CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

00-21RV061 rv Integraal Ruimtelijk Perspectief

Raad 14 december 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Integraal Ruimtelijk Perspectief6.429 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Integraal Ruimtelijk Perspectief

Portefeuillehouder

S. Jansen

Ronde Tafel

18 november 2021

Opsteller

Debat

25 november 2021

Zaak/stuknummer

J.P. Gulmans 424305

Raadsvergadering

14 december 2021

Raadsvoorstel

21RV061

Maatschappelijk effect en doel van het voorstel Met het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) werkt de regio aan een samenhangende ruimtelijke ontwikkeling op regionaal niveau, op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, groen en energie. Daarmee blijft de regio een fijne plek blijven om te wonen, te werken en te recreëren en biedt ruimte voor groene en duurzame initiatieven. De Zeister ontwikkelwaarden en ambities maken onderdeel uit van het regionaal perspectief, waardoor uitvoering van het IRP bijdraagt aan het goede leven van inwoners van Zeist. Door met het IRP in te stemmen werken we nu en in de toekomst samen met de U16 gemeenten aan de ruimtelijke ontwikkeling van de regio, waar het fijn wonen en verblijven is.

Voorstel 1. In te stemmen met het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) als visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen van de regio Utrecht tot 2040. 2. Bij de Berap 2022 structureel € 17.000 extra budget toe te kennen ten behoeve van het budget ‘U10 samenwerking’ ten laste van het begrotingssaldo.

Besluit Raad 14 december 2021:

Basis De U16 gemeenten werken samen aan het Ruimtelijk Economische Programma (REP) voor de regio. U heeft in juli 2021 ingestemd met de Zeister zienswijze op het Integraal Ruimtelijk Perspectief (21RV042). De zienswijzen van de U16 raden zijn verwerkt in het definitief IRP dat met dit voorstel aan u ter instemming wordt voorgelegd. Met deze instemming ontstaat er lokaal commitment op de integrale regionale opgave en ontwikkelrichting tot 2040. Het traject om te komen tot een REP is in 2018 gestart (fase 1). Er wordt in 4 fasen toegewerkt naar het REP. Nadat de Contour REP (fase 2) vorig jaar door de raden van de U16 gemeenten is vastgesteld, is via de Verstedelijksstrategie Utrecht Nabij toegewerkt naar het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP, fase 3). In het voorjaar van dit jaar (2021) zijn de raden in de gelegenheid gesteld om aan de voorkant invloed uit te oefenen op het concept IRP, door een zienswijze in te dienen. Daarmee is het IRP een belangrijke schakel richting de uitvoering en kan de regio slagvaardig aan de slag in verschillende allianties. Vanwege de verwachte meerjarige samenwerking met en inzet van de U10 aan de uitvoering van het IRP, wordt aan u voorgesteld om het huidige budget ‘U10 samenwerking’ structureel te verhogen met € 17.000. Argumenten Pagina 1 van 12

1.1. In het IRP zijn de Zeister ontwikkelkansen en onderzoeksrichtingen uit de Propositie van Zeist in de regionale ambities verankerd. 1.2. De zienswijze van de 16 raden, waaronder die van Zeist, zijn goed verwerkt in dit IRP alsmede de inzichten van de RES en de opgave voor regionale bedrijventerreinen. 1.3. Het IRP is volgens de eerder vastgestelde kaders en de vastgestelde Contour REP uitgewerkt. 1.4. De onafhankelijke toets op het IRP laat een positief beeld zien op alle indicatoren van het Beoordelingskader. 1.5. Met dit IRP staan de regiogemeenten voor elkaars opgaven en is de regio een sterke en betrouwbare gesprekspartner voor de andere overheden en stakeholders. 1.6. De uitvoeringsstrategie in het IRP maakt op hoofdlijnen inzichtelijk hoe we van een Integraal ruimtelijk perspectief komen tot integraal programmeren en realisatie. 1.7. Een regionale aanpak op de uitvoering helpt om benodigde middelen voor de uitvoering van het IRP naar de regio te halen. 1.8. In de regionale aanpak op de uitvoering van het IRP heeft Zeist zijn eigen rol en positie. 2.1 Vanwege de doorlooptijd van ontwikkelingen en projecten is de verwachting dat de U10 gedurende een lange periode betrokken is bij de regie en coördinatie van de uitvoering van het IRP. Toelichtingen x x

Financiën Communicatie

Juridisch Automatisering

Risico’s Anders

Verdere proces De uitvoering van het IRP kent een regionaal en een Zeister traject. In regionaal verband werken de U16 gemeenten aan het opstellen van een integraal programma, waarin opgaven uit het IRP themagewijs en gebiedsgericht worden opgenomen en door gemeenten en betrokken partijen afspraken worden gemaakt over de uitvoering daarvan in allianties. Dit vormt het vertrekpunt voor de realisering van het IRP. In het 4e kwartaal van 2021 zal gestart worden met het opstellen van integraal programma. De Zeister opgaven in het IRP worden mede als onderdeel van de Propositie van Zeist opgepakt. Op die manier werken we aan de realisering van lokale ambities en wensen en gelijktijdig aan onze regionale opgaven.

VERDIEPING Inleiding Korte introductie Zoals u bekend, werken de U16 gemeenten samen aan het Ruimtelijk Economische Programma (REP) voor de regio. Dit traject is in 2018 gestart en er wordt in 4 fasen toegewerkt naar het REP: -

Fase 1: Stip op de horizon tot 2040, (2018 - 2019) Vaststelling Ruimtelijk Economische Koers (18RV001) Fase 2: Een ruimtelijke contour (2019 – 2020) Vaststelling Contour REP en Beoordelingskader (20RV041) Fase 3: Een verstedelijkingsstrategie (Utrecht Nabij) en IRP (2020 - 2021) Definitief IRP ligt met dit voorstel ter instemming voor. Fase 4: Een integraal ruimtelijk programma en uitvoeringsstrategie (2021 - 2022) Uitwerking in 4e kwartaal 2021 en in 2022

Het ter besluitvorming voorliggende IRP (bijlage 1) is het eindresultaat van fase 3. In het voorjaar van dit jaar (2021) zijn de raden van de U16 gemeenten in de gelegenheid gesteld om aan de voorkant Pagina 2 van 12

invloed uit te oefenen op het concept IRP, door een zienswijze in te dienen. U heeft in juli 2021 ingestemd met de Zeister zienswijze op het IRP (21RV042). De zienswijzen van de U16 raden zijn verwerkt in het definitief IRP die nu aan u ter instemming wordt voorgelegd. Met deze instemming ontstaat er lokaal commitment op de integrale regionale opgave en ontwikkelrichting tot 2040. Het IRP is hiermee een gezamenlijke basis voor gemeentelijke omgevingsvisies en lokale beleidsstukken die de komende jaren worden opgesteld. Daarmee is het IRP een belangrijke schakel richting de uitvoering en kan de regio slagvaardig aan de slag in verschillende allianties. De Propositie van Zeist is een belangrijke bouwsteen voor de Zeister opgave in het IRP. Middels dit voorstel wordt u tevens gevraagd om in te stemmen en het huidige budget voor de U10 samenwerking structureel met € 17.000 te verhogen, vanwege de verwachte meerjarige samenwerking met en inzet van de U10 aan de uitvoering van het IRP. Context De aanleiding voor het IRP De inwoners van de regio Utrecht leven in een prachtige omgeving en in een regio die groeit. Het is voor elke huidige en toekomstige bewoner belangrijk dat men woont op een prettige en gezonde plek, in een passende woning, nabij voorzieningen en recreatiemogelijkheden, een baan of opleiding heeft en dat men comfortabel kan reizen tussen al deze bestemmingen.

En de regio Utrecht is een populaire plek vanwege de centrale ligging, de bloeiende economie en het goede leefklimaat. Deze populariteit vertaalt zich in krapte op woningmarkt, een enorme vraag naar woningen én naar ruimte voor nieuwe bedrijvigheid en het zet de groene ruimte en de bereikbaarheid onder druk. En dat zal de komende jaren alleen maar toenemen. Om de leefkwaliteit ook voor de toekomst te garanderen zijn keuzes nodig. De regio moet een fijne plek blijven om te wonen, te werken en te recreëren, en waar ruimte is voor groene en duurzame initiatieven. Daarom maken de U16 gemeenten afspraken over hoe de regio er in de toekomst uit ziet en wat daarin belangrijk wordt gevonden. De ontwikkelrichting is vastgelegd in een IRP. Het is een integraal ruimtelijke visie voor de Metropoolregio Utrecht op het gebied van groen en landschap, wonen, werken, mobiliteit en energie. Niet alles kan zomaar, want de optelsom van de wensen is op veel plekken groter dan de ruimte die we hebben. Er zijn daarom gezamenlijk keuzes gemaakt die altijd bijdragen aan het beter maken van het geheel en dat kan in de fase van het programmeren worden geconcretiseerd. Door goed met elkaar af te stemmen wat de behoeftes zijn in de gemeenten, maakt de regio een slimme verdeling van de ruimte.

We vormen hierin een eenheid als regio, maar altijd met oog voor de identiteit van de verschillende gemeenten om diversiteit te behouden. Met het IRP vertelt de regio een éénsgezind en duidelijk verhaal waarmee de U16 gemeenten laten zien waar ze voor staan en samen naartoe werken, maar altijd met oog voor de identiteit van de verschillende gemeenten om diversiteit te behouden. De relatie met de Propositie en de betekenis van het IRP voor Zeist In oktober 2020 heeft de u de Propositie van Zeist vastgesteld (20RV049). Onze visie op de toekomst van Zeist, de waarden, ontwikkelkansen en onderzoeksrichtingen hebben daarin een plek gekregen. De Propositie is ingebracht in het proces van opstellen van het IRP en – voor zover regionaal van belang – volledig overgenomen. Het IRP is om verschillende redenen van belang voor Zeist: • Door het opnemen van de Propositie in het IRP zijn de Zeister ontwikkelkansen en onderzoeksrichtingen in de regionale ambities verankerd. Zo kunnen we gezamenlijk met de regio werken aan onze ambities. • De Zeister ontwikkelkansen en onderzoeksrichtingen die onderdeel uitmaken van het IRP, waaronder de HOV-verbinding, kunnen verder worden gebracht door samenwerking met regionale partners. Daarbij hebben we als Zeist in sommige gevallen een belangrijk initiërende rol.

• Het IRP is het vertrekpunt voor regionale programmeringsafspraken tussen de regio en de provincie op het gebied van wonen en werken. Dat hoeven we niet als individuele gemeente te doen, maar doen we nu gezamenlijk met de regio. Dat versterkt de onderhandelingspositie van U16 gemeenten met de provincie. Uiteraard blijft de gemeente zelf verantwoordelijk voor haar inbreng in de regionale programmeringsopgave.

Pagina 3 van 12

•

In het IRP, waar ook het toekomstbeeld van UNed deel uit maakt, wordt station DriebergenZeist gezien als een HOV-knooppunt. Verdere ontwikkelingen rond UNed kunnen daarmee ontwikkelingen voor het stationsgebied (verdubbeling van verbindingen richting Utrecht) stimuleren. In bijlage 5 treft u een overzicht aan van de samenhang en interactie tussen de onderzoeksrichtingen van de Propositie en de Zeister opgaven van het IRP. Achtergronden en aandachtspunten Totstandkoming IRP en zienswijzeprocedure U16 raden Het IRP is – zoals bekend – de uitkomst van een gezamenlijk proces van de 16 gemeenten, met inbreng van lokaal beleid en ambities. De afgelopen periode is in de U16 met als start de RuimtelijkEconomische Koers uit 2018 (18RV001), via de Contour REP, het Beoordelingskader (20RV041), en de Verstedelijkingsstrategie Utrecht Nabij, toegewerkt naar het definitief IRP. In het voorjaar van dit jaar zijn de raden in de gelegenheid gesteld aan de voorkant invloed uit te oefenen door een zienswijze in te dienen op het concept IRP. Alle raden hebben hiervan gebruik gemaakt. U heeft in juli 2021 ingestemd met de Zeister zienswijze op het IRP (21RV042).

Met de zienswijzen van de U16 raden is richting gegeven aan de inhoud van het IRP en aan vraagstukken die nog geadresseerd moeten worden en ontstaat er politiek draagvlak voor de besluitvorming van een gezamenlijk toekomstperspectief voor onze U16. In bijlage 2 treft u een overzicht aan van de zienswijze per gemeente, waarbij is aangegeven hoe deze zijn verwerkt in het definitief IRP of worden meegenomen in de volgende fase. Uit de zienswijzen blijkt de waardering van de raden voor het werk dat er ligt, zowel op inhoud als voor de totstandkoming van het IRP. Wij zijn tevreden met de beantwoording van de Zeister zienswijze, die ertoe geleid heeft dat het IRP op door ons aangegeven punten is verduidelijkt en aangescherpt of wordt meegenomen in de volgende fase (integrale programmering) van het IRP. Een toelichting op de participatie rond de totstandkoming van het IRP treft u aan bij het kopje ‘Participatie’. Integratie RES en IRP De Regionale Energie Strategie 1.0 (RES) is opgesteld door de U16 gemeenten met de Provincie Utrecht en Waterschappen. Dit is een verplichting vanuit het Nationale Klimaatakkoord. In deze strategie staat hoe en waar de regio grootschalig duurzame energie gaat opwekken en welke duurzame warmtebronnen in beeld zijn. Een groot aantal raden vraagt in hun zienswijze aandacht voor het ontbreken van het thema energie in de integrale afwegingen.

Een aantal raden geeft aan dat vaststelling van een IRP zonder een afweging over de ruimtelijke gevolgen van de energieopgave niet denkbaar is. Om recht te doen aan de zienswijzen en om het IRP inhoudelijk sterker te maken is de RES 1.0, inclusief de zoekgebieden, opgenomen in het IRP. Daarbij is in het IRP gekozen om volledig aan te sluiten bij de RES 1.0. Dit is gedaan door: -

Het opnemen van de kaart met zoekgebieden; Het illustreren van de orde van grootte van de ruimte die binnen de zoekgebieden nodig is; Het aanpassen van teksten in de redeneerlijn en thematische uitwerking over energie.

In de analyse van de zoekgebieden in de RES blijkt dat er geen harde botsingen plaatsvinden tussen de zoekgebieden en andere thema’s in het IRP. Wel ligt er een grote opgave voor het samen laten oplopen van energieopwekking en groen en landschap. En is het maatschappelijk draagvlak voor energieopwekking een specifiek aandachtspunt. Besluitvorming RES 1.0 en besluitvorming IRP De RES wordt in oktober 2021 aan de raden van de 16 gemeenten voorgelegd. Dat is dus nog voordat besluitvorming over het definitieve IRP in de raden plaatsvindt, maar wel nadat het IRP een maand eerder in september is aangeboden aan de colleges met het verzoek dit voor te leggen aan hun raden. Met de besluitvorming op het IRP is de RES 1.0. verankerd in het perspectief en de Pagina 4 van 12

integrale uitwerkingen voor de toekomst. Actualisaties op de RES 1.0. worden meegenomen in de volgende fase van het IRP. Onafhankelijke kwalitatieve beoordeling IRP Het IRP is voor een kwalitatieve beoordeling gelegd langs het Beoordelingskader dat eerder door u is vastgesteld (20RV041) en geactualiseerd. In de bijlage 3 treft u dit onafhankelijk oordeel aan. Het doel van deze beoordeling is om inzicht te krijgen in hoeverre het perspectief voldoet aan de kwaliteiten die de samenwerkende gemeenten in de regio Utrecht voorstaan. Het is een instrument dat helpt om inzichten te verschaffen. Hiermee ondersteunt het kader het gesprek bij de besluitvorming en geeft het aanknopingspunten en aanbevelingen voor uitwerkingen in de volgende fase, het integraal programmeren. De toets op het IRP laat in zijn algemeenheid een positief beeld zien en vraagt op onderdelen om nadere uitwerking en concretisering. In de volgende fase worden deze onderdelen meegenomen bij een uitwerking op programma, gebieds- en projectniveau. Nieuwe ontwikkelingen en afwegingen worden onderdeel van het perspectief via een adaptief ontwikkelpad en periodieke actualisatie. Status IRP Het IRP heeft op zichzelf geen wettelijke juridische status (zoals een gemeentelijk of een provinciaal omgevingsplan). De planologische verantwoordelijkheid ligt bij de gemeenten in de omgevingsvisies en omgevingsplannen.

Het IRP vormt wel de gezamenlijke ontwikkelrichting van de 16 samenwerkende gemeenten, tot stand gekomen op basis van lokaal beleid en ambities en met regionale keuzes en integrale afwegingen. Het IRP is daarmee op haar beurt weer een belangrijke basis voor de gemeentelijke omgevingsvisies. Het IRP is geen vrijblijvende afspraak. Het IRP is een regionale visie die richting geeft, met daarin nog een aantal onzekerheden bij de uitwerking en realisatie. Het IRP moet daarom ook worden gezien als de gezamenlijke regionale basis voor de samenwerking op inhoud en proces, waarmee de 16 gemeenten de regie kunnen houden over de samenwerking met elkaar en met rijk, provincie en andere partners, om de hoofdkeuzes scherper te maken en om de benodigde investeringen voor de uitvoering te krijgen. Wanneer de raden van de 16 gemeenten met het IRP instemmen ontstaat er lokaal commitment op de integrale regionale ruimtelijk opgave. De gemeenten spreken met elkaar af dat de gemeentelijke omgevingsvisies en beleid en programma’s zullen passen binnen dit integrale perspectief voor de regio en andersom. En dat de gemeenten de ambities en doelen van het IRP helpen realiseren en elkaar daarop aanspreken. IRP als adaptief perspectief Het perspectief is adaptief, dus de inhoud wordt in de toekomst geconcretiseerd, waar nodig aangepast aan de (lokale) omstandigheden en periodiek geactualiseerd.

Het IRP is immers geen eindbeeld, het geeft de gedragen ontwikkelrichting weer voor de komende 20 jaar. Gemeenten en allianties werken op gebieds-, programma- en projectniveau de opgaven uit. Op regionale schaal werken de 16 gemeenten samen om de regionale keuzen verder aan te scherpen en randvoorwaarden voor elkaar te krijgen. De insteek is dan ook om het IRP periodiek te actualiseren en dit te consolideren via besluitvorming in de gemeenteraden. Op deze manier worden ontwikkelingen vastgelegd in gemeenteraden. De eerste actualisatie is voorzien na een periode van twee jaar, er wordt onderzocht wat een passende frequentie is voor de periode daarna. Volgende fase 4 IRP Met de besluitvorming van het IRP eindigt fase 3. Eventuele moties en amendementen op het definitief IRP worden in fase 4 (integrale programmering) opgepakt en meegenomen bij een nadere uitwerking op programma, gebieds- en projectniveau en worden ook nieuwe ontwikkelingen en afwegingen onderdeel van het perspectief middels een adaptief ontwikkelpad. Met het IRP ligt er een goed en samenhangend ruimtelijk perspectief op de toekomst van de regio Utrecht. Tegelijk is het goed te beseffen dat dit een perspectief voor de lange termijn is, en geen concreet plan. Met het IRP is vastgelegd wat de 16 gemeenten willen, de volgende stap is scherp krijgen hoe de ontwikkelingsrichting gerealiseerd kan worden.

Dit vergt een vooruitstrevende omgang met ruimtelijke planning, (ontbrekende) investeringen en samenwerking met publiek-private partners: integraal, adaptief en door de schaalniveaus heen. En het vergt een commitment, ook financieel, om de opgaven tot uitvoering te brengen. Deze strategie en aanpak op de uitvoering of realisatie is de Pagina 5 van 12

kern van wat de regio de komende jaren te doen staat. Dit vergt enerzijds het werken in allianties aan de uitvoering en realisatie van integrale ruimtelijke opgaven voor de regio en anderzijds een integraal regionaal programma om de regionale keuzes aan te scherpen, de randvoorwaarden op orde te brengen en de samenhang en integraliteit te bewaren in de uitvoering. Dat is nieuw voor de regio. De gemeenten zijn in de lead om de uitwerking en daarna de uitvoering van de onderdelen van het IRP waar te maken. Dat geldt voor projecten en programma’s binnen gemeenten en voor complexere en/of gemeentegrens overstijgende ontwikkelingen in allianties. Uitvoering van Zeister opgaven IRP in relatie tot uitvoering van Propositie van Zeist De Zeister opgaven in het IRP worden mede als onderdeel van de Propositie van Zeist opgepakt. Op die manier werken we aan de realisering van lokale ambities en wensen en gelijktijdig aan onze regionale opgaven. Daarbij realiseren we ons dat de uitvoering van die opgaven complex is. Sommige opgaven zijn al gestart (bijvoorbeeld de verkenning van ontwikkelingsmogelijkheden rond station Driebergen-Zeist), andere opgaven starten op een later moment. Bij sommige opgaven kunnen we als Zeist zelf aan de slag, bij andere opgaven is een regiopartner initiatiefnemer, bijvoorbeeld bij gemeentegrensoverschrijdende opgaven.

Voor diverse beleidsvelden werkt de regio (soms in combinatie met andere partners) ook aan deeluitwerkingen. Voor mobiliteit gebeurt dat o.a. in het kader van het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT). Voor groen en landschap werkt U10 samen met het Utrechtse deel van de regio Foodvalley en regio Amersfoort onder coördinatie van de provincie aan het programma Groen Groeit Mee. En ook voor de andere opgaven zijn dergelijke verkenningen gaande. In bijlage 5 vindt u een overzicht van de samenhang tussen Propositie en IRP, trekkers en betrokken partners, stand van zaken, globale planning en dergelijke. De uitvoering van de opgaven is ook complex, omdat deze als zelfstandige projecten worden uitgevoerd, maar vanuit het gedachtegoed van de Propositie van Zeist en het IRP met elkaar samenhangen. De betrokken inwoners en belanghebbenden moeten daarom voortdurend gevoed worden over het gedachtegoed waarbinnen de projecten worden uitgevoerd. Dat vergt een zorgvuldige voorbereiding van en communicatie over projecten, waarbij u, inwoners en belanghebbenden nauw betrokken worden. Juist omdat al die projecten bijdragen aan het goede leven van inwoners in Zeist, nu en in de toekomst. Uiteindelijk zijn regionale opgaven verankerd in lokale besluitvorming en vice versa.

U beslist over ontwikkelingen en uitvoering daarvan in onze gemeente en heeft daarbij het laatste woord.

ARGUMENTATIE 1.1. In het IRP zijn de Zeister ontwikkelkansen en onderzoeksrichtingen uit de Propositie van Zeist in de regionale ambities verankerd. Zo kunnen we gezamenlijk met de regio werken aan onze ambities en die van de regio. 1.2. De zienswijze van de 16 raden, waaronder die van Zeist, zijn goed verwerkt in dit IRP alsmede de inzichten van de RES en de opgave voor regionale bedrijventerreinen. De zienswijzeprocedure heeft de raden de mogelijkheid geboden om aan de voorkant invloed uit te oefenen, alvorens het IRP ter besluitvorming aan de 16 raden wordt voorgelegd. De zienswijzen hebben geleid tot aanscherpingen en vormen de basis voor het definitief IRP dat nu voorligt. In bijlage 2: Overzicht zienswijzen raden op concept IRP – verwerking en verantwoording is weergegeven hoe de zienswijzen per gemeente zijn verwerkt in het IRP. De aanvullingen of aanscherping rond de verschillende ruimtelijke thema’s in de zienswijze zijn goed meegenomen in het IRP of worden meegenomen in de volgende fase 4, het integraal programmeren. Verder is zoveel als mogelijk het streven tot een volledig integrale ontwikkelrichting nagekomen door ook de opgaven in het kader van de energietransitie en regionale bedrijventerreinen op te nemen in het IRP.

De beantwoording van de Zeister zienswijze heeft ertoe geleid heeft dat het IRP op door ons aangegeven punten is verduidelijkt en aangescherpt en waar van toepassing, worden meegenomen in de programmeringsfase van het IRP.

Pagina 6 van 12

1.3. Het IRP is volgens de eerder vastgestelde kaders en de vastgestelde Contour REP uitgewerkt. Kaderstellend heeft u in oktober 2019 ingestemd met de Uitgangspuntennotitie (19RV047) en in oktober 2020 met de Contour REP (20RV41). Deze laatste bevat rondom alle ruimtelijke thema’s kansrijke zoekrichtingen en onderzoeksvragen voor de regionale ruimtelijke ontwikkeling en is een belangrijke basis geweest voor de uitwerkingen in het IRP. Verder is in oktober 2020 het (geactualiseerd) Beoordelingskader door u vastgesteld (20RV041), waarmee toetsing kon plaatsvinden op de uitwerkingen in het IRP. Over veel onderwerpen is overeenstemming, andere onderwerpen vragen erom de dialoog voort te zetten (zie kanttekening 1.2). Daarom maakt dit IRP keuzes, benoemt een aantal gezamenlijke vraagstukken en geeft de regio opdrachten aan zichzelf voor de volgende fase. 1.4. De onafhankelijke toets op het IRP laat een positief beeld zien op alle indicatoren van het Beoordelingskader. Het IRP is ter beoordeling gelegd langs het vastgestelde en aangescherpte Beoordelingskader. In bijlage 3 treft u dit onafhankelijk oordeel aan. De toets op het concept IRP laat in zijn algemeenheid een positief beeld zien. Voor de meeste doelstellingen (zowel hoofd, als subdoelen) is veel aandacht in het IRP.

Op sommige criteria scoort het IRP neutraal (nul) of is het nog onduidelijk (vraagteken); Het is echter niet haalbaar op alle onderdelen uit het kader positief te scoren. Dit omdat het om de totaalscore gaat, omdat bepaalde aspecten nader uitgewerkt moeten worden in de volgende fase, waarin concrete uitwerkingen op programma, gebieds- of projectniveau plaatsvinden. Daar komt nog beter in beeld waar opgaven mogelijk botsen en welke slimme oplossingen daarvoor in beeld zijn. Op die punten zal nadere uitwerking en concretisering plaatsvinden in de volgende fase. 1.5. Met dit IRP staan de regiogemeenten voor elkaars opgaven en is de regio een sterke en betrouwbare gesprekspartner voor de andere overheden en stakeholders. Gelet op het intensieve en zorgvuldige proces dat de 16 gemeenten met elkaar hebben doorlopen, heeft de regio met dit IRP een gedragen basis voor de regio. Wat in het IRP staat is de uitkomst van een gezamenlijk proces met de 16 gemeenten. Samen vindt de regio dit de beste manier om een plek te geven aan de regionale opgaven die voor ons liggen, niet alleen voor het eigen grondgebied van de gemeente, maar ook voor de regio als geheel. Alle gemeenten staan voor de opgaven van alle gemeenten. Omdat gemeenten voor elkaars opgaven staan, kunnen zij eenduidig en sterker optreden naar andere bestuurslagen, zoals het rijk en de provincie.

Daarbij is het belangrijk om consistent en eensgezind het IRP als basis te gebruiken voor het regionale verhaal. Dit IRP helpt om vanuit regionale ambities mee te sturen op de ambities en keuzes die provincie en rijk moeten maken op de vijf genoemde thema’s. Dit gaat bijvoorbeeld om investeringen voor landschap, water en mobiliteit vanuit rijk of over het bereiken van overeenstemming over uitbreidingslocaties voor wonen en bedrijvigheid met de provincie. Gemeenten houden elkaar vast en treden met één gezicht op naar deze overheden en andere stakeholders. 1.6. De uitvoeringsstrategie in het IRP maakt op hoofdlijnen inzichtelijk hoe we van een Integraal ruimtelijk perspectief komen tot integraal programmeren en realisatie. Met het IRP is vastgelegd wat de 16 gemeenten willen, de volgende stap is scherp krijgen hoe de ontwikkelingsrichting gerealiseerd kan worden. De uitvoeringsstrategie en aanpak op de uitvoering of realisatie zoals beschreven is in het IRP, is de kern van wat de regio de komende jaren te doen staat. De uitvoeringsstrategie maakt op hoofdlijnen helder hoe het IRP op een samenhangende manier uit te voeren is.

Dit vergt enerzijds het werken in allianties aan de uitvoering en realisatie van integrale ruimtelijke opgaven voor de U16 regio en anderzijds een integraal regionaal programma om de regionale keuzes aan te scherpen, de randvoorwaarden op orde te brengen en de samenhang en integraliteit te bewaren in de uitvoering. Dat is nieuw voor de regio. De gemeenten zijn in de lead om de uitwerking en daarna de uitvoering van de onderdelen van het IRP waar te maken. Dit doen U16 gemeenten voor projecten en programma’s binnen de eigen gemeente, en op complexere en/of gemeentegrens overstijgende ontwikkelingen in allianties. Met een regionale ondersteuning, coördinatie en monitoring. 1.7. Een regionale aanpak op de uitvoering helpt om benodigde middelen voor de uitvoering van het IRP naar de regio te halen. Het belangrijkste is het IRP tot realisatie te brengen. Het is cruciaal om belemmeringen voor de uitvoering weg te nemen. Het IRP en de uitvoeringsstrategie daarin, moet daarom ook worden gezien als de gezamenlijke regionale basis voor de toekomst. Daarmee houdt de U16 de regie over de samenwerking onderling en met rijk, provincie en andere partners, om de hoofdkeuzes scherper te Pagina 7 van 12

maken en om de benodigde investeringen voor de uitvoering te krijgen. Door een integraal regionaal programma en realisatiestrategie te ontwikkelen, kunnen de 16 gemeenten samen en eenduidig optrekken naar rijk, provincie en andere partners, is de regio een betrouwbare en herkenbare partner en voorbereid, wanneer zich kansen voordoen zoals groeifonds, woonimpuls, toekomstige geldstromen voor financiering van groen en de mobiliteit. Hier gaan jaarlijks landelijk tientallen of honderden miljoenen en soms miljarden euro’s om. 1.8. In de regionale aanpak op de uitvoering van het IRP heeft Zeist zijn eigen rol en positie. In de uitvoering van het IRP hebben wij onze eigen (politieke en organisatorische) prioritering én we praten mee over de programmering van de opgaven in de regio en met onze partners. We zoeken gezamenlijk naar kansen, dan haken we aan en doen we mee. Waar dat om reden van middelen (financiële en personele capaciteit) niet mogelijk is, blijven we bij onze eigen agenda. We hebben dus eigen regie en bepalen ons eigen tempo. 2.1 Vanwege de doorlooptijd van ontwikkelingen en projecten is de verwachting dat de U10 gedurende een lange periode betrokken is bij de regie en coördinatie van de uitvoering van het IRP. Het IRP vergt commitment en investering in de samenwerking van U16 gemeenten bij de uitvoering, waarmee ook kosten zijn gemoeid.

Deze kosten bedragen voor Zeist voor het jaar 2022 € 68.000. Aangezien de structurele dekking uit het budget ‘U10 samenwerking’ € 51.000 bedraagt en de verwachting is dat de overschrijding een structureel karakter heeft, gezien de lange looptijd van alle ontwikkelingen en de nog op te starten projecten, wordt u om € 17.000 structureel extra budget gevraagd.

KANTTEKENINGEN 1.1. Voor de uitvoering van het IRP en de Propositie geldt dat beiden onder invloed staan van autonome ontwikkelingen. De verplichting om tot een regionale RES te komen, het bereikbaar houden van Utrecht CS en Utrecht Science Park, de behoefte aan woningen, de behoefte aan goede recreatieve mogelijkheden in een groene omgeving, de ontwikkelingen in de landbouw, de klimaatadaptatie: dit alles vraagt om een antwoord. Van het rijk, van de regio, maar óók van Zeist. Als gemeente zullen we moeten meebewegen en tot een antwoord moeten komen dat goed is voor Zeist. In de dynamiek van de ontwikkelingen moeten we goed voor ogen blijven houden wat we willen. Dat is ook het vertrekpunt geweest voor de Propositie en inbreng in het IRP. Daarbij is het goed dat we ons realiseren dat de keuze voor wel of niet meedoen in een traject er in sommige gevallen toe kan leiden dat er vóór ons wordt besloten in plaats van mét ons. Dat is vooral het geval in de projecten waar partijen als rijk en provincie in de lead zijn, zoals bij de realisatie van de HOV. We zullen dus zorgvuldig moeten afwegen wanneer we waar instappen. 1.2. Sommige opgaven in het IRP hebben een verdere concretisering nodig. Op een aantal punten vraagt het IRP om concretisering, zoals het vervolg op de RES 1.0.

En de nadere uitwerking van zoeklocaties naar regionale bedrijventerreinen, de omgang en investeringen in de mobiliteitsmaatregelen en de concrete programmering van vitaliteit waarbij ook integrale afwegingen een rol spelen. Het perspectief is adaptief, wat betekent dat het nog concreter wordt ingevuld en aangescherpt op basis van de (lokale) ontwikkelingen en uitwerkingen in de uitvoeringsfase. In de vervolgfase, het programmeren worden deze onderdelen geconcretiseerd, integraal afgewogen en vertaald in een adaptief ontwikkelpad. 1.3.Het behalen van de ambities van het IRP is mede afhankelijk van investeringen en medewerking van andere partijen. Voor de benodigde investeringen is de regio mede afhankelijk van andere partijen. Dit maakt het behalen van de ambities onzeker. Ondanks het feit dat er nog onvoldoende zicht is op (rijks)financiën, is er een grote maatschappelijke urgentie om met de richting van dit IRP op gebied van onder andere de woonopgave stappen te blijven zetten in de uitvoering. In de volgende fase van het IRP zal er daarom aandacht moeten zijn voor een integraal regionaal programma, investerings- en lobbystrategie. Om onderdelen, zoals de groen- en mobiliteitsopgave en de woningbouwopgave, die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, te kunnen realiseren. In de vervolgfase krijgt dit nadere uitwerking.

Pagina 8 van 12

1.4. In het kader van de POVI start de Provincie Utrecht met regionale programmering voor wonen en werken en dat vereist afstemming tussen provincie en de U10 in de volgende fase. De provincie werkt samen met regio’s in de provincie aan een regionaal programma voor wonen en werken op basis van de POVI. Het gaat dan weliswaar geografisch om een bredere scope, en om een meer sectorale aanpak, maar het vereist verdere afstemming en samenwerking tussen regionale en provinciale ruimtelijke keuzes. Dit heeft aandacht in de vervolgfase. 1.5.Participatie heeft getrapt plaatsgevonden. Onder het kopje ‘Participatie’ (even verderop) wordt de betrokkenheid van inwoners en partijen bij de totstandkoming van het IRP verder toegelicht. Deze heeft getrapt plaats gevonden, passend bij de diverse planprocessen en -onderdelen. Participatie met regionale stakeholders heeft plaatsgevonden binnen fase 3 en is deels gekoppeld aan de fase van het integraal programmeren. Regionale stakeholders hebben belang om mee te denken en te werken aan de vervolgstap: de realisatiestrategie en de uitvoering. Zij zijn ook partner bij planuitwerking en realisatie. De participatie met inwoners is in sommige gemeenten gekoppeld aan de participatie op lokale omgevingsvisies met eigenaarschap bij gemeenten, waarbij de onderdelen uit het IRP gekoppeld worden aan concrete lokale vraagstukken.

Het gesprek met inwoners en partijen rondom de uitvoering is een continu proces dat ook in de vervolgfase om een passend vervolg vraagt. In Zeist zal dat logischerwijs plaatsvinden rondom de uitvoering van de Propositie (moet nog worden opgestart) en in het kader van de omgevingsplannen die nodig zijn voor de realisatie van initiatieven. 1.6. De realisatie van de Zeister ambities en opgaven in het IRP vraagt om beschikbaarheid en inzet van medewerkers uit de ambtelijke organisatie. Als u instemt met het IRP committeren we ons aan een inspanningsverplichting en inzet aan de uitvoering van de Zeister opgaven en dat zal ambtelijke inzet vragen. Het vraagstuk over de beschikbaarheid van ambtelijke capaciteit voor de uitvoering van Zeister opgaven in het IRP en daarmee ook de Propositie van Zeist, heeft op dit moment zeer beperkt aandacht gehad in de ambtelijke organisatie. Bij de uitwerking van het IRP, in de komende fase, en uitwerking van de uitvoering van de Propositie van Zeist, zal er nadrukkelijk aandacht komen voor het vraagstuk of er voldoende ambtelijke capaciteit is voor de uitvoering van de Zeister opgaven en realiseren van Zeister ambities. TOELICHTING Participatie Bij de participatie over de totstandkoming van het IRP moet onderscheid gemaakt worden in een regionaal traject en lokaal traject.

Vanuit het regionaal traject heeft het opgaveteam REP gesprekken geïnitieerd met regionale stakeholders over het IRP en is een tour langs de gemeenteraden georganiseerd. Hierbij zijn gemeenteraden, die behoren tot een van de vijf deelgebieden, gezamenlijk uitgenodigd om met elkaar in gesprek te gaan over het IRP en in het bijzonder over ‘hun’ deelgebied. U heeft op 21 april 2021 deelgenomen aan de bijeenkomst over het deelgebied Noordoostflank. Voor het lokale traject zijn de gemeenten zelf verantwoordelijk geweest voor het betrekken van raad en samenleving bij het IRP. Participatie met de Zeister samenleving over het IRP heeft getrapt plaatsgevonden met als vertrekpunt de Propositie van Zeist. De bouwsteen voor de Propositie is de Position Paper. De Position Paper is door u in 2019 vastgesteld (19RV032) en geeft weer waar we nu staan. Het spreekt uit wat onze waarden zijn, welke ambities we hebben geformuleerd en wat onze uitgangspunten zijn, die in de meeste gevallen zijn besloten na (uitgebreide) participatieprocessen met de Zeister samenleving. Bij de totstandkoming van de Propositie van Zeist in 2019 en 2020 zijn samenleving en u betrokken geweest. Ontwikkelkansen en onderzoeksrichtingen uit de Propositie zijn vervolgens ingebracht in het ontwerpproces van het IRP. Bij de verdere uitwerking en programmering van het IRP wordt de samenleving betrokken.

De U10 organiseert de participatie met relevante regionale actoren. De eerste twee sessies zijn reeds georganiseerd met regionale stakeholders om te kijken naar draagvlak voor de ontwikkelrichting en mogelijkheden voor uitvoering in de toekomst (bijlage 4). Bij de uitvoering van Zeister opgaven in het IRP betrekken wij vanzelfsprekend inwoners en stakeholders bij de voorbereiding en uitvoering van opgaven. De wijze waarop de participatie wordt georganiseerd zal per opgave nader worden bepaald, dat is maatwerk. Pagina 9 van 12

Financiën Het IRP vergt commitment en investering in de samenwerking van U16 gemeenten bij de uitvoering, waarmee ook kosten zijn gemoeid. Deze kosten bedragen voor Zeist voor het jaar 2022 circa € 68.000 (zie onderstaande tabel). Aangezien de structurele dekking uit het budget ‘U10 samenwerking’ tot nog toe € 51.000 bedraagt, is er een tekort van € 17.000. De verwachting is dat deze overschrijding een structureel karakter heeft, gezien de lange looptijd van alle ontwikkelingen en de nog op te starten projecten. De begroting 2022 was al gereed op het moment dat dit op tafel kwam. Daarom is dit bedrag daar niet in opgenomen. Wij stellen voor om dit eenmalig via de Berap 2022-1 te repareren en bij de Kadernota 2022 het op te nemen als knelpunt en zo structureel budget beschikbaar te stellen. Verdeelsleutel op basis van inwonersaantal IRP Gemeente Bunnik De Bilt De Ronde Venen Houten IJsselstein Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Zeist Totaal

Inwonertal 1-1-2021 CBS 15345 43368 44727 50230 33812 14460 13889 63853 10136 65101 359355 49931 57833 23927 52696 65057 963720

Opstart Fase 4A 2021 1535 4500 4641 5212 3508 1500 1441 6626 1052 6755 37288 5181 6001 2483 5468 6751 100000

Fase 4A 2022 15346 45001 46411 52121 35085 15004 14412 66257 10518 67552 372883 51811 60010 24828 54680 67506 1000000

Totaal Fase 4A 2021+2022 16881 49501 51052 57333 38593 16505 15853 72882 11569 74307 410172 56992 66011 27311 60148 74257 1100000

Communicatie Inwoners worden via de website van de raadsgriffie van Zeist geïnformeerd over uw besluitvormingstraject en de mogelijkheid om in te spreken tijdens de Ronde Tafel, in het laatste kwartaal van 2021. De communicatie over de instemming van de 16 gemeenteraden met het IRP verloopt via de U10. Duurzaamheid Met het IRP wordt bijgedragen aan een duurzame en inclusieve samenleving in Zeist en in de regio.

VERDERE PROCES Planning en uitvoering De uitvoering van het IRP kent een regionaal en een Zeister traject. In regionaal verband werken de U16 gemeenten aan het opstellen van een integraal programma, waarin opgaven uit het IRP themagewijs en gebiedsgericht worden opgenomen en door gemeenten en betrokken partijen afspraken worden gemaakt over de uitvoering daarvan in allianties. Dit vormt het vertrekpunt voor de realisering van het IRP. In het 4e kwartaal van 2021 zal gestart worden met het opstellen van integraal programma.

Pagina 10 van 12

De Zeister opgaven in het IRP worden mede als onderdeel van de Propositie van Zeist opgepakt. Op die manier werken we aan de realisering van lokale ambities en wensen en gelijktijdig aan onze regionale opgaven. Evaluatie Nadat u heeft ingestemd met het IRP wordt u door de U10 periodiek geïnformeerd worden over de voortgang van de uitvoering van de volgende fase (integrale programmering). De eerste actualisatie van het integraal programma is voorzien na periode van twee jaar, er wordt onderzocht wat een passende ritmiek is voor de periode daarna. U wordt betrokken bij verkenning en uitvoering van de Zeister opgaven in het IRP, in het kader van de uitvoering van de Propositie van Zeist. De wijze waarop dat gebeurt, wordt per opgave/project bezien.

BIJLAGEN

-

Bijlage 1: Integraal Ruimtelijk Perspectief Bijlage 2: Overzicht zienswijzen raden op concept IRP – verwerking en verantwoording Bijlage 3: Toetsing IRP Aangepast beoordelingskader REP Bijlage 4: Participatie Integraal Ruimtelijk Perspectief Bijlage 5: Relatie IRP en Propositie van Zeist

Pagina 11 van 12

RAADSBESLUIT

Behoort bij raadsvoorstel Nr. 21RV061

De raad van de gemeente Zeist; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 september 2021; BESLUIT:

1.

In te stemmen met het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) als visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen van de regio Utrecht tot 2040.

2.

Bij de Berap 2022 structureel € 17.000 extra budget toe te kennen ten behoeve van het budget ‘U10 samenwerking’ ten laste van het begrotingssaldo.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 14 december 2021. De raad voornoemd,

mr. J. Janssen, griffier

drs. J.J.L.M. Janssen, voorzitter

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10712630/1