00-21RV044 rv Regionale Energie Strategie
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Regionale Energie Strategie
Portefeuillehouder
wethouder Catsburg
Ronde Tafel
Zaak/stuknummer Raadsvoorstel
R. Spoelstra 412912 21RV044
Debat Raadsvergadering
09 september 2021 (eventuele uitloop 16 september) 23 september 2021 12 oktober 2021
Maatschappelijk effect en doel van het voorstel Met de RES 1.0 beogen we de CO2-uitstoot in de RES U16 te beperken door het verduurzamen van de gebouwde omgeving en het opwekken van duurzame elektriciteit. Daarmee leveren we een eerste bijdrage aan de landelijke doelstelling van 95% reductie van CO 2-uitstoot in 2050. Dit sluit aan bij de ambitie van de gemeente Zeist om, zoals opgenomen in de Routekaart Nieuwe Energie voor Zeist, zo spoedig mogelijk energieneutraal te zijn, uiterlijk in 2050. Voorstel 1. De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 vast te stellen, inclusief de bijlagen 1, 4, 5, 6, 7, 8 en 12 en het college op te dragen hier uitvoering aan te geven in regionaal verband. 2. De zoekgebieden A12/spoorzone (0 tot 2 windmolens + 0 tot 35 hectare zonneveld), Kamp van Zeist (0 tot 2 windmolens) en de geluidsscherm en talud van de A28 (0 tot 4,3 hectare zonneveld) op te nemen in de RES 1.0.
Besluit Raad 12 oktober 2021:
Inleiding
Het voorliggende besluit is de afronding van het proces om tot een Regionale Energiestrategie 1.0 (RES 1.0) te komen. Met de RES 1.0 leggen zestien gemeenten, de provincie Utrecht en vier waterschappen vast hoe zij de regionale energievoorziening (elektriciteit en warmte) gaan verduurzamen. Omdat de RES1.0 een regionale strategie betreft is afgesproken om in alle parlementen dezelfde besluiten en bijbehorende argumentatie voor te leggen. Hiermee wordt het regionale verhaal op een eenduidige wijze binnen alle betrokken parlementen voorgelegd. Op een aantal plekken is na het regionale gedeelte ingegaan op het Zeister aandeel. Ook zal, voorafgaand aan de behandeling van het raadsvoorstel, een separate RIB gemaakt worden over de actuele stand van zaken van de Zeister zoekgebieden. Deze zal na de zomer worden verzonden. Kaderstellend voor de bijdrage van Zeist in de RES is de Routekaart Nieuwe Energie, in 2019 unaniem vastgesteld door de raad (19RV035). De opgave rondom duurzame opwek is in 2020 uitgewerkt in de ‘Aanpak Duurzame elektriciteitsopwek tot 2030’ (20RV039). De samenwerking in de RES is er op gericht om de doelstelling om zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2050 energieneutraal te zijn dichterbij te brengen.
Pagina 1 van 11
Toelichtingen Financiën Communicatie
Juridisch Automatisering
Risico’s Anders
Verdere proces VERDIEPING Inleiding De RES U16 is een van de dertig Regionale Energie Strategieën die in de afgelopen jaren in Nederland zijn opgesteld. Aanleiding is het Nationaal Klimaatakkoord dat op 28 juni 2019 is gepresenteerd. Het akkoord is tot stand gekomen in samenwerking met veel overheden; EZK, BZK en VNG, IPO en UvW. De RES is een uitwerking van de landelijke opgave voor de ruimtelijke inpassing van 35 TWh duurzame elektriciteits-opwek op land in 2030. In de RES 1.0 brengen de deelnemende overheden in beeld hoeveel en ook waar zij duurzame elektriciteit denken op te kunnen wekken in 2030 met zonne- en windenergie. Daarnaast is de Regionale Structuur Warmte, waarin de verdeling van bovengemeentelijke warmtebronnen centraal staat, een onderdeel van de RES 1.0. Proces In het RES-proces zijn drie hoofdproducten benoemd waarover de raad een besluit neemt: 1) een startnotitie (2019) 2) een ontwerp-RES (2020) 3) een RES 1.0 met het definitieve regiobod. In dit voorstel wordt de RES 1.0 met het definitieve regiobod voorgelegd voor besluitvorming. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de raad vóór 1 juli 2021 een besluit moet nemen over de RES 1.0. Vanuit RES-U16 verband is richting het Nationaal Programma RES (NPRES) aangegeven dat het streven is vóór 1 oktober 2021 een besluit over de RES 1.0 te nemen.
De RES 1.0 is onder voorbehoud van besluitvorming in de RES U16 parlementen aan het NPRES gestuurd (1 juli). De RES wordt elke twee jaar geactualiseerd om voldoende flexibel te zijn en in te kunnen spelen op nieuwe technieken en andere ontwikkelingen. De RES 1.0 is de eerste uitgewerkte Regionale Energie Strategie van de regio U16. Over twee jaar wordt u de RES 2.0 ter besluitvorming voorgelegd. Het pad tot 2050 ziet er als volgt uit:
Pagina 2 van 11
Specifiek informatie over Zeist: Kaderstellend voor de bijdrage van Zeist in de RES is de Routekaart Nieuwe Energie, in 2019 unaniem vastgesteld door de raad (19RV035). De opgave rondom duurzame opwek is in 2020 uitgewerkt in de ‘Aanpak Duurzame elektriciteitsopwek tot 2030’ (20RV039). Met de vaststelling van de routekaart Nieuwe Energie in 2019 heeft de raad de ambitie uitgesproken om zo spoedig mogelijk energieneutraal te zijn, uiterlijk in 2050. Doelstelling is om één derde van de opgave in duurzame opwek in 2030 gerealiseerd te hebben. In de ‘Aanpak grootschalige elektriciteitsopwek tot 2030’ is vervolgens uitgewerkt hoe we hier aan willen werken. Bij de behandeling in de raad (oktober 2020) is besloten tot een nadere verkenning van de kansrijkheid van de A12/spoorzone. Ook is door uw raad gevraagd de kansrijkheid van Kamp van Zeist als windlocatie nader te onderzoeken. Beide locaties zijn als zoekgebied opgenomen in de RES als verkenning. Daarnaast wordt de huidige overkapping van de A28 genoemd als zoekgebied voor zon. Naast grootschalige opwek is er in de RES net als in de routekaart Nieuwe Energie ook aandacht voor energiebesparing, grote daken en duurzame warmte. De ijkmomenten van de RES (2 jaarlijks) sluiten aan bij de 2-jaarlijkse actualisatie van de routekaart.
Zo kan steeds worden aangesloten bij actuele inzichten en kunnen nieuwe inzichten worden ingebracht in een volgende versie van de RES. Besluitvorming in 21 parlementen De RES 1.0 is opgesteld in afstemming met 21 overheden. Deze 21 overheden hebben ervoor gekozen om met andere samen te werken aan realisatie van de klimaatdoelen en bij te dragen aan de landelijke doelstelling voor grootschalige opwek. Moties en amendementen hebben een impact op de ontwikkeling naar RES 2.0 en de besluitvorming daarover bij andere overheden. Alle eventuele moties en amendementen worden gezamenlijk bestuurlijk besproken op de bestuurstafel Klimaat Neutrale Regio (KNR) om te bepalen welk regionaal vervolg er aan gegeven kan worden. Aan moties kan hierbij relatief goed invulling worden gegeven. De uitvoering van een motie kan bijvoorbeeld worden opgenomen in het Regionaal Uitvoeringsplan of uitgewerkt in de RES 2.0 zonder dat de besluitvorming in andere parlementen wordt doorkruist. Pagina 3 van 11
In het kader van de twee-fasen besluitvorming zoals afgesproken in de U10 Governance, vormen de eerder vastgestelde Startnotitie RESU16 en het ontwerp-RES de eerder vastgestelde kaders. In deze tweede fase ligt een definitief RES1.0 ter besluitvorming voor.
ARGUMENTATIE 1
De RES 1.0 is volgens de eerder vastgestelde kaders van de Startnotitie U16 en de Ontwerp-RES uitgewerkt In 2019 heeft u de ‘Startnotie RES U16’ vastgesteld en daarmee bent u deelnemer in de RES U16. In 2020 stelde u de ‘Ontwerp RES inclusief concept bod’ vast, een tussenstand van verkenningen met nadere kaderstelling en een concept bod van 1,8 TWh duurzame elektriciteitsopwek. De RES 1.0 is de uitwerking van deze eerdere besluiten en is opgesteld binnen de daarin gegeven kaders.
2
De RES 1.0 is een tussenstap in een permanente opgave voor het klimaatbeleid tot 2050 De RES U16 maakt onderdeel uit van het Klimaatakkoord en het Nationaal Programma RES. Dit programma heeft tot doel bij te dragen aan de landelijke doelstellingen voor CO 2-reductie van 95% in 2050. De RES 1.0 is daarmee een tussenstap in een programma bedoeld om over een lange periode sturing te geven aan de energietransitie.
3
Samenwerking in de RES U16 biedt meerwaarde De energieopgave houdt zich niet aan gemeente- of waterschapsgrenzen en de oplossingen doen dat ook niet. Duurzame opwek van elektriciteit en warmte kunnen zichtbaar zijn vanuit omliggende gemeenten. We maken allemaal gebruik van dezelfde netinfrastructuur, die maar beperkt ruimte biedt. En om te voorzien in de warmtebehoefte helpt regionale samenwerking, zeker bij warmtebronnen met een regionaal potentieel. We werken aan een gezamenlijk resultaat, met ruimte voor lokale verschillen. Tot de RES 1.0 is de RES vooral een beleidsmatig traject geweest, nu gaan we een nieuwe fase in waarin we starten met realisatie.
4
De RES wordt iedere twee jaar geactualiseerd zodat de nieuwste inzichten kunnen worden meegenomen De RES is een samenwerking voor de lange termijn. In het Klimaatakkoord is opgenomen dat de RES elke twee jaar wordt geactualiseerd. Zo is er voldoende flexibiliteit om nieuwe technieken en innovaties te benutten, af te stemmen met andere ruimtelijke opgaven en bovendien concretiseringen en bijstellingen met regelmaat democratisch vast te stellen. De volgende RES 2.0 moet in 2023 worden vastgesteld. Om de besluitvorming goed voor te bereiden en tijdig bestuurlijk zicht te krijgen op stremmingen in de uitvoering (zoals planuitval) zijn er in de RES 1.0 ook bestuurlijk informele ijkmomenten opgenomen. Op die momenten kunnen bestuurlijk mogelijkheden worden besproken, verkend en uitgewisseld waardoor afstemming tussen de deelnemers soepel verloopt.
5
Het bod van 1,8 is realistisch en haalbaar en wordt onderbouwd met 4 bouwblokken Het concept bod uit de Ontwerp RES om uiterlijk in 2030 1,8 TWh duurzame elektriciteit op te wekken, is haalbaar. De onderbouwing van het regionale bod in de RES 1.0 bestaat uit vier bouwblokken: Onderdeel van RES bod Bouwblok 1: Gerealiseerde opwek + Pijplijnstatus ‘zeker’
Hoeveelheid in TWh totaal 0,438
Waarvan zon in TWh 0,295
Bouwblok 2: Zon op dak
0,3-0,5 TWh
Bouwblok 3: Lokale zoekprocessen van gemeenten
1,164
Bouwblok 4: Continue samenwerking en ontwikkeling
Hiervoor is nog geen ambitie op te nemen.
Waarvan wind in TWh 0,143
(Ambitie in bandbreedte) 0,765
0,399
Voor projecten die we al hebben gerealiseerd of die met de status ‘zeker’ in de pijplijn zitten (bouwblok 1) kunnen we met grote zekerheid zeggen wat de opbrengsten zijn. De bijdrage uit realisatie van zon op dak (bouwblok 2) en lokale zoekprocessen (bouwblok 3) kennen een minder grote zekerheid.
Pagina 4 van 11
Deze bouwblokken moeten we de komende jaren concreter maken door het uitwerken van zoekgebieden naar concrete projecten en het gericht benutten van de potentie van zon op dak. In de praktijk kan deze concretiseringslag betekenen dat plannen anders worden ingevuld of zelfs dat plannen uitvallen. Hier houden we als regio rekening mee. Bouwblok 2 heeft een bandbreedte omdat de realisatie van zon op dak veel afhankelijkheden kent zoals de medewerking van de eigenaar en de beschikbare netcapaciteit. Bouwblok 3 moet als een tussentijds resultaat worden gelezen. Dit bouwblok is namelijk in beweging en bij het concreet maken van de zoekgebieden kunnen de getallen hoger of lager uitvallen. Dit onderstreept het belang van bouwblok 4 waarin de samenwerkende overheden van de RES U16 samen kansrijke gebieden voor duurzame opwek blijven verkennen. Deze nieuwe plannen zijn nodig in het geval dat huidige plannen niet haalbaar blijken en zorgen voor de continue ontwikkeling en uitvoering naar de RES 2.0 en verder. 6. Gemeenten zijn zelf aan zet geweest voor zoekgebieden en ruimtelijke inpassing De regionale ambitie is in eerste instantie op basis van lokale planvorming gevuld. Diverse gemeenten hebben kaders en uitgangspunten vastgesteld voor het ontwikkelen van zonne- en windenergie en het verduurzamen van de gebouwde omgeving.
Overstijgende samenwerkingsthema's zijn vanuit regionale coördinatie opgezet, ondersteund en gemonitord. Specifiek informatie over Zeist: Voor ons geldt dat de routekaart Nieuwe Energie en de ‘Aanpak grootschalige elektriciteitsopwek tot 2030’ kaderstellend zijn geweest voor onze inbreng in de RES. 7. Ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk uitgangspunt De meest duurzame energie is energie die niet hoeft te worden opgewekt. Besparen is daarom het uitgangspunt. Bij de bepaling van de hoogte van het concept bod van 1,8 TWh bij de Ontwerp RES is rekening gehouden met een stevige besparing. Met besparingen kan het bod dus niet worden verlaagd, dat zit al verwerkt in de hoogte van het bod. De landschappelijke impact van zon op dak is kleiner dan die van zonnevelden en windmolens. De techniek kan rekenen op grote maatschappelijke acceptatie. Bovendien is het streven om invulling te geven aan zon op dak vastgelegd in diverse beleidsstukken zoals de NOVI en de POVI. Daarom zetten we maximaal in op zon op dak. Dit vraagt zowel een lokale als een regionale aanpak. Regionaal ontwikkelen we een aanpak voor zon op dak, waarbij we in overleg bepalen welke activiteiten op regionale schaal moeten worden opgepakt en welke zaken door de gemeenten moeten worden uitgevoerd.
Op basis van onderzoeken naar het theoretisch potentieel aan dakoppervlak, de inpasbaarheid op de netinfrastructuur en rekening houdend met technische belemmeringen zoals de draagkracht van dakconstructies en medewerking van de eigenaar verwachten we een hoeveelheid duurzaam opgewekte elektriciteit uit grootschalige dakprojecten van 0,3 tot 0,5 TWh tot 2030 te kunnen realiseren. Overigens tellen door landelijke keuzes alleen installaties vanaf 15 kWp (circa 60 panelen) mee voor het regionale bod. Kleinere installaties dragen bij aan landelijke CO2-reductie doelstelling, maar vallen buiten de RES-opgave. De resterende elektriciteitsbehoefte geven we invulling met zonnevelden en windmolens. Daarmee wordt een nieuw element toegevoegd aan het landschap. Door voort te bouwen op de ruimtelijke uitgangspunten uit de Ontwerp-RES (maximale inzet op zon op dak, benutten van potentie van windenergie langs infrastructuur, bedrijventerreinen en in agrarische gebieden en toepassing van de zonneladder bij het zoeken naar ruimte voor zonnevelden) hebben we geprobeerd hier op verantwoorde wijze invulling aan te geven. De in de RES aangewezen zoekgebieden worden niet ‘automatisch’ ingevuld: in navolgende stappen worden onder andere de effecten op de omgeving en de natuur, veiligheid, gezondheid en aansluitbaar verder onderzocht.
Het ruimtelijk beleid waarin de zoekgebieden worden opgenomen alsmede de uiteindelijke vergunningaanvraag voor een concreet project doorlopen participatie en wettelijke inspraakprocedures en worden uiteraard ter vaststelling aan u voorgelegd voor zover ze betrekking hebben op het grondgebied van Zeist. Besluitvorming over concrete zoekgebieden blijft dus een lokale verantwoordelijkheid. 8
De Regionale Structuur Warmte (RSW) gaat over bovenlokale en regionale afstemming en samenwerking en heeft een wisselwerking met de transitievisies warmte van gemeenten De RSW 1.0 richt zich op bovenlokale en regionale afstemming ten behoeve van de warmtetransitie. Daartoe bevat het afspraken over monitoring en afstemming, een gespreksleidraad voor overleg over bovengemeentelijke warmtebronnen (bronnen met de potentie om in meerdere gemeenten warmte te leveren) en afspraken over thema’s waarop samengewerkt zal worden. Pagina 5 van 11
De RSW 1.0 bevat ook een eerste inventarisatie van de warmtebronnen in de regio. Deze inventarisatie geeft input aan de lokale Transitievisie warmte die voor eind 2021 door iedere gemeente moet worden vastgesteld. In Zeist ligt de TVW inmiddels bij uw raad voor behandeling. De TVW’s bieden informatie over de warmtevraag in de gemeenten en welke duurzame warmtebronnen het meest waarschijnlijke alternatief is. Er is dus een wisselwerking tussen de RSW en de TVW. Daarom is regionaal afgesproken om de TVW’s te monitoren en te gebruiken als input voor de RSW2.0 die in 2023 moet worden geactualiseerd. Op dat moment is mogelijk ook meer bekend over de daadwerkelijke beschikbaarheid van aardwarmte in de RESU16. 9. Bijlagen 1, 4, 5, 6, 7, 8 en 12 zijn onlosmakelijk verbonden met de RES 1.0 Deze bijlagen zijn onlosmakelijk verbonden met de RES 1.0 en zijn daarom onderdeel van de besluitvorming. Zij zijn een onderbouwing van, verdieping op of geven richting aan het vervolg op de RES 1.0. Bijlage 1 geeft per gemeente inzicht in het lokale proces dat plaatsvond om te komen tot een bijdrage aan de RES. Het beschrijft het lokale zoekproces en de lokale beleidsontwikkeling en realisatie. Bijlage 4 is een verdieping op het warmtehoofdstuk (hoofdstuk 4). Bijlagen 5, 6, 7 en 8 kunnen benut worden bij de realisatie en uitvoering van de RES 1.0.
In bijlage 12 staat aangegeven hoe eerdere moties en amendementen zijn verwerkt in de RES 1.0. De overige bijlagen (2, 3, 9, 10, 11 en 13, 14 en 15) zijn extra achtergrondinformatie. Deze bijlagen zijn gebruikt bij de ontwikkeling van de RES 1.0 en geven inzicht in het totstandkomingsproces zoals de inzet van de bestuurlijke verkenner in het voorjaar 2021. 10. De RES is een bouwsteen van het Integraal Ruimtelijk Perspectief U16 De energietransitie is één van de zes thematische pijlers in het Integraal Ruimtelijk Perspectief U16. Om voor alle pijlers zorgvuldig en in samenhang oplossingen te ontwikkelen, werken de zestien gemeenten in de regio ook samen aan het Integraal Ruimtelijk Perspectief en Programma (IRP). Het IRP, voorheen REP, vormt de regionale ontwikkelrichting en het platform voor integrale ruimtelijke samenwerking en afstemming in de uitvoering. De gemeenten hebben gelijktijdig met de RES 1.0 het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) ontwikkeld. De besluitvorming over het IRP volgt kort na de besluitvorming over de RES 1.0. Bij de besluitvorming over het IRP zal daarom een memo worden gevoegd, getiteld ‘Samenhang voorstel RES 1.0 - voorstel IRP’. In dit memo staat beschreven waar de energieopgave andere opgaven aanvult en waar belangen kunnen botsen. In de volgende fase zullen de gemeenten het IRP verder uitwerken en concretiseren.
In de programmeringsfase kunnen gemeenten de opgaven in samenhang bekijken en verbinden. Dit biedt ruimte om lusten en lasten in evenwicht te houden. 11 Moties en amendementen aangenomen bij de Startnotitie RES U16 of de Ontwerp RES U16 zijn verwerkt Bij de besluitvorming over de ‘Ontwerp RES inclusief bod’ zijn door de parlementen verschillende moties en amendementen aangenomen. In bijlage 12 is opgenomen hoe vorm en inhoud is gegeven moties en amendementen. Ook bij de besluitvorming over de Startnotitie zijn al diverse moties en amendementen aangenomen. Een notitie met de wijze waarop met deze moties en amendementen wordt omgegaan was bijlage bij de Ontwerp RES. Bij een aantal moties werd aangegeven dat dit later in het traject wordt opgepakt. Daarom zijn ook alle eerdere moties en amendementen opgenomen in bijlage 12. Specifiek informatie over Zeist: De gemeenteraad van Zeist heeft zowel bij de startnotitie (motie regionale strategie duurzame mobiliteit) als bij de ontwerp RES (motie maximaal zon, scherpe richtlijnen windmolens, ruimte voor innovatie) een motie aangenomen. De moties zijn conform afgehandeld en vinden ook allebei deels hun plek in de RES 1.0. Wat mobiliteit betreft wordt aansluiting gezocht in het IRP en de keuze die daarin qua mobiliteit worden voorgesteld, ook wordt een regionaal mobiliteitsprogramma opgesteld.
Wat de laatste motie betreft is afgesproken dat lokaal op onderdelen aanvullende voorwaarden gesteld kunnen worden. Zodat er beter ingespeeld kan worden op specifieke lokale omstandigheden en daarmee ruimte laat voor maatwerk op gemeenteniveau. Zowel in regionaal verband als lokaal wordt maximaal ingezet op zon op dak om zo de bijdrage van duurzame elektriciteit uit zon op dak zo groot mogelijk te laten zijn. 12. RES 1.0 wordt gerealiseerd door uitwerking in het eigen beleid en regelgeving
Pagina 6 van 11
De RES-samenwerking heeft geen juridische status en de RES heeft niet geleid tot verandering van de bevoegdheidsverdeling van de verschillende overheidslagen. Zo zijn gemeenten het bevoegd gezag voor zonneparken tot 50 MW en windparken tot 5 MW (waarschijnlijk 15 MW in de nieuwe Energiewet). De provincie is het bevoegd gezag voor initiatieven tot 100MW. De RES 1.0 heeft na besluitvorming de status van een beleidsstuk. Voor realisatie moet de RES 1.0 uitgewerkt worden door de deelnemende overheden in het instrumentarium van de omgevingswet, pas dan is er sprake van een juridische status. In de Startnotitie hebben alle deelnemende overheden daarom al afgesproken om instrumenten als omgevingsvisies en -plannen in te zetten bij het behalen van de doelen van de RES. 13. De zoekgebieden op het grondgebied van Zeist sluiten aan bij de in oktober 2020 vastgestelde “Aanpak duurzame elektriciteit in Zeist tot 2030” en de besluitvorming door de raad daarover. Met de vaststelling van de routekaart Nieuwe Energie in 2019 heeft de raad de ambitie uitgesproken om zo spoedig mogelijk energieneutraal te zijn, uiterlijk in 2050. Doelstelling is om één derde van de opgave in duurzame opwek in 2030 gerealiseerd te hebben. In de ‘Aanpak grootschalige elektriciteitsopwek tot 2030’ is vervolgens uitgewerkt hoe we hier aan willen werken.
Bij de behandeling in de raad (oktober 2020) is besloten tot een nadere verkenning van de kansrijkheid van de A12/spoorzone. Ook is door uw raad gevraagd de kansrijkheid van Kamp van Zeist als windlocatie nader te onderzoeken. Het is opgevoerd als zoekgebied in de RES vanwege het momentum. Het Zeister gedeelte van Kamp van Zeist staat aan de vooravond van een transformatie van gebruik door het rijk naar natuurgebied. We onderzoeken in overleg met Hart van de Heuvelrug hierin de morgelijkheden. Verder grenst deze locatie aan het zoekgebied voor windmolens langs de A28 van de RES Amersfoort. Een eventuele windlocatie op Kamp van Zeist moet juridisch gezien hiermee in samenhang onderzocht worden. Daarnaast is het benutten van het geluidscherm van de A28 opgevoerd als zoekgebied in de RES. Het is een veel geuite wens van inwoners om dit potentieel voor zonnepanelen te benutten. Dit vraagt echter de medewerking van Rijkswaterstaat en moet in samenhang met andere opwekmogelijkheden langs de A28 worden bezien. Voor alle door ons genoemde zoekgebieden geldt dat deze zijn ingebracht met als potentie 0 tot 0.123 TWh. Hiermee geven wij aan dat het een open verkenning is en/of afhankelijk is van nadere samenwerking, waarbij niet vaststaat dat er daadwerkelijke grootschalige duurzame energieopwek gerealiseerd kan of zal worden.
Daarnaast wordt voor zon op dak (groter dan 15 kWP) vanuit Zeist de ambitie 0,025 TWh ingebracht, gebaseerd op de ambitie uit de routekaart.
KANTTEKENINGEN 1. De RES 1.0 is een momentopname De tijdspanne van de energietransitie is groot. De RES1.0 is daarom een momentopname van waar alle deelnemende overheden nu staan als het gaat om het realiseren van zon en wind tot 2030. De RES1.0 biedt het kader om in U16 verband gezamenlijk verder te werken aan deze grote opgave. We weten dat veel zoekgebieden in de RES1.0 de komende tijd verder worden uitgewerkt waarbij (ruimtelijke) afwegingen en het maatschappelijke gesprek nog moeten worden gevoerd. Dit betekent dat we rekening moeten houden met planuitval. We hebben daarom afgesproken om elk jaar de voortgang van de projecten te monitoren als voorbereiding op de RES2.0. Bijsturen op bepaalde onderdelen kan dan tussentijds plaatsvinden. 2.
Indien de landelijke doelstelling niet wordt gehaald is een aanvullende regionale opgave mogelijk Als de landelijke taakstelling van 35 TWh duurzame elektriciteitsopwek niet wordt gehaald, zullen regio’s onderling in gesprek gaan om tot een verdeling over de resterende opgave te komen. Als deze gesprekken tussen de regio’s niet tot een resultaat leiden zal vanuit het NPRES een landelijke verdeelsystematiek worden ingezet die vanuit de landelijke koepels (VNG, Interprovinciaal overleg IPO en de Unie van Waterschappen) is opgesteld. Uit de appreciatie van het Planbureau van de Leefomgeving (PBL) die in februari 2021 verscheen is op basis de ingediende Ontwerp-RES’en een bandbreedte van 31,2 TWh - 45,7 TWh duurzame elektriciteitsproductie in 2030 opgeteld. Het is dus op basis van de Ontwerp-RES’en niet zeker dat de landelijke taakstelling van 35TWh wordt gehaald.
3. De realisatie van de RES 1.0 is afhankelijk van diverse randvoorwaarden
Pagina 7 van 11
Voor een succesvolle realisatie van de RES 1.0 zijn we afhankelijk van diverse randvoorwaarden. Het Rijk moet de energietransitie beleidsmatig en financieel mogelijk maken en stimuleren. Denk aan de subsidies voor duurzame elektriciteitsopwek maar ook financiering aan de RESdeelnemers om invulling te geven aan de RES-taken. Bovendien leven er maatschappelijk zorgen over de energietransitie, de impact op de leefomgeving (zoals veiligheid, gezondheid en biodiversiteit) en betaalbaarheid voor de inwoners. Deze afhankelijkheden bestaan en zijn benoemd in de RES 1.0. Waar mogelijk wordt rekening gehouden met de afhankelijkheden (bijvoorbeeld bij de bandbreedte voor zon op dak) of wordt de afhankelijkheid verkleind (denk aan de omvang van het Regionaal Uitvoeringsplan afhankelijk maken van rijksfinanciering). 4. Er zijn knelpunten in het elektriciteitsnetwerk maar het bod is maakbaar Netbeheerder Stedin heeft de in maart 2021 aangeleverde zoekgebieden getoetst aan de elektriciteitsinfrastructuur en vastgesteld welke netinvesteringen waar en wanneer nodig zijn om de RES-opgave te kunnen realiseren. In de netimpactrapportage zijn negentien ‘knelpunten’ benoemd waar netinvesteringen nodig zijn om de opgegeven opwekvermogens aan te kunnen sluiten. Daarvan zijn er twee urgent. Om de knelpunten te kunnen oplossen, is concreetheid en zekerheid nodig van gemeenten.
Stedin roept daarom op om zo spoedig mogelijk het proces in gang te zetten over de ruimtelijke inpassing van de additionele netinfrastructuur. Stedin benadrukt het belang om in het 4e kwartaal een nieuwe toets uit te voeren als ijkpunt voor de maakbaarheid van het RES-bod en als vertrekpunt voor een uitvoeringsprogramma. De verwachting is dat het RES-bod in Q4 namelijk verder is uitgewerkt en dat diverse gemeenten meer zekerheid kunnen bieden over hun bijdrage aan het bod. 5. Innovatie en kernenergie is niet meegenomen in het bod Op basis van afspraken in het Klimaatakkoord kunnen alleen zon op dak (vanaf plm. 60 panelen), zonnevelden en windmolens meegerekend worden voor het regionale bod. Deze technieken zijn momenteel haalbaar (technical readiness level is hoog) en op grote schaal in te zetten voor de opwek van duurzame elektriciteit. Hiermee kunnen deze voor 2030 een bijdrage leveren aan onze doelstellingen. Kernenergie valt om deze reden af, het is onmogelijk in 10 jaar een kerncentrale te realiseren. Voor de periode na 2030 is nog niet bepaald met welke technieken gerekend kan worden. 6. De landelijke deadline voor de RES 1.0 was 1 juli De minister heeft vooralsnog aangeven aan de deadline van 1 juli 2021 vast te houden. De RES1.0 is onder voorbehoud van besluitvorming in de U16 parlementen aan het NPRES gestuurd. Specifieke informatie voor Zeist: 7.
Beperkte theoretische ruimte voor windmolens en zonnevelden Binnen het grondgebied van Zeist zijn er qua windmolens en zonnevelden beperkte mogelijkheden. Vanuit onze eigen ambitie en het principe ‘iedereen draagt bij’ willen wij serieus kijken naar realisatiemogelijkheden voor windmolens en zonnevelden op het grondgebied van Zeist. Indien uit de vervolgstappen blijkt dat op één of meerdere ingebrachte zoekgebieden en/of ambitie zon op dak geen of minder realisatie mogelijk is, zullen we -conform de ‘Aanpak grootschalige elektriciteitsopwek tot 2030’- over de strategie om tot 1/3 duurzame opwek te komen op het grondgebied van Zeist in 2030 opnieuw in gesprek gaan met uw raad en de consequenties inbrengen bij de RES 2.0. TOELICHTING FINANCIEN De RES 1.0 heeft geen directe financiële consequenties. De regionale uitvoeringskosten worden uitgewerkt in het Regionaal Uitvoeringsplan dat kort na besluitvorming over de RES 1.0 aan de dagelijks besturen ter besluitvorming voorgelegd wordt. Naar verwachting gaat het Rijk een financiële ondersteuning leveren voor de volgende fase van de uitvoering van het Klimaatakkoord, waaronder een bijdrage voor de uitvoering van de RES. De omvang van deze bijdrage is nog niet bekend.
De RES samenwerking is tot op heden gefinancierd uit: ‘om niet’ inzet van ambtelijke uren, een rijksbijdrage (uitgekeerd aan de centrumgemeente) en een deelnemersbijdrage (provincie 1/4,
Pagina 8 van 11
waterschappen 1/8, gemeenten 5/8 verdeeld naar rato inwonertal, ca € 0,27 per inwoner). Wij verwachten dat deze bedragen indicatief zijn voor de kosten in de volgende fase. COMMUNICATIE De energietransitie is niet van de overheden en kan alleen slagen met inzet van vele inwoners, energiecoöperaties, grondeigenaren, maatschappelijke organisaties, ontwikkelaars en andere bedrijven bij de vraag hoe we de energietransitie in onze regio vormgeven. Daarom hebben we inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers betrokken bij het opstellen van de RES. Zowel regionaal als lokaal heeft participatie over de RES plaatsgevonden. Na het vaststellen van de Ontwerp-RES is vooral op lokaal niveau aan de slag gegaan met het zoeken naar gebieden voor duurzame elektriciteitsopwek. Daarmee is aangesloten bij de lokale context en verschillende fasen waarin gemeenten zich bevonden, is doorgebouwd op bestaande participatiestructuren en konden inwoners en andere belanghebbenden het beste betrokken worden. Meer hierover vindt u in bijlage 1 en 11. Vanuit de regio zijn de lokale processen ondersteund met onderzoek, kennis en afstemming. Daarnaast zijn er vanuit de RES U16 regelmatig zowel brede bijeenkomsten als kleinere tafelgesprekken geweest met regionale stakeholders.
Ook heeft RES U16 een-op-een gesprekken met enkele organisaties uit het maatschappelijke veld met een belang in natuur, milieu, ruimtegebruik, landbouw en energie gevoerd. Ten aanzien van warmte heeft RES U16 in warmteateliers gesproken met energiecoöperaties en regionale stakeholders. De resultaten uit de participatie hebben bijgedragen en sturing gegeven aan de totstandkoming van de RES 1.0 en verschillende bijlagen (oa rapport LandID en de thematische agenda elektriciteit en warmte). Specifiek informatie over Zeist: Om de inbreng van Zeist in de RES 1.0 te bepalen, is op de volgende wijze participatie toegepast: In de pijler ‘Energie’ van Samen Duurzaam Zeist hebben inwoners, ondersteund door de gemeente, gewerkt aan een Energieplan om de Zeister ambitie rond duurzame energie in beeld te krijgen (2019). Vervolgens heeft de gemeente m.b.v. het Energieplan een Routekaart Nieuwe Energie opgesteld, met een pad om de ambitie ‘Zeist zo snel mogelijk energieneutraal, uiterlijk in 2050’ te realiseren. Uw raad heeft de Routekaart in juli 2019 vastgesteld. De gemeente heeft laten onderzoeken waar in Zeist volgens de regelgeving zonnevelden en windmolens een plek zouden kunnen krijgen.
Via een huisaanhuis bezorgde krant ‘Nieuwe Energie voor Zeist’ is de samenleving uitgenodigd voor een participatiebijeenkomst om met de gemeente te concretiseren waar in Zeist wel of niet kansen liggen voor zonnevelden, en welke kaders daarbij zouden moeten gelden. Ook georganiseerde belanghebbenden (zoals provincie, Mooi Sticht, Stichting Milieuzorg Zeist e.o.) hebben hier in separate bijeenkomsten hun inbreng voor geleverd. Er is een paginagrote advertentie in de Nieuwsbode geplaatst om inwoners te attenderen over de besluitvorming over ‘Aanpak grootschalige elektriciteitsopwek tot 2030’ en de beleidsvisie zonnevelden en uit te nodigen om in te spreken. Het resultaat voor zon is vastgelegd in de ‘beleidsvisie zonnevelden’ die door uw raad is vastgesteld (oktober 2020). Voor windmolens waren volgens de regelgeving buiten NatuurNetwerk Nederland (NNN) slechts twee locaties mogelijk, beide in het open gebied tussen Zeist en Bunnik/Odijk. Uw raad heeft in oktober 2020 besloten om voor één van die locaties (de A12/spoorzone) een gebiedsverkenning uit te voeren, waarbij wordt onderzocht of er wel of niet mogelijkheden zijn voor windmolens en zonnevelden in dat gebied. Dat gebeurt momenteel via een participatietraject met alle belanghebbenden. Hierover zijn huisaanhuis-brieven verspreid aan omwonenden en is in drie huisaanhuis-kranten een paginagrote advertentie geplaatst.
De samenleving wordt ook op de hoogte gehouden via www.zeist.nl/a12spoorzone en een mailnieuwsbrief. Daarnaast heeft uw raad gevraagd om de mogelijke locaties voor wind verder te duiden, waarbij Kamp van Zeist expliciet is benoemd. Dit is gedaan door het op laten stellen van een nadere rapportage en duiding van de theoretische windlocatie in de RIB ““Nadere duiding kansrijkheid theoretische windlocaties op grondgebied van Zeist”. Dat heeft ertoe geleid dat Zeist een tweede zoeklocatie voor wind inbrengt in de RES: op het Kamp van Zeist. Het college zal te zijner tijd uw raad informeren over de voortgang van de nadere verkenning van dit zoekgebied. Indien dit kansrijk blijkt, zullen inwoners en andere belanghebbenden worden betrokken bij het verdere onderzoekstraject. Tot slot werken we samen met inwoners in Samen Duurzaam Zeist en subsidiëren we Stichting Energie Zeist, om samen met inwoners te werken aan energiebesparing. Pagina 9 van 11
Ook bij de vervolgstappen, worden inwoners en lokale organisaties weer betrokken om mee te praten en mee te denken. Naast het meedenken en meepraten rond de zoeklocaties, gaat het ook om meedoen, bijvoorbeeld in de vorm van 50% lokaal eigenaarschap of andere vormen van financiële participatie bij duurzame initiatieven. Het streven naar 50% eigenaarschap is als uitgangspunt in de RES 1.0 opgenomen. De RES U16 zal de regionale participatie versterken met landelijke en regionale organisaties om een continue dialoog te voeren. Het doel hiervan is om van belanghebbenden als samenwerkingspartners bij de RES U16 te betrekken, zodat zij een structurele inbreng leveren voor de realisatie van de projecten en initiatieven. Daarbij kunnen hierdoor ook tijdig landelijke of regionale belanghouders worden gekoppeld aan lokale participatietrajecten. VERDERE PROCES De door parlementen vastgestelde RES 1.0 wordt uiterlijk op 15 oktober 2021 aan het NP RES verstuurd. De RES 1.0 is een stap in een opgave voor de komende twee decennia. Na vaststelling van de RES 1.0 zijn er verschillende ijkmomenten. Op deze momenten monitoren we in regionaal verband of de gezamenlijke realisatie op koers ligt. Daarnaast zijn er momenten waarop we aanvullende ambities en doelen stellen voor de periode tot 2050. Doelen voor de periode na 2030 moeten we vastleggen en onderbouwen in een van de volgende RES-versies.
Om de RES 1.0 te kunnen uitvoeren en het vervolg te kunnen invullen, wordt een Regionaal Uitvoeringsplan opgesteld. Dit plan wordt ter besluitvorming aan colleges van B&W toegestuurd, evenals aan Gedeputeerde Staten en de Dagelijks Besturen van de deelnemende waterschappen. De omvang en intensiteit van de regionale activiteiten zijn onder meer afhankelijk van de beschikbaarheid van financiële middelen vanuit het Rijk.
BIJLAGEN RES1.0 Regio U16 Aanbiedingsbrief RES1.0 Regio U16 Regionaal persbericht Persbericht lokaal
Pagina 10 van 11
RAADSBESLUIT
Behoort bij raadsvoorstel Nr. 21RV044
De raad van de gemeente Zeist; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 juni 2021 ; BESLUIT:
1.
De Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 vast te stellen, inclusief de bijlagen 1, 4, 5, 6, 7, 8 en 12 en het college op te dragen hier uitvoering aan te geven in regionaal verband.
2.
De zoekgebieden A12/spoorzone (0 tot 2 windmolens + 0 tot 35 hectare zonneveld), Kamp van Zeist (0 tot 2 windmolens) en de geluidsscherm en talud van de A28 (0 tot 4,3 hectare zonneveld) op te nemen in de RES 1.0.
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 12 oktober 2021. De raad voornoemd,
mr. J. Janssen, griffier
drs. J.J.L.M. Janssen, voorzitter
1