CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

00-23RV006 rv delegatiebesluit 2023-2027 (gewijzigd)

Raad 21 maart 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: Actualisatie Delegatiebesluit 2023-20272.034 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Algemeen Delegatiebesluit Zeist 2023 – 2027 (gewijzigd)

Portefeuillehouder

Koos Janssen

Ontvangst griffie

19 januari 2023

Opsteller

Arno Klarenbeek 23RV006/115177

Ronde Tafel

16 februari 2023

Zaak/stuknummer

Debat

07 maart 2023

Besluit college

18 januari 2023

Raadsvergadering

21 maart 2023

Onderwerp ‘Algemeen delegatiebesluit Zeist 2023 - 2027’

Doel van het voorstel Actualiseren en tijdig vaststellen van het periodieke algemeen delegatiebesluit.

Voorgesteld besluit Het ‘Algemeen delegatiebesluit Zeist 2023-2027’ vast te stellen voor de periode van 1 april 2023 – 1 april 2027.

Besluit Raad 21 maart 2023:

Inhoud (korte samenvatting) Het "Algemeen delegatiebesluit 2019 - 2022" loopt af op 1 april 2023. Het delegeren van bevoegdheden is belangrijk om doelmatige en effectieve besluitvorming te realiseren. Het gaat om taken waarvoor op grond van wet- en regelgeving een korte beslistermijn van toepassing is en snelle, slagvaardige besluitvorming is vereist. Het bestuurlijk besluitvormingsproces met de raad kent langere doorlooptijden in verhouding tot de gegeven beslistermijnen.

1

VERDIEPING Inleiding (met aanleiding en historie; voorafgaande raadsbesluiten met link) Iedere bestuursperiode stelt de raad een algemeen delegatiebesluit vast. Tijdens de vorige bestuursperiode is dat gedaan aan de hand van raadsvoorstel 19RV012 in de raadsvergadering van 9 april 2019 https://zeist.raadsinformatie.nl/document/7433838/2#search=%2219RV012%22 . Het delegatiebesluit is op 1 april 2019 in werking getreden met als titel "Algemeen delegatiebesluit Zeist 2019-2022 en is vastgesteld met een duur van 4 jaar. Het besluit loopt dus af op 1 april 2023. Voor een doelmatige en effectieve uitoefening van taken is het belangrijk om een nieuw delegatiebesluit vast te stellen. Bij de vorige actualisatie is een voorstel aan de raad gedaan om het delegatiebesluit een werkingsduur voor onbepaalde tijd, in plaats van een duur gekoppeld aan de bestuursperiode te geven. Uw raad heeft dit echter niet omarmd en gekozen voor een blijvende koppeling met de periodieke bestuursperiode(n) van 4 jaar. Daarnaast is er bij de toenmalige actualisatie bij het onderdeel Wet gemeenschappelijke regelingen ook gesproken over het delegeren van de bevoegdheid om zienswijzen in te dienen over de kadernota’s ex artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr).

Uw raad heeft dit toen echter expliciet aan u gehouden en de betreffende delegatiebepaling in het delegatiebesluit niet met artikel 34b Wgr uitgebreid. Wij hebben er voor gekozen deze nieuwe actualisatie ook in die eerder door uw raad uitgesproken lijn aan u voor te leggen. Voor het actualiseren van het algemeen delegatiebesluit is een juridische check gedaan en gekeken of er juridische bepalingen vervallen of veranderd zijn. Gebleken is dat niet alle bepalingen uit het aflopende delegatiebesluit 2019 – 2022 nog actueel zijn. De Wet openbaarheid van bestuur (Wob) is per 1 mei 2022 vervangen door de Wet open overheid (Woo). In het bijgevoegde geactualiseerde concept delegatiebesluit is analoog aan de oude delegatiebepaling Wet openbaarheid van bestuur er nu in voorzien dat het nemen van een besluit op aan de raad gerichte verzoeken om informatie (inclusief o.a. het verdagen) op grond van de artikelen 4.1 tot en met 4.7 van de Wet open overheid door uw raad aan ons wordt overgedragen. Zowel wat betreft de voorbereiding als het nemen van de besluiten zelf. Daarnaast hebben we geconstateerd dat voor onderdeel 6 vervoer van gevaarlijke stoffen de grondslag is gewijzigd.

We hebben daartoe de oude verwijzingen naar de artikelen 18 en 12 van de Wet Vervoer gevaarlijke stoffen vervangen door verwijzing naar artikel 24, lid 2 en artikel 24,lid 1 van de Wet Vervoer gevaarlijke stoffen in het geactualiseerde delegatiebesluit. De Omgevingswet is nog niet van kracht. De bestaande bepaling in het nu nog geldende delegatiebesluit dat geen verklaring van geen bedenkingen gemeenteraad is vereist in de gevallen dat er met de aanvraag omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bestemmingsplan, maar er géén zienswijzen zijn ingediend (aanwijzing categorie ex artikel 6.5, lid 3 Besluit omgevingsrecht door gemeenteraad) blijft ook opgenomen in de actualisatie. Deze bepaling is overigens feitelijk geen delegatie, maar de vaststelling dat een handeling door ons college richting uw gemeenteraad niet hoeft te worden verricht. Het besluit borgt dat in die gevallen ons college gerechtigd is om zonder verklaring van geen bedenkingen van uw gemeenteraad een besluit te nemen. Hiernaast geldt overigens onverkort dat op basis van uw raadsbesluit van 9 november 2021 door u is besloten dat ook geen verklaring van geen bedenkingen is vereist voor woningbouwplannen voor de versnelde woningbouwopgave.

Het gaat dan om woningbouwprojecten met minimaal 60% sociale (tot € 710,68) en/of middeldure huur (€ 710,68 tot €950,-) die niet passen in het bestemmingsplan en waarvoor geen omgevingsvergunning ingevolge artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (BOR) kan worden verleend, maar wel voldoen aan de gemeentelijke beleidskaders. Dit raadsbesluit is en blijft onverkort van kracht tot het moment van inwerkintreding van de Omgevingswet (huidige aangekondigde datum 1 januari 2024). Ten aanzien van de overige onderdelen uit het bestaande delegatiebesluit zijn geen veranderingen of bijzonderheden geconstateerd, deze zijn ongewijzigd overgenomen. 2

Ook hebben we geen nieuwe of andere raadswerkzaamheden of -bevoegdheden op het netvlies waarvan we delegatie aan ons college voor een doelmatige en effectieve besluitvorming opportuun achten en dit ons inziens ook meer passend zou zijn kijkend naar de rollen van de raad en uw college. In de wetgevingstrajecten wordt door de wetgever nadrukkelijker voorgesorteerd op de te onderscheiden rollen van de gemeentelijke bestuursorganen, waardoor delegatie minder voor hoeft te komen. Wat betreft de delegatie aan ons college kan nog worden opgemerkt dat deze, mede afhankelijk van de aard en zwaarte van de over te dragen taak, net zoals in de vorige periode onder voorwaarden plaats vindt (zie besluit). Bijvoorbeeld in de vorm van een plicht uw gemeenteraad te informeren maar ook door begrenzing van de beslisruimte voor ons college. Dit laatste betreft bijvoorbeeld de beoordeling van de ontwerp-begrotingen van gemeenschappelijke regelingen. Indien passend binnen onze begroting zijn wij beslissingsbevoegd maar geldt wel een actieve informatieplicht aan uw gemeenteraad. Echter, wanneer de financiële kaders in onze begroting worden overschreden, dan geldt besluitvorming door uw gemeenteraad.

ARGUMENTEN VOOR EN TEGEN 1. Het tijdig vaststellen van het nieuwe delegatiebesluit is noodzakelijk om de huidige processen rondom besluitvorming en huidige manieren van werken te kunnen voortzetten. Het nieuwe delegatiebesluit borduurt voort op het Algemeen delegatiebesluit Zeist 2019-2022 (19RV012 besluit d.d. 9 april 2019) en zorgt daarmee voor bestuurlijke consistentie. De taakoverdracht is beperkt van omvang, nagenoeg identiek aan het vorige delegatiebesluit en vindt waar nodig onder voorwaarden plaats. 2. Het delegeren van bevoegdheden is belangrijk om doelmatige en effectieve besluitvorming te realiseren. Het gaat om taken waarvoor op grond van wet- en regelgeving een korte beslistermijn van toepassing is en snelle, slagvaardige besluitvorming is vereist. Het bestuurlijk besluitvormingsproces naar de raad kent langere doorlooptijden in verhouding tot de gegeven beslistermijnen. Er worden raadstaken overgedragen waarvan het doelmatig en efficiënt is dat deze in voorkomende gevallen door het college worden uitgevoerd, zoals procedures Algemene wet bestuursrecht, Wet openbaarheid van bestuur, Wet milieubeheer (voorbereidingsstappen Milieueffectrapportage). 3. Het periodiek actualiseren van het delegatiebesluit elke vier jaar stelt nieuwe raadsleden in de gelegenheid om stil te staan bij de taken die de raad overdraagt aan het college.

Ook het nieuwe delegatiebesluit behoudt daarom een werkingsduur van 4 jaar (1 april 2023 – 1 april 2027). Daarmee creëren wij een logisch en transparant fundament dat een adequate en slagvaardige werkwijze faciliteert. Het delegatiebesluit is tussentijds aan te passen voor nieuwe wetswijzigingen of voor bestuurlijk voortschrijdend inzicht.

TOELICHTING Participatie N.v.t. is interne bestuurlijke aangelegenheid en verantwoordelijkheid raad - college. Financiële toelichting N.v.t. er zijn geen directe financiële consequenties verbonden aan dit voorstel en besluit. Juridische aspecten Als gevolg van het besluit is ons college bevoegd in de plaats te treden van de raad. Duurzame aspecten N.v.t.

3

Samenhang met andere projectenN.v.t. VERDERE PROCES Planning en uitvoering Communicatie Het besluit wordt actief openbaar gemaakt in de Nieuwsbode en via elektronische weg (gemeentelijke website en het Platform Open Overheidsinformatie -PLOOI-).

Evaluatie N.v.t.

BIJLAGEN -

4

RAADSBESLUIT

Behoort bij raadsvoorstel Nr. 23RV006

De raad van de gemeente Zeist; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 januari 2023; BESLUIT: Het ‘Algemeen delegatiebesluit Zeist 2023-2027’ vast te stellen voor de periode 1 april 2023 – 1 april 2027 en inhoudende:

Nr.

Onderwerp

1.

Algemene wet bestuursrecht (Besluiten tot het) toepassen van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure en verder (administratieve) afhandeling ter uitvoering van dit besluit, alsmede personen in de gelegenheid te stellen om zienswijzen naar voren te brengen. Artikelen 3.10 t/m 3.18, 4.7 en 4.8 Awb

Voorwaarden

Toepassen van de bevoegdheden m.b.t. beslistermijnen en dwangsom als bedoeld in de artikelen 4.14 tot en met 4.20f Awb Het verrichten van handelingen en activiteiten ter voorbereiding van door de raad te nemen besluiten op bezwaarschriften in het kader van de Awb. Artikel 7.10 Het optreden in c.q. het voeren van verweer en het voorzien in de formele procesvertegenwoordiging bij de behandeling van door derden ingediende bezwaar- en beroepschriften c.q. verzoeken om voorlopige voorziening en het voeren van overleg ex artikel 10:30 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de raad als bestuursorgaan van de gemeente betrokken is. 2.

Wet open overheid • Het beslissen op aan de raad gerichte verzoeken om informatie (artikelen 4.1 tot en met 4.7) inclusief: • Het borgen van het behoud van de documenten (artikel 4.1a) • Eventuele doorverwijzing naar ander

De raad ontvangt een afschrift van iedere beslissing op een aan de raad gericht verzoek.

• • • • • •

bevoegd bestuursorgaan (artikel 4.2) het voeren van overleg (artikel 4.2a) de wijze van bekendmaken van de beslissing (artikel 4.3) het (eventueel) verdagen (artikel 4.4) de wijze van verstrekking van de gevraagde informatie (artikel 4.5) het buitenbehandeling laten (antimisbruik artikel 4.6) het aanwijzen van contactpersonen (artikel 4.7)

3.

Ruimtelijke ordening / Omgevingsrecht de gevallen, waarin en voor zover de raad besloten heeft tot een ontwerpverklaring van geen bedenkingen en waarbij geen zienswijzen zijn ingediend, aan te wijzen als een categorie van gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist, zoals bedoeld in artikel 6.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht.

4.

Milieubeheer Bij het nemen van raadsbesluiten, waarvoor een milieu-effectrapportage moet worden gemaakt: Uitvoeringshandelingen milieueffectrapportage, zoals omschreven in de Wet milieubeheer: § 7.2 M.E.R.-plichting besluit § 7.5 Voorbereiding M.E.R. § 7.6 Beoordeling M.E.R.§ 7.9 Evaluatie

5.

6.

7.

8.

2

Wegenverkeerswet Vaststellen grenzen bebouwde kom in het kader van 20a, wegenverkeerswet Wet vervoer gevaarlijke stoffen Het op grond van artikel 24, lid 2 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen aanwijzen van wegen of weggedeelten op het grondgebied van de gemeente Zeist, waarover de krachtens artikel 24, lid 1 van deze wet aangewezen gevaarlijke stoffen bij uitsluiting mogen worden vervoerd. Wet voorkeursrecht gemeenten De bevoegdheden op grond van artikel 26 Wet voorkeursrecht gemeenten. Het gaat hierbij om het inroepen van de nietigheid van rechtshandelingen die zijn verricht met de kennelijke strekking afbreuk te doen aan haar in deze wet geregelde voorkeurspositie. Wet gemeenschappelijke regelingen Het naar voren brengen van zienswijzen als bedoeld in artikel 35, derde, vierde en vijfde lid

De raad stelt richtlijnen voor de M.E.R. vast. De raad beslist over het al dan niet nemen van het M.E.R.-plichtige besluit met inachtneming van artikel 7.27, 7.28, 7.35, 7.36 en 7.37. De raad beslist, op basis van het voorgeschreven evaluatie-onderzoek naar de gevolgen van de ondernomen activiteit, over eventueel te treffen maatregelen.

Besluit ter informatie aan de raad.

Besluit ter informatie aan de raad.

Besluit ter informatie aan de raad.

Mits passend binnen jaarbudget d.w.z. voor zover geen gemeentelijke

van de Wgr over ontwerpbegroting, meerjarenbegrotingen en begrotingswijzigingen, alsmede over de ontwerp jaarverslagen en jaarrekeningen van gemeenschappelijke Regelingen, waaraan de gemeente deelneemt.

9.

begrotingswijziging nodig is. Stukken en reacties ter informatie aan de raad.

Overige (aanwijzen trouwlocaties) Het aanwijzen van “het huis der gemeente” ten behoeve van het voltrekken van huwelijken en partnerregistraties als bedoeld in artikel 1.63 Burgerlijk Wetboek / artikel 147 Gemeentewet.

Besluit ter informatie aan de raad.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 21 maart 2023 De raad voornoemd,

mr. J. Janssen, griffier

3

drs. J.J.L.M. Janssen, voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12435419/1