Transcript - 25 juni 2024
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE ZANDVOORT d.d. 25 juni 2024
1.
Opening De voorzitter: Beste mensen, hartelijk welkom allemaal. Ik open de raadsvergadering van 25 juni 2024. Hartelijk welkom aan u als raadsleden, hartelijk welkom aan de mensen op de tribune. Niet heel erg gevuld vandaag, maar ik neem aan dat dat te maken heeft met het feit dat iedereen nog even aan het bijkomen is van de wedstrijd die zojuist heeft plaatsgevonden. Ook hartelijk welkom aan al die mensen die deze vergadering thuis volgen. Voor mijzelf is dit een heugelijke dag, dertig jaar geleden gaf ik het jawoord aan mijn echtgenote en als ze meekijkt, wens ik haar vanaf deze plek een fijne avond. Maar … Wat zeg je? Denkt zij er ook over? Ja, ik denk het wel, ja. Nee, maar goed, zonder gekheid zou ik ook graag voordat wij starten met de vergadering ook even een heel verdrietige gebeurtenis willen memoreren die vrijdag heeft plaatsgevonden in ons dorp, een steekpartij met dodelijke afloop in Nieuw Noord. Een gebeurtenis die in ieder geval op alle mensen daar in de directe omgeving een enorme impact heeft gehad. Er zijn een aantal mensen die het gezien hebben en ook alle mensen die daar in de directe omgeving wonen zijn geraakt. Dus ik zou graag vanaf deze plek ieder die geraakt is door dit incident en deze vreselijke gebeurtenis heel veel sterkte willen wensen.
Dus dat ook bij wijze van aftrap voordat wij weer met de serieuze zaken die ons binden, dan zijn dit wel de feiten die weer het leven van zijn meest grimmige kant laten zien. Dat brengt ons bij de berichten van verhindering. Die hebben wij gekregen van de heer Bouberg Wilson en van de heer Hermsen van D66. Dus u bent met zijn vijftienen vanavond. In ieder geval heb ik begrepen dat de heer Bouberg Wilson wel weer dusdanig aan de beterende hand is dat hij verwacht weer in ieder geval na het reces in ons midden te zijn, dus dat kan ik meegeven.
2.
Mededeling en loting De voorzitter: Dan komen we bij de mededelingen en de loting, want dan hebben we daarmee de opening gehad. Dan start ik met de vraag: heeft iemand een mededeling over belangen of betrokkenheid? Dat is niet het geval. Zijn er nog overige mededelingen uit de raad? Dat is ook niet het geval. Dan de loting. U wilde iets zeggen, mijnheer El Gebaly? De heer El Gebaly: Voorzitter, volgens mij staat er ook belang en betrokkenheid. Er staat ook sinds vanmiddag een motie over de Haltestraat op in dit geval de agenda. Misschien toch handig om te melden dat mijn vader een restaurant uitbaat aan de Haltestraat, dus dat wilde ik even hebben gezegd. De voorzitter: Prima, dank u wel. Goed dat u dat ook nog even meldt. Dan komen we bij de loting. Voor de mensen thuis, de loting houden wij zodat wij weten bij hoofdelijke stemming bij wie wij aanvangen. Dat is in dit geval nummer 16 en dat correspondeert met de heer Stephan. De heer Stephan, mocht het zover komen, dan beginnen we bij u. Dan hebben we daarmee de mededelingen en de loting gehad.
3.
Vaststellen agenda De voorzitter: Dan komen we bij het vaststellen van de agenda. Er staan vandaag twee bespreekstukken op de agenda, te weten het Jaarverslag en de Jaarrekening over 2023 en de Voorjaarsnota 2024. Twee belangwekkende stukken waar ook in de commissie al uitgebreid over gesproken is. Dat zijn de twee vaste punten en ik zou ten behoeve van de bespreking van de jaarstukken willen meedelen dat gisteren de getekende controleverklaring van het verslag en de definitieve jaarstukken van de accountant zijn ontvangen en deze stukken zijn bij het agendapunt toegevoegd. Vandaag heeft het college de reactie op het accountantsverslag toegezonden met een erratum van de laatste wijzigingen in de jaarstukken en ook deze stukken zijn bij het agendapunt gevoegd, zoals u wellicht kunt zien. Dat zijn de bespreekpunten vanavond. Dan
is er ook een motie vreemd aangekondigd, dat is een motie van de fractie van de PVV over de plaatsing van bollards in de Haltestraat. Ik stel voor om deze motie na afloop van de twee bespreekstukken te bespreken en dus aan de agenda toe te voegen en ik neem aan dat u daarmee akkoord bent. Dan stel ik daarmee de agenda vast. BESPREEKSTUKKEN 4.
Jaarverslag en Jaarrekening 2023 De voorzitter: Dan starten wij bij de Jaarrekening en het Jaarverslag van 2023. Aan mijn linkerhand is aangeschoven wethouder Bluijs en de raad wordt voorgesteld om de Jaarstukken 2023, bestaande uit het jaarverslag en de jaarrekening, vast te stellen en om het rekeningresultaat van 8,9 miljoen voor een bedrag van 1,6 miljoen her te bestemmen conform de voorstellen genoemd onder 4.4 in het voorstel en de resterende rekeningsaldo van 7,2 miljoen toe te voegen aan de algemene reserve. De fractie van de Ouderen Partij Zandvoort heeft een amendement aangekondigd en conform ons gebruik geef ik dan ook als eerste het woord aan mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Nu doet die het wel. Dank u wel, voorzitter. Zoals u zegt, we hebben het uitgebreid besproken bij de commissievergadering, zodanig zelfs dat deze twee punten daar echt een latertje werden tot kwart over één ‘s nachts. Dus laten we dat onszelf voor vanavond niet aandoen, vandaar ook dat de inbreng kort zal zijn en wij zullen ons beperken tot het amendement zoals we dat hebben ingediend of gaan indienen. Tijdens de commissie hebben we ook al aangegeven dat we dit jaar best een behoorlijk bedrag over hebben op de jaarrekening, bijna 8,9 miljoen.
Dat is niet alleen omdat er zaken niet zijn uitgevoerd, maar ook omdat wij toch wel een behoorlijk bedrag, zo’n vijftig procent aan extra opbrengsten hebben binnengekregen. Toeristenbelasting, algemene uitkering vanuit het Rijk, maar zeker ook parkeren. Daarbij hebben we gezegd voor parkeren, daar bleef zo'n 2,4 miljoen is hoger dan begroot, dan hebben we ook met elkaar gezegd: je ziet ook, we hebben een bouwopgave met elkaar en dat betekent ook dus dat er parkeerplaatsen toch wel vaak ook behoefte aan is. Parkeerplaatsen toevoegen, dat is ook iets wat in het coalitieakkoord staat, in ieder geval staat daar dat tenminste het aantal parkeerplaatsen gelijk dient te zijn. Maar als we zien dat het aantal woningen gaat toenemen en ook we zien dat het aantal bezoekers toeneemt, is de behoefte aan parkeerplaatsen groot. Dat vraagt om een ordentelijke oplossing door niet alleen maar het blik op straat te zetten, laten we het zo maar zeggen, maar ook te kijken naar andere mogelijke oplossingen van verdiept, half verdiept, of eventueel ergens een bouwlaag toevoegen en zodanig dat het esthetisch is dat natuurlijk ook de openbare ruimte daar goed bij uit komt zien.
Dat kost geld, dat kost behoorlijk wat geld en dat kost een behoorlijk bedrag aan investeringen, vandaar dat wij voorstellen om een investeringsreserve parkeren mobiliteit in het leven te roepen, waarbij dus de opbrengsten van parkeren hoger dan begroot jaarlijks worden gedoteerd in deze reserve. Dat zou betekenen dat voor dit jaar dat we daar een bedrag van 2,4 miljoen in plaatsen en waarbij het doel is van deze reserve om niet-bestede middelen vanuit het saldo op de parkeeropbrengsten beschikbaar te houden om investeringen te doen met betrekking op mobiliteit in het algemeen en parkeren in het bijzonder. En waarom parkeren even iets breder? Omdat het niet alleen gaat om de auto, maar het gaat natuurlijk ook over motoren, fietsen, eventuele voorzieningen voor fietsen voor het laden, om dat op een gegeven ogenblik met bewaakte fietsenstalling ook mogelijk te maken. Dus daarom, voorzitter, besluiten wij beslispunt 2 als volgt te wijzigen, en anders dan in het oorspronkelijke voorstel hebben wij niet naar bijlagen verwezen, maar hebben we eigenlijk even alle bedragen daarbij opgenomen, en daarbij zeggen wij: het rekeningresultaat van 8,912 miljoen voor een bedrag van 4,084 miljoen als volgt her te bestemmen.
Daar staan daar een hele lijst waarbij dus is toegevoegd investeringsreserve parkeren voor 2,4 miljoen ruim en het resterend rekeningsaldo ad 4,8 miljoen toe te voegen aan de algemene reserve. En een beslispunt 3 toe te voegen en dat heeft ermee te maken omdat we met onze nota Reserves en voorzieningen hebben gezegd ook dat er een investering, als we een reserve willen instellen, dat we daar een besluit over moeten nemen, dus daarom stellen wij voor om een investeringsreserve parkeren in te stellen en hierin
jaarlijks een dotatie te doen, indien het saldo op het product parkeren hoger is dan het voor het betreffende jaar begrote saldo en een positief rekeningresultaat die dat mogelijk maakt. Ingediend door OPZ, CDA en VVD. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Göransson. Dan heeft ook de fractie van Jong Zandvoort een motie aangekondigd op dit onderwerp en ik geef het woord aan mevrouw Paap. Mevrouw Paap: Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met het amendement van OPZ. Wij staan hier positief tegenover en zullen ook zeker voorstemmen. Daarna het jaarverslag zelf. Ik zal het niet te lang houden, aangezien we al een uitgebreide commissievergadering hierover hebben gehad. Wij willen nogmaals benadrukken dat het fijn is om een overschot van 8,2 miljoen te hebben en toch denken wij dat er beter begroot moet worden. Daarnaast willen wij, zoals in de commissie besproken, het college oproepen om een uitvoeringstoets en/of een prioriteitenlijst te maken van de lopende projecten. Ook willen wij de portefeuillehouder nogmaals verzoeken om goed contact te blijven onderhouden met betrekking tot de jeugdhulp. Wat wij hebben gehoord is dat er een opnamestop is en dat baart ons zorgen. Verder lijkt de gemeente blij te zijn met Zandvoort Marketing. Op hun website geven zij aan een enthousiast team te zijn dat samenwerking bevordert tussen alle betrokken partijen, waaronder bewoners.
Een groot deel van de bewoners klaagt echter vaak over ons logo, dat door Zandvoort Marketing wordt aangepast naar een Amsterdams logo met de drie kruisjes. Zoals het jaarverslag laat zien wil we graag het merk Zandvoort laten zien. Zandvoort is Zandvoort, daar mogen we trots op zijn. We hoeven geen beach for Amsterdam te zijn. Onder andere de Formule 1 geeft ons genoeg wereldwijde reclame dat we ons eigen merk zouden moeten zijn. We zijn blij met de ambities voor groen, ook wij zien graag dat het groen in Zandvoort op hoog niveau is. Dit zorgt voor prettig wonen. Naast het hoge niveau hopen we ook op meer toevoeging van groen, we zijn blij met deze ambities. We hopen echter wel dat de schade van storm Polly snel hersteld zal zijn, want dit duurt namelijk veel te lang. Dan ga ik nu over op de motie. Gister stond in het AD dat een groeiend deel van de inwoners van Zandvoort de zorgpremie niet meer kan betalen. Het percentage van alle verzekerden met betalingsproblemen is vorig jaar gestegen van 1,1 naar 1,2 procent, blijkt uit cijfers van het CBS. Dit baart ons zorgen en wij streven er daarom naar om de vroegsignalering van problematische schulden te verbeteren. Hoewel wij vorig jaar een verdubbeling van het bereiken van mensen hebben gezien, zijn we wel van mening dat het altijd nog beter kan.
De gemeente Amsterdam heeft al tien jaar vroegsignalering lopen en loopt daarom flink voor in hun ontwikkelingen. Het buurtteam gaat langs bij mensen en indien er niet wordt opengedaan, laten zij een vriendelijk en persoonlijk geschreven kaartje achter bij de mensen. Wij denken dat deze persoonlijke aanpak ook goed voor Zandvoort zou kunnen werken, want ik weet niet of u mensen kent met schulden, of weet hoe mensen met schulden handelen, maar deze mensen nemen geen vreemde telefoontjes aan, want stel dat het nog een schuldeiser of een incassobureau is. Daarnaast maken zij ook geen brieven meer open en steken hun hoofd in het zand. Wij denken daarom dat een persoonlijke aanpak door huisbezoeken een groter bereik zal hebben. Ik zal nu het dictum van onze motie aan u voorlezen. Verzoekt het college: een hoger bereikbaarheidspercentage te ambiëren van tenminste vijftig procent voor vroegsignalering van schulden; actief samen te werken met gemeenten zoals Amsterdam, die dit percentage behalen, om kennis en best practices te delen en implementeren; de effectiviteit van deze samenwerking te monitoren en hierover jaarlijks te rapporteren aan de gemeenteraad; en als laatste, te onderzoeken of het mogelijk is om eerst huisbezoeken te doen, en indien een huisbezoek geen contact oplevert, daarna pas telefonisch contact proberen te leggen. De motie is ingediend samen met OPZ. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Paap. Dan ga ik naar het CDA. Wie kan ik het woord geven? De heer Stephan. De heer Stephan: Dank u wel. Allereerst, we hebben inderdaad, zoals collega Paap net zegt, een hele lange commissie gehad over de jaarrekening en over de voorjaarsnota daarna, dus ik zal dat ook niet integraal herhalen. Ik denk dat ik een iets langere bijdrage zal hebben bij de voorjaarsnota, maar wat betreft de
commissie, misschien nog wel kort in het kader van de kracht van herhaling. We blijven ons zorgen maken over de niet-behaalde ambities, maar daar kom ik op de voorjaarsnota van hoe wat dat denken te kunnen verbeteren. Wat betreft het amendement van OPZ om mee te beginnen. Het zal niet verbazen dat dat onze steun heeft, we zijn ook indiener daarvan. Voor wie er nog actieve herinneringen hieraan heeft, we hebben tijdens de bespreking van de parkeernota ook al geworven voor een fonds parkeren. Helaas is de parkeernota teruggenomen, dus dat heeft destijds geen vervolg gehad. Dus daarom omarmden we het initiatief van OPZ in de kader van dit stuk om het alsnog zo in te richten, want we menen dat dat ook een goede bestemming is van de extra parkeergelden. We menen dat parkeren nog steeds een groot probleem is in de zin van dat er gewoon nog steeds te weinig plekken zijn, te weinig betaalbare plekken. Daar is gewoon een investering voor nodig en daar zijn de baten die hier nu extra uit zijn voortgekomen van harte welkom. Dus dat verdient onze volle steun. Als het gaat om de motie van Jong, daar hebben we even goed over moeten nadenken, want het beleid begrijp ik – althans, dat begrijp ik, dat is zo – dat is eigenlijk pas twee jaar geleden ingegaan en het is onzes inziens op dit moment een beetje te vroeg om daar eigenlijk nu al conclusies over te trekken.
Waarbij we eigenlijk ook zouden willen dat voordat we daar allerlei ambities aanpassen, of anderlei soorten in het beleid aanpassen, dan zouden we sowieso ook een evaluatie daarvoor willen zien. Bij ons werkt ook nog mee dat er ook stappen worden genomen, naar wij begrijpen, vanuit het college. Dus dat maakt dat we eigenlijk menen dat zoals de motie nu is opgesteld eigenlijk een beetje te vroeg is. Maar we delen in ieder geval wel de zorg en willen ook een vinger aan de pols houden, maar denken dat wat Jong hier nu voorstelt nu op dit moment een stap te ver is. Dus dat kunnen we in deze vorm niet steunen. Dat is mijn inbreng, steun voor de jaarrekening. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Ik had een vraag hieromtrent. U zegt: het is te vroeg en hij gaat iets te ver op dit moment. Waar zit hem dat in? Want als je zegt: een percentage halen van vijftig procent. Dat is toch niet zo heel erg ver gedacht, dus waar zit het hem in? De voorzitter: De heer Stephan. De heer Stephan: Dank u wel. Collega Paap geeft het eigenlijk aan, neemt het woord ambitie in de mond, maar dat komt toch terug in eigenlijk de oproep, verzoekt het college een hoog bereikbaarheidspercentage te ambiëren. Dan spreek je dus een ambitie uit, dan vraag je dus ook om maatregelen. Althans, zo lees ik het.
Maar misschien, als ik het verkeerd lees, hoor ik het ook graag hoe de motie wordt bedoeld, wat u eigenlijk concreet hiermee verwacht. Maar zoals ik hem lees, verwacht u eigenlijk dat het college stappen gaat zetten om beleid aan te passen. Maar als ik dat anders lees, als u zegt: het is veel minder vergaand. Dan hoor ik dat ook graag. De voorzitter: Mevrouw Paap, interruptie. Mevrouw Paap: Dank u wel, voorzitter. Ik heb in de motie geen maatregelen opgenomen, ik heb alleen erin gezet te ambiëren. Hoe dat verder in zijn werking treedt, dat is natuurlijk aan het college en de ambtenaren zelf, ik vul dat niet voor hun in. Daarnaast zag ik dat er nog een oudere versie van de motie erin stond en in de nieuwe staat ook dat het onderzoeken is om eerst huisbezoeken te doen. Dus ik vraag juist om een onderzoek daarnaar te doen en verder nog eigenlijk geen maatregelen, maar wel te ambiëren, dus kijken naar wat voor mogelijkheden er zijn. Dus ik weet eigenlijk niet welke maatregelen de heer Stephan bedoelt. De voorzitter: De heer Stephan. De heer Stephan: Ik zie inderdaad, nou betwijfel ik even wat u zegt, want u zegt: er was een andere versie. Mevrouw Paap: ‘…’ (buiten microfoon).
De heer Stephan: Ik denk, … Wat ik zou voorstellen is dat ik dus het stokje verder geef en dat ik nog even kijk van wat er … De voorzitter: Als u dat doet en dan even bestudeert. Uitstekend. De VVD, wie kan ik het woord geven? De heer Drommel. De heer Drommel: Dank u wel, voorzitter. Ook wij hebben het amendement mede ingediend als het gaat om de investeringsreserve voor het parkeren. Er werd net genoemd, er zijn te weinig parkeerplaatsen. Nou, ik vraag me af in hoeverre dat alle tijden waar is. Nu met het drukke weer wellicht wel, afhankelijk van de locatie. Maar waar wij het vooral ook zien als hele grote kans is dat, zoals het ook al eerder is genoemd, dat het blik ook verwijderd kan worden wellicht uit de openbare ruimte en dat biedt kansen. Dat biedt kansen voor groen, dat biedt wellicht kansen voor woningbouw in de schaarse openbare ruimte en daar zien wij vooral de meerwaarde in. Wat we wel als aandachtspunt zien is dat wij niet allemaal geld gaan oppotten en er vervolgens geen bestemming voor kunnen vinden. We kunnen ons best goed voorstellen dat zo'n situatie zich wellicht kan gaan voordoen en we vragen ons af wat we dan gaan doen met dat geld. Want het is onzes inziens ook zonde als we straks een dermate hoog bedrag besteden voor een enkele parkeerplaats.
Juist met, wat het CDA ook al eerder heeft aangekondigd, het voornemen om met een initiatiefvoorstel te komen om eventueel een onderzoek te gaan doen, waarbij eigenlijk koppelkansen meegenomen worden op het moment dat woningbouw gerealiseerd gaat worden en er al een garage gebouwd moet gaan worden, en in hoeverre je dan die garage wellicht groter kan uitleggen. Daar is onzes inziens dat geld heel geschikt voor. Maar wel nog even met de kanttekening hoe we ermee omgaan als die kansen zich blijkbaar wellicht niet gaan voordoen. Wat betreft de motie over de vroegsignalering. Wij zijn vooral ook wel benieuwd naar de reflectie ook van de portefeuillehouder over de cijfers hoe we in Zandvoort presteren. Want zelf hebben we nog niet helemaal kunnen achterhalen waar die vandaan komen en dan gaat het voornamelijk over het percentage van die bereikbaarheid. We vragen ons wel af of we het inderdaad slechter doen dan het landelijk gemiddelde, want dan is er inderdaad nog flink werk aan de winkel, of dat we wellicht wel goed in de pas lopen, zeker ook omdat we pas net begonnen zijn met het nieuwe beleid. Dus daar horen we graag de reflectie van de portefeuillehouder over. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Misschien even voor de goede orde kan ik melden dat de allerlaatste versie van de motie staat nu bij de stukken, dus dat in ieder geval u daar allemaal over beschikt.
Dan ga ik naar de PVV, de heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, dank u wel. Het jaarverslag en jaarrekening, daar hebben we al genoeg over gesproken in de commissie. We gaan ervan uit dat onze complimenten zijn overgebracht inmiddels, dus hebben we alleen nog maar wat te roepen over amendement van OPZ en de motie van Jong. Amendement van OPZ, parkeren. Kijk, wij zijn populair, we worden steeds populairder, daar wordt ook keihard aan gewerkt en wij zijn best wel een uniek dorp, want als je kijkt in welk rijtje we staan van wereldbekende plaatsnamen, dan staan we op een hele rare positie voor zo'n klein dorp, dat is prachtig. Maar we hebben wel te maken met een bevolkingsaanwas en die moet je toch ook vervoersmogelijkheden bieden met de diverse modaliteiten. Daar moet gewoon, dat gaat niet altijd gratis, daar moet over nagedacht worden. Regeren is vooruitzien, OPZ doet daaraan en wij steunen dat amendement. De motie van Jong, vroegsignalering, dat vinden we een beetje vreemd, want daar staat ambitieniveau van vijftig procent. In feite als je een probleem wil oplossen, zou het ambitieniveau honderd procent moeten zijn, want als je zegt: vijftig procent, dat was onze ambitie, nou, hoera, we hebben onze ambitie gehaald, nu gaan we achterover leunen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Dat je honderd procent niet gaat halen, ja, dat weten we allemaal.
Maar als er dan wordt gezegd dat het te veel zou zijn, wij vinden het eigenlijk nogal bescheiden. Bovendien laat de motie nogal wat ruimte voor het college om het zelf in te vullen, dus deze motie heeft ons steun, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar GroenLinks, de heer El Gebaly.
De heer El Gebaly: Dank u wel, voorzitter. Ik ga niet in herhaling vallen, dus het stukje over de commissie, dat heeft iedereen wel verteld, dus dat ga ik niet vertellen. Dan, als ik kijk naar de accountantsverklaring valt me op dat het weer voor de volgens mij 65e keer op rij weer echt laat is. Ik bedoel, een dag van tevoren is wel erg laat en ik weet uit de tijd dat ik zelf nog plaatsnam, voorzitter, in de accountantscommissie, dat het toen ook al een onderwerp van gesprek was en is. Dus ik zou nogmaals, ik denk dat daar het presidium misschien wel de juiste plek voor is, eens met elkaar van gedachten willen wisselen over aan de ene kant misschien een auditcommissie die misschien wat strakker op dit soort deadlines kan gaan zitten en aan de andere kant gewoon eventjes met het presidium wil ik graag overleggen of dit wel wenselijk is. Want ik lees graag het accountantsverslag en ook door gewoon mijn werk hierbuiten is het bij mij niet gelukt om echt grondig erdoorheen te lezen zoals ik het graag zou hebben willen doen. En laat staan de reactie van het college, want ja, doordat het zo laat is kan het college ook pas laat reageren. Dus het is gewoon niet wenselijk voor zowel raad als college, denk ik, dat het zo laat plaatsvindt. En ja, daar wil ik graag dus van gedachten over wisselen als het nog kan in het presidium van morgen. Dat wil ik even aan het begin hebben gezegd.
Dan ga ik meteen door naar de motie van Jong. Volgens mij hebben we het hier ook uitgebreid over gehad in de commissie en is het beleid in Zandvoort op dit moment zo dat we daar net mee zijn begonnen eigenlijk met een nieuwe manier van vroegsignaleren, wat volgens mij ook een deel te maken heeft met het Zandvoorts Preventie Model, als ik me deze discussie nog herinner. Ik denk aan de ene kant dat het een hele mooie motie is, dat het aangeeft dat we grote ambitie hebben ook op dit vlak, en hoe meer mensen we aan de voorkant bereiken, hoe beter. Maar aan de andere kant denk ik dat wij als Zandvoort, en volgens mij heb ik die woorden ook bij monde van de wethouder gehoord, daar ook erg naar kijken naar: hoe kunnen we de mensen zo goed mogelijk, zo makkelijk mogelijk bereiken? Dus ik vraag me een beetje af of deze motie niet al overbodig is, ook gehoord hebbende de woorden van de wethouder en gezien hebbende het beleid van Zandvoort. Dus ik wacht graag het antwoord daarop af, in dit geval van de portefeuillehouder. Dan het amendement. Het amendement wat betreffende de investeringsreserve parkeren. Ik wil daar eigenlijk een beetje – en dat gebeurt niet vaak – maar de collega van de VVD bij steunen als GroenLinks, want dat is precies ook mijn angst.
Straks hebben we … Laat ik het anders zeggen, hebben we waarschijnlijk elk jaar als het goed is wel iets over op parkeren en dan hebben we straks een megagrote pot waarvan we een parkeergarage met gouden bomen kunnen bouwen, met mooie gouden belijning. The sky is the limit, Abu Dhabi zou trots op ons zijn. Maar ik denk dat dat zonde is van het geld. En ik denk het ook op een andere manier, want ik denk juist – en dat vind ik ook weer de verkeerde naamkeuze misschien wel van het fonds, voorzitter – dat het alleen maar op parkeren intekenen in onze begroting dat te veel specificeert. Waar het mij om gaat is dat wij als Zandvoort bereikbaar zijn en met de Formule 1 zijn wij supergoed bereikbaar. Laten we daar de lessons learned in toepassen en dat hoeft niet te betekenen dat er per se meer bij moet worden gebouwd. Daarnaast heb ik ook nog legio voorbeelden waarvan ik zie, in dit geval in onze gemeente, dat zelfs het realiseren van zoiets in onze ogen simpels als P Noord, dat het al zo erg lang duurt en daar hoeft geen garage te worden gebouwd, daar hoeft geen extra slagbomen te worden neergezet, met geld komen we daar niet verder. Maar alleen al in het plan komen we tot de parkeerplaats zelf, kost het gewoon ongelooflijk veel tijd.
Dan vraag ik me af of dat dan niet, eigenlijk zoals de collega van de VVD dat ook zei, op dit moment geld is wat we dan straks in een hele grote pot hebben gezet, maar waar we uiteindelijk achter komen dat we dat niet hebben gedaan. Wat ik wel een interessant … De voorzitter: Interruptie van mevrouw Göransson. De heer El Gebaly: Mag ik mijn zin afmaken, voorzitter? De voorzitter: Prima, maakt u uw zin af, dan mevrouw Göransson. De heer El Gebaly: Wat ik wel een interessante vind, en dat is misschien een beetje teruggrijpen op wat we vroeger hadden, is een strategische investeringspot. Ik denk dat daar we veel meer mee kunnen doen. Dan kunnen we inderdaad misschien wel een parkeergarage uit bouwen die het CDA bijvoorbeeld voorstelde, maar
daar kunnen we ook nog zoveel andere dingen mee doen met dat geld. Dan levert dat niet per se voor parkeren, maar juist voor het bredere. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Göransson, interruptie. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Als het goed is, en dat staat er ook in, is de doelstelling van de reserve mobiliteit in het algemeen en parkeren in bijzonder. Dus hij strekt verder dan wat u aangeeft, hoe u hem vernauwt. Er staat ook heel nadrukkelijk bij de overwegingen dat er oog ook moet zijn voor de verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte. Dus daar krijg je de mix in. De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, ik snap oprecht ook de overweegredenen van de OPZ, maar ook van het CDA en VVD wat dit betreft. Want, ook weer wederom wat mijn collega van de VVD net zegt, het kan er ook toe leiden dat er bijvoorbeeld ondergronds wordt geparkeerd, waardoor we groen kunnen toevoegen aan de openbare ruimte. Die overwegingen snap ik allemaal, maar ik denk dat het label als een investeringsreserve voor parkeren niet de goede stap is.
Ik denk dat we daar veel meer – en ik weet dat misschien de portefeuillehouder daar geen fan van is – veel meer weer naar een strategisch investeringsfonds voor moeten gaan, omdat we hem dan veel breder kunnen inzetten, omdat we daarmee kunnen zorgen dat we uiteindelijk ook andere ambities op andere punten misschien wel verder kunnen helpen, die ook weer misschien kunnen bijdragen aan de mobiliteit en aan parkeren. Dus ik wil hem juist wat verbreden in plaats van alleen op mobiliteit en op parkeren inrichten. Ik vind wel dat we de gelden die we hebben ontvangen vanuit parkeren, maar ook vanuit toeristenbelasting, het moet allemaal op, dat we daar wel ook iets zinnigs mee moeten doen. Dan kom ik bij mijn laatste punt, voorzitter – en dat heb ik ook al in de commissie aangegeven en dat zij de heer Stephan van het CDA ook, voorzitter – is dat er gewoon op dit moment veel ambitie is bij onze gemeente. Gelukkig, mooi om te zien. Er is genoeg geld, alleen van het geld de ambities verwezenlijken, daar stroomt het nog steeds niet helemaal lekker in. Maar daarover zo meteen meer bij de voorjaarsnota. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de Partij van de Arbeid, mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Dank u wel, voorzitter. De jaarrekening, gedane zaken. De cijfers zijn helder en op naar de toekomst, zou ik het liefst kort willen zeggen.
Maar er zijn nog twee voorstellen, daar ga ik op in. De complimenten, de zorgen hebben we in de commissie gewisseld, en ook dank aan de organisatie. Als het gaat om het amendement van de OPZ en de investeringsreserve, afgelopen jaar bij de begroting al aangegeven dat de kans groot is dat een deel van de parkeerinkomsten van structurele aard zijn, zo zei de portefeuillehouder. Nou, dat blijkt zo te zijn, en wat ga je nou doen met dat structurele overschot? Het voorstel van OPZ om een reserve op te richten, inrichting uitbreiding parkeren, daar is Partij van de Arbeid het niet mee eens. Normaal gesproken zijn mevrouw Göransson en ik het roerend eens over de systematiek, bijvoorbeeld dat we bij de begroting geen geld vrijgeven als er geen concreet plan onder ligt. Maar nu zijn we het niet eens, want dit voorstel is onzes inziens staat daar haaks op, want er zijn nog geen plannen, maar we reserveren wel vast. Dat lijkt ons de omgekeerde wereld, want door het geld nu vast te zetten, ontnemen we onszelf ook de kans om bij de begroting een afweging te maken over het geheel van de begroting. Een reserve kan oneindig zijn in geld, maar is wel in die zin beperkt in het doel.
Partij van de Arbeid vindt dat de raad gezamenlijk concrete plannen moet vaststellen en ons voorstel zou dan ook zijn om dit niet nu bij de jaarrekening te doen, maar eerst een discussie te voeren bij de begroting en dan ook te bepalen hoeveel geld er nodig is. Dan ga ik door naar Jong. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Voorzitter, toch een reactie, want de Partij van de Arbeid geeft aan om dit te doen bij de begroting, maar we hebben het hier over het jaarrekeningresultaat van 2023. Op het moment
dat we daar dus niets meer doen, dan gaat het totale bedrag naar de algemene reserve. Dus het is geld wat over is. Wat we bij de begroting gaan doen is het kijken naar het geld voor 2025 en dan kan je natuurlijk ook opnieuw een bredere afweging maken, ook kijkend naar alle voors en tegens en ook naar de algemene reserve. Maar dit is natuurlijk een bestemming van het geld van 2023. Bent u dat met me eens? De voorzitter: Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Dank u wel, voorzitter. Ja, dat ben ik zeker met u eens, maar er liggen nog geen plannen voor ’24. Dus dat is eigenlijk precies dat datgene wat ik betoog: zet nu geen geld opzij waarvoor we nog met elkaar geen plannen hebben gemaakt. Dus vandaar dat ik zeg: laten we eerst plannen maken, laten we met elkaar kijken naar hoe we dan reserve. Ik ben gecharmeerd van het voorstel van GroenLinks met de strategische investeringsagenda en ik herken ook de zorgen van de VVD. Dus ik zou zeggen: laten we niet de omgekeerde weg bewandelen. Nee, ik was nog aan het woord, ja. De voorzitter: Ik hoor weer een interruptie van mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Dan even ter verduidelijking. Zou dat betekenen op het moment dat het strategisch investeringsagenda zou worden genoemd, dat u wel voor bent, of begrijp ik dat verkeerd? De voorzitter: Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Sorry, voorzitter.
Ik vind dan nog dat we met elkaar eerst een discussie moeten voeren over het geheel. Waar hebben we reserves voor nodig, waar gaan we geld in investeren en hoe gaan we dat doen? Dus dat doe je altijd bij de begroting, dat is vooruit. En niet achteraf zeggen: dit potje is alvast geoormerkt en de dotatie wordt ook geoormerkt en daar komen we de volgende jaren niet meer aan voor andere dingen. Dat vind ik niet in den breedte plannen maken, daar ben ik het niet mee eens. Dus dan ga ik naar Jong, vroegsignalering. Wat een belangrijk instrument is dat om te voorkomen dat schulden groter worden en problemen groter worden. Want gezondheidsproblemen zoals stress die daardoor ontstaan en kinderen die opgroeien met deze stress staan drie-nul achter en dat zien ze niet altijd maar weer in te halen. Een brede aanpak op armoedebeleid heb ik in de commissie gezegd, zeker voor kinderen, is hard nodig. Alleen zo kunnen we kansenongelijkheid terugdringen. Maar het is terecht dat Jong Zandvoort er aandacht voor vraagt en de lat hoger wil leggen, want streven moet altijd zijn om iedereen te bereiken, collega Van Tiggelen zei dat ook zo. En als het streven honderd procent is en het resultaat is straks tachtig procent, dan is dat nu prachtig en dat is ook precies wat Amsterdam heeft bereikt na al die jaren met de vroeg eropaf-aanpak.
Maar wij lazen duidelijk in de jaarrekening iets anders, dat heb ik ook gezegd in de commissie, want wij lazen een grotere inzet op vroegsignalering en dat ook de bereikbaarheid in ‘23 al verdubbeld is door gebruik te maken van Certin en in de commissie heb ik de portefeuillehouder een compliment voor gemaakt. Nou, dan denk je natuurlijk achteraf: heb ik het goed gelezen? Dus ik heb me er nog eens in verdiept en ik lees volgens mij een interpretatieverschil in de cijfers, 915 signalen hoeven geen inwoners te zijn. Dus ik ben wel benieuwd. Overigens vind ik 23 procent in dit stadium, dat is het landelijk gemiddelde, vind ik na twee jaar nog wel aardig. Als we dat volgend jaar nog hebben, dan zitten we natuurlijk duidelijk aan de lage kant. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Paap. Mevrouw Paap: Dank u wel, voorzitter. Maar is mevrouw Koper het dan met mij eens dat eigenlijk deze motie dus oproept om het aankomende jaar een hoger percentage te behalen en daar ook onderzoek naar te doen? Want wij ambiëren dus tenminste een bereikbaarheidspercentage van vijftig procent. Is mevrouw Koper het daar met mij eens? De voorzitter: Mevrouw Koper.
Mevrouw Koper: Als u het goed vindt, beantwoord ik dat met de rest van mijn betoog. Nee, dat geeft niet, u kunt geen gedachten lezen. Ik ben het dus eens met het belang en ook terecht dat u zegt: laten we alsjeblieft zorgen dat die ambitie zo hoog mogelijk ligt. Maar toch is het doel van de motie voor mij niet helder, want een andere norm geeft niet een beter resultaat. Dat is de discussie over: waar leggen we de lat en wat doen we met de indicatoren? Dat vind ik altijd, daar kunnen we nog eens een aparte avond op voor zetten. Maar uit het rapport van de Nationale ombudsman, ‘Hoe eerder, hoe beter’ dit jaar, blijkt dat Zandvoort de juiste stappen heeft ingezet. Dan vraag ik me af: wat hebben wij nu concreet aan menskracht en middelen nodig om te verbeteren? Daar hoor ik graag ook een reflectie op van de wethouder. Want daar zou voor ons dan de begroting weer de plek moeten zijn om met elkaar een nieuw voorstel neer te leggen. De voorzitter: U heeft weer een interruptie van mevrouw Paap. Mevrouw Koper: Ja, ik keek al. Mevrouw Paap: Dank u wel, voorzitter.
Is mevrouw Koper het met mij eens dat in het rapport van de ombudsman staat dat burgers graag op een persoonlijke manier worden benaderd, dus dat is inderdaad een huisbezoek of een telefoontje, maar daarnaast dat mensen met schulden de telefoon niet zo snel opnemen bij vreemde telefoonnummers en ook hun voicemail eigenlijk niet meer afluisteren. De voorzitter: Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ik hoor wat u zegt en ik snap ook helemaal daar het belang van, dat vind ik ook. Maar de vraag is: is de organisatie daar niet mee bezig? Dat is eigenlijk de suggestie die gedaan wordt en dan zeg ik … Ja, zag ik weer een hand? De voorzitter: Als u uw betoog houdt … Mevrouw Koper: Ik word helemaal nerveus. Nee, hoor. De voorzitter: Dat snap ik, maar dan geef ik op een gegeven moment de gelegenheid voor interrupties. Mevrouw Koper: Ik hou u goed in de gaten, voorzitter. De voorzitter: Laat u niet in de war brengen en laat het in mijn handen. Mevrouw Koper: Oké. Nou, het gaat er natuurlijk om: wat doet de organisatie en hebben ze de boel op orde? Als dat de vraag is, dan zeg ik: ik twijfel daar niet zo aan. Want ik denk dat, wat u zelf net terecht ook zegt, je moet de uitvoering vooral neerleggen bij degenen die dat moeten doen. Je moet vooral goed kijken naar Amsterdam en de best practices, daar ben ik het ook roerend mee eens.
Maar bijvoorbeeld Utrecht is ook een geweldig voorbeeld van hoe vroegsignalering en schuldhulpverlening in zijn werk gaan. Ik ben gecharmeerd van allebei die voorbeelden. Misschien is er op communicatie ook nog wat te verbeteren, maar dan zeg ik: laten we oproepen tot een plan. Dan is de vraag dus aan het college: hoe staat het ermee en welk plan is er dan nodig? Hebben we meer menskracht of middelen nodig? Want dan kom ik toch weer terug op een voorstel bij de begroting, want eventueel geld als dat nodig is, om het even flauw te zeggen, dat helpt mij meer dan een percentage. En mag ik ook een vraag stellen aan mevrouw Paap? Zou mevrouw Paap bereid zijn om die motie in die richting aan te passen? De voorzitter: Mevrouw Paap, u heeft een interruptie en een vraag van mevrouw Koper. Mevrouw Paap: Dank u wel, voorzitter. Mijn eerste vraag eigenlijk aan mevrouw Koper is dat zij verwees naar het rapport van de ombudsman en daar verwees ik naar terug, dus daarin zou ik dan graag nog een antwoord
willen of ze het daarmee eens is dat in het rapport dit juist wordt benoemd, dat het huisbezoek eigenlijk ook een stuk belangrijker is dan alleen een telefoontje of een brief, aangezien teksten in brieven vaak verkeerd worden geïnterpreteerd. Daarnaast wordt er benoemd te onderzoeken of het mogelijk is om eerst een huisbezoek te doen, waardoor dus die stap eerder wordt genomen. Door de vraag ben ik heel even van mijn à propos ook. Daarnaast staat er ook actief samen te werken met gemeenten zoals Amsterdam, dus als Utrecht daarbij wordt betrokken is het natuurlijk ook prima. Het gaat natuurlijk om de best practices, dus het is niet alleen Amsterdam, maar als andere gemeenten daar ook in voorlopen, betrekt ze erbij en kijk hoe het beter kan. Daarnaast is mevrouw Koper op de hoogte van de routekaart vroegsignalering die bij de organisatie loopt, want daarin staat wel een huisbezoek, maar die wordt helemaal aan het einde pas gedaan. Dus dat betekent dat pas na een maand of anderhalve maand mensen op huisbezoek gaan van het Sociaal Wijkteam. Dat is natuurlijk veel te laat als er al een huurachterstand is of een zorgverzekeringachterstand, dan blijven die schulden alleen maar oplopen. Is mevrouw Koper het daarmee eens? En wat betreft de kosten … De voorzitter: Wat zegt u? Mevrouw Paap: De vraag die ik terugkreeg.
De voorzitter: De vraag die u terugkreeg, want anders dan … Mevrouw Paap: Ja, dan wordt het te lang. De voorzitter: Prima, dus als u daar antwoord op geeft, graag. Mevrouw Paap: Ik kan de motie daarin aanpassen dat dat onderzoek, als daar kosten uitkomen die nodig zijn om het uit te voeren, dat we die dan als een plan kunnen uitwerken voor bij de begroting. Dat denk ik dat dat een goede oplossing zou zijn. De voorzitter: Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Voorzitter, dank u wel. Als het gaat om de wijze waarop de uitvoering moet geschieden, dan ga ik daarvanuit – of tenminste, laat ik het anders zeggen – die leg ik graag in handen van de professionals, waarbij ik me dan de vraag stel: hebben ze genoeg menskracht en middelen? Ik vind namelijk dat de aanbevelingen en de routekaart moet worden opgevolgd, maar hebben ze genoeg menskracht en middelen? Want daar gaan wij over. De uitvoering, die leg ik graag in handen van het college. Dus ik doe niks af aan de goede voorstellen die u doet, maar ik wil me daar niet helemaal tot in detail in voegen. Nou ben ik hem ook weer kwijt, die laatste, gaat goed tussen ons. De voorzitter: Het is ook warm vanavond. Mevrouw Koper: Als het gaat om onderzoek, u noemde … Ja, het is wel iets met temperatuur en voetbal, denk ik. Iets over het onderzoek, dat is niet wat ik wil.
Ik wil graag van het college horen: liggen we op schema om goed te verbeteren? Dat is eigenlijk heel kort de vraag. En zo niet, wat is er dan nodig en dan wil ik de dekking daarvan bij de begroting zien. Zo simpel wil ik het eigenlijk zien. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik tenslotte voor de eerste termijn van de raad naar de fractie van ZEE. De heer Gerrits, aan u het woord. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Vanuit ZEE willen we herhalen dat we pas tevreden zijn als we eigenlijk nul euro overhouden op de algemene reserve. Dan praat ik over geld, los van spaarpotjes, los van noodfondsen, noem maar op. Dus in die zin staan we juist heel positief tegenover het idee van OPZ: kunnen we geen investeringsreserve parkeren instellen? Want dan is het geld met een bestemming en geen geld wat
aan het verdampen is. Ik vond de discussie die net plaatsvond tussen mevrouw Göransson en mevrouw Koper wel heel interessant: wat is nou de beste manier om dat vorm te geven, dat fonds? Daarop zou ik ook heel graag nog de reflectie horen van de portefeuillehouder, maar we staan er zeker niet negatief tegenover. Wat betreft de andere motie van Jong Zandvoort over vroegsignalering, er zijn wat ons betreft eigenlijk vier pijlers op het moment dat je een motie bedenkt. Eén ervan is noodzaak. Nou, de nood is er zeker, want het vroegsignaleringspercentage is te laag. Volgens mij is iedereen die ik nu heb gehoord in de raad het erover eens dat het belangrijk is dat we daar wat mee gaan doen, want we willen gewoon dat mensen niet in de schulden komen en er zo snel mogelijk uit komen natuurlijk. Een stukje zin, dus: wat is de zin van de motie? Nou, dat is eigenlijk waar wij hier nog een beetje wat vraagtekens hebben, want de geste is heel mooi, alleen de vraag is: wat doet het nu werkelijk voor het college op het moment dat deze motie wordt aangenomen, hebben zij daar iets aan? Daarin vond ik de discussie van eerder ook weer tussen mevrouw Koper en mevrouw Paap ook weer heel interessant. Dan heb je een stukje uitvoerbaarheid, eigenlijk hetzelfde probleem. En het draagvlak, dat is het vierde onderdeel, dat is er volgens mij zeker, want iedereen wil dit met elkaar.
Dus ja, we horen graag de reflectie van de wethouder daarop, voordat we een definitief antwoord geven. Dank u wel, dat was hem. De voorzitter: Dank u wel. Dat is een mooi bruggetje, want de heer Bluijs zit naast mij en gaat namens het college de beide moties van commentaar voorzien, op zijn bekende korte en bondige wijze. De heer Bluijs. De heer Bluijs: Dank u wel. De voorzitter: Motie en amendement. De heer Bluijs: Ja, dank u wel. Eerst even nog over het accountantsrapport en dat het zo laat is. Ik denk goed dat u dat in het presidium bespreekt, maar ik weet wel zeker dat de accountantscommissie erbovenop heeft gezeten om het naar voren te halen. We zitten wat vroeger in de tijd, dus we moeten nog even gaan wennen daar bij de accountant dat ze inderdaad op tijd gaan leveren. Maar bespreek het maar, bespreek het denk ik ook nog even met de accountantscommissie, want die hebben er wel bovenop gezeten. Er is wel van tevoren al een tachtig, negentig procentsversie gedeeld in de accountantscommissie en ook met het college. Daarop was voor een groot deel onze reactie al gebaseerd, dus het was met weinig aanpassingen konden wij u ook de reactie snel leveren. Dus hij is wel kwalitatief op het juiste niveau, dus daar hoeft u zich geen zorgen over te maken. Feitelijk, ik denk inhoudelijk over het overschot, daar is al genoeg over gezegd. Dan het amendement en de motie.
Ik begin bij het amendement met het parkeerfonds, dat investeringsfonds. Ik begrijp wel ook de politieke gevoel wat er achter dit amendement natuurlijk ook zit. Groot overschot, we willen veel met parkeren. Maar ik geef u wel mee dat we wel afspraken hebben gemaakt in de nota reserve en voorzieningen over een aantal uitgangspunten. De discussie zie ik hier plaatsvinden en met name de wijze van voeding, dat hebben we allemaal goed geregeld. Het doel hebben we redelijk goed omschreven, maar zou wat mij betreft nog wat beter kunnen. Mijn voorstel zou zijn, ik weet dat het college nog komt met de parkeernormennota, om daar nog eens een keer met elkaar dan misschien op dat moment nog eens over te praten. Omdat bij de parkeernormennota ook weer die discussie komt om, als mensen niet zelf dat kunnen regelen, dat het ook naar een parkeerfonds moet. Dus daar zit ook nog een kanttekening aan, maar dat moeten we dan op dat moment met elkaar bespreken. Dat is heel belangrijk. Dan de grondslag van de bestedingsraming. Dat is wel, dat heeft u zelf in de nota gezet, daar moet u goed op blijven letten. Dus daar moeten we wel ook goed naar kijken en dan moeten we ook nog kijken naar het feit: hoelang houden we zo'n reserve in stand? We hebben bijvoorbeeld ook een reserve voor woningbouw, die hebben we ook al een tijd staan, gebeurt ook niet zo gek veel mee.
Dus dat moeten we wel goed met elkaar in de gaten houden. En hoe hoog mag het zijn? Dus misschien dat u dat nog een keer mee kunt nemen. Ik ontraad hem helemaal niet, ik snap het vanuit de politiek ook waarom jullie dat willen en ik denk dat het ook helemaal niet verkeerd is om op dat punt wat meer neer te zetten. Maar voer nog eens een keer in discussie met elkaar later, misschien wel op dat moment met als die Parkeernormennota er is, om dat aan te scherpen en met elkaar ook die duidelijke kaders af te …
En vooral elkaar te motiveren dat het geld ook uitgegeven gaat worden. Dan kom ik ook op het verhaal, dat is natuurlijk uit mijn hart gegrepen, want de strategische investeringsagenda, daar heb ik wel wat mee. Want uiteindelijk diende het allemaal een doel. De strategische investeringsagenda die we hadden, die is toen gemaakt omdat ik … Toen zeiden wij van, er is een structuurvisie en daar staan een heleboel ambities in en ga daar wat mee doen. Toen hebben we die strategische investering van 10 miljoen opgezet. Die hebben we opgeknipt. Het grappige is, op één ding na hebben we nu alles ook uitgegeven. Er staat nog één post van 3 miljoen voor het tweede deel van de boulevard. Dus het is zeker interessant om daar ook naar te kijken, want … Maar misschien bij de begroting. U kunt ook vragen aan het college , als u het over prioritering hebt, dan kan die … Zo'n strategische investeringsagenda bij de begroting helpen om die prioritering op te zetten en het, wat ik altijd zeg, dat geld vooral te gebruiken om diepte-investeringen te doen, om te kunnen multiplyen, om nog meer binnen te halen, want dat was toen ook de insteek. Dan krijgt zo'n heel verhaal meer body. Maar het is ook aan u misschien tweede termijn om daar nog even met elkaar over te discussiëren en richting college misschien nog wat dingen mee te geven voor richting de begroting.
Dus wat dat betreft, ben ik … Zijn … Kan het college instemmen met het voorstel, het amendement, wat dus nu zo voorligt. Dan ga ik door naar het … De motie, Vroegsignalering. Daar was een discussie bij de commissie al gaande over. Toen was de discussie over, dat percentage is zo laag, en toen heb ik daar al heel duidelijk aangegeven, het is mooi hoe je dat percentage berekent, want als je zegt van, er gaat … Een heleboel e-mails worden verstuurd, dan bereik je ook heel veel mensen. Maar het vervolg is natuurlijk aan de orde. Dus dat percentage is heel ingewikkeld. Er zijn al hele veel discussies over. Maar daar moeten we het niet over hebben, denk ik. Ik vind ook met u dat we nog naar een hoger niveau moeten. We zijn twee, drie jaar aan de gang. Dus dat ondersteun ik van harte. Het is wel zo, wij hebben juist deelgenomen aan dat ombudsmanonderzoek, dat … Daar bent u heel ruim over gerapporteerd. De aanbevelingen die daar staan, dat zijn vier aanbevelingen, maak persoonlijk contact met de burger, verzamel data, evalueer en verwerk dat in je vroegsignalering en zorg voor kennis en expertise bij je medewerkers, versterk de samenwerking met je vaste lasten-park. Dat waren de aanbevelingen die gedaan zijn nadat tien gemeentes, waar onder Zandvoort, waaronder Amsterdam, zijn aangesproken.
Inderdaad, daar kwam ook naar voren vooral, besteed ook nog meer contact aan dat persoonlijke contact. Dat proces, daar zijn wij mee bezig. Want het gevolg is dat wij, dat kunt u in de jaarrekening lezen, dat we twee keer zoveel mensen hebben bereikt. Maar het kan nog beter. Het is op dit moment echt zo dat wij ook via het … Vooral via het sociale wijkteam nu ook mensen persoonlijk benaderen. Maar daar kan nog best een schepje bovenop. Dus in die zin denk ik dat het nog beter kan. Als ik dan kijk naar verzoekt het college, dus een ho… Verzoekt aan het college een hogere bereikpercentage te ambiëren. Ambieer ik dat niet? Dat ambieer ik juist wel. Dus daarom kijk ik een beetje anders naar die motie, want ik ambieer dat wel. Dat is de reden dat we met die vroegsignalering een hele nieuwe insteek hebben gekozen, juist ook gekeken hebben naar wat er in Amsterdam gebeurt. Dus dat ambieer ik. Dus verzoekt het, nee, u hoeft mij dat niet te verzoeken, ik ambieer dat. Volgens mij laat ik dat ook terugzien in de ontwikkelingen die we doorgaan. Samen te werken met de gemeente Amsterdam, zoals. Wij werken samen met gemeentes. Maar het rapport, als je het rapport goed leest, dat rapport staat vol met aanbevelingen waarvan we er een aantal opvolgen, maar waar we nog dingen kunnen verbeteren. Dus met dat rapport in onze handen kunnen we die stappen zetten en gaan we die stappen ook zetten.
Daarbij komt, de discussie ging ook over de middelen. Ik kan u mededelen dat in de meicirculaire die u al ontvangen hebt structureel nu 38.000 euro, en dat loopt terug naar 36.000 euro, is opgenomen. Want het … Dat is nog een cadeautje van de vorige minister Schouten. Toen toegezegd dat we nu echt structureel middelen ter beschikking … Die gaan we dus ook inzetten om deze doelen te bereiken. Dus wat dat betreft, denk ik dat ik niet nog verder onderzoek hoef te doen. En te onderzoeken of die … Eerst een huisbezoek moet plaatsvinden. Ik denk dat je toch eerst mensen moet informeren dat er iets aan de hand is. Wij bereiken toch 80 procent van de mensen al via e-mail, dus die krijgen dat bericht binnen. Wel of niet. Vervolgens hebben we het stappenplan en gaan we verder. Ik ben het met u eens. Dat kan nog beter. Maar wat er gebeurt, is, er wordt gemonitord. Dus er wordt maandelijks gemonitord, dus er komen mensen bij, vallen mensen af. Mensen die twee, derde keer weer terugkomen, daar gaan we ook op af. Dat wil ik ook gaan intensiveren, zodat we nog een hoge percentage brengen. Dus volgens mij is het college daar volop mee bezig.
Ik vind het een sympathieke notie, maar ik lees hem ook een beetje van, college, ga nu eens aan de gang. Dat ben ik niet met u eens, want wij zijn volop aan de gang. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bluijs. Dan gaan wij naar OPZ voor de tweede termijn, mevrouw Göransson. U bent verstopt. Daar bent u weer. Mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Wat een timing, voorzitter. Het is of … Ik ben weer uitgelogd of ik heb net een hapje van een koekje genomen. Even in reactie tussendoor. In de interrupties zijn we … Ben ik al ingegaan op een aantal zaken die hebben gespeeld met betrekking tot het amendement. Ik heb de wethouder goed gehoord als u zegt van, bij de Parkeernormennota bijvoorbeeld zouden we dit opnieuw kunnen bespreken. Het kan ook op een later moment. Ik kan me voorstellen, of bij een Najaarsnota of bij een begroting, dat we nog eens een keer een aantal zaken daarin aanscherpen. Maar dat laat onverlet, en zo interpreteer ik dan ook zijn opmerking, dat we nu wel kunnen ingaan tot het instellen van die reserve, zodat we die in ieder geval voor het bedrag van die 2,4 miljoen vanuit het jaarrekeningresultaat, dat we dat daarmee vullen en op een later moment nogmaals even dan de termijnen en tot welk bedrag dat we het daarin aanscherpen. Dus als ik hem zo mag interpreteren, en ik zie de wethouder knikken, dan akkoord.
Maar dan houden we … Brengen we wel het amendement in stemming. Dank u wel. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Dank u wel, voorzitter. Ik heb ook de wethouder horen spreken over het idee wat GroenLinks opperde, namelijk, zo’n strategische investeringsagenda of iets, er staat investering soms, noem het zoals je dat wil, hoe kijkt de OPZ tegen dat idee aan? De voorzitter: Mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Daar kunnen we het dan op een later moment over hebben, als er plannen zijn. De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Dus ik maak daaruit op dat OPZ daar niet onwelwillend tegenover staat dan? De voorzitter: Mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Nee, OPZ staat in beginsel nergens onwelwillend tegenover. Dank u wel. De voorzitter: Dat is weer mooi om te weten. Dat was uw tweede termijn? Mooi. Dan ga ik naar Jong Zandvoort. Mevrouw Paap. Mevrouw Paap: Dank u wel, voorzitter. Bedankt, portefeuillehouder, voor de beantwoording van de … Alle tweede … Eerste termijn. Warm. Wij gaan de motie intrekken na de reactie. Wij trekken natuurlijk niet in twijfel dat het college niet ambieert om volle 100 procent ervoor te gaan. Wel willen we graag weten waar de 38.000 euro dan naartoe zal gaan. Dus daar krijgen we dan een raadsinformatie brief over, neem ik aan. Dat was het voor ons in tweede termijn.
De voorzitter: Dank u wel. CDA. De heer Stephan. U heeft geen behoefte aan de tweede termijn. Dan gaan wij naar de VVD, de heer Drommel.
De heer Drommel: Wij hebben er niks op aan te vullen. De voorzitter: Dank u wel. PVV, de heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Dank u wel, voorzitter. Even over dat amendement van OPZ nog. Parkeergarage met gouden pilaren, gezien de recente goudprijs zien we dat niet zo snel gebeuren. Dan kun je wel zeggen van, waar heb je het geld voor nodig want je hebt nog geen plan? Straks heb je plannen en geen geld. Dus dat is een beetje een kip en het ei-verhaal. Daar gaan wij niet in mee. Wij blijven dat amendement steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Gebaly, GroenLinks. De heer El Gebaly: Voorzitter, om … Mooi bruggetje. Dank u wel, mijnheer Van Tiggelen. Daarom is ook juist het idee van die strategische investeringsagenda in mij gevaren, om het zo maar te zeggen, voorzitter. Want juist dat gaf, en dat zei de wethouder volgens mij ook perfect, dat gaf ons de mogelijkheid om waar mogelijk te versnellen, iets wat wij volgens mij breed gedragen als raad willen, waar we het over hebben gehad in de commissie en daarmee ook ervoor te zorgen dat die ambities die we dus hebben ook daarmee waar worden gemaakt. Dan denk ik wel dat zo'n strategische investeringsagenda of zo’n strategisch investeringsfonds veel meer past bij waar we nu mee bezig zijn, dat we daar beter die investeringen kunnen storten zoals OPZ die nu voor zich heeft.
Dan hebben we al in ieder geval die … Dat bedrag hebben we al apart gezet. Kunnen we bij de begroting het hebben over prioriteitenlijst, noem het allemaal maar op, zoals de wethouder ook terecht zegt. Maar ik voel er vrij weinig voor om nu dat bedrag te gaan oormerken voor parkeren, alleen parkeren, met daarbij gesproken ook de mobiliteit en … Maar ik denk juist dat die strategische investeringsagenda of -fonds dat dat ervoor kan zorgen dat we niet alleen op parkeren ambitie kunnen waarmaken, maar ook op al die andere gronden onze ambities kunnen waarmaken. Dus ik vind het een beetje een risico. Ik vind het een beetje … Ik vind het een risico om nu te zeggen, we gaan een parkeerfonds instellen, een investeringsfonds Parkeren, en niet een strategisch fonds daarvan maken. Want dan beperken we ons al heel erg in wat we willen gaan doen met dat geld. Het is dan maar de naam parkeren, maar het gaat mij veel meer om, waar liggen onze ambitie nog meer? Die ambitie is, zoals ik kijk naar de begrotingen, zoals ik kijk naar de … Het jaarverslag, naar de Voorjaarsnota, is heel erg groot. En dus moeten we die gelden ook groot inzetten. Ja, dat kan nog steeds voor die parkeergarage zijn, het kan nog steeds voor het vegroenen zijn, maar het is niet meer alleen voor dat. Ik denk dat we daar echt als raad echt een goede discussie over moeten voeren.
Zelfs nu al, want straks hebben we een investeringsfonds Parkeren en hebben we dan pas volgend jaar misschien weer geld over voor het inrichten van bijvoorbeeld zo'n nieuwe SIA. Dus ik ben wel benieuwd naar de collega's die ook al hebben gesproken hoe zij dan aankijken tegen die vraag. Gaan we het nu voor parkeren oormerken en daarmee een parkeerinvesteringsfonds creëren? Of zeggen we, we willen het breed inzetten en bij de begroting en bij de Parkeernormennota willen we het terug laten komen en laten we er dan niet een parkeerfonds van maken, maar een strategisch investeringsfonds van maken. Dus ik ben heel benieuwd naar wat mijn collega’s daarvan vinden, want ik vind dat nogal een basale vraag boven dit jaarverslag. De voorzitter: Interruptie van mijnheer Stephan. De heer Stephan: Dank u wel. Dan zou ik graag op die vraag willen ingaan met een tegenvraag. An sich heel sympathiek wat de heer El Gebaly zegt. De SIA, dat was een heel handig instrument. Dat vonden wij ook. Daar zijn we op zich ook niet on… Geneigd om daarover na te denken. Alleen wat ik wil meegeven met het amendement is, we zien dat er nu al op basis van het gewijzigde beleid miljoenen meer aan parkeerinkomsten zijn. We menen dat we die gelden juist wel moeten oormerken, anders dan u zegt, om juist … U … Mijn collega
gaf het net al aan. Wie weet komt er een initiatief, raadsvoorstel van onze hand aan om meer parkeerplekken te realiseren. Ons idee is, en de vraag … Daar komt mijn vraag, of de heer El Gebaly daarin zich kan vinden, dat wij dus met het geld dat we nu investeren ervoor zorgen dat we nog meer parkeerrendement zullen verkrijgen. Want dat geld dat we nu krijgen, wellicht is dat eenmalig zo hoog. Dat weten we niet. We hebben een goede zomer gehad. Maar stel dat we die zomers niet meer hebben, dan moeten we dat toch … Parkeerbehoefte blijft. Is de heer El Gebaly het met mij eens dat we dan beter kunnen zorgen voor voldoende plekken die ook weer geld opleveren en dat we dan kijken naar die SIA? De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, die plekken kan ik mijnheer Stephan voor de prijs van 0 euro in principe geven. Want dat is de P-De Noord waar ik het al over heb gehad. Dat gaat voor significant veel meer parkeerplekken leiden. Wellicht moeten we dat samen met een derde partij gaan exploiteren, maar dat gaat wel ervoor leiden dat er aan de noordkant van het Zandvoort een ongelooflijk hoeveelheid parkeerplekken erbij komt voor 0 euro, voor het niet graven van een garage, voor het niet parkeren van iets anders op dat terrein.
Dus ik zie in het vooruitzicht, als ik kijk naar waar we naartoe gaan met Zandvoort, zie ik al ontwikkelingen die op dit moment in mijn … In de ogen van GroenLinks, voorzitter, niet onderbouwen waarom we nu dat geld voor parkeren moeten investeren. Juist met zo'n, en dat is misschien een wedervraag aan de heer Stephan, juist met zo'n strategische investeringsagenda sluit je ook niet uit dat je investeringen parkeren gaat doen. Het sluit niet uit dat we de garage, zoals het CDA die beoogde in de commissie, gaan bouwen. Alleen je geeft jezelf wat meer speelruimte. Ik denk dat die speelruimte met de ambities en met wat we nog voor ons hebben als Zandvoort zijnde, dat we die daar veel beter voor kunnen gebruiken. Dan is het bedrag wat u nu voor parkeren wil reserveren, terwijl … al gratis parkeerplekken geeft, is dan denk ik veel logischer om te besteden aan onder andere dan misschien zo’n parkeergarage, maar ook aan allerlei andere facetten van ons beleid dat we naar voren willen brengen. Dus ik ben benieuwd of de heer Stephan het daarmee eens is. De voorzitter: De heer Stephan, kort antwoord. De heer Stephan: Heel kort. Daar wil ik wel op antwoorden. Twee dingen. Eens. Ik ben het niet met u eens dat u zegt, of dat de heer El Gebaly zegt … Ik hoorde hem over gratis parkeerplaatsen.
Wij hebben la… Volgens mij alleen in de winter, ik weet niet of het gratis is, maar in ieder geval lagere tarieven. Maar gratis dat begrijp ik niet helemaal. Maar de kern is, en daar gaan we langs elkaar heen, ik zeg, deze gelden nu investeren in meer parkeerplekken en die meer parkeerplekken zullen zich weer uitbetalen in hogere opbrengsten. Daarvan zeg ik, dan gaan we praten over SIA. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, de heer El Gebaly zei bewust dat we niet die investering hoeven te doen om meer parkeerplekken te realiseren. Want we kunnen met volgens mij best wel veel … Of met best wel weinig geld kunnen we P-De Noord creëren, wat voor veel meer parkeerplekken gaat leiden, wat weer leidt tot meer parkeerinkomsten. Daar is geen garage voor nodig of wat dan ook. We kunnen het er nog over hebben of we een garage willen. Dat is allemaal … Die plannen moeten nog worden gemaakt. Maar we gaan al een investering krijgen in ons parkeren, namelijk het realiseren van P-De Noord. Dat is al een ambities van de raad van ik weet niet hoe lang en een ambitie van het college en we moeten er al heel lang mee bezig. Dat gaat leiden tot meer parkeerplekken die geld opleveren, waardoor we nog meer parkeerinkomsten gaan krijgen.