CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek Klaar voor de toekomst? Op weg naar een robuuste Omgevingsdienst IJmond

Gemeenteraad 17 februari 2026, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Rekenkameronderzoek: Klaar voor de toekomst? Op weg naar een robuuste Omgevingsdienst IJmond1.417 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Onderwerp Rekenkameronderzoek: Klaar voor de toekomst? Op weg naar een robuuste Omgevingsdienst IJmond Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

Behandelvoorstel voor commissie

Ontwerp-besluit raad

2026/16973 N.V.T. Zandvoort 6.2. Gemeentelijk bestuur Rekenkamer Zandvoort Rekenkamer Zandvoort griffie@zandvoort.nl De veertien Noord-Hollandse gemeenten en de provincie Noord-Holland die eigenaar én opdrachtgever zijn van de Omgevingsdienst IJmond (OD IJmond) kunnen samen meer doen om deze omgevingsdienst toekomstbestendig te maken. De commissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over de aanbevelingen van de rekenkamer en over de wijze van agendering in de raadsvergadering. Hierbij adviseert de rekenkamer dit rapport in samenhang met de bestuurlijke verkenning van de provincie, gedaan door de heer Onno Hoes, en de besluitvorming over de governance, financieringsstructuur en de toekomstscenario’s van de ODIJ te bespreken. De raad der gemeente Zandvoort,

Besluit vast te stellen: 1. 1. De conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer Zandvoort in het rapport “Klaar voor de toekomst? Op weg naar een robuuste Omgevingsdienst IJmond” vast te stellen. 2. 2. Het college opdracht te geven de volgende aanbevelingen uit te voeren: a. Breng in de sturing op de ODIJ de rollen van opdrachtgever en eigenaar beter in balans. b. Kom tot een betere benutting van het instrumentarium voor de volksvertegenwoordiging. 3. Het college opdracht te geven de raad apart van de P&C-cyclus te informeren over de voortgang van de aanbevelingen vóór april 2027. 3. de griffier, de voorzitter,

Kenmerk: 2026/16973

1/4

1. Aanleiding Op basis van een onderzoek door de Inspectie Leefomgeving en Transport concludeerde het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat dat geen omgevingsdienst voldoende robuust is als het gaat om de VTH-taken (vergunningverlening, toezicht en handhaving). Robuustheid betreft de mate waarin de omgevingsdienst, ook in de toekomst, in staat is zelfstandig zijn opgaven uit te voeren en de continuïteit op primaire taken te borgen. Omgevingsdiensten hebben tot 1 april 2026 om te tonen wel robuust te zijn of te worden. De rekenkamer Heemskerk heeft, op verzoek van de gemeenteraad, de overige rekenkamers in het werkgebied van de Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) uitgenodigd tot een gezamenlijk onderzoek naar de aansturing van de omgevingsdienst en het proces om de omgevingsdienst (voor de middellange termijn) robuust en toekomstbestendig te maken. De centrale vragen in het onderzoek zijn: 1. Worden in de huidige aanpak, om de robuustheid van de ODIJ op de (middel)lange termijn op het gewenste niveau te krijgen, de juiste bouwstenen gebruikt om vertrouwen te mogen hebben in het resultaat? Zo niet, wat ontbreekt? 2.

Hoe is de sturing, inclusief de informatievoorziening, tussen de betrokken bestuursorganen en de ODIJ vormgegeven en uitgevoerd, in welke mate heeft dat bijgedragen aan het huidige tekort aan robuustheid van de ODIJ en op welke wijze kunnen de bestuursorganen op een effectieve manier de ODIJ aansturen en bijdragen aan het versterken van diens robuustheid? De hoofdconclusies zijn: 1. De bouwstenen in het ontwikkeltraject voor een robuuste en toekomstbestendige OD IJmond zijn de herijking van de gemeenschappelijke regeling en governance, herijking van de financieringsstructuur en verkenning van toekomstscenario’s. Uit het onderzoek blijkt dat deze bouwstenen worden gebruikt. Naar oordeel van de rekenkamers gebeurt dit overwegend op een goede wijze. De belangrijkste uitzondering daarop is het omzetcriterium (kpi 1). Daaraan zal op 1 april 2026 niet worden voldaan. De ODIJ legt dat goed onderbouwd aan de deelnemers uit. Op het moment van het schrijven van dit rapport is het nog niet geheel duidelijk hoe de Rijksoverheid hierop zal reageren. Ook is het nog onduidelijk wat de deelnemende gemeenten en provincie als een passende omvang van taken en financiën beschouwen en of zij daarmee voldoen aan het omzetcriterium, zodat de ODIJ voldoende robuust is om provinciale en gemeentelijke ambities en doelen te kunnen realiseren. 2.

De afspraken over de informatievoorziening worden in de praktijk nageleefd, maar de kwaliteit ervan schiet tekort. Documenten worden tijdig opgeleverd en de raden en Staten worden tijdig in positie gebracht om zienswijzen in te dienen. De informatievoorziening aan de raden en Staten is echter kwalitatief (nog) niet op orde. De informatievoorziening zorgt voor een periodieke overdaad aan informatie en is onvoldoende toegankelijk en vaak technisch van aard. Dat

Kenmerk: 2026/16973

2/4

maakt het beperkt mogelijk om goed te monitoren en/of (bij) te sturen op de opdracht en de bijdragen van de ODIJ aan de vastgestelde ambities en doelen. Hierbij speelt ook dat het vooral in de raden en Staten ontbreekt aan een gedeeld beeld van de gewenste kwaliteit van de informatievoorziening. Deelnemers hebben in de afgelopen jaren in gezamenlijkheid te beperkt gestuurd op de continuïteit van de ODIJ. Bestuurlijk eigenaarschap en opdrachtgeverschap worden in de meeste gevallen niet expliciet onderscheiden. Van alle deelnemers heeft alleen de provincie beide rollen ambtelijk en bestuurlijk gescheiden. Tot de start van het ontwikkeltraject in april 2024 lijkt bij de sturing op de ODIJ het opdrachtgeversbelang geprevaleerd te hebben boven het eigenaarsbelang. Vanwege tevredenheid over de nabijheid van de ODIJ en de uitvoering van de afzonderlijke opdrachten is er door deelnemers meer individueel dan collectief gestuurd en is minder aandacht geweest voor de continuïteit van de dienst. Met het huidige ontwikkeltraject rondom de robuustheid en toekomstbestendigheid wordt er binnen het AB meer vanuit collectief eigenaarschap gestuurd op noodzakelijke verbeterpunten binnen de ODIJ. Toch zijn er spanningen tussen de opdrachtgevers- en opdrachtnemersrol, met name op de benodigde inbreng van taken om aan het omzetcriterium (kpi 1) te kunnen voldoen.

Ook voelen raden en Staten zich (nog) niet voldoende betrokken bij de sturing op de toekomst van de ODIJ. De rekenkamer doet daarom de volgende concrete aanbevelingen aan om dit te verbeteren. Aanbeveling 1: Breng in de sturing op de ODIJ de rollen van opdrachtgever en eigenaar beter in balans. Aanbeveling 2: Ontwikkel in samenspraak tussen de ODIJ-organisatie en deelnemers een inwerkprogramma voor nieuwe raadsleden. Aanbeveling 3: Kom tot een betere benutting van het instrumentarium voor de volksvertegenwoordiging. In het raadsbesluit wordt het college opdracht gegeven aanbeveling 1 en 3 uit te voeren. Aan de tweede aanbeveling wordt uitvoering gegeven via het inwerkprogramma voor de nieuwe gemeenteraad. In dit kader wordt een (regionaal) inwerkmoment georganiseerd over regionale samenwerkingen, waarbij ook de griffie van Zandvoort betrokken is. 2. Beoogd resultaat Met dit rapport inzicht te bieden in het proces om te komen tot een robuuste en toekomstbestendige ODIJ en de wijze waarop de sturing, inclusief de informatievoorziening, tussen de betrokken bestuursorganen en de ODIJ plaatsvindt. Dit proces is in beweging, waarbij er naar verwachting in 2026 (verdere) besluitvorming door betrokken gemeenten en de provincie Noord-Holland zal plaatsvinden over de governance, financieringsstructuur en toekomstscenario’s van de ODIJ.

Kenmerk: 2026/16973

3/4

3. Argumenten per beslispunt 1. De conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer Zandvoort in het rapport “Klaar voor de toekomst? Op weg naar een robuuste Omgevingsdienst IJmond” vast te stellen. De rekenkamer voert onafhankelijk onderzoek uit om de controlerende en kaderstellende taak van de gemeenteraad te ondersteunen. Het is daarom van belang dat de raad het rapport met conclusies en aanbevelingen vaststelt. 2. Het college opdracht te geven de volgende aanbevelingen uit te voeren: a. Breng in de sturing op de ODIJ de rollen van opdrachtgever en eigenaar beter in balans. b. Kom tot een betere benutting van het instrumentarium voor de volksvertegenwoordiging. De raad ondersteunt het advies van de rekenkamer door het college opdracht te geven aanbeveling 1 en 3 uit te voeren. Aan de tweede aanbeveling wordt uitvoering gegeven in het inwerkprogramma van de nieuwe raad. 3. Het college opdracht te geven de raad apart van de P&C-cyclus te informeren over de voortgang van de aanbevelingen vóór april 2027. Het college van burgemeester en wethouders is verplicht om een jaarlijkse terugkoppeling aan de raad te geven over de opvolging van aanbevelingen (zie artikel 185a Gemeentewet). Door de raad buiten de P&C-cyclus expliciet te informeren over de voortgang, houdt de gemeenteraad regie op de uitvoering van de aanbevelingen.

Het geeft de mogelijkheid om de opvolging van aanbevelingen te monitoren en hierover het gesprek te voeren met het college. 4. Juridisch kader Gemeentewet Hoofdstuk IVa over de rekenkamer. 5. Financiën Blijft binnen de budgettaire kaders van de rekenkamer. 6. Uitvoering Wanneer de raad instemt met het raadsbesluit, neemt het college de twee aanbevelingen mee in de uitvoering. De raad wordt vervolgens geïnformeerd over de voortgang van de aanbevelingen. 7. Bijlagen 1. Brief van Rekenkamer Zandvoort over Rapport ODIJmond 2. Eindrapport ODIJmond 3. Nota van bevindingen 4. Deelnemers ODIJmond in beeld

Kenmerk: 2026/16973

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16478995/1