00-21RV010 rv Nadere uitw. strat. kaders Participatiewet
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Nadere uitwerking Strategische kaders Participatiewet
Portefeuillehouder
Marcel Fluitman
Ronde Tafel
04 maart 2021
Opsteller
Debat
-
Zaak/stuknummer
J.S. Eilander 392387
Raadsvergadering
23 maart 2021
Raadsvoorstel
21RV010
Maatschappelijk effect en doel van het voorstel Eens in de vier jaar maken de raden van de samenwerkende gemeenten in de regio Zuidoost Utrecht (De ZOU regio bestaat uit de gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist) afspraken over de uitvoering van de Participatiewet in onze regio (zgn. ‘Strategische Kaders’). Op basis van de Strategische Kaders geven wij kaders en richtlijnen voor een goede dienstverlening met als belangrijkste doelstelling dat inwoners mee kunnen doen. Hiertoe zijn eind 2019 in de regionale raden de “Strategische kaders participatiewet 2020-2023” vastgesteld. Deze kaders bevatten een nadere uitwerkingsopdracht ten aanzien van een lokale aanpak voor inwoners voor wie deelname aan de samenleving het hoogst haalbare is (groep 3) en een uitwerkingsopdracht tot wijziging van de afspraken omtrent de regionale risicodeling op het BUIG budget.
Voorstel 1. Instemmen met een aan de RDWI te verstrekken bestuursopdracht waarin beschreven wordt op welke wijze een lokale aanpak wordt vormgegeven voor inwoners voor wie deelname aan de samenleving het hoogst haalbare is (groep 3) en het budget voor deze aanpak vast te stellen op 10% van het re-integratiebudget. 2. Instemmen met het gewijzigde financieringsvoorstel voor de gebundelde uitkering (BUIG) waarmee de regionale risicodeling wordt aangepast. Besluit Raad
Basis
Inleiding Eens in de vier jaar maken de raden van de samenwerkende gemeenten in de regio Zuidoost Utrecht (De ZOU regio bestaat uit de gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist) afspraken over de uitvoering van de Participatiewet in onze regio (zgn. ‘Strategische Kaders’). Op basis van de Strategische Kaders geven wij kaders en richtlijnen voor een goede dienstverlening met als belangrijkste doelstelling dat inwoners mee kunnen doen.
Pagina 1 van 5
Hiertoe zijn eind 2019 in de regionale raden de “Strategische kaders participatiewet 2020-2023” vastgesteld. Deze kaders bevatten een nadere uitwerkingsopdracht ten aanzien van een lokale aanpak voor inwoners voor wie deelname aan de samenleving het hoogst haalbare is (groep 3). In dat kader is in de afgelopen maanden de “Bestuursopdracht RDWI inzet groep 3” (bijlage 2) tot stand gekomen. Deze opdracht is een uitwerking van de aanpak die in de strategische kaders is vastgesteld, waarbij in de overwegingen de recente economische ontwikkelingen als gevolg van de Corona-crisis en de resultaten van het project activering van de RSD zijn meegenomen. Daarnaast wordt een aangepaste vorm van de regionale risicodeling BUIG voorgesteld. Dit voorstel beoogt het in stand houden van de regionale solidariteit op de budgetten voor uitkeringen, waarbij gemeenten die initieel een tekort op de BUIG realiseren enkel voor het tekort gecompenseerd worden.
Argumenten Een projectgroep is in de regio aan de slag gegaan met de nadere uitwerking van de strategische kaders op de genoemde onderdelen. Voor het onderdeel bestuursopdracht groep 3 is de RDWI geraadpleegd; vanuit de organisatie is input geleverd op de geformuleerde opdracht. Bestuursopdracht groep 3 Kern van de huidige Strategisch Kaders 2020-2023 is een meer evenwichtige verdeling van de begeleiding van álle doelgroepen, waarbij de activering en begeleiding van doelgroep 3 grotendeels lokaal en in nauwe samenwerking met de lokale organisaties zal plaatsvinden. Bij het opstellen van de Strategische Kaders zijn de gemeenten ervan uit gegaan dat een substantieel deel van doelgroep 3 met de lokale inzet geactiveerd kan worden. Geactiveerd om te participeren in de lokale omgeving. Echter, uit het recent afgeronde project Activering van de RDWI is gebleken dat een groot deel van de groep reeds maatschappelijk actief is. Voor een kleiner deel worden wel activeringsmogelijkheden gezien, welke zich bevinden in de sfeer van de Banenafspraak, nieuw beschut werk en (uitbreiding van) vrijwilligerswerk. Door de coronacrisis is een deel van de voornemens, prognoses en verwachtingen uit de Strategische Kaders in een ander daglicht komen te staan.
De oplopende werkloosheid en de verwachte stijging van de instroom in de bijstand veranderen de samenstelling en de omvang van het klantenbestand van de RDWI. De werkhervatting, re-integratie, scholing en omscholing en uitstroom naar werk vragen meer investering en inzet. Het ligt daarom niet voor de hand om nu meer financiële middelen in te zetten voor een doelgroep met grote en soms onoverbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt. Met de bestuursopdracht wordt invulling geven aan de inzet voor groep 3. Het gaat hierbij om de dienstverlening van de RSD en de zorgverlening en inzet van netwerkpartners lokaal om zo gezamenlijk de activering van doelgroep 3 te bewerkstelligen. Met als resultaat de activering van groep 3 met een passende dienstverlening per gemeente. Dit vraagt om samenwerking en afspraken. Doelstelling: Ontwikkelen van een effectieve aanpak van de begeleiding van doelgroep 3 naar activering naar vermogen, met daarin een samenhangende aanpak van regionale en lokale dienstverlening De RDWI krijgt opdracht om de basisdienstverlening aan groep 3 te beschrijven en afspraken te maken per gemeente met de relevante lokale organisaties, waarbij ook aandacht is voor een eventuele rol van Biga.
Tweemaal per jaar wordt door de RDWI aan het Algemeen Bestuur gerapporteerd over de resultaten en in 2022 vindt een evaluatie plaats met in ieder geval de ambtelijke vertegenwoordiging van de gemeenten en de betrokken lokale organisaties. Middelen Bij de uitwerking van de Strategische Kaders wordt de gemeenteraden voorgesteld om de lokale inzet van 10% van het participatiebudget te handhaven. Dit gezien de economische ontwikkelingen als
Pagina 2 van 5
gevolg van de coronacrisis en de opgedane kennis over doelgroep 3 bij het Project Activering van de RDWI. Gemeenten kunnen individueel beslissen extra eigen middelen in te zetten indien gewenst. De basisdienstverlening voor groep 3 vanuit de RDWI is voor alle gemeenten dezelfde en wordt gefinancierd vanuit de reguliere budgetten van de RDWI (participatiebudget en apparaatskosten).
Risicodeling BUIG In het eind 2019 vastgestelde raadsvoorstel strategische kaders participatiewet, staat over de risicodeling BUIG dat er in 2020 nieuwe afspraken gemaakt worden over de risicodeling BUIG. Sinds de vaststelling van deze strategische kaders is door de gemeenten intensief gewerkt aan deze nieuwe afspraken. Er bleek draagvlak bij de deelnemers om een vorm van risicodeling of regionale solidariteit in stand te houden. In de besluitvorming zijn alle voornoemde factoren gewogen. Omdat gemeenten uiteenlopende belangen hebben, moest een compromis gevonden worden. De gekozen oplossing heeft geen gevolgen voor de uitvoeringsorganisatie; het budget van de organisatie blijft ongewijzigd. Het voorstel luidt als volgt: risicodeling wordt toegepast door alle tekorten van de nadeelgemeenten (na toepassing van de landelijke vangnetregeling) op het BUIG resultaat met elkaar te verdelen op basis van een aangepast verdeelmodel, waardoor slechts de tekorten van de nadeelgemeente(n) door de voordeelgemeente(n) gecompenseerd worden. In tegenstelling tot de huidige afspraken kunnen de nadeelgemeenten volgens het nieuwe verdeelmodel niet eindigen op een positief resultaat. Dit voorstel is “variant 2” in bijgevoegde memo. Een voordeelgemeente houdt het resterende overschot nadat de tekorten van de nadeelgemeenten gecompenseerd zijn.
In het geval dat alle gemeenten op het BUIG budget tekort komen, worden de tekorten verhoudingsgewijs door het verdeelmodel genivelleerd. De argumentatie voor de gekozen oplossing is dat de bestaande afspraken met betrekking tot risicodeling BUIG tot grote verschuivingen kunnen leiden; gemeenten die op basis van de rijksbudgetten en uitputting op een substantieel tekort uitkomen, realiseren na toepassing van de risicodeling een fors overschot. In de voorgestelde systematiek worden gemeenten met een tekort gecompenseerd, tot € 0,-. Gemeenten met een overschot op de BUIG behouden op deze manier een groter deel van het overschot zelf terwijl er toch sprake blijft van solidariteit tussen de gemeenten. Tegelijk realiseren enkele gemeenten onevenredig grote tekorten op de BUIG. Deze tekorten lijken voor het overgrote deel vooral te wijten aan een ontoereikende toerekening van de budgetten vanuit de Rijksoverheid. De gekozen oplossing voor de risicodeling wordt in de tweede helft van 2021 tussen de gemeenten geëvalueerd op basis van de beschikbare informatie vanuit onder andere de RDWI. Voornoemde afspraken over groep 3 en de regionale risicodeling zijn door de 5 wethouders werk & inkomen van de deelnemende gemeenten in de RDWI gemaakt.
Toelichtingen Financiën
Juridisch
Risico’s
Communicatie
Automatisering
Anders
Verdere proces
Pagina 3 van 5
VERDIEPING Inleiding
ARGUMENTATIE TOELICHTING Deze nadere uitwerking van de strategische kaders participatiewet wordt voorgelegd aan de raden van de 5 deelnemende gemeenten in de RDWI. Pas na vaststelling door alle 5 de raden is de uitwerking van kracht. In de tekst van de strategische kaders staat dat er voorstellen uitgewerkt worden om te komen tot een “geschot budget”. De voorgestelde vorm van risicodeling betekent dat de budgetten daadwerkelijk geschot worden, echter de risico’s op tekorten worden in samenhang opgevangen. Het bleek niet haalbaar om voor de kadernota 2021 met nieuwe afspraken te komen. De gemaakte afspraken kunnen echter wel in 2021 geëffectueerd worden waardoor de opgelopen vertraging geen effect heeft op de ingangsdatum van de nieuwe afspraken. Door de 5 gemeenten wordt gewerkt aan nieuwe afspraken ten aanzien van de verdeling van het reintegratiebudget. De verwachting is dat hierover in de loop van 2021 voorstellen gedaan kunnen worden.
FINANCIËLE TOELICHTING
De aanpassing van de afspraken rondom risicodeling op BUIG heeft consequenties voor de deelnemende gemeenten. Uit de resultaten van de afgelopen jaren blijkt dat deze resultaten fluctueren; er kan echter wel gesteld worden dat deze aanpassing voor sommige gemeenten positiever uitwerken dan voor andere gemeenten. Voor de gemeente Zeist is de uitwerking van deze nieuwe afspraken naar verwachting positief. Zowel in de afgelopen jaren, als in de komende jaren zal Zeist een positief resultaat op de BUIG realiseren. Onder de nieuw gemaakte afspraken zal een kleiner deel van dit positieve resultaat aangewend moeten worden voor de compensatie van tekorten van andere deelnemende gemeenten dan onder de tot op heden geldende afspraken.
VERDERE PROCES Planning en uitvoering Evaluatie
BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4:
Bestuursopdracht groep 3 Strategische kaders participatiewet 2020-2023 memo risicodeling BUIG Rekenmodellen Risicodeling BUIG
Pagina 4 van 5
RAADSBESLUIT
Behoort bij raadsvoorstel Nr. 21RV010
De raad van de gemeente Zeist; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 januari 2021; BESLUIT: 1. In te stemmen met een aan de RDWI te verstrekken bestuursopdracht waarin beschreven wordt op welke wijze een lokale aanpak wordt vormgegeven voor inwoners voor wie deelname aan de samenleving het hoogst haalbare is (groep 3) en het budget voor deze aanpak vast te stellen op 10% van het re-integratiebudget. 2. In te stemmen met het gewijzigde financieringsvoorstel voor de gebundelde uitkering (BUIG) waarmee de regionale risicodeling wordt aangepast.
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 23 maart 2021 De raad voornoemd,
mr. J. Janssen, griffier
drs. J.J.L.M. Janssen, voorzitter
1