01.01-24RV003 BP WA-Hoeve Bijlage 1 Cultuurhistorische verkenning
Tekst van het document
WILLEM ARNTSZ HOEVE DEN DOLDER CULTUURHISTORISCHE VERKENNING
projectnummer 1776 fase: Beeldkwaliteitsplan 3 mei 2021
INHOUD Inleiding
4
Historische ontwikkeling
6
Historische bebouwing
19. Bloementuin en kassen
16 20 28 34 44 48 54 58 60 64 68 72 74 80 81 82 88 91 92 93
Waardebepaling
94
Colofon
97
1. Directiegebouw 2. Gehoorzaal 3. Bedrijfsgebouw 4. Linnengebouw - Bakkerij 5. Ketelhuis 6. Carré 7. De Wingerd - TBC paviljoen 8. Theehuis 9. Paviljoen Wier - Oud Wier 10. ‘t Heuveltje - Het Vijfde Seizoen 11. Mortuarium - Lijkenhuis 12. Paviljoen Spinoza 13. Sylvia Borin 14. Rijwielbergplaats 15. Jeltje - Zusterziekenhuis 16. Paviljoen Camper 17. Antonia & Wilhelmina 18. Paviljoen Boerhaave
INLEIDING
Aanleiding
Leeswijzer
Dit document is het resultaat van de
Deze rapportage is in drie hoofdstukken
cultuurhistorische verkenning naar de Willem
ingedeeld. In het eerste hoofdstuk wordt de
Arntsz Hoeve in Den Dolder.
bredere historische en stedenbouwkundige
De aanleiding voor dit onderzoek is de verkoop
context omschreven van de Willem Arntsz Hoeve.
door Altrecht van een deel van het complex aan
In het tweede hoofdstuk wordt ingezoomd op de
BPD. Conform de ontwikkelvisie zal het terrein
individuele gebouwen, de oorspronkelijke
getransformeerd worden tot een levendige
ontwerpen en bouwkundige wijzigingen die zij
woonwijk in een unieke cultuurhistorische en
hebben ondergaan. In het laatste hoofdstuk
landschappelijke omgeving.
worden de belangrijkste kwaliteiten van het complex en de individuele gebouwen omschreven.
Aan Braaksma & Roos Architectenbureau is
Hieruit volgen de aanbevelingen voor omgang met
gevraagd om een cultuurhistorische analyse aan
de cultuurhistorische waarden in de toekomst.
te reiken waarmee, aan de hand van de beschrijving van de cultuurhistorie en de ruimtelijke kwaliteiten van het complex en de individuele gebouwen handvaten worden gegeven voor de toekomstige herontwikkeling van het gebied.
5 98
HISTORISCHE ONTWIKKELING DE STICHTING VAN DE HOEVE
DE BOUW VAN DE BUITENSTICHTING
De stichting van de hoeve
De bouw van de buitenstichting
tweede ‘laag’, die aan de rand van het terrein is
Het kaartbeeld van 1906 laat de eerste
Na de boerderij volgde de bouw van de overige
gesitueerd: de boerderij en de dienstwoningen.
activiteiten van de Willem Arntsz Stichting zien:
onderdelen van de buitenstichting: woningen,
De dienstwoningen zijn op de tekening gesitueerd
de bouw van een boerderij, met een aantal
dienstgebouwen en paviljoens voor de patiënten.
aan de Dolderseweg, de Boerderijlaan, die een
bijbehorende percelen (gronden ommuurde
De ontwerper van de eerste generatie van deze
nieuwe haakse aftakking van de Dolderseweg is
moestuin). De Willem Arntsz Stichting, een
gebouwen was de Amsterdamse architect F.W.M.
en de Berkenlaan (idem, schuin). De boerderij is
Utrechtse psychiatrische instelling, was er in
Poggenbeek, die ervaring had met de bouw van
het enige gebouw aan de noordkant van de
1906 in geslaagd 207 hectare aaneengesloten
‘gestichten’ in Castricum (Duin en Bosch) en
Boerderijlaan.
terrein aan te kopen ten oosten van de
Apeldoorn (het Apeldoornsche Bos). Vanaf 1909
Het centrale deel wordt op de tekening ontsloten
Dolderseweg. De prijs bedroeg 60.000 gulden.
werden naar zijn ontwerp een woning voor de
vanaf de Dolderseweg door middel van een
Zandgrond was sowieso toen relatief goedkoop
geneesheer-directeur en andere woningen
symmetrie-as, de Directielaan. In de symmetrie-
en de stankoverlast van de nabij gelegen
neergezet, in de jaren 1911-1912 gevolgd door
as zijn het directiegebouw en de andere
zeepfabriek drukte waarschijnlijk de prijs nog.
een aantal paviljoens, het directiegebouw, de
bedrijfsgebouwen gesitueerd, aan weerszijden de
Een eerdere poging om grond aan te kopen voor
gehoorzaal en het bedrijfsgebouw.
paviljoens. De keus voor losse, vrij bescheiden
een buitenstichting in De Bilt was mislukt,
paviljoens in plaats van een of enkele
vanwege bezwaren van omwonenden. De wens
Ontwerp van het terrein
hoofdgebouwen kwam voort uit de opvatting dat
een buitenstichting op te zetten, kwam voort uit
Bij de inrichting van het terrein hoefde slechts
psychiatrische verpleging en behandeling relatief
de toenmalige psychiatrische inzichten. Genezing
rekening te worden gehouden met de
kleinschalig moesten zijn.
van patiënten zou voorspoediger verlopen in de
aangrenzende infrastructuur: de spoorweg in het
Vóór het directiegebouw is een rond pleintje
rust van het buitenleven, terwijl daar ook
zuiden en de Dolderseweg in het westen. De
aangegeven. De paviljoens liggen aan drie
gelegenheid was voor arbeidstherapie in de vorm
oostgrens werd gevormd door de gemeentegrens
gebogen, maar vrijwel evenwijdige assen die de
van land- en tuinbouwactiviteiten. Tegen deze
Zeist/Soest. Het terrein zelf werd doorkruist
Directielaan onder een haakse hoek kruisen. Deze
achtergrond is het niet verwonderlijk dat men niet
door een aantal onverharde paden. Tegen het
dwarsassen zijn noord – zuid gericht, de
begon met de bouw van patiëntenverblijven e.d.
spoor lag een perceel dat benut was voor
Directielaan op deze hoogte oost – west.
maar met een boerderij (ontwerp G. van Heerde).
zandafgraving. Foto’s uit de begintijd van de
De situering, ten noordwesten van het latere
Willem Arntsz Hoeve maken duidelijk dat er,
De Directielaan heeft op de situatietekening een
directiegebouw, houdt verband met
buiten de aanwezige bospercelen, vrijwel geen
flauw gebogen tracé; vermoedelijk was het de
bodemkundige gegevenheden (meest geschikte
opgaande begroeiing was. Het is niet zeker of het
bedoeling dat steeds maar een beperkt aantal
grond). Hier kon - ongetwijfeld, na egaliseren,
terreinontwerp ook van de hand van Poggenbeek
gebouwen zichtbaar zou zijn vanaf de
wei- en bouwland aangelegd worden. De boerderij
is. Literatuur noch historisch kaartmateriaal
Dolderseweg en de laan. Wellicht wilde men met
werd voltooid in 1907 en kreeg een voor die tijd
geven hierover uitsluitsel.
dit ontwerpmiddel de indruk van massaliteit
moderne inrichting met stal met tegelvloer en
Er is een situatietekening bewaard van het terrein
vermijden. Ook de beplanting speelde daarbij dan
ondergrondse mestafvoer. Voor een boerderij
uit 1909 van de hand van Poggenbeek. Daaruit
een rol, op de tekening van 1909 is echter nog
heeft het complex een ongebruikelijke
blijkt dat de opzet van het ontwerp tweeledig
geen beplanting aangegeven.
verschijningsvorm: het woongedeelte is
was.
De situering van de paviljoens aan de dwarsassen
ongewoon groot en hoog. Uiteraard moest het
is niet exact spiegelbeeldig; er is steeds een lichte
gebouw dan ook veel meer bewoners huisvesten
Primair is een centraal gelegen, symmetrisch
verschuiving in de symmetrie waarneembaar.
dan alleen een boerengezin. Het complex staat
deel: het feitelijke buitengesticht of wel het
Hierdoor blijft de overzichtelijkheid van de
aan de Boerderijlaan.
zorgcomplex van functionele gebouwen en
plattegrond gehandhaafd, maar ontstaat ook
paviljoens. Ruimtelijk minder pregnant is de
afwisseling in het beeld. Het geheel is te typeren 7 98
PERIODE POGGENBEEK Paviljo e Schro n eder v an de Onrus r Kolk tig Heren e
Paviljo e Donde n rs
Heren 2e klas
Paviljo e Van S n wieten Heren 3e kla s
Paviljo e Swam n merda m
Heren 1e klas
Paviljo en Wier Heren 3e kla s Direct
Gehoo
ium
Werkplaatsen
rzaal Bedrij
ouw Loods (kolen)
Paviljo e Camp n er dame s 2e kla s
De Winge rd TBC Paviljo en
iekenh
Paviljo e Spino n za Dame s 1e kla s
uis
Paviljo e Van S n wieten Dame s 3e kla s Pav il Huy joen g Dam ens 3e k es las
r tua
r
Mo
fsgeb
Jeltje Zuste rz
De situatie rond 1915/1927
schilderachtig van invulling.
De bouwactiviteiten gingen na 1915 door onder
Nu nog steeds is er een duidelijke zichtrelatie
leiding van architect H.J. Kolk, die tot 1928
tussen de paviljoens en het klokketorentje op het
verantwoordelijk was voor de ontwerpen. Uit een
directiegebouw. Vanuit de bewaard gebleven
kaart van Kolk uit 1915 blijkt dat het plan volgens
paviljoens van Poggenbeeks hand is steeds het
de tekening van 1909 in grote lijnen is
torentje te zien. Het is heel goed denkbaar dat
gerealiseerd. De grootste wijzigingen zijn: de drie
Poggenbeek het zicht op het torentje
dwarsassen komen aan de zuidkant niet samen;
weloverwogen als compositorisch, samenbindend
wel is de middelste doorgetrokken naar de
middel heeft ingezet.
Dolderseweg vlak bij het station, vanaf de flauwe bocht in de Directielaan zijn ter weerszijden
iegeb
ouw
als hiërarchisch van opbouw, maar pittoresk of
Aan de noordkant van de Directielaan zijn de
gebogen paden naar de westelijke dwarsas
paviljoens voor mannelijke patiënten ingetekend,
aangelegd. Dit gegeven versterkt de symmetrie,
aan de zuidkant die voor vrouwelijke patiënten.
aan de zuidoostkant van de Directielaan is een
Naast symmetrie en de strikte scheiding tussen
min of meer rechthoekige padenstructuur met
mannen en vrouwen is voor de eerste bouwfase
een cirkelvormig pad als centrum (in rudimentaire
de hiërarchische opzet kenmerkend. Deze blijkt
vorm aanwezig in 1915, uitgewerkt in 1927). In de
uit de plaatsing ten opzichte van de centrale as: de
huidige situatie is dit patroon herkenbaar.
1e klas paviljoens (Spinoza, Swammerdam) het dichtstbij, de 2e klas paviljoens (Camper, Donders
Beide kaarten geven aan dat op de kruispunten
wat verder weg en de 3e klas paviljoens het verste
van de paden beplanting staat; deze speelt een
weg (Huygens, Van Swieten, Van Leeuwenhoek,
belangrijke rol bij het zicht op het complex van
Wier).
buiten af, evenals beplanting langs de
Tenslotte volgde de inrichting nog een
Directielaan, langs de laan richting station en een
psychiatrisch gegeven: de paviljoens met de
deel van de dwarsassen (steeds ondergroei +
meest ‘onrustige’ lijders’ werden het meest
opgaande beplanting). In de huidige situatie is
afgelegen gesitueerd (Boerhaave, Schroeder van
hiervan vooral de laanbeplanting een markant
der Kolk). De scheiding mannen – vrouwen was in
gegeven (veelal eiken, soms dubbele rijen).
die tijd een vaststaand gegeven, evenals het
Het kaartbeeld van 1915/1927 is op te vatten als
onderscheid tussen rustige en onrustige
de climax van de Poggenbeek-aanleg, gebaseerd
patiënten.
op de drie ontwerpprincipes symmetrie (maar niet volledig), scheiding en hiërarchie.
Pav Bo iljoen e On rhaa v r Da ustige e me s
In de opzet van 1909 worden de drie dwarsassen
Bouwactiviteiten in deze periode doen zich vooral
aan de noordzijde doorgetrokken tot de
aan de rand voor in de vorm van toevoeging van
Boerderijlaan, aan de zuidzijde komen ze in een
personeelswoningen aan de Dolderseweg. Deze
punt samen om vervolgens als één pad richting
zijn niet van invloed op de centrale aanleg en de
spoor te lopen. Verder is een aantal slingerende
daarbij gehanteerde principes.
paden op het terrein geprojecteerd. De noordkant is op de kaart wei- en bouwland en moestuin
Op de kaart van 1915 is ook een groot deel van
(‘werkverschaffing patiënten’), de zuidkant
het gebied ten oosten van de Directielaan
‘wandelterrein voor patiënten of bouwland’.
aangegeven. Het terrein is daar dan voor een flink 9 98
PERIODE MERTENS deel bebost, voornamelijk met ‘dennen’. De kaart
De periode Mertens
weerszijden van de centrale as, vlakbij het
geprojecteerd rond een hof. Dit werd voortgezet
geeft echter ook ‘eikenhakhout’ aan
In 1915 waren twee paviljoens, Antonia en
directiegebouw. Dit complex, Vijverhof genaamd,
met het Carré, een complex dat aan drie zijden
(waarschijnlijk oud bos want op een al in 1850
Wilhelmina, naar ontwerp van H.J. Kolk, gebouwd
ontwierp hij in een U-vorm rond twee vijvers.
een intieme binnentuin omsluit.
bebost perceel) en bouw- en weiland. De
aan de zuidkant van de dwarsassen. De paviljoens
Hiermee kwamen voor het eerst gebouwen voor
‘vloeiweiden’ liggen in zo’n hakhoutperceel. Een
waren bedoeld voor patiënten die weer aan het
vrouwen aan de noordkant van de as. De situering
Mertens’ bebouwing oogt heel anders dan die van
tweede, veel kleiner complex vloeivelden, ligt bij
gezinsleven moesten wennen en werden dan ook
was gedeeltelijk spiegelbeeldig. Aan de noordkant
Poggenbeek. Lichte gebouwen met platte daken
de boerderij. Hiervan is niets bewaard gebleven
als vrijstaande burgerwoonhuizen vormgegeven.
werd de binnenruimte, in beide gevallen geleed
maakten plaats voor gevels van roodbruine
(nu golfterrein). Tenslotte is in de bouwfase 1909
De plaatsing hield een afwijking in van de
door een vijver, afgesloten door een in de as
baksteen en forse schuine, ver overhangende
– 1912 een begraafplaats aangelegd met een
symmetrie uit de eerste grote bouwfase, maar
staand pand, aan de zuidkant niet. Wel paste
dakvlakken. Vaak bestaat een paviljoen uit een
mortuarium ten noordoosten van de Directielaan.
was niet onherstelbaar. Aan de noordkant kon
Mertens daar door rooilijnverlegging een
aantal tegen en in elkaar geschoven volumes en
De begraafplaats is echter nooit gebruikt en in de
immers een paar corresponderende panden
‘versmalling’ toe, mogelijk in verband met het
kappen.
huidige aanleg niet herkenbaar.
gebouwd worden. Dat is echter nooit gebeurd; de
zicht op het achtergelegen heideterrein. In de
Meer dan de kaart uit 1915 maakt die uit 1927
principes uit de eerste fase werden eind jaren ’20
huidige situatie is dit zicht door een pergola en
In een aantal opzichten was er ook sprake van
duidelijk dat de Willem Arntsz Hoeve opgevat kan
losgelaten of tenminste veel soepeler
bomen min of meer dichtgezet.
continuïteit. De nieuwbouw uit eind jaren ’20 in
worden als een ‘landschapscatalogus’, met wei- en
gehanteerd. In de periode vanaf 1928 werd het
De formaliteit van het complex zusterhuizen is
het centrale terrein van het terrein is steeds
bouwland, moestuinen, bos en heide. Vooral de
complex van de buitenstichting aanzienlijk
groter dan die in de eerdere aanleg door de
gekoppeld aan de infrastructuur van het eerste
oppervlakte heide ten zuidwesten van de
uitgebreid, zowel met paviljoens als met
kleinere roolijnverschuivingen aan weerszijden
ontwerp. Daardoor is met name. de relatie met de
Directielaan is een opvallend aspect (nog steeds
personeelswoningen. De belangrijkste ontwerper
van de centrale as.
daarin doorgevoerde symmetrie in stand
aanwezig).
in deze bouwfase was architect H.F. Mertens uit
gebleven. Ook het gebruik maken van
Bilthoven.
Het zichteffect van de flauwe bocht in de
landschappelijke kenmerken bleef gehandhaafd.
Architectuur
De personeelswoningen werden opnieuw aan de
Directielaan ging voor een groot deel verloren; de
Zo staat het theehuis op een stuifduintje.
Opvallend is de situering van de paviljoens, die
Dolderseweg gesitueerd, waardoor een (vrij
zusterhuizen en het directiegebouw werden een
Ook in de architectuur is er continuïteit. Net als
allemaal met de lange zijde parallel aan de
ruime) lintbebouwing ontstond. De rand van het
eerste, prominente ‘laag’ in het blikveld. De
Poggenbeek past Mertens veel en grote ramen
noord-zuid lopende dwarsassen liggen. De lange
terrein kreeg zodoende meer expressie, maar
vooruitgeschoven positie van het directiegebouw
toe, bijvoorbeeld in de paviljoens en de
(woon)gevels zijn daarom op het oosten en het
veranderde qua karakter niet.
verminderde omdat de westelijke zusterhuizen er
werkplaatsen in het Carré.
westen georiënteerd. Bij alle paviljoens ligt de
Veel ingrijpender waren de bouwactiviteiten in
vrij dicht achter werden geplaatst.
westgevel aan de dwarsas; hier bevindt zich dan
het centrale deel van de aanleg. Ten zuiden van de
De bouw van het theehuis ( ontwerp Mertens)
ook altijd de ingangspartij. Gemeenschappelijke
Directielaan werden in 1928 twee
waar patiënten hun familie konden ontvangen
verblijfsruimten, serres en afdaken om onder te
vrouwenpaviljoens gebouwd (Eykman, Winkler),
betekende een verdere doorbreking van de
zitten liggen aan de oostgevel, grenzend aan de
ten noorden twee mannenpaviljoens (Van ’t Hoff,
symmetrie en van de strikte scheiding tussen
tuin.
Lorentz). De scheiding mannen – vrouwen bleef
mannen en vrouwen; het werd gebouwd aan de
met de bouw van deze vier paviljoens
noordkant van de Directielaan. De centrale as
De door Poggenbeek ontworpen paviljoens zijn
gehandhaafd. Echter, de symmetrie werd
werd zelf verdicht met een ketelhuis en een nieuw
altijd licht van kleur, meestal zelfs helemaal of
doorbroken: Lorentz en Van ’t Hoff verrezen ten
werkplaatsgebouw met ruimtes voor timmer- en
gedeeltelijk wit. Waarschijnlijk was dit een poging
noorden van de middenas op geheel andere
schilderwerk, een mattenmakerij enz., het
om de bebouwing een vrolijk en licht uiterlijk te
plaatsen dan Eykman en Winkler aan de zuidkant.
zogenaamde Carré (1937).
geven. Het toepassen van de châletstijl (voor
De reden hiervoor is niet duidelijk.
bijvoorbeeld het directiegebouw) heeft een
Tussen 1928 en 1931 werden, eveneens door
Eveneens een nieuw gegeven bij Mertens is de
vergelijkbaar resultaat.
Mertens, aansluitend zes zusterhuizen en een
toepassing van hoven: de zusterhuizen zijn
Cultuurhistorisch waardevol gebied
Bron: Cultuurhistorische Effectrapportage Willem Arntsz Hoeve, 2005
huis voor leidinggevend personeel gebouwd aan 11 98
DE WA-HOEVE NA WOII
1906 STICHTING VAN DE WILLEM ARNTSZ HOEVE
De Willem Arntsz Hoeve na WOII
Huidige situatie
In de periode na 1945 vond aanvankelijk
De huidige situatie bestaat uit de voornamelijk
nauwelijks uitbreiding plaats. Wel werd in 1955
historische bebouwing in de middenas die her en
door Johan van Heerde op de bestaande
der is aangevuld met latere aan- en uitbouwen en
kolenloods een winkeltje ontworpen, met de
tijdelijke bebouwing. Een aantal van de
werkplaats voor vrouwelijke patiënten erachter,
historische paviljoens aan de dwarsassen staat er
nu ‘t Heuveltje genaamd. Het langgerekte
nog steeds, een aantal andere (Swammerdam,
gebouwtje maakt met zijn onderverdieping op een
Donders, Van Swieten, Schroeder van der Kolk,
fraaie manier gebruik van het reliëf in het terrein.
Winkler, Lorentz en van ’t Hoff) is gesloopt.
Pas in de jaren ’60 begon men weer op grotere
Daaromheen staan de forse volumes van de
schaal te bouwen. In 1967 verrees het Deltahuis,
paviljoens uit de jaren ‘70, vrijstaand in het groen
nu Centrale Receptie, naar ontwerp van architect
en zonder duidelijke oriëntatie op de weg.
Wouda.
De laanbeplanting langs de middenas is deels nog
1911 -1912 ONTWERP POGGENBEEK
Landbouwgrond
‘Het meer’, natte hei
aanwezig, maar een ander deel is verdwenen. In de jaren ’70 en ’80 volgden verdere
Vooral langs de dwarsassen, buiten de eigenlijke
uitbreidingen (Dennendal etc.). Deze
middenas, is veel spontane opslag verschenen.
bouwactiviteiten vonden merendeels plaats ten noorden en ten zuiden van de centrale aanleg.
Het terrein van de voormalige WA Hoeve is er in
Deze bebouwing bestaat uit uitgestrekte, maar
de loop der jaren niet overzichtelijker op
lage gebouwen met - conform de bouwstijl van de
geworden. Wel is de oorspronkelijke opzet van
jaren ‘70 - complexe, uitwaaierende
Poggenbeek met de belangrijkste bebouwing in
plattegronden. Uitzondering daarop is de -
de middenas vanaf de Directielaan nog goed
eveneens in de jaren ‘70 gebouwde - centrale
ervaarbaar. Alleen is de relatie tussen middenas
keuken. Het gebouw heeft een eenvoudig volume
en de paviljoens aan de dwarsassen minder
en is enigszins verdiept gelegen. Tijdens de bouw
geworden door de sloop van een aantal nabij de as
was dit de grootste keuken van Europa.
gelegen paviljoens, het verdwijnen van een deel
Naderhand zijn enkele van de paviljoens van
van de laanbeplanting en door het vele, spontaan
Poggenbeek en Mertens gesloopt. Bovendien zijn
opgekomen struikgewas.
her en der tegen de bestaande gebouwen
Vanaf de latere bebouwing ten noorden en ten
aanbouwen verschenen en is noodbebouwing
zuiden (bijvoorbeeld de Centrale Receptie) zijn de
neergezet.
middenas en de logica van de lanenstructuur in
De Eng
‘De zwarte heuvels’ De Eng N
N spoor (kolen)
het geheel niet meer te ervaren. Ook de aan- en uitbouwen en de tijdelijke bebouwing dragen daar
zichtlijn
historische ontsluitingsstructuur
hun steentje aan bij.
zandrug
bebouwing Boerderij
heide
bebouwing Poggenbeek
bos
bebouwing Kolk
tuinen en hoven
bebouwing Mertens
bomenlaan
bebouwing Van Heerde
wandelpad
bebouwing na WOII
De lanenstructuur zelf is overigens goed intact gebleven, afgezien van de versperde laan tussen het Carré en Sylvia Borin.
Bron: Cultuurhistorische Effectrapportage Willem Arntsz Hoeve, 2005
13 98
EIND JAREN ‘20 POGGENBEEK GEREALISEERD
1928-1940 PERIODE MERTENS
NA-OORLOGSE UITBREIDINGEN
moestuin
moestuin
HUIDIGE SITUATIE
moestuin
moestuin
vloeiweiden
bos
N
N
N
N spoor (kolen)
spoor (kolen)
zichtlijn
historische ontsluitingsstructuur
zichtlijn
historische ontsluitingsstructuur
zandrug
bebouwing Boerderij
zandrug
bebouwing Boerderij
heide
bebouwing Poggenbeek
heide
bebouwing Poggenbeek
bos
bebouwing Kolk
bos
bebouwing Kolk
tuinen en hoven
bebouwing Mertens
tuinen en hoven
bebouwing Mertens
bomenlaan
bebouwing Van Heerde
bomenlaan
bebouwing Van Heerde
wandelpad
bebouwing na WOII
wandelpad
bebouwing na WOII
15 98
HISTORISCHE BEBOUWING DE GEBOUWEN OP HET TERREIN VAN DE WA-HOEVE
Monumenten
herkenbare lagen in de bouwgeschiedenis
begrip ontstaat van de verschillende bouw- en
De Historische Middenas is rijk aan monumentale
aanwezig:
architectuurstijlen en ruimteconcepten en hun
panden, die bescherming genieten op
•
periode Poggenbeek (1911-1912) met
kleurgebruik. Het kleuronderzoek helpt
gemeentelijk- en rijksniveau. Een gedeelte van het
midden- en dwarsassen en paviljoens in
ontwikkelaars en architecten te laten zien hoe
terrein van de WA-Hoeve is aangewezen als
‘verstrooide’ symmetrie
een ontwerp bedoeld is. De resultaten uit het
periode Mertens (1928-1938) met de
onderzoek leveren uitgangspunten voor een
Vijverhof en het Carré, waarmee besloten
restauratie- of transformatieplan. Het gaat hierbij
Voor de gebouwen zal een nieuwe functie
‘kamers’ ontstonden die in een oogopslag te
om gefundeerd en bewust architectonische of
gevonden moeten worden, waarbij in bijna alle
overzien zijn.
technische keuzes te kunnen maken gedurende
gemeentelijke monumentale structuur.
•
gevallen restauratie en/of renovatie noodzakelijk
het ontwerp en bouwproces.
is. De uitgangspunten voor transformatie zijn op
Ook architectonisch zijn deze lagen helder: bij
hoofdlijnen opgenomen in dit document en in het
Poggenbeek witte kleur, bij Mertens baksteen en
De gebouwen
Beeldkwaliteitsplan. De precieze manier waarop
forse kappen.
Per gebouw is in het voorliggende document een
moet echter nog worden gevonden en vraagt voor
Daarnaast zijn er een aantal beeldbepalende
beschrijving (in tekst en archieftekeningen)
elk individueel gebouw om een zorgvuldige
panden die door Johan van Heerde zijn ontworpen
gegeven van het pand en de
afweging.
of aangepast.
verbouwingsgeschiedenis. Van de beschermde rijksmonumenten is de monumentenbeschrijving
Transformatiekaders
Integraal kleurhistorisch onderzoek
bijgevoegd.
Uitgangspunt bij de transformatie van de
Onderdeel van de integrale aanpak is het laten
Afhankelijk van de aanpak en ingrepen aan de
Historische Middenas is behoud en versterking
uitvoeren van een integraal kleurhistorisch
individuele monumenten zal aanvullend
van de monumentale structuur, waarbij rekening
onderzoek conform de Uitvoeringsrichtlijnen
bouwhistorisch onderzoek nodig zijn.
gehouden dient te worden met de historische
Kleurhistorisch onderzoek (URL 2004) van de
ontwikkeling en cultuurhistorische waarden van
ERM. Voor de WA-Hoeve volstaat een
Om een compleet beeld te geven van de Willem
het complex en de individuele panden.
Kleurhistorische verkenning.
Arntsz Hoeve zijn ook de monumentale gebouwen
De transformatie van het complex van de WA-
Doel van het onderzoek is om het veranderend
in de Zorgkern beschreven. Deze maken echter
Hoeve is een integrale opgave: een ensemble van
historisch kleurbeeld van het complex en van de
geen deel uit van de ontwikkeling en het
monumentale gebouwen en monumentaal groen,
verschillende tijdslagen in beeld te brengen. Het
Bestemmingsplan.
dat als een eenheid wordt opgepakt.
kleuronderzoek brengt de geschiedenis van het materiaal, kleur- en verfgebruik op de
Binnen deze eenheid zijn een aantal duidelijk
architectuur naar voren, waardoor een beter 17 98
DATERING EN MONUMENTALE STATUS
OVERZICHT BEBOUWING NB
11. GM
9.
RM
GM
NB
NB
8.
GM
RM
RM
GM
NB
GM
1.
RM
2.
10.
4.
3.
5.
RM
6.
7.
NB
14.
NB RM
13.
NB
F.W.M. Poggenbeek 1911-1912
15.
GM
H.J. Kolk 1915 H.F. Mertens 1928-1938 NB
GM
J. van Heerde jaren ‘30 - jaren ‘60
NB
NB NB
na WOII GM
RM
rijksmonument
GM
gemeentelijk monument
NB
niet beschermd
NB
GM NB NB
1. Directiegebouw 2. Gehoorzaal 3. Bedrijfsgebouw 4. Linnengebouw / Bakkerij 5. Ketelhuis 6. Carré 7. De Wingerd 8. Theehuis 9. Oud Wier 10. ‘t Heuveltje 11. Mortuarium 12. Spinoza 13. Sylvia Borin 14. Rijwielbergplaats 15. Jeltje 16. Camper 17. Wilhelmna & Antonia 18. Boerhaave 19. Bloementuin en kassen plangrens HMA (Historische Middenas)
12.
16.
17.
18. 19.
grens gemeentelijk beschermde structuur 19 98
1. DIRECTIEGEBOUW Architect: Bouwjaar: Status:
F.W.M. Poggenbeek 1911-1912 Rijksmonument
Verbouwingsgeschiedenis
Rijksmonumentomschrijving Complexonderdeel 1 Monumentnummer 510223
Tegen het middenrisaliet stond oorspronkelijk een aanbouw van één bouwlaag onder een plat. Nu is het directiegebouw verbonden met een moderne uitbreiding die buiten de bescherming
Prominent op de oude middenas van het complex
In 1936 is de aanbouw aan de achterzijde met
Vrijstaand KANTOORGEBOUW op
valt. Aan de rechterzijde van de achtergevel
ligt het hoofdgebouw. Het heeft een
daarin het cursuslokaal uitgebreid t.b.v. een
samengestelde plattegrond van twee bouwlagen
bevindt zich een serre onder lessenaarsdak
representatieve uitstraling dankzij de
leslokaal, laboratoria en een rontgenkamer. Het
onder samengesteld zadel- en schilddak met rode
waarin een samengesteld vijflichtsvenster is
symmetrische opzet en het torentje. Het gebouw
ontwerp is van H.F. Mertens in de hem
kruispannen gedekt. De goot rust op
gezet. De zijgevels hebben een verschillende
bestaat uit twee bouwlagen en een schilddak, dat
kenmerkende baksteenarchitectuur.
geprofileerde klossen. De gevels zijn bepleisterd
indeling. De gevel aan de noordzijde heeft drie
met uitzondering van de plint, de getoogde
vensterassen, terwijl de zuidgevel één vensteras
aan de voorzijde wordt doorbroken door een topgevel. Deze bekroont een iets naar voren
Vervolgens zijn er in de jaren ‘60 aanpassingen
strekken boven de vensters en de cordonbanden
heeft. Tegen laatstgenoemde gevel bevindt zich
springend middendeel, de zogenaamde
gedaan, waarbij de entree is ‘gemoderniseerd’ en
ter hoogte van de strekken in de eerste bouwlaag
een moderne brandtrap.
middenrisaliet.
de inpandige structuur van het pand vertroebeld
en de boven- en onderdorpels van de vensters in
Net als de andere gebouwen die in de
is geraakt.
de tweede bouwlaag. Deze waren oorspronkelijk
Op het samengestelde dak zijn vier dakkapellen
beginperiode naar ontwerp van F.W.M.
De vluchttrappen zijn na 1963 aangebracht.
in schoon metselwerk uitgevoerd, maar zijn
onder steekkappen geplaatst. Op de kruising van
Poggenbeek tot stand kwamen is het gebouw wit
tegenwoordig in de kleur van de bepleistering
de nokken is een klokkenstoel gezet met
gepleisterd met accenten in baksteen zoals de
gesausd, waardoor het beoogde effect van de
gemetselde onderbouw en een houten opbouw
cordonbanden en de ontlastingboogjes boven de
tegenstelling tussen bepleisterde en
met gesneden stijlen, waartegen wijzerplaten zijn
ramen en deuren. Het hoofdgebouw is in zekere
onbepleisterde geveldelen verloren is gegaan. De
aangebracht. Het torentje heeft als bekroning een
zin hybride: het is een klassiek, symmetrisch
venstertypen die gebruikt zijn beperken zich
uitzwenkend, met leien gedekte spits, waarboven
opgezet complex dat de centrale as van het
voornamelijk tot twee- en drielichtsvensters met
een windvaan met de letters WAH is geplaatst.
terrein markeert, waardoor het een van de
roedenbovenlichten. De voorgevel, aan de
belangrijkste structurerende elementen is. Deze
westzijde, heeft een symmetrische indeling van
Waardering complexonderdeel 1
formele opzet past bij de functie: hier bevonden
zeven vensterassen. Het middenrisaliet, dat een
Het directiegebouw van de W.A. Hoeve is van
zich de bestuursafdelingen, de directie en de
topgevelbeëindiging met steekkap heeft, is drie
grote cultuurhistorische waarde alsmede van
administratie. Het formele karakter van het
assen breed en heeft op de middenas de
ensemble waarde als functioneel onderdeel van
complex wordt verzacht door de informele
hoofdingang die geflankeerd wordt door een
de W.A. Hoeve. Tevens is het gebouw van
chaletstijl die direct uit de ongerepte Zwitserse
drielichtsvenster, waarboven een ontlastingsboog
architectuurhistorische waarde vanwege het
bergen lijkt te zijn geïmporteerd en die destijds
is gezet. In de tweede bouwlaag zijn drie
bouwtype en de oorspronkelijke detaillering van
vooral voor villa’s populair was.
drielichtsvensters geplaatst, terwijl in de top, die
het exterieur.
met verticaal vakwerk is versierd, een liggend
Bron: Noor Mens, Het ontstaan van de WA Hoeve in Den Dolder
zeslichtsvenster met een in het midden geplaatst dubbel draairaam en bovenlichten is gezet. Onder het vakwerk is een zaagtandlijst aangebracht. De achtergevel heeft wat de hoofdstructuur betreft een gevelindeling die gelijk is aan de voorgevel. Het middenrisaliet heeft hier echter een kleinere voorsprong en bezit een groot drielichts trapvenster in de verdieping. 21 98
DIRECTIEGEBOUW | OORSPRONKELIJK ONTWERP 1909
23 98
DIRECTIEGEBOUW | UITBREIDING 1936 (LABS, LESLOKALEN, RÖNTGEN)
DIRECTIEGEBOUW | VERBOUWING BG 1960
25 98
DIRECTIEGEBOUW | AANPASSINGEN GEVEL 1963
DIRECTIEGEBOUW | HUIDIGE SITUATIE
27 98
2. GEHOORZAAL Architect: Bouwjaar: Status:
F.W.M. Poggenbeek 1911-1912 Rijksmonument
Verbouwingsgeschiedenis
Rijksmonumentomschrijving Complexonderdeel 2 Monumentnummer 510224
breed die door een steunbeer gescheiden worden.
zijgevel heeft vier stalen achtruitsvensters die
De steunberen zijn op twee plaatsen voorzien van
per twee door smalle muurdammen gekoppeld
een geprofileerde steen, waarboven de steunbeer
zijn. Boven deze vensters is een natuurstenen
zich verjongt. Op elke as is tussen de steunberen
plaquette aangebracht, waarop ‘Gehoorzaal’
De gehoorzaal behoort tot de eerste gebouwen
De gehoorzaal wordt aan twee zijden ontsloten,
Vrijstaande GEHOORZAAL op samengestelde
een roedenvenster geplaatst. Voor de voor- en
vermeldt staat. De rechter zijgevel heeft een
van de Willem Arntsz Hoeve en ligt op de centrale
met aan de zuidzijde de entree voor de vrouwen,
plattegrond van één bouwlaag, onder zadeldak
achtergevel (noord- en zuidzijde) is in de jaren
onder een zadeldak gedekte kleinere aanbouw,
as van het complex, achter het hoofdgebouw. Het
aan de noordzijde de entree voor de mannen.
met rode kruispannen gedekt en met de nok
vijftig van de twintigste eeuw een aanbouw onder
die geflankeerd wordt door een lager zijvolume
gebouw was bestemd voor ontspanning van
In 1952 heeft eeen verbouwing plaats gevonden
evenwijdig aan de weg.
een plat gebouwd met een vooruitspringende
onder keperdak. Vanuit de hoeken lopen twee
patiënten en personeel. Er vonden zang- en
waarbij de kelder en het toneel vergroot zijn. Deze
Op de nok van het dak is op de middenas een
ingangspartij onder een licht hellend plat dat
steunberen langs de gevel van het hoofdvolume
toneeluitvoeringen plaats en het was tevens
verbouwing is in de stijl van Poggenbeek
achtzijdige klokkenstoel of dakruiter gezet,
uitloopt in een rondboogvormige, overhangende
omhoog die met een geprofileerde deksteen
bestemd voor het doen van
uitgevoerd.
bekroond door een met leien gedekte spits. Alle
luifel. Deze aanbouw valt buiten de
worden afgesloten.
godsdienstoefeningen. Later werd de gehoorzaal
In 1957 zijn de entreeportalen met garderobe,
gevelzijden zijn wit bepleisterd met uitzondering
rijksbescherming. Tegen de linkerzijgevel staat
voornamelijk gebruikt voor lichamelijke oefening.
toiletten, buffet en bergruimte vergroot en
van drie horizontale banden in schoon metselwerk
een aanbouw onder een zadeldak, waarvan de
Waardering complexonderdeel 2
voorzien van luifels. In deze periode zijn ook de
waarmee de korte zijgevels zijn versierd.
nok- en goothoogte lager is dan van het
De gehoorzaal is van cultuurhistorische waarde
dakkapellen verwijderd.
Het gebouw bestaat uit een in het midden
hoofdvolume. Deze wordt geflankeerd door een
vanwege de oorspronkelijke functie alsmede van
geplaatst hoofdvolume en is zeven vensterassen
kleiner bouwvolume onder een lessenaarsdak. De
ensemble waarde als onderdeel van de eerste
Bron: Noor Mens, Het ontstaan van de WA Hoeve in Den Dolder
bebouwing op het terrein van de W.A. Hoeve.
29 98
GEHOORZAAL | OORSPRONKELIJK ONTWERP 1909
31 98
GEHOORZAAL | UITBREIDING KELDER EN TONEEL 1952
GEHOORZAAL | AANPASSING ENTREES 1957
GEHOORZAAL | HUIDIGE SITUATIE
33 98
3. BEDRIJFSGEBOUW Architect: Bouwjaar: Status:
F.W.M. Poggenbeek 1911-1912 Gemeentelijk monument
Verbouwingsgeschiedenis
Het bedrijfsgebouw maakt deel uit van het
Oorspronkelijk bestond het plan om alle
symmetrische complex dat in het begin van de
voorkomende bedrijven in eigen beheer uit te
twintigste eeuw werd gebouwd naar ontwerp van
voeren en in één gebouw onder te brengen. Hier is
architect Poggenbeek. Het ligt op de middenas
men echter op terug gekomen. Dit is waarschijnlijk
van het terrein, achter het hoofdgebouw en de
de reden waarom van het oorspronkelijke
gehoorzaal. Het bedrijfsgebouw heeft een
ontwerp van Poggenbeek uit 1909, dat een
T-vormige plattegrond en huisvestte
beduidend groter gebouw voorsteldem het
oorspronkelijk in de dwarsbalk van de T de
achterste gedeelte niet uitgevoerd is.
conversatie- en eetkamers voor het personeel. Op de eerste verdieping bevonden zich de
Het bedrijfsgebouw heeft diverse verbouwingen
vertrekken voor de vrouwelijke arts, de
en uitbreidingen ondergaan, waarbij het steeds
apothekers, de adjunct-directrice en andere
aangepast werd aan de wensen en eisen van de
vrouwelijke personeelsleden. Op de
bedrijsvoering:
zolderverdieping waren de kamers voor de
•
leerlingverpleegsters. In de poot van de T die haaks op de hoofdbouw staat, werden de centrale
1928 uitbreiding serres westzijde door H.F. Mertens
•
keuken, de spoelkeuken, de groente- en
1934 uitbreiding met wasserij aan oostzijde door J. van Heerde
aardappelkeuken, de broodkamer en de
•
1940 uitbreiding keuken door J. van Heerde
provisiekamer ondergebracht. Daarachter lagen
•
1957 uitbreiding toiletten naai- en
het linnenmagazijn en de naaikamers.
Bron: Noor Mens, Het ontstaan van de WA Hoeve in Den Dolder
strijkkamer door J. van Heerde •
1960 indeling wasserij
•
1960 ontspanningscentra en eetzalen voor personeel door J. van Heerde
•
1964 verbouwing intern
•
1973 aanpassingen gevels wasserij
•
1979 aanpassen gevel keuken tbv kapel
•
1984 aanpassingen gevels wasserij
•
1988 aanpassingen kozijnen en plaatsen lift
•
2009 aanpassingen gevels wasserij
35 98
BEDRIJFSGEBOUW | OORSPRONKELIJK ONTWERP 1909
37 98
BEDRIJFSGEBOUW | UITGEVOERD ONTWERP 1912
39 98
BEDRIJFSGEBOUW | UITBREIDING SERRES 1929
BEDRIJFSGEBOUW | UITBREIDING WASSERIJ 1934
41 98
BEDRIJFSGEBOUW | VERBOUWING KEUKEN 1940
BEDRIJFSGEBOUW | HUIDIGE SITUATIE
43 98
4. LINNENGEBOUW - BAKKERIJ BAKKERIJ | OORSPRONKELIJK ONTWERP 1938 Architect: Bouwjaar: Status:
J. van Heerde 1938 Geen status
Vlak achter het bedrijfsgebouw ligt de linnendienst, ook wel linnenkamer genoemd. Aanvankelijk werd hier de bakkerij ondergebracht. Het gebouw werd in 1938 ontworpen door J. van Heerde in de stijl van de gebouwen die naar ontwerp van H.F. Mertens tot stand waren gekomen: een mengeling van de Nieuwe Zakelijkheid, een sobere vorm van de Amsterdamse School en het plastisch kubisme van W.M. Dudok.
Bron: Noor Mens, Het ontstaan van de WA Hoeve in Den Dolder
Verbouwingsgeschiedenis In 1991 is de bakkerij verbouwd tot linnengebouw, waarbij aan de zuidoost- en noordwest zijde aanbouwen met een platdak gerealiseerd zijn.
45 98
BAKKERIJ | UITBREIDINGEN 1991 (LINNENGEBOUW)
BAKKERIJ | HUIDIGE SITUATIE (LINNENGEBOUW)
47 98
5. KETELHUIS KETELHUIS | OORSPRONKELIJK ONTWERP 1928 Architect: Bouwjaar: Status:
H.F. Mertens 1928 Gemeentelijk monument
Verbouwingsgeschiedenis
Oorspronkelijk werden de paviljoens elk
De uitbreiding van 1937 is naar ontwerp van J. van
afzonderlijk verwarmd door stoom van lage druk.
Heerde in de stijl van de oorspronkelijke
Bij de uitbreidingen die vanaf 1928 gerealiseerd
architectuur. Het gebouw is letterlijk naar het
werden naar ontwerp van H.F. Mertens, werd
zuiden toe geëxtrudeerd.
overgegaan op een centraal geregelde
In 1951 is een generatorruimte tgen de westzijde
verwarming. Daarvoor werd een ketelhuis
gebouwd.
gebouwd in de hoofdas van het complex, achter
De kolenbunker aan de oostzijde wordt in 1973
het bedrijfsgebouw. De overcapaciteit zou
verbouwd tot kantoor en werkplaats voor de
gebruikt kunnen worden voor een eigen wasserij,
technische dienst. Hierbij wordt het beeld met de
die in 1935 in gebruik werd genomen. In 1937
rondbogen verstoord.
werd het ketelhuis uitgebreid . Een restant van de schoorsteen is nog aanwezig.
Bron: Noor Mens, Het ontstaan van de WA Hoeve in Den Dolder
49 98
KETELHUIS | OORSPRONKELIJK ONTWERP 1928
KETELHUIS | UITBREIDING 1938
51 98
KETELHUIS | UITBREIDING 1951
KETELHUIS | AANPASSING TBV TECHNISCHE DIENST 1973
KETELHUIS I HUIDIGE SITUATIE
53 98
6. CARRÉ Architect: Bouwjaar: Status:
H.F. Mertens 1936-1937 Rijksmonument
Verbouwingsgeschiedenis
Rijksmonumentomschrijving Complexonderdeel 3 Monumentnummer 510225
Het paviljoen aan de westzijde is negen
20ste eeuw ontwikkeld werd, alsmede van
vensterassen breed, het paviljoen aan de zuidzijde
architectuurhistorische betekenis vanwege de
is veertien vensterassen breed, aan de oostzijde
Nieuw-Zakelijke invloeden en bouwtype en als
staat een paviljoen van zes vensterassen breed,
onderdeel van het oeuvre van architect Mertens.
In de jaren dertig werd een aantal gebouwen
Het Carré is redelijk in oorspronkelijke staat.
Langs de rechterzijde van de centrale as gelegen
aan de noordzijde bevind zich een paviljoen van
Tevens van ensemble waarde als onderdeel van de
gerealiseerd, bestemd voor de arbeids- en
De volgende aanpassingen hebben plaats
gekoppelde WERKPLAATSPAVILJOENS die in
vijf vensterassen breed en tot slot in de
W.A. Stichting.
creatieve therapie en de ontspanning van de
gevonden:
een carrévorm gegroepeerd zijn. De werkplaatsen
noordwest hoek staat het kleinste, geheel
patiënten. Deze zogenaamde ‘nieuwe
•
1962 aanpassingen noord- en zuidgevel
worden op twee hoeken door middel van lagere
vrijstaande paviljoen met een aanbouw
werkplaatsen’, werden naar ontwerp van H.F.
•
1963 aanpassing toiletruimten
bouwvolumes met elkaar verbonden. Deze
overeenkomstig de eerder genoemde lagere
Mertens in een carrévorm gerealiseerd. Ze
•
golfplaten overkappingen
tussenvolumes hebben platte daken zonder
bouwvolumes. Deze aanbouw heeft een
vervingen de ‘oude werkplaatsen’ die Poggenbeek
overstek en bezitten gesloten gevels, in
gewijzigde vensterindeling.
in de beginfase had gerealiseerd.
tegenstelling tot het open karakter van de gevels
Die gingen nu dienst doen als opslagruimten. In de
van de werkplaatsen. De paviljoens zijn één
Aan de west- en noordzijde van de carrévorm
nieuwe werkplaatsen kwamen de ruimten voor
bouwlaag hoog en hebben overstekende platte
bevinden zich doorgangen naar de binnenplaats
timmer- en schilderwerk, de mattenmakerij, de
daken. De gevels zijn uit baksteen in
met een gazon en een ronde vijver. Deze
cartonnage-afdeling en de kleermakerij. Het
klezoorverband opgetrokken en zijn voorzien van
binnenplaats valt onder de rijksbescherming.
gebouw bestaat uit één bouwlaag en is
grote stalen twaalfruitsvensters met keramische
opgetrokken in baksteen. Dankzij de grote ramen
onderdorpels. Op de hoeken bevindt zich een
Waardering complexonderdeel 3
zijn de vertrekken licht, wat kenmerkend was voor
stalen rondvenster.
Van cultuurhistorische waarde als voorbeeld van
de architectuur van die tijd. Mertens’ architectuur
De paviljoens hebben verschillende afmetingen.
een therapievorm die in de eerste helft van de
wijkt af van die van Poggenbeek: de chaletstijl werd vervangen door een mengeling van geserreerde Amsterdamse School, de sobere zakelijkheid die door ontwerpers als J.J.P. Oud werd gepropageerd, en de plastische architectuur van W.M. Dudok, ontwerper van onder andere het fameuze raadhuis van Hilversum.
Bron: Noor Mens, Het ontstaan van de WA Hoeve in Den Dolder
55 98
CARRÉ | OORSPRONKELIJK ONTWERP 1935
CARRÉ | HUIDIGE SITUATIE
57 98
7. DE WINGERD - TBC PAVILJOEN TBC PAVILJOEN | OORSPRONKELIJK ONTWERP 1909 Architect: Bouwjaar: Status:
F.W.M. Poggenbeek 1911-1912 Rijksmonument
TBC PAVILJOEN | HUIDIGE SITUATIE
Rijksmonumentenomschrijving Complexonderdeel 4 Monumentnummer 510226
De Wingerd behoort tot de oudste gebouwen van
Een aan de rechterzijde van de hoofdas gelegen
de Willem Arntsz Hoeve. Het was een barak waar
TBC-PAVILJOEN van één bouwlaag op
slechts een klein aantal patiënten ondergebracht
rechthoekige plattegrond onder een plat dak met
kon worden die ongeschikt waren om in de grotere
overstek op klossen met peerkraalmotief. De
gemeenschappelijke zalen te worden
bakstenen gevels zijn bepleisterd met
ondergebracht. Het was lange tijd in gebruik als
uitzondering van de plint, een horizontale band ter
TBC paviljoen voor klinische patiënten van de
hoogte van de bovendorpels en de strekken
gehele Willem Arntsz Stichting. In 1986 werd de
boven de vensters en deuren. De voorgevel aan de
barak verbouwd tot therapie-gebouw.
westzijde is zeven vensterassen breed en heeft
Voorgevel
Linker zijgevel
Achtergevel
Rechter zijgevel
een symmetrische indeling met drie- en
Bron: Noor Mens, Het ontstaan van de WA Hoeve in Den Dolder
tweelichtsvensters voorzien van bovenlichten en roedenindeling. Op de middenas bevindt zich de ingangspartij bestaande uit een samengesteld
Verbouwingsgeschiedenis
waartegen zowel uiterst links als rechts is een
goede staat van onderhoud. De verbouwingen uit
roedenvensters zijn gezet. Hiertussen bevinden
het verleden hebben betrekking op modernisering
aangebouwd, waarin twee kleine staande
roedenbovenlicht, een pseudo kruisvenster en
binnenwanden verwijderd waardoor de
een drielichts roedenvenster. Aan de
oorspronkelijke structuur vertroebeld is.
geveluiteinden is een staand roedenvenster gezet.
electra
zich van links naar rechts een dubbele deur met
van sanitair en keuken. Daarnaast zijn een aantal
klein risalerend bouwvolume onder een plat dak De Wingerd is nog in redelijk originele staat en in
De achtergevel heeft een symmetrische opzet,
venster waarin een deur met zij- en bovenlichten.
RUIJSSENAARS-CRETIER architectenburo
Begane grond
A B C
Op een kaart uit 1951 staat het gebouw als Matrassenmakerij aangeduid.
D
Datum
De Wingerd
Tekenaar
JS
16-05-2006
Locatie: Dolderseweg 164 te Den Dolder
Formaat
600x800
Opdrachtgever: Altrecht
Schaal
1:100 / 1:50
Werk
Blad
06.034
400
REVISIETEKENING excl. terrasuitbreiding en riolering
De linker zijgevel heeft een tweede ingang bestaande uit een deur met bovenlicht die links van de middenas geplaatst is. De rechterzijgevel is blind.
Waardering complexonderdeel 4 Van cultuurhistorische waarde vanwege oorspronkelijke functie alsmede van ensemble waarde als historisch onderdeel van de eerste ontwikkeling W.A. Hoeve.
Voorgevel
Linker zijgevel
Achtergevel
Rechter zijgevel
59 98
8. THEEHUIS THEEHUIS | OORSPRONKELIJK ONTWERP 1931 Architect: Bouwjaar: Status:
H.F. Mertens 1931 Gemeenteljik monument
In de jaren dertig werd een aantal gebouwen voor de arbeids- en creatieve therapie gebouwd. Een ervan was het theehuis, naar ontwerp van architect Mertens. Het werd opgetrokken in een rustieke stijl. Patiënten konden hier hun bezoekers ontvangen. Behalve een consumptie konden hier ook producten worden gekocht die de patiënten tijdens de arbeidstherapie hadden gemaakt. In 1968 werd aan het theehuis het Sociaal Cultureel Centrum (SCC) gebouwd. Het centraal in het W.A. Hoeve-complex gelegen theehuisje bestaat uit een begane grond en een ver overstekend, rieten zadeldak. Het theehuis uit 1931 is in een Amsterdamse Schoolstijl met Nieuw Zakelijke invloeden gebouwd en vormt een van de architectonische hoogtepunten van de W.A. Hoeve.
Bron: Noor Mens, Het ontstaan van de WA Hoeve in Den Dolder
De uitbreiding uit de jaren ‘60 valt niet onder de gemeentelijke bescherming.
61 98
THEEHUIS | UITBREIDING 1967
THEEHUIS | BESTAANDE SITUATIE
63 98
9. PAVILJOEN WIER - OUD WIER OUD WIER | OORSPRONKELIJK ONTWERP 1911-1912 Architect: Bouwjaar: Status:
F.W.M. Poggenbeek 1911-1912 Gemeentelijk monument
Verbouwingsgeschiedenis
Wier was bestemd voor 56 rustige mannen uit de
Het paviljoen is in meerdere fasen uitgebreid. De
laagste klasse. Het heeft een verdieping meer dan
tekeningen van de bestaande toestand in 1980
de andere paviljoens. Het afgebroken paviljoen
laten al een uitbreiding zien aan de oostzijde op de
Van Swieten, dat aan de andere zijde van de
begane grond waarbij de oorspronkelijke
centrale as lag, had dezelfde opzet en was
structuur met de dagzalen verloren is gegaan.
bestemd voor rustige vrouwen derde klasse.
Ook op de 1e verdieping zijn de slaapzalen
In tegenstelling tot de paviljoens voor de hogere
aangepast t.b.v. kleine kamers, sanitaire ruimten
klasse die hoofdzakelijk uit een-, twee- en
en een huiskamer.
vierpersoonskamers bestonden, hadden de derde
In 1980 wordt een deel van de oostelijke
klas paviljoens hoofdzakelijk zalen variërend voor
uitbreiding gesloopt.
vijf tot tien patiënten. De bovenste verdieping
De brandtrap aan de noordzijde dateert uit 1961.
was bestemd voor het verplegend personeel
De karakteristieke schoorstenen zoals op de historische foto te zien zijn niet meer aanwezig.
Bron: Noor Mens, Het ontstaan van de WA Hoeve in Den Dolder
65 98
OUD WIER | NIEUWE GEVELS 1980
OUD WIER | HUIDIGE SITUATIE
67 98
10. ‘T HEUVELTJE - HET VIJFDE SEIZOEN ‘T HEUVELTJE | OPSLAGLOODS 1940 Architect: Bouwjaar: Status:
J. van Heerde 1940 Gemeentelijk monument
Verbouwingsgeschiedenis
De oorspronkelijke functie van paviljoen ‘t
Op de terreintekening van H.J. Kolk uit 1915 en
Heuveltje was een loods voor kolen en berging van
luchtfoto’s uit de periode Poggenbeek is op deze
materialen. In 1954 werd het gebouw verbouwd
locatie al bebouwing te zien. Op de bouwtekening
tot werkplaats voor vrouwen. Naar ontwerp van
uit 1940 van J. van Heerde is te zien dat een
Christoph Seyfferth is het paviljoen in 1998
nieuwe loods op de bestaande betonvloer en
verbouwd tot kunstenaarsverblijf, waarmee de
betonnen keerwanden gebouwd wordt.
naam van het gebouw veranderde in Het Vijfde
Hoogstwaarschijnlijk is het oorspronkelijke
Seizoen. Hij gaf de herinrichting de titel
gebouw door Poggenbeek ontworpen.
‘Spartaanse Luxe’ mee. Het gebouw werd vrijwel geheel gestript. Alleen de keuken is gehandhaafd.
De verbouwing in 1956 tot werkruimte voor
De wanden zijn wit gepleisterd en in het interieur
vrouwen is net als de verbouwing in 1940 van de
zijn verplaatsbare meubels neergezet. Zelfs de
hand van J. van Heerde.
badkuip is verrijdbaar. De bank is aan het tapijt verankerd en staat op een podium op wielen. Aan de buitenzijde is boven de ingang een luifel aangebracht die gemaakt is van de letters die de woorden ‘Het Vijfde Seizoen’ vormen, de titel van het project. Rondom de ingang zijn gemetselde bloembakken aangebracht, waarin rabarber is geplant. Elk seizoen werd een andere kunstenaar uitgenodigd om hier te wonen en te werken en samen met de patiënten een kunstwerk te realiseren. Op deze manier zou de maatschappij letterlijk dichterbij kunnen worden gebracht.
Bron: Noor Mens, Het ontstaan van de WA Hoeve in Den Dolder
69 98
‘T HEUVELTJE | VERBOUWING TOT VROUWENWERKPLAATS 1956
‘T HEUVELTJE |HUIDIGE SITUATIE
71 98
11. MORTUARIUM - LIJKENHUIS LIJKENHUIS | OORSPRONKELIJK ONTWERP 1909 Architect: Bouwjaar: Status:
F.W.M. Poggenbeek 1911-1912 -
LIJKENHUIS | VERBOUWING 1968 EN HUIDIGE SITUATIE
Verbouwingsgeschiedenis
Vrij achteraf op het terrein ligt het mortuarium,
De oorspronkelijke architectuur van de gevels
oftewel het lijkenhuisje. Dit is een gebouwtje dat
was vergelijkbaar met de Wingerd, het TBC-
ook tot de oorspronkelijke opzet van de Willem
paviljoen. Bij de verbouwing in 1968 is het
Arntsz Hoeve behoorde. Het was in dezelfde stijl
gebouw uitgebreid en zijn de gevels ingrijpend
opgetrokken als het hoofdgebouw, de gehoorzaal
gewijzigd.
en het bedrijfsgebouw en is wit gepleisterd, met delen in baksteen. Het gebouwtje heeft één bouwlaag en een plat dak. Door een verbouwing is de gevelindeling gewijzigd en is de oorspronkelijke stijl verloren gegaan.
Bron: Noor Mens, Het ontstaan van de WA Hoeve in Den Dolder
73 98
12. PAVILJOEN SPINOZA Architect: Bouwjaar: Status:
F.W.M. Poggenbeek 1911-1912 Gemeentelijk monument
Verbouwingsgeschiedenis
Ook in de psychiatrie was het gebruik patiënten in
Op de oorspronkelijke ontwerptekeningen is de
verschillende klassen in te delen. Het
éénlaagse uitbreiding aan de noordzijde niet
klassenonderscheid kwam in de architectuur niet
aanwezig. Deze is echter wel te zien op de
zozeer in de afwerking van het exterieur tot uiting
terreintekening van H.J. Kolk uit 1915 en
– ook hier paste Poggenbeek opnieuw de
luchtfoto’s uit de periode Poggenbeek. Deze
chaletstijl toe – maar bepaalde wel de indeling van
uitbreiding is in de stijl van het paviljoen.
het gebouw. Spinoza was bestemd voor dames
In de loop der tijd hebben er diverse aanpassingen
eerste klas. Deze patiënten hadden doorgaans
aan zowel het interieur als aan het exterieur
een eenpersoonskamer tot hun beschikking en
plaats gevonden, waarbij o.a. de karakteristieke
brachten veel tijd door in de dagverblijven.
schoorstenen verdwenen zijn en de expressie van
Spinoza telde drie van deze salons, die waren
gevels is afgezwakt.
bedoeld voor tien of elf patiënten. Ze handwerkten er, lazen en deden gezelschapsspelen. Hoe vriendelijk de uitstraling van de eerste klas paviljoens ook was, toch ontbraken voorzieningen als een isoleercel niet. Het ‘broertje’ van Spinoza was paviljoen Swammerdam, dat inmiddels is afgebroken. Het lag precies tegenover Spinoza aan de andere kant van de centrale as. Swammerdam was bestemd voor heren en op dezelfde manier ingedeeld als Spinoza, zij het dat een van de dagverblijven als biljartzaal dienst deed.
Bron: Noor Mens, Het ontstaan van de WA Hoeve in Den Dolder
75 98
PAVILJOEN SPINOZA | OORSPRONKELIJK ONTWERP (1909)
PAVILJOEN SPINOZA | ONGEDATEERD
77 98
PAVILJOEN SPINOZA | HUIDIGE SITUATIE
79 98
13. SYLVIA BORIN
14. RIJWIELBERGPLAATS SYLVIA BORIN I 2009
Bouwjaar: Status:
1992 -
RIJWIELBERGPLAATS | ONTWERP 1951 Bouwjaar: Status:
1951 Geen status
Het gebouw genaamd Sylvia Borin is voor de opslag van materiaal ten behoeve van het onderhoud van het terrein. Het tamelijk omvangrijke terrein vergt natuurlijk het nodige onderhoud. Werd dat aanvankelijk nog door patiënten gedaan, tegenwoordig bestaat daar een aparte dienst voor. Het gebouw bestaat uit één bouwlaag met een zadeldak. Het is opgetrokken in een lichtrode baksteen met een donkergroene beschieting. Het heeft een golfplaten dakbedekking.
Bron: Noor Mens, Het ontstaan van de WA Hoeve in Den Dolder
81 98
15. JELTJE - ZUSTERZIEKENHUIS JELTJE | BESTAANDE SITUATIE 1928 Architect: F.W.M. Poggenbeek H.F.Mertens Bouwjaar: 1928 Status: -
Met de grote uitbreidingen die tussen 1928 en 1931 plaats vonden nam de capaciteit toe van 552 patiënten tot 902 patiënten. Dit bracht uiteraard ook een uitbreiding van het verplegend personeel met zich mee. Hiervoor ontwierp Mertens zes nieuwe zusterhuizen die rondom twee vijvers werden gegroepeerd en daarom de naam Vijverhof kregen. Maar ook personeel wordt wel eens ziek en daarvoor werd het door Poggenbeek ontworpen zusterhui, dat veel te klein geworden was, door Mertens verbouwd tot zusterziekenhuis.
Bron: Noor Mens, Het ontstaan van de WA Hoeve in Den Dolder
83 98
JELTJE | NIEUWE SITUATIE 1928
JELTJE | AANPASSING SERRE
85 98
JELTJE | BESTAANDE SITUATIE 1970
JELTJE | SITUATIE 2018 EN 2020
87 98
16. PAVILJOEN CAMPER PAVILJOEN CAMPER | OORSPRONKELIJK ONTWERP 1909 Architect: Bouwjaar: Status:
F.W.M. Poggenbeek 1911-1912 Gemeentelijk monument
Paviljoen Camper was bestemd voor dames tweede klas. Donders was het paviljoen voor de mannen tweede klas aan de andere zijde van de gestichtsas. Deze paviljoens bestonden uit éénen vierbedskamers en één zesbedskamer. Er waren twee dagverblijven voor respectievelijk 12 en 18 patiënten. Bij Donders was er ook nog een biljartzaal. In 2001 is het gebouw verbouwd en uitgebreid ten behoeve van kantoorfuncties, een bedrijfsrestaurant, vergaderruimtes en een kapel/stiltecentrum. De kantoren bevinden zich in de oudbouw, het bedrijfsrestaurant voor een deel in de oudbouw en voor een deel in de nieuwbouw. In het souterrain bevinden zich de vergaderruimten waarnaar de binnentuin zich verdiept. Het stiltecentrum bevindt zich in een gesloten zwevend bouwvolume.
Bron: Noor Mens, Het ontstaan van de WA Hoeve in Den Dolder Uitbreiding 2003 niet beschermd
89 98
17. ANTONIA & WILHELMINA PAVILJOEN CAMPER I HUIDIGE SITUATIE Architect: Bouwjaar: Status:
H.J. Kolk 1915 Gemeentelijk monument
Reeds vier jaar na de officiële ingebruikname van de Willem Arntsz Hoeve werd het complex uitgebreid met onder andere twee kleine paviljoens: Antonia en Wilhelmina. Ze waren ieder bestemd voor negen patiënten van wie het herstel zover gevorderd was dat een grote mate van zelfstandigheid mogelijk was. Het was de bedoeling deze patiënten onder te brengen in een situatie die het gebruikelijke gezinsleven benaderde. De paviljoens bestaan uit een begane grond en een zolderverdieping waarvan twee mansardedaken haaks op elkaar staan. De gebouwtjes doen denken aan ‘gewone’ woonhuizen.
Bron: Noor Mens, Het ontstaan van de WA Hoeve in Den Dolder
91 98
18. PAVILJOEN BOERHAAVE
19. BLOEMENTUIN EN KASSEN
Architect: Bouwjaar: Status:
Bouwjaar: Status:
F.W.M. Poggenbeek 1911-1912 Gemeentelijk monument
1954, 1971, 1993 -
Werken op het land was uiteraard een van de De eerste twee paviljoens, die nog vóór het
gebruikelijke bezigheden van patiënten in
oofdgebouw tot stand kwamen waren de
‘buitengestichten’. Een uitbreiding van het
aviljoens Boerhaave voor onrustige vrouwen erde
tuinieren in de buitenlucht werd gevonden in het
klasse en Schroeder van der Kolk voor onrustige
werk in de bloemenkas. Den Dolder beschikt over
mannen derde klasse. Schroeder van der Kolk is
een uit-gebreide kas, die in verschillende fasen is
inmiddels afgebroken, Boerhaave is een van de
gebouwd en ook nu nog in gebruik is.
laatste overgebleven paviljoens. Het heeft twee bouwlagen en een plat dak. Volgens de normen die toen door het Staatstoezicht op Krankzinnigen
Bron: Noor Mens, Het ontstaan van de WA Hoeve in Den Dolder
werden gesteld was er de mogelijkheid tot bed- en badverpleging en tot het isoleren van patiënten. Behalve een aantal slaapzalen voor twaalf patiënten waren er vijf isoleercellen. De ruimte die toentertijd per patiënt beschikbaar moest zijn was 36 m3, waarvan 24 m3 slaapruimte en 12 m3 verblijfsruimte.
Bron: Noor Mens, Het ontstaan van de WA Hoeve in Den Dolder
93 98
WAARDEBEPALING MONUMENTALE WAARDESTELLING
AANBEVELINGEN / TRANSFORMATIEKADERS
Cultuurhistorische waarde
onrustige patiënten kreeg vorm in de
Binnen de opzet van de centrale as met aan
veranderde met de bouw van het zustercomplex
maar lichte uitstraling met witte gestucte gevels
Koesteren van het totaalensemble
ruggengraat van de monumentale opzet. De
storende aanbouwen uit het verleden te
(indien aanwezig) de monumentenbeschrijving
Het terrein van de Willem Arntsz Hoeve
positionering van paviljoens voor deze groep: het
weerszijden paviljoens was bewust sprake van
in 1928-1931 naar ontwerp van H.F. Mertens,
en grote vensters, als ware het villa’s in het groen.
Hoewel het totaalensemble van gebouwen uit
aanbeveling luidt dan ook om deze assen
verwijderen. Nieuwe gebouwen toevoegen
bijgevoegd.
weerspiegelt de vroeg 20ste eeuwse ideëen
verste weg van de centrale as met alle daaraan
een niet-spiegelbeeldige, maar verstrooide
bleef het symmetrische principe van de
verschillende perioden en de groene aanleg vrij
herkenbaar te houden en waar mogelijk te
gebeurt zoveel mogelijk in lijn met het
Deze cultuurhistorische verkenning geeft een
achter de geestelijke gezondheidszorg in
verbonden drukte. Ook de toenmalige organisatie
symmetrie. Essentieel binnen het
terreinopzet gehandhaafd.
De bebouwing van H.F. Mertens oogt heel anders
gaaf bewaard is gebleven, heeft het complex als
versterken. Het koesteren van de visuele
totaalconcept - rekening houdend met de
aanzet voor de transformatiemogelijkheden. In
Nederland. De belangrijkste sturende ideeën
van de gezondheidszorg komt terug in het terrein:
stedenbouwkundige ontwerp waren de
De latere toevoegingen van onder andere
dan die van Poggenbeek. Lichte gebouwen
geheel geen beschermde status. Sommige
relatie tussen de dwars-assen en de centrale
oorspronkelijke symmetrische opzet en
individuele kavelpaspoorten worden nadere
vanuit de psychiatrie bij de inrichting van het
hoe lager de verpleegklasse, hoe groter de
verschillende zichtaspecten, zoals de visuele
architect H.F. Mertens (1928-1938) en de
maakten plaats voor gevels van roodbruine
gebouwen vallen buiten de bescherming, andere
as is daarbij van belang.
passend bij de typologie en architectuur van
randvoorwaarden voor gebouw en kavel
terrein waren:
afstand tot de centrale as.
relaties tussen de paviljoens en het
afbraak van verschillende paviljoens heeft de
baksteen en forse schuine, ver overhangende
zijn aangewezen als gemeentelijk of
Hoewel de centrale as ruimte biedt aan
de Willem Arntsz Hoeve.
omschreven. Afhankelijk van de aanpak van en
directiegebouw. Om het nagestreefde karakter
oorspronkelijke opzet enigszins vertroebeld,
dakvlakken. De paviljoens bestaan uit een aantal
rijksmonument. Om de eenheid en samenhang
gebouwen uit verschillende perioden, hadden
tegen en in elkaar geschoven volumes en kappen.
binnen de Willem Arntsz Hoeve zoveel mogelijk te
deze allen een belangrijke ondersteunende
Koesteren van de groene aanleg
behouden, is het bij herontwikkeling dan ook van
functie; zoals administratie/directie,
De groene aanleg vormt een onlosmakelijke
•
de heilzame werking op psychiatrische
•
ingrepen aan de individuele monumenten zal
patiënten van wonen en werken op het land;
Ondanks dat er verschillende veranderingen op
van ‘buiten wonen’ te versterken werden de
maar het stedenbouwkundige concept van de
verpleging en behandeling in niet te grote
het terrein zijn doorgevoerd en gebouwen volgens
paviljoens omgeven met groen (bomen, tuinen) en
primaire en secundaire laag is desondanks nog
aantallen;
andere principes zijn toegevoegd of uitgebouwd,
lanen beplant met laanbomen. Opvallend is de
steeds goed afleesbaar. De Willem Arntsz Hoeve
De architectuur van Poggenbeek kenmerkt zich
belang om een integrale visie op het complex te
gehoorzaal, bakkerij, ketelhuis, etc. Deze
eenheid met de gebouwen op de Willem Arntsz
de scheiding tussen vrouwelijke en mannelijke
is het oorspronkelijke concept nog steeds
situering van de paviljoens, die allemaal met de
vertegenwoordigt dan ook een hoge
als lineaire en vrijstaande bebouwing, Mertens
ontwikkelen, waarbij wordt uitgegaan van de
gebouwen lagen oorspronkelijk vrij op de as
Hoeve. Vooral de verscheidenheid aan typen
patiënten;
duidelijk afleesbaar. De Willem Arntsz Hoeve
lange zijde parallel aan de noord-zuid lopende
stedenbouwkundige en ensemblewaarde.
introduceerde een hovenachtige structuur
waarde en betekenis van het geheel. De aanpak
en hadden een alzijdig karakter dat in de loop
landschappen is bijzonder; er komt wei- en
het onderbrengen van ‘onrustige’ patiënten
vertegenwoordigt dan ook een hoge
dwarsassen liggen. De lange (woon)gevels zijn
(kamers) met een besloten karakter. In een aantal
van individuele panden - met of zonder status -
van de tijd vertroebeld is geraakt door
bouwland voor, moestuinen, bos en heide. Bij
op de meest rustige plekken.
cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een