Raadsinformatiebrief beantwoording vragen OPZ en PvdA - 18 juni 2021
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Onderwerp Beantwoording vragen n.a.v. commissiebehandeling raadsstuk 'Uitgangspuntennotitie Huisvestingsverordening 2022' Nummer 2021/335691 Datum 18 juni 2021 Portefeuillehouder Bluijs, G.J. Programma/beleidsveld 4.1 Duurzame stedelijke ontwikkeling Afdeling ECDW Auteur T. Tichelaar Telefoonnummer 023-5114840 Email ttichelaar@haarlem.nl Bestemd voor: Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de gemeenteraad. Deze brief behoort bij raadstuk ‘Uitgangspunten Huisvestingsverordening 2022’ (2021/223671) in raadsvergadering 22 juni 2021. Bijlagen Geachte raadsleden, In de commissievergadering van 9 juni 2021 heeft u het raadsstuk ‘Uitgangspunten Huisvestingsverordening 2022’ behandeld. In deze commissie is toegezegd een aantal (nog openstaande) vragen van OPZ en PvdA voor de raadsvergadering te beantwoorden. In deze raadsinformatiebrief worden deze vragen beantwoord. Vraag 1 - Aanwijzen goedkope (vergunningplichtige) woonruimte (OPZ) OPZ is voor het voorstel dat ‘gereguleerde woonruimten’ niet zonder huisvestingsvergunning voor bewoning in gebruik worden genomen, wordt uitgebreid met de categorie middeldure huurwoningen. Deze aanpassing kan namelijk dienen ter verdringing door meer kapitaalkrachtige huishoudens.
Wel zou de huisvestingsvergunning alleen dan moeten worden afgegeven als het gaat om huishoudens met een inkomen vanaf de inkomensgrens voor sociale huurwoningen tot b.v. 1,6 maal die grens. Aanvullend ziet OPZ graag dat ter bevordering van de doorstroming uit een sociale huurwoning en het tegengaan van scheefwonen dat die huishoudens, die een sociale huurwoning achterlaten, worden vrijgesteld van dit toelatingscriterium. Is de wethouder bereid dit voorstel over te nemen en zo niet waar ziet hij de bezwaren? Antwoord De komende periode wordt onderzocht of het mogelijk en of het noodzakelijk is in de gemeente Zandvoort de vergunningplichtige woonruimte uit te breiden met (nieuwbouw) middensegment huurwoningen. Elk thema, waarvoor regels worden opgenomen in de Huisvestingsverordening, moet worden onderbouwd. Hierbij zullen alle voors en tegens zorgvuldig worden afgewogen. Eén van de elementen hierin is dat aan de uitvoering van de uitbreiding kosten zijn verbonden. Voor de vergunningverlening en handhaving is geen capaciteit beschikbaar. Wij onderkennen dat doorstroom vanuit de sociale huur van belang is. Wij zullen uw voorstel met betrekking tot het laten vervallen van de inkomenseis bij het eerder beschreven onderzoek betrekken.
Kenmerk: 2021/335691
1/3
Vraag 2 - Samenstelling woningvoorraad & toeristische verhuur van woonruimte (OPZ) Haarlem en Zandvoort passen de bestaande regels voor toeristische verhuur van woonruimte aan op de gewijzigde Huisvestingswet (Wet toeristische verhuur van woonruimte). Daarbij gaat het specifiek om de registratieplicht en eventueel de meldplicht voor tijdelijke vakantieverhuur. Is de wethouder bekend met een uitspraak van de Raad van State RvS (ECLI:NL:RVS:2020:261) dat elke gemeente (zoals de gemeente Zandvoort) die een Huisvestingsverordening heeft waarin is bepaald dat bij (tijdelijke) onttrekking van woonruimte, waar conform de uitspraak ook vakantieverhuur voor enkele dagen onder moet worden verstaan, geen vergunning is vereist, strijdig is met de Huisvestingswet en dat een gemeenteraad geen bevoegdheid heeft vrijstelling van de Huisvestingswet te verlenen. De gemeente Amsterdam die in dit hoger beroep werd gedaagd, heeft direct na deze uitspraak de huisvestingsverordening al per 1 juli 2020 gewijzigd door een vergunningstelsel in te voeren. Particuliere verhuurders moeten sindsdien (altijd) een vergunning aanvragen en iedere toeristische verhuur vooraf melden bij de gemeente. Is de wethouder hiermee bekend en wordt hier uitvoering aangegeven? Ter overweging geven mij mee om in de uitvoering de werkwijze van Amsterdam te volgen.
Door elke verhuurperiode vooraf te melden is handhaving veel effectiever en kostenefficiënter. Antwoord Ja, wij zijn bekend met de uitspraak van Raad van State. Hierover hebben wij u geïnformeerd in de Raadsinformatiebrief 'Beantwoording vragen fractie PvdA over Toeristische Verhuur - Raad van State van 203-2020. Daarnaast hebben wij u geïnformeerd in de Raadsinformatiebrief Wet toeristische verhuur van woonruimte van 13-4-2021 over de mogelijkheden die de nieuwe Wet toeristische verhuur van woonruimte gemeenten biedt. Voor het implementeren van de registratieplicht, het nachtencriterium en de meldplicht per 1 januari 2022 wordt de Huisvestingsverordening aangepast. Zie voor nadere informatie over invoeren registratieplicht, nachtregister, meldplicht en vergunningplicht de raadsinformatiebrief van 13-4-2021. Vraag 3 - Opkoopbescherming (OPZ) Landelijk is een trend zichtbaar dat betaalbare koopwoningen worden opgekocht door beleggers. In Zandvoort zie je steeds vaker een onttrekking van koopwoningen voor de inzet van toeristisch verhuur door te transformeren naar hotel, pensioen of kamergewijze verhuur. Welke afweging maakt de wethouder in deze, uiteraard als de wet t.z.t. door de 1e kamer wordt goedgekeurd? Antwoord Om de wet opkoopbescherming te kunnen toepassen moeten noodzaak, geschiktheid en proportionaliteit worden aangetoond.
Op dit moment worden de noodzaak, geschiktheid en proportionaliteit onderzocht. Indien de uitkomst positief is en de wetgeving tijdig in werking treedt worden regels aangaande opkoopbescherming meegenomen in de nieuwe Huisvestingsverordening. Vraag 4 – Procedure (OPZ) In het laatste kwartaal van 2021 leggen alle gemeenten de gelijkluidende verordening aan de gemeenteraad voor. Wanneer is dat concreet? U gaat er vanuit dat deze gelijkluidend zal zijn. Wat te doen als er op essentiële onderwerpen geen consensus is?
Kenmerk: 2021/335691
2/3
Antwoord De Huisvestingsverordening wordt in december 2021 aan de gemeenteraad ter vaststelling voorgelegd. De regels aangaande de woonruimteverdeling zijn op enkele maatwerkpunten na gelijkluidend. Daar waar maatwerk overeenkomt met enkele andere gemeenten in de regio, worden de regels ook zoveel als mogelijk gelijkluidend geformuleerd. Bij de regels voor de samenstelling van de woonruimtevoorraad, worden regels voor zo ver als mogelijk ook gelijkluidend opgesteld. Er blijft echter altijd lokaal maatwerk mogelijk. Vraag 5 – Woningvorming (PvdA) De wijzing van woninggebruik: Zandvoort weigert vergunning op grond van onttrekking en splitsing. Maar niet op grond van woningvorming d.w.z. bouwkundig splitsen van één woning naar twee of meer zelfstandige woningen. Ons beeld is dat dit laatste veel gebeurt. We horen geluiden dat een eengezinswoning vier keer wordt verhuurd, het ouderwetse huisjesmelken. Kunnen we dit aanpakken door regels voor woningvorming op te nemen? Hierdoor kunnen we ook woningonttrekking voorkomen door ontstaan appartementen voor toeristische verhuur. Antwoord Het is juist dat er geen regels voor woningvorming in de (huidige) Huisvestingsverordening zijn opgenomen. In de bestemmingsplannen zijn hiertoe (beperkende) regels vastgesteld. Zo geldt binnen de woonbestemming als uitgangspunt dat het bestaand aantal woningen niet mag toenemen.
Hiervan kan via een binnenplanse regeling worden afgeweken, maar hierbij dient te worden voldaan aan de regels voor woningsplitsing. De belangrijkste eisen hierbij luiden als volgt (regels woningsplitsing in bestemmingsplannen): a. Het hoofdgebouw ten minste dien te beschikken over een oppervlakte van 180m2, waarbij de oppervlakte van de kapverdieping, kelder en/of souterrain niet wordt meegerekend; b. Het hoofdgebouw in maximaal 3 aparte woningen mag worden gesplitst waarbij de oppervlakte per woning tenminste 60m2 dient te zijn; c. De woningen voor permanente bewoning dienen te worden gebruikt. Kortom, het is niet zonder meer toegestaan om van een bestaande woning meerdere (kleinere) woningen te maken. Voor alle appartementen, al dan niet ontstaan door woningvorming, gelden dezelfde regels als het gaat om toeristische verhuur van woonruimten (er moet een hoofdbewoner aanwezig zijn die de betreffende woning feitelijk als hoofdverblijf heeft etc). Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris de burgemeester
Kenmerk: 2021/335691
3/3