00-21RV003 rv Verordening sociaal domein 2020 (gewijzigd)
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Verordening Sociaal Domein Zeist 2020
Portefeuillehouder
M. Fluitman
Ronde Tafel
10 december 2020
Opsteller
Debat
17 december 2020
Zaak/stuknummer
L. Kesteren, van 386806
Raadsvergadering
19 januari 2021
Raadsvoorstel
21RV003
Maatschappelijk effect en doel van het voorstel Voorstel 1. De Verordening Sociaal Domein Zeist 2020 vast te stellen en deze inwerking te laten treden op de dag na publicatie. 2. De Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Zeist 2015 en de Verordening Jeugdhulp Zeist 2015 intrekken. Besluit Raad 19 januari 2021:
Basis Inleiding In december 2018 is door de gemeenteraad een motie aangenomen om te komen tot een integrale verordening voor het sociaal domein. De gemeenteraad heeft het college daarbij verzocht om één verordening op te stellen voor het brede sociale domein, geschreven in begrijpelijk Nederlands. Als voorbeeld is in de motie verwezen naar de modelverordening van Stimulansz. Als uitvoering van deze motie is bijgevoegde Verordening Sociaal Domein Zeist 2020 opgesteld. De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen die nu ter besluitvorming worden aangeboden.
Argumenten 1. Een integrale verordening past bij een integrale benadering van ondersteuningsvragen. 2. Er is gebruik gemaakt van de modelverordening van Stimulansz. Deze is integraal, juridisch getoetst en al zoveel mogelijk in begrijpelijke taal geschreven. 3. Een aantal beleidskeuzes of inhoudelijke wijzigingen vraagt om besluitvorming door de gemeenteraad. Bij het opstellen van de verordening is het huidige beleid als uitganspunt genomen. De verordening is wel geactualiseerd op basis van gewijzigde wetgeving en uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. Op een aantal onderdelen is beleidsvrijheid mogelijk en wordt besluitvorming door de gemeenteraad gevraagd.
Toelichtingen Pagina 1 van 7
x
Financiën
Juridisch
Risico’s
x
Communicatie
Automatisering
Anders
VERDIEPING Inleiding In de Jeugdwet en Wmo 2015 is opgenomen dat gemeenten afspraken over de uitvoering van deze wetten vastleggen in een verordening. De huidige verordeningen zijn vastgesteld in 2014. In de afgelopen jaren is de wetgeving op onderdelen aangepast, er zijn juridische uitspraken gedaan door de Centrale Raad van Beroep en er is ruime ervaring opgedaan in de praktijk. Deze ontwikkelingen vragen om een actualisatie van de verordeningen Jeugdhulp en Wmo. Daarnaast heeft de gemeenteraad het college verzocht om te komen tot één verordening binnen het sociaal domein, in begrijpelijke taal geschreven. Als voorbeeld is daarbij verwezen naar de modelverordening van Stimulansz. De Verordening Sociaal Domein Zeist 2020 is tot stand gekomen met de inbreng van diverse partijen, zowel intern als extern. De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen die nu ter besluitvorming worden aangeboden. ARGUMENTATIE 1. Een integrale verordening past bij een integrale benadering van ondersteuningsvragen. In de motie is de wens uitgesproken om voor alle regelingen binnen het brede sociale domein één integrale verordening vast te stellen. Omdat de verschillende regelingen voortkomen uit diverse wetten, is verkend welke onderdelen op dit moment in de Verordening Sociaal Domein Zeist 2020 kunnen worden opgenomen.
In de verordening zijn nu in ieder geval bepalingen opgenomen over Jeugdhulp en Wmo. De Jeugdwet en de Wmo 2015 willen vergelijkbare doelen behalen voor hulp en ondersteuning aan verschillende doelgroepen. De wetgever verplicht gemeenten om beleid in samenhang te ontwikkelen. Daar sluit een integrale verordening bij aan. De verordening geeft invulling aan één integraal proces in het sociaal domein met als vertrekpunt: ‘één individu of gezin, één plan’. De vraag staat centraal in één proces, waarbij wordt gezocht naar maatwerk en verbinding op het gehele sociale domein (ongeacht de vraag van de inwoner en het terrein waarbinnen de vraag valt). Dit sluit aan bij de uitvoering in Zeist. In de verordening Sociaal Domein zijn (nog) niet alle onderdelen van het Sociaal Domein opgenomen. Ten aanzien van de verordeningen op het gebied van werk en inkomen geldt, dat de samenwerkende gemeenten in de regio ZOU de bevoegdheden (inclusief het vaststellen van verordeningen) hebben overgedragen aan het betreffende bestuursorgaan. De bevoegdheid om een verordening op het gebied van de Participatiewet vast te stellen is overgedragen aan het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling (RSD). Dat betekent dat de gemeenteraad van Zeist die (onderdelen van de) verordening niet kan vaststellen. Daarom wordt de Participatiewet buiten de Verordening Sociaal Domein gehouden.
Wat betreft de verschillende regelingen voor minima wordt gewerkt aan verbeteringen in de duidelijkheid over de toegang tot de regelingen en aan een minder versnipperde uitvoering. In de stamtafel Sociaal Domein van 5 maart bent u hierover geïnformeerd. Zodra deze verbeteringen zijn uitgewerkt en doorgevoerd, kunnen de minimaregelingen worden opgenomen in de verordening Sociaal Domein. De landelijke regels voor leerlingenvervoer worden naar verwachting op niet al te lange termijn aangepast. Omdat hierover nog te veel onduidelijkheden zijn, wordt voorgesteld om op dit moment het onderdeel leerlingenvervoer nog niet toe te voegen aan de verordening Sociaal Domein. Bij een volgende actualisatie zou de verordening leerlingenvervoer opgenomen kunnen worden in de Verordening Sociaal Domein Zeist.
Pagina 2 van 7
Deze Verordening Sociaal Domein kan gezien worden als een groeidocument, waar in de loop van de tijd onderwerpen aan toegevoegd kunnen worden.
2. Er is gebruik gemaakt van de modelverordening van Stimulansz. Deze is integraal, juridisch getoetst en al zoveel mogelijk in begrijpelijke taal geschreven. Het model van Stimulansz wordt ook wel een omgekeerde verordening genoemd: het gaat uit van de vraag van de inwoner en niet van de bepaling en begrenzing van de wet. Het ‘omgekeerde’ bestaat niet alleen uit het volgen van dit model. Het bestaat ook uit het met elkaar bepalen welke kernwaarden de belangrijkste rol spelen. Deze kernwaarden bepalen (mede) de manier waarop een ondersteuningsvraag wordt behandeld. Als kernwaarden zijn de uitgangspunten opgenomen die al eerder in de Brede Visie Sociaal Domein zijn vastgesteld. De opzet van de Verordening Sociaal Domein Zeist 2020 is qua inhoud en opmaak niet vergelijkbaar met de huidige verordeningen. Een was/wordt-overzicht waarin de wijzigingen per artikel worden beschreven, ontbreekt daarom. 3. Een aantal beleidskeuzes of inhoudelijke wijzigingen vraagt om besluitvorming door de gemeenteraad. Bij het opstellen van deze verordening is het huidige beleid als uitganspunt genomen. De verordening is wel geactualiseerd op basis van gewijzigde wetgeving en uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. Op een aantal onderdelen is beleidsvrijheid mogelijk en wordt besluitvorming door de gemeenteraad gevraagd. De belangrijkste wijzigingen en beleidskeuzes zijn hieronder beschreven.
Het proces In hoofdstuk 2, de hulpvraag, is het proces van melding tot en met toekenning van een voorziening beschreven. Dit is uitgebreider dan in de huidige verordeningen, zodat voor de inwoner zo duidelijk mogelijk is wat hij/ zij kan verwachten. Er is meer aansluiting gezocht bij de praktijk. Ook zijn het proces voor Wmo en het proces voor Jeugd, waar mogelijk, meer met elkaar in lijn gebracht. Daarbij is het belangrijk om te vermelden dat de Jeugdwet en Wmo op onderdelen ten aanzien van het proces niet met elkaar overeen komen. Bijvoorbeeld als het gaat om termijnen of gebruikte begrippen. In de verordening is hier zo goed mogelijk rekening mee gehouden. Eigen bijdrage Wmo, invoering van het abonnementstarief De invoering van het abonnementstarief voor de eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen, heeft geleid tot een wijziging van de wet. Daarin is opgenomen dat gemeenten er op onderdelen voor mogen kiezen om af te wijken van de landelijke uitgangspunten voor het opleggen van een eigen bijdrage. Deze afwijking kan alleen een afwijking zijn gericht op het verlagen van de eigen bijdrage of het uitsluiten van bepaalde doelgroepen of voorzieningen waarvoor een eigen bijdrage wordt gevraagd. Het huidige beleid van de gemeente Zeist is dat er geen uitzonderingen worden gemaakt op de landelijke uitgangspunten. Voorgesteld wordt om dit beleid te continueren.
Individuele uitzonderingen (vrijstelling van eigen bijdrage) blijven wel mogelijk, om te voorkomen dat het betalen van een eigen bijdrage leidt tot ongewenste zorgmijding. PGB Ten aanzien van het persoonsgebonden budget (PGB) wordt een aantal wijzigingen voorgesteld. Deze zijn grotendeels gebaseerd op veranderingen in de wet of op jurisprudentie. Voor twee onderdelen is er sprake van beleidsvrijheid. Dat zijn het ‘vrij besteedbaar bedrag’ en de ‘zorgovereenkomst of vergoeding in verband met het toepassen minimumloon’. Hieronder worden de wijzigingen en beleidskeuzes ten aanzien van het PGB toegelicht. Vrij besteedbaar bedrag In de huidige Wmo-verordening is opgenomen dat er een bedrag van € 250 vrij beschikbaar is. Dit mag ingezet worden voor bemiddelingskosten. In de Jeugdverordening is deze mogelijkheid er Pagina 3 van 7
niet. Nu we naar één verordening gaan, ligt het voor de hand om hier één lijn in te trekken. In de afgelopen jaren is het vrij besteedbaar bedrag maar 1x toegekend. Bij de consulenten komen er geen vragen over binnen. Wel is er één inwoner die dit onderwerp in het politiek spreekuur ter sprake heeft gebracht en hier een brief over heeft gestuurd naar de gemeenteraad. Deze inwoner pleit voor een vrij besteedbaar bedrag, ook in relatie tot minimaregelingen. Ondanks dit pleidooi, wordt voorgesteld om het vrij besteedbare bedrag binnen het pgb niet meer op te nemen. Daarbij is een belangrijk argument dat het persoonsgebonden budget nadrukkelijk voor zorg bedoeld is. En niet als compensatie voor overige kosten. Daarnaast zijn de pgb-tarieven gebaseerd op de tarieven voor zorg in natura. In die tarieven is ook rekening gehouden met feestdagenuitkering, eindejaarsuitkering etc. Zorgovereenkomst of vergoeding in verband met het toepassen minimumloon Op de PGB-tarieven is de Wet Minimumloon van toepassing. Dat betekent dat alle tarieven omgerekend per uur minimaal het wettelijk minimumloon moeten bedragen. Een uitzondering op deze regel is mogelijk voor naaste familie. Voor deze groep is er een ministeriële regeling die een alternatief biedt.
De regeling maakt het mogelijk om betalingen (maximaal € 141 per kalendermaand) uit een PGB te doen in die situaties waar geen sprake is van een arbeidsrelatie. Het gaat om incidentele hulp in familieverband, burenhulp of een vriendendienst. De ministeriële regeling biedt hiervoor de mogelijkheid om een geldbedrag in de vorm van een tegemoetkoming of een vergoeding te geven. De tegemoetkoming of vergoeding is alleen bedoeld bij hulp uit sociaal netwerk voor die situaties waar de gemeente er met de budgethouder met een vergoeding op basis van het minimumloon niet uitkomt. Bijvoorbeeld bij een etmaal logeren informeel. Maar het geldt bijvoorbeeld niet voor een familielid dat een paar uur per week huishoudelijke hulp verricht, daarvoor is een zorgovereenkomst nodig. Als een gemeente niet kiest voor de mogelijkheid van een tegemoetkoming, kan de hulp nog steeds worden geboden en dat gaat dan via een zorgovereenkomst. Tot nu toe is ervoor gekozen om alle PGB’ s via een zorgovereenkomst toe te kennen. En geen gebruik te maken van de ministeriele regeling voor een vergoeding. Voorgesteld wordt om hieraan vast te houden. Vanuit de praktijk komen hier geen verzoeken voor en zijn er ook geen situaties bekend waarin een vergoeding passender zou zijn dan een PGB met een zorgovereenkomst.
Door te werken met een budgetplan en zorgovereenkomst is er zowel voor de inwoner als de gemeente meer duidelijkheid en (rechts) zekerheid over de inzet en besteding van het PGB. Ook is er meer rechtszekerheid voor de budgethouder en zorgverlener als er met een zorgovereenkomst wordt gewerkt. Zorgverlener en budgethouder/ vertegenwoordiger In de huidige verordening Jeugdhulp is opgenomen dat een ouder zelf zorgverlener mag zijn voor zijn of haar kind en dat hij / zij ook gemachtigd kan zijn als budgethouder. Dat betekent dat degene die de zorg verleent ook het budget beheert en zichzelf daarmee uitbetaalt. Recent is er een uitspraak geweest door de rechtbank waaruit op te maken valt dat dit niet is toegestaan. Wettelijk gezien mag dat in ieder geval niet als het gaat om een professionele hulpverlener (dus een organisatie). Voor hulp vanuit het sociaal netwerk die met een PGB wordt ingekocht, lijkt dat ook niet wenselijk. Dit om belangenverstrengeling of zelfs fraude te voorkomen. Tegelijkertijd kunnen er situaties zijn waarin een uitzondering gemaakt kan worden. Om misbruik zoveel mogelijk te voorkomen, is in artikel 6.3.1 opgenomen wat wij verwachten van degene die als vertegenwoordiger van de budgethouder optreedt. Tegelijkertijd wordt in dat artikel benoemd dat er een uitzondering gemaakt kan worden als de gemeente denkt dat dat in een specifieke situatie passend is.
Zo kan maatwerk geleverd worden. Wanneer geen PGB voor hulp uit het sociaal netwerk Bij de inzet van een PGB voor iemand uit het sociaal netwerk is in de verordening opgenomen dat dat niet kan bij de zorgvormen Jeugd-GGZ (behandeling) en Dagbesteding, omdat deze ondersteuningsvormen te specifiek zijn om vanuit het sociaal netwerk te kunnen bieden. Budgetplan en budgetvaardigheid Toegevoegd zijn artikelen over het werken met een budgetplan en het toetsen van de budgetvaardigheid. Hierin volgen we het advies van de VNG en Per Saldo om te werken met een 10 puntenplan om de budgetvaardigheid te toetsen, onder andere om inwoners bewust te maken van de taken en verantwoordelijkheden die horen bij het PGB en om fraude te voorkomen.
Pagina 4 van 7
PGB-tarieven In het artikel over de hoogte van de PGB-tarieven zijn de uitgangspunten voor Wmo en Jeugd meer op elkaar afgestemd. Voor professionals en ZZP’ers die worden ingekocht met een PGB, worden de PGB tarieven afgeleid van de tarieven voor Zorg in Natura. Voor inzet vanuit het sociaal netwerk wordt een vast uurtarief voorgesteld, vergelijkbaar met het PGB-tarief in de Wlz. Dit komt overeen met de huidige tarieven. Dat tarief geldt niet voor huishoudelijke hulp vanuit het sociaal netwerk. Daarvoor houden we het huidige uitgangspunt aan: 60% van het tarief voor Zorg in Natura. Beschrijving van voorzieningen(op hoofdlijnen) In de huidige verordeningen is geen beschrijving opgenomen van de voorzieningen die kunnen worden ingezet. Dat is in deze verordening op hoofdlijnen wel gedaan. Het is niet wettelijk verplicht om dat te doen, maar draagt wel bij aan de duidelijkheid voor inwoners. Grondslag toezicht rechtmatigheid ook voor Jeugdwet opgenomen (7.3.3) Tot nu toe was er alleen in de verordening Maatschappelijke Ondersteuning een grondslag voor het uitvoeren van toezicht op de uitvoering van de taken. In deze verordening is dit uitgebreid met het toezicht op basis van de Jeugdwet. Dit maakt het mogelijk om ook toezicht uit te voeren op de Jeugdwet en niet alleen op de Wmo.
Het gaat dan niet om het kwaliteitstoezicht, dat ligt voor de Jeugdwet bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugdhulp (IGJ). Het gaat hier om het toezicht op rechtmatigheid en fraudepreventie. Rol Adviesnetwerk Zeist is benoemd De rol van het Adviesnetwerk Zeist is opgenomen in artikel 7.5.2. Kwaliteitseisen regionale inkoop Wmo en Jeugdhulp zijn verwerkt In de regionale inkoop van Jeugdhulp en Wmo begeleiding die op dit moment gaande is, is extra aandacht besteed aan de kwaliteitseisen die aan zorgaanbieders gesteld worden. Deze kwaliteitseisen zijn verwerkt in de verordening. Zo ontstaat een goede basis voor contractmanagement en handhaving op de kwaliteitseisen. Taalgebruik De verordening is zoveel mogelijk in begrijpelijke taal geschreven. Daarbij is het soms onvermijdelijk om wettelijke begrippen te gebruiken. In de adviezen van Mantelzorg NL en het Adiesnetwerk Zeist is gevraagd om het taalgebruik beter begrijpelijk te maken. Daarna is de tekst van de concept verordening nogmaals doorgelopen en op onderdelen aangepast. Bijvoorbeeld door zinnen minder lang te maken of juist iets meer uit te leggen wat bedoeld wordt. Daarbij blijft er bij sommige artikelen spanning tussen wat juridisch moet worden vastgelegd, bijvoorbeeld door het toepassen van begrippen die in de wet zijn opgenomen en de begrijpelijkheid voor de lezer.
Na vaststelling van de verordening door de gemeenteraad wordt een versie gemaakt met een passende lay-out die bijdraagt aan de leesbaarheid. Aangezien er naar aanleiding van de besluitvorming door de raad nog wijzigingen in de tekst mogelijk zijn, wordt de lay-out pas aangepast na vaststelling van de verordening. Voorgesteld wordt om in te stemmen met de beschreven wijzigingen en beleidskeuzes.
TOELICHTING Financiën De voorgestelde beleidskeuzes hebben geen financiële gevolgen. Participatie Deze verordening is tot stand gekomen met de inbreng vanuit verschillende disciplines binnen de gemeente. Zowel de beleidsadviseurs sociaal domein, kwaliteitsmedewerkers, juridisch adviseurs, toezichthouder rechtmatigheid en consulenten van CJG en Sociaal Team hebben meegedacht over de verschillende onderwerpen in deze verordening. Over de concept verordening is advies gevraagd aan Mantelzorg NL (belangenvereniging voor mantelzorgers), Per Saldo (belangenvereniging voor mensen met een persoonsgebonden budget) en het Adviesnetwerk Zeist. Daarbij is gevraagd of de verordening begrijpelijk geschreven is, of de belangen van de achterban voldoende verwoord zijn en of er nog thema’s missen. Alle drie de partijen hebben een uitgebreid advies gegeven. Dit heeft geleid Pagina 5 van 7
tot aanpassingen ten aanzien van het taalgebruik (waar mogelijk) en op onderdelen ook voor aanvullingen of wijzigingen in sommige artikelen van de verordening. VERDERE PROCES Planning en uitvoering Met het vaststellen van de verordening Sociaal Domein Zeist 2020 komen de verordening maatschappelijke ondersteuning Zeist 2015 en de verordening Jeugdhulp Zeist 2015 te vervallen. Na vaststelling zal de verordening op de gebruikelijke wijze bekend worden gemaakt en gepubliceerd. Na inwerkingtreding (één dag na publicatie) heeft de verordening rechtskracht en wordt deze toegepast bij de uitvoering van de Wmo en Jeugdwet. De verordening Sociaal Domein Zeist 2020 wordt op onderdelen uitgewerkt in beleidsregels. Ook die moeten worden aangepast, zodat ze in overeenstemming zijn met de verordening. Het vaststellen hiervan is een bevoegdheid van het college. De verordening geldt daarbij als het uitgangspunt. Evaluatie Het project ‘Sociaal in Balans’ zal de komende periode mogelijk tot nadere beleids- en uitvoeringsmaatregelen leiden, zowel voor de Wmo als voor Jeugdhulp. Dit kan aanleiding zijn om deze Verordening Sociaal Domein op onderdelen aan te passen. Ook kan het wenselijk zijn om er onderdelen aan toe te voegen. Ten slotte kan veranderende wet- en regelgeving aanleiding zijn om de verordening te actualiseren.
Deze Verordening Sociaal Domein Zeist 2020 is daarmee een ontwikkeldocument. Voor aanpassingen in deze verordening wordt een nieuw besluit gevraagd aan de gemeenteraad. BIJLAGEN 01-Verordening Sociaal Domein Zeist 2020 (gewijzigd) 02-Advies Adviesnetwerk Zeist 03-Advies Mantelzorg NL 04-Advies Per Saldo
Pagina 6 van 7
RAADSBESLUIT
Behoort bij raadsvoorstel Nr. 21RV003
De raad van de gemeente Zeist; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 november 2020; BESLUIT: 1.
De Verordening Sociaal Domein Zeist 2020 vast te stellen en deze inwerking te laten treden op de dag na publicatie.
2.
De Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Zeist 2015 en de Verordening Jeugdhulp Zeist 2015 in te trekken.
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 19 januari 2021 De raad voornoemd,
mr. J. Janssen, griffier
drs. J.J.L.M. Janssen, voorzitter
1