Transcript 3 oktober 2023
Tekst van het document
Mag ik daaruit afleiden, dat u mij meteen het woord geeft naar aanleiding van het ingezonden stuk? De voorzitter: Nou, nee, dat was niet, dat was niet direct, maar laten we dat wel … Dat was niet mijn insteek, e heer Bouberg Wilson, maar ik vind het wel een goed voorstel. De heer Bouberg Wilson: Nee, prima. Dan doe ik het iets anders, want dan zou ik namelijk de commissie willen voorstellen, of zij het ermee eens zijn en handig vinden, dat u mij als eerste het woord geeft. Op grond van het feit, dat ik u een stuk heb toegezonden en dat u dat dan meteen kunt meenemen, wat ik zou willen melden. Maar dat laat ik graag aan de commissie. Dank u wel. De voorzitter: Ja, ja, ik, we hebben uw stuk gezien. Ik denk, dat het goed is om zeker, ik ga er ook vanuit, iedereen die heeft het gelezen, goed is om het daarover te hebben. Ik zie een interruptie van de heer El Gebaly? De heer El Gebaly: Een interruptie en daarin eigenlijk ook een vraag aan de voorzitter. Onze fractie heeft dit punt per opgave behandeld en daarbij ook verschillende sprekers per opgave. Want wij hebben dit stuk gewoon nou ja, verdeeld over onze expertises. Ons idee was, dat we dus ook via die weg dit stuk zouden willen inslaan. Dus ik weet niet of u daar toestemming voor geeft? Maar …
De voorzitter: Dus eigenlijk per opgave. Ja, het lijkt, dat lijkt mij een goed voorstel. Ik kijk ook even naar de heer Bouberg Wilson, die heeft ons voorzien van het, uitgebreide toelichting. Wat mij betreft, zouden we hem per opgave kunnen behandelen. Laat ik hem dan zo doen, ah, de heer Hermsen. De heer Hermsen: Ja, voorzitter, dank u wel. Dat stuk van de heer Bouberg Wilson is niet openbaar, want het staat niet als agendapunt toegelicht. Dus ik weet niet, of hij dat dan nog zou willen doen. Dan kan het als bijlage toegevoegd worden aan de agenda, zodat daar in ieder geval transparantie over is. De voorzitter: Ik was in de veronderstelling, dat die was toegevoegd. Ik kijk even, ah, ik hoor hier al rechts, nee. Ah, het is gewoon toegestuurd via de e mail? Kijk even, via de email. Mevrouw, oh, ik zou ja, mevrouw Koper. Oh sorry. Nou, mevrouw Koper geeft weer het woord aan de heer Hermsen. De heer Hermsen: Ja, voorzitter. Gaat er mij om, dat de heer Bouberg Wilson verwijst naar iets wat wij individueel natuurlijk als raadsleden hebben gehad, maar niet openlijk hier besproken is. Dus als u daarnaar verwijst, is het misschien handig, dat de informatie gewoon beschikbaar is toegevoegd aan de agenda. Zo niet, ja, dan wil ik het, kan ik het niet behandelen. Dan wordt het gewoon een beetje raar. De voorzitter: Dat is prima.
Ik kijk eerst even naar mevrouw Koper, die was volgens mij eerst of is het een interruptie? Oh so… Excuus, interruptie van ZEE. De heer Gerrits: Ja, dank u wel, voorzitter. Het is een interruptie op het voorstel van ‘…’, de heer El Gebaly, excuus. Namelijk, wij, ik, persoonlijk zou ik het prima vinden als zij van sprekers wisselen, maar wij willen het graag globaal als één stuk behalen. Omdat we hem ook zo geïnterpreteerd hadden. Er stond nergens, dat we het per punt zouden gaan behandelen. Dus de vraag vanuit ons, of dat ook kan, dus dat dat per fractie op de eigen manier gebeurt. Dank u wel. De voorzitter: Ja, dank u wel, de heer Gerrits. Ik kijk nog even naar mevrouw Koper, PvdA. Mevrouw Koper: Ja, voorzitter, ik heb het ook als één stuk gezien. Ik ook graag namens mijn partij, op het stuk ingaan. Dan als iedereen zijn bijdrage doet. Ik heb bijdragen van OPZ gelezen en dat zag ik dan als zijnde de inbreng al voor de vergadering. Dan denk ik, dat we daarna pas met elkaar de discussie kunnen voeren over en hoeven, in hoeverre weten we elkaar te vinden. Ik zal proberen in ieder geval de punten meenemen. De voorzitter: Ik merk, dat verdeelde meningen over zijn. Ik denk, dat ik als vergadervoorzitter ga besluiten om het toch in één keer in een keer te behandelen. Mochten er fractieleden zijn, die zeggen van, nou ik wil graag per onderwerp apart mijn punt benoemen.
Dan geef ik daar graag de ruimte voor. Ik zou graag beginnen rechts bij de OPZ, de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Dank u, voorzitter. Ik zal meteen proberen te voldoen aan de wens om kennis te nemen, ook buiten deze vergadering, van de punten die wij in hoofdzaak aan u willen voorleggen. Inderdaad om wat helderheid over de discussie te hebben. Waar komt dat stuk uit voort? We hebben in eerdere instantie toen de Bereikbaarheidsvisie aan de orde was, daar ook een, het voortouw genomen voor een reactie namens de gemeenteraad. Dat voorbehoud is ook gemaakt. Alleen, op moment dat ik nu kijk hoe dat nu in deze agenda is teruggekomen, dan leidt dat tot de volgende vragen. Dan kunt u voor uzelf besluiten, of we nadere informatie nodig hebben of dat we wel weten, wat de duiding van de huidige versie, tachtig procent versie van dit stuk is. Ik citeer eerst even een statement uit het stuk en dan de reactie mijnerzijds. Dat dwingt ons om samen keuzes te maken, die het best bijdragen aan onze kwaliteit van leven en de toekomst
van en in onze regio. Het lijkt ons dan wel zaak, dat het maken van die keuzes wordt gebaseerd, op het in decennialang opgebouwde belang van de verblijfseco… van de vrijetijdseconomie. Niet alleen van Zandvoort, maar ook voor de regio. Het is zaak ervoor te waken, dat te maken keuzes mede worden gebaseerd, op de te verwachten aanzienlijke toeristische groei. Ik citeer weer even uit het stuk. We willen de waarde en de kwaliteit van het landschap en de natuur behouden en versterken. Tegelijkertijd, willen we ruimte bieden aan duurzaam toerisme. Dan moet wel duidelijk zijn, wat we onder duurzaam toerisme verstaan. En op welke wijze we, de mobiliteit naar binnen naar en binnen onze regio willen verbeteren. Opheldering, lijkt ons wat dat betreft gewenst. Ik citeer uit het stuk. Naast ons gezamenlijk belang als regio, hebben we als gemeente ieder van ons, een eigen belang. Het is niet altijd vanzelfsprekend, dat deze belangen op één lijn liggen. Wil je als gemeente bijvoorbeeld sterk groeien, dan heeft dit consequenties voor de regio en dus ook voor gemeenten, die minder groei ambiëren. Want meer woningen, betekent meer inwoners en dus ook meer verkeersbewegingen met de fiets, de auto of het openbaar vervoer. Dat beïnvloedt de bereikbaarheid van onze regio. Onze reactie, groei van toerisme is onder andere direct verbonden met een sterke groei van het aantal huishoudens in de MRA.
Gezien het beperkte aantal kust bed, kust badplaatsen zullen daardoor automatisch meer bezoekers naar de kust gaan. Niet door een keuze van Zandvoort, maar als gevolg van een groeiende recreatie behoefte, van een eveneens groeiende populatie in de regio. Dus ligt er wat, naar ons idee, een opgave voor alle regiogemeenten om de bereikbaarheid van de regio op een groeiend aantal recreatieve verkeersbewegingen af te stemmen. Ik citeer uit het stuk. We gaan uit van zonering, bij het stimuleren van reactief toeristisch medegebruik van het landschap en beschermen van kwetsbare landschappen en natuur, tegen overlast en drukte. We concretiseren de gewenste ontwikkelingsrichting voor het landschap van Zuid-Kennemerland, Velsen en in brede zin, voor zowel natuur, toerisme als recreatie en cultuurhistorie, landbouw, water en bodem, klimaatadaptatie, enzovoorts. We gaan uit van zonering, bij het stimuleren van reactief toeristisch medegebruik van het landschap en beschermen kwetsbare landschappen en natuur, tegen overlast en drukte. Wat ons betreft is het ook hier weer de vraag, wat je onder gewenste ontwikkeling van het landschap en onder bescherming en zonering moet verstaan.
In welke mate is dit beperkend of strijdig met toeristisch recreatieve opgave? Bij het beschermen tegen overlast en drukte, ontbreekt duidelijkheid over de strekking en de gevolgen daarvan, omdat die niet worden benoemd. Zonder duidelijkheid is het oppassen geblazen, alvorens daarmee in te stemmen. Ik citeer uit het stuk. Daarnaast denken we na over de type toerist of bezoeker, dat we willen betrekken. En hoe we daar via bestemmingsmanagement het beste op kunnen sturen. Bestemmingsmanagement. Mensen die aan de kust willen recreëren, laten zich bij hun keuze voor een dagje aan zee, niet leiden door de vraag, of zij wel of niet tot het gewenste type bezoekers behoren. Zowel keuze aan kust badplaatsen, zoveel keuze aan kust badplaatsen is er ook niet. Het is de vraag, in welke mate bestemmingsmanagement verenigbaar is met het belang van de vrijetijdseconomie, zowel voor de regio als voor Zandvoort zelf. Het lijkt zaak, dit belang bij de tachtig procent versie van Zuid-Kennemer Agenda, cijfermatig te onderbouwen en daarover heel duidelijk te communiceren. Ik citeer, door het auto- en vrachtverkeer naar de randen van de kernen van de regio te verleggen, maken we ruimte voor vervoerswijzen die minder ruimte innemen en gezonder zijn. Het idee om het auto- en vrachtverkeer naar de randen van de kernen regio te verleggen, stuit op bezwaar.
Dat er naar de kust en met name naar Zandvoort en Bloemendaal aan Zee, geen andere wegen zijn dan die welke door de verschillende kernen lopen. Waar het de intentie en de strategie betreft om inwoners of recreanten in plaats van de auto voor andere vormen van vervoer te laten kiezen, ontbreekt naar ons idee onderzoek naar de mate van bereidheid en de voorwaarde daartoe. Gedegen gedrags- en bezoekersstroom onderzoek lijkt voorwaardelijk alvorens de Bereikbaarheidsvisie tot uitgangspunt van een bereikbaarheidsstrategie of -plan te maken. Actueel onderzoek is noodzakelijk, maar ontbreekt. We maken, ik citeer een werkplan ZuidKennemerland 2023-2026 behorend bij deze Zuid-Kennemer Agenda. In het werkplan nemen we per opgave één of twee acties op, waarbij wij in elk geval regionaal willen samenwerken. Alvorens in te stemmen met het
opstellen van een werkplan, lijkt onder andere vereist, dat eerst wordt onderzocht in welke mate de hiervoor genoemde uitgangspunten, waaronder gewenst mobiliteitsgedrag, haalbaar zijn en wat daarvan de gevolgen zijn. Voorzitter, ik denk dat ik het even eerste termijn, hierbij laat. Voor wat betreft een ander punt uit de onderwerpen die aan de orde zijn, zien wij iets wat even de vraag is of, hoe we dat moeten aanpakken. Want door het opnemen van punten uit zowel de Gemeenschappelijke Regeling Bereikbaarheid kust, Bereikbaarheid Zuid-Kennemerland, als het Bestuursconvenant Regionale Samenwerking in één Zuid-Kennemer Agenda, is nu niet duidelijk of wij punten die het sociaal domein betreffen, nu wel of niet in MRA-verband willen gaan bespreken. Wij zijn van mening, dat we hierover als Zuid-Kennemerland niet het gesprek voeren met de MRA. Dan is het misschien beter om die onduidelijkheid te voorkomen, om gescheiden agenda's in het vervolg te gebruiken. Zodat die vraag, niet wordt opgeroepen daardoor. Voorzitter, mijn eerste termijn wou ik hiermee besluiten. Dank u wel. De voorzitter: Goed, dank u wel. De heer El Gebaly, aan u ook als interruptie. En daarna mag u het woord. De heer El Gebaly: Dank u wel.
Begrijp ik de heer Bouberg Wilson goed, wanneer de Bou, de heer Bouberg Wilson zegt, dat dit stuk van de Zuid-Kennemerland Agenda dus niet als die propositie moet gaan gelden voor de MRA? De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Nou, wat ik bedoel is, dat we namelijk voor wat betreft het sociale domein samenwerken binnen de regio en dat niet bespreken in MRA-verband. We hebben denk ik, een belang erbij om voor te waken, dat we geen uitbreiding van organisatie uitlokken daarmee, die mogelijk niet wenselijk is en ook niet dienstig is. We hebben tenslotte een regionaal, in Zuid-Kennemerland samenwerkingsverband voor dat domein en niet met de MRA. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik doe dan ook alle punten in één, met dank aan mijn collega's die het ook hebben voorbereid. Dat wil ik dan wel hebben gezegd. Dan beginnen we bij het landschap. Wat ons betreft is het goed, dat we samenwerken. Alleen, ook daarvoor geldt weer, dat we daarbinnen ook de couleur locale wat betreft voor Zandvoort, wel voor het oog moeten of in het oog moeten houden. Dus we moeten blijven controleren of wat hier in de regio gebeurt, dus ook wat betreft landschap goed is voor Zandvoort. Waar we wel erg blij mee zijn is, dat een onderdeel zoals het cultureel erfgoed, er meer in wordt opgenomen.
Want GroenLinks Zandvoort denkt, dat het juist het cultureel erfgoed hier in de regio, dat we daar veel meer mee zouden kunnen doen. En dan ook doorkijkend op het gebied van toerisme natuurlijk. Dus die twee dingen zouden mooi in elkaar kunnen grijpen, wat betreft GroenLinks antwoord. Als we dan kijken op het inspelen van het klimaat. Dan is het goed, dat we daar ook inzetten regionaal op het vergroenen, dat we inzetten op onder andere adaptatie. Alleen, als we dan kijken naar sec onze eigen gemeente, dan zien we wel, dat wij daar een hele grote inhaalslag moeten maken. Dat we daar dus ook echt de ambitie dan moeten uitspreken en het commitment moeten hebben als Zandvoort, om aan te sluiten bij die regio om daarmee verder te komen. In juist het stuk, op het inspelen van de klimaatverandering, wat GroenLinks betreft. Wat dat betreft ook weer blij, dat we daar in de regio en een goede afstemming kunnen vinden en hebben gevonden. Dan punt drie, een plek voor iedereen. Dit is een onderdeel wat ons betreft, goed naar voren komt in dit stuk. Hier geldt voor dat we natuurlijk zien, dat er ook regionaal echt wel ja, woningnood is. Alleen hiervoor geldt ook weer, dat Zandvoort een wat andere positie heeft natuurlijk. We hebben niet de weelde van grote gronden, veel mogelijkheden om het woningbezit enigszins op een manier in te vullen, zoals de regio dat ook
doet. Dus ook hier vinden wij het heel belangrijk, dat ook buiten het feit dat we naar de regio kijken, dat ook het zicht blijft op onze Zandvoortse inwoner, die misschien net wat meer een ander soort type woning nodig heeft. En als voorbeeld daarvan. Zandvoort staat volgens mij in de regio ook bekend, om het juist wat meer hebben van ja, eenpersoonshuishoudens. Ze kunnen wel inzetten met de regio op eengezinswoningen, maar juist Zandvoort heeft dan weer veel meer baat bij die eenpersoonshuishoudens. Waar wij dan weer liever voor bouwen dan voor eengezinswoningen. Omdat we eigenlijk die Zandvoortse behoefte graag eerst willen regelen en daarna verder willen kijken. We zien ook risico's rondom mobiliteit. Kijk alleen al naar de westkant van Haarlem, die best wel vol wordt gebouwd. Dus ook daar willen we graag samen optrekken, om daar ook de belangen van Zandvoort en de bereikbaarheid daarmee van de regio, om die ook hoog te houden. Als ik dan kijk naar het benutten van economisch kapitaal, dan doet mij dat denken aan iets wat een oud collega hier in de raad, de heer Van Marle van D66, ooit heeft geopperd. Dat misschien ook wel in het licht van ook de MRA-propositie, wel een hele interessante zou kunnen zijn. Dat is, dat we buiten ons toeristisch werkveld ook in gaan zetten op werken aan zee.
Ik denk, dat wat D66 toen bepleitte via de heer Van Marle, misschien wel in deze agenda een mooie ruimte kan hebben. Waarom? We hebben een prachtige treinverbinding, wellicht zouden we die meer kunnen benutten. En dan zouden we aan Zandvoort ook economisch kapitaal toevoegen, dat niet per se toeristisch gestuurd is. Juist met de grote projecten die nu op stapel staan op de Boulevard, zien wij daar als fractie nog steeds wel, echt wel kansen in die we eventueel voor Zandvoort in de komende periode, zouden kunnen pakken. Denken wij. Als we dan doorgaan naar de volgende en dat is het verbinden van onze opgave met een betere bereikbaarheid. Dan is dit natuurlijk het hete hangijzer in deze gemeenteraad. We hebben het over dit stuk en over de bereikbaarheid binnen dit stuk al heel vaak gehad. Ik denk dat we best wel ook tevreden kunnen zijn met, hoe er nu naar bereikbaarheid wordt gekeken en hoe we in de regio daarmee omgaan. En zeker op de drukke dagen, denk ik, dat we daar wel echt een stap hebben gemaakt. Alleen wat het ons fractie betreft, gaat het nu ook om die stap continueren buiten het toeristisch seizoen om. Waarom? Ook voor onze inwoners die veel gebruikmaken van de trein, is het nu bijvoorbeeld echt ja, echt moeilijk en dan druk ik me nog echt heel erg rustig uit, om die trein te gebruiken. En hetzelfde geldt natuurlijk voor de regio.
Ik hoef deze commissie er niet op te wijzen, dat bijvoorbeeld de treinverbinding die via Zandvoort naar Haarlem loopt, ook via Overveen gaat en dat daar een Hogeschool is gevestigd. Wellicht is het voor die Hogeschool heel interessant, dat er meer treinen richting Zandvoort gaan rijden, ook buiten het seizoen om. In ieder geval, dat onze infrastructuur op het gebied van bereikbaarheid veel betrouwbaarder en robuuster is, dan dat het op dit moment het geval is. En daarmee kijkt GroenLinks ook echt heel erg naar, wat er nu ook bij onze buren gebeurt. Ik geloof dat in de gemeenteraad van Haarlem een tijdje geleden nog een motie is aangenomen, waarin wordt gekeken naar wellicht een gemeentelijk vervoersbedrijf of een regionaal vervoersbedrijf. En wat GroenLinks betreft, zou dat ook wel iets kunnen zijn wat we regionaal kunnen gaan dragen. Want we zien gewoon echt een probleem ontstaan op die bereikbaarheid, op die mobiliteit. Die mobiliteit, die raakt ons als toeristisch badplaats, maar ook als badplaats met inwoners, enorm hard. En we willen ook eigenlijk daarvoor bepleiten, om wellicht als Zandvoort daar in de toekomst ook bij aan te haken. Maar zeker in het zin, in het licht van deze agenda ook op dit stuk, te proberen aan te sluiten. Want die bereikbaarheid is gewoon belangrijk en daar hebben we al veel over gezegd in deze commissie.
Dus dat zouden we graag aan willen toevoegen. Dan op gezondheidsgebied. Ook daar zien we dat een regioplan fijn is. We zijn ook echt erkentelijk, dat ook het sociaal domein nu is opgenomen in deze agenda. We werken namelijk op het sociaal domein al als regio heel erg veel samen. Dus is het ook fijn, als die ook in deze agenda terugkomt, omdat je dan ook die die afspraken die e met elkaar maakt, veel makkelijker maakt. Wat betreft de jeugdhulp, hebben we daar wel een ja, zien we toch een stijgende vraag naartoe. Het stuk is soms op sommige problemen niet helemaal duidelijk in, hoe dit nou op dit moment wordt ingezet? En we zijn ook echt benieuwd naar of we met deze, met dit stuk de problemen in de regio willen meer, willen we meer gaan normaliseren en hoe dat gaat uitpakken voor in dit geval Zandvoort. We kijken daar voorbij vooral ook echt naar de effectiviteit
van de interventies, die er dan op dat gebied plaatsvinden wat betreft de jeugdzorg. Tot slot in het algemeen, vinden wij en ik hoop ook dat de commissie dat met mij deelt, vinden wij als GroenLinks zijnde, dat juist het zo mooi is, dat we nu dit stuk hebben. Dat we die visie of die agenda hebben voor de regio. Want het zorgt ervoor, dat we gewoon veel meer sturing hebben in ons regio, op een aantal terreinen die overkoepelen. En ik kan eenieder nog wel echt naar voren laten halen, dat wij echt ook de regio nodig hebben. Hiervoor hebben we vaak gesproken over de regio in moeilijke tijden, over dat ze weer eens een keertje iets tegenhielden of het weer eens een keertje niet met ons eens zijn. Maar ik persoonlijk als uw vertegenwoordiger van de regio merk, dat sinds wij wat structureler met elkaar zitten, sinds we de raadscommissies die we samen hebben, wat mooier inrichten met thema's die erbij horen en die vooral ook uit deze agenda komen, dat we ook wel echt stappen maken in onze regio. Kijk alleen naar de spoorse maatregelen, die we hebben kunnen nemen. Dat valt en staat bij een goede buur en een goede regio. Dus soms moeten we misschien ook wel eens als Zandvoort zijnde, iets meer redeneren vanuit de regio, om onze Zandvoortse belangen goed te krijgen en ja, toch wel die belangen voldaan te hebben.
Dus dat wil ik u wel hebben meegegeven, wat betreft mijn visie als GroenLinks, op de Zuid-Kennemer Agenda. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een interruptie van de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ja, voorzitter. Ik denk, dat het helemaal juist is wat de heer El Gebaly zegt, voor wat betreft het belang van de samenwerking in de regio. Alleen op een moment, dat je de doelstellingen ziet zoals ik die in mijn eerste termijn naar voren heb gebracht, dan roept dat nogal wat vragen op. Ik ga het nu niet herhalen. Maar ik denk, dat wil je voortgaan met elkaar, dan moet je het wel eens zijn over de invulling van die dingen, die wat mij betreft nu niet echt helemaal duidelijk zijn. En waarvan volgens mij ook, het ontbreekt aan voldoende feitenkennis. Wat is het idee van de heer El Gebaly daarover? De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Dank u wel, voorzitter. Ik snap, dat de heer Bouberg Wilson aan de ene kant die onderbouwing mist. Aan de andere kant hebben, spreek je over een tachtig procent versie, dus hierna gaat er nog een slag overheen. Er wordt nu eigenlijk aan ons gevraagd vanuit de regio van, raadsleden, commissieleden, denk met ons mee. We hebben nu deze denkrichting in, zijn we ingeslagen. We hebben hiervoor een zestig procent versie op de Regionale Radenbijeenkomst gehad.
Ik denk dat die opheldering, die feitelijke onderbouwing in een later traject, wanneer we richting een honderd procent versie gaan, die we hier in de raad ook gaan vaststellen, dat we daarin wel die onderbouwing meer krijgen. Want ik zie ook nog geen volwaardig stuk liggen nu. Dus ik snap helemaal wat u zegt, alleen ik denk, dat het ook een beetje hoort bij het stuk wat we nu voor ons hebben. Het is een richtingenkeuze die we, die ons voor wordt gelegd. Ik denk dat het heel belangrijk, dat we die richtingenkeuze als Zandvoort, zo breed mogelijk in de komende raadscommissie regionaal, insteken. Zodat het belang van Zandvoort ook goed naar voren komt. Dus ik denk, dat die doelstelling en die feitelijke onderbouwing nog komt, maar dat dit stuk dat net niet, nog net niet is. Omdat het ook nog een tachtig procent-versie is. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu graag naar D66, de heer Hermsen. De heer Hermsen: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, het is, ik was er al bang voor, dat u bij mij zou uitkomen. Ik had … De voorzitter: Nou, dat is geen toeval hoor, is geen toeval.
De heer Hermsen: Nee, is geen toeval, oké. Nou ja, ik heb natuurlijk de beraadslagen van OPZ en van GroenLinks ook gehoord. Dank ook voor het nou ja, het herbenoemen van wat de heer Van Marle zei over het benutten van het economisch kapitaal. Dan laat ik dan GroenLinks ook aangeven, dat wij ook voorstander zijn van terugbrengen van de treinverbinding, Zandvoort, Maastricht. Dat zou in ieder geval heel veel helpen, dat in ieder geval waar de IC-capaciteit, dus niet intensive care maar intercity capaciteit, weer terug terugkrijgen. Voor de rest, eigenlijk is het een, zie ik in ieder geval deze agenda net als met regionale bereikbaarheid en dergelijke, niet zozeer iets wat in beton gegoten is, maar meer iets waar we met zijn allen aan werken. Ik denk, dat wij vanuit Zandvoort voldoende tegengeluid, dan wel samenwerkingsgeluid hebben gegeven met betrekking tot die bereikbaarheid. Maar ik vind ook, dat wij wat moeten doen aan bijvoorbeeld het gezondheid bevorderen en veilig en gezond opgroeien in deze streek. Nou, dat betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden. En die keuzes, dat kan gelukkig nog steeds iedere gemeente op zichzelf doen. Hou dan ook in het achterhoofd, dat natuurlijk een aantal wegen gewoon openbaar zijn en van de provincie is. Dat dat, in ieder geval gewoon moet doorstromen, ongeacht wat er speelt. Daar kun je ook geen eisen aan vastleggen.
Dus wat dat aangaat, valt dat op zichzelf allemaal best mee. En tot nu toe, en ik denk dat dat misschien ook wel het fijne is van wat er nu gebeurt, dat we een zestig procent versie hebben wat besproken is. Zodat we nu een tachtig procent versie kunnen bespreken en dat niet alles al kant en klaar ligt. Dat de raden dan mogen aangeven van, dit is het, of we zijn er akkoord mee of we zijn er niet akkoord mee. Of we hebben nog deze bedenkingen, of niet. Betekent dat je actief mag nadenken. Dat is denk ik, al een, echt een wezenlijk verschil ten opzichte van de vorige edities. En eerlijk is eerlijk, ja, we moeten er gewoon wat aan gaan doen. We moeten ook zorgen, dat we veilig kunnen opgroeien. We moeten zorgen dat we gezond kunnen opgroeien. Betekent ook, dat we bepaalde kernen en dat doen we natuurlijk zelf onbewust ook al, is auto zoveel mogelijk naar de buitenkant sturen. Dat betekent niet, dat Zandvoort niet bereikbaar is. Maar het heeft natuurlijk ook en dat zien we natuurlijk ook nou ja, we hadden natuurlijk in de Bereikbaarheidsvisie natuurlijk ook allerlei zaken die meespeelden, waaronder een tunnel. Die tunnel ongetwijfeld al niet meer mogelijk is, omdat er ook gebouwd wordt. Betekent dat er gewoon best wel wat druk komt op ons openbaar vervoerstelsel.
Als die nou ja, als die kosten zo blijven stijgen zoals ze gepland zijn, dan al niet volgend jaar, dan het jaar daarop, betekent dat het openbaar vervoer gewoon straks niet meer te betalen is voor de normale man, of normale burger, voor de normale gezinnen. Dus allicht zouden wij ook gewoon een keer moeten gaan nadenken. Het is ook keer geopperd volgens mij vanuit ZEE, nieuwe of een eigen vervoersbedrijf. Als Haarlem daarmee begint, dan zouden we dat ook van harte ondersteunen. Ik denk dat we dan ook een positie maken, je ziet het in andere steden ook. Betekent niet, dat het dan per definitie goedkoper wordt. Maar je hebt in ieder geval wel wat te zeggen over de bereikbaarheid in je regio, dan dat je het overlaat aan andere partijen. Voor de rest, zal ik het ook hierbij laten. Ik wil, wat ik nog wel wilde aangeven is, dat in ieder geval de vorige insprekers zeker punten hadden. Betekent niet, dat ik het overal mee eens ben. Maar ik denk, dat het ook belangrijk is, dat in ieder geval die punten worden toegelicht op de komende raadsbijeenkomst. En of dat nou separaat is of dat mensen dat afzonderlijk doen of dat ze dan afgezanten sturen, er zal ongetwijfeld een samenvatting komen van hetgeen we hier besproken hebben. Als die punten worden ingediend, dan is het vervolgens aan de Agenda en aan die bijeenkomst, om te besluiten wat daar verder mee gebeurt.
Wel met diens verstande, dat Zandvoort wel bepaalt, wat er gebeurt in Zandvoort. Dus daar wil ik het graag bij laten. De voorzitter: Dank u wel. U had het zojuist over ZEE. Wellicht kunnen we nu doorgaan naar ZEE, ik zie de heer Gerrits. De heer Gerrits: Ja, dank u wel, voorzitter. Om mee te beginnen. Wat ons betreft, leest dit stuk weg als een coalitieakkoord. Maar dan niet van onze coalitie, maar soort regio brede coalitie. En wij missen eigenlijk voor
een groot deel toch de aansluiting, op wat we hier zelf hebben gezien. Ondanks dat we ja, niet onder, geen onderdeel zijn van de coalitie, zien we toch dat verschil. Daarbij merken wij ook zelf discrepanties op tussen partijprogramma punten en punten in het desbetreffende stuk. Sommige termen en secties lezen echt, en dan ga ik een groot woord gebruiken, maar ik vind dat het hier wel past, weg als een soort propaganda. Ik mis echt de inhoud, het zijn echt hele politiek beladen termen met ja, vage betekenissen. Dus toch ook wel een heel klein stukje kritiek, naar de degenen die het geschreven hebben of heeft. Ik hoop dat dat, sowieso nog verduidelijkt kan worden. Nou ja, wat ik zei, veel kleine onderdelen waar ons niet kunnen vinden, waar we geen standpunt over hebben. De voorzitter: Sorry. De heer Gerrits, u heeft een interruptie van de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja, voorzitter. De heer Gerrits zegt nogal wat. Dan wil ik ook wel voorbeelden zien van, wat hij dan bedoelt aan propaganda en dat soort teksten. De voorzitter: Duidelijke vraag. Ja, de heer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel. Nou, daar reageer ik natuurlijk op. Het gaat om, ons ons bijvoorbeeld om termen als, het gaat over verkleining gezondheidsverschillen en ook ongelijkheid. En dat zijn wat ons betreft al beladen politieke termen.
Want wij als ZEE, zijn bijvoorbeeld voor toegankelijke, kwalitatief en betaalbare zorg voor iedereen. Dat wil zeggen, het consequent verbeteren van de ondergrens. Dat is iets wezenlijks anders dan het verkleinen van het verschil, want de bovengrens, daarvoor mag het bijvoorbeeld nog beter worden. Zitten dus heel veel van dit soort termen in, die in mijn ogen heel erg gepopulariseerd zijn, ook in verkiezingen en dergelijke, maar die misschien niet de juiste objectieve lading dekken. Dank u wel. De voorzitter: Duidelijk verhaal. U heeft nog een interruptie, vermoed ik, van mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Hij moest erna natuurlijk opnieuw opstarten. De heer Gerrits, wie denkt u dat de schrijver is van dit stuk? De heer Gerrits: Dat weet ik niet. Dus vandaar dat ik zeg, aan degene die het heeft geschreven, geschreven hebben. De voorzitter: Misschien kan mevrouw Göransson dat toelichten. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Wat denkt u? De heer Gerrits: Ik zeg nogmaals, dat weet ik niet, geen idee. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Nou, u doet namelijk uitlatingen in de zin van, alsof het een politiek stuk is, geschreven door politieke partijen, die hier propaganda voeren. De heer Gerrits: Nee, nee, nee. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Jawel, want u maakt het politiek. De heer Gerrits: Dan heeft u mij verkeerd begrepen, dat is niet wat ik heb gezegd.
Ik zeg alleen, dat ik de termen die gebruikt worden, dat zijn termen die ik vaak zie in de context van popagenda en dat vind ik niet passen in een zakelijk stuk als deze. Dat is alles wat ik zeg.
De voorzitter: Oké, goed. Ik denk, dan krijgt u weer het woord voor uw … Even kijken, misschien kunnen we even zijn verhaal af laten maken. Of is het echt een brandende, ah, toch nog een interruptie van de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja, voorzitter, sorry dat ik nog een interruptie moet wagen. Maar weet u waar het mij om gaat. Dit stuk is een combinatie van een agenda die we al hadden. Namelijk, de Zuid-Kennemer Agenda die we volgens mij vorige raadsperiode met elkaar hebben samen vastgesteld, ook in deze raad. Een heel groot deel is daarvan overgenomen in dit, deze agenda. Er is een actualisatie op plaats gevonden, waarin u heeft kunnen lezen waar, op welke punten dat heeft plaatsgevonden. Is een regionaal samenwerkingsverband, waarin wij met allerlei gemeenten in onze regio letterlijk samenwerken. En hierbij een planning of in ieder geval een agenda maken, wat we met elkaar willen uitspreken voor de komende jaren, voor de komende raadsperiode. Ik vind bewoording als propaganda, vind ik echt woorden waar ik als GroenLinks raad zeg maar, ook als uw regio-vertegenwoordiger wel echt afstand van wil nemen. Want dit is gewoon, een stuk was opgesteld, wat voor een aanzienlijk deel al een keer is vastgesteld in een vorige agenda, is een actualisatie hierop. Dus ik hoop eigenlijk, dat de heer Gerrits die woorden terugneemt.
De voorzitter: Bij deze geef ik weer het woord terug aan de heer Gerrits. De heer Gerrits: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, om te reageren op collega El Gebaly. Ik snap, dat misschien het woord propaganda in die zin een ja, negatieve bijsmaak heeft. Het wordt ook niet vaak gebruikt. Tegenwoordig is dat gewoon een campagneleider, iemand die een campagne leidt en wordt het gewoon bestempeld als marketing. Maar in principe is popagenda zoals ik het bedoel, politieke marketing. Een woord is, wat ook bewust is gecreëerd of dat impliciete doel heeft in mijn ogen om, stemmers een bepaalde kant op te duwen. Dus in die zin, neem ik het niet terug. Maar het is wat ons betreft niet zo, dat we het, dat we alles in dit stuk slecht vinden. En daar wil ik ook nog mee verder gaan, als dat mag, verder over spreken. De voorzitter: Ja, u heeft nog steeds het woord. Ja. De heer Gerrits: Goed, dan ga ik bij deze verder. Nou, verder dank voor het opmerken door mijn collega van D66, over het idee van het eigen vervoersbedrijf. Daar zijn we zeker voor. We hebben ook tijdens een eerdere regionale bijeenkomst gesproken met iemand, die gaat over de concessie gebieden. Die zei ook, dat dat zeker een reële optie was. Dus wat ons betreft, sluiten we ons daar nou ja, als Zandvoort graag bij aan. Misschien moeten we met een motie komen, misschien niet. Moeten even kijken, hoe we dat hier gaan doen.
Maar dat vinden we absoluut ja, vinden we dat, zouden we dat een goed idee vinden. Verder zijn we het natuurlijk ook eens met heel veel, met heel, zijn we het natuurlijk ook eens, wel eens met heel veel dingen in het stuk. Dus het is niet volledig negatief. We vinden alleen, dat het nu toch te veel overschaduwd wordt. Dat is eigenlijk ons enige grote punt. Tot slot, we zijn het eens met de twijfels van OPZ. Want als we als raad instemmen met deze agenda, zeggen we in principe toe, de eigen beleidsvrijheid voor een deel op te geven. Dat willen wij als ZEE niet. Het belang van de eigenheid van Zandvoort komt wat ons betreft, nog onvoldoende naar voren. Dus ik hoop dat dat, zeker omdat het nu de tachtig procent versies is ja, dat dat of nog afdoende kan gebeuren of moeten toch gaan kijken, of we daar wel mee akkoord willen gaan als ZEE. Dus wat ons betreft, in ieder geval een bespreekstuk. Voor in de toekomst ook. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. U heeft nog een interruptie van de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja, dank u wel, voorzitter. Via u, weet de heer Gerrits, dat hij op die regionale raadsbijeenkomst input kan leveren, op de dingen die hij wil veranderen? Dus dat we het hier nog niet over
vaststellen hebben van een agenda. Het is een tachtig procent versie. Is dat duidelijk voor de heer Gerrits? Want ik hoor een motie voor vaststellen … De voorzitter. De heer Gerrits. De heer Gerrits: Absoluut. Ik heb het nu ook over de verre toekomst. Ik ga in afgelopen, aankomende tiende zeker bij zijn om mee te denken. Dank u wel. De voorzitter: De heer Hermsen. De heer Hermsen: Ja, het is letterlijk een bespreekstuk, want dat is geen raadsstuk. Dus dan kunt u het bespreken op de raad, die straks 10 oktober plaatsvindt. De voorzitter: 10 oktober. Dat, die datum kan iedereen alvast in zijn agenda zetten, in ieder geval. Ik kijk naar de overkant. Jong Zandvoort, mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson: Dank u wel, voorzitter. Er zijn een boel punten genoemd van twijfel, maar ook heel goed belicht, dat er eigenlijk nog maar een tachtig procent versie ligt. Het idee van het stuk, vinden wij goed. Er zijn een heleboel punten waar we achter staan. En ook nog een aantal punten van kritiek, die reeds genoemd zijn, dus die ik daardoor niet zal herhalen. Ja, daar wil ik het graag bij laten. Alles wat wij vonden, is eigenlijk reeds door de andere partijen gezegd. Dus bedankt daarvoor. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Tiggelen van de PVV. De heer Van Tiggelen: Dank u wel, voorzitter. De meeste punten ondersteunen wij van harte, qua doelstelling.
Helaas zijn er krachten aan het werk, die een andere kant op willen. De op pagina drie genoemde brede welvaart, staat beleidsmatig onder druk. Met name materiële welvaart wordt teruggeschroefd, door kunstmatig hoge energieprijzen. Met gevolgen van dat beleid hebben we helaas ook in Kennemerland te maken en dat doet ons verdriet. Toegang tot betaalbare energie en welvaart zijn nu eenmaal onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar goed, mensen hebben daar zelf voor gekozen. En ik ben bang, dat ze dat in november weer gaan doen. Dus daar kunnen wij hier weinig aan doen. Rekening houden met een veranderend klimaat lijkt ons logisch, aangezien dat al vier komma zes miljard jaar gaande is. Met name global cooling in de vorm van terugkeer van strenge winters, is iets om rekening mee te houden. Op de langere termijn komen we zelfs terecht in de volgende grote ijstijd, die enorme gevolgen zal hebben voor huisvesting en voedselvoorziening. We zitten immers momenteel op de geologische tijdschaal, ongeveer aan het einde van het huidige interglaciaal. We hebben de indruk, dat dit besef nog niet in brede kring aanwezig is. De eenzijdige informatievoorziening via media en onderwijs, spelen hierbij een kwalijke rol. Als geheel echter, kunnen wij ons hier wel in vinden. Met de zojuist genoemde kanttekeningen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.
Dan ga ik naar de overkant, naar het CDA, de heer Bol. De heer Bol: Ja, dank, voorzitter. Ja, wij kunnen ons vinden in veel punten, die door voorgaande sprekers al zijn aangehaald. Die samenwerking blijft in regioverband ook belangrijk en moeten we ook blijven doen. Maar die beleidsvrijheid is ook belangrijk. Ook al door anderen al aangehaald, over het sociaal domein. Er staat bijvoorbeeld een hoofdstuk in over jeugdzorg. Wij hebben hier natuurlijk al een goed functionerende samenwerkingsverband voor met de gemeentes binnen de Zuid-Kennemerland plus Beverwijk, Heemskerk en Velsen. En dat geldt ook bijvoorbeeld voor, dat komt in het hoofdstuk over gezondheid, komt het aan de orde
over het Integraal Zorg Akkoord. Ook daar werken we samen met de omliggende gemeentes en bijvoorbeeld Haarlemmermeer. Dus wij vragen ons af, wat is voor, wat is de toegevoegde waarde, dat dit ook nog in de Zuid-Kennemerland Agenda wordt opgenomen? Dus wat ons betreft, hoeven deze hoofdstukken ook niet in deze Agenda opgenomen te worden. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: PvdA, mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, de PvdA is een voorstander van de regionale samenwerking, vooral waar Zandvoort te klein is, om het alleen te doen. Voor ons is energietransitie zo’n voorbeeld van die samenwerking, die je beslist moet doen. Dat kun je niet alleen doen. Door onze, door samenwerking is er bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit, de afgelopen periode een veel betere, bredere discussie tot stand gekomen. Dat vinden wij ook echt een goed voorbeeld. Niet wij tegen zij, hier in de omgeving. Maar, hoe lossen we nu problemen met elkaar samen op? Nou, kortom, PvdA vindt het dus belangrijk, dat we ook onze positie in de MRA daarmee verstevigen. Uiteraard is het heel belangrijk om de Zandvoortse, college El Gebaly noemde het couleur locale, vind ik altijd zo'n mooie uitdrukking, dat we die meenemen. Maar daarvoor moeten wij als raad, dat is een opdracht aan onszelf, goed geïnformeerd zijn en ook naar die bijeenkomsten gaan. Dan geven we die positie niet weg.
Daar heb ik ook alle vertrouwen in. De Kennemer Agenda staat natuurlijk op die agenda van de afgelopen periode, die vastgesteld is. Nou, daar hebben we flinke discussies over gevoerd. En uiteindelijk is er in al die individuele gemeenteraden een versie van, deze versie vastgesteld. Over die actualisatie heb ik dan inhoudelijk nog wel een aantal opmerkingen. Ten eerste, kan ik me volledig vinden in de bijdrage, die collega El Gebaly deed van GroenLinks. Hij was op bepaalde punten specifiek. Dat is ook prettig, want die kunt je ook, kun je ook zo meenemen. De bijdrage van collega Hermsen als het gaat om openbaar vervoer, om dat ook vooral binnen de kern ook uit te breiden, zou ook mijn voorstel zijn. Dus niet alleen de, hoe, het belang van die intercity naar Maastricht. Dat deel ik. Maar ook binnen Zandvoort, hebben we het nog steeds niet goed voor elkaar. Dus dat is wel iets, dat wat mij betreft op de agenda mag. Als het gaat om natuurbehoud en ontwikkeling, dat vinden we ook zo'n heel belangrijk gezamenlijk item. Want onze prachtige ligging komt in … Hij doet het weer niet. Hij doet het wel, ja. Komt in gevaar, als er van de andere kant gebouwd gaat worden in de duinen. Dan verstedelijkt het hele gebied in Zuid-Kennemerland. Dat zien wij als een groot risico. Dus wat ons betreft, moet er in de regio een gezamenlijk standpunt komen, om niet te bouwen in de duinen.
Want dan zijn we die natuur voor altijd kwijt. En het tweede punt van zorg, die wij concreet mee willen geven, dat is ook het laatste punt. U weet, dat wij ons in deze raad op voorstel van de PvdA, hebben uitgesproken over hospicezorg en palliatieve zorg. In gezondheidszorg hebben we het heel vaak over alle levensfasen, maar ook de laatste levensfase is een hele belangrijke. De laatste informatie van het college heeft aangegeven, dat het blijft bij de palliatieve zorg, die vier bedden in de Bodaan. En dat het verder in de regio moet worden opgelost. Dan lijkt me dat goed, om dat ook mee te geven aan de regio. Want wat er nu is, er zijn tekorten. Ons voorstel is, om dat dan ook mee te nemen naar die regionale discussie. Dat was wat ons betreft, de bijdrage. Dank u wel. Wij zijn er aankomende week. De voorzitter: Kijk. Nogmaals de oproep ook aan iedereen, om erbij te zijn 10 oktober. Last but not least, gaan we naar de VVD, mevrouw Nederlof. Mevrouw Nederlof: Ja, dank u, voorzitter. Ja, als je de laatste bent, dan zijn de meeste punten natuurlijk al genoemd. De meeste punten ondersteunen wij. Tegen de samenwerking en het uitgangspunt van de agenda, namelijk brede welvaart, zal helemaal niemand bezwaar hebben. Samen sterk, gaat zeker op. Goed ook om te horen, dat de heer El Gebaly vanuit de MRA positief is over de samenwerking.
Echter, de wijze waarop we dit kunnen bereiken, daar kunnen de meningen en de belangen hier en daar natuurlijk wel uiteenlopen. Ook de
beleidsvrijheid, die we als gemeente Zandvoort moeten behouden. Dat is best wel heel erg van groot belang, ook de heer Hermsen gaf dat al aan. Denk dat goed is, om daar ook de dialoog over aan te gaan in de regionale bijeenkomst. Nou, we zien niet echt discrepantie ten aanzien van het coalitieakkoord. Het is nog wel heel hoog over. Dat is dat is ook wel weer positief, want door dat hoge abstractieniveau kan je nog een aantal kanten op. We hebben wel ook net als een aantal vorige sprekers, twijfel over de laatste twee hoofdstukken, of die wel thuishoren in de Agenda. Immers, er wordt al op regionaal niveau samengewerkt binnen het sociale domein. Verder heb ik nog even gekeken naar de opgaves. Landschap versterken is natuurlijk van belang. De ambitie om het uitbreiden van het Nationaal Park lijkt lastig, gezien de beperkte ruimte. Maar goed, ben benieuwd wat daarvoor mogelijk is. Klimaatdoelen, kan alleen als we regionaal samenwerken, dus dat is vanzelfsprekend om op te nemen. Een plek voor iedereen is ook heel vanzelfsprekend. Wel valt op, het punt ten aanstaan, ten aanzien van de uitstromende cliënten uit de intramurale woonvoorzieningen. Nou, vond ik best wel ingewikkeld, heb het even opgezocht. En een zachte landing in de wijk, klinkt mooi. Best lastig, alleen al vanwege de grote woningnood.
Met alle respect voor het uitstroom pact, dat is ondertekend door de regio Zuid-Kennemerland en IJmond. Dat er honderdachtenzeventig woningen per jaar bestemd zijn voor deze doelgroep, is dat realistisch doel op dit moment? Gezien de enorme woningnood. Wel goed om te lezen, dat er afspraken worden gemaakt over kleinschalige woonzorg concepten voor ouderen. Mes snijdt echt aan meerdere kanten, bevordert doorstroom op de woningmarkt. Vereenzaming van ouderen zou kunnen worden beperkt. Voor organisaties als Kennemerhart is het eenvoudiger om de verzorging van ouderen op te pakken met een zorgindicatie. Immer, er zijn minder vervoersbewegingen noodzakelijk. Dus wat ons betreft, zullen we ons daar zeker als VVD hard voor maken. Beter benut van economisch kapitaal. Ja, wat toerisme betreft, hadden we alleen één opmerking. Wij vragen ons af, of wij in de regio moeten bepalen, welk type toerist of bezoeker we willen aantrekken. Immers, Zandvoort neemt een unieke plaats in. We zijn van mening, dat dit echt onder plaatselijk beleid valt, we hebben immers een Toeristische Visie. De vraag is, in hoeverre dat past in de regio? Maar wellicht valt dat in te passen. De belangen tussen gemeenten zijn hier best wel aanwezig. Haarlem heeft een andere doelgroep dan Zandvoort. De voorzitter: U heeft een interruptie aan de linkerzijde, van mevrouw oh sorry, van ja, van mevrouw Koper.
Mevrouw Koper: U mag ook het betoog even afmaken, want ik heb op twee punten een vraag aan mevrouw Nederlof. Mevrouw Nederlof: Ja, hoor, ik wil het graag afmaken. Ik ben bijna klaar hoor. De voorzitter: Oké. Mevrouw Nederlof: Betere bereikbaarheid, dat is van groot belang. Goed dat dit op de agenda staat. En bij, wat betreft gezondheidsbevorderen, sluiten we ons graag aan bij onder meer de heer Bouberg Wilson aangeeft. We hebben sterke, sterke twijfel over het nut van toevoegen van het sociaal domein. Dat geldt ook voor opgave zeven. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ja, dank u, voorzitter. Ja, voorzitter, mevrouw Nederlof had al aangegeven, dat sociaal domein toevoegen. En wat vindt u ervan, van de optie zoals wij ernaar kijken? Sociaal domein toevoegen, doen we juist omdat we in de regio samenwerken. In de raden bijeenkomsten komt het dan juist meer geagendeerd tussen de raden onderling. En dan kunnen we elkaar scherp houden. Want tot nu toe gaat dat, juist hoog over. Eén keer per zoveel jaar komt dat hier in de raad, dat we onze eigen stukken vaststellen. En
terwijl we dat in de raden bijeenkomst bij de werkplannen, et cetera mee kunnen nemen. Niet de werkplannen, maar in de discussies. Dat is één. Een tweede is, als het gaat om, moet even denken, toen zei een aantal dingen. Oh, toerisme en marketing, dat vond ik wel een interessante. Het is aan ons welke toeristen we willen trekken, maar wij zijn ook de badplaats voor de MRA. Als je niet met elkaar stuurt, op hoe wil je het organiseren, ik heb een horeca achtergrond en ik heb daarvan geleerd. Als je probeert een bedrijf te openen voor iedereen, dan ben je dus voor niemand. En als Zandvoort geen toeristische visie heeft en geen visie op de omgeving, dan komt, die toerist, die komt niet vanzelf. Dus het is toch juist prachtig als wij met onze Toeristische Visie als badplaats voor de omgeving, daarmee ook juist naar de regio kunnen gaan? Wat vindt u daarvan? De voorzitter: Mevrouw Nederlof. Mevrouw Nederlof: Ja, dat ben ik wel met u eens. Maar we hebben een Toeristische Visie voor Zandvoort vastgesteld. Natuurlijk is het goed om in de regio aansluiting te vinden op bepaalde punten, maar ik denk wel dat we onze eigen beleid daarin, voorop moeten stellen. Maar samenwerken moeten we natuurlijk altijd. Ja. En dan was het tweede punt, uw tweede vraag ging over het sociaal domein.
Ja, ik moet eerlijk zeggen, dat ik van mening ben, dat dat toch wel iets is wat in, een heel specifiek ander, andere doel heeft. Ik denk, dat dat goed is, om daar echt een apart punt van te maken. Omdat het, ik zie het belang daar wel van, of wij zien het belang daar wel van, maar wij denken wel, dat dat in een ander regionaal verband aan de orde moet komen. De voorzitter: Interruptie van de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja, voorzitter. Want ik merk een beetje op, heb daarom even de tijd genomen, om ook eventjes de materie nog wat verder in te duiken, dat er een discussie ontstaat over het onderdeel sociaal domein. Maar in de raden bijeenkomst van februari en juni jongstleden, is dit punt natuurlijk ook al aan de orde geweest. Daar is ook, ik herinner me nog levendig de sessie die we daar hebben gehad, in het raadhuis van Bloemendaal is daarover gesproken. En was het volgens mij ook voor een deel een wensen vanuit de raden zelf. Naast dat de nieuwe colleges ook aangaven, graag het sociaal domein erin te willen hebben, zet ik in mijn agenda, wat betreft de bredere welvaart, die erin moest komen. Dus ik zie hier een discussie ontstaan over juist het sociale domein.
Waarbij we zelf volgens mij als raden, in ieder geval in de twee bijeenkomsten juni en februari jongstleden, hebben aangegeven, dat dat ook wel fijn zou zijn als het een onderdeel zou zijn van die Zuid-Kennemer Agenda. Dus ik denk, dat als we het hebben over waar het sociaal domein vandaan komt en waarom dat daarin staat, dat daar dus twee componenten zijn. Aan de ene kant de raden die dat hebben aangeven, maar aan de andere kant ook de nieuwe colleges, die hebben gezegd van, die brede welvaart is iets wat we moeten opnemen in juist deze agenda. Dus dat wil ik wel eventjes hebben verduidelijkt aan mijn collega’s hier. De voorzitter: Goed. Ik kijk even rond, of het punt zo voldoende besproken is? Laten we het een tweede termijn noemen voor de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Het is niet zozeer alleen een termijn voor de heer Bouberg Wilson, maar ik wil graag een voorstel doen aan de raad. Want hoe wij nou daarmee verder moeten, wat we nu geconstateerd en besproken hebben. We hebben ons inderdaad voornamelijk gericht op de bereikbaarheid van ZuidKennemerland, omdat het namelijk voor onze economie zo’n belangrijk iets is. Wij denken ook, gezien de opmerking van de heer El Gebaly, waarbij hij ook zei ja, maar houd er wel rekening mee, het is nog niet de honderd procent versie.
Dan is dus de vraag, hoe komen we tot de honderd procent versie? Daar had ik het volgende voor opgeschreven. Ik wil graag horen, wat u daarvan vindt. Want een van de belangrijke dingen die
men aan de orde stelt is, hoe een optimaal evenwicht te bereiken tussen openbaar vervoer, fiets en auto bereikbaarheid. Wat ons betreft, ontbreekt het gewoon aan feitenkennis. Want feitenkennis over de actuele omvang van de mobiliteitsopgave per mobiliteit in de toekomst, dat weten we niet. Over de benodigde beschikbare, de benodigde en beschikbare vervoerscapaciteit per modaliteit, die weten we ook niet. En over de mate waarin te verwachten feitelijk mobiliteitsgedrag aansluit bij gewenst mobiliteitsgedrag. We hebben het idee, dat we mensen kunnen verleiden, we hebben het idee dat we mensen in regel kunnen laten parkeren. We zien daar niets van terug in beleidsvoornemens, maar goed, dat is wel een idee. Daar, en door die onzekerheid en die onbekendheid met die feiten, is het ook onbekend, wat onder een optimaal evenwicht moet worden verstaan. Want als je gewoon niet weet, wat je kunt bereiken, dan weet je ook niet waar je op moet mikken. En ook niet, wat daar dan voor voorwaardelijk is. En daarom stellen wij voor op te merken, naar aanleiding van die tachtig procent versie, dat het hoogtijd is wat ons betreft, voor het nader, het invullen, feitenonderzoek. Namelijk, naar de verwachte ontwikkeling van de bezoekersstromen, ontwikkeling per modaliteit ... De voorzitter: Nou ja, sorry. Misschien kunt u hem even aan- en uitdoen. Misschien helpt dat voor nu.
Zet maar even het knopje in en uit. De heer Bouberg Wilson: Doet hij het weer of doet hij niet? Hij doet het weer. Ik zal even herhalen. Naar de verwachte ontwikkeling van de bezoekersstromen, naar de verwachte ontwikkeling per modaliteit, op bepalende vervoersrelaties, waaronder specifiek ook het recreatief verkeer van en naar de regio ZuidKennemerland en Zandvoort, ook vanuit het buitenland. Naar de voorwaarde om succesvol te kunnen sturen op mobiliteitsgedrag, naar de voorwaardelijke factoren die bepalend zijn voor gedragsverandering inzake mobiliteitskeuzes en naar de te verwachten consequentie van het sturen op gewenst mobiliteitsgedrag voor het aantal bezoekers aan de regio en Zandvoort, ook vanuit het buitenland. Want dat zijn allemaal punten, die we die we wel genoemd zien in de visie, maar waarvan we niet weten of dat kan, wat de mogelijkheden zijn en wat de … Dat zou mijn voorstel zijn, om dat bij de regio bijeenkomst naar voren te brengen. Ik hoor graag daarover, wat u daarvan vindt. Dan wou ik ook nog even ingaan op een punt, wat de heer El Gebaly inzake trein bereikbaarheid noemde. En ik vond het goed, dat hij dat deed. Want we hebben indertijd toen we onze investeringen deden in de uitbreiding van het spoor, hebben wij een ander verwachtingspatroon gehad, dan wat we nu daarvan in de praktijk terugzien.
En ik neem aan, dat het eigenlijk ook voor de regio geldt, want die hebben ook daarin geïnvesteerd. Het is dus de vraag, waar wringt nu precies de schoen? Is dat, zijn het bedrijfseconomische overwegingen, is dat een kwestie van tekort personeel? Waar het gaat om de terugkomst van de intercity, kan ik me herinneren uit het verleden, dat er sprake van was, dat de perrons niet lang genoeg waren. Zodat de mensen niet konden uitstappen in Overveen, om maar eens wat te noemen. Ik weet niet of dat ook hier in Zandvoort ook het geval was, maar ik kan me herinneren, dat dat een praktisch punt was wat toen speelde. Maar het, kortom, het lijkt me wel van belang. Met name ook met dat gewenste mobiliteitsgedrag, dat we graag zien, meer naar ov gaan. Ja, dan moet er ook wel wat zijn. Dus het lijkt mij niet onverstandig, om daar ook een punt van te maken. Zover de suggesties. Ja, nee, nog even één ding, want dat is ook wel belangrijk om dat even af te maken. Die, het sociaal domein, waar speelt dat? Ik denk dat dat speelt binnen het samenwerkingsverband en dat het niet moet gaan, gebracht worden op het niveau van de MRA. Want wij zien daar niet de toevoegde waarde van en we zien wel de mogelijke consequenties daarvan.
Want waarom zouden we dat gaan uitbreiden, een organisatie die zich daarmee gaat, ook gaat bezighouden, als dat voor ons geen toegevoegde waarde heeft? Dus ofwel, die zijn er wel en we zien ze niet. Ofwel, we moeten ons standpunt veranderen. De voorzitter: Interruptie, de heer El Gebaly.
De heer El Gebaly: Ja, voorzitter. Ik denk nu wel te weten, waar er nu twee lijnen langs elkaar lopen. Want de Zuid-Kennemer Agenda dient wel als onderlegger, soort van de keuze maken in de proposities richting de MRA. Maar dat hoeft niet te betekenen, dat we dit thema sociaal domein richting de MRA gaan leggen. Heeft er juist mee te maken, dat al die andere dingen die in onze Agenda staan, dat we die waar nodig, dat we daar richting MRA van gaan en zeggen, MRA, zouden jullie hier ons hiermee kunnen helpen? Ik denk dat het op het sociaal domein, waarschijnlijk helemaal niet heel veel gaat spelen. Omdat de MRA zich in feite ook veel minder bezighoudt met het sociaal domein. Dus ik denk, dat daar misschien de twee sporen wat elkaar aan het kruisen zijn. Ik denk dat regionaal het juist misschien wel fijn is, dat we dat sociaal domein in de Agenda hebben. Want dan kunnen we het er ook over hebben, regionaal gezien. Maar dat we het los moeten zien van stukje MRA, want daar heeft het in feite niet heel veel raakvlakken mee. Dus ik hoop dat het misschien dat, bij u ook wel het een en ander dan verheldert in deze zin. De voorzitter: Wilt u nog, de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ik wil er graag op reageren, voorzitter. Want, de Zuid-Kennemer Agenda, waar komt die vandaan? Die komt eigenlijk vanuit de Bereikbaarheidsvisie Zuid Kennemerland, daar komt hij vandaan.
Sinds het oprichten van de, van onze samenwerking van het Gemeenschappelijk Regeling, zo moet ik het zeggen, hebben we ook nog een Bestuursconvenant Zuid-Kennemerland. Wat ik nu zie is, dat die twee dingen nu in één en dezelfde agenda terechtkomen. En dat is naar ons idee, de reden waarom je nu afvraagt, waar gaat dit nu naartoe? Gaan we dit binnen de regio bespreken of gaan we dat ook buiten de regio in MRAverband bespreken? Dus vandaar ook in eerste termijn mijn opmerking, misschien moeten we met twee agenda’s werken. Omdat het anders die verwarring in de hand werkt. Dank u, voor… De voorzitter: Dank u wel. Dan nog één keer de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja, dan, maar dan snap ik uw punt ook duidelijker, mijnheer Bouberg Wilson. Want volgens mij is, maar dat is de ‘…’ vanuit mijn kant dan, waarom we deze regionale agenda hebben gemaakt. Volgens mij was er nog, was er niet echt een richting op, die wij kozen als regio zijnde. Dat is inderdaad vooral bereikbaarheid. Maar we zien ook, dat de Zuid-Kennemer Agenda veel breder is geworden dan die bereikbaarheid. Ik bedoel, het stukje wonen, zit er ook in, het stuk klimaat is erin gekomen. Dus volgens mij heeft het ook met een bredere discussie te maken gehad, die we hiervoor hebben gevoerd een aantal jaar geleden.
Waarin we juist wilden, dat we juist wat sterker stonden richting een MRA, een Rijk, richting andere organisaties om bepaalde punten binnen te halen, die regio breed worden gedragen. Dus ik denk, dat dat daar inderdaad die sporen naast elkaar zijn gelopen. En dat wellicht voor komende dinsdag, het een legitieme vraag is om te stellen van, hoe verhouden die dingen zich nou op dit moment tot elkaar? Denk dat er ook best wel ruimte voor is op die vergadering dinsdag. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond of er iemand behoefte heeft aan het woord? De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ik wou nog even in herinnering brengen, dat ik aan de commissieleden de vraag heb gesteld, of zij zich kunnen vinden om die punten die uit eerdere discussie naar voren zijn gebracht, op de manier waarop ik u dat suggereerde, naar voren te brengen bij de regiobijeenkomst, radenbijeenkomst? De voorzitter: Even kijken. Ik denk, ik ga eerst even naar de heer Hermsen. Die had een, heeft een interruptie of wil nog iets toevoegen?
De heer Hermsen: Ik wilde nog wat toevoegen. Enerzijds, natuurlijk de antwoord op de vraag van de heer Bouberg Wilson. Maar anderzijds, natuurlijk ook over een stukje jeugdzorg. En het andere item wat erin staat, was een stukje, nou moet ik even kijken, dat ik het goed zeg, gezondheid bevorderen. Kijk, het Integraal Zorgakkoord is er niet voor niks gesloten, dus het is de bedoeling, dat we dat natuurlijk ook gewoon als zodanig oplossen. Dus het is fijn, dat het wordt geagendeerd. En nogmaals, we hebben onze eigen aanpak zoals we dat willen doen in de regio en in Zandvoort. Anderzijds natuurlijk, wat de heer El Gebaly ook aangeeft van, we moeten er wel wat mee. En hoe zorgen we, dat die toestroom naar de jeugdzorg gebeurt? En als er ergens een situatie zich voordoet, waar dat goed werkt. Want eigenlijk wordt er bijvoorbeeld in de jeugdzorg ook alleen maar gevraagd, kunnen we wat doen aan preventie en zorgen dat de toestroom afneemt? Dan vind ik dat op zichzelf, een prima vraagstuk om te bespreken aldaar. Kijk, we hoeven niet allemaal opnieuw het wiel uit te vinden en allicht dat iemand het gedaan heeft. Dus dat was enerzijds eventjes, waarom ik vind, dat het sociaal domein er wel in moet. Maar goed, ik gok dat GroenLinks en PvdA dat ook vinden. Nou ja, ik hoorde van de PvdA ook een ander punt, wat ook heel goed ingebracht kan worden.
En met betrekking tot uw vraag zeg maar, zou ik de vraag, zou ik eigenlijk de vraag gewoon stellen, moeten wij niet onderzoeken wat we verwachten de komende tijd en wat we zelf willen? Dat is denk ik een heel andere vraag. Dan hou je hem lekker compact en dan mag u hem wat mij betreft, gewoon stellen. Als hij zo uitgebreid is als u het net schetste zeg maar, dan wordt hij weer wat, voor ons in ieder ook wat politiek van aard. Dus de vraag gewoon voor onderzoek, is op zichzelf prima. En hou hem dan ook zo simpel. Denk dat we daar dan verder op kunnen inspelen. En of dat dan klaar is, voordat die honderd procent versie er is, dat weet ik niet. Dan kan ik in principe ook gewoon uit, met hetgene er nu al staat. Dus dat is in ieder geval een antwoord op uw ... De voorzitter: Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Koper. Heeft u ook een interruptie of een ... Eerst een interruptie, de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ja, voor alle duidelijkheid, geen enkel bezwaar tegen het agenderen van het sociaal domein binnen het samenwerkingsverband Zuid-Kennemerland. Maar wel een bezwaar op moment, dat dat ook binnen de MRA aan de orde gaat, aan de orde zou zijn, want daar zijn wij niet voor. Want we hebben zelf het samenwerkingsverband, we zien geen toegevoegde waarde, om dat buiten dit kader te brengen. Dus, was dat onbegrip … De voorzitter: De heer Hermsen.
De heer Hermsen: Ik reageerde niet op OPZ, met betrekking tot hetgene van de onderwerpen die hierin stonden. Dus het, het ging mij eventjes op de vraag, die je stelde met betrekking tot onderzoek. Daar heb ik antwoord opgegeven. En ik gaf mijn mening, waarom ik vind, vond, dat die punten er wel in moesten staan. En niet zozeer over de reactie op uw mening, waarom het niet, wel, niet in de MRA zou moeten voorkomen. Dus als daar onduidelijkheid over was, hoop ik dat ik dat nu heb toegelicht. De voorzitter: Mevrouw Koper, PvdA. Mevrouw Koper: Ja, dank u wel. Ik wilde me aansluiten bij de woorden van de heer Hermsen, als het gaat om sociaal domein. En bijvoorbeeld als je kijkt naar preventie op jeugdgebied, dan denk ik dat we in Zandvoort een preventiebeleid hebben in het leven geroepen, waarvan ik hoop, dat ze er in de regio daar ook mee gaan werken. Dus wat dat betreft, wil ik dat best wel naar voren brengen. Voor wat betreft OPZ en ik herinner me de discussie in Bloemendaal, als het gaat om de feiten. Hebben we de bereikbaarheid nu op baas van de feiten op Zandvoort of willen we dat regionaal wat meer zien? Dan steun ik ook de woorden van de heer Hermsen, dat het prima is om daar globaal naar te kijken.