20211216.16b Ruimtelijk kader Trekkersveld IV_MER deel B 15-02.pdf
Tekst van het document
A&DMER TREKKERSDE MER TREKKERSVELD IV VOORGENOMENVELD IV B.V. Gemeente Zeewolde en Polder Networks Gemeente Zeewolde en Polder Networks B.V. 15 FEBRUARI 2021
27 AUGUSTUS 2020
MER TREKKERSVELD IV
Contactpersoon ARCADIS
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
2 van 294
MER TREKKERSVELD IV
INHOUDSOPGAVE DEEL B
10
8
BODEM
16
8.1
Beleidskader
16
8.2
Beoordelingskader
16
8.3
Referentiesituatie
18
8.4
Effectbeschrijving en -beoordeling
20
8.4.1
Ontgrondingen, bouwrijp maken en overige aanlegactiviteiten
20
8.4.2
Gebruiksfase bedrijventerrein en campus
23
8.4.3
Alternatieven proceswatersysteem datacenter
24
8.4.4
Alternatieven hoogspanningsverbinding datacenter
26
8.4.5
Zoekzones warmtebuisleiding datacenter
27
8.4.6
Cumulatieve effecten
27
8.5
Mitigerende maatregelen
28
8.6
Conclusie effecten per aspect
28
8.7
Leemten in kennis en aanzet evaluatieprogramma
28
8.7.1
Leemten in kennis
28
8.7.2
Aanzet evaluatieprogramma
28
9
WATERKWALITEIT EN KLIMAAT
30
9.1
Beleidskader
30
9.2
Beoordelingskader
31
9.3
Referentiesituatie
36
9.3.1
Referentiesituatie de Hoge Vaart
36
9.3.2
Referentiesituatie Wolderwijd
37
9.4
Effectbeschrijving en -beoordeling
38
9.4.1
Ontgrondingen, bouwrijp maken en overige aanlegactiviteiten
38
9.4.2
Gebruiksfase bedrijventerrein en campus
39
9.4.3
Alternatieven proceswatersysteem datacenter
42
9.4.4
Alternatieven hoogspanningsverbinding datacenter
46
9.4.5
Zoekzones warmtebuisleiding datacenter
46
9.4.6 Onze referentie:
Cumulatieve effecten - Datum: 15 februari 2021
47 3 van 294
MER TREKKERSVELD IV
9.5
Mitigerende maatregelen
47
9.6
Conclusie effecten per aspect
47
9.7
Leemten in kennis en aanzet evaluatieprogramma
48
9.7.1
Leemten in kennis
48
9.7.2
Aanzet evaluatieprogramma
48
10 GRONDWATERKWANTITEIT
49
10.1
Beleidskader
49
10.2
Beoordelingskader
50
10.3
Referentiesituatie
52
10.4
Effectbeschrijving en -beoordeling
54
10.4.1
Ontgrondingen, bouwrijp maken en overige aanlegactiviteiten
54
10.4.2
Gebruiksfase bedrijventerrein en campus
57
10.4.3
Alternatieven proceswatersysteem
57
10.4.4
Alternatieven hoogspanningsverbinding
62
10.4.5
Zoekzones warmtebuisleiding
64
10.4.6
Cumulatieve effecten
65
10.5
Mitigerende maatregelen
65
10.6
Conclusie effecten per aspect
67
10.7
Leemten in kennis en aanzet evaluatieprogramma
69
10.7.1
Leemten in kennis
69
10.7.2
Aanzet evaluatieprogramma
69
11 ECOLOGIE
70
11.1
Beleidskader
70
11.2
Beoordelingskader
71
11.3
Referentiesituatie
73
11.4
Effectbeschrijving en -beoordeling
77
11.4.1
Ontgrondingen, bouwrijp maken en overige aanlegactiviteiten
79
11.4.2
Gebruiksfase bedrijventerrein en campus
84
11.4.3
Alternatieven proceswatersysteem
86
11.4.4
Alternatieven hoogspanningsverbinding
93
11.4.5
Zoekzones warmtebuisleiding
97
11.4.6
Cumulatieve effecten
100
11.5
Mitigerende maatregelen
101
11.6
Conclusie effecten per aspect
104
11.7
Leemten in kennis en aanzet evaluatieprogramma
106
11.7.1
Leemten in kennis
106
Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
4 van 294
MER TREKKERSVELD IV
11.7.2
Aanzet evaluatieprogramma
12 ARCHEOLOGIE
107
108
12.1
Beleidskader
108
12.2
Beoordelingskader
109
12.3
Referentiesituatie
111
12.4
Effectbeschrijving en -beoordeling
115
12.4.1
Ontgrondingen, bouwrijp maken en overige aanlegactiviteiten
116
12.4.2
Gebruiksfase bedrijventerrein en campus met datacenter
117
12.4.3
Alternatieven proceswatersysteem
118
12.4.4
Alternatieven hoogspanningsverbinding
121
12.4.5
Zoekzones warmtebuisleiding
124
12.4.6
Cumulatieve effecten
126
12.5
Mitigerende maatregelen
126
12.6
Conclusie effecten per aspect
127
12.7
Leemten in kennis en aanzet evaluatieprogramma
130
12.7.1
Leemten in kennis
130
12.7.2
Aanzet evaluatieprogramma
130
13 LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN AARDKUNDE
132
13.1
Beleidskader
132
13.2
Beoordelingskader
135
13.3
Referentiesituatie
138
13.3.1
Gebiedskarakteristiek
138
13.3.2
Landschappelijke en cultuurhistorische waarden en structuren
143
13.3.3
Zichtbaarheid en beleving van het landschap
147
13.3.4
Aardkundige waarden
154
13.3.5
Autonome ontwikkeling
158
13.4
Effectbeschrijving en -beoordeling
158
13.4.1
Ontgrondingen, bouwrijp maken en ontgrondingen
158
13.4.2
Gebruiksfase bedrijventerrein en campus met datacenter
159
13.4.3
Alternatieven proceswatersysteem
164
13.4.4
Alternatieven hoogspanningsverbinding
166
13.4.5
Zoekzones warmtebuisleiding
169
13.4.6
Cumulatieve effecten
170
13.5
Mitigerende maatregelen
170
13.6
Conclusie effecten per aspect
171
13.7
Leemten in kennis en aanzet evaluatieprogramma
173
13.7.1
Leemten in kennis
173
Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
5 van 294
MER TREKKERSVELD IV
13.7.2
Aanzet evaluatieprogramma
14 VERKEER
173
174
14.1
Beleidskader
174
14.2
Beoordelingskader
174
14.3
Referentiesituatie
178
14.4
Effectbeschrijving en -beoordeling
180
14.4.1
Ontgrondingen, bouwrijp maken en overige aanlegactiviteiten
180
14.4.2
Gebruiksfase bedrijventerrein en campus met datacenter
181
14.4.3
Alternatieven proceswatersysteem
185
14.4.4
Alternatieven hoogspanningsverbinding
186
14.4.5
Zoekzones warmtebuisleiding
187
14.4.6
Cumulatieve effecten
188
14.5
Mitigerende maatregelen
188
14.6
Conclusie effecten per aspect
188
14.7
Leemten in kennis en aanzet evaluatieprogramma
190
14.7.1
Leemten in kennis
190
14.7.2
Aanzet evaluatieprogramma
190
15 LUCHTKWALITEIT
191
15.1
Beleidskader
191
15.2
Beoordelingskader
192
15.3
Referentiesituatie
201
15.4
Effectbeschrijving en – beoordeling
204
15.4.1
Ontgrondingen, bouwrijp maken en overige aanlegactiviteiten
204
15.4.2
Gebruiksfase bedrijventerrein en campus
207
15.4.3
Alternatieven proceswatersysteem datacenter
210
15.4.4
Alternatieven hoogspanningsverbinding datacenter
211
15.4.5
Zoekzones warmtebuisleiding datacenter
213
15.4.6
Gezondheidseffecten
213
15.5
Cumulatieve effecten
213
15.6
Mitigerende maatregelen
213
15.7
Conclusie effecten
214
15.8
Leemten in kennis en aanzet evaluatieprogramma
215
15.8.1
Leemten in kennis
215
15.8.2
Aanzet evaluatieprogramma
215
16 GELUID
216
16.1
Beleidskader
216
- Datum: 15 februari 2021
6 van 294
Onze referentie:
MER TREKKERSVELD IV
16.2
Beoordelingskader
217
16.3
Referentiesituatie
222
16.4
Effectbeschrijving en -beoordeling
229
16.4.1
Ontgrondingen, bouwrijp maken en overige aanlegactiviteiten
229
16.4.2
Gebruiksfase bedrijventerrein en campus met datacenter
236
16.4.3
Alternatieven proceswatersysteem datacenter
241
16.4.4
Alternatieven hoogspanningsverbinding
242
16.4.5
Zoekzones warmtebuisleiding
244
16.4.6
Cumulatieve effecten
244
16.4.6.1 Gezondheidseffecten
244
16.5
Mitigerende maatregelen
245
16.6
Conclusie effecten per aspect
245
16.7
Leemten in kennis en aanzet evaluatieprogramma
247
16.7.1
Leemten in kennis
247
16.7.2
Aanzet evaluatieprogramma
247
17 EXTERNE VEILIGHEID
248
17.1
Beleidskader
248
17.2
Beoordelingskader
248
17.3
Referentiesituatie
250
17.4
Effectbeschrijving en beoordeling
250
17.4.1
Ontgrondingen, bouwrijp maken en overige aanlegactiviteiten
251
17.4.2
Gebruiksfase bedrijventerrein en campus met datacenter
251
17.4.3
Alternatieven proceswatersysteem datacenter
253
17.4.4
Alternatieven hoogspanningsverbinding
254
17.4.5
Zoekzones warmtebuisleiding
254
17.4.6
Cumulatieve effecten
255
17.5
Mitigerende maatregelen
255
17.6
Conclusie effecten per aspect
255
17.7
Leemten in kennis en aanzet evaluatieprogramma
256
18 NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN
257
18.1
Beleidskader
257
18.2
Beoordelingskader
257
18.3
Referentiesituatie
258
18.4
Effectbeschrijving en -beoordeling
259
18.4.1
Ontgrondingen, bouwrijp maken en overige aanlegactiviteiten
259
18.4.2
Gebruiksfase bedrijventerrein en campus
260
- Datum: 15 februari 2021
7 van 294
Onze referentie:
MER TREKKERSVELD IV
18.4.3
Alternatieven proceswatersysteem
260
18.4.4
Alternatieven hoogspanningsverbinding
261
18.4.5
Zoekzones warmtebuisleiding
262
18.4.6
Cumulatieve effecten
262
18.5
Mitigerende maatregelen
262
18.6
Conclusie effecten per aspect
262
18.7
Leemten in kennis en aanzet evaluatieprogramma
263
18.7.1
Leemten in kennis
263
18.7.2
Aanzet evaluatieprogramma
263
19 DUURZAAMHEID
264
19.1
Beleidskader
264
19.2
(Duurzame) Energie
265
19.3
Afvalstoffen en circulariteit
270
19.4
Optimalisatie
271
20 OVERIGE RUIMTELIJKE FUNCTIES
273
20.1
Beleidskader
273
20.2
Beoordelingskader
275
20.3
Referentiesituatie
275
20.4
Effectbeschrijving en -beoordeling
278
20.4.1
Ontgrondingen, bouwrijp maken en overige aanlegactiviteiten
278
20.4.2
Gebruiksfase bedrijventerrein en campus
279
20.4.3
Alternatieven proceswatersysteem
283
20.4.4
Alternatieven hoogspanningsverbinding
285
20.4.5
Zoekzones warmtebuisleiding
287
20.4.6
Cumulatieve effecten
287
20.5
Mitigerende maatregelen
287
20.6
Conclusie effecten per aspect
287
20.7
Leemten in kennis en aanzet evaluatieprogramma
289
20.7.1
Leemten in kennis
289
20.7.2
Aanzet evaluatieprogramma
289
21 QUICKSCAN ONTSLUITINGSWEG CAMPUS
290
21.1
Inleiding
290
21.2
Effectbeoordeling en -vergelijking
290
21.2.1
Relevante milieuaspecten
290
21.2.2
Beoordeling relevante milieuaspecten
291
21.2.3
Conclusie
294
- Datum: 15 februari 2021
8 van 294
Onze referentie:
MER TREKKERSVELD IV
Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
9 van 294
MER TREKKERSVELD IV
DEEL B
Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
10 van 294
MER TREKKERSVELD IV
LEESWIJZER Voor u ligt deel B van het MER Trekkersveld IV. Dit deel B maakt onderdeel uit van het MER Trekkersveld IV. Het gehele MER voor Trekkersveld IV bestaat uit een deel A, een deel B en Bijlagen: Deel A bevat de kernhoofdstukken (hoofdstuk 1 tot en met 7) van het MER en bevat de informatie bedoeld voor de bestuurlijke lezer, de burger en andere belangstellenden en belanghebbenden. Deel B (hoofdstuk 8 tot en met 20) bevat achtergrondinformatie en de meer specialistische informatie over de effectbeoordelingen die in het kader van dit MER zijn uitgevoerd. Deel B kan desgewenst aanvullend op deel A worden gelezen. Bijlagen bij het MER (behorende bij zowel deel A als deel B) zijn bij deel A gevoegd. Dit zijn de volgende bijlagen: • Bijlage 1: Resultaten AERIUS-berekeningen • Bijlage 2: Uitgangspunten AERIUS-berekeningen • Bijlage 2: Advies reikwijdte en detailniveau Commissie voor de milieueffectrapportage • Bijlage 3: Quick Scan Locatiekeuze Zeewolde • Bijlage 4 Inrichtingstekening campus met datacenter • Bijlage 5 Uitgangspunten milieuonderzoeken verkeer, geluid, luchtkwaliteit en AERIUS Leeswijzer deel B In hoofdstuk 5 van deel A van het MER zijn de milieueffecten van de voorgenomen activiteit en de alternatieven samengevat en vergeleken.
In voorliggend deel B van het MER is een nadere toelichting en uitwerking opgenomen van de achterliggende analyses en effectbeoordelingen die voor het MER hebben plaatsgevonden. Voorliggend deel B bevat de effectbeoordelingen van de voorgenomen ontwikkeling van Trekkersveld IV (35 ha bedrijventerrein en 166 ha campus met datacenter) en gaat in op de relevante milieuaspecten. Het gaat om de volgende aspecten: • • • • • • •
Hoofdstuk 8: Bodem Hoofdstuk 9: Waterkwaliteit en klimaat Hoofdstuk 10: Grondwaterkwantiteit Hoofdstuk 11: Ecologie Hoofdstuk 12: Archeologie Hoofdstuk 13: Landschap, cultuurhistorie en aardkunde Hoofdstuk 14: Verkeer
• • • • • • •
Hoofdstuk 15: Luchtkwaliteit Hoofdstuk 16: Geluid Hoofdstuk 17: Externe veiligheid Hoofdstuk 18: Niet gesprongen explosieven Hoofdstuk 19: Duurzaamheid Hoofdstuk 20: Overige ruimtelijke functies Hoofdstuk 21: Quickscan ontsluitingsweg campus
Opzet effectenhoofdstukken In elk effecthoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op: • Het relevante beleid, wet- en regelgeving voor dat aspect. • Het beoordelingskader: de beoordelingscriteria en methode, die in de effectbeoordeling wordt gehanteerd. • De beschrijving van de referentiesituatie. • De effecten van de voorgenomen activiteit en de alternatieven voor de verschillende planonderdelen. • Mitigerende en compenserende maatregelen. • Conclusies effecten na mitigatie. • Leemten in kennis en een aanzet voor een evaluatieprogramma. Aanleg en gebruiksfase Dit MER geeft de beslisinformatie horend bij de aanvraag ontgrondingenvergunning voor de campus met datacenter en het bestemmingsplan Trekkersveld IV, bestaande uit 35 ha bedrijventerrein en 166 ha campus met datacenter. Om de beslisinformatie goed terug te kunnen vinden in de milieueffectbeoordelingen is in elk effecthoofdstuk onderscheid gemaakt in: • effecten als gevolg van de aanlegfase; en • effecten als gevolg van de gebruiksfase. Effecten in de aanlegfase hebben betrekking op het bouwrijp maken van het 35 ha bedrijventerrein, de ontgrondingen en het bouwrijp maken van de campus met datacenter, en overige aanlegwerkzaamheden Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
11 van 294
MER TREKKERSVELD IV
zoals heien. Ook een gronddepot op de campus is betrokken in de effectbeoordeling van de relevante aspecten. In de effecthoofdstukken zijn deze effecten ondergebracht in de paragraaf ‘Ontgrondingen, bouwrijp maken en overige aanlegactiviteiten’. Effecten in de gebruiksfase hebben betrekking op het gebruik van het 35 ha bedrijventerrein en de campus met het datacenter na realisatie. Met dit onderscheid is de beslisinformatie voor de ontgrondingenvergunning en het bestemmingsplan herleidbaar in het MER. Effectbeoordeling voorgenomen activiteit en alternatieven In elk effecthoofdstuk wordt een effectbeoordeling uitgevoerd van de voorgenomen activiteit: de ontwikkeling van Trekkersveld IV bestaande uit 35 ha bedrijventerrein en 166 ha campus met datacenter. Hiervoor zijn, zoals aangegeven in deel A, geen alternatieven ontwikkeld. Voor het 35 ha bedrijventerrein geldt dat er is uitgegaan van een worst case benadering door uitgangspunten te kiezen die uitgaan van een maximale invulling van het plangebied. Dit betekent dat per aspect wordt uitgegaan van een maximale invulling van het bedrijventerrein met bedrijven uit milieucategorie 3.2. Ten behoeve van de campus met datacenter is in het MER één inrichting onderzocht, dat op basis van het MER, waar nodig, kan worden aangescherpt.
Zoals aangegeven wordt in de effectbeoordeling onderscheid gemaakt in effecten in en als gevolg van de aanlegfase en effecten in de gebruiksfase. Voor een aantal planonderdelen voor de campus zijn alternatieven of zoekzones onderzocht. Het gaat om alternatieven voor het proceswatersysteem, de hoogspanningsverbinding en om zoekzones voor de warmtebuisleiding (zie Tabel L- 1). De effectbeoordelingen van deze planonderdelen zijn telkens in aparte paragrafen opgenomen, zodat de effecten van de alternatieven kunnen worden vergeleken. De paragraaf ‘Effectbeschrijving en -beoordeling’ zijn per aspect samenvattend telkens als volgt opgebouwd: Paragraaf x.4.1: Ontgrondingen, bouwrijp maken en overige aanlegactiviteiten Paragraaf x.4.2: Gebruiksfase bedrijventerrein en campus Paragraaf x.4.3: Alternatieven proceswatersysteem datacenter Paragraaf x.4.4: Alternatieven hoogspanningsverbinding datacenter Paragraaf x.4.5: Zoekzones warmtebuisleidingen datacenter Paragraaf x.4.6: Cumulatieve effecten Ten behoeve van de ontsluiting van de campus zijn in een quickscan alternatieven onderzocht. Deze zijn Verkeerskundig beoordeeld en vergeleken en op hoofdlijnen beoordeeld en vergeleken op milieueffecten. Omdat het abstractieniveau van deze beoordeling afwijkt van die van de overige onderdelen, zijn de Resultaten opgenomen in een apart hoofdstuk, hoofdstuk 21 ‘Quickscan ontsluitingsweg campus’.
Tabel L- 1 Overzicht voorgenomen activiteit en alternatieven
Activiteit
Te onderzoeken in het MER
Bedrijventerrein 35 hectare
Eén situatie uitgaande van de maximale mogelijkheden.
Campus met datacenter
Eén situatie uitgaande van ingepaste inrichting en maximale mogelijkheden.
Ontsluitingsweg campus
Vier alternatieven voor de primaire ontsluitingsweg van de campus met datacenter.
Ontgrondingen en bouwrijp maken
Aanlegwerkzaamheden, waaronder de ontgrondingen, aanleg van infrastructuur en kabels, leidingen en riolering. Beoordeeld wordt of hierbij risico’s optreden of aandachtspunten zijn voor de verdere uitwerking die tot optimalisatie leiden. Ook de risico’s van ontgravingswerkzaamheden voor de planonderdelen waarvoor alternatieven en/of zones worden onderzocht zijn hierin betrokken.
Buisleiding restwarmte
Twee zones waarbinnen de buisleiding kan worden gerealiseerd.
Hoogspanningsverbinding
Voor het hoogspanningsstation zijn er twee alternatieven:
Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
12 van 294
MER TREKKERSVELD IV
1.
2.
In- en uitlaat proceswatersysteem
Een nieuw hoogspanningsstation op de campus; met twee varianten voor de aansluiting op het hoogspanningsnet aan de overzijde van de Hoge Vaart: a. Ondergrondse 150kV verbinding onder de Hoge Vaart b. Bovengrondse 150kV verbinding boven de Hoge Vaart Aansluiting op het bestaande hoogspanningsstation Zeewolde (Bloesemlaan)
Drie alternatieven voor het onttrekken van het proceswater voor de koeling: 1. Onttrekken en lozen in de Hoge Vaart 2. Onttrekken en lozen in het Wolderwijd, inclusief buisleidingen tussen het plangebied en het Wolderwijd. Hiervoor zijn twee varianten, namelijk tracé A langs de Knardijk en tracé B door de weilanden ten westen van de Knardijk. 3. Onttrekken uit het Wolderwijd, lozen in de Hoge Vaart, inclusief een buisleiding tussen het plangebied en het Wolderwijd. Hiervoor zijn twee varianten, namelijk tracé A langs de Knardijk en tracé B door de weilanden ten westen van de Knardijk.
Beoordelingskader Ten behoeve van de effectbeoordeling is een beoordelingskader ontwikkeld, bestaande uit aspecten en beoordelingscriteria. De aspecten en beoordelingscriteria in het beoordelingskader zijn echter niet voor alle planonderdelen even relevant. Zo zal bijvoorbeeld een proceswatersysteem geen externe veiligheidsrisico’s hebben en wordt klimaatrobuustheid (waterberging) alleen beschouwd voor de beoordeling van het bedrijventerrein en de campus. In onderstaande tabel is het beoordelingskader opgenomen en is aangeven welke aspecten en criteria relevant zijn c.q. beoordeeld zijn voor de verschillende planonderdelen.
Criterium
Gebruiksfase bedrijventerrein en campus met datacenter
Proceswatersysteem
Hoogspanningsverbinding
Bodem
Effect op bodemkwaliteit
X
X
X
X
Grondbalans
X
X
X
Effecten als gevolg van zetting
X
X
Waterkwaliteit en klimaat
X X X
Effect op de chemische waterkwaliteit
X
X
X
X
Effect op de thermische waterkwaliteit
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Effect op de riolering Effect op de klimaatrobuustheid (waterberging)
Onze referentie:
Warmtebuisleiding
Aspect
Ontrondingen en bouwrijp maken
Tabel L- 2 Beoordelingscriteria behorende bij de verschillende planonderdelen van dit MER
- Datum: 15 februari 2021
X
13 van 294
MER TREKKERSVELD IV
Grondwaterkwantiteit
Ecologie
Archeologie
Landschap en cultuurhistorie
Grondwateroverlast
X
X
X
X
X
Kwel
X
X
X
X
X
Opbarsting
X
X
X
X
X
Effecten op beschermde gebieden Natura 2000
X
X
X
X
X
Effecten op beschermde gebieden Natuurnetwerk Nederland
X
X
X
X
X
Gevolgen voor beschermde soorten en hun leefgebieden
X
X
X
X
X
Aantasting archeologische verwachtingswaarden
X
X
X
X
Aantasting archeologisch waardevolle (bekende) terreinen
X
X
X
X
Invloed op de gebiedskarakteristiek Invloed op landschappelijke en cultuurhistorische waarden en structuren
X
X
X
X
Invloed op zichtbaarheid en beleving
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Invloed op aardkundige waarden Verkeer
Luchtkwaliteit
Geluid
X
X
Verkeersgeneratie en -afwikkeling
X
Parkeren
X
Verkeersveiligheid
X
Hinder in aanlegfase
X
Stikstofemissie (NOx)
X
X
X
X
X
Fijnstofemissie (PM10, PM2.5)
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Industrielawaai
X
Wegverkeerslawaai
X
Geluidshinder aanlegfase
X
X
Plaatsgebonden risico
X
X
X
Groepsrisico
X
X
X
Niet gesprongen explosieven
Aanwezigheid niet gesprongen explosieven
X
X
Duurzaamheid
Energiebalans
Externe veiligheid
Afvalstoffen en circulariteit
Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
X
X
X
X
X X
X
14 van 294
MER TREKKERSVELD IV
Overige ruimtelijke functies
Effect op/ beperkingen door overige ruimtelijke functies
X
X
X
X
X
Conclusies per aspect Per aspect wordt in een conclusie beknopt de effectbeoordeling voor dat aspect samengevat. Hierbij worden de wettelijke benodigde en te nemen mitigerende maatregelen betrokken. Er wordt onderscheid gemaakt in conclusies horende bij de aanleg en het gebruik van het bestemmingsplan, en conclusies uit de effectbeoordelingen behorende bij de aanvraag ontgrondingenvergunning voor de campus met datacenter.
Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
15 van 294
MER TREKKERSVELD IV
8
BODEM
In dit hoofdstuk zijn de effecten van de voorgenomen planontwikkeling op het aspect bodem beschreven. Allereerst wordt ingegaan op het beleidskader en de relevantie voor de effectbeschrijving en beoordeling (§8.1). Hierna worden het beoordelingskader en beoordelingscriteria geïntroduceerd en wordt de beoordelingsmethodiek toegelicht (§8.2). Vervolgens worden de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen beschreven: de referentiesituatie (§8.3). Hierna worden de effectenoverzichten gepresenteerd voor de aanleg- en gebruiksfase van het 35 ha bedrijventerrein en campus met datacenter en vervolgens van de planonderdelen. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de effecten van ontgrondingen, bouwrijp maken en overige aanlegactiviteiten (§8.4.1); gebruiksfase bedrijventerrein en campus met datacenter (§8.4.2); alternatieven proceswatersysteem (§8.4.3); alternatieven hoogspanningsverbinding (§8.4.4) en zoekzones warmtebuisleiding (§8.4.5). Per criterium wordt telkens een toelichting gegeven op de effecten. De effectparagraaf sluit af met een beoordeling van de cumulatieve effecten (§8.4.6). Tot slot wordt ingegaan op mitigerende maatregelen (§8.5), samenvatting en conclusie (§8.6), leemten in kennis en een aanzet voor het evaluatieprogramma (§8.7).
8.1
Beleidskader
In Tabel 8-1 is het relevante beleid en regelgeving weergegeven voor het aspect bodem. Tabel 8-1 Beleidskader bodem
Beleid of regelgeving
Inhoud & Relevantie
(Inter)nationaal beleidskader
Wet bodembescherming (Wbb)
De Wbb is bepalend voor benodigde vervolgacties met betrekking tot eventuele aanwezige verontreinigingen. De Wet bodembescherming (Wbb) is geschreven met het oogmerk de bodem te beschermen. In de Wbb is een regeling opgenomen voor sterk verontreinigde bodems. Op grond van de Wbb is grondverzet ter plaatse van een geval van ernstige verontreiniging alleen toegestaan als hiervoor een melding ingevolge artikel 28 of een melding ingevolge het Besluit uniforme saneringen wordt verricht aan het bevoegd gezag. Ook geldt als voorwaarde dat het grondverzet moet passen binnen een van tevoren opgesteld en door het bevoegd gezag goedgekeurd (raam)saneringsplan. Daarom moet voorafgaand aan grondverzet worden geverifieerd of de leverende en/of de ontvangende bodem sterk verontreinigd is. Het bevoegd gezag voor het bereiken van een saneringsresultaat is de provincie Flevoland. Nadat het saneringsresultaat is behaald, mag grond op deze locatie nuttig worden toegepast. Daarbij moet worden nagegaan of dit niet in strijd is met de opgelegde gebruiksbeperkingen en/of nazorgverplichtingen.
Besluit bodemkwaliteit (Bbk)
Voor de planfase is het Bbk weinig relevant. Tijdens de realisatie is het wel een belangrijk criterium waaraan zal moeten worden voldaan. De wet- en regelgeving voor het ontgraven en toepassen van grond en baggerspecie is geregeld in het Besluit bodemkwaliteit. Het is niet zonder meer toegestaan om grond en baggerspecie ergens te ontgraven en op een andere plaats neer te leggen of toe te passen. Dit om te voorkomen dat het toepassen van grond en baggerspecie de ontvangende bodem verontreinigd en risico's vormt voor het (toekomstige) bodemgebruik.
8.2
Beoordelingskader
De effecten voor het aspect bodem worden bepaald op basis van de beoordelingscriteria uit Tabel 8-2.
Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
16 van 294
MER TREKKERSVELD IV
Tabel 8-2 Beoordelingskader bodem
Aspect
Bodem
Beoordelingscriterium
Onderzoeksmethode
Effecten op bodemkwaliteit
Kwalitatief
Grondbalans
Kwantitatief
Effecten als gevolg van zetting
Kwalitatief
Effecten op de bodemkwaliteit Voor dit criterium wordt de bodemkwaliteit beoordeeld. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening is inzicht in de bodemkwaliteit relevant om te kunnen bepalen of de bodemkwaliteit voor de beoogde (nieuwe) bestemming geschikt is. Tevens geeft het inzicht in de mogelijke (sanerings-)maatregelen die noodzakelijk zijn om de uitvoerbaarheid van het plan te kunnen realiseren. Aangezien gevallen van (ernstige) verontreiniging - in relatie tot de geplande ontwikkelingen - gesaneerd dienen te worden, kan op voorhand worden geconcludeerd dat de locatieontwikkeling geen negatieve effecten teweeg zal brengen op de bodemkwaliteit. Het beoordelingskader voor de effecten op de bodemkwaliteit is weergegeven in Tabel 8-3. Tabel 8-3 Beoordelingskader effecten op de bodemkwaliteit
Score
Omschrijving
++
Sterk positief effect ten opzichte van de bodemkwaliteit indien sprake is van een sanering van een geval van ernstige verontreiniging.
+
Positief effect ten opzichte van de bodemkwaliteit indien sprake is van een sanering van een geval van verontreiniging.
0
Geen positief en geen negatief effect ten opzichte van de bodemkwaliteit indien er geen verontreiniging op de locatie aanwezig is, die gesaneerd dient te worden.
-
n.v.t.
--
n.v.t.
Effecten op de grondbalans Tijdens de ontwikkeling van de locatie zal bij diverse ingrepen, waaronder het ontgraven en afvoeren van de toplaag, het dempen van landbouwsloten en het realiseren van de toekomstige waterpartijen sprake zijn van grootschalig grondverzet. Onder een grondbalans wordt de rekensom verstaan van aan- en af te voeren grond. Wanneer deze grondstromen in evenwicht zijn, is er sprake van een gesloten grondbalans. Indien alle vrijkomende grond binnen het plangebied verwerkt kan worden, zonder dat grond van elders aangevoerd hoeft te worden, zal dit een positief effect hebben op de grondbalans. Als er sprake is van een gesloten grondbalans, zal dit worden beoordeeld als neutraal. Indien er meer of juist minder grond van binnen het plangebied afgevoerd zal worden dan wordt aangevoerd, zal dit een negatief effect hebben op de grondbalans. Binnen het criterium grondbalans is het van belang te weten wat de kwaliteit en daarmee de toepasbaarheid van de vrijkomende grondstromen is, zoals dit is vastgelegd in het Besluit bodemkwaliteit. Gezien het feit dat de toekomstige bestemming van het plangebied ‘Industrie’ is, is het criterium kwaliteit ten opzichte van kwantiteit van ondergeschikt belang, aangezien alle toepasbare kwaliteitsklasse grond (Altijd Toepasbaar (achtergrondwaarde), Wonen en Industrie) op de locatie toegepast mag worden.
Daarnaast is van belang om te weten of de ondergrond zettingsgevoelig is en wat de mogelijkheden zijn ten aanzien van het hergebruik van vrijkomende grond. Het beoordelingskader voor de effecten op de grondbalans is weergegeven in Tabel 8-4. Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
17 van 294
MER TREKKERSVELD IV
Tabel 8-4 Beoordelingskader effecten op de grondbalans
Score
Omschrijving
++
n.v.t.
+
Positief effect indien alle vrijkomende grond binnen het plangebied verwerkt kan worden, zonder aanvoer van grond van buitenaf.
0
Geen positief en geen negatief effect indien sprake is van een gesloten grondbalans.
-
Negatief effect indien er meer/minder grond van binnen het plangebied afgevoerd zal worden dan wordt aangevoerd.
--
n.v.t.
Effecten als gevolg van zetting De samendrukbare deklaag in het plangebied Trekkersveld IV heeft een dikte die in het algemeen varieert tussen de 1,3 en 1,6 meter. Deze deklaag bestaat hoofdzakelijk uit matig humeuze klei. Incidenteel is veen aangetroffen. Zettingen worden veroorzaakt doordat het nieuwe maaiveld van het 35 ha bedrijventerrein Trekkersveld IV en de campus hoger ligt dan het bestaande maaiveld. Ook de aan te leggen verhardingen zorgen voor extra belasting op de ondergrond, doordat de gebruikte materialen zwaarder zijn dan de oorspronkelijke bodem. De effecten van zetting zijn kwalitatief beoordeeld, waarbij onderstaande beoordelingsschaal is toegepast. Positieve effecten zijn hierbij niet mogelijk, aangezien dit zou betekenen dat het tegenovergestelde van zetting zou plaatsvinden; de bodem zet zich uit en het maaiveld komt hierdoor hoger te liggen. De positieve scores zijn daarom voor dit aspect niet van toepassing. Het effect is hoogstens neutraal beoordeeld, wanneer geen kans is op het optreden van zetting. Tabel 8-5 Beoordelingskader effecten als gevolg van zetting
Score
Omschrijving
++
n.v.t.
+
n.v.t.
0
Geen gevolgen voor het grondwatersysteem en ruimtelijke functies door het optreden van zetting
-
Beperkte gevolgen voor het grondwatersysteem en ruimtelijke functies door het optreden van zetting
--
Sterke gevolgen voor het grondwatersysteem en ruimtelijke functies door het optreden van zetting
8.3
Referentiesituatie
De effecten op de omgeving worden in het MER afgezet tegen de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie plus de autonome ontwikkeling. Dit is de situatie waarin het gebied zich zal ontwikkelen conform vastgesteld beleid, maar zonder realisatie van het voornemen. In deze paragraaf wordt zowel de huidige situatie als de autonome ontwikkeling beschreven. Deze situatie dient als referentiesituatie voor de effectbeschrijving.
Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
18 van 294
MER TREKKERSVELD IV
Bodemkwaliteit Huidige situatie In een groot deel van het plangebied, maar met name in de directe omgeving, zijn reeds bodemonderzoeken uitgevoerd. Ook is er een bodemkwaliteitskaart1 opgesteld voor het gebied. Uit de resultaten van de uitgevoerde bodemonderzoeken en de bodemkwaliteitskaart kan worden opgemaakt dat er, voor zover bekend, geen (potentiële) spoedeisende of gevallen van ernstige verontreiniging aanwezig zijn. Ter plaatse van de binnen het plangebied uitgevoerde bodemonderzoeken2 zijn geen verontreinigingen bekend in de grond. In de onlangs uitgevoerde onderzoeken2 zijn licht verhoogde gehalten aan OCB’s (bestrijdingsmiddelen) aangetroffen. En daarnaast zijn de parameters minerale olie, zware metalen, PCB en PFAS licht verhoogd aangetroffen in (water)bodem en de parameters minerale olie en barium zijn licht verhoogd aangetroffen in het grondwater ter plaatse van de campus met het datacenter. Ter plaatse van het bedrijventerrein (35 hectare) zijn de parameters zware metalen, PCB en PFAS licht verhoogd aangetroffen 3 in de (water)bodem en zijn de parameters en bariumzicht verhoogd aangetroffen in het grondwater. Omdat er geen bronnen van antropogene oorzaak voor de overige parameters zijn aan te wijzen, worden de verontreinigingen als regionaal voorkomend aangemerkt. Binnen het plangebied is tevens een verdachte deellocatie onderzocht, namelijk een Romneyloods.
In het verleden, circa 1980, heeft ten zuidoosten van het ‘Snorpad’ de Romneyloods gestaan. Ter plaatse van deze voormalige Romneyloods zijn licht verhoogde gehalten aan minerale olie en zware metalen in de bodem en in het grondwater aangetroffen en zijn mogelijk te relateren aan de voormalige Romneyloods. Uit de eerder uitgevoerde onderzoeken blijkt dat zowel ter plaatse van de campus met het datacenter als ter plaatse van het bedrijventerrein (35 hectare) de kwaliteit van de grond varieert van Bbk klasse ‘Altijd Toepasbaar’ tot ‘Industrie’, de functie die de locatie na de herontwikkeling zal krijgen. De kwaliteit van de grond geeft geen beperkingen voor de voorgenomen herontwikkeling. In de sloot die om de Baardmeesweg 9 loopt, zijn in het slib verhoogde PFAS-gehalten gemeten. Het vrijkomende slib kan derhalve niet in een ander oppervlaktewaterlichaam worden toegepast. De erven, de mogelijke fundering van de betonnen paden en het leidingtracé van de in- en uitlaatwerken van het proceswatersysteem dat is aangesloten op het Wolderwijd zijn nog niet eerder onderzocht. Hierbij is sprake van leemte in kennis. Wel is er een historisch onderzoek conform de NEN5725 uitgevoerd ter plaatse van de locaties waar nog niet eerder bodemonderzoek is uitgevoerd. Partijkeuringen Op basis van de indicatieve toetsing is de grond van de locatie toepasbaar (AW, wonen en industrie).
Echter, afhankelijk van het bodembeleid van de gemeente waarin de grond wordt toegepast en de beoogde plaats van toepassing, dient mogelijk nog een partijkeuring uitgevoerd te worden om de kwaliteit definitief vast te stellen. Behoudens de onderzoeken die nog worden uitgevoerd ter plaatse van de erven. Autonome ontwikkeling Ontwikkelingen buiten het plangebied zijn niet relevant voor het criterium bodemkwaliteit. Binnen het plangebied zijn geen lopende saneringen bekend, noch zijn er bodemverontreinigingen bekend, die worden aangemerkt als een (potentiële) spoedlocatie, die in het kader van het bodemconvenant dienen te worden gesaneerd, dan wel beheerst. Omdat er geen bekende gevallen van ernstige verontreiniging aanwezig zijn, zijn er geen autonome ontwikkelingen die van invloed zijn op de effectbeoordeling.
1 Bodemkwaliteitskaart Gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. 17M1182.RAP001 2 Verkennend milieukundig (water)bodemonderzoek Bedrijfslocatie Zeewolde, d.d. 5 juni 2020 kenmerk D10008296:120
& Verkennend milieukundig (water)bodemonderzoek Datacentrum Zeewolde, d.d. 5 juni 2020 kenmerk D10008296:115 3 Sanerende maatregelen zijn niet noodzakelijk en staan de toekomstige ontwikkeling niet in de weg, uitloging naar het grondwater is niet aan de orde. Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
19 van 294
MER TREKKERSVELD IV
Grondbalans Huidige situatie In de huidige situatie is het plangebied in gebruik als landbouwgrond. Voor zover bekend vindt er geen (grootschalig) grondverzet plaats en zijn er geen effecten op de grondbalans. Autonome ontwikkeling De autonome ontwikkeling bestaat uit het in stand houden van de huidige situatie. Er zijn geen effecten op de grondbalans te verwachten. Zettingen Huidige situatie De deklaag in het plangebied Trekkersveld IV bestaat hoofdzakelijk uit matig humeuze klei. Incidenteel is veen aangetroffen. De dikte van de deklaag in het gebied is vrij homogeen en varieert in het algemeen tussen de 1,3 meter en 1,6 meter. Alleen op het deel waar het reguliere bedrijventerrein gepland is, is de deklaag plaatselijk dikker. De maximale dikte die hier is aangetroffen bedraagt 3,2 meter. Onder de deklaag bevindt zich overal een relatief dik zandpakket. Doordat de deklaag uit samendrukbaar materiaal bestaat en het terrein opgehoogd wordt, zullen er zettingen optreden. De deklaag die door de inpoldering aan het maaiveld is komen te liggen, is sterk ingeklonken door rijping en het vergaan van organisch materiaal. Autonome ontwikkeling In de huidige situatie is het gebied in gebruik als landbouwgrond waarbij geen sprake is van verandering van belasting van de ondergrond. Wel is er sprake van autonome bodemdaling door inklinken van de deklaag.
De deklaag die door de inpoldering aan het maaiveld is komen te liggen, klinkt in door rijping en het vergaan van organisch materiaal.
8.4
Effectbeschrijving en -beoordeling
In deze paragraaf is de effectbeschrijving en -beoordeling van de voorgenomen planontwikkeling voor het aspect bodem opgenomen. In de effectbeschrijving en –beoordeling wordt allereerst ingegaan op de effecten van de ontwikkeling van het bedrijventerrein (35 hectare) en de campus met het datacenter (166 ha). Hierbij wordt onderscheid gemaakt in effecten in en als gevolg van de aanlegfase (ontgronden, bouwrijp maken en overige aanlegactiviteiten) en effecten in de gebruiksfase. Voor de campus worden vervolgens de alternatieven voor het proceswatersysteem, de hoogspanningsleiding en de zones voor de warmteleiding beoordeeld en vergeleken. Ook wordt aangegeven of er sprake kan zijn van cumulatieve effecten, in het geval de voorgenomen activiteit als totaal wordt beschouwd.
8.4.1
Ontgrondingen, bouwrijp maken en overige aanlegactiviteiten
In Tabel 8-6 is de effectbeoordeling van de aanlegfase van het bedrijventerrein (35 ha) en campus met datacenter (165 ha) opgenomen. Tabel 8-6 Effectbeoordeling ontgrondingen, bouwrijp maken en overige aanlegactiviteiten
Referenti e
Ontgrondingen/bouwrijp Bedrijventerrein
Ontgrondingen/ bouwrijp campus
Overige aanleg activiteite n
Totaalscore
Effecten op bodemkwaliteit
0
0
0
n.v.t.
0
Grondbalans
0
-
-
Effecten als gevolg van zetting
0
0
0
Criterium
Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
n.v.t.
n.v.t.
-
0
20 van 294
MER TREKKERSVELD IV
Effecten op bodemkwaliteit De bodemkwaliteit is bestudeerd in de rapporten ‘Verkennend milieukundig (water)bodemonderzoek bedrijfslocatie Zeewolde’ (Arcadis, kenmerk D10008296:120, d.d. 5 juni 2020) en ‘Verkennend milieukundig (water)bodemonderzoek datacentrum Zeewolde’ (Arcadis, kenmerk D10008296:115, d.d. 5 juni 2020). Opgemerkt dient te worden dat onderzoek ter plaatse van de erven achterwege is gebleven. Uit de onderzoeksresultaten ter plaatse van de onderzochte agrarische percelen blijkt dat er geen verontreinigingen in de bodem aanwezig zijn. Tijdens de herontwikkeling, ontgrondingen en overige aanlegactiviteiten van de locatie dienen de erven nog te worden onderzocht conform de richtlijnen. Uit deze onderzoeken moet blijken of er sprake is van een sterke verontreiniging (>interventiewaarde). Indien dit het geval is, dient de locatie te worden gesaneerd en zal dit een (sterk) positief effect hebben op de kwaliteit van de bodem. Deelgebied Bedrijventerrein Binnen het plangebied zijn ter plaatse van de onderzochte percelen geen (potentieel spoedeisende) gevallen van (ernstige) verontreiniging aanwezig. Op de locatie zijn slechts licht verhoogde concentraties aan zware metalen, PCB, PFAS en bestrijdingsmiddelen aangetoond. Sanerende maatregelen zijn niet noodzakelijk, derhalve zijn er geen effecten op de bodemkwaliteit. Uitloging naar het grondwater is niet aan de orde.
Één erf dient nog onderzocht te worden. Ter plaatse van dit erf kan sprake zijn van (potentieel spoedeisende) gevallen van (ernstige) verontreiniging. Indien blijkt dat ter plaatse sprake is van gevallen van (ernstige) verontreiniging dienen de verontreinigingen (gedeeltelijk) te worden gesaneerd. Het saneren van gevallen van (ernstige) verontreinigingen door middel van ontgraving heeft een (sterk) positief effect op de bodemkwaliteit. Het saneren door middel van het aanbrengen van een afdeklaag of leeflaag en daarmee het voorkomen van blootstelling bij immobiele grondverontreinigingen wordt beoordeeld als ‘geen effect’, aangezien er met deze methode geen verontreinigde grond wordt verwijderd. Het criterium bodemverontreiniging is vanwege deze onzekerheid neutraal tot positief (0/+) beoordeeld. Campus met datacenter Binnen het plangebied zijn ter plaatse van de onderzochte percelen geen (potentieel spoedeisende) gevallen van (ernstige) verontreiniging aanwezig. Op de locatie zijn slechts licht verhoogde concentraties aan minerale olie, zware metalen, PCB, PFAS en bestrijdingsmiddelen aangetoond. Saneringsmaatregelen zijn niet noodzakelijk, derhalve zijn er geen effecten op de bodemkwaliteit. Het zand dat wordt opgebracht in het gronddepot komt van binnen het plangebied. Omdat er geen verontreinigingen worden verwacht in het zand, blijft de kwaliteit van de bodem gelijk.
Indien er wel verontreinigingen in de bodem aanwezig zijn, worden deze gesaneerd. Er treedt hierdoor geen effect op. De erven dienen nog onderzocht te worden. Ter plaatse van de erven kan sprake zijn van (potentieel spoedeisende) gevallen van (ernstige) verontreiniging. Indien blijkt dat ter plaatse sprake is van gevallen van (ernstige) verontreiniging dienen de verontreinigingen (gedeeltelijk) te worden gesaneerd. Het saneren van gevallen van (ernstige) verontreinigingen door middel van ontgraving heeft een (sterk) positief effect op de bodemkwaliteit. Het saneren door middel van het aanbrengen van een afdeklaag of leeflaag en daarmee het voorkomen van blootstelling bij immobiele grondverontreinigingen wordt beoordeeld als ‘geen effect’, aangezien er met deze methode geen verontreinigde grond wordt verwijderd. Het criterium bodemverontreiniging is vanwege deze onzekerheid neutraal tot positief (0/+) beoordeeld. Overige aanlegactiviteiten Onder overige aanlegactiviteiten worden de werkzaamheden verstaan die zullen plaatsvinden op het bedrijventerrein en het campusterrein na het bouwrijp maken en het ontgronden (bijvoorbeeld heien). De overige aanlegactiviteiten hebben geen invloed op de behandelde criteria behorende bij het aspect bodem.
Effecten op de grondbalans Uit het in hoofdstuk 3 in deel A (voorgenomen activiteit) opgenomen overzicht betreffende het grondverzet blijkt dat op de locatie zo’n twee miljoen m3 grond wordt ontgraven, waarvan zo’n 840.000 m3 grond van de Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
21 van 294
MER TREKKERSVELD IV
locatie wordt afgevoerd. Daarnaast wordt zo’n 1.200.000 m3 grond aangevoerd, zie onderstaande tabel. Op basis van deze informatie wordt beoordeeld dat het grondverzet een negatief effect heeft op de grondbalans. Dit brengt echter geen negatieve milieueffecten met zich mee. Ontgronding
Opvulling
Beschrijving
Potentieel Potentieel Verwerking Ontgronding hergebruik Opvulling Bron binnen Bron buiten hergebruik op buiten terrein volume (m3) buiten volume (m3) terrein (m3) terrein (m3) terrein (m3) (m3) terrein?
Toplaag
257.000
90.500
166.500
Ja
-
Ja
Niet nodig
(humeuze) klein
576.000
244.000
332.000
Nee
-
n.v.t.
n.v.t.
(Siltig) zand
493.000
493.000
Nee
Ja
-
-
-
Opvulling onder gebouwen
-
-
-
-
250.000
200.000
50.000
Opvulling voorzieningen (kabels, leidingen ed.), wegen, verhard terrein
-
-
-
-
871.000
293.000
578.000
Noordelijke weg
16.000
-
16.000
Ja
24.000
-
24.000
Landschappelijke inrichting
-
-
-
-
279.000
279.000
n.v.t.
Ontgrondingen voor tijdelijke werken/activiteiten (tijdelijke wegen, kabels, leidingen ed.)
198.461
66.923
131.538
-
253.846
-
253.846
Totaal unbulked
1.540.461
894.423
646.038
n.v.t.
1.677.846
772.000
905.846
1.162.750
839.849
n.v.t.
2.209.680
1.019.040
1.190.640
Totaal bulked (bulk factor is 1,32 of 2.002.599 1,3)
Zetting Zettingen worden veroorzaakt doordat het nieuwe maaiveld in het plangebied hoger komt te liggen dan het bestaande maaiveld. De mate van ophoging varieert tussen de 0,5 en 1,0 meter. Incidenteel is de ophoging mogelijk groter door toepassing in de landschappelijke inpassing. De aan te leggen verhardingen zorgen voor extra belasting op de ondergrond, doordat hiervoor zwaardere materialen worden gebruikt. Voor het geplande bedrijventerrein en de campus zijn geotechnische berekeningen gemaakt om inzicht te krijgen in de optredende zettingen. Op het campusdeel varieert de te verwachten zetting tussen de 0,10 meter en 0,20 meter, bij een ophoging van maximaal 1,0 meter. Deze zettingen vinden grotendeels plaats gedurende de eerste drie maanden na ophoging. Hetzelfde geldt voor het deel waar het bedrijventerrein is gepland. Ook hier varieert de verwachte zetting tussen de 0,10 meter en 0,20 meter. Uitzondering betreft die delen van het bedrijventerrein waar de deklaag significant dikker is dan gemiddeld. De op deze delen verwachte zetting bedraagt orde grootte 0,30 meter. Door landschappelijke inpassing kan de ophoging incidenteel groter zijn dan 1,0 meter. De zetting zal dan ook groter zijn. Echter ter plaatse van landschappelijke inpassing zijn grotere zettingen in het algemeen acceptabel.
Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
22 van 294
MER TREKKERSVELD IV
De autonome bodemdaling zoals beschreven in paragraaf 8.3 wordt naar verwachting minder door de uit te voeren grondwerkzaamheden omdat de slappe lagen worden samengedrukt en afgedekt. Verdergaande uitdroging en oxidatie van de toplaag wordt hiermee beperkt. Een gedeelte van de bodemdaling zal nog blijven bestaan, als gevolg van de relatief recente inpoldering van het gebied. Hierbij komen de restzettingen die nog optreden na het bouwrijp maken. Doordat het bedrijventerrein en campus met datacenter worden opgehoogd, zal er zetting optreden. Echter, omdat er op voorhand rekening wordt gehouden met de zetting zal het terrein daar waar nodig extra opgehoogd worden om zettingen te compenseren. Bovendien moet tijdens het bouwrijp maken zoveel zetting optreden zodat na ingebruikname van de terreinen de restzetting over een periode van 30 jaar beperkt blijft. Er worden maatregelen genomen om dit te bewerkstelligen. Deze maatregelen blijven beperkt tot een bepaalde rustperiode, eventueel in combinatie met een tijdelijke overhoogte (voorbelasting). Resultaat zal zijn dat na het bouwrijp maken wordt voldaan aan de gestelde restzettingseis. De gebouwen worden onderheid of gefundeerd op het zandpakket onder de deklaag en zijn dus niet aan zetting onderhevig. Het effect is daarom neutraal (0) beoordeeld.
Daarnaast treedt er ook zetting op voor de gebieden die worden aangewezen als gronddepot. Deze gronddepots worden gerealiseerd binnen de contouren van de campus met het datacenter. Ditzelfde gebied wordt na de functie van gronddepot afgegraven ten behoeve van de constructie van het datacenter. De zetting heeft geen negatieve gevolgen (0). De invloed van zettingen op de waterspanning in de ondergrond is slechts tijdelijk. Na het verhogen van de druk treedt consolidatie op ofwel het ontwijken van water door verhoogde druk. Dit is een tijdelijk effect waarbij na het wijken van het water de druk weer nivelleert. Er is daarmee geen permanente invloed op stijghoogtes van water of de grondwaterspiegel.
8.4.2
Gebruiksfase bedrijventerrein en campus
In Tabel 1‑6 is de effectbeoordeling van de gebruiksfase van het bedrijventerrein (35 ha) en campus met datacenter (165 ha) opgenomen. Tabel 1‑6 Effectbeoordeling bodem bedrijventerrein en campus met datacenter, gebruiksfase
Referentie
Deelgebied Bedrijventerrein
Deelgebied campus datacenter
Totaalscore
Effecten op bodemkwaliteit
0
0
0
0
Grondbalans
0
0
0
0
Effecten als gevolg van zetting
0
0
0
0
Aspect
Effecten op bodemkwaliteit Deelgebied bedrijventerrein Het is per wet verboden om de kwaliteit te verslechteren van de bodem. De activiteiten die op het bedrijventerrein gaan plaatsvinden, mogen daarom geen negatief effect hebben op de bodemkwaliteit. Dit kan worden nagegaan om een eindsituatie vast te stellen na het gebruik van de locatie. Het effect is neutraal (0) beoordeeld. Deelgebied campus datacenter Het is per wet verboden om de kwaliteit te verslechteren van de bodem. De activiteiten die op het campusterrein van het datacenter gaan plaatsvinden mogen daarom geen negatief effect hebben op de Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
23 van 294
MER TREKKERSVELD IV
bodemkwaliteit. Dit kan worden nagegaan om een eindsituatie vast te stellen na het gebruik van de locatie. Het effect is neutraal (0) beoordeeld. Grondbalans Deelgebied bedrijventerrein Er zal geen grondverzet plaatsvinden in de gebruiksfase op het bedrijventerrein. Er zijn geen effecten voor de grondbalans. Dit is neutraal (0) beoordeeld. Deelgebied campus datacenter Er zal geen grondverzet plaats vinden in de gebruiksfase op het campusterrein van het datacenter. Er zijn geen effecten voor de grondbalans. Dit is neutraal (0) beoordeeld. Zetting Deelgebied bedrijventerrein Tijdens het bouwrijp maken worden, waar nodig, maatregelen getroffen zodat de (rest)zetting in de gebruiksfase beperkt blijft. Acceptabel is een restzetting van 0,10 meter voor wegen/verhardingen en 0,30 meter ter plaatse van groenvoorzieningen en landschappelijke inpassing. De effecten zijn neutraal (0) beoordeeld. Deelgebied campus datacenter Tijdens het bouwrijp maken worden, waar nodig, maatregelen getroffen zodat de (rest)zetting in de gebruiksfase beperkt blijft. Acceptabel is een restzetting van 0,10 meter voor wegen/verhardingen en 0,30 meter ter plaatse van groenvoorzieningen en landschappelijke inpassing. De effecten zijn neutraal (0) beoordeeld.
8.4.3
Alternatieven proceswatersysteem datacenter
Voor het proceswatersysteem worden in dit hoofdstuk drie alternatieven beoordeeld. Het eerste alternatief gaat uit van een zone bij de Hoge Vaart waarbinnen twee inlaten worden gerealiseerd voor het onttrekken van proceswater, en één voor de lozing van proceswater. Het tweede alternatief gaat uit van een zone bij het Wolderwijd waarbinnen tevens twee inlaten voor de onttrekking en één uitlaat voor de lozing van proceswater wordt gerealiseerd. Het derde alternatief gaat uit van een inlaat bij het Wolderwijd, en een uitlaat bij de Hoge Vaart. Voor het tweede en het derde alternatief worden tevens buisleidingen aangelegd vanaf het plangebied naar het Wolderwijd. Voor deze buisleidingen zijn twee tracévarianten beoordeeld: een tracé langs de Knardijk (Tracé A) en een tracé ten westen van de Knardijk door het landbouwgebied (Tracé B). In Tabel 8-7 is de effectbeoordeling van de alternatieven voor het proceswatersysteem opgenomen. Na de tabel is per beoordelingscriterium een toelichting opgenomen. Het criterium zetting is in deze beoordeling niet relevant en om deze reden verder niet beschouwd. Tabel 8-7 Effectbeoordeling bodem proceswatersysteem (aanlegfase)
Criterium
Ref.
Alternatief 1: Hoge Vaart in en uit
Alternatief 2: Wolderwijd in en uit Tracé A
Tracé B
Alternatief 3: Wolderwijd in Hoge Vaart uit Tracé A
Tracé B
Effecten op bodemkwaliteit
0
0
0/+
0/+
0/+
0/+
Grondbalans
0
0
0/+
0/+
0/+
0/+
Effecten op bodemkwaliteit Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
24 van 294
MER TREKKERSVELD IV
Alternatief 1: Hoge Vaart in en uit Ter plaatse van dit alternatief is een (water)bodemonderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten van dit onderzoek is gebleken dat er geen sprake is van een geval van (ernstige) verontreiniging. De werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de in- en uitlaatwerken kunnen zonder sanerende maatregelen worden uitgevoerd. Tijdens de aanleg en exploitatiefase van de in- en uitlaatwerken zal de bodemkwaliteit niet verslechteren. Derhalve is er geen effect (0) op de bodemkwaliteit. Alternatief 2: Wolderwijd in en uit Alternatief 2, Tracévariant A en B Ter plaatse van beide tracévarianten is nog geen (water)bodemonderzoek uitgevoerd. Er is enkel een historisch onderzoek conform de NEN5725 uitgevoerd. Uit dit historisch onderzoek is gebleken dat de locatie niet verdacht is op het voorkomen van verontreinigen in de bodem. Mocht uit het uit te voeren (water)bodemonderzoek blijken dat er sprake is van een geval van (ernstige) verontreiniging, dan dienen er sanerende maatregelen getroffen te worden ten behoeve van de aanleg van het proceswatersysteem. Hierdoor zal de kwaliteit van de bodem worden verbeterd, wat leidt tot een positief effect (+) op de bodemkwaliteit. Indien uit het (water)bodemonderzoek blijkt dat er geen verontreinigingen worden aangetroffen, dan zal de aanleg van het proceswatersysteem geen effect (0) hebben op de bodemkwaliteit.
Om deze reden is het effect neutraal tot positief (0/+) beoordeeld. Tijdens de gebruiksfase van de in- en uitlaatwerken zal de bodemkwaliteit niet verslechteren en is er geen effect op de bodemkwaliteit. Alternatief 3: Wolderwijd in, Hoge Vaart uit Ter plaatse van de Hoge Vaart is in dit alternatief een (water)bodemonderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten van dit onderzoek is gebleken dat er geen sprake is van een geval van (ernstige) verontreiniging. De werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de in- en uitlaatwerken kunnen zonder sanerende maatregelen worden uitgevoerd. Tijdens de aanleg en gebruiksfase van de in- en uitlaatwerken zal de bodemkwaliteit niet verslechteren. Ter plaatse van het Wolderwijd is enkel historisch onderzoek uitgevoerd er dient nog een verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Uit dit historisch onderzoek is gebleken dat de locatie niet verdacht is op het voorkomen van verontreinigen in de bodem. Mocht bij het uit te voeren (water)bodemonderzoek blijken dat er sprake is van een geval van (ernstige) verontreiniging, dan dienen er sanerende maatregelen getroffen te worden ten behoeve van de aanleg van het proceswatersysteem. Hierdoor zal de kwaliteit van de bodem worden verbeterd, wat leidt tot een positief effect (+) op de bodemkwaliteit.
Indien uit het (water)bodemonderzoek blijkt dat er geen verontreinigingen worden aangetroffen, dan zal de aanleg van het proceswatersysteem geen effect (0) hebben op de bodemkwaliteit. Om deze reden is het effect neutraal tot positief (0/+) beoordeeld. Tracévarianten A en B De effectbeschrijving en -beoordeling van de tracés A en B komen overeen met beschreven onder alternatief Wolderwijd in en uit. Eindbeoordeling alternatieven Ter plaatse van alternatief 1: Hoge Vaart is een (water)bodemonderzoek uitgevoerd. Er is geen sprake van (ernstige) verontreinigen, het effect van dit alternatief is neutraal (0) beoordeeld. Voor de tracering van alternatieven 2 en 3 is nog geen verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Omdat de bodemkwaliteit voor deze twee alternatieven nog niet is vastgesteld en er mogelijk gesaneerd dient te worden, is het effect neutraal tot positief (0/+) beoordeeld. Effecten op de grondbalans Alternatief 1: Hoge Vaart in en uit Grondverzet zal niet tot nauwelijks plaatsvinden, derhalve is er geen effect (0) op de grondbalans. Alternatief 2: Wolderwijd in en uit Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
25 van 294
MER TREKKERSVELD IV
Tracévariant A en B Grondverzet zal niet tot nauwelijks plaatsvinden, derhalve is er geen effect (0) op de grondbalans. De tracévarianten zijn niet onderscheidend beoordeeld. Alternatief 3: Wolderwijd in, Hoge Vaart uit Tracévariant A en B Grondverzet zal niet tot nauwelijks plaatsvinden, derhalve is er geen effect (0) op de grondbalans. De varianten zijn niet onderscheidend beoordeeld. Eindbeoordeling alternatieven De effecten op de grondbalans zijn voor de drie alternatieven met bijhorende varianten niet onderscheidend beoordeeld vanwege het beperkte grondverzet (effect: 0).
8.4.4
Alternatieven hoogspanningsverbinding datacenter
In onderstaande tabel zijn voor bodemkwaliteit de effectscores opgenomen voor de beoordeling van alternatief 1 (variant 1 en variant 2) en alternatief 2. Na de tabel is per beoordelingscriterium de effectbeschrijving en -beoordeling opgenomen. Effecten als gevolg van grondbalans en zetting zijn niet relevant voor de hoogspanningsalternatieven, derhalve zijn deze niet beoordeeld. Tabel 8-8 Overzicht effectscores hoogspanningsalternatieven voor bodem
Alternatief 1: Hoogspanningsstation op campus Criterium
Referentie Variant 1: Ondergrondse 150 kV verbinding
Bodemkwaliteit
0
0
Alternatief 2: Bestaand station Bloesemlaan
Variant 2: Bovengrondse 150 kV verbinding
0/+
0/+
Effecten op Bodemkwaliteit Alternatief 1, variant 1 en 2 Er zijn geen bodemgegevens beschikbaar ter plaatse van de hoogspanningsverbinding. Mocht ter plaatse sprake zijn van een geval van (ernstige) verontreiniging dan zal deze bij de bovengrondse verbinding vanwege de plaatsing van de hoogspanningsmasten (gedeeltelijk) worden verwijderd, wat leidt tot een positief effect. Dit is als 0/+ beoordeeld. Bij de ondergrondse verbinding zal bij een gestuurde boring geen grond worden ontgraven en zal bij een eventuele verontreiniging in de ondergrond geen effect (0) optreden voor de bodemkwaliteit. Alternatief 2: Bloesemlaan Er is een historisch onderzoek, conform de NEN5725, uitgevoerd ter plaatse van dit onderzoeksgebied. Uit dit historisch onderzoek is gebleken dat de locatie niet verdacht is op het voorkomen van verontreinigen in de bodem. Indien het bevoegd gezag verlangt dat een verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd en uit de resultaten blijkt dat binnen het kabeltracé een geval van (ernstige) verontreiniging aanwezig is, dan zal deze bij de aanleg (gedeeltelijk) worden verwijderd, wat leidt tot een positief effect (+). Mocht het zo zijn dat er inderdaad geen verontreinigingen worden aangetroffen in het verkennend bodemonderzoek, dan zal de aanleg van het kabeltracé naar het bestaand station aan de Bloesemlaan geen effect (0) hebben op de bodemkwaliteit.
Het criterium bodemkwaliteit is om deze reden neutraal tot positief beoordeeld (0/+).
Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
26 van 294
MER TREKKERSVELD IV
8.4.5
Zoekzones warmtebuisleiding datacenter
Voor de warmtebuisleiding worden in dit hoofdstuk twee zones beoordeeld, een noordwestelijke zone en een zuidoostelijke zone. Tabel 8-9 Effectbeoordeling bodem warmtebuisleiding
Criterium
Referentie
Noordwestelijke zone
Zuidoostelijke zone
Effecten op bodemkwaliteit
0
0
0
Grondbalans
0
0
0
Zetting
0
0
0
Effecten op bodemkwaliteit Noordwestelijke zone Binnen het plangebied zijn, ter plaatse van de onderzochte percelen, geen (potentieel spoedeisende) gevallen van (ernstige) verontreiniging aanwezig. Op de locatie zijn slechts licht verhoogde concentraties aan minerale olie, zware metalen, PCB, PFAS en bestrijdingsmiddelen aangetoond. Saneringsmaatregelen zijn niet noodzakelijk. De erven dienen nog onderzocht te worden. Ter plaatse van de erven kan sprake zijn van (potentieel spoedeisende) gevallen van (ernstige) verontreiniging. Indien blijkt dat ter plaatse sprake is van gevallen van (ernstige) verontreiniging dienen de verontreinigingen (gedeeltelijk) te worden gesaneerd. Het saneren van gevallen van (ernstige) verontreinigingen door middel van ontgraving heeft een (sterk) positief effect op de bodemkwaliteit. Het saneren door middel van het aanbrengen van een afdeklaag of leeflaag en daarmee het voorkomen van blootstelling bij immobiele grondverontreinigingen wordt beoordeeld als ‘geen effect’, aangezien er met deze methode geen verontreinigde grond wordt verwijderd. Zuidoostelijke zone Binnen het plangebied zijn, ter plaatse van de onderzochte percelen, geen (potentieel spoedeisende) gevallen van (ernstige) verontreiniging aanwezig. Op de locatie zijn slechts licht verhoogde concentraties aan minerale olie, zware metalen, PCB, PFAS en bestrijdingsmiddelen aangetoond.
Sanerende maatregelen zijn niet noodzakelijk, derhalve is het criterium bodemkwaliteit neutraal (0) beoordeeld. Effecten op de grondbalans Noordwestelijke en zuidoostelijke zone Grondverzet zal plaatsvinden, maar of de grond op de locatie kan worden hergebruikt of zal worden afgevoerd is nog niet bekend. De eventuele hoeveelheid af te voeren grond zal gering zijn, derhalve wordt het effect als neutraal (0) beoordeeld. Effecten als gevolg van zetting Noordwestelijke en zuidoostelijke zone Buiten het bedrijventerrein zal er in het tracé van de leiding niet worden opgehoogd zodat hier geen zettingen zullen optreden. Op het bedrijventerrein treedt wel zetting op. Op het moment dat de leiding wordt aangelegd, zal de meeste zetting al zijn opgetreden. De resterende zetting is acceptabel en heeft geen invloed op het functioneren van de warmtebuisleiding. Het criterium zetting is daarom neutraal (0) beoordeeld.
8.4.6
Cumulatieve effecten
Voor de criteria bodemkwaliteit, grondbalans en zetting worden geen cumulatieve effecten verwacht.
Onze referentie:
- Datum: 15 februari 2021
27 van 294
MER TREKKERSVELD IV
8.5
Mitigerende maatregelen
Mitigerende maatregelen zijn niet noodzakelijk.
8.6
Conclusie effecten per aspect
Voor het aspect bodem geldt dat er alleen in en als gevolg van de aanlegfase effecten kunnen optreden door ontgravingen op de campus en bouwrijp maken en grondverzet in zowel het deelgebied 35 ha bedrijventerrein als de campus met datacenter. De effecten als gevolg van de ontgronding en het bouwrijp maken van de campus met datacenter komen voor het aspect bodem overeen met de effecten voor de aanlegfase van het bestemmingsplan. Om deze reden worden de effecten onderstaand gecombineerd samengevat. Samenvatting effecten aanleg en gebruik bestemmingsplan en ontgrondingsvergunning, na mitigatie Bodemkwaliteit Binnen het plangebied zijn geen gevallen van (ernstige) verontreiniging aanwezig. Er dient nog onderzoek te worden verricht op de nog niet eerder onderzochte locaties ter plaatse van de erven en de locatie Wolderwijd met tracévariant, indien er voor deze locatie wordt gekozen in het kader van het proceswatersysteem. De nog uit te voeren onderzoeken zullen aantonen of er sprake is van een geval van (ernstige) verontreiniging en of er sanerende maatregelen noodzakelijk zijn. Indien dit het geval is zal de bodemkwaliteit verbeteren (effect: 0/+). Grondbalans Niet alle grond kan worden hergebruikt op de locatie. Echter zal er een gelijke hoeveelheid grond worden afgevoerd en aangevoerd. Hierdoor is er geen sprake van een effect op de grondbalans (effect: 0).
Zetting Op het bedrijventerrein en de campus varieert de zetting in het algemeen tussen de 0,10 meter en 0,20 meter. Incidenteel zijn er locaties waar de samendrukbare deklaag significant dikker is dan gemiddeld. Op deze delen bedraagt de zetting orde grootte 0,30 à 0,40 meter. Door landschappelijke inpassing kan de zetting incidenteel groter zijn. Tijdens het bouwrijp maken worden, waar nodig, maatregelen getroffen zodat de (rest)zetting in de gebruiksfase beperkt blijft. Acceptabel is een restzetting van 0,10 meter voor wegen/verhardingen en 0,30 meter ter plaatse van groenvoorzieningen en landschappelijke inpassing. Hierdoor zijn de effecten als gevolg van zetting als neutraal (0) beschouwd. De aanwezigheid van het gronddepot heeft geen effect voor de hierboven gehanteerde criteria.