CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01.04-23RV042 -Bijlage 1.4 Memo AERIUS-berekening Griffensteijn Zeist

Raad 3 oktober 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: Vaststellen van Bestemmingsplan Griffensteijn2.414 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Berekening t.b.v. Wet natuurbescherming Griffensteijn, Zeist Gemeente Zeist

1

Gegevens over het plan: Plannaam: Datum: Projectnummer Buro SRO:

Berekening t.b.v. Wet natuurbescherming Griffensteijn Zeist 7 april 2023 SR220145

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:

Woongoed Zeist

Gegevens Buro SRO: Adres: Telefoon: E-mail: Internet:

’t Goylaan 11 3525 AA te Utrecht 030-2679198 utrecht@buro-sro.nl burosro.nl

2

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding .................................................................................................................................. 4

1.1

Aanleiding.............................................................................................................................................. 4

1.2

Projectbeschrijving ............................................................................................................................... 5

1.3

Wettelijk kader ...................................................................................................................................... 5

1.4

Leeswijzer.............................................................................................................................................. 6

Hoofdstuk 2

Ruimtelijke gegevens en uitgangspunten ............................................................................... 7

2.1

Ruimtelijke gegevens ........................................................................................................................... 7

2.2

Gebruiksfase ......................................................................................................................................... 7

2.3

Aanlegfase ............................................................................................................................................ 7

Hoofdstuk 3

Berekeningen en resultaten ................................................................................................. 10

3.1

Gebruiksfase ....................................................................................................................................... 10

3.2

Aanlegfase .......................................................................................................................................... 11

Hoofdstuk 4

Samenvatting en conclusies ................................................................................................. 12

3

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De initiatiefnemer, Woongoed Zeist, is voornemens om in de wijk Griffensteijn te Zeist een locatie aan de Ridderschapslaan en Jacoba van Beierenlaan te herontwikkelen. Het gaat om een locatie die in de huidige situatie reeds 90 sociale huurwoningen bevat. Op hoofdlijnen bestaat de herontwikkeling uit sloop van de bestaande woningen en realisatie van 98 nieuwe woningen. In het kader van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning is vereist inzichtelijk te maken wat het effect van de ontwikkeling is op omliggende Natura 2000-gebieden. De ontwikkeling van de locatie gaat gepaard met de uitstoot van stikstofoxiden in de aanleg- en gebruiksfase. Derhalve moet in beeld gebracht worden wat de mogelijke effecten van de ontwikkeling zijn op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. In voorliggende rapportage worden de mogelijke effecten in beeld gebracht. De navolgende afbeelding laat de locatie zien ten opzichte van de maatgevende Natura 2000gebieden.

Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden (geel) (bron: Atlas Leefomgeving)

4

1.2

Projectbeschrijving

Het planvoornemen bestaat uit de sloop van de 90 bestaande woningen en de realisatie van 98 nieuwe woningen. De hoofddoelstellingen zijn het verbeteren van de energieprestatie en het verbeteren van het wooncomfort voor de bewoners. Daarmee levert het plan een positieve bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit. In de toekomstige situatie kent het plangebied de volgende woningverdeling: 30 rijwoningen en 34 (68) beneden-bovenwoningen. In vergelijking met de bestaande situatie betekent dat 4 extra grondgebonden woningen en 4 extra bebo's. Het woningaantal neemt dus in totaal met 8 woningen toe ten opzichte van de huidige situatie. Op navolgende situatietekening is een impressie van de toekomstige situatie weergegeven.

Impressie beoogde situatie (bron: Geurst & Schulze architecten)

1.3

Wettelijk kader

In de Wet natuurbescherming is voorgeschreven dat voor alle activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden een vergunning vereist is. Verzuring en vermesting is één van die mogelijk negatieve effecten. Voor ieder habitattype binnen een Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor verzuring en/of vermesting is een kritische depositiewaarde (KDW) vastgesteld. De KDW geeft de grens aan waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Door middel van het rekeninstrument AERIUS wordt de stikstofdepositie berekend als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden. Het rekeninstrument AERIUS was één van de pijlers van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Het PAS maakt onderdeel uit van de Crisis- en herstelwet (Chw). Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State uitspraak gedaan omtrent het PAS: het mag niet meer gebruikt worden als basis voor toestemming voor ‘activiteiten’. Hiermee is het PAS buiten werking gesteld. Het systeem van het PAS was erop gebaseerd dat vooruitlopend op toekomstige positieve ontwikkelingen voor beschermde natuurgebieden toestemming gegeven kan worden voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor die gebieden door stikstofuitstoot.

Die toestemming ‘vooraf’, zoals het PAS mogelijk maakte, mag niet meer, aldus de RvS. Projecten en of activiteiten dienen, in afwachting van een nieuw PAS, zelfstandig beoordeeld te worden op grond van de Wet natuurbescherming.

5

In de uitspraak van 29 mei 2019 is ook specifiek ingegaan op de AERIUS Calculatie. In rechtsoverweging 39.3 is bepaald dat AERIUS nog wel gebruikt kan worden voor de effectbepaling op grotere (meer dan 50 meter) afstand. Voor berekeningen op kortere afstand wordt een tweede berekening met een ander rekenpakket aanbevolen. De onnauwkeurigheid van AERIUS zat voornamelijk in emissie berekeningen bij agrarische bedrijven waar het emissiepunt zich op enige hoogte bevond. In de AERIUS module van september 2019 zijn de bezwaren van de Afdeling bestuursrechtspraak zoals verwoord in de uitspraak van 29 mei weggenomen. Vervallen bouwvrijstelling Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 2 november 2022, waarbij de ‘bouwvrijstelling’ is komen te vervallen, dient nu ook de aanleg-/aanlegfase berekend te worden. Op 25 november 2022 heeft de minister voor Natuur en Stikstof het Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden vastgesteld. Hiermee zijn de aanwijzingsbesluiten van 101 Natura 2000-gebieden gewijzigd, bijvoorbeeld omdat habitattypen op het moment van aanwijzen aanwezig bleken te zijn, maar destijds niet zijn opgenomen in de oorspronkelijke aanwijzingsbesluiten. Deze nieuwe habitatrichtlijnen zijn opgenomen in de AERIUS Calculator versie 2022.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 de verkeers- en ruimtelijke gegevens beschreven. De uitgevoerde berekeningen en resultaten worden beschreven in hoofdstuk 3. Tenslotte wordt in hoofdstuk 4 de conclusie getrokken.

6

Hoofdstuk 2 2.1

Ruimtelijke gegevens en uitgangspunten

Ruimtelijke gegevens

Bij een stikstofdepositieberekening wordt er rekening gehouden met de Natura 2000-gebieden binnen een straal die relevant is voor de omvang van het plan. Het plangebied bevindt zich op ruime afstand (10,5 km) van het dichtstbijzijnde natuurgebied Oostelijke Vechtplassen, zoals reeds te zien was in paragraaf 1.1.

2.2

Gebruiksfase

Doordat de beoogde woningen gasloos worden gebouwd behoeven deze niet mee te worden genomen in de berekening. Wel veroorzaakt het verkeer in de toekomstige situatie uitstoot van stikstof, in welk kader inzichtelijk gemaakt dient te worden of dit leidt tot een significante stikstofdepositie. Op basis van de kencijfers van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' is de toekomstige verkeersgeneratie in navolgende tabel in beeld gebracht. Beoogde situatie plangebied Huur, huis, sociale huur Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) Totaal

Verkeersgeneratie per wooneenheid 4,9 3,6

Aantal 30 68

Totaal 147 244,8

391,8

Volgens tabel A6 uit de CROW-publicatie moet rekening worden gehouden met 0,02 vrachtverkeersbewegingen per woning per werkdag. Dat komt bij 98 woningen neer op afgerond 2 vrachtverkeerbewegingen per etmaal. Er wordt uitgegaan van twee verkeersroutes: (1) via de Laan van Cattenbroek naar de Waterigeweg en (2) via de Ridderschapslaan en de Griffesteijnselaan naar de Griflaan.

2.3

Aanlegfase

Naast het toekomstig gebruik (gebruiksfase) is ook de stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase van het project van belang. Bij de bouw zijn gedurende enige tijd voertuigen en mobiele werktuigen aanwezig en is er sprake van verkeersbewegingen van werklieden en materialen van en naar de bouwplaats. De voertuigen en mobiele werktuigen die aangedreven worden door een verbrandingsmotor veroorzaken een korte toename van de stikstofemissie. Tijdens de aanlegfase worden verschillende mobiele werktuigen gebruikt. De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Ten behoeve van de berekening van de emissies NOx door mobiele werktuigen dient de gebruiker per stageklasse het brandstofverbruik aan te geven (liter brandstof per jaar), het aantal draaiuren en (bij aanwezigheid van een SCR) het AdBlue-verbruik. Het project gaat gepaard met het slopen van de huidige situatie, bouwrijp maken van de gronden en bouwen van de woningen. Door de aannemer zijn gegevens verstrekt over de inzet van mobiele werktuigen in de aanlegfase. Een gedeelte van de aanlegactiviteiten wordt gedaan middels een elektrisch aangedreven materieel. Voor het overige deel (groot materieel) worden door brandstoffen aangedreven werktuigen ingezet.

In navolgende tabel is een overzicht weergegeven van de door brandstof aangedreven mobiele werktuigen die ingezet worden bij de aanlegfase.

7

Werktuig

STAGEklasse

Vermogen (KW)

Brandstofverbruik (l/j)

Draaiuren/j

AdBlueverbruik (l/j)

Graafmachine

Stage-V

124

7004

600

420

Bobcat

Stage-IV

55

3344

600

n.v.t.

Wiellader

Stage-IV

192

2668

150

160

Graafmachine

Stage-V

124

2335

200

140

Bobcat

Stage-IV

55

1115

200

67

Heistelling

Stage-IV

350

7432

230

446

Hulpkraan heistelling

Stage-IV

40

777

180

47

Betonpomp

Stage-V

100

192

20

12

Verreiker

Stage-IV

115

1755

160

105

Mobiele kraan 50 ton

Stage-IV

270

39072

1560

2344

Graafmachine

Stage-IV

122

1523

130

91

Shovel

Stage-IV

122

1538

130

92

Vervoer personeel en materiaal

Licht verkeer: 2.760 voertuigbewegingen per jaar Zwaar vrachtverkeer: 328 voertuigbewegingen per jaar

Het brandstofverbruik van de voertuigen met een Stage-klasse is berekend met behulp van de formule afkomstig uit Ligterink et al 2021 1. Met behulp van de navolgende formule is het brandstofverbruik per uur te berekenen: B =0.095* Pmax +0.54. Hier is B het brandstofgebruik per uur en Pmax het maximale vermogen van het werktuig [kW]. Voor Stage IV en V werktuigen kan uit worden gegaan van het normale AdBlue-verbruik dat door TNO is gegeven. Dit is 6% van het brandstofverbruik (Ligterink et al 20211). Het dieselverbruik is conform het TNO rapport R12305 bepaald. TNO houdt rekening met de aandrijfconfiguratie (vaste as, transmissie, hydrauliek), de stand-by tijd bij de soort inzet (wisselend en constant) en de verliezen. TNO gaat voor werktuigen met een wisselende inzet uit van een gemiddelde ‘typische motorlast’ van 35% (zie navolgende tabel).

1

Ligterink et al (2021). AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen. TNO_2021_R12305

8

Voor werktuigen met een constante inzet is 35% een onderschatting, en wordt uitgegaan uit van een gemiddelde motorbelasting van (37,0+45,6+47,3)/3= 43,3%. Voor het vervoer van personeel en materialen is uitgegaan van 2.760 voertuigbewegingen aan ‘licht verkeer’ en 328 voertuigbewegingen aan ‘zwaar vrachtverkeer’ per etmaal. Voor het bouwverkeer wordt uitgegaan van een route richting de A12 via achtereenvolgens de Laan van Cattenbroek, de Waterigeweg en de Koelaan. Op de Koelaan onderscheidt het bouwverkeer zich door haar snelheid en rij- en stopgedrag niet meer van het heersende verkeer. Stationair draaien Met betrekking tot het laden en lossen zal er op de planlocatie zwaar vrachtverkeer aanwezig zijn dat stationair draait. Gedurende de periode dat het zwaar vrachtverkeer op de planlocatie aanwezig is zal er sprake zijn van stikstofuitstoot. De uitstoot die ontstaat tijdens het stationair draaien kan berekend worden met de kencijfers beschreven in bijlage 1 van de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2022’. In de bijlage zijn kencijfers opgenomen voor de NOx en NH3 uitstoot. De uitstoot dient handmatig in AERIUS ingevoerd te worden. Voor het rekenjaar 2023 geldt voor ‘Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers’ een uitstoot van 79,0392 NOx g/uur en 0,9072 NH3 g/uur en. De gemiddelde laad/lostijd per vracht is ingeschat op circa 15 minuten.

Uitgaande van 164 vrachten is er in totaal sprake van ca. 41 stationaire draaiuren. De onderstaande tabel toont de totale uitstoot van het stationair draaien voor NOx en NH3. Stationair draaien

Aantal draaiuren

NOx uitstoot kg/j

NH3 uitstoot kg/j

Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers

41

3,24

0,037

9

Hoofdstuk 3

Berekeningen en resultaten

De berekeningen zijn verricht met het web-based programma AERIUS Calculator versie 2022. Op navolgende uitsneden zijn de bronnen weergegeven die van invloed kunnen zijn op de stikstofdepositie van het initiatief.

3.1

Gebruiksfase

Met betrekking tot wegverkeer wordt ervan uitgegaan dat het verkeer zich via de Laan van Cattenbroek, Waterigeweg en Koelaan van en naar het plangebied begeeft. Het verkeer gaat op de Koelaan op in het overige verkeer (is in aard en snelheid niet meer van het overige verkeer te onderscheiden). Verder is uitgegaan van het rekenjaar 2024. Mogelijk dat de woningen pas later worden opgeleverd (2025), dus 2024 kan als worstcasebenadering gezien worden. Op de navolgende afbeeldingen staat weergegeven hoe de invoer in de AERIUS Calculator is verwerkt.

Resultaten gebruiksfase AERIUS Calculator (bron: AERIUS)

Uit de berekening blijkt dat de uitstoot door verkeer in de toekomstige situatie voor NOx 19,4 kg/j en voor NH3 1,2 kg/j bedraagt. Verschillende rekenpunten hebben een berekende depositiewaarde van 0,00 mol/ha/j. Daarmee heeft de gebruiksfase van het plan geen significant effect op Natura 2000.

10

3.2

Aanlegfase

Voor de aanlegfase is uitgegaan van het rekenjaar 2023. Hierbij is uitgegaan van 3 bronnen. Bron 1 betreft de emissies van de mobiele werktuigen tijdens het slopen, bouwrijp maken en bouwen. In bron 2 is het stationair draaien van vrachtwagens opgenomen. Bron 3 geeft de verwachte verkeersgeneratie van de aanlegfase weer. Op de navolgende afbeeldingen staat weergegeven hoe de invoer in de AERIUS Calculator is verwerkt.

Resultaten aanlegfase AERIUS Calculator (bron: AERIUS)

Uit de berekening volgt dat de uitstoot door de aanlegfase voor NOx 475,6 kg/j en voor NH3 15,4 kg/j bedraagt. Verschillende rekenpunten hebben een berekende depositiewaarde van 0,00 mol/ha/j. Daarmee heeft de aanlegfase van het plan geen significant effect op Natura 2000.

11

Hoofdstuk 4

Samenvatting en conclusies

Voor de voorgenomen ontwikkeling is ten behoeve van de Wet natuurbescherming een AERIUSberekening uitgevoerd. Het planvoornemen bestaat uit de sloop van de 90 bestaande woningen en de realisatie van 98 nieuwe woningen. Bij de gebruiksfase is uitgegaan van een verkeersgeneratie van 391,8 voertuigbewegingen per etmaal. Omdat de woningen gasloos wordt gerealiseerd zijn deze niet meegenomen in de berekening. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat ten gevolge van het initiatief er in totaal sprake is van een NOx emissie van 19,4 kg/j en een NH3 emissie van 1,2 kg/j. Met de berekening zijn voor verschillende rekenpunten rekenresultaten van 0,00 mol/ha/j. Met de ontwikkeling worden de kritische depositiewaarden op omliggende Natura 2000-gebieden niet overschreden. Voor de aanlegfase zijn de mobiele werktuigen die gebruikt worden voor de aanleg van de beoogde situatie ingevoerd. Daarnaast is ook het stationair draaien van vrachtwagens en het vervoer van personeel en materialen meegenomen in de berekening. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er in totaal sprake is van een NOx emissie van 475,6 kg/j en een NH3 emissie van 15,4 kg/j. Voor de Natura 2000-gebieden geldt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Er kan geconcludeerd worden dat de stikstofdepositie vanwege de beoogde ontwikkeling geen significante gevolgen heeft voor de omliggende Natura 2000-gebieden.

Daarmee is geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming. Het plan is uitvoerbaar wat betreft stikstofdepositie.

12

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12872606/1