CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief Gevolgen meicirculaire 2021

Gemeenteraad 22 juni 2021, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Voorjaarsnota 2021 en Meerjarenperspectief grondexploitaties 20212.246 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Onderwerp Gevolgen meicirculaire 2021 Nummer 2021/333490 Datum college 17 juni 2021 Portefeuillehouder Bluijs, G.J. Programma/beleidsveld 7.2 Algemene dekkingsmiddelen Afdeling CC Auteur M. Welsink Telefoonnummer 023-5113887 Email mwelsink@haarlem.nl Bestemd voor: Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de Raad. 1. Inleiding Alle gemeenten samen ontvangen van het Rijk per jaar ongeveer € 34 miljard uit het gemeentefonds. Dat geld wordt via de algemene uitkering (€ 28 miljard) en een aantal doeluitkeringen verdeeld over de gemeenten. Het Rijk maakt de verdeling bekend via meerdere circulaires per jaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Op 31 mei 2021 is de meicirculaire ontvangen en deze Raadsinformatiebrief informeert de raad over de (financiële) gevolgen. 2. Kernboodschap De uitkering vanuit het gemeentefonds neemt voor de jaren 2021 tot en met 2025 toe. De voornaamste oorzaken hiervoor zijn de actualisatie van de hoeveelheden in de maatstaven voor Zandvoort, de ontwikkeling van de landelijke aantallen en de extra middelen voor Jeugdzorg. De middelen voor de Jeugdzorg betreffen enkel de extra middelen voor 2021. De verdeling over de gemeenten van de recent toegezegde € 1,3 miljard voor 2022 wordt in de septembercirculaire bekend gemaakt.

De mutaties zijn als volgt: Samenvatting (bedragen x € 1.000)* Eindstand decembercirculaire 2020 Eindstand meicirculaire 2021 Totaal verschil Reeds verwerkt Totaal verschil

2021 2022 2023 2024 2025 26.047 25.833 25.794 25.839 26.045 27.203 26.975 26.508 26.159 26.021 1.156 1.142 714 320 -24 345 92 -162 -415 1.156 v 797 v 622 v 482 v 391 v

*: v= voordeel, n= nadeel voor algemene middelen, door afronding kunnen verschillen ontstaan

Omdat het zeer waarschijnlijk is dat tegenover de middelen die de gemeente ontvangt voor taakmutaties, doel- en integratie-uitkeringen en coronacompensatie ook lasten staan leiden deze niet direct tot extra budget voor de gemeente. Budgettair kan aangenomen worden dat de gevolgen van de meicirculaire voor de algemene middelen als volgt zijn:

Kenmerk: 2021/333490

1/6

Meicirculaire 2021 (bedragen x € 1.000)* Budgettair effect algemene middelen

2021

2022

2023

2024

2025

467 v

437 v

256 v

106 v

8v

*: v= voordeel, n= nadeel voor algemene middelen, door afronding kunnen verschillen ontstaan

De gevolgen van de meicirculaire voor 2021 worden verwerkt in de Najaarsnota 2021. De meerjarige gevolgen worden verwerkt in de Programmabegroting 2022-2026. Onderstaand worden toelichtingen gegeven voor de door het Rijk (te) ontvangen middelen. Bedragen kleiner dan € 10 duizend worden niet toegelicht. 3.1 Ontwikkelingen rijksniveau De ontwikkelingen op rijksniveau bestaan uit het effect van wijzigingen in de rijksuitgaven op de algemene uitkering. Geeft het Rijk meer uit, dan ontvangen de gemeenten een hogere algemene uitkering en vice versa. Voornamelijk door een minder hard stijgende loon- en prijsontwikkeling, lagere geraamde rentestanden en lagere EU-afdrachten dalen de verwachte uitgaven van het Rijk en daarmee voor de gemeenten. Een nadelig accres-ontwikkeling oplopend van € 118 duizend in 2022 naar € 365 duizend in 2025. De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. Een relatief grote ontwikkeling in de meicirculaire is de ontwikkeling van de uitkeringsbasis. Het gaat hier om de mutaties van de landelijke aantallen van bijvoorbeeld inwoners, woonruimten, leerlingen en uitkeringsgerechtigden.

Wanneer landelijk de aantallen dalen, en het te verdelen geld aan alle gemeenten gelijk blijft, leidt dit tot een verhoging van de uitkeringsfactor. Door actualisatie van de raming van de landelijke aantallen van met name het aantal bijstandsontvangers en inwoneraantallen stijgt de uitkeringsfactor. Dit heeft een positief effect van € 207 duizend in 2021 oplopend naar € 384 duizend in 2023 en verder. Daarnaast is er een afrekening van het BTW-compensatiefonds over 2020 van € 90 duizend te verwerken in 2021. Gemeenten declareren hun BTW op overheidstaken bij dit fonds. Om te voorkomen dat er een open einde regeling ontstaat, past het Rijk een plafond toe voor deze declaraties. De ruimte die na een jaar over blijft onder het plafond wordt uitgekeerd aan de gemeenten. Een grote ontwikkeling die standaard verwerkt wordt in de meicirculaire is het verleggen van het basisjaar, oftewel de indexatie 2022. Dit is een technische handeling waarbij loon- en prijspeil van 2021 worden verlegd naar 2022. Deze indexatie is reeds verwerkt in de Voorjaarsnota 2022 en daardoor is er slechts een marginaal budgettair effect. Het totale effect van de wijzigingen op rijksniveau betekent een voordeel voor de algemene middelen in 2021 tot en met 2023 en een nadeel voor de jaren 2024 en 2025. Onderstaande tabel zet de ontwikkelingen op een rij.

Kenmerk: 2021/333490

2/6

Ontwikkelingen rijksniveau (bedragen x € 1.000)* Accres-ontwikkeling Nominale en overige ontwikkelingen Ontwikkelingen uitkeringsbasis Afrekening BTW compensatiefonds (2020) Indexatie 2022 Indexatie reeds verwerkt Budgettair effect algemene middelen

2021 -3 207 90

294 v

2022 -118 49 370

2023 -235 -18 384

2024 -337 -67 384

2025 -365 -105 350

353 -345 309 v

350 -345 136 v

350 -345 -15 n

350 -345 -115 n

*: v= voordeel, n= nadeel voor algemene middelen, door afronding kunnen verschillen ontstaan

3.2. Ontwikkeling gemeentelijk niveau Ontwikkeling hoeveelheden De ontwikkelingen op gemeentelijk niveau gaan over de wijzigingen van aantallen, zoals inwoners, huishoudens, lengte van wegen en aantal leerlingen binnen Zandvoort. Actualisatie van de aantallen leidt tot voordelen voor de algemene middelen van ongeveer € 250 duizend structureel Ontwikkeling WOZ De tweede ontwikkeling op gemeentelijk niveau gaat over de waardeontwikkeling van het onroerend goed: huizen, kantoren, fabrieken etc. Deze waarde vormt een aftrekpost binnen de algemene uitkering: hoe hoger de waarde van de objecten, hoe minder algemene uitkering er wordt verstrekt. Per saldo stijgt de waarde van onroerend goed in Zandvoort meer dan het landelijk gemiddelde met als gevolg een verlaging van de algemene uitkering met € 130 duizend structureel. Ontwikkelingen gemeenteniveau (bedragen x € 1.000)* Hoeveelheidsverschillen WOZ Budgettair effect algemene middelen

2021 268 -95 173 v

2022 257 -129 128 v

2023 250 -130 120 v

2024 251 -130 121 v

2025 253 -130 123 v

*: v= voordeel, n= nadeel voor algemene middelen, door afronding kunnen verschillen ontstaan

3.3 Taakmutaties voor beleidsvelden Kleine taakmutaties Het betreffen hier taakmutaties met een gevolg van minder dan € 10 duizend per mutatie. Het gaat om: - Compensatieregeling en verrekening Voogdij/18+ - Rijksvaccinatieprogramma meningokokken - Handhaving energielabel C kantoren - Handelsregister - Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening - Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg Jeugdzorg Het Rijk heeft voor 2021 € 613 miljoen extra beschikbaar gesteld voor de acute problematiek in de jeugdzorg. Van dit bedrag wordt het grootste gedeelte beschikbaar gesteld via de algemene uitkering. Zandvoort ontvangt € 200 duizend met als doel om de consultatiefunctie GGZ vorm te geven, wachtlijsten bij lichtere

Kenmerk: 2021/333490

3/6

jeugdhulpproblematiek tegen te gaan en om verdringing van andere uitgaven bij de gemeente tegen te gaan. Daarnaast ontvangt de gemeente € 9 duizend om het aantal Praktijk Ondersteuners Huisartsenzorg (POH) voor de jeugd uit te breiden. Ook ontvangt de gemeente € 176 duizend met als oogmerk het in staat stellen van gemeenten om extra inzet en regie te kunnen voeren op het voorkomen en aanpakken van wachttijden van ingekochte specialistische jeugdzorg, zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben. Bij de septembercirculaire 2021 zal nog een aanvullend bedrag aan de gemeente worden toegekend ten aanzien van de wachtlijsten specialistisch jeugdzorg. Wet Open Overheid Vooruitlopend op het in werking treden van de Wet open overheid (Woo), naar alle waarschijnlijkheid in het eerste kwartaal van 2022, heeft het kabinet financiële middelen vrijgemaakt. Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de Woo. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen. De incidentele middelen (voor de periode 2022 tot en met 2026 voor Zandvoort € 51 duizend per jaar) zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie.

De structurele middelen (voor Zandvoort € 43 duizend in 2022, oplopend naar structureel € 76 duizend vanaf 2026) zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen. Taakmutaties (bedragen x € 1.000)* Kleine taakmutaties Jeugdzorg Wet Open Overheid Totaal effect taakmutaties

2021 18 385 403 v

2022 9

2023 11

2024 11

2025 11

94 103 v

105 116 v

116 127 v

128 139 v

*: v= voordeel, n= nadeel voor algemene middelen, door afronding kunnen verschillen ontstaan

3.4 Doeluitkeringen voor beleidsvelden De algemene uitkering wordt hoofdzakelijk gebruikt om het gemeentefonds over alle gemeenten te verdelen volgens dezelfde maatstaven. Daarnaast wordt aan individuele gemeenten of groepen van gemeenten een uitkering verstrekt voor een bepaald doel. Gemeenten zijn formeel-juridisch vrij om dat geld aan dat doel te besteden of ergens anders aan uit te geven. De reden dat het Rijk dit doet is dat gemeenten op deze manier geen verantwoording aan het Rijk hoeven af te leggen over de besteding van de ontvangen gelden; ze vallen immers onder de algemene uitkering. Het Rijk vertrouwt erop dat gemeenten de ontvangen gelden in lijn met het doel zullen uitgeven. Doeluitkeringen (bedragen x € 1.000)* Voorschoolse voorziening peuters Maatschappelijke begeleiding statushouders Armoedebestrijding kinderen Totaal effect doeluitkeringen

2021 4

2022

2023

2024

2025

6 6v

6 6v

6 6v

6 6v

19 23 v

*: v= voordeel, n= nadeel voor algemene middelen, door afronding kunnen verschillen ontstaan

Kenmerk: 2021/333490

4/6

Maatschappelijke begeleiding statushouders Zandvoort ontvangt in 2021 € 19 duizend voor de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Dit betreft een compensatie die de gemeente achteraf ontvangt voor kosten gemaakt in 2020. 3.5 Integratie-uitkeringen Naast de taakmutaties en doeluitkeringen is er ook nog sprake van een viertal integratie-uitkeringen. Voor Voogdij/18+ zijn de budgetten voor 2021 naar rato opgehoogd in verband met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2021 aan het macrobudget. Bij de budgetten voor 2022 en verder is de loon- en prijsontwikkeling 2021 al in de dagprijzen verwerkt en daardoor direct onderdeel geworden van de verdeelsystematiek. Door actualisatie van gegevens neemt de integratie-uitkering Voogdij/18+ voor Zandvoort vanaf uitkeringsjaar 2022 structureel met € 227 duizend toe. De verdeling van de bedragen heeft hierbij voor het eerst plaatsgevonden op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel (dat per 1 januari 2022 wordt ingevoerd). Van de extra middelen wordt het grootste gedeelte gedekt door de loon- en prijsbijstelling 2021 die bij deze circulaire aan de integratie-uitkering is toegevoegd. Het verschil wordt zoals gebruikelijk onttrokken aan de algemene uitkering (zie paragraaf 3.3: kleine taakmutaties).

Integratie-uitkeringen (bedragen x € 1.000)* Vergoeding raadsleden kleine gemeenten Inburgering Participatie Voogdij/18+ Totaal effect integratie-uitkeringen

2021 7 -1 7 8 21 v

2022 7 11 6 227 251 v

2023 7 6 4 227 244 v

2024 7 4 5 227 243 v

2025 7 1 3 227 238 v

*: v= voordeel, n= nadeel voor algemene middelen, door afronding kunnen verschillen ontstaan

3.6 Corona compensatie In de decembercirculaire 2020 werd reeds gemeld dat er een aanvullend compensatiepakket zou komen betreffende corona en in maart is dit (4e) compensatiepakket en de verdeling daarvan bekend gemaakt, er zijn nu nog twee onderdelen aan toegevoegd (aangegeven met *). De technische verwerking hiervan vindt nu in de meicirculaire plaats. Er wordt compensatie ontvangen voor de volgende onderdelen: -

Perspectief Jeugd en jongeren Extra begeleiding kwetsbare groepen Bestrijden eenzaamheid ouderen Afvalverwerking Jongerenwerk Jeugd Mentale ondersteuning jeugd Activiteiten en ontmoetingen jeugd Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten Heroriëntatie zelfstandigen* Jeugd aan zet*

Kenmerk: 2021/333490

5/6

Corona-compensatie (bedragen x € 1.000)* Coronacompensatie Totaal effect corona-compensatie

2021 242 242 v

2022 -

2023 -

2024 -

2025 -

*: v= voordeel, n= nadeel voor algemene middelen, door afronding kunnen verschillen ontstaan

Naast bovenstaande middelen wordt in de septembercirculaire bekend gemaakt hoe een macrobudget van € 60 miljoen voor de lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen verdeeld zal worden over gemeenten en in december 2021 volgt de uitkering van de compensatiebedragen voor de inkomstenderving in 2020. De basis van deze compensatie is het verschil tussen de begrote en de gerealiseerde inkomsten in 2020. Voor inkomstenderving over 2021 (gehele jaar), regionale en lokale cultuur (3e kwartaal 2021) en voor de instandhouding van de regionale en lokale culturele infrastructuur (3e kwartaal 2021) heeft het kabinet middelen gereserveerd. Maar de verdeling over de gemeenten wordt op een later moment pas duidelijk gemaakt. Verder wordt in de decembercirculaire 2021 de compensatie voor de meerkosten in het sociaal domein door corona vastgesteld en uitgekeerd. 3.7 Berekening budgettair effect In voorgaande paragrafen is per onderdeel aangegeven wat het (budgettair) effect is (voor de algemene middelen), Onderstaande tabel vat dit in een overzicht samen. Samenvatting (bedragen x € 1.000)* 3.1 Ontwikkelingen rijksniveau 3.2 Ontwikkelingen gemeentelijk niveau 3.3 Taakmutaties voor beleidsvelden 3.4 Doeluitkeringen 3.5 Integratie-uitkeringen 3.6 Corona-compensatie Totaal effect Budgettair effect algemene middelen Overig effect (met bijbehorende lasten)

2021 294 173 403 23 21 242 1.156 v 467 689

2022 309 128 103 6 251 0 797 v 437 360

2023 136 120 116 6 244 0 622 v 256 366

2024 -15 121 127 6 243 0 482 v 106 376

2025 -115 123 139 6 238 0 391 v 8 383

*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.

4. Vervolg De gevolgen van de meicirculaire voor 2021 worden verwerkt in de Najaarsnota 2021. De meerjarige gevolgen worden verwerkt in de Programmabegroting 2022-2026. Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris

de burgemeester

Kenmerk: 2021/333490

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10297811/1