CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Opinienota - regionale verwervingsstrategie Jeugdhulp

Raadscommissie 10 maart 2021, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Regionale verwervingsstrategie Jeugdhulp (ter bespreking)6.017 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opinienota

Onderwerp Verwervingsstrategie jeugdhulp vanaf 2022 Nummer 2021/46735 Portefeuillehouder Haeften, R. van Programma/beleidsveld 2.2 Voorzieningen Jeugd Afdeling PG Auteur Haker, P. Telefoonnummer 023-5113431 Email phaker@haarlem.nl In de komende jaren is een nieuwe impuls nodig is binnen het brede sociaal Kernvraag aan de domein. De hoofdopgave is het realiseren van een toekomstbestendig sociaal commissie domein. Het college wil de ondersteuning in het sociaal domein in de toekomst meer passend en betaalbaar laten zijn. Een belangrijke ontwikkeling daarbij is de verwerving van voorzieningen jeugd en de daarmee samenhangende versterking van de verbinding tussen jeugdhulp en de sociale basis. Deze opinienota richt zich dan ook op de samenloop van: • de regionale verwerving van voorzieningen jeugdhulp; • de versterking van de verbinding tussen jeugdhulp en de sociale basis • de rol van het CJG. Het college vraagt de commissie of zij zich kan vinden in de kaders en uitgangspunten van de regionale verwervingsstrategie en de lokale ontwikkelingen die worden geschetst in de opinienota verwervingsstrategie jeugd. De regionale verwervingsstrategie gaat uit van een integrale opdracht ten behoeve van een select aantal strategisch partners om de verbinding tussen jeugdhulp, de Zandvoortse sociale basis en het CJG te realiseren.

Behandelvoorstel voor de commissie Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 16 februari 2021

Het college stuurt de opinienota ter bespreking naar de raadscommissie, zodat de commissie input kan leveren op de regionale verwervingsstrategie jeugdhulp.

Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. De opinienota aan de commissie vast te stellen. de secretaris,

de burgemeester,

Kenmerk: 2021/46735

1/18

1. Inleiding In de komende jaren is een nieuwe impuls nodig is binnen het brede sociaal domein. De hoofdopgave is het realiseren van een toekomstbestendig sociaal domein. Het college wil de ondersteuning in het sociaal domein in de toekomst meer passend en betaalbaar laten zijn. Een belangrijke ontwikkeling daarbij is de verwerving van voorzieningen jeugd en de daarmee samenhangende versterking van de verbinding tussen jeugdhulp en de sociale basis. Inzet is jeugdhulp passend en betaalbaar te houden door deze meer te verbinden met de sociale basis en de leefwereld van de jeugdigen, door het realiseren van een meer integraal aanbod met een samenhangende opdracht voor een beperkt aantal strategische partners. Deze opinienota richt zich dan ook op de samenloop van: • de regionale verwerving van voorzieningen jeugdhulp; • de versterking van de verbinding tussen jeugdhulp en de Zandvoortse sociale basis • de rol van het CJG. Doel van de opinienota is de gemeenteraad hierin mee te nemen, vooruitlopend op de definitieve besluitvorming over de verwerving van voorzieningen jeugdhulp. In de nieuwe situatie, willen we toe naar een integrale opdracht van gemeenten aan aanbieders om de jeugdhulp te bieden.

In de nieuwe situatie nemen gemeenten en aanbieders gezamenlijk verantwoordelijkheid in strategisch partnerschap in plaats van gemeenten die producten van jeugdhulp inkopen, jeugdhulpaanbieders die deze producten leveren. In de nieuwe situatie vragen we aan jeugdhulpaanbieders in een samenwerkingsverband onder regie van één of meerdere strategisch partners het gehele spectrum van zorg te bieden aan kinderen en jongeren. Dit om te voorkomen dat aanbieders moeten rondvragen waar een jeugdige terecht kan voor zorg. In de nieuwe situatie maken we afspraken over de bekostiging bínnen het budgettair kader dat door de gemeenteraad in de programmabegroting is vastgesteld, zodat gemeenten beter grip hebben op de financiële uitputting van de budgetten jeugdhulp. Binnen die kaders organiseren de jeugdhulpaanbieders de zorg. In de nieuwe situatie is de samenwerking tussen jeugdhulpaanbieders en het voorveld – de sociale basis – versterkt, waardoor kinderen en jongeren minder worden doorverwezen naar andere zorgaanbieders, er sneller afschaling van zorg mogelijk is, er administratieve lastenverlichting beter gerealiseerd kan worden en de zorg beter en effectiever geleverd kan worden. De komende jaren wordt beoogd een kwalitatief goede en betaalbare jeugdhulp te realiseren.

Zandvoortse kinderen groeien gezond, veilig en zonder armoede op, zij kunnen hun talenten, kennis en vaardigheden ontwikkelen. Ze doen mee in de samenleving en leveren daar een positieve bijdrage aan. Als zij later zelf kinderen krijgen, hebben zij een goede basis om invulling aan het ouderschap te

Kenmerk: 2021/46735

2/18

geven. Daarnaast geven we richting aan de normalisatie van de jeugdhulp: van zwaar naar licht en zo thuis en veilig mogelijk. En dat binnen de beschikbare budgetten. De regionale verwerving maatwerkvoorzieningen jeugdhulp per 2022 moet sturing geven aan zowel de gewenste normalisatie als de noodzakelijke kostenbeheersing. Voor de verwerving van jeugdhulp hebben we de volgende doelen geformuleerd: 1. We werken samen met aanbieders op basis van de leidende principes, co-creatie en medeverantwoordelijkheid op drie niveaus: het systeem, de opgaven en de jeugdige inwoner; 2. We blijven binnen het budget zoals opgenomen in de programmabegroting en streven naar een meer resultaatgerichte inkoop; 3. We maken de transformatie af: van zwaar naar licht, zo thuis mogelijk. De mogelijkheid om te sturen op de toegang tot jeugdhulp is beperkt doordat – naast het CJG - ook de medisch specialist, de jeugdrechter en de gecertificeerde instellingen kunnen beslissen over de inzet van jeugdhulp. Afschalen en het voorkomen van inzet van duurdere jeugdhulp kan alleen als er een stevige sociale basis is en er een nauwe samenwerking is met het onderwijs. Ten aanzien van governance kiezen we voor meerjarige samenwerkingsrelaties met een overzichtelijk aantal strategisch partners die medeverantwoordelijkheid nemen voor de inhoudelijke en financiële vraagstukken binnen de Jeugdhulp.

We organiseren dit op regionale schaal in nauwe samenwerking met de gemeenten in Zuid Kennemerland en IJmond. En daarnaast in bovenregionale afstemming als het om weinig voorkomende specialistisch aanbod gaat. De regionale verwerving jeugdhulp kan niet los worden gezien van ontwikkelingen in het lokale sociaal domein, met name de verwervingsstrategie sociaal wijkteam en voorzieningen begeleiding. Naast de Wmo is er ook een belangrijke relatie met participatie, armoede en schulden. 2. Kernvraag aan de commissie Het college vraagt de commissie of zij zich kan vinden in de kaders en uitgangspunten van de regionale verwervingsstrategie en de lokale ontwikkelingen die worden geschetst in de opinienota verwervingsstrategie jeugd. De regionale verwervingsstrategie gaat uit van een integrale opdracht ten behoeve van een select aantal strategisch partners om de verbinding tussen jeugdhulp, de Zandvoortse sociale basis en het CJG te realiseren.

3. Wat hebben we al bereikt? Per 2015 werd de gemeente verantwoordelijk voor de gehele jeugdhulp. Een decentralisatie van taken die gepaard ging met een forse bezuiniging van 15% verspreid over meerdere jaren, terwijl het

Kenmerk: 2021/46735

3/18

aantal jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp sinds 2000 stijgt. Niettemin hebben we de zorgcontinuïteit geborgd, evenals de continuïteit van het zorglandschap. Het CJG is omgevormd tot een eigenstandige professionele organisatie. Het CJG is verantwoordelijk voor (een deel van) de toegang tot ambulante jeugdhulp, levert praktijkondersteuners jeugd om huisartsen te ondersteunen in hun toegangsrol tot jeugdhulp en biedt daarnaast ook zelf lichte vormen van begeleiding.

4. Wat kan beter? Hoewel er sprake is van een decentralisatie worden gemeenten en aanbieders regelmatig geconfronteerd met nadere regelgeving vanuit het Rijk of nieuwe afbakeningen tussen de gemeentelijke jeugdhulp en de landelijke Wet langdurige zorg, waardoor er met cliënten én budgetten tussentijds administratief werd geschoven. De recente voorstellen voor aanpassingen in de Jeugdwet geven opnieuw richtlijnen aan gemeenten wat in heel het land – ook in onze regio – leidde tot bezorgde reacties richting het kabinet. Het Rijk blijft daarnaast achter bij het compenseren van gemeenten voor de toenemende kosten voor jeugdhulp en de oplopende tekorten bij gemeenten. In onze regio willen we een meer inclusieve samenleving bevorderen en de kosten van professionele ondersteuning beheersbaar houden; passend en betaalbaar. Te vaak worden jeugdigen doorverwezen van aanbieder naar aanbieder omdat de hulpvraag niet door één aanbieder kan worden beantwoord. Jeugdhulp en sociale basis zijn nog steeds gescheiden werelden. Jeugdhulptrajecten duren steeds langer, te weinig wordt er afgeschaald naar de sociale basis of het voorveld. Randvoorwaarde is dat de sociale basis stevig genoeg is om afschaling mogelijk te maken. Bijvoorbeeld door lichtere vormen van ambulante begeleiding op vindplaatsen in de sociale basis – zoals in het onderwijs – te organiseren (kanteling).

De verbinding tussen het CJG, het sociaal wijkteam en de sociale basis moet verder worden versterkt. De sociale basis is een krachtig geheel van inwoners, (bewoners)initiatieven, sociaal ondernemers en professionele organisaties in de Zandvoortse samenleving, die met elkaar bijdragen aan een sociaal en veerkrachtig dorp. De gemeente speelt hierin een rol door subsidie te verstrekken aan initiatieven en organisaties. De huidige subsidies zijn afgegeven tot en met 2023. Binnen de sociale basis blijven we inzetten op vroegsignalering en vroegdetectie op vindplaatsen zoals het onderwijs, jeugd- & jongerenwerk, kinderdagverblijven en peuterspeelzalen en opvoedondersteuning.

Meer aandacht voor de verbinding met onderwijs, armoede, schulden en GGZ-problematiek bij volwassenen.

Kenmerk: 2021/46735

4/18

5. Wat gaan we anders doen De opinienota en de regionale verwervingsstrategie beschrijft de richting voor de komende jaren en hoe we dat willen bereiken. Onderstaande tabel vat kort samen wat de verschillen zijn ten opzichte van de huidige situatie. Was

Wordt

Inhoudelijk Jeugdhulp en lokale Zandvoortse sociale basis Versterking verbinding gericht op: • Normaliseren; zijn nog te veel gescheiden werelden ● Vindplaatsen versterken ● Vroegsignalering ● Jeugdhulp in de leefwereld van de jeugdig; ● Veiligheid voorop ● Verbinding informele en formele zorg ● Integraal samenwerken Onderling verwijzen voor deelproblemen, Eén integrale opdracht, verantwoording nemen meerdere intakes, zoeken naar een plek voor passend hulp, acceptatieplicht Verwervingsstrategie Meervoudige Europese aanbesteding Dialooggerichte aanbesteding Zes percelen onderverdeeld in een hoeveelheid Eén integrale opdracht gespecificeerde producten en doelgroepen Bekostigingsmodel p x q Bekostigingsmodel passend bij de opdracht en het budgettair kader zoals door de raad is vastgesteld in de programmabegroting Gunning aan meer dan 70 opdrachtnemers Gunning aan een beperkt aantal strategisch partners die samenwerking organiseren met overige aanbieders Sturing Sturing op cliëntvolumes Sturing op budget Kostenbeheersing is verantwoordelijkheid van Kostenbeheersing is verantwoordelijkheid van gemeenten aanbieders en gemeenten Sturing op kwaliteit Sturing op kwaliteit en effectiviteit Sturing op transformatiedoelen doordat Commitment op transformatiedoelen strategisch partners deze voorafgaand aan contractering concretiseren en vertalen naar meetbare doelen

Kenmerk: 2021/46735

5/18

6. Wat willen we bereiken met de regionale verwerving jeugd 6.1 Uitgangspunten Gemeenten hebben in samenwerking1 met aanbieders, samenwerkingsverbanden onderwijs, jeugd en jongeren werk en andere stakeholders uit het veld van jeugdhulp en ervaringsdeskundigen, een aantal inhoudelijke ambities gedefinieerd: ● ● ● ● ● ● ●

Normaliseren; Vindplaatsen versterken; Vroegsignalering Jeugdhulp in de leefwereld van de jeugdige; Veiligheid voorop; Verbinding informele en formele zorg; Integraal samenwerken.

Normaliseren Niet elke jeugdige of gezin is hetzelfde en opgroeien en opvoeden gaat gepaard met vallen en opstaan. Dat hoort erbij. Wij gaan uit van de eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden van jeugdigen en hun ouders. Eventueel met ondersteuning van hun eigen sociale netwerk. Als het een jeugdige en zijn ouders niet lukt om zelf hun problemen op te lossen, dan kan jeugdhulp aanvullend zijn. Vindplaatsen versterken Jeugdigen brengen veel tijd door op school en leerkrachten weten vaak wat er speelt bij jeugdigen en hun gezin. School is daarom een belangrijke plaats waar problemen gesignaleerd kunnen worden. Daarom organiseren we met het onderwijs betere ondersteuning op scholen. Daarmee is school is een vindplaats én een werkplaats. Vroegsignalering Professionals signaleren vroegtijdig problemen bij jeugdigen en gezinnen en zetten (preventieve) jeugdhulp in als dat nodig is. Hierdoor kunnen problemen bij jeugdigen en gezinnen klein worden gehouden en kan ernstige problematiek worden voorkomen. Jeugdhulp in de leefwereld van de jeugdige Het alledaagse leven van een jeugdige gaat door, ook met jeugdhulp. De steun en hulp sluit aan bij het gewone leven en versterkt de jeugdige hierin. Jeugdigen die (tijdelijk) niet thuis kunnen wonen, groeien op een zo thuis mogelijke plek op dichtbij hun ouder(s). 1

Er zijn vijf participatiesessies georganiseerd met o.a. jeugdhulpaanbieders, de samenwerkingsverbanden van het primair en voortgezet onderwijs, Centra voor Jeugd en Gezin, Veilig Thuis, Gecertificeerde Instellingen, GGD, jeugdgezondheidszorg, Humanitas, huisartsen, kinderopvang en ervaringsdeskundigen.

Kenmerk: 2021/46735

6/18

Veiligheid voorop Elke jeugdige groeit gezond en veilig op. Indien zijn of haar veiligheid in het geding is, dan heeft het creëren of bieden van een veilige situatie voor de jeugdige prioriteit. Hierbij streven we naar zo weinig mogelijk uithuisplaatsingen. Bij voorkeur wordt ambulante hulp ingezet. We realiseren hierbij dat (on)veiligheid een diffuus begrip is, dat het van belang is professionals te steunen bij het maken van afwegingen waarbij meerdere aspecten van goed opgroeien worden meegenomen. Het is van belang van veiligheid een gewoon gespreksonderwerp te maken en ouders de ruimte te bieden aan te geven wanneer zij zich onmachtig voelen. Verbinding informele en formele zorg Om de jeugdige in zijn ontwikkeling te versterken, wordt zijn leefwereld versterkt. Hierbij blijft de regie bij de jeugdige en zijn gezin (professionals nemen niet over). De inzet van jeugdhulp is een uitzondering. Integraal samenwerken Gemeenten, jeugdhulpaanbieders en andere partijen werken integraal samen om problemen van jeugdigen in de context van hun leefwereld (gezin, school en vrije tijd) op te pakken. Jeugdigen en gezinnen hebben geen last van schotten tussen organisaties. Ook is meer aandacht nodig voor de verbinding met andere leefdomeinen zoals Wmo, participatie, armoede en schulden.

6.2 Doelstelling van de verwerving De gemeenten komen tot de volgende doelstellingen die de inkoop moet bereiken. De inkoop: 1. Resulteert in het contracteren van een voldoende, kwalitatief toereikend en passend aanbod voor huidige en toekomstige cliënten; 2. Resulteert in het contracteren van aanbieders met een integraal aanbod die onze visie en beoogde transformatie onderschrijven, verantwoordelijkheid kunnen nemen voor het “hoe” en dit in partnerschap invullen tijdens de uitvoering; 3. Past binnen het beschikbare budget 4. Neemt belemmeringen weg die nu worden ervaren om dit mogelijk te maken; 5. Biedt randvoorwaarden om tijdens de uitvoering invulling te geven aan de transformatie; 6. Geeft invulling aan de behoefte van en benodigde ruimte voor jeugdhulpaanbieders; 7. Biedt zekerheden voor zowel de gemeenten als voor de gecontracteerde aanbieders, op het gebied van kwaliteit, veiligheid en financiële bestendigheid. 8. Is gericht op partnerschap, samenwerking en gelijkwaardigheid; 9. Is tijdig afgerond, zodat implementatie op 1 januari 2022 mogelijk is en verantwoord kan worden aangevangen met de start van de dienstverlening op basis van de nieuwe contracten. 6.3 Betekenis voor de inrichting van het lokale jeugddomein De uitgangspunten in paragraaf 6.1 bevestigen opnieuw dat de verbinding tussen jeugdhulp en de Zandvoortse sociale basis verder moet worden versterkt.

Lichte vormen van ambulante begeleiding zoals nu door het CJG en door jeugdhulpaanbieders wordt geboden, willen we dichter organiseren bij

Kenmerk: 2021/46735

7/18

de leefwereld van de jeugdige en dus in de sociale basis. Nog te veel is sprake van gescheiden werelden: de jeugdhulpaanbieders zijn onvoldoende bekend met de mogelijkheden in de sociale basis zoals het jeugd- en jongerenwerk van Pluspunt: er wordt te weinig gebruik gemaakt van dit aanbod. Een betere verbinding vindt ook plaats door een kanteling die bepaalde vormen van jeugdhulp dichterbij haalt zodat zij de sociale basis kunnen versterken en handvatten bieden om (deels) zonder de inzet van jeugdhulp verder te kunnen. Dus makkelijker toegankelijk voor de het gezin en de jeugdige. Het CJG doet dit overigens al met zijn CJG-coaches, de deelname aan de ondersteuningsteams in scholen en door de inzet van praktijkondersteuners jeugd bij de huisartsenpraktijken. Deze kanteling van geïndiceerde jeugdhulp naar de sociale basis willen we verdergaand vormgeven. We zien nog te veel dat kinderen en jeugdigen verwezen worden naar de spreekkamers van de jeugdhulp en jeugd-ggz waardoor er – ook in de beeldvorming in de sociale omgeving - al snel sprake is van een kind met een probleem. De aandacht moet gericht zijn op hoe een jeugdige wel kan functioneren in zijn eigen omgeving. Periodieke aanwezigheid in de leefwereld van het kind zoals in de peuterspeelzaal of het onderwijs kan dat bevorderen.

Door directe observatie en consultatie, door voorlichting aan begeleiders en docenten of enkele gesprekken op locatie. We willen ook meer permanente aanwezigheid op vindplekken in de sociale basis mogelijk maken – bijvoorbeeld in het speciaal onderwijs waar veel kinderen met jeugdhulpvragen zijn - op basis van bijvoorbeeld een beschikbaarheidsfinanciering. Ook vragen we aandacht voor groepsaanbod. Jeugdigen en hun ouders leren ook van elkaar en dit kan goed in de wijk in plaats van in de spreekkamer worden georganiseerd. Een deel van de Zandvoortse huisartspraktijken is al voorzien van een praktijkondersteuner jeugd. Deze inzet leidt aantoonbaar tot minder verwijzingen naar duurdere vormen van jeugdhulp doordat de praktijkondersteuner enerzijds zelf lichte vorm van ambulante begeleiding biedt en anderzijds beter verwijst naar passende jeugdhulp veelal in een lichtere vorm. Wij willen dit aanbod uitbreiden naar alle huisartsenpraktijken in Zandvoort. Uitgangspunt is dat de ondersteuningsteams op scholen voldoende toegerust worden om op basis van vroegsignalering snel te handelen. Niet in de spreekkamer van de aanbieder, maar op de school zelf. Speciale aandacht hierbij vraagt de samenwerking met de samenwerkingsverbanden Primair Onderwijs en Voortgezet (Speciaal) onderwijs en de VMBO-scholen.

6.4 Betekenis voor de rol van het CJG Het organiseren van één integrale opdracht voor een beperkt aantal strategisch partners heeft ook betekenis voor de rol van het CJG en de toegangsfunctie (toegangsmanagement).

Kenmerk: 2021/46735

8/18

In de landelijk vastgestelde Norm voor Opdrachtgeverschap wordt de rol van wijkteams als het CJG gedefinieerd aan de hand van vijf basisfuncties: • Houdt oog voor een veilige leefomgeving van de inwoner • Wees aanwezig daar waar de doelgroep is zodat vragen worden gezien • Wees toegankelijk en benaderbaar Handel met een brede blik • Verzamel inzichten, leer en verbeter Het CJG is net als het sociaal wijkteam dan ook primair gepositioneerd in de sociale basis als laagdrempelige voorziening voor informatie, advies en lichte vormen van ambulante begeleiding, zoals het jongerenwerk en de gezinscoaching. Daarnaast bieden zij een variëteit aan groepstrainingen. De opdracht van het CJG is dan ook het versterken van de verbinding binnen de sociale basis. Dat doet het CJG onder andere al door hun inzet op scholen, bij de huisartsen met de inzet van praktijkondersteuners en in de samenwerking met de sociaal wijkteams en de jeugdgezondheidszorg. Het CJG haalt specialistische jeugdhulp erbij als de aard van de problematiek van de jeugdige hierom vraagt. In dat geval fungeert het CJG ook als toegang tot specialistische jeugdhulp, naast de huisarts, de gecertificeerde instellingen en de kinderrechter. Het CJG vervult een regiefunctie en werkt nauw samen met zorgaanbieders, Veilig Thuis, Leerplicht, de Raad voor de Kinderbescherming, Gecertificeerde Instellingen en de politie.

Het toegangsmanagement is voor gemeenten een belangrijk sturingsmiddel om enerzijds te zorgen dat zoveel mogelijk direct passende hulp wordt geboden en anderzijds om meer grip te krijgen op de instroom van jeugdhulp. Hoe gemeenten hun eigen gemeentelijke toegang organiseren heeft veel invloed op hoe het toegangsmanagement kan worden ingericht. Alle gemeenten in de regio zetten op dit moment stappen om de gemeentelijke toegang vanaf 2022 verder door te ontwikkelen, met regie, triage en POH- jeugd functie als belangrijke instrumenten. Naast de gemeentelijke toegang zijn ook andere verwijzers bevoegd om te verwijzen naar gespecialiseerde jeugdhulp, zoals (huis)artsen en Gecertificeerde Instellingen (GI). De komende jaren wordt er verder gebouwd aan de samenwerkingsrelatie tussen gemeenten, huisartsen en de GI. Dat zorgt er immers voor dat kinderen de juiste hulp krijgen en niet onnodig worden doorverwezen, of juist snel jeugdhulp krijgen als dat nodig is. Ook wordt daarmee voorkomen dat onnodige (vertragende) stappen moeten worden gezet om jeugdhulp te krijgen. Het CJG wordt als strategisch partner betrokken bij de dialooggesprekken met de beoogde strategisch partners.

In de voorgaande paragraaf is beschreven wat we willen bereiken voor onze jeugdige inwoners: ondersteuning die duurzaam, dichtbij en ‘licht waar het kan, zwaar waar nodig’ is, en leefbare wijken waarin iedereen mee kan doen. In deze paragraaf wordt beschreven hoe we dat willen bereiken: met een meer integrale opdracht, strategisch partnerschap en een kostenbewuste uitvoering.

Kenmerk: 2021/46735

9/18

7. Een integrale opdracht 7.1 De opdracht Niet iedereen is hetzelfde, of heeft hetzelfde nodig. Oplossingen zijn niet vooraf in een blauwdruk vast te leggen. Dat leidt tot verschillende oplossingen en variaties. Daarom zijn niet de procedures of beleidsregels leidend, maar het resultaat. De vraag van de jeugdige en het gezin is het vertrekpunt. Wanneer jeugdigen jeugdhulp nodig hebben is het van belang dat zei snel de juiste hulp ontvangen, dat dit niet belemmerd wordt door schotten tussen verschillende zorgvormen. Dat bevordert de integraliteit, voorkomt versnipperd aanbod op deelgebieden en maakt het werken vanuit het principe één gezin één plan beter mogelijk. En jeugdigen hoeven hun verhaal minder vaak opnieuw te vertellen; ze worden direct geholpen of op een goede manier naar de juiste ondersteuning begeleid. Bij de in 2017 uitgevoerde aanbesteding (contractering per 1 januari 2018) is gekozen voor een indeling in zes percelen waarbinnen een (heel) groot aantal producten nauwgezet was beschreven. Daarbij is voor alle percelen gekozen voor dezelfde contractvorm. Er was sprake van een open toelating van alle aanbieders die voldeden aan de (kwaliteits)eisen en bereid waren vooraf omschreven producten te leveren tegen vastgestelde tarieven. Voor de vrijgevestigden en groepspraktijken van jeugd GGZ en dyslexiezorg is eveneens in 2017 een separate aanbestedingsprocedure gevolgd.

Kenmerk: 2021/46735

10/18

Bovenstaande perceelindeling en de wijze van verwerving heeft geleid tot een groot aantal kleine en grote overeenkomsten die qua contractbeheer en contractmanagement een te grote druk legt op de gemeenten. De vooraf vastgestelde product-omschrijvingen hebben geleid tot een gebrek aan flexibiliteit en een enorme groei van het aandeel lightcontracten2. De meest in het oog springende verandering qua inkoopindeling is dat we dan ook kiezen voor een integrale opdrachtverlening. We nemen hiermee afscheid van de huidige inkoopindeling op specialisme. Dit betekent dat we van elk samenwerkingsverband van aanbieders verwachten dat deze in staat is alle hulpvormen voor alle doelgroepen aan te bieden.

Ten opzichte van de perceelindeling bij de voorgaande inkoopronde in 2017 en in combinatie met de kanteling naar de sociale basis (onderwijs, jeugdgezondheidszorg etc.) bestaat het perceel integrale jeugdhulp uit de combinatie van in ieder geval de volgende productvormen: • • • • •

Ambulante jeugdhulp Jeugdhulp met verblijf Gezinsbegeleiding jong volwassenen Ambulante begeleiding en vroegsignalering binnen het onderwijs Opvoedondersteuning en laagdrempelig advies aan ouders

De opdracht zal in de komende periode nog scherper worden afgebakend. Vooralsnog valt ook de dyslexiezorg, de hoog specialistische jeugdzorg en de forensische jeugdzorg onder de opdracht. Het kan echter zijn dat in de loop van het verwervingsproces alsnog wordt bepaald dat het beter is sommige onderdelen als apart perceel te benoemen. Op dit moment wordt bovenregionaal gewerkt aan een transformatie van bovenregionale residentiële voorzieningen naar meer kleinschalige vormen van verblijf in de regio. We onderzoeken nog of we realisatie van dergelijke kleinschaliger vormen van verblijf waaraan een complex vastgoedvraagstuk verbonden is, onderdeel kan uitmaken van de integrale opdracht. Tot slot kan de

2

Lightcontracten worden afgesloten op individueel cliëntniveau als de passende zorg niet past binnen de productdefinities van het programma van eisen uit 2017.

Kenmerk: 2021/46735

11/18

afbakening met passend onderwijs en de wet langdurige zorg kan nog van invloed zijn op de inhoud van de opdracht. Buiten de opdracht vallen de landelijke afspraken in het kader van de LTA. De integrale opdracht betekent ook dat lightcontracten niet meer nodig zijn. Met deze indeling geven we uitvoering aan onze wens om te komen tot een meer integraal aanbod van jeugdhulp. De integrale opdracht staat centraal, niet een gespecificeerde indeling in productdefinities en doelgroepen. Deze integraliteitsvereiste leidt tot de gewenste samenwerking tussen aanbieders en maakt het meer mogelijk om op maat hulp te verlenen aan de cliënt, gedacht vanuit de behoefte van de cliënt. Het maakt het bovendien eenvoudiger om de jeugdhulp beter te laten aansluiten bij de leefwereld van de cliënt. Bovenstaand aanpak vertaalt zich in de volgende opdracht: Integrale jeugdhulp Voor een succesvolle uitvoering van de opdracht creëren we een aantal randvoorwaarden met betrekking tot partnerschap, bekostiging en contractduur. 7.2 Strategisch partnerschap Voor een samenhangende aanpak is het belangrijk dat aanbieders samenwerken op basis van de hierboven geformuleerde opdracht.

Met deze meer integrale opdracht zal een samenwerkingsverband van een beperkt aantal strategische partners zich eigenaar voelen van een samenhangend aanbod en nemen gemeenten en strategisch partner gezamenlijk verantwoordelijkheid voor kostenbeheersing en budgetontwikkelingen. Een samenwerkingsverband met één aanspreekpunt kan door de gemeente aangesproken worden op het resultaat dat zij behaalt voor haar inwoners. Om vervolgens gezamenlijk te leren van wat wel en niet goed gaat en tussentijds verbeteringen en innovaties door te voeren. De strategische partners worden bepaald door middel van een dialooggerichte aanbesteding. Strategisch partners worden niet geselecteerd omdat zij in staat zijn zelfstandig de opdracht uit te voeren en alle daarvoor benodigde producten te kunnen leveren. Zij worden juist geselecteerd omdat zij in staat zijn een samenwerkingsverband van jeugdhulpaanbieders te smeden om de opdracht uit te kunnen voeren, vorm te kunnen geven aan de inhoudelijke uitgangspunten (paragraaf 5.1) zoals normalisatie, vindplaatsen versterken, vroegsignalering etc. De gemeenten houden er rekening mee dat dit voor veel aanbieders een wezenlijke verandering betekent. Het is voor jeugdhulpaanbieders noodzakelijk om te komen tot samenwerking, onder regie van de strategisch partner, om te voldoen aan de integraliteitsvereisten en succesvol te kunnen presteren.

En dat binnen de gestelde inhoudelijke en financiële kaders.

Kenmerk: 2021/46735

12/18

In de planning van het verwervingsproces is rekening gehouden met een aantal momenten waarop de gemeenten het tijdspad kunnen aanpassen. Van belang is dat de aanbieders voldoende gelegenheid krijgen de onderlinge samenwerking nader vorm te geven. En dat gemeenten en aanbieders voldoende gelegenheid krijgen om de dialoog aan te gaan over de concreter invulling van de opdracht. Aanpassing van het tijdspad kan betekenen dat de huidige contracten nog een jaar worden verlengd en dat het huidige bekostigingsmodel dus nog een jaar hetzelfde blijft. 7.3. Vrijgevestigden Vrijgevestigden leveren een aanbod dat vaak specifiek maatwerk betreft wat dichtbij, in de leefomgeving van het kind en gezin wordt aangeboden. Dit aanbod willen wij dan ook behouden. In de verwervingsstrategie zal specifiek rekening worden gehouden dat vrijgevestigden makkelijk aansluiting kunnen vinden bij de strategisch partners, zodat het best passende aanbod ingezet kan worden en er keuzevrijheid voor de jongere is geborgd. Dat sluit overigens aan bij de inbreng van ervaringsdeskundigen: keuzevrijheid gaat niet zozeer over een keuze tussen aanbieders maar veel meer over een keuze voor een individuele begeleider. 7.4 Bekostiging Het bekostigingsmodel is een fundamentele keuze. Er zijn daarbij vier varianten: beschikbaarheids-, inspannings-, resultaat- of populatiebekostiging.

Ieder bekostigingsmodel heeft voor- en nadelen. Vanuit de integraliteitsvereiste en de benodigde flexibiliteit ligt het huidige bekostigingsmodel (bekostiging op basis van p x q dus productie) niet direct voor de hand. Dat geven aanbieders ook aan, zij willen meer ontschot werken. Gewenst is een bekostigingsvorm die het mogelijk maakt om de juiste zorg, op het juiste moment, door de juiste professional(s) efficiënt en effectief in te zetten. Een meer taakgericht bekostigingsmodel ligt dan voor de hand. Samen met de aanbieders wordt bekeken welke bekostigingssystematiek het beste aansluit bij de ontwikkelopgaven, doelgroep en randvoorwaarden. 7.5 Contractduur Met deze stelselwijziging werkt de gemeente aan een duurzame ontwikkeling en verbetering van het lokale en regionale stelsel voor jeugdhulp. Een stelselwijziging is niet van de ene op de andere dag gerealiseerd. De nieuwe, samenhangende aanpak is gebaat bij tijd, rust en stabiliteit. Een regime om elke drie jaar een nieuwe aanbesteding uit te voeren met een steeds veranderend speelveld en partners draagt hier niet aan bij. De relaties tussen partners moeten worden opgebouwd, gemeente en partners investeren in elkaar en er moet vertrouwen zijn dat die tijd er ook is.

In het kader van een meerjarig strategisch partnerschap kiest de gemeente daarom voor een contractperiode van negen jaar, met daarbinnen gedegen evaluatiemomenten. Daarmee loopt het contract tot uiterlijk 31 december 2030. De overeenkomst gaat conform planning in op 1 januari 2022.

Kenmerk: 2021/46735

13/18

Na het derde jaar en na het zesde jaar vindt zowel een evaluatie plaats op het model als op de prestaties van de gecontracteerde samenwerkingsverbanden. Indien sprake is van een negatieve beoordeling over de geleverde prestaties kan de overeenkomst tussentijds beëindigd worden. Vanzelfsprekend wordt deze evaluatie ook gedeeld met de raad, zodat ook de raad de mogelijkheid houdt om tussentijds bij te sturen.

8. Sturingsuitgangspunten Naast de inhoudelijke uitgangspunten voor de verwerving, zijn er sturingsuitgangspunten gedefinieerd: ● ● ● ● ● ●

verminderde administratieve lasten; gemeenten blijven binnen het voor jeugdhulp beschikbare budget; creëren van strategisch partnerschap tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders; verantwoording nemen voor passende zorg en een acceptatieplicht; transformatie op zorginhoud verder concretiseren en vertalen naar doelstellingen; vaststellen kwaliteitseisen jeugdhulpaanbieders.

Verminderde administratieve lasten Er is bij aanbieders een grote behoefte aan het reduceren van de administratieve lasten. Zowel tijdens de aanbesteding, als tijdens de uitvoering van de overeenkomst. Belangrijk aspect hierin is de keuze voor een ander, meer passend bekostigingsmodel. Gemeenten blijven binnen het voor jeugdhulp beschikbare budget Uitgangspunt van de verwerving is het door de gemeenteraad bepaalde budgettair kader in de meerjaren programmabegroting. Creëren van strategisch partnerschap tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders Met deze verwervingsstrategie koersen we op een versnelling van de realisatie van onze transformatiedoelen. Deze kunnen we alleen behalen met een aantal strategisch partners die zich committeren aan de opdracht. De concreter invulling van deze opdracht geven we vorm in partnerschap en dialoog. Verantwoording nemen voor passende zorg en een acceptatieplicht Wij vereisen van onze strategisch partners dat ze verantwoording nemen voor passende zorg. Bovendien krijgen zij een acceptatieplicht. We creëren hiervoor de randvoorwaarden door middel van een bekostigingsmodel dat ruimte biedt voor flexibiliteit (taakgerichte bekostiging) en door het formuleren van een integrale opdracht.

Kenmerk: 2021/46735

14/18

Transformatie op zorginhoud verder concretiseren en vertalen naar doelstellingen We verwachten van onze strategisch partners dat zij zich committeren aan de transformatiedoelen zoals verwoord in paragraaf 5.1 en dat zij deze in dialoog met de gemeente verder concretiseren en vertalen naar doelstellingen3 en resultaten voorafgaand aan de definitieve contractering. Onder contractvorm worden verstaan: het soort contract dat wordt afgesloten, welke afspraken er in dit contract staan die bijdragen aan de gestelde doelen4 en de passende juridische governance hierbij. Door middel van ons contractmanagement sturen wij proactief op onze inkoopdoelen en afspraken uit het contract, zodat wij de inkoopdoelen samen met de jeugdhulpaanbieders kunnen realiseren. Vaststellen kwaliteitseisen jeugdhulpaanbieders. Voor de kwaliteitseisen sluiten wij aan bij de eisen zoals die gelden in de Jeugdwet. De eisen in de Jeugdwet zijn gedetailleerd beschreven. Kwaliteit gaat ook over cliëntervaring en cliënttevredenheid. Daarnaast willen we meer sturen op effectiviteit van zorg. Wij gaan daarbij uit van evidenced based methodieken.

9. Wijze van verwerving 9.1 Wetgevend kader Voor de inkoop willen we gebruik maken van een aanbestedingsprocedure volgens de zogenaamde Sociale en Andere Specifieke diensten procedure (hierna SAS). De toepassing van deze procedure is verplicht voor diensten in de gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening. Voor de inkoop volgens de SAS procedure geldt een verlicht regime ten opzichte van de reguliere aanbestedingsprocedures. De SAS procedure kent de volgende verplichtingen: a. Maak een vooraankondiging of een aankondiging van de overheidsopdracht bekend b. Beschrijf hierin de hoofdkenmerken van de gunningsprocedure c. Toets of de inschrijvingen voldoen aan de door de aanbestedende dienst gestelde technische specificaties, eisen en normen d. Maak een proces verbaal van de opdrachtverlening e. Sluit de overeenkomst f. Publiceer de aankondiging van de gegunde opdracht

3

Zo vragen wij aan onze strategisch partners om met concrete en meetbare voorstellen te komen ten aanzien van onze ambitie ambulantisering, minder uithuisplaatsingen en minder verblijf. Op deze wijze kunnen we sturen op de gewenste transformatie en normalisatie.

Kenmerk: 2021/46735

15/18

De verwervingsstrategie voldoet aan deze voorschriften, alsmede aan de grondbeginselen van de aanbestedingswet (gelijkheid, non-discriminatie, transparantie en proportionaliteit). Tegelijkertijd vraagt de voorgestelde transformatie om een procedure die tegemoet komt aan de wens van samenwerken en samen creëren met aanbieders. 9.2 Dialooggerichte aanbesteding De complexiteit van het zorglandschap en de beperkte budgetten vragen om een samenspel tussen inwoners, gemeenten, verwijzers, jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen (GI) en het onderwijs. In de dialooggerichte aanbestedingsprocedure gaat de gemeente na een preselectie met een aantal geselecteerde aanbieders individuele en vertrouwelijke gesprekken aan om over de wijze van uitvoering van de opdracht te praten. Na deze dialoogfase volgt de fase waarin de geselecteerde aanbieders hun definitieve aanbieding opstellen en indienen. De gemeente gunt de aanbesteding op basis van de kwaliteitsaspecten. Omdat de gemeente conform een Algemene Maatregel van Bestuur gehouden is aan de het vaststellen van reële tarieven, speelt het prijsaspect in de gunning geen rol. De dialooggerichte aanbestedingsprocedure is uiterst geschikt om samen met aanbieders een partnerschap te ontwikkelen.

Met een gezamenlijke uitwerking van de opdracht tijdens de dialoog is het mogelijk om beter passende afspraken te maken over thema's als transformatie, kanteling en normalisatie. Hierdoor wordt de expertise van de aanbieders optimaal benut. De gemeente hoeft op voorhand nog niet alle keuzes rondom de verwerving te maken. De uitkomst van de dialoog met aanbieders kan hiervoor in het verloop van het proces worden gebruikt. Tijdens de dialoog is het ook mogelijk om inwoners en overige stakeholders (actief) te betrekken. De beoogde strategische partners dienen een bovengemiddelde inspanning te leveren voor het meedoen aan de dialoogfase van deze verwerving. Daarom stelt de gemeente een passende vergoeding beschikbaar aan de aanbieders die deelnemen aan de dialoogfase en vervolgens een geldige aanbieding uitbrengen. Een aanbestedingsprocedure biedt diverse voordelen ten opzichte van een subsidieverlening met betrekking tot de sturingsmogelijkheden en het afdwingen van prestaties. De gemeente kan tijdens de overeenkomst de resultaten die het samenwerkingsverband behaald beïnvloeden en waar nodig bijsturen, terwijl dit bij een subsidie beperkter is. Daarnaast is er bij een subsidieverlening in principe geen afdwingbare tegenprestatie of verplichting tot het uitvoeren van de activiteiten mogelijk. Bijvoorbeeld, een acceptatieplicht is meestal een afdwingbare tegenprestatie.

Als niet wordt voldaan aan de subsidievoorwaarden rest alleen terugvordering. Bovendien zijn er geen administratieve voordelen voor aanbieders in een subsidietender in vergelijking met een aanbestedingsprocedure. Het indienen van een subsidieaanvraag is vergelijkbaar met een aanmelding en/of inschrijving in een dialooggerichte aanbestedingsprocedure.

Kenmerk: 2021/46735

16/18

10. Regionale samenwerking Regionaal delen de gemeenten Zuid Kennemerland en IJmond de overtuiging en de noodzaak om ten aanzien van de verwerving en in relatie met onze bestaande en nieuwe contractpartners regionaal te blijven samenwerken. De Norm voor Opdrachtgeverschap roept ons ook hiertoe op. De gemeenten werken met en aan dezelfde uitgangspunten van transformatie, die alle gemeenten op hun eigen manier hebben verwoord en bestuurlijk zijn besloten. Deze transformatie leidt echter ook tot lokale diversiteit en eigenheid die onderdeel moet uitmaken van de regionale verwervingsstrategie. Zo hebben gemeenten hun eigen keuzes gemaakt in de inrichting van het lokale sociale domein en dat heeft effect op de mate waarin gemeenten jeugdhulp willen verbinden aan het lokale sociaal domein. Ook in de toegangsmodellen zijn er regionale verschillen. De regionale verwervingsstrategie gaat dan ook uit van een regionale aanpak met respect voor de eigenheid van de deelnemende gemeenten.

11. Vervolg Betrokkenheid van de raad Er verschijnt een maandelijkse raadsinformatiebrief waarin de raad wordt geïnformeerd over de voortgang van zowel kostenbeheersing als de verwerving Jeugd en Wmo. Daarnaast organiseren we raadsbijeenkomsten en technische sessie. Op 25 januari was er een regionale radenbijeenkomst over de regionale verwervingsstrategie, die als bijlage bij deze opinienota is gevoegd. De opbrengst van de raadsbijeenkomsten en de resultaten van de bespreking van voorliggende opinienota worden verwerkt in een definitieve regionale verwervingsstrategie. De agendering van deze definitieve verwervingsstrategie is voorzien in april en wordt opnieuw ter bespreking aan de commissie Samenleving aangeboden. Het college stelt voor om ook in februari en maart ruimte te creëren voor technische sessies over de definitieve verwervingsstrategieën. Planning van het verwervingstraject In de regionale verwervingsstrategie staat een detailplanning opgenomen. Deze planning koerst op een selectie van strategisch partners per 1 januari 2022 inclusief de resultaten van de dialoogfase waarin in dialoog nadere afspraken worden vastgelegd over de concreter uitwerking van de opdracht. De planning is ambitieus. Een aantal uitwerkingen van de verwervingsstrategie zijn op dit moment nog lastig te maken door ontbrekende inzichten en informatie.

Voor de juiste uitwerking is op sommige onderdelen

Kenmerk: 2021/46735

17/18

verdiepend onderzoek en afstemming nodig. Bij het verkrijgen van meer inzichten en informatie zijn de stakeholders van groot belang. Om de veranderopgaven te kunnen realiseren is de dialoog met de aanbieder onmisbaar. Hiervoor zijn al veel gesprekken geweest, op sommige punten vraagt dit verdere verduidelijking en uitwerking. Op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen en de dialogen met aanbieders kan de verwervingsstrategie verder worden aangescherpt. Het is van belang dat er voldoende tijd is voor een zorgvuldige dialoogfase. Tot slot wordt in samenspraak met de huidige partners gesproken over een overgangssituatie om zorgcontinuïteit te garanderen. Inhoud en duur van deze overgangsperiode is mede afhankelijk van de planning van het verwervingstraject.

12. Bijlagen Regionale verwervingsstrategie jeugdhulp

Kenmerk: 2021/46735

18/18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9807122/1