vastgesteld bij kadernota 2022

uitwerking prijscompensatie

uitwerking bestaand beleid G gemeenschappelijke regelingen

Bij de kadernota 2022 is een meerjarig financieel perspectief weergegeven. Een aantal elementen daarvan zijn via een begrotingswijziging door de raad vastgesteld en daarmee verwerkt in de primitieve begroting 2022. De overige punten komen terug bij het raadsvoorstel van de begroting 2022 om integraal te worden afgewogen. A. Het financieel perspectief van de kadernota 2022 en daarmee de meerjarenbegroting 2022 start met het saldo van de beschikbare middelen per 1/1/2021 op basis van de eerdere besluitvorming op de begroting 2021 en de begrotingswijzigingen. B. De 1e Bestuursrapportage 2021 is door de raad vastgesteld en de financiële consequenties zijn (via een vastgestelde begrotingswijziging) verwerkt in de meerjarenbegroting. C. Het IAC-rapport is aan de raad aangeboden. De voorstellen van de categorie “uit te voeren” zijn door de raad vastgesteld. Via een begrotingswijziging zijn de voorstellen die een effect hebben op het begrotingssaldo verwerkt in de meerjarenbegroting (sommige voorstellen hebben een effect op tarieven maar geen effect op het saldo). Ook de amendementen zijn hierin verwerkt. Op de moties wordt terug gekomen bij de integrale afweging. De uitkering van het gemeentefonds is de belangrijkste mutatie aan de inkomstenkant, de prijsindexatie is de belangrijkste mutatie aan de kostenkant.

D. De uitkomst van de meicirculaire is verwerkt. De uitkomst is toegelicht in een raadsinformatiebrief: RIB21.119. Als grootste inkomstenbron van de gemeente is de uitkomst van de meicirculaire de belangrijkste dekkingsbron voor de prijscompensatie die op de budgetten wordt toegepast. E. Conform de kadernota 2022 is een prijsindex toegepast op de kosten van 1,1%. Dit is 1% lager dan de berekende prijsindex op basis van de gegevens van het Centraal Planbureau. Door de berekende prijsindex met 1% te verlagen, is een bezuiniging gerealiseerd, die bij de begroting 2021 was besloten en was ingeboekt ten gunste van het saldo. Aan de kostenkant zijn is de zorgkosten de zogenoemde OVA-index toegepast, zoals besloten in de kadernota. Daarnaast zijn de BUIG-gelden gelijk gehouden aan de verwachte rijksuitkering. De opbrengsten vanuit andere bronnen dan het gemeentefonds zijn met 2,1% geïndexeerd. Dit heeft geresulteerd in een voorcalculatorisch effect van de prijsindex, die is gepresenteerd bij de toelichting op de meicirculaire. F. De tarieven worden berekend op basis van richtlijnen van de raad. Bij de kadernota is uitgegaan van een stijging van 2,1%. Bij veel tarieven is echter sprake van een 100% kostendekkend tarief, deze tarieven volgen de opbouw van de kosten.

Daarbij zijn afschrijvingen een vast gegeven op basis van de historische kostprijs, zijn de rentelasten gedaald als gevolg van de lagere omslagrente, de loonkosten stijgen met 0% en de overige kosten kennen een index van 1,1%. Daardoor kennen de kosten een relatief lage stijging en kan de verwachte opbrengststijging van 2,1% niet gerealiseerd worden. De voor tarieven relevante kosten van GR’s worden 1-op-1 in de tarieven verwerkt en hebben daarbij geen effect op het begrotingssaldo. Bij de berekening van de besparing was met deze effecten rekening gehouden: er was uitgegaan dat een negatief effect zou kunnen ontstaan van circa € 350.000 ten laste van het begrotingssaldo. Op basis van de uitwerking van de tarieven is dit nacalculatorische deel van de prijsindex reëel opgenomen voor het genoemde (lagere) bedrag. Naast het gemeentefonds en de prijsindexatie worden er op meer plekken in de begroting technische zaken verwerkt. Deze volgen uit eerdere besluitvorming (kadernota, nota reserves en voorzieningen, geaccordeerde begrotingen van gemeenschappelijke regelingen) of uit wettelijke kaders, met als belangrijkste de regels van het BBV (besluit begroting en verantwoording). G. De gemeente Zeist heeft veel taken belegd bij gemeenschappelijke regelingen (GR’s). De verwerking van hun vastgestelde begrotingen leidt tot een nadeel. Dit heeft twee oorzaken.

Enerzijds kennen de GR’s vaak een hogere prijsindex dan de gemeentelijke 1,1%, wat logisch is omdat de gemeente haar prijsindex bewust naar beneden heeft aangepast. Daarnaast zijn er bij diverse GR’s autonome ontwikkelingen die voor hogere kosten zorgen. Daardoor zorgen de GGD, de RDWI, de VRU en RMN samen voor een nadelig saldo van circa € 200.000. Bij de RMN gaat het hier om kosten die niet via de afvalstoffen- of rioolheffing kunnen worden doorberekend. H. De renteomslag in conform de regels van het BBV berekend: zie ook de toelichting in de paragraaf financiering. Alle kapitaallasten zijn herberekend tegen de nieuwe omslagrente. Een andere omslagrente leidt niet tot een budgettair effect: de lasten op de collegeproducten worden lager, maar de doorbelasting op het collegeproduct treasury daalt met hetzelfde bedrag. De grondexploitaties zijn geactualiseerd op basis van het door de raad vastgestelde MPSO 2021, en de kosten voor vreemd vermogen zijn berekend op basis van de leningenportefeuille en de geprognotiseerde behoefte aan vreemd vermogen. Ook alle stortingen en onttrekkingen in de reserves zijn geactualiseerd op basis van de regels die de raad heeft gesteld rond de stortingen en onttrekkingen.

Deze actualisaties op basis van het door de raad vastgestelde beleid leidt op een aantal punten tot effect op het begrotingssaldo, waarbij dit effect niet ieder jaar gelijk is: ▪ Door de liquiditeitspositie hoeft er beperkt vreemd vermogen te worden aangetrokken voor de geplande investeringen, wat zorgt voor een meevaller ten opzichte van de geraamde rentekosten. ▪ Waar van toepassing zijn de stortingen en onttrekkingen in reserves gelijk gemaakt aan het ritme van de bijbehorende kosten en de toevoegingen die nodig zijn om de reserves op peil te houden voor de toekomstige kosten. Dit zorgt voor verschuivingen en dus voor- en nadelen tussen jaren. ▪ De conform BBV toegerekende rente aan de grondexploitaties is een opbrengst binnen het product treasury. Door het nieuwe verloop van de grondexploitaties dat is vastgesteld in het MPSO is ook hier sprake van verschuivingen / voor- en nadelen tussen de jaren. I. Er zijn verschillende budgetten binnen de gemeentelijke begroting die een onregelmatig ritme hebben. Veel daarvan worden geëgaliseerd via een reserve en lopen daarom mee onder punt H, zonder financieel effect als het ritme verschuift over de jaren. Het budget voor de verkiezingen is ook onregelmatig en afhankelijk van het aantal te organiseren

verkiezingen in een jaar en om welke soort verkiezingen het gaat. Het ritme kan verspringen als bijvoorbeeld het kabinet valt en er vervroegd verkiezingen worden uitgeschreven. Alle onregelmatige budgetten zijn aangepast aan hun verwachte ritme over de jaren. Dit zorgt in sommige jaren voor een positief effect, in andere jaren voor een negatief effect.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10583280/1