Raadsvoorstel Zienswijze Ontwerpregeling GR Jeugdregio ZKIJ
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp Ontwerpregeling GR Jeugdregio ZKIJ voor zienswijze raad Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
Behandelvoorstel voor commissie
Relevante eerdere besluiten
2026/34894 Carree, L. 2.2. Voorzieningen jeugd JOS Holleman, A. 06 81067208 aholleman@haarlem.nl De zeven gemeenten in Zuid-Kennemerland en IJmond werken al meerdere jaren samen aan de organisatie van specialistische jeugdzorg. Met de vaststelling van het ontwerp van de ‘Gemeenschappelijke regeling Jeugdregio Zuid-Kennemerland en IJmond’ zetten de colleges een volgende stap in het juridisch en bestuurlijk verankeren van deze samenwerking in een gemeenschappelijke regeling (GR), zoals wordt vereist in de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (WvbJ). De GR maakt het mogelijk om specialistische jeugdzorg regionaal te organiseren, versnippering te verminderen en gezamenlijk te sturen op beschikbaarheid, kwaliteit en continuïteit van zorg voor jeugdigen en gezinnen. Het college stelt het ontwerp van de GR vast en zendt deze aan de raad voor het naar voren brengen van een zienswijze bij het college. Na verwerking van de zienswijzen van alle zeven raden volgt in het najaar de definitieve regeling, waarna de raden verzocht wordt toestemming te verlenen. De ontwerpregeling regelt de inrichting van het openbaar lichaam ‘Jeugdregio Zuid-Kennemerland en IJmond’: governance (AB/DB), taakafbakening, delegatie van bevoegdheden, financieel kader en democratische verantwoording.
Het college stuurt de ontwerpregeling te bespreking aan de raadscommissie en zendt deze aan de raad voor het naar voren brengen van een zienswijze bij het college op grond van artikel 1, derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). De zienswijzetermijn bedraagt acht weken (in ieder geval tot 7 juli 2026). Na verwerking van de zienswijzen van alle zeven raden en de terugkoppeling over de verwerking van de naar voren gebrachte zienswijzen wordt de definitieve Gemeenschappelijke regeling in het najaar aan de raad voorgelegd ter verkrijging van de wettelijke toestemming (artikel 1, vierde lid van de Wgr). - Collegebesluit-Principebesluit GR vorming Jeugdregio ZKIJ (2025/814731) in collegevergadering van 17 februari 2026
1/3
Besluit college d.d. 12 mei 2026
- Raadsstuk-Regiovisie Jeugdhulp IJmond en Zuid-Kennemerland (2021/327598) in de raadscommissie van 14 september 2021 en in de raadsvergadering van 28 oktober 2021 - Raadsstuk-Addendum bij de Regiovisie Jeugdhulp IJmond en Zuid-Kennemerland (2021/596533) in de raadsvergadering van 15 februari 2022 - Raadsstuk actualisering nota Verbonden partijen (2021/83104) in raadsvergadering 20 april 2021 1. Het college van burgemeester en wethouders stelt het voorstel aan de raad vast. 2. Het college van burgemeester en wethouders besluit voorts - voornemens te zijn tot het toetreden tot de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdregio Zuid-Kennemerland en IJmond. - De raad in de gelegenheid te stellen om een zienswijze naar voren te brengen bij het college van burgemeester en wethouders. de secretaris,
Ontwerp-besluit raad d.d. ……….
de burgemeester,
De raad der gemeente Zandvoort, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, Besluit: 1. als zienswijze naar voren te brengen bij het college dat de raad geen wensen en bedenkingen heeft bij het toetreden tot de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdregio Zuid-Kennemerland en IJmond de griffier,
de voorzitter,
1. Aanleiding De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (WvbJ) verplicht gemeenten om per 1 januari 2027 specialistische jeugdhulp regionaal te organiseren via een gemeenschappelijke regeling. Op 17 februari 2026 heeft het college het principebesluit genomen om een gemeenschappelijke regeling te treffen in de vorm van een openbaar lichaam. Alle zeven colleges in de regio Zuid-Kennemerland en
Kenmerk: 2026/34894
2/7
IJmond (ZKIJ) hebben dit principebesluit genomen. Op basis hiervan is een ontwerp van de ‘Gemeenschappelijke Regeling Jeugdregio Zuid-Kennemerland en IJmond’ opgesteld. Het college stelt het ontwerp van de regeling vast en stelt daarbij de raad in de gelegenheid een zienswijze naar voren te brengen bij het college. De ontwerpregeling geeft uitvoering aan deze wettelijke verplichting. Naast de wettelijke noodzaak is regionale samenwerking ook inhoudelijk nodig: de complexiteit van specialistische jeugdzorg, de schaarste aan aanbieders en de schaal waarop contractering, kwaliteitsontwikkeling en monitoring plaatsvinden, maken dat individuele gemeenten deze opgave niet meer zelfstandig kunnen organiseren. Regionale samenwerking draagt bij aan stabiliteit in het stelsel, continuïteit voor jeugdigen en gezinnen en betere sturing op beschikbaarheid en kwaliteit. De ontwerpregeling is het resultaat van een intensief samenwerkings- en voorbereidingstraject met de zeven gemeenten, juridische toetsing en ambtelijke en bestuurlijke afstemming. Het openbaar lichaam wordt verantwoordelijk voor de regionale inkoop en het contractmanagement van specialistische jeugdhulp, zorgadministratie, monitoring en de organisatie van regionale expertteams.
De regeling is gebaseerd op delegatie: colleges dragen bevoegdheden voor deze taken over aan het Algemeen Bestuur, dat deze uitoefent binnen door de colleges en raden gestelde kaders. De gemeenten werken al meerdere jaren samen op het gebied van specialistische jeugdzorg. Sinds 2022 vindt de contractering van regionale jeugdhulp gezamenlijk plaats en werken gemeenten vanuit een gezamenlijke programmastructuur aan de doorontwikkeling van de regionale samenwerking. De nieuwe gemeenschappelijke regeling formaliseert deze samenwerking en zorgt voor een duidelijke juridische en bestuurlijke verankering. 2. Beoogd resultaat Met de vaststelling van de ontwerpregeling zet het college de volgende stap richting een operationele gemeenschappelijke regeling per 1 januari 2027. Na vaststelling door alle zeven colleges start de zienswijzetermijn voor de raden, waarbij zij binnen een termijn van acht weken bij de colleges hun zienswijzen ten aanzien van het ontwerp van de regeling naar voren kunnen brengen. Na verwerking van de zienswijzen volgt de definitieve regeling in het najaar.
Dit traject kent de volgende mijlpalen: – februari 2026: principebesluit in alle colleges (afgerond); – 12 mei 2026: vaststelling ontwerpregeling door colleges, start zienswijzeprocedure raden (8 weken); – 27 mei en 24 juni 2026: regionale raadsinformatiebijeenkomsten; – 7 juli 2026: einde zienswijzetermijn; – vanaf oktober 2026: definitieve regeling door colleges, na toestemming raden; – 1 januari 2027: gemeenschappelijke regeling operationeel.
Kenmerk: 2026/34894
3/7
De oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdregio Zuid-Kennemerland en IJmond (GR Jeugdregio ZKIJ) maakt het mogelijk om specialistische jeugdzorg regionaal te organiseren met meer stabiliteit in contractering, betere sturing op kwaliteit en beschikbaarheid van zorg en een efficiëntere uitvoering van regionale taken. Daarnaast helpt regionale samenwerking om versnippering te voorkomen, kennis en expertise te bundelen en gezamenlijk te leren en te verbeteren. Tegelijkertijd blijft er ruimte voor gemeenten om lokaal accenten te leggen in het jeugdbeleid en de inrichting van preventie en voorliggende voorzieningen. 3. Onderbouwing voorstel 3.1 Hoofdlijnen ontwerpregeling De ontwerpregeling bevat de volgende hoofdelementen: Het college kiest voor een gemeenschappelijke regeling met een openbaar lichaam. Een openbaar lichaam heeft rechtspersoonlijkheid en is gevestigd in Haarlem. In het openbaar lichaam is sprake van een geleed bestuur. Dat wil zeggen dat er een algemeen bestuur (AB) is van zeven leden (per gemeente een collegelid) en een dagelijks bestuur (DB) bestaande uit de voorzitter en maximaal twee andere AB-leden. De stemverhouding binnen het algemeen bestuur is deels gelijk (40%) en deels gewogen naar inwoneraantal (60%), waarbij besluiten worden genomen op basis van een dubbele meerderheidsnorm.
Dit betekent dat zowel een meerderheid van de deelnemende gemeenten als een meerderheid van het stemgewicht is vereist (artikel 8, tweede lid van de GR Jeugdregio ZKIJ). Bevoegdheden voor de wettelijk verplichte taken (inkoop, contractmanagement, zorgadministratie, beleid specialistische jeugdhulp, monitoring, regionale expertteams) worden aan het openbaar lichaam overgedragen door middel van delegatie. Overdracht van bevoegdheden heeft tot gevolg dat het openbaar lichaam deze onder eigen verantwoordelijkheid uitoefent. De colleges kunnen deze bevoegdheden niet meer zelf uitoefenen. De colleges kunnen ter zake van de gedelegeerde bevoegdheden uitsluitend beleidsregels geven. Verordenende bevoegdheden met betrekking tot de Jeugdwet blijven bij de raden. Wat betreft de financiering van het openbaar lichaam worden gemeentelijke bijdragen voldaan op basis van inwoneraantal. De informatievoorziening en verantwoording verlopen via de jaarlijkse rapportage aan raden en ten minste tweemaal per jaar een voortgangsrapportage. Voorafgaand aan de begroting worden de algemene financiële en beleidsmatige kaders (voorjaarsnota) aan de raden gestuurd. De raden worden op grond van de Wgr in de gelegenheid gesteld hun zienswijze ten aanzien van de ontwerp begroting naar voren te brengen.
Ook zijn zienswijzemogelijkheden in de GR Jeugdregio ZKIJ opgenomen ten aanzien van andere voorgenomen besluiten van ingrijpende aard. Van alle wettelijk opgenomen inlichtingenrechten kan door raadsleden gebruik worden gemaakt. Na twee jaar vindt een eerste evaluatie plaats en daarna steeds per vier jaar. Het op grond van artikel 16 jo. artikel 18 van de Wgr bestaande recht van het college om het door hem aangewezen AB-lid ter
Kenmerk: 2026/34894
4/7
verantwoording te roepen en bij gebrek aan vertrouwen ontslag te verlenen, is opgenomen in artikel 23 van de regeling. De raden kunnen hun AB-vertegenwoordiger indirect ter verantwoording roepen via de wethouder (artikel 49 Gemeentewet). Daarnaast blijft het wettelijk recht van de raden gezamenlijk om instelling van een Gemeenschappelijke Adviescommissie te verzoeken (artikel 24a Wgr) van toepassing. Operationele afspraken tussen de GR en de afzonderlijke gemeenten worden vastgelegd in dienstverleningsovereenkomsten op grond van artikel 4, zesde lid van de regeling. De volledige tekst van de ontwerpregeling is opgenomen als bijlage 1. De keuze voor een openbaar lichaam is getoetst aan de Nota verbonden partijen. Hierbij is relevant dat het een wettelijk verplichte GR betreft: de beslisboom over de wenselijkheid van samenwerking is daarmee niet van toepassing, de afweging betreft uitsluitend de keuze tussen de GR-vormen die de wet toelaat. De ontwerpregeling voorziet in expliciete afspraken over ambtelijke samenwerking tussen de GR en de deelnemende gemeenten, zodat bestuurlijke besluiten rusten op gedeelde ambtelijke voorbereiding. Hiermee wordt voorkomen dat afstand ontstaat tussen de GR-organisatie en de gemeentelijke organisaties.
3.2 Governance In het principebesluit dat het college in maart 2026 heeft genomen is vastgelegd dat de structurele rol, verantwoordelijkheid en financiële bijdrage van Zandvoort aantoonbaar en evenwichtig worden geborgd in de governance-structuur. De ontwerpregeling geeft hier op de volgende wijze invulling aan. In het AB heeft Zandvoort op basis van de stemformule (40% gelijk, 60% gewogen) een stemgewicht van circa 8,4%. Voor besluiten over de begroting, de verdeelsleutel en wijziging van de regeling geldt een verzwaarde meerderheid van twee derde. De voorzitter wordt voorgedragen door Haarlem. Het DB bestaat uit maximaal drie AB-leden; conform artikel 14, derde lid van de Wgr mogen DB-leden gezamenlijk nooit de meerderheid van het AB uitmaken. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s – De nieuwe colleges na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 dienen het traject voort te zetten. Dit wordt ondervangen door het reeds genomen principebesluit en door overdrachtsnotities aan de nieuwe colleges. – Onzekerheid over kosten kan de besluitvorming vertragen. De regionale werkgroep Financiën werkt de benodigde middelen en verdeelsleutels uit zodat deze tijdig beschikbaar zijn. – Krappe doorlooptijd: de zienswijzetermijn moet voor het zomerreces eindigen (7 juli). Dit vereist tijdige vaststelling van het ontwerp van de regeling door alle zeven colleges uiterlijk 12 mei 2026.
Bij vertraging verschuift de gehele planning en is 1 januari 2027 niet haalbaar. 4.2 Kanttekeningen
Kenmerk: 2026/34894
5/7
De GR Jeugdregio ZKIJ zorgt voor regionale invulling van de taken op het gebied van specialistische jeugdhulp, waaronder de taken die zijn opgenomen in de WvbJ en taken die daarop aanvullend zijn. Het gaat daarbij om de regionale organisatie van specialistische jeugdhulp, waaronder jeugdhulp met verblijf, pleegzorg, jeugdbescherming en jeugdreclassering, gesloten jeugdhulp, crisisjeugdhulp, forensische jeugdhulp, specialistische jeugd-GGZ, jeugdhulp voor kinderen met een beperking, het regionaal expertiseteam en de regionale monitoring en verantwoording. Andere taken zoals lokale toegang, preventie of basisondersteuning maken geen onderdeel uit van de bevoegdheden die worden overgedragen aan de GR Jeugdregio ZKIJ. Gemeenten houden daarmee ruimte om lokaal accenten te leggen in het jeugdbeleid en de inrichting van voorliggende voorzieningen, aansluitend bij lokale vraagstukken en context. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën De voorbereidingskosten in 2026 worden gedekt binnen het bestaande regionale programma Jeugd. De financiële consequenties van de GR worden in 2026 verder uitgewerkt, zodat gemeenten tijdig inzicht hebben in de structurele kosten voor personeel, bedrijfsvoering en huisvesting vanaf 2027. De verdeelsleutel is gebaseerd op inwoneraantal.
Het dagelijks bestuur stelt binnen drie maanden na inwerkingtreding van de regeling de eerste begroting op (artikel 31, vierde lid). Het algemeen bestuur stelt deze vervolgens vast. Voor begrotingsjaar 2028 doorloopt het algemeen bestuur in 2027 de reguliere planning- en controlcyclus, waarbij de raden de ontwerpbegroting 2028 ten minste twaalf weken voor vaststelling ontvangen voor zienswijze. 5.1 Communicatie Tijdens de voorbereiding in 2026 worden jeugdhulpaanbieders, CJG’s, sociale teams en andere ketenpartners geïnformeerd over het verloop van het traject en de stappen richting de oprichting van de GR Jeugdregio ZKIJ. De communicatie richt zich op duidelijkheid over het proces, de wettelijke context en de momenten waarop veranderingen voor partners of inwoners relevant worden. Intern worden betrokken medewerkers geïnformeerd via de bestaande regionale overlegstructuren en via het programmateam Jeugd. Waar nodig worden aanvullende bijeenkomsten georganiseerd om inhoudelijke of organisatorische gevolgen toe te lichten. Betrekken van de gemeenteraad De raden behouden hun kaderstellende rol op het gebied van jeugdzorgbeleid en ontvangen periodiek informatie over de uitvoering van regionale taken, zodat zij hun controlerende rol effectief kunnen vervullen.
De raad ontvangt de ontwerpregeling waarna de gelegenheid bestaat om een zienswijze bij het college naar voren te brengen (artikel 1, derde lid van de Wgr), met een termijn van acht weken (tot 7 juli 2026). Op 27 mei en 24 juni 2026 vinden regionale raadsinformatiebijeenkomsten plaats voor raadsleden uit alle zeven gemeenten met gemeenschappelijke regelingen als onderwerp. Na verwerking van de
Kenmerk: 2026/34894
6/7
zienswijzen volgt in het najaar het verzoek aan de raad om toestemming te verlenen voor het treffen van de definitieve regeling. 5.2 Participatie De Adviesraad is tijdig betrokken. 5.3 Juridisch De WvbJ verplicht tot regionale samenwerking per 1 januari 2027. De Wgr regelt de procedure: colleges besluiten tot het treffen van de gemeenschappelijke regeling na toestemming van de raden. Het ontwerp van de regeling wordt na vaststelling door de colleges in april/mei 2026 aan de raden voorgelegd voor zienswijzen, waarna in september-oktober 2026 definitieve besluitvorming volgt. De regeling treedt in werking op 1 januari 2027. De werking van de gemeenschappelijke regeling wordt binnen twee jaar na inwerkingtreding voor de eerste keer geëvalueerd (startevaluatie) en vervolgens elke vier jaar, zodat gemeenten gezamenlijk kunnen bezien of de inrichting en werkwijze aansluiten bij de beoogde doelen. 5.4 Planning 12 mei 2026: vaststelling ontwerpregeling door colleges (7x), start zienswijzetermijn. 27 mei en 24 juni 2026: regionale raadsinformatiebijeenkomsten. 7 juli 2026: einde zienswijzetermijn. Augustus 2026: definitieve regeling en begroting 2027 in de colleges Vanaf oktober 2026: toestemming raden (7x). Aansluitend: colleges stellen definitieve regeling, DVO’s en begroting 2027 vast (7x). December 2026: colleges treffen regeling, AB constitueert zich.
1 januari 2027: GR operationeel.
6. Bijlagen 1. Ontwerp ‘Gemeenschappelijke Regeling Jeugdregio Zuid-Kennemerland en IJmond’ 2. Stemverhoudingen GR Jeugdregio ZKIJ 3. Artikelsgewijze toelichting GR Jeugdregio ZKIJ 4. Delegatie en Mandaat 5. Wettelijke verplichtingen GR Jeugdregio
Kenmerk: 2026/34894
7/7