Raadsinformatiebrieven 20 december 2023 - 23 januari 2024
Tekst van het document
Raadsinformatiebrieven tussen 20 december 2023 en 23 januari 2024 Nieuw document
Informatienota Rapport en koers voor een duurzame toekomst Spaarne Werkt
Titel
Informatienota Rapport en koers voor een duurzame toekomst Spaarne Werkt
Datum bericht
20-12-2023
Type
Informatienota
Portefeuillehouder
Gert-Jan Bluijs (Wethouder)
Nieuw document
Raadsinformatiebrief Informeren stand van zaken participatie in plaatsing laadpalen gemeente Zandvoort
Titel
Informeren stand van zaken participatie in plaatsing laadpalen gemeente Zandvoort
Datum bericht
22-12-2023
Type
Mededeling aan de raad
Portefeuillehouder
Martijn Hendriks (Wethouder)
Nieuw document
Raadsinformatiebrief Beantwoording schriftelijke vragen CDA over Jeugdzorg
Titel
Beantwoording schriftelijke vragen CDA over Jeugdzorg
Datum bericht
16-01-2024
Type
Mededeling aan de raad
Portefeuillehouder
Lars Carree (Wethouder)
Nieuw document
Raadsinformatiebrief Voortgangsbericht Uitvoering Woonakkoord ZuidKennemerland-IJmond 2021-2025
Titel
Voortgangsbericht Uitvoering Woonakkoord Zuid-Kennemerland-IJmond 2021-2025
Datum bericht
16-01-2024
Type
Mededeling aan de raad
Portefeuillehouder
Martijn Hendriks (Wethouder)
Nieuw document
Raadsinformatiebrief Stand van zaken financiën programma Formule 1 na editie 2023
Titel
Stand van zaken financiën programma Formule 1 na editie 2023
Datum bericht
23-01-2024
Portefeuillehouder
Jan Jaap de Kloet (Wethouder)
Informatienota
Onderwerp Rapport en koers voor een duurzame toekomst Spaarne Werkt Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2023/2004423 Bluijs, G.J. 3.1. Werk WI Lunenburg, M. van 023-5113824 mlunenburg@haarlem.nl Spaarne Werkt biedt een veilige werkomgeving voor een kwetsbare groep inwoners die niet zonder begeleiding de stap naar betaald werk kunnen maken. Het is belangrijk om de continuïteit daarvan te borgen. Door een combinatie van factoren is het voortzetten van de huidige infrastructuur en werkwijze financieel onhoudbaar geworden. Zonder ingrijpen zullen de tekorten bij Spaarne Werkt oplopen. Bovendien staat een aantal werksoorten onder druk omdat er onvoldoende mensen zijn die alle taken kunnen uitvoeren. Mede op basis van het rapport Duurzame Toekomst Spaarne Werkt, zet het bestuur van Spaarne Werkt daarom koers naar een gezonde, moderne en slanke organisatie, waarbij zoveel mogelijk mensen naar een betaalde baan bij een reguliere werkgever worden begeleid. De meest kwetsbare groep die het (nog) niet lukt om bij een reguliere werkgever aan de slag te gaan, kan blijven rekenen op een plek bij Spaarne Werkt. Voor hen blijft een sterke basisinfrastructuur staan die altijd als een vangnet en veilige haven fungeert. Het bestuur kiest daarmee voor een tussenvariant van de in het rapport geschetste scenario’s. Als vervolgstap onderzoekt Spaarne Werkt welke werksoorten er passend, uitdagend en gezond genoeg zijn om te behouden.
Het bestuur heeft daarbij aandacht gevraagd voor het onderzoek naar de mogelijkheid om de Snuffelmug te behouden in relatie tot de gekozen koers. In het eerste kwartaal van 2024 wordt er een gezamenlijke radenbijeenkomst georganiseerd voor de vier gemeenten. Tijdens deze bijeenkomst is er ruimte voor nadere toelichting en gelegenheid voor technische vragen.
Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten
Het college stuurt de informatienota ter kennisname naar de raad. Zienswijze Ontwerpbegroting 2024 Spaarne Werkt raad 20 juni 2023
Kenmerk: 2023/2004423
1/6
Besluit College d.d. 19 december 2023
Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. De informatienota aan de raad vast te stellen. de secretaris,
Kenmerk: 2023/2004423
de burgemeester,
2/6
1. Inleiding Het Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland, Spaarne Werkt, is een belangrijke partner als het gaat om het bieden van werkvoorzieningen voor de doelgroepen Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en (nieuw) beschut werk. Ook verzorgt Spaarne Werkt re-integratietrajecten voor de mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt, banenafspraak en leerwerktrajecten voor jongeren zonder beroeps-of startkwalificatie. Door de komst van de Participatiewet in 2015 is de instroom van de Wet sociale werkvoorziening gestopt. De lijn van de Participatiewet is om zoveel mogelijk mensen bij een reguliere werkgever te plaatsen, waardoor er binnen het Participatiebedrijf steeds minder werkplekken nodig zijn. Dit betekent dat de huidige infrastructuur en de kosten daarvan niet in verhouding staan tot het aantal mensen uit de doelgroep. Deze trend geldt voor alle sociale werkbedrijven in Nederland en blijft zich doorzetten. In het Meerjarenkaderprogramma (MJK) 20222026 heeft Spaarne Werkt daarom een ontwikkelopgave meegegeven om de formatie in lijn te brengen met de krimpende aantallen en veranderende doelgroep. Een aantal ontwikkelingen zorgt ervoor dat het bestuur van Spaarne Werkt nu duidelijke keuzes moet maken over de richting, het tempo en de omvang van die krimp: De groep Wsw stroomt sneller uit dan verwacht.
De instroom van kandidaten voor een re-integratietraject is minder dan verwacht, o.a. door de krapte op de arbeidsmarkt waardoor minder mensen uitkeringsafhankelijk zijn en dus ook minder kandidaten ondersteuning nodig hebben bij het vinden van een reguliere werkplek. De groep met indicatie nieuw beschut heeft over het algemeen meer begeleiding nodig en heeft een lagere loonwaarde dan de groep die valt onder de Wsw. Dit komt omdat de normen voor een indicatie nieuw beschut streng zijn. Als gevolg van deze ontwikkelingen lopen de additionele bijdragen van gemeenten op en zonder bijsturing de komende jaren steeds verder oplopen, wat ook zichtbaar is in de begroting. Dit is aanleiding geweest om begin 2023 het onderzoek Duurzame Toekomst Spaarne Werkt te laten uitvoeren. Vooruitlopend op het onderzoek heeft het bestuur aan Spaarne Werkt daarnaast een taakstelling meegegeven voor de begroting van 2024. Uitgangspunten van het onderzoek, door Berenschot uitgevoerd, is om het werk voor de groep Wsw en mensen met indicatie nieuw beschut te borgen op een financieel verantwoorde manier. De kernvraag voor het rapport is dan ook: ‘naar wat voor soort bedrijf moet Spaarne Werkt toegroeien in de komende jaren?’
Kenmerk: 2023/2004423
3/6
Het rapport schetst hiervoor een viertal scenario’s. Kortgezegd staan de vier scenario’s voor het volgende: Scenario 1: inkrimpscenario Bij dit scenario wordt geen duidelijke richting gekozen voor wat voor type bedrijf Spaarne Werkt in de toekomst moet zijn. Het scenario beperkt zich tot krimpmaatregelen op werksoorten en reintegratie om Spaarne Werkt een financieel gezonde toekomst te kunnen bieden. Scenario 2: bredere, actieve ondersteuning aan de groep anders dan nieuw beschut/Wsw Bij dit scenario worden extra werkplekken gecreëerd voor andere doelgroepen dan Wsw en nieuw beschut. De krimp in dit scenario is het minst groot en vraagt om extra middelen van gemeenten. Scenario 3: Maximaal naar buiten Bij dit scenario ligt de focus op plaatsing van de doelgroepen bij reguliere werkgevers. De infrastructuur is sterk afgeslankt, en qua bedrijfsvoering gezond, omdat ook medewerkers met indicatie nieuw beschut en Wsw zoveel mogelijk gedetacheerd worden of bij een reguliere werkgever op de loonlijst komen. Scenario 4: Bedrijf voor beschut werk In dit scenario biedt Spaarne Werkt enkel nog beschutte werkplekken voor de mensen met een indicatie nieuw beschut. Alle andere diensten, dus ook re-integratie, worden afgebouwd en elders belegd. Het rapport ‘Duurzame Toekomst Spaarne Werkt’ kan niet gelezen worden zonder het bredere perspectief.
Naast Spaarne Werkt zijn er nog andere partners die uitkeringsgerechtigden naar werk of scholing begeleiden. Welke partners dit zijn, verschilt per gemeente. 2. Samenwerking Bij de totstandkoming van het rapport Duurzame Toekomst Spaarne Werkt en de gekozen koers is Spaarne Werkt nauw betrokken geweest. Om een compleet beeld te vormen heeft het bestuur samen met Spaarne Werkt een aantal werkbezoeken aan andere sociaal ontwikkelbedrijven gebracht. Bij de uitwerking van de gekozen koers wordt de OR van Spaarne Werkt ook betrokken. 3. Gekozen koers Op basis van het onderzoek zet het bestuur van Spaarne Werkt koers naar een gezonde, moderne en slanke organisatie, maar wel met een basisinfrastructuur die altijd een veilige haven en vangnet biedt voor de groep mensen die het (nog) niet lukt om bij een reguliere werkgever aan de slag te gaan. Doorgaans zijn dat mensen met een indicatie nieuw beschut of die vallen onder de Wet sociale
Kenmerk: 2023/2004423
4/6
werkvoorziening. Dat betekent dat de infrastructuur weliswaar sterk krimpt en omgevormd moet worden, maar ook dat de organisatie niet helemaal wordt uitgekleed. Het bestuur heeft er daarmee voor gekozen niet volledig aan te sluiten bij één van de door Berenschot uitgewerkte scenario’s, maar te kiezen voor een tussenvariant die aansluit bij de behoeften van de doelgroepen en zekerheid biedt voor een duurzame toekomst. Deze variant doet recht aan de huidige praktijk dat steeds meer mensen met een banenafspraak – met of zonder loonkostensubsidie – een baan vinden bij een reguliere werkgever. Werkgevers staan steeds meer open voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daarbij experimenteert Haarlem/Zandvoort met publiek-private samenwerking, zoals sociaal impact bonds. Het doet ook recht aan de grote diversiteit binnen de doelgroep, omdat het aanbod van Spaarne Werkt lang niet voor iedereen passend is. Tegelijkertijd is het ook waar dat het (nog) niet iedereen lukt om bij een reguliere werkgever aan de slag te gaan. Sommige kwetsbare mensen hebben meer tijd nodig, voor anderen is beschut werk het hoogst haalbare. Spaarne Werk blijft in de gekozen koers voldoende uitdaging en ontwikkelmogelijkheden bieden voor deze mensen. Wat verandert er met deze tussenvariant concreet ten opzichte van de huidige situatie? Een aantal werksoorten krimpen en/of worden afgestoten.
Mensen met een Wsw of indicatie Nieuw Beschut die nu op die werksoorten werken zullen óf meegaan of worden herplaatst op een werksoort die blijft bij Spaarne Werkt. Dat eerste geldt alleen als mensen dat willen en kunnen. Voor deze groep blijft Spaarne Werkt een vangnet. De omvang van de infrastructuur zal uiteindelijk krimpen richting het niveau van de omvang van de doelgroep mensen met een indicatie nieuw beschut en het aantal leerwerkplekken. 4. Consequenties van de keuze 1. Sluit aan bij de bedoeling van de Participatiewet. Inwoners worden naar vermogen zoveel mogelijk begeleid naar een baan bij een reguliere werkgever, hetzij via detachering, hetzij op de loonlijst van de werkgever. Dit sluit aan bij de bedoeling van de Participatiewet. 2. De veilige werkplekken voor kwetsbare inwoners zijn duurzaam geborgd. Spaarne Werkt blijft een veilige haven voor de groep die de stap naar betaald werk (nog) niet kan maken. Voor de groep met indicatie nieuw beschut en Wsw blijft er altijd een plek binnen de infrastructuur van Spaarne Werkt beschikbaar, ook wanneer zij bij een reguliere werkgever aan de slag zijn. Daarmee kan Haarlem/Zandvoort ook altijd voldoen om haar wettelijke taak om te zorgen voor voldoende werkplekken voor beschut. De plekken die ‘vrijkomen’ kunnen tijdelijk ingevuld worden door bijvoorbeeld mensen met een banenafspraak.
Kenmerk: 2023/2004423
5/6
Daarnaast biedt de infrastructuur een veilige omgeving om via een werkstage te wennen aan het arbeidsproces als onderdeel van re-integratie naar betaald werk. Met als doel, waar dat mogelijk is, de stap te kunnen maken naar een reguliere werkgever. 3.De continuïteit van Spaarne Werkt is op termijn geborgd. Door de afslanking en omvorming van werksoorten en de kosten voor re-integratietrajecten weer in lijn te brengen met de kaders uit het MJK, wordt een gezonde bedrijfsvoering op de lange termijn gegarandeerd. Daarmee is een duurzame toekomst geborgd. 4.Er komt een realistisch transitieplan Aan de directie van Spaarne Werkt is gevraagd een transitieplan op te stellen, waarin wordt aangegeven welke werksoorten behouden moeten en kunnen blijven, omdat ze het best passen bij de doelgroepen en financieel haalbaar zijn. Het bestuur heeft daarnaast gevraagd om inzicht te geven in de haalbaarheid van het behoud van de Snuffelmug, gezien het maatschappelijke belang en de variatie in werksoorten. Het tempo waarin de transitie gaat plaatsvinden houdt rekening met de kwetsbaarheid van de doelgroepen. Deze factoren bepalen mede de transitiekosten, die eveneens in het transitieplan worden opgenomen. 5. Vervolg In het eerste kwartaal van 2024 wordt een gezamenlijke raadsinformatiebijeenkomst georganiseerd waarbij een toelichting op het rapport en keuze van het bestuur wordt gegeven.
De bevoegdheid tot het kiezen van deze koers ligt binnen de bevoegdheid van het bestuur en past binnen de financiële kaders. Er is daarom op dat moment alleen gelegenheid tot het stellen van technische vragen. Zodra een datum gepland is, krijgt de raad hiervoor een uitnodiging. 6. Bijlagen 1. Definitieve versie rapport Duurzame Toekomst Spaarne Werkt 2. Meerjarenkaderprogramma Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland 2022-2026
Kenmerk: 2023/2004423
6/6
Raadsinformatiebrief
Onderwerp Informeren stand van zaken participatie in plaatsing laadpalen gemeente Zandvoort Nummer 2023/2058847 Datum college 19 december 2023 Portefeuillehouder Hendriks, M. Programma/beleidsveld 5.1 Openbare ruimte en mobiliteit Afdeling BBOR Auteur J. Ouwens Telefoonnummer 023-5115659 Email jouwens@haarlem.nl Bestemd voor: Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de raad Bijlagen Geen Geachte raadsleden, De elektrische auto is in Zandvoort in opkomst. De 24 laadpalen die momenteel binnen de gemeente staan scoren qua bezetting en prestatie (kilowatturen) boven de norm (>40% bezetting per dag, >1000KwH per maand) die door het gros van de gemeenten en partner MRA-E (samenwerking van overheden in Flevoland, Noord-Holland en Utrecht ten behoeve van stimuleren en faciliteren elektrisch vervoer) voor laadpalen wordt gesteld. Dit bevestigt de behoefte aan meer laadpalen binnen de gemeente. Op dit moment ligt er van 52 inwoners van Zandvoort een aanvraag tot het plaatsen van een nieuwe laadpaal. Deze 52 aanvragers zijn gekoppeld aan in totaal 21 locatievoorstellen voor laadpalen; een laadpaal kan immers door meerdere e-rijders gebruikt worden en heeft altijd twee ingangen. Deze locaties zijn zorgvuldig geselecteerd aan de hand van de daarvoor geldende regels en positie ten opzichte van het woonadres van de aanvragers.
Voor 17 van deze 21 locatievoorstellen is inmiddels een voorgenomen verkeersbesluit opgesteld dat geaccordeerd is door onder andere de verkeerspolitie en in principe klaar is om gepubliceerd te worden. Voordat tot publicatie wordt overgegaan moet echter rekening worden gehouden met een toezegging uit 2017 van het college. Die toezegging behelsde destijds dat bij uitbreiding van het aantal elektrische laadpalen participatie op het niveau van adviseren zou plaatsvinden voor de directe omgeving. Betrokkenen werden met die toezegging in staat gesteld over de locatie van een laadpaal te adviseren, waarna de gemeente een eventuele afwijking goed diende te motiveren. Het gevolg van deze toezegging was echter dat het plaatsingsproces stagneerde en een achterstand in laadpaalaanvragen ontstond. Om met de huidige en toekomstige mobiliteitsontwikkelingen mee te gaan en de Zandvoortse e-rijders, maar ook de bezoekers van Zandvoort, te faciliteren is het van belang dat deze achterstand zo spoedig mogelijk wordt ingelopen. In het plaatsingsproces is de gemeente Zandvoort afhankelijk van een aantal andere partijen: de eerdergenoemde MRA-E, Liander (netbeheerder), Total Energies (huidige concessiehouder) en de
Kenmerk: 2023/2058847
1/2
aannemer die de laadpaal uiteindelijk plaatst. Momenteel kampt Liander met een zeer hoge werkdruk, waardoor het aanvragen van een netaansluiting tot zeven maanden kan duren. Tegelijkertijd stapelen de aanvragen van de Zandvoortse e-rijders zich op en willen we als gemeente daadkrachtig kunnen handelen. Momenteel zijn binnen Zandvoort een aantal locaties geselecteerd voor de plaatsing van een laadpaal. Vanzelfsprekend kan het voorkomen dat omwonenden of andere belanghebbenden het niet eens zijn met de locatie van een laadpaal. Om hieraan tegemoet te komen blijven omwonenden de mogelijkheid houden te participeren in de exacte locatie van de te plaatsen laadpaal. Echter, om het proces omtrent het plaatsen van laadpalen in een hogere versnelling te brengen richten we deze inspraakmogelijkheid anders in dan destijds in 2017 door het college is toegezegd. Bewoners van adressen binnen een straal van 100 meter rondom de voorgestelde locatie worden per brief geïnformeerd over het voorgenomen verkeersbesluit, waarna zij binnen een periode van twee weken tijd hebben om hierop te reageren. Wanneer een omwonende aangeeft het niet eens te zijn met een voorgenomen besluit wordt door de gemeente Zandvoort gekeken welke argumenten hiervoor worden aangevoerd. Indien nodig wordt het voorgenomen besluit aangepast. Na het verstrijken van deze twee weken wordt het verkeersbesluit gepubliceerd.
In alle gevallen blijven de wettelijke bezwaartermijn van zes weken op een gepubliceerd verkeersbesluit, en de verschillende juridische beroepsmogelijkheden, van kracht. Bovenstaande werkwijze stroomlijnt het plaatsingsproces van laadpalen. De locatie van de te plaatsen laadpaal wordt dan weliswaar niet samen met omwonenden bepaald, maar wel worden zij geïnformeerd wanneer een dergelijke locatie is geselecteerd. Hierna hebben omwonenden nog steeds de mogelijkheid om hierover een eventuele zorg te uiten zonder hiervoor volledig in beroep te hoeven gaan. De nieuwe werkwijze en processen omtrent de plaatsing van laadpalen, wordt vastgelegd in het nog op te stellen laadpalenbeleid. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris
de burgemeester
Kenmerk: 2023/2058847
2/2
Raadsinformatiebrief
Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen CDA over Jeugdzorg Nummer 2024/27548 Portefeuillehouder Carree, L. Programma/beleidsveld 2.2 Voorzieningen Jeugd Afdeling JOS Auteur S. Termorshuizen Telefoonnummer 023-5114876 Email stermorshuizen@haarlem.nl Bestemd voor:
Datum college 16 januari 2024
Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de gemeenteraad.
Bijlagen Geachte raadsleden, Op 6 december 2023 heeft de fractie van het CDA schriftelijke vragen gesteld inzake de jeugdzorg. Met deze brief geven wij antwoord op deze vragen. Hieronder wordt de vraag steeds cursief weergegeven waarna het antwoord van het college volgt.
1. Is het college op de hoogte van de berichtgeving over de jaarbudgetten en wachtlijsten voor jeugdzorg in de artikelen van het Haarlems Dagblad van 2 december 2023? Graag een inhoudelijke reactie. Antwoord: Het college is op de hoogte van de berichtgeving en is reeds bekend met de signalen die in dit bericht worden weergegeven. In 2023 zijn wij in de jeugdhulpregio’s Zuid-Kennemerland en IJmond gestart met een nieuwe inkoop voor de jeugdhulp. Hierbij is gekozen voor een systeemwijzing met een nieuwe wijze van financieren. Door deze wijze van financieren, namelijk het beschikbaar stellen van een lumpsum budget, is het aan de consortia om te kiezen wanneer welke zorg wordt ingezet. Wij zijn sinds 2023 regionaal in gesprek met de consortia om zo goed mogelijk sturing te geven aan het nieuwe jeugdhulpstelsel en de signalen, die nu ook in het artikel naar voren komen, te adresseren. Ook in 2024 zullen we deze gesprekken voortzetten. 2. Zijn er signalen geweest van andere consortia in de regio die vergelijkbare financiële problemen ervaren, en zo ja, welke zijn dat? Antwoord: De vier consortia hebben allen hun eigen profiel en daardoor ook uitdagingen. Dit leidt er ook toe dat er verschil zit in de aanpak en dat voor sommige consortia de nieuwe werkwijze, passend bij de lumpsum financiering, een grotere opgave is om eigen te maken dan voor een ander consortium.
De gemeente werkt er samen met de consortia hard aan om hen zoveel mogelijk te helpen waar mogelijk. Betreffende het budget
Kenmerk: 2024/27548
1/3
per consortium kan gesteld worden dat alle vier de consortia dit volledig benutten. Wat het college betreft is dit ook de bedoeling. 3. In welke mate is er sprake van samenwerking tussen de gemeente en consortia om financiële problemen te voorkomen? Antwoord: De consortia en gemeenten zijn vorig jaar een nieuwe, intensieve samenwerking gestart. Wij zijn gedurende het jaar door de consortia op de hoogte gehouden van de (financiële) prestaties, maar pas in de tweede helft van het jaar werden de resultaten echt zichtbaar. Hierin hebben we elkaar ondersteund en geholpen met het maken van moeilijke keuzes. 4. Is het college het met onze fractie eens dat meer regie over de consortia gewenst is? Antwoord: Nee, het college vindt dat er momenteel voldoende regie op de jeugdhulp is in Zandvoort en ook de regio’s Zuid-Kennemerland en IJmond. Voorbeeld van deze regie is het centrale projectteam voor de implementatie van de jeugdhulp, dat weer ondersteund wordt door verschillende inhoudelijke werkgroepen (bijvoorbeeld betreffende onderwerpen zoals toegang, bekostiging, onderwijs, sturing & monitoring). Een belangrijke wijziging in het nieuwe systeem is de samenwerking in strategisch partnerschap, wat inhoudt dat de gemeente ook een andere rol aanneemt dan in het verleden.
Hierin past een centrale regie rol voor de gemeente niet, maar kijken we vooral vanuit samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid naar de oplossing van problemen. 5. Wat zijn de gevolgen voor de continuïteit van lopende jeugdhulptrajecten binnen onze gemeente als gevolg van de budgetbeperkingen? Antwoord: De continuïteit van trajecten is altijd geborgd, omdat het budget nooit leidend kan zijn om trajecten af te sluiten. Het is de continuïteit van die trajecten die consortia juist voorzichtig maakt om nieuwe trajecten te starten. Hierdoor kan het ook voorkomen dat een geschatte wachttijd in realiteit minder is, omdat uit wordt gegaan van conservatieve inschattingen. 6. Welke maatregelen treft de gemeente om de continuïteit en kwaliteit van jeugdhulp te waarborgen, ondanks de financiële uitdagingen bij Sparq en mogelijk andere consortia? Antwoord: De gemeenten in onze jeugdhulpregio’s zijn continu in overleg met de consortia om de jeugdhulp te sturen, ontwikkelen en innoveren. Dit doen wij door middel van contractmanagementgesprekken, inhoudelijke werkgroepen, bestuurlijke overleggen, etc. Het doel is om met elkaar zo goed mogelijke jeugdhulp te leveren binnen de bestaande financiële kaders. Door de signalen van onder andere SPARQ zijn deze overleggen geïntensiveerd waar nodig.
Kenmerk: 2024/27548
2/3
7. Welke relatie ziet het college tussen de aanhoudende wachtlijsten bij Veilig Thuis, zoals genoemd in het rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, en de problemen met wachtlijsten en budgetten in de jeugdhulp? Antwoord: Het college is bekend met de wachtlijsten bij Veilig thuis. Het is een feit dat (vrijwel) alle partners in de jeugdhulp een wachtlijst hebben. Deze wachtlijsten staan allen in relatie tot elkaar, wat betekent dat als er ergens een wachtlijst oploopt, andere partijen hier ook iets van merken. Daarom werken wij er met alle partners hard aan om de wachttijden zoveel mogelijk te beperken. Juist de nieuwe wijze van inkopen geeft op termijn ruimte om op een andere wijze de jeugdhulp in te richten, waardoor uiteindelijk ook wachttijden zullen gaan teruglopen. Aan de andere kant is het een feit dat wachtlijsten er altijd zijn geweest. Er wordt hard gewerkt om hierin positieve verandering te brengen, maar dit kost tijd.
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,
de burgemeester,
Kenmerk: 2024/27548
3/3
Raadsinformatiebrief
Onderwerp Voortgangsbericht Uitvoering Woonakkoord Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2025 Nummer 2023/2117701 Datum college 16 januari 2024 Portefeuillehouder Hendriks, M. Programma/beleidsveld 4.1. Ruimtelijke ontwikkeling Afdeling ECDW Auteur T. Tichelaar Telefoonnummer 023-5114840 Email ttichelaar@haarlem.nl Bestemd voor:
Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de Raad.
Bijlagen
1. Voortgangsbericht Uitvoering Woonakkoord Zuid-Kennemerland/IJmond 20212025’. 2. Bijlage bij Voortgangsbericht: ‘Verslag Samen aan zet met het Woonakkoord Zuid-Kennemerland IJmond 29 juni 2023.
Geachte raadsleden, Het Woonakkoord Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2025 “Samen bouwen aan een toekomstbestendige regio” is op 23 maart 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Bij de vaststelling van het Woonakkoord is aangegeven dat halverwege de looptijd van het Woonakkoord een bijeenkomst met stakeholders wordt georganiseerd om over de voortgang van de uitvoering van het Woonakkoord en onderlinge samenwerking te spreken. Met het voortgangsbericht (zie bijlage) wordt u geïnformeerd over welke resultaten tot nu toe zijn bereikt, nieuwe ontwikkelingen en hoe we verder willen gaan met de uitvoering. Tussenevaluatie We zijn nu halverwege de looptijd. Op 29 juni 2023 is de bijeenkomst ‘Samen aan zet met het Woonakkoord Zuid-Kennemerland/IJmond - Tussenevaluatie Woonakkoord’ georganiseerd. Met belanghouders is tijdens deze bijeenkomst besproken of we nog op de juiste koers zitten. Hoewel de woningmarkt en het Rijksbeleid flink in beweging zijn, hebben de portefeuillehouders Volkshuisvesting Zuid-Kennemerland/IJmond op basis van de uitkomsten van deze bijeenkomst geconcludeerd, dat er momenteel geen aanleiding is om het Bestuursakkoord of de Uitvoeringsagenda aan te passen. De regionale doelen zijn op hoofdlijnen nog actueel.
Wel zijn er enkele accentverschuivingen in de Uitvoeringsagenda om beter aan te sluiten bij de veranderingen in regelgeving en actuele ontwikkelingen op de woningmarkt. Sommige acties in de Uitvoeringsagenda worden belangrijker, worden anders opgepakt of minder urgent. De accentverschuivingen geven geen aanleiding om de Uitvoeringsagenda aan te passen. De accent verschuivingen zijn:
Kenmerk: 2023/2117701
1/4
De woningbouwafspraken van het Woonakkoord zijn verhoogd voor de Woondeal MRA. In het Woonakkoord is de netto regionale groei van mínimaal 11.650 woningen opgenomen. De ambities zijn verhoogd naar een woningbouwproductie van 18.350 woningen, conform de opgenomen aantallen in de Woondeal MRA (met vermelding van randvoorwaarden). Deze passen binnen de afspraken van het Woonakkoord en de ambities van gemeenten om meer woningen toe te voegen. Voor de gemeente Zandvoort passen de opgenomen aantallen in het Woonakkoord bij de vastgestelde Zandvoortse ambitie om tot eind 2030 750 woningen toe te voegen aan de woningvoorraad. De betaalbaarheidsafspraken van Woonakkoord worden mede vanuit de Woondeal MRA opgepakt. In het Woonakkoord staan afspraken om 30% sociale huur te bouwen en middensegment toe te voegen. De afspraak vanuit de Woondeal MRA gaat uit van twee derde betaalbaar. Deze afspraak wordt op regionaal niveau van Zuid-Kennemerland/IJmond en voor elk van de gemeenten in 2023 en 2024 uitgewerkt, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de lokale situaties. De Woondeal MRA zet in op spreiding van de sociale voorraad, zoals ook opgenomen in het regionaal Woonakkoord. De gemeente Zandvoort voldoet met haar woningbouwprogramma (30-50-20) ook aan de norm om bij nieuwbouw tenminste 30% sociale huur te realiseren en de realisatie van twee derde deel betaalbare nieuwbouw.
De duurzaamheidsafspraken in het Woonakkoord worden op andere tafels nader uitgewerkt. In de praktijk bleek dat de acties op het gebied van duurzaamheid uit de Uitvoeringsagenda van het Woonakkoord overlappen met andere initiatieven. Belangrijk zijn onder meer diverse MRA convenanten (toekomstbestendige woningbouw, houtbouw), de Regionale Energiestrategie (RES) en de regionale samenwerking op duurzaamheid in Zuid-Kennemerland/IJmond. De voornemens in de Uitvoeringsagenda zijn momenteel on hold gezet om dubbel werk te voorkomen. Kennisuitwisseling tussen ambtenaren wonen en/of duurzaamheid blijft. De samenwerking binnen de regio Zuid-Kennemerland/IJmond met de provincie, corporaties en de MRA blijft gehandhaafd en versterkt met zorg- en welzijnspartners. Regiogemeenten Zuid-Kennemerland/IJmond (waaronder Zandvoort), provincie Noord-Holland en MRA zijn met elkaar in gesprek over de veranderende rollen in het kader van de Woondeal MRA en het landelijk woonbeleid. De blik is daarbij gericht zowel op de eerstvolgende jaren als op de langere termijn. De regio Zuid-Kennemerland/IJmond gaat na, samen met de provincie, wat het nieuwe coalitieakkoord van de provincie Noord-Holland betekent voor het bereiken van de doelen in het Woonakkoord. Naast de samenwerking met de regionale corporaties, wordt ook het netwerk met zorg- en welzijnsorganisaties versterkt.
Voor de uitvoering van het Woonakkoord gelden de volgende randvoorwaarden: Uitvoering Woonakkoord vraagt capaciteit en middelen van gemeenten en betrokken partners. Realisatie van de acties uit het Woonakkoord is afhankelijk van beschikbaarheid van middelen, capaciteit binnen gemeenten, betrokkenheid van partners, economische en andere omstandigheden. De aanwezige gemeentelijke capaciteit wordt verdeeld over lokale en regionale werkzaamheden. Hoeveel en hoe snel de acties uit de Uitvoeringsagenda kunnen worden uitgevoerd, is afhankelijk van
Kenmerk: 2023/2117701
2/4
de ambtelijke regionale inzet en het beschikbare budget. Vanuit het Provinciale Woonfonds is een programma manager Woonakkoord ingeschakeld om gemeenten te ondersteunen in de uitvoering. De noodzakelijke randvoorwaarden voor verhoogde woningproductie worden actief geagendeerd. De verhoogde woningbouwproductie van de Woondeal MRA, die passend is in de afspraken van het Woonakkoord, is wel een extra uitdaging in deze regio met een grote woningvraag, beperkte beschikbare ruimte en hoge grondprijs. Om deze aantallen te kunnen realiseren, dient een aantal knelpunten te worden aangepakt, zoals stikstofproblematiek, geluid, energie-infrastructuur, water en bodem, betaalbaarheid, mobiliteit, verduurzaming, ondersteuning van locaties en uitvoeringscapaciteit. De MRA geeft in gesprekken met het Rijk ook aan dat de verhoogde woningbouwproductie alleen kan bij aanpak van de randvoorwaarden, zoals geformuleerd in de Woondeal MRA. De MRA heeft daarnaast halfjaarlijks gesprekken met de Minister over de Woondeal MRA en de randvoorwaarden. In de MRA versnellingstafels komt dit ook ter sprake. Het toevoegen (en behoud) van betaalbare woningen vraagt extra inzet en afstemming in de regio binnen de beschikbare mogelijkheden.
De gemeenten van Zuid-Kennemerland/IJmond (waaronder Zandvoort) zetten zich via het Woonakkoord in voor het toevoegen van meer betaalbare huurwoningen en middensegment (koopen huur)woningen. Een deel van deze regio, vooral IJmond, heeft al veel betaalbare woningen waardoor toevoegen van duurdere woningen van belang is voor meer diverse en veerkrachtige wijken. De gemeenten Beverwijk en Heemskerk pakken dit doel gezamenlijk op. Om de bouw van twee derde betaalbare woningen te kunnen realiseren, conform de Woondeal MRA, zetten de gemeenten in ZuidKennemerland/IJmond extra in om kennis te delen, monitoren met de regionale woningbouwmonitor en zoeken regionaal naar extra mogelijkheden van afstemming van het instrumentarium sturen op betaalbare woningbouw, zoals onder andere Zandvoort al toepast met de nota ‘Spelregels voor nieuwbouw sociale huur en middensegment’, zodat de sturing regionaal eenduidiger en effectiever wordt richting corporaties en marktpartijen. Afstemming is nodig bij de ontwikkeling van woonzorgvisies op diverse schaalniveaus. Het gelijktijdig werken aan woonzorgvisies op diverse schaalniveaus vraagt extra afstemming tussen de diverse schaalniveaus en tussen alle betrokken partners. De MRA is een van de koploperregio’s binnen het landelijk programma ‘Een thuis voor Iedereen’.
Eén van de sporen waar aan gewerkt wordt, is de ontwikkeling van een woonzorgvisie op schaal van de MRA. Op regionaal niveau werken de regiogemeenten vanuit het Woonakkoord ook aan een regionale woonzorgvisie enerzijds om gemeenten te faciliteren met kennis en een handreiking, en anderzijds om het gesprek met elkaar te voeren over fair share. In de lokale woonzorgvisies/ actieprogramma’s wonen en zorg maken gemeenten helder wat er nodig is aan huisvesting en ondersteuning voor de verschillende aandachtsgroepen en ouderen.
Kenmerk: 2023/2117701
3/4
Vervolg De portefeuillehouders Volkshuisvesting Zuid-Kennemerland/IJmond zijn gemandateerd voor de uitvoering van de Uitvoeringsagenda van het Woonakkoord. De integrale voortgang van de uitvoering van het Woonakkoord wordt minimaal één keer per jaar in het Portefeuillehoudersoverleg Volkshuisvesting van de regio Zuid-Kennemerland/IJmond geagendeerd. Daar wordt ook besproken of er verbeteringen mogelijk zijn in de onderlinge samenwerking in aanwezigheid van de provincie. Bij mogelijke knelpunten over het nakomen van de afspraken, informeren alle gemeenten en de provincie elkaar ook tussentijds actief. Mochten er zich gedurende de verdere looptijd van het Woonakkoord onverhoopt grote wijzigingen gaan voordoen, die niet meer passend zijn binnen de gemaakte regionale afspraken met elkaar, dan worden deze besproken in het Portefeuillehoudersoverleg Volkshuisvesting Zuid-Kennemerland/IJmond en wordt de raad zo spoedig mogelijk geïnformeerd. Verder blijft door de regiogemeenten Zuid-Kennemerland/IJmond bij de provincie en de MRA het pleidooi gehouden voor lokale inbreng en afspraken op het niveau van ZuidKennemerland/IJmond, zoals het Woonakkoord, ook ná 2025. De regionale samenwerking is immers veel meer dan de uitwerking van de Woondeal MRA. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris de burgemeester
Kenmerk: 2023/2117701
4/4
Raadsinformatiebrief
Onderwerp Stand van zaken financiën programma Formule 1 na editie 2023 Nummer 2024/105985 Datum college 23 januari 2024 Portefeuillehouder Kloet, J.J. de Programma/beleidsveld 4.2 Economie, toerisme en cultuur Afdeling PG Auteur K. Sweering Telefoonnummer 023-5115746 Email ksweering@haarlem.nl Bestemd voor: Gemeenteraad van Zandvoort: financiële informatie over Formule 1-evenement Bijlagen Was-wordt overzicht 2023 Geachte raadsleden, Wij willen u met deze brief informeren over de financiën van het Formule 1-project. Wij heb ben op dit moment een volledig overzicht van de uitgaven voor de editie in 2023. Dit is meteen de fina nciële afronding van het projectbudget dat u voor de eerste drie edities beschikbaar heeft gesteld. De financiële verantwoording van alle kosten zal uiteraard worden meegenomen in het jaarverslag 2023. De uitgaven vallen binnen het door u beschikbaar gestelde budget en binnen de eerder geraamde uitgav en voor deze jaarschijf. In deze raadsinformatiebrief vindt u een nadere toelichting van de kosten en opbrengsten in 2023 en het totale projectbudget in de periode 2019-2023. is € 300.000 000 is bedoeld Kosten Voor 2023 is vooraf ingeschat dat er € 1.018.000 nodig is voor alle voorbereidingen. Daarvanatie, facilitaire bedoeld voor de bijdrage van de gemeente aan het mobiliteitsplan en de side events, € 718. n in 2023.
voor de (extra) organisatiekosten, zijnde citymarketing, personele inzet, monitoring & evalu kosten en onvoorzien. In onderstaande tabel vindt u een overzicht van de werkelijke uitgave
A. Bijdrage mobiliteit B. Bijdrage side-events Subtotaal bijdrage D. Citymarketing E. Procesmanager F1 F. Personele capaciteit G. Onvoorzien/facilitaire zaken H. Monitoring & Evaluatie Subtotaal organisatiekosten Totaal extra kosten gemeente
Geraamde kosten 2023 € 200.000 € 100.000 € 300.000 € 25.000 € 75.000 € 543.000 € 50.000 € 25.000 € 718.000 € 1.018.000
Werkelijke kosten 2023 € 167.000 € 100.000 € 267.000 € 25.000 € 59.000 € 492.000 € 35.000 € 30.000 € 641.000 € 908.000
Kenmerk: 2024/105985
1/3
Met dit positieve resultaat Is er een restant van € 225.000 op het beschikbare budget voor de jaarschijf 2023 (€ 1.133.000). De taakstelling van de gemeenteraad (€ 200.000 binnen het beschikbaar gestelde projectbudget van € 4,8 miljoen) was al in 2022 volledig gerealiseerd. Dat betekent het volgende voor de gehele periode 2019-2023: Samenvatting F1-budget 2019-2023 Beschikbaar gestelde budget F1 2019-2023 Aanvullend budget Coronafonds (2020-2022) Gemaakte kosten bijdragen Gemaakte kosten organisatie Restant budget
€ 4.848.000 € 605.000 - € 1.521.000 -€ 3.329.000 € 603.000
Voor de volledigheid treft u als bijlage bij deze raadsinformatiebrief het afrondende was-wordt-overzicht. Er vloeit € 603.000 terug naar de algemene middelen van het beschikbaar gestelde budget uit de SIA. Dit betekent dat van de extra onttrekking uit de SIA van € 988.000 (raadsbesluit 20 april 2021) daadwerkelijk € 290.000 wordt onttrokken. Hieronder een korte toelichting over de kosten voor 2023: - De uitgaven voor Mobiliteit (circa € 167.000) betreffen de afgesproken bijdrage aan DGP voor het mobiliteitsplan en de bijdrage aan ProRail. Daarnaast zijn uitgaven gedaan voor het opstellen van alle verkeersbesluiten. - De uitgave aan Stichting Zandvoort Beyond is voor 2023 vastgesteld op € 100.000. - Voor citymarketing en citydressing waren de uitgaven dit jaar € 25.000. Dit bedrag is besteed aan de aankleding van Zandvoort door middel van onder andere vlaggetjes, banieren en een nieuwe selfiespot op het Badhuisplein. - Voor interne en externe personele capaciteit en deskundigheid waren de kosten in 2023 circa € 551.000 (post E en F samen). Het gaat om de kosten die gemaakt zijn naast de reguliere inzet en out-of-pocket kosten van de verschillende afdelingen. Het gaat om alle thema’s: mobiliteit, veiligheid, vergunningen, communicatie, omgevingsmanagement en juridische zaken, inclusief het programmamanagement en de ondersteuning.
- Aan monitoring en evaluatie is circa € 30.000 besteed. Het gaat om parkeerdrukmetingen tijdens het evenement, dronedetectie en de extra inzet van stewards ten behoeve van de openbare orde en veiligheid. De kosten voor de interne en externe personele inzet die besteed wordt aan evalueren is opgenomen in de hierboven genoemde organisatiekosten. - De onvoorziene en facilitaire uitgaven waren circa € 35.000. Het gaat om communicatie-uitingen, extra kosten in 2023 i.v.m. de samenloop met Mysteryland, het mediacentrum en overige operationele kosten tijdens de Formule 1.
Kenmerk: 2024/105985
2/3
Buiten de capaciteit en kosten die betaald worden uit het programmabudget (ca. 5 fte), vraag de Formule 1 ook inzet van de reguliere capaciteit van de organisatie. Het gaat onder andere om de inzet van de projectleider side events van ECDW en de projectleider vergunningen van VTH, (parkeer)handhavers, woordvoerder en redacteuren, facilitaire zaken voor extra opening raadhuis, adviseurs openbare orde en veiligheid, plantoetsers en toezichthouders vergunningen, adviseurs parkeervergunningen voor de doorlaatbewijzen, regisseur openbare ruimte, adviseur duurzaamheid en juridische ondersteuning (centraal en per afdeling). Deze inzet is bij elkaar nog eens ruim 4 fte per jaar. De organisatie houdt rekening met de inzet voor de Formule 1 in de reguliere werkplannen van de afdelingen. Zonder deze inzet is het niet mogelijk om het evenement in Zandvoort veilig, bereikbaar en feestelijk te laten verlopen. Opbrengsten Voor het jaar 2023 is een aantal dekkingsbronnen opgenomen om bovengenoemde kosten te dekken. Deze dekkingsbronnen zijn in de werkelijkheid grotendeels gelijk gebleven aan de raming. De toeristenbelasting van de tijdelijke camping van DGP was gelijk aan de verwachtingen, met een deel voor bezoeker en een deel voor de crew.
De kosten voor DGP voor het gebruik van parkeerplaatsen in Zandvoort is verhoogd toen de precieze op- en afbouwperiode en aantallen parkeerplaatsen bekend werden tijdens de operationele voorbereidingen (€ 116.000 in plaats van € 100.000). De compensatie van gederfde inkomsten staat in de begroting bij de parkeerinkomsten van Zandvoort. Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris
de burgemeester
Kenmerk: 2024/105985
3/3