RIB Beantwoording vragen OPZ vaststellen Bereikbaarheidsvisie Zuid-Kennemerland
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen OPZ omtrent vaststellen Bereikbaarheidsvisie Zuid-Kennemerland Nummer 2021/684678 Datum college 14 december 2021 Portefeuillehouder Verheij-de Haas, E. Programma/beleidsveld 5.1 Openbare ruimte en mobiliteit Afdeling BBOR Auteur H.M.J. Jennissen Telefoonnummer 023-5114909 Email hjennissen@haarlem.nl Bestemd voor: Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de Raad. Behoort bij onderwerp Bereikbaarheidsvisie Zuid-Kennemerland (2021/596639) in de raadsvergadering (21-12-2021). Bijlagen Geachte raadsleden, De fractie van de OPZ heeft vragen gesteld over de Bereikbaarheidsvisie Zuid-Kennemerland. Hieronder beantwoordt het college de raadsvragen met dikgedrukt de vragen van OPZ weergegeven en daaronder de antwoorden van het college.
1) Op basis van eerdere stukken en besluiten, heeft de gemeenteraad van Zandvoort zich onderbouwd op wezenlijke onderdelen niet akkoord verklaard met de eerdere Bereikbaarheidsvisie en om aanpassingen van benadering gevraagd zoals “autoluwe kust” te vervangen door “bereikbare kust” en om de in die visie opgenomen “omgekeerde piramide” met de hoogste prioriteit voor de fiets en de laagste prioriteit voor de auto te vervangen door de benadering uit het Klimaatakkoord n.l.: “Een integrale benadering van het mobiliteitssysteem, waarbij alle modaliteiten en de infrastructuur optimaal worden ontwikkeld en benut en uiteindelijk alle modaliteiten schoon zijn”. Vraag: • Op grond waarvan meent het college dat de Bereikbaarheidsvisie als door Zandvoort gevraagd op dit punt is aangepast? Antwoord: In de brief met voorgestelde aanpassingen voor de visie, besproken in de Raadscommissie op 12 oktober jl, hebben we u reeds hierover geïnformeerd. Wij zijn van mening dat dit punt inderdaad is aangepast, omdat nu door middel van de visie wordt gewerkt aan een duurzaam bereikbare kust. Duurzaamheid betekent in dit verband dat keuzes toekomstbestendig / voor de lange termijn zijn. Meer specifiek gaat het ook om de balans tussen bereikbaarheid en leefbaarheid in ZuidKennemerland.
Wanneer modaliteiten integraal en in samenhang worden afgewogen, moet dat leiden tot een betere spreiding van bezoekers, een optimaler gebruik van de verschillende modaliteiten, (behoud van) leefbare stads- en dorpskernen, betere doorstroming op de weg en betere bewegwijzering.
Kenmerk: 2021/684678
1/7
2) In plaats van de gevraagde aanpassing “bereikbare kust” staat er nu “duurzaam bereikbare kust”. Daarmee wordt bedoeld: “een groter aandeel voor mobiliteit met een lage CO2-voetafdruk en een kleine ruimtelijke voetafdruk”. Een auto heeft in elk geval geen kleine ruimtelijke voetafdruk. Wat er nu in plaats van ‘autoluw’ is voorgesteld komt dus op hetzelfde neer als wat er in de eerdere visie stond. Naar onze mening zijn er woorden veranderd maar de strekking niet. Een groter aandeel voor mobiliteit met een lage CO2-voetafdruk en met een kleine ruimtelijke voetafdruk betekent dat in plaats van prioritering conform de omgekeerde piramide er opnieuw prioritering van de ene modaliteit boven de andere plaatsvindt. Dit, terwijl het uitgangspunt is dat alle modaliteiten optimaal worden benut en uiteindelijk alle modaliteiten schoon zijn. Vragen: • Waarom is het college akkoord met een nieuwe prioritering o.a. op basis van ‘een lage CO2-voetafdruk en een kleine ruimtelijke voetafdruk’ terwijl het gestelde in het Klimaatakkoord daarvoor geen basis biedt en Zandvoort om een andere benadering had gevraagd? Antwoord: Zoals reeds bij het antwoord op vraag 1 is aangegeven betekent duurzaamheid in dit verband dat keuzes toekomstbestendig / voor de lange termijn zijn. Meer specifiek gaat het ook om de balans tussen bereikbaarheid en leefbaarheid in Zuid-Kennemerland.
Dat vraagt om een groter aandeel voor mobiliteit met een lage CO2-voetafdruk en een kleine ruimtelijke voetafdruk, zoals in de visie ook wordt toegelicht op p. 25. Het gaat erom dat alle vervoersmogelijkheden optimaal benut worden teneinde de bereikbaarheid van de kust te verbeteren. Met de onderhavige visie wordt daar, samen met onze buurgemeente, aan bijgedragen en daarom is het college akkoord. •
Op grond waarvan meent het college dat de Bereikbaarheidsvisie, als door Zandvoort gevraagd, op deze punten is aangepast? Antwoord: Zie het antwoord op bovenstaande vraag. 3) De Bereikbaarheidsvisie gaat uit van een mobiliteitstransitie die een ingrijpende verandering van het mobiliteitsgedrag vereist. Bepalend daarvoor is of, en zo ja, in welke mate bezoekers daartoe bereid zijn. Die vraag is niet gesteld noch onderzocht. Speculeren op de bereidheid tot ander mobiliteitsgedrag en de spreiding van bezoekers leidt o.i. tot onbekende en in potentie aanzienlijke risico’s voor de economie en de werkgelegenheid van de tweede badplaats van Nederland die Zandvoort is. Vraag: • Waarom is het college van mening dat speculeren op gewenst mobiliteitsgedrag, ondanks dat de bereidheid daartoe niet is onderzocht, verantwoord kan worden geacht? Antwoord: De Bereikbaarheidsvisie gaat uit van een optimaal evenwicht tussen openbaar vervoer, fiets en
Kenmerk: 2021/684678
2/7
autobereikbaarheid, niet van speculatie. Daarnaast is bij de Formule 1 goede ervaring opgedaan met het mobiliteitsplan en is aangetoond dat bereikbaarheid ook anders georganiseerd kan worden. 4) De hiervoor aangehaalde “Integrale benadering van het mobiliteitssysteem(…)”, is in de visie nu anders verwoord, citaat: “Om het gebied bereikbaar te houden wordt ingezet op P+R locaties aan de randen van de regio om daar over te stappen op OV en fiets.” De inzet op P+R locaties “aan de randen van de regio om daar over te stappen op OV en fiets” is een kernpunt in de Bereikbaarheidsvisie. De P+R locaties bij OV-hubs zouden aan de randen van de regio gerealiseerd moeten worden. Dat wil dus zeggen buiten de gemeentegrenzen van de samenwerkende gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Heemstede en Zandvoort. Daarnaast is vermeld dat deze locatie direct langs ‘de Ring’ komen te liggen. Maar of, door wie, waar, op welke termijn, met welke middelen en capaciteit die P+R locaties bij OV-hubs daar gerealiseerd zouden (kunnen) worden is geheel duister. Vragen: • Kan het college aangeven waarom het voor deze visie voorwaardelijk realiseren van P+R locaties bij OV-hubs aan de randen van de regio c.q. direct langs de Ring, realistisch kan worden geacht? Antwoord: Hetgeen nu voorligt ter besluitvorming is de Bereikbaarheidsvisie. Als deze is vastgesteld, zal de visie verder vorm krijgen in een actieagenda.
Door middel van deze actieagenda zal duidelijk worden wanneer de P+R-terreinen verder uitgewerkt worden. Overigens is de buurgemeente Haarlem reeds bezig met het invulling geven aan P+R. In de commissie Beheer van deze gemeente is donderdag 9 december bijvoorbeeld een opinienota besproken over parkeren op afstand oa P+R. •
Door wie, waar op welke termijn, met welke middelen en capaciteit zouden de P+R locaties bij OV-hubs gerealiseerd worden? Antwoord: Zie het antwoord op de vorige vraag. •
Welk voorbehoud t.a.v. de Bereikbaarheidsvisie acht het college op zijn plaats als deze vragen niet beantwoord kunnen worden? Antwoord: Op dit moment wordt er nog geen voorbehoud gemaakt. Eerst zal verder uitgewerkt moeten worden wat waar mogelijk is. 5) In plaats van het uitgangspunt: “(…) waarbij alle modaliteiten en de infrastructuur optimaal worden ontwikkeld en benut (…)”, wordt het onderliggende binnenstedelijke Oost-West wegennet niet ontwikkeld terwijl de auto de dominante modaliteit is en dat volgens de Bereikbaarheidsvisie ZuidKennemerland uit 2019 (pag. 53), in ieder geval tot 2040 ook zal blijven. Als noodzakelijk project is de doorstroming op de N205 als onderdeel van ring aan de zuidkant en als verbinding tussen de
Kenmerk: 2021/684678
3/7
Schipholweg en de Randweg benoemd. Een alternatieve route voor verkeer door Haarlem Zuid-West en Schalkwijk en voor verkeer dat nu via de N201 door de kern van Heemstede rijdt. Voorwaarde is dan wel dat verkeer met bestemming kust vanaf de Randweg kan afslaan en dat dit kan naar wegen met voldoende capaciteit. Citaten: “Een goed doorstromende ring biedt namelijk de mogelijkheid om autoverkeer rond de kernen te leiden”, en: “Ook is er een strategie te bepalen welke wegen specifiek worden bestemd voor doorgaand verkeer”. Op korte termijn wil men de bereikbaarheid verbeteren door in te zetten op Dynamische Verkeersmanagement en het opwaarderen van enkele bestaande wegen. Nu de haalbaarheidsverkenning naar de mogelijkheden voor een verbeterde aansluiting Zeeweg-Randweg door de gemeenteraad van Bloemendaal is geblokkeerd, resteert de noodzaak van een volwaardige verkeerskundige verkenning naar oplossingen voor de knelpunten in het hele onderliggende binnenstedelijke oost-west wegennet inclusief een betere aansluiting van zowel de N200 als de N201 op wegen geschikt voor doorgaand voost-west verkeer. Vragen: • Kan het college aangeven in welke mate en op welke korte termijn de bereikbaarheid verbeterd kan worden door Dynamisch verkeersmanagement? Antwoord: Wat nu ter besluitvorming voorligt is de visie.
Dynamisch verkeersmanagement is een verzamelnaam voor geautomatiseerde maatregelen om de verkeersafwikkeling te reguleren/ verbeteren. Hiervoor zijn verschillende middelen inzetbaar, zoals bijvoorbeeld het afstemmen van verkeersregelinstallaties. Voor stand van zaken DVM verwijzen wij u naar het vastgestelde jaarplan 2022, onderdeel Verbeteren doorstroming onderliggend wegennet (pag. 10). •
Kan het college duidelijkheid verschaffen op welke korte termijn enkele bestaande wegen opgewaardeerd worden en welke wegen dat zijn? Antwoord: Ook hier verwijzen wij u voor de stand van zaken naar het vastgestelde jaarplan 2022. Op pagina 10 wordt aangegeven hoe de bestaande (weg)infrastructuur beter benut kan worden en hoe de doorstroming kan verbeteren, welke resultaten er zijn en wat het komend jaar wordt opgepakt. •
Deelt het college de conclusie dat er een volwaardige verkeerskundige verkenning noodzakelijk is om te bepalen welke maatregelen nodig zijn om wegen met voldoende capaciteit geschikt te maken voor doorgaand verkeer en langs welke routes dit verkeer rond de kernen kan worden geleid? Antwoord: Er zal eerst gestudeerd moeten worden op welke maatregelen het meest effectief zijn, dat geldt zowel voor het inzetten van dynamisch verkeersmanagement als ook naar de functie van de wegen in het netwerk. •
Zo ja, met welke praktische suggesties voor de procedure zodat het tot deze verkenning kan komen? Antwoord:
Kenmerk: 2021/684678
4/7
Na vaststelling van de visie zal een actieagenda opgesteld worden, waarin de acties uitgezet worden in de tijd. Op dat moment wordt duidelijk wanneer de procedures voor dergelijke studies starten. • Zo niet, waarom niet? Antwoord: Zie het antwoord hierboven. 6) Enkele citaten uit de visie: “Het landschap is wellicht de grootste kracht van de regio, maar staat steeds verder onder druk door de toenemende recreatiebehoefte”, en: “De doelstellingen op het vlak van duurzaamheid en klimaat hebben directe gevolgen voor de regionale bereikbaarheidsopgave.” Het aandeel stikstofdepositie van het wegverkeer uitgedrukt in die van de totale uitstoot in Nederland is 6,1% (3% van rijkswegen, 3,1% van provinciale en gemeentelijke wegen. Bron: RIVM 2019). In het Eindadvies van het Adviescollege Stikstofproblematiek: “Niet Alles kan Overal”, wordt gesteld dat er voor het wegverkeer geen generieke aanvullende maatregelen genomen hoeven te worden, omdat in het basispad tot 2030, citaat: “Al een forse emissiereductie van meer dan 50% wordt gerealiseerd. En tenslotte: De Nederlandse overheid streeft ernaar dat in 2030 alle nieuw verkochte personenauto’s emissievrij zijn. Dus is meer proportionaliteit en realisme m.b.t.
de omvang van de stikstofdepositie door het wegverkeer in relatie tot de doelstellingen leefbaarheid, duurzaamheid, bescherming van landschappen en klimaat in deze Bereikbaarheidsvisie zeer gewenst. Vragen: • Deelt het college onze mening dat de Bereikbaarheidsvisie inzake de stikstofdepositie door het wegverkeer een beeld schetst dat niet overeenkomt met de reële depositie die immers een fractie is van de totale stikstofdepositie? Antwoord: Het college deelt deze mening niet. • Zo niet waarom niet? Antwoord: De doelstellingen van de visie voor wat betreft klimaat en duurzaamheid zijn veel breder dan stikstof. Dat gaat van aantasting van het landschap door onderdelen van het verkeersnetwerk (wegen, kunstwerken, verlichting) en geluidhinder tot fijnstof en CO2. CO2 is koolstofdioxide en dat is wezenlijk iets anders (namelijk een broeikasgas) dan stikstof (stikstofoxiden verstoren het bodemleven en de biodiversiteit door verrijken of verzuren van de grond). Het aandeel van mobiliteit bij broeikasgassen is veel hoger dan de paar procent voor stikstof. Daar, waar onze Visie iets zegt over klimaat en duurzaamheid, gaat het (ook) om een optimale doorvertaling van landelijk beleid (gemaakte keuzes in Klimaatwet) en de feitelijke trends (ontwikkeling aandeel emissieloze mobiliteit, groei van wonen-werken-recreëren e.d.).
De visie is afgestemd op onze gebiedskenmerken en de mogelijkheden die we hebben. Het instrumentarium komt grotendeels landelijk tot stand.
Kenmerk: 2021/684678
5/7
7) De aantrekkelijkheid van natuur, strand en zee, de gunstige ligging van Zandvoort en de trek naar de kust vanuit de MRA is oorzaak van soms grote bezoekers- en verkeersstromen. Dat Zandvoort daarvoor steun zou moeten vinden in de regio is nogal bizar want het zijn immers de bezoekers uit onze eigen regio die de drukte veroorzaken. Om die reden wacht niet zozeer Zandvoort maar vooral de regio een enorme opgave. Want de knelpunten in het onderliggende binnenstedelijke wegennet liggen niet ten principale op het grondgebied van Zandvoort maar vooral op dat van Bloemendaal, Haarlem, en Heemstede. Meer dan wat door Zandvoort zelf en door de GR Bereikbaarheid ZuidKennemerland in de verbetering van de capaciteit en bereikbaarheid per spoor is geïnvesteerd, is haast niet mogelijk. Om de nieuwe / verbeterde HOV-verbinding van Zandvoort naar Heemstede Aerdenhout - Hoofddorp v.v. te faciliteren zijn nu vooral ook deze gemeenten aan zet. Dat de haalbaarheidsverkenning naar de mogelijkheden voor een verbeterde aansluiting Zeeweg-Randweg door de gemeenteraad van Bloemendaal is geblokkeerd, getuigt in ieder geval niet van de bereidheid om tenminste de mogelijkheden voor een oplossing van de knelpunten te onderzoeken. Vragen: • Welke conclusies verbindt het college aan deze blokkade / opstelling? Antwoord: Het klopt dat een groot deel van onze bezoekers uit de regio komt.
Daarom hecht het college juist ook aan deze regionale visie. De besluitvorming in de gemeente Bloemendaal zal plaatsvinden op 16 december aanstaande. De raadscommissies van zowel Haarlem als Heemstede hebben aangegeven dat de regionale bereikbaarheidsvisie een hamerstuk is. •
Wanneer wordt het resultaat van het onderzoek naar de HOV-verbinding van Zandvoort naar Heemstede - Aerdenhout – Hoofddorp verwacht? Antwoord: De provincie Noord-Holland, Vervoerregio Amsterdam en de gemeenten Haarlem en Amsterdam zijn gestart met de studie om een toekomstbeeld te schetsen voor het brede HOVnetwerk aan de westkant van de MRA, zowel voor korte, middellange als lange termijn (<2025, 2030 en 2040). De afgelopen tijd is de potentie voor het HOV-netwerk in kaart gebracht (fase 1) en zijn ontwikkelrichtingen geschetst (fase 2). De vervolgstap (fase 3) is om de verbindingen op de corridor nader te operationaliseren. Ofwel, het systeem in nader detail te vullen met kwantitatieve kenmerken (denk aan lijnvoering, routes, halteringen, dienstregeling/omloop en kosten). De planning op hoofdlijnen is dat de resultaten hiervan Q3 2022 opgeleverd worden. •
Hebben de gemeenten m.b.t. de HOV-verbinding van Zandvoort naar Heemstede Aerdenhout - Hoofddorp v.v. zich gecommitteerd medewerking te geven aan de realisering van deze HOV-verbinding als het provinciale onderzoek daarnaar positief is. Antwoord: De gemeenten committeren zich op het niveau van de visie, als nader te onderzoeken wensbeeld. Als daar een fysiek maatregelenpakket uit voort komt, gelden de gebruikelijke spelregels van de GR over
Kenmerk: 2021/684678
6/7
besluitvorming en financiering.
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris de burgemeester
Kenmerk: 2021/684678
7/7