Raadsvoorstel Startnotitie omgevingsprogramma Noordkust
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp Startnotitie omgevingsprogramma Noordkust Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2025/771511 Kloet, J. de 4.2. Economie, Toerisme en cultuur PCM Vliet, M. van der +31641432007 mvandervliet@haarlem.nl Zandvoort heeft de ambitie om 365 dagen per jaar aantrekkelijk te zijn en te blijven. Voor inwoners, ondernemers, organisatoren en bezoekers. Een stevige ambitie die is verwoord in de Omgevingsvisie Zandvoort. De Noordkust is een belangrijk gebied voor het verwezenlijken van de ambities uit de Omgevingsvisie. Dat is een grote opgave. Het gebied is groot en kent veel diversiteit aan functies, voorzieningen, ondernemers, bewoners, bezoekers. De opgaven lopen uiteen en zijn niet in één enkel project te vatten. Bovendien is de gemeente niet alleen aan zet. Ontwikkeling van het gebied is afhankelijk van de medewerking en het initiatief van stakeholders binnen én buiten Zandvoort. De Noordkust heeft dan ook een betekenis die verder rijkt dan Zandvoort alleen. Ontwikkeling van het gebied is daarmee een opgave die decennia in beslag zal nemen en mede daarom om een bepaalde mate van continuïteit vraagt. Dat wordt geregeld in een gebiedsgericht omgevingsprogramma voor de Noordkust. De gemeenteraad wordt gevraagd de startnotitie vast te stellen waarin staat beschreven op welke wijze het omgevingsprogramma wordt vormgegeven.
De raad wordt gevraagd akkoord te gaan met het opstarten van de eerste fase van het proces met als resultaat een ontwikkelperspectief- en strategie, waar €255.000 voor nodig is. Met dit voorstel wordt invulling gegeven aan de toezegging uit 2023 om te komen met een voorstel voor budget herontwikkeling Circuitgebied.
Behandelvoorstel voor commissie
De commissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van het college en over de wijze van agendering van het raadsvoorstel in de raadsvergadering.
Kenmerk: 2025/771511
1/13
Relevante eerdere besluiten
Besluit college d.d. 23 december 2025
- Toeristische visie Zandvoort 2040 en Actieagenda toerisme en recreatie (2024/51998) in raadsvergadering 13 februari 2024 - Omgevingsvisie Zandvoort 365 dagen aantrekkelijk (2021/503631) in raadsvergadering 23 november 2021 Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. Het voorstel aan de raad vast te stellen. de secretaris,
Ontwerp-besluit raad d.d. ……….
de burgemeester,
De raad der gemeente Zandvoort, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, Besluit: 1. De startnotitie voor het omgevingsprogramma Noordkust vast te stellen 2. Het budget van €255.000 voor de eerste fase voor het opstellen van het omgevingsprogramma Noordkust op te nemen in de strategische investeringsagenda 2026 en dit te verwerken in de Voorjaarsnota 2026. de griffier,
de voorzitter,
1. Aanleiding In 2021 heeft de gemeenteraad van Zandvoort de Omgevingsvisie vastgesteld. Daarin is de ambitie verwoord dat Zandvoort 365 dagen per jaar aantrekkelijk wil zijn en blijven. Voor inwoners, ondernemers, organisatoren en bezoekers. De Noordkust is een belangrijk gebied voor het verwezenlijken van de ambities uit de Omgevingsvisie. De ontwikkeling van dit gebied is een opgave die decennia tijd in beslag zal nemen en mede daarom om een bepaalde mate van continuïteit vraagt.
Kenmerk: 2025/771511
2/13
Onder de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden, is de beleidscyclus veranderd en hebben gemeenten andere wettelijke instrumenten. Zo is de structuurvisie vervangen door de omgevingsvisie, de bestemmingsplannen door het omgevingsplan en nota’s, visies, masterplannen etc. door omgevingsprogramma’s. Om de opgave voor de Noordkust richting en continuïteit te geven en de ambities uit de Omgevingsvisie goed door te vertalen, wordt een gebiedsgericht omgevingsprogramma opgesteld. De eerste stap daartoe is deze startnotitie waarmee richting wordt gegeven aan de inhoud van het omgevingsprogramma en is geduid wat de aanpak is om te komen tot het omgevingsprogramma. 2. Beoogd resultaat Het doel is om de Noordkust conform de ambities uit de Omgevingsvisie te ontwikkelen tot een ‘stoer en ondernemend’ deel van Zandvoort: met een metropolitane sfeer, niet te gepolijst, maar juist een beetje ruw, robuust, flexibel en met het hele jaar door levendigheid. Om dat te bereiken wordt gestart met het opstellen van een gebiedsgericht omgevingsprogramma. Het omgevingsprogramma maakt de ambities uit de omgevingsvisie concreter voor de Noordkust en biedt een kader waarbinnen initiatiefnemers van binnen én buiten Zandvoort makkelijker tot ontwikkeling over kunnen gaan.
Het vormt de basis voor concretere uitvoeringsdocumenten zoals het omgevingsplan, programma’s van eisen voor de leefomgeving en omgevingsvergunningen. De eerste fase voor het opstellen van het omgevingsprogramma is het maken van een gedragen ontwikkelperspectief en ontwikkelstrategie. Aan de hand van een aantal scenario’s wordt een uiteindelijk voorkeursscenario samengesteld met de diverse stakeholders die betrokkenheid hebben bij de Noordkust. Dit gedragen ontwikkelperspectief is een ruimtelijk-programmatisch kader voor de verdere ontwikkeling van de onderdelen openbare ruimte, programma en bebouwing in de Noordkust. Met daarbij een strategie hoe die ontwikkeling ook echt tot stand kan komen. Als dat duidelijk is, wordt bekeken of het ontwikkelperspectief met strategie op zichzelf al een voldoende helder kader vormt, en kan fungeren als basis voor vergunningaanvragen en omgevingsplannen door initiatiefnemers. Het kan ook zo zijn dat het nodig is om de milieueffecten van het ontwikkelperspectief in beeld te brengen met een Omgevingseffectrapportage (OER), om zo tot een echt concreet en juridisch geldend omgevingsprogramma te komen, waarvan initiatiefnemers preciezer weten waar ze aan toe zijn. Als dat het geval is, worden de OER en het omgevingsprogramma in de tweede fase opgesteld.
De raad wordt te zijner tijd betrokken in de afweging over het al dan niet starten van de tweede fase, en het inzetten van de benodigde middelen daartoe.
Kenmerk: 2025/771511
3/13
3. Onderbouwing voorstel 3.1 Het opstellen van een omgevingsprogramma voor de Noordkust past binnen de Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie is een aantal deelgebieden geduid, dat tot ontwikkeling moet komen, waaronder de Noordkust. Er is aangegeven dat initiatieven, plannen en projecten gebiedsgericht op worden gepakt, en dat ontwikkel- en beheeropgaven worden geïntegreerd op niveau van deelgebieden. De ambities vertalen we in gebiedsgerichte programma’s. Er zijn voor vijf hoofdthema’s (ookwel aangeduid als ‘de schijf van vijf’) ambities opgenomen voor het gebied, die een uitgangspunt vormen voor het op te stellen omgevingsprogramma: • Economie: een jaarrond bruisend economisch cluster • Samenleving: gastvrij voor allerlei (inter)nationale bezoekers • Ruimte: hoogwaardige uitstraling van bebouwing en routes • Duurzaamheid: innovaties op duurzame energie en circulariteit • Mobiliteit: integreren van auto’s en smart mobility 3.2 Ontwikkeling van de Noordkust vraagt om een samenhangend en gedragen ontwikkelperspectief met ontwikkelpad door de veelheid van belangen, opgaven en stakeholders in het gebied. De ontwikkeling van de Noordkust is niet zomaar een gebiedsontwikkeling of project. Het gebied is groot en kent veel diversiteit aan functies, voorzieningen, ondernemers, bewoners, bezoekers. De opgaven lopen uiteen en zijn niet in één enkel project te vatten.
Bovendien is niet alleen de gemeente aan zet. Ontwikkeling van het gebied is afhankelijk van de medewerking en het initiatief van stakeholders binnen én buiten Zandvoort. De Noordkust heeft dan ook een betekenis die verder rijkt dan Zandvoort alleen. Het strand, de duinen en evenementen trekken jaarlijks grote aantallen bezoekers uit de regio Zuid Kennemerland, Amsterdam en de regio IJmond, en zelfs ook internationaal. Het gebied grenst aan de Kennemerduinen, een van de belangrijkste natuurgebieden in Noord-Holland. Het vormt een leefgebied voor zeldzame soorten zoals duinvogels, zandhagedissen en diverse insecten en is een belangrijke schakel binnen het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Ook speelt de Noordkust een rol in de waterveiligheid voor de regio Zuid-Kennemerland. Het is onderdeel van de primaire waterkering en beschermt het achterland (o.a. Haarlem en Bloemendaal) tegen overstromingen. Deze kust is onderdeel van Rijksprogramma’s zoals het Hoogwaterbeschermingsprogramma en de Kustlijnzorg. Ontwikkeling van het gebied is daarmee een opgave die decennia in beslag zal nemen en mede daarom om een bepaalde mate van continuïteit vraagt. Dat doen we door een gebiedsgericht omgevingsprogramma voor de Noordkust op te stellen. In de startnotitie (zie bijlage 1) staat beschreven hoe naar het omgevingsprogramma wordt toegewerkt.
Kenmerk: 2025/771511
4/13
3.3 Een samenhangend ontwikkelperspectief is nodig omdat het gebied een aantal opgaven en problemen kent die een automatische ontwikkeling naar een jaarrond interessante bestemming belemmeren. De nadruk in het gebied ligt nu vooral op toerisme, met veel aandacht voor het strand en het circuit, maar bezoeken zijn vaak vluchtig en gericht op specifieke evenementen of gerelateerd aan de zonnige zomermaanden (strand, bungalowparken). Er is in de huidige situatie te veel verschil tussen de seizoenen. Het aantrekken van andere (tevens zakelijke) doelgroepen is wenselijk. De Noordkust is een van de laatste gebieden in Zandvoort waar nog ruimte is om functies toe te voegen. Maar een helder ruimtelijk kader hoe deze ruimtelijke ontwikkelingen eruit mogen zien, ontbreekt. Dat is nodig om een kwalitatief goed gebied te maken. Zandvoort is de enige badplaats in Nederland met een treinstation zó dichtbij zee, en toch wordt de boulevard vanaf Bloemendaal tot het centrum gedomineerd door een brede strook verharding voor de doorgaande weg en een grote hoeveelheid parkeerplaatsen. De verbinding tussen het duinlandschap en het strand is daardoor niet optimaal. Ook stroomt het dorp op mooie zomerdagen vol met parkerende strandgasten. Het anders omgaan met mobiliteit helpt om Zandvoort aantrekkelijker te maken.
Bijvoorbeeld door de parkeerplaatsen op de boulevard uit het zicht te onttrekken, meer gebundelde capaciteit op P-De Noord te realiseren en in te zetten op beter gebruik van het openbaar vervoer. Om dat voor elkaar te krijgen is samenwerking tussen diverse partijen (initiatienemers, overheden) nodig. Een gedragen en samenhangend perspectief helpt daarbij. Het gebied de Noordkust is slecht toegankelijk. Het ontbreekt aan goede fiets- en wandelroutes. De openbare ruimte doet rommelig en sleets aan. Ook de bebouwing langs de boulevard laat aan kwaliteit te wensen over. Ingrepen in de openbare ruimte en ontwikkelingen op strategische locaties zijn nodig om van de Noordkust een jaarrond bruisend economisch cluster te maken. Ook kan hiermee een goede en noodzakelijke bijdrage worden geleverd aan klimaatadaptatie en verduurzaming. 3.4 Beleid en regels in de Noordkust sluiten niet goed op elkaar aan en zijn gericht op behoud. Een omgevingsprogramma zorgt ervoor dat ambitie en beleid beter op elkaar afgestemd worden. De Noordkust wordt momenteel gereguleerd door een complexe set van bestemmingsplannen en omgevingsregels die grotendeels een conserverend karakter hebben. Dit betekent dat de bestaande plannen vooral gericht zijn op het behouden van de huidige situatie en slechts beperkt ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen.
De belangrijkste geldende plannen zijn: • Bestemmingsplan Recreatiepark (2011) • Bestemmingsplan Circuitgebied (2005) • Bestemmingsplan Strand en Duin (2009) • Bestemmingsplan Boulevard Noord (2009) • Omgevingsplan Strand (2023)
Kenmerk: 2025/771511
5/13
Deze plannen bevatten veel gedetailleerde regels die vaak niet op elkaar zijn afgestemd. Daardoor ontstaan tegenstrijdigheden tussen verschillende beleidsvelden en regelgeving, wat integrale gebiedsontwikkeling bemoeilijkt. Bovendien zijn de plannen sterk gericht op kleinschalige initiatieven en laten ze weinig ruimte voor grootschalige of innovatieve projecten. Het omgevingsprogramma helpt om lijn te krijgen in dit beleid. 3.5 Het is in principe verplicht een OER op te stellen en dat is kostbaar. Door eerst tot een gedragen ontwikkelperspectief te komen kan deze OER zo (kosten)efficiënt mogelijk worden opgesteld of hoeft deze mogelijk helemaal niet te worden gemaakt. De Noordkust is omgeven door Natura-2000 gebied. Ontwikkelingen in de Noordkust hebben onvermijdelijk milieueffecten op deze gebieden en dus het verplicht een OER op te stellen om tot een juridisch geldig omgevingsprogramma te komen. Om de kosten voor het opstellen van de OER zoveel mogelijk te beperken of zelfs te voorkomen, wordt in de eerste fase van het opstellen van het omgevingsprogramma eerst toegewerkt naar een gedragen ontwikkelperspectief- en strategie. Het is goed mogelijk dat het ontwikkelperspectief met strategie op zichzelf al een voldoende duidelijk kader vormt om vergunningaanvragen en omgevingsplannen door initiatiefnemers af te wegen. Het is dan niet nodig om de tweede fase op te starten.
Er volgt dan ook geen volwaardig omgevingsprogramma, maar het doel van deze exercitie is het tot ontwikkeling brengen van de Noordkust, niet zozeer het vaststellen van een omgevingsprogramma. Als dat niet hoeft om partijen in beweging te brengen en een duidelijke stip op de horizon te hebben, dan is een omgevingsprogramma geen must. Het kan ook zo zijn dat het wél nodig is om de milieueffecten van het ontwikkelperspectief in beeld te brengen met een OmgevingsEffect Rapportage (OER), om zo tot een echt concreet en juridisch geldend omgevingsprogramma te komen, waarvan initiatiefnemers preciezer weten waar ze aan toe zijn. Als dat het geval is, worden de OER en het omgevingsprogramma in de tweede fase opgesteld. Bij het opstellen van de OER wordt sowieso zoveel mogelijk aangesloten bij / gebruik gemaakt van de OER die ten behoeve van de Omgevingsvisie is opgesteld. Er is voor de tweede fase een extra investering nodig. De raad wordt te zijner tijd besluitvormend betrokken in de afweging over het al dan niet starten van de tweede fase, en het inzetten van de benodigde middelen daartoe. Dat brengt een extra processtap met zich mee, waardoor het totale proces om te komen tot een omgevingsprogramma langer duurt. Gezien de financiële investering die ermee gemoeid gaat, heeft dat de voorkeur.
De rol van de raad bij de vaststelling van het omgevingsprogramma is geduid bij onderdeel 5.4 van dit voorstel.
Kenmerk: 2025/771511
6/13
Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s 4.1.1 Gebrek aan interne afstemming en capaciteit De Noordkust is een veelomvattend gebied. Er zijn veel disciplines (mobiliteit, duurzaamheid, economie, natuur) bij betrokken. Dat kan leiden tot versnippering en vertraging. Ook kent het opstellen van een omgevingsprogramma een relatief lange doorlooptijd. Daarom is in de startnotitie aandacht besteed aan de aanpak voor de totstandkoming van het omgevingsprogramma. Er wordt een projectteam Noordkust ingericht met een tweede schil van beleidsadviseurs die minder nauw betrokken hoeven zijn, voorzien van mandaat en duidelijke rolverdeling. De ambtenaren zijn ook al betrokken bij het opstellen van de startnotitie, en dus bekend met het project. Er wordt ambtelijke capaciteit gereserveerd en er wordt budget aangevraagd met dit raadsvoorstel om een ervaren bureau te selecteren die vaker aan vergelijkbare opgaven heeft gewerkt. Het gaat om een bureau met ervaring in het opstellen van ontwikkelscenario’s voor gebieden met een vergelijkbaar schaalniveau en programma als de Noordkust. 4.1.2 Onvoldoende participatie en draagvlak Er zijn veel verschillende partijen die een belang of betrokkenheid hebben bij de Noordkust. Dat maakt dat er een risico bestaat dat bepaalde stakeholders niet of niet op tijd betrokken worden bij de totstandkoming van het omgevingsprogramma.
Het is daarnaast goed voorstelbaar dat partijen niet allemaal hun zin kunnen krijgen door tegenstrijdige belangen. Daarom zijn ten behoeve van de startnotitie al verkennende gesprekken gevoerd met eigenaren en initiatiefnemers in Zandvoort. In de eerste fase van de totstandkoming van het omgevingsprogramma wordt deze verkenning verdiept en verbreed. Onder andere aan de hand van een stakeholder- en krachtenveldanalyse en door nog meer gesprekken te voeren met partijen. Eén van de resultaten van de verkennende fase, is een participatieplan conform het Zandvoorts Ruimtelijk Planproces en het vastgestelde Beleidskader Participatie en zal leiden tot een communicatie- en participatieplan en -kalender.
Kenmerk: 2025/771511
7/13
4.1.3 Onrealistische ambities of scope De veelheid aan functies, programma, stakeholders maken dat het moeilijk kan zijn om focus aan te brengen en in beweging te komen. Het risico bestaat dat het niet lukt concreet te worden, en dat het omgevingsprogramma het visieniveau niet ontstijgt. Daarom is de opdracht om niet alleen scenario’s voor een ontwikkelperspectief te maken, maar ook de strategie en het ontwikkelpad (proces) die erbij horen te duiden. Bij keuze van een voorkeursscenario is dan ook meteen de te volgen ontwikkelstrategie en het te doorlopen proces duidelijk. Zo kan de uitvoering na de keuze voor een voorkeursscenario meteen ter hand worden genomen. En door eerst een aantal scenario’s te schetsen, wordt duidelijk welke ambities goed verwezenlijkt kunnen worden en welke lastiger zijn. Zo kan tot een prioritering gekomen worden. 4.1.3 Financiële onzekerheid of onhaalbaarheid Een aantal voorstelbare maatregelen in de Noordkust zal veel geld kosten. Denk bijvoorbeeld aan het vinden van een betere parkeeroplossing en de herinrichting van de openbare ruimte. Onderdeel van het omgevingsprogramma is daarom het in beeld brengen van de financiële uitvoerbaarheid en slimme samenwerkingsconstructies zoals publiek-private samenwerking. Ook zal gekeken worden naar mogelijkheden voor externe financiering.
Er wordt een meerjareninvesteringsagenda opgesteld met koppelkansen, waarbij de samenwerking wordt gezocht met partijen die middelen kunnen inbrengen en belang hebben bij een goede herontwikkeling. Denk bijvoorbeeld aan de MRA, provincie, het Rijk en Europa. Daarnaast kunnen investeringen in de openbare ruimte die nodig zijn om een project van een initiatiefnemer mogelijk te maken (denk aan wegen, openbare voorzieningen), (deels) gedekt worden door middel van het kostenverhaal. 4.2 Kanttekeningen 4.2.1 Stikstofregelgeving en -rechtspraak is in beweging Wetgeving en rechterlijke uitspraken op het gebied van stikstof kunnen impact hebben op de ontwikkeling van de Noordkust. Nader stikstofonderzoek zal uitwijzen van welke uitstoot in de huidige en toekomstige situatie sprake is en of er ruimte is om bijvoorbeeld intern te salderen of ook andere nabijgelegen projecten te compenseren. Omdat de Noordkust waarschijnlijk een lange ontwikkelhorizon kent, kan in de fasering rekening gehouden worden met de stikstofregelgeving door bijvoorbeeld eerst in te zetten op ontwikkelingen die geen stikstofruimte vragen.
Kenmerk: 2025/771511
8/13
4.2.2 Netcongestie De gevolgen van het overbezette stroomnetwerk in Nederland zijn groot. Voor de Provincie NoordHolland en specifiek Zandvoort wordt steeds duidelijker wat dit betekent voor projecten die een grote of nieuwe stroomcapaciteit vragen. Dit houdt in dat voor ontwikkelingen gevraagde capaciteiten niet of veel later geleverd worden. Daarom is het zaak om de aanwezige aansluitingen te behouden en tot maatwerkafspraken te komen met de netbeheerder Liander. Dit vraagt om vroegtijdig overleg over de toekomstige capaciteitsbehoefte met, en melding van ontwikkelingen bij Liander. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Het omgevingsprogramma Noordkust gaat om een grote ontwikkeling die specialistische kennis vraagt. In de eerste fase ligt de nadruk op het opstellen van een ontwikkelperspectief en -strategie. Voor de inhuur van een bureau met ervaring in dit soort opgaven is afgerond €160.000 geraamd. De dekking van de ambtelijke inzet is deels geborgd binnen regulier werk en deels moet er dekking worden gevonden van €140.000 voor de eerste fase. Tezamen betekent dat een investering van afgerond €300.000. Hiervan is er reeds €45.000 exploitatiebudget beschikbaar in de begroting 2026. Met dit budget kunnen de eerste voorbereidende werkzaamheden worden opgestart.
Het voorstel is om de overige benodigde €255.000 te dekken uit de Strategische Investeringsagenda 2026 die ter besluitvorming naar de raad komt. In de tweede fase is het opstellen van de OER voorzien waarvoor naar schatting €150.000 nodig is, aangevuld met dekking voor €140.000 aan ambtelijke capaciteit. 5.2 Communicatie De startnotitie is de formele start van dit project. Na vaststelling wordt het project op de website van Zandvoort geplaatst en begint de analysefase van dit project. ln de analysefase worden belangrijke stakeholders betrokken bij het proces. De verwachting is dat er tegen het einde van de analysefase een startbijeenkomst kan worden georganiseerd voor bewoners en ondernemers in het gebied. Hier worden het doel en de deelopgaves, het stappenplan en de bouwstenen voor scenario’s voor ontwikkelperspectieven gepresenteerd. Tevens worden er bevindingen op specifieke onderwerpen en thema’s opgehaald bij de aanwezigen.
Kenmerk: 2025/771511
9/13
5.3 Participatie Onder de Omgevingswet bestaan verplichte en vrijwillige omgevingsprogramma’s. Het omgevingsprogramma voor de Noordkust is een vrijwillig omgevingsprogramma. Voor een vrijwillig programma geldt dat participatie verplicht is. Er zijn verschillende eigenaren en initiatiefnemers in de Noordkust, met grotere of kleinere toekomstplannen. Er is investeringsbereidheid bij (een deel van) de strandtenthouders, hoteleigenaren en andere stakeholders. Het is van belang dat er een overkoepelend ontwikkelperspectief komt voor de Noordkust, aan de hand waarvan deze plannen uitgewerkt kunnen worden naar het uiteindelijke eindbeeld voor het gebied. Een dergelijk perspectief ontbreekt nu nog, waardoor deze initiatieven niet goed kunnen worden beoordeeld. Het is belangrijk dat het ontwikkelperspectief in afstemming met deze eigenaren en initiatiefnemers wordt opgesteld, zodat er rekening kan worden gehouden met hun belangen en er een zo gedragen mogelijk ontwikkelperspectief ontstaat. Gezien de nationale en regionale betekenis van de Noordkust, is het ook van belang partijen als de provincie Noord-Holland, MRA, Staatsbosbeheer, PWN, Natuurmonumenten, het Ministerie van IenW en het Ministerie van LVVN, Rijkswaterstaat, de NS en buurgemeenten zoals Bloemendaal te betrekken.
Ook is het interessant om te kijken of er op internationaal/Europees niveau programma’s (en subsidies) zijn die ten goede van de Noordkust kunnen komen. Natuurlijk worden inwoners van Zandvoort ook betrokken, en is het nuttig om bezoekers en toeristen te bevragen. Daarnaast zijn er ook partijen die nog niet actief zijn in de Noordkust, maar die wel een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van het gebied. Denk bijvoorbeeld aan de Watersportbond in relatie tot de ambitie om een watersportcentrum in de Noordkust te realiseren. Welke partijen hier nog meer bij horen, moet de diepere verkenning (1e stap in totstandkoming omgevingsprogramma) uitwijzen. Als onderdeel van de eerste stap om te komen tot een omgevingsprogramma, wordt een verkenning uitgevoerd die de richting uit de startnotitie verder verdiept en verbreedt. Het resultaat van deze stap is een gebiedsanalyse en een overzicht van opgaven, kansen en bedreigingen, en een goed beeld van het stakeholderveld. Ook wordt de participatiestrategie in deze fase uitgewerkt. Dit wordt gedaan conform de Zandvoortse verordening participatie en uitdaagrecht 2024. 5.4 Juridisch Op grond van artikel 3.4 van de Omgevingswet is het college van B&W bevoegd om het omgevingsprogramma vast te stellen. De wet kent hierbij geen besluitvormingsrol toe aan de gemeenteraad.
Gezien de strategische impact van dit omgevingsprogramma is het belangrijk dat de
Kenmerk: 2025/771511
10/13
raad een centrale rol heeft voorafgaand aan de vaststelling door het college, en als er bij afronding van de eerste fase daadwerkelijk voor wordt gekozen om een volwaardig omgevingsprogramma te maken. De raad wordt dan in positie gebracht door de raad te vragen wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Het proces ziet er in dat geval als volgt uit: Nadat het omgevingsprogramma is opgesteld, legt het college van B&W het ontwerpomgevingsprogramma ter inzage. Tijdens deze periode kunnen zienswijzen worden ingediend. Deze zienswijzen kunnen aanleiding geven tot aanpassing van het ontwerp. Vervolgens wordt het ontwerp-omgevingsprogramma aan de raad voorgelegd. De raad wordt gevraagd wensen en bedenkingen ter kennis te brengen van het college. Op basis van de raadsbehandeling kan het college aanpassingen doen. Daarna stelt het college het omgevingsprogramma vast. Het omgevingsprogramma moet worden ontsloten via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Dit is verplicht om het omgevingsprogramma formele rechtskracht te geven. De opmaak is sober en biedt relatief weinig overzicht. Om de toegankelijkheid en leesbaarheid te vergroten, wordt daarnaast een identieke PDF-versie opgesteld met een overzichtelijke en aantrekkelijke vormgeving. 5.5 Planning Na vaststelling van de startnotitie start fase 1 met de analysefase.
Kenmerk: 2025/771511
11/13
Fase 1 – ontwikkelperspectief- en strategie Analyse - 6 maanden De verwachting is dat deze fase in de eerste helft van 2026 kan worden opgestart. Het begint met een uitvraag aan bureaus met (inter)nationale ervaring, die de regie nemen over het ontwerpend onderzoek. Een half jaar later wordt deze fase afgerond, met startbijeenkomst voor bewoners, ondernemers en betrokkenen in en rond het gebied.
Het proces bevindt zich hier
In deze fase wordt alles wat we al weten over de Noordkust, de wensen en belangen van de stakeholders, vertaald naar een eerste ruimtelijk beeld in een gebiedsanalyse. Hiaten in informatie worden aangevuld, bijvoorbeeld door gesprekken met deskundigen of het laten uitvoeren van onderzoeken. Optieverkenning - 6 maanden Op basis van de analyse worden verschillende ontwikkelscenario’s opgesteld. Deze worden besproken met partijen betrokken bij de Noordkust, om zo te ontdekken waar echte kansen liggen, en waar publiek en privaat belang optimaal op elkaar kunnen inspelen. De meest kansrijke opties worden samengevoegd tot een samenhangend ontwikkelperspectief met daaraan gekoppeld een ontwikkelstrategie. Ook in deze fase is een breed participatiemoment voorzien en wordt de raad gevraagd een besluit te nemen over de noodzaak van het starten van Fase 2 om zo tot een juridisch geldend omgevingsprogramma te komen. Fase 2 – OER en opstellen omgevingsprogramma Realisatie (van het omgevingsprogramma) – 1 jaar In deze stap wordt het concept-omgevingsprogramma opgesteld. Dit omgevingsprogramma is een uitwerking van de omgevingsvisie. Voor de omgevingsvisie is een Omgevings Effect Rapportage (OER) uitgevoerd. Voor dit omgevingsprogramma wordt in principe ook een OER opgesteld, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de uitkomsten van de OER voor de omgevingsvisie.
Vaststelling – 3 maanden Het ontwerp-omgevingsprogramma wordt samen met de ontwerp-OER ter inzage gelegd. Een ieder kan zienswijzen indienen. In deze periode wordt ook de raad gevraagd wensen en bedenkingen
Kenmerk: 2025/771511
12/13
kenbaar te maken. Gezien de strategische impact van dit omgevingsprogramma is het belangrijk dat de raad een centrale rol heeft voorafgaand aan de vaststelling door het college. Ingediende zienswijzen en de wensen en bedenkingen van de raad kunnen aanleiding geven om het ontwerp-omgevingsprogramma aan te passen. Daarna stelt het college het programma definitief vast. Het resultaat is een definitief omgevingsprogramma dat digitaal wordt gepubliceerd. Er volgt communicatie met betrokken actoren en, waar nodig, wordt het omgevingsplan aangepast. 6. Bijlagen Bijlage 1. Startnotitie omgevingsprogramma Noordkust
Kenmerk: 2025/771511
13/13