CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Opinienota De toekomst van de Commissie voor Welstand en Monumenten en het welstandsbeleid met het oog op de Omgevingswet

Raadscommissie 9 november 2021, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Opinienota Welstandscommissie en welstandsbeleid2.787 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opinienota

Onderwerp De toekomst van de Commissie voor Welstand en Monumenten en het welstandsbeleid met het oog op de Omgevingswet Nummer 2021/567563 Portefeuillehouder Verheij-de Haas, E. Programma/beleidsveld 4.1 Duurzame stedelijke ontwikkeling Afdeling OMB Auteur José van Campen i.o.m. Marco de Vries ODIJmond, Adrienne Bloem afd OMB, Onno Gatersleben afd OMB, Liza Beenke afd OMB, Joyce Nupoort programma Omgevingswet Telefoonnummer 023-5115625 Email ogatersleben@haarlem Het college vraagt de commissie om zijn opinie over de volgende voorstellen: Kernvraag aan de commissie a. Het huidige Kwaliteitsteam Kust en de huidige Commissie voor Welstand en Monumenten te integreren tot een nieuwe Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) die in eerder stadium en breder zal adviseren. Dat betekent al in de initiatieffase van plannen en niet alleen over de architectuur maar vooral ook over de ruimtelijke inpassing en functie van een plan voor Zandvoort. b. De wettelijke adviestaak voor rijksmonumenten aan te vullen met advies over gemeentelijke monumenten, beeldbepalende panden, ontwikkelprojecten en grotere complexere plannen. Alle kleinere plannen kunnen ambtelijk getoetst worden, of zijn welstandsvrij. Bij deze optie kan het college desgewenst zelf ook advies vragen aan de commissie.

Behandelvoorstel voor de commissie

Relevante eerdere besluiten

c. De welstandsnota in de volgende bestuursperiode te actualiseren tot ‘Nota Omgevingskwaliteit’ om ook het beleidskader in lijn te brengen met de nieuwe werkwijze en de Omgevingswet: het kader wordt minder gedetailleerd en breder dan alleen welstand. Het college stuurt de opinienota ter bespreking naar de raadscommissie. In het raadsprogramma 2018-2022 is het voornemen opgenomen een discussie te voeren over de rol en het functioneren van de welstandscommissie en de bepalingen in de welstandsverordening. Daarnaast is deze discussie belangrijk in verband met de voorbereiding op de Omgevingswet (verwachte datum inwerkingtreden 1 juli 2022), waarin de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de welstandsnota en de inrichting van de (verplichte) gemeentelijke adviescommissie onlosmakelijk verbonden zijn. Aanwijzing welstandsleden. Raadsstuk 2020/1089347 d.d. 15 december 2020

Kenmerk: 2021/567563

1/9

Besluit college d.d. 21 oktober 2021

Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. De commissie zijn opinie te vragen over de voorstellen beschreven in de Opinienota. de secretaris,

Kenmerk: 2021/567563

de burgemeester,

2/9

De toekomst van de Commissie voor Welstand en Monumenten en het welstandsbeleid met het oog op de Omgevingswet

1. Inleiding In het raadsprogramma 2018-2022 is het voornemen opgenomen een discussie te voeren over de rol en het functioneren van de welstandscommissie en de bepalingen in de welstandsverordening. Ook komen er nieuwe wettelijke bepalingen voor het welstandsbeleid en de welstandscommissie in de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt. Die bepalingen zijn: - Welstandsnota wordt beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken De Omgevingswet legt de verantwoordelijkheid voor ‘goede omgevingskwaliteit’ (één van de maatschappelijke doelstellingen van de Omgevingswet, artikel 1.3) primair op lokaal niveau. Eén van de onderdelen daarvan is het welstandsbeleid. Welstand wordt in de Omgevingswet het ‘uiterlijk van bouwwerken’ genoemd. In het nieuwe omgevingsplan kunnen beoordelingsregels voor het uiterlijk van bouwwerken worden opgenomen, die zo nodig worden uitgewerkt in beleidsregels. De huidige excessenregeling (repressief toezicht op bestaande bouwwerken) is niet meer in de wet vastgelegd en moet door gemeenten zelf in het nieuwe omgevingsplan worden opgenomen. De beoordelings- en beleidsregels kunnen per activiteit of functie en per gebied verschillen.

Voor sommige delen van de gemeente kan bijvoorbeeld alleen een excessenregeling gelden, voor andere kunnen een paar basisregels gelden, en voor cultureel erfgoed kunnen zwaardere regels worden vastgesteld door de raad. Het nieuwe omgevingsplan hoeft niet gereed te zijn bij het inwerkingtreden van de Omgevingswet. De huidige bestemmingsplannen gaan samen het tijdelijke omgevingsplan vormen. In de bruidsschat van het Rijk zijn regels opgenomen die gedurende de transitieperiode (2022-2029) kunnen worden overgeheveld naar het nieuwe omgevingsplan. In de bruidsschat is bepaald dat de van kracht zijnde welstandsnota in het tijdelijke omgevingsplan geldt als beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken zoals bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Ook beleid dat door de gemeenteraad is vastgesteld als aanvulling op de welstandsnota valt hieronder. - Welstandscommissie wordt gemeentelijke adviescommissie De taken en bevoegdheden van de huidige commissies voor welstand en monumenten vervallen van rechtswege bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ter continuering van de advisering moet de gemeenteraad een ‘gemeentelijke adviescommissie’ instellen.

De Omgevingswet regelt hierbij alleen het rijks belang, namelijk dat deze commissie minimaal adviseert over vergunningaanvragen met betrekking tot rijksmonumenten.1 Op lokaal niveau wordt vastgelegd waarover deze commissie nog meer moet of mag adviseren (zie fuguur 1). De raad kan in het omgevingsplan vastleggen voor welke gevallen advisering verplicht is. In alle overige gevallen kan het college zelf besluiten of ze advies vraagt. 1

Uitgezonderd archeologische rijksmonumenten, zie artikel 17.9 Ow.

Kenmerk: 2021/567563

3/9

Figuur 1: Omgevingswet biedt lokale speelruimte bij vastleggen van adviesplichtt De Omgevingswet vereist dat de commissie zodanig is samengesteld dat een onafhankelijk en deskundig oordeel kan worden gevormd. Leden van het gemeentebestuur kunnen geen lid zijn van de commissie. Enkele leden van de commissie moeten deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg. Daaronder valt deskundigheid op het gebied van cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratie, landschap en stedenbouw.2 De adviezen van de gemeentelijke adviescommissie moeten volgens de wet deugdelijk gemotiveerd zijn en schriftelijk openbaar worden gemaakt. De vergaderingen moeten openbaar zijn tenzij dat in strijd is met specifieke belangen. En de commissie moet de gemeenteraad elk jaar een verslag toezenden over de door haar verrichte werkzaamheden. Modelverordening op de gemeentelijke adviescommissie In gemeenten met rijksmonumenten, zoals Zandvoort, moet de gemeentelijke adviescommissie door de raad ingesteld zijn vóór het inwerkingtreden van de Omgevingswet.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit (FRK) hebben hiervoor een modelverordening gepubliceerd.3 Zij adviseren de gemeenteraden om de adviesplicht in ieder geval uit te breiden tot gemeentelijke en provinciale monumenten, beschermde gebieden en andere waardevolle of karakteristieke panden of gebieden. Ook adviseren ze om de gemeentelijke adviescommissie in te richten in de geest van de Omgevingswet: een gemeentelijke adviescommissie met een brede adviestaak die zoveel mogelijk

2

Memorie van Toelichting bij de Omgevingswet.

3

Zie https://vng.nl/nieuws/nieuw-modelverordening-op-de-gemeentelijke-adviescommissie

Kenmerk: 2021/567563

4/9

aan de voorkant van ruimtelijke processen adviseert en initiatiefnemers uitdaagt en inspireert.4 De mogelijkheden daarvoor zijn opgenomen in de modelverordening. Naast de gemeentelijke adviescommissie kunnen de raad of het college ook andere adviseurs benoemen, zoals een kwaliteitsteam of een supervisor. De werkzaamheden moeten goed op elkaar worden afgestemd. Ook hiervoor zijn mogelijkheden opgenomen in de modelverordening.

2. Kernvragen aan de commissie Het college vraagt de commissie om zijn opinie over de volgende voorstellen: a. Het huidige Kwaliteitsteam Kust en de huidige Commissie voor Welstand en Monumenten te integreren tot een nieuwe ARK die breder en al in de initiatieffase zal adviseren. Dus op een vroeg moment in de planvorming en niet alleen over de architectuur maar vooral ook over de ruimtelijke betekenis en functie van een plan voor Zandvoort. Dit betekent dat Zandvoort vanaf het in werking treden van de Omgevingswet één adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteit heeft. De werkwijze van het huidige Kwaliteitsteam Kust, waarvoor veel draagvlak is en die goed past onder de Omgevingswet, zal het uitgangspunt voor de nieuwe ARK zijn. Om op die manier te kunnen werken moet een verordening op de gemeentelijke adviescommissie worden opgesteld met de naam Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) Zandvoort, op basis van de modelverordening. De verordening zal vastgesteld moeten worden door de raad vóór het inwerkingtreden van de Omgevingswet. Dit is juridisch noodzakelijk om te voldoen aan Omgevingswet (zie ook lijst minimale acties van de VNG). Met deze verordening stelt de raad de samenstelling en adviestaak van de nieuwe ARK vast.

De nieuwe werkwijze zal uitgewerkt en georganiseerd moeten worden met het secretariaat van de commissie, de welstandsleden en de leden van het kwaliteitsteam. Het college vraagt de commissie tevens om zijn opinie over de samenstelling en profielschets voor de leden van deze nieuwe ARK Zandvoort. De leden moeten door de raad worden benoemd bij het vaststellen van de verordening. Het college adviseert de raad ervoor te kiezen de benoeming van de huidige leden van het kwaliteitsteam en van de huidige leden van de Commissie voor Welstand en Monumenten te continueren. Het is wettelijk verplicht minimaal twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg in de ARK op te nemen. In de huidige commissie zijn reeds twee leden met deze deskundigheid aanwezig.

b. De wettelijke adviestaak voor rijksmonumenten aan te vullen met advies over gemeentelijke monumenten, beeldbepalende panden, ontwikkelprojecten en grotere complexere plannen. Alle kleinere plannen kunnen ambtelijk getoetst worden, of zijn welstandsvrij. Het college kan desgewenst zelf ook advies vragen aan de ARK.

4

Zoals bedoeld in motie Veldman en Albert De Vries, Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 33 962, nr. 120.

Kenmerk: 2021/567563

5/9

Figuur 2 geeft schematisch aan hoe de voorgestelde adviestaak eruit ziet. De precieze invulling en afstemming zal worden uitgewerkt bij het opstellen van de verordening en een reglement van de ARK.

Figuur 2: De adviesplicht uitgewerkt voor Zandvoort

c. De welstandsnota in de volgende bestuursperiode te actualiseren tot ‘Nota Omgevingskwaliteit’ om ook het beleidskader in lijn te brengen met de nieuwe werkwijze en de Omgevingswet: het kader wordt minder gedetailleerd en breder dan alleen welstand. De huidige welstandsnota blijft bij het in werking treden van de Omgevingswet bestaan als ‘beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken’. Hij heeft echter een smalle benadering: objectgericht en alleen gericht op de visuele kwaliteit. Een Nota Omgevingskwaliteit maakt het mogelijk om de huidige gedetailleerde, sectorale welstandscriteria uit te werken naar globale maar integrale criteria voor omgevingskwaliteit, waarbij regels voor welstand en erfgoed bijvoorbeeld in samenhang gebracht kunnen worden met planologische regels en duurzaamheidsregels. Dit geeft een bredere beoordeling en biedt meer afwegingsruimte. Het opstellen van zo’n nieuwe nota biedt mogelijkheden voor participatie, bijvoorbeeld door een gesprek met maatschappelijke organisaties over invulling van de zorgplicht voor een goede kwaliteit van de leefomgeving. De Omgevingswet geeft iedereen –burgers, bedrijven of overheden – de plicht om te zorgen voor een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit.

Het begrip omgevingskwaliteit wordt niet wettelijk gedefinieerd, maar volgens de Memorie van Toelichting omvat het in ieder geval cultureel erfgoed, de architectonische kwaliteit van bouwwerken, de stedenbouwkundige kwaliteit en de kwaliteit van natuur en landschap. De invulling van wat goede omgevingskwaliteit is, is tijd- en

Kenmerk: 2021/567563

6/9

plaatsgebonden. De VNG, RCE en FRK benadrukken in hun ‘Handreiking Adviesstelsel Omgevingskwaliteit’ het belang van een discussie over de context en reikwijdte van het kwaliteitsbegrip.5 Het opstellen van een nieuwe nota biedt ook mogelijkheden voor deregulering en een integrale benadering. De gebiedsindeling en de ‘zwaarte’ van de regels kunnen gebaseerd worden op de gebiedswaardering in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur voor Zandvoort en de aangewezen karakteristieke panden in de bestemmingsplannen. Het beleid voor het uiterlijk van bouwwerken kan bijvoorbeeld worden geïntegreerd met de planologische bouwregels, het erfgoedbeleid, het beleid voor duurzaamheid van bouwwerken etc. Sommige gemeenten zijn al bezig hun welstandsnota in deze geest te actualiseren (de gemeente Haarlemmermeer maakt bijvoorbeeld een Nota Omgevingskwaliteit). Het actualiseren kan worden gekoppeld aan het opstellen en uitwerken van het omgevingsplan en de omgevingsvisie. De drie scenario’s voor ruimtelijke toekomstbeelden die momenteel worden onderzocht als voorbereiding op de omgevingsvisie, zijn daarbij van grote betekenis. De keuze voor een bepaald scenario zal waarschijnlijk van invloed zijn op de gewenste ruimtelijke kwaliteit en de gewenste mate van invloed daarop door de gemeente. Het opstellen van een Nota Omgevingskwaliteit vraagt uiteraard tijd, budget en menskracht.

Een opdracht aan een extern bureau zal noodzakelijk zijn, en er is ambtelijke capaciteit nodig voor begeleiding en participatie. Zorgvuldige actualisatie vraagt tijd. Dat is geen knelpunt voor de lopende wettelijke taken omdat het huidige welstandsbeleid blijft bestaan tot de raad de nieuwe nota vaststelt. 3. Vervolg Afhankelijk van de uitkomsten van de discussie zal een voorstel worden gedaan over de uitwerking, financiële consequenties en het tijdspad van de volgende onderwerpen: 1. Het opstellen van de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie. Als gekozen wordt voor een brede commissie: de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) Zandvoort, zodat de raad deze vóór het inwerkingtreden van de Omgevingswet kan vaststellen. De mogelijkheden voor brede en vroege advisering worden opgenomen in de verordening. 2. Het opstellen van profielschetsen voor de leden van de nieuwe ARK en selectie en voordracht van kandidaten, zodat de raad de leden kan benoemen gelijktijdig met het vaststellen van de verordening. 3. Het voorbereiden van de actualisatie van de huidige welstandsnota tot Nota Omgevingskwaliteit, zodat de raad hierover in de nieuwe bestuursperiode een besluit kan nemen.

5

Context slaat op de kwaliteitsambities en de zaken waar bij het kwaliteitsbeleid rekening mee gehouden moet worden. Reikwijdte gaat over de kwaliteitsaspecten waarop de het kwaliteitsbeleid zélf betrekking heeft: smal, breed of integraal (zie Handreiking STAP A, pag. 33-37, https://vng.nl/publicaties/handreiking-adviesstelselomgevingskwaliteit

Kenmerk: 2021/567563

7/9

Bijlage: korte evaluatie werkwijze CWM en meerwaarde Kwaliteitsteam Kust De huidige Commissie voor Welstand en Monumenten heeft haar werkwijze de afgelopen tijd aangepast in de geest van de Omgevingswet. Minder toetsend, meer meedenkend Initiatiefnemers en/of hun ontwerpers worden in de gelegenheid gesteld om het plan toe te lichten en daarbij met de CWM van gedachten te wisselen over een eventuele oplossingsrichting. Indien wenselijk is de stedenbouwkundige ook bij dat deel van de vergadering aanwezig. Dit geldt niet alleen voor vergunningsaanvragen, maar ook voor vooroverleg over bouwinitiatieven of aanpassingen aan monumenten. Zorg voor cultureel erfgoed in brede zin In de afgelopen jaren zijn in vrijwel alle nieuwe bestemmingsplannen beeldbepalende panden, ensembles en karakteristieke panden aangewezen. Ook als er in het nieuwe omgevingsplan veel meer welstandsvrij zou worden in Zandvoort, blijft kwaliteitsadvisering over ingrepen aan deze geclassificeerde gebouwen de enige manier om te waarden ervan te beschermen. Integratie welstand, stedenbouw en duurzaamheid Stedenbouwkundigen van de gemeente schuiven steeds vaker aan bij de CWM. Welstand en stedenbouw/bestemmingsplan zijn nu nog aparte aspecten in de aanvraag voor de omgevingsvergunning, maar hebben zeker raakvlakken en overlappen.

Overleg over een vraagstuk of vergunningaanvraag voorkomt onderling conflicterende deeladviezen. De stedenbouwkundigen worden dan ook altijd voor de commissievergaderingen uitgenodigd en nemen deel op basis van noodzakelijkheid. Sinds kort neemt ook een adviseur duurzaamheid van de Omgevingsdienst IJmond ‘op afroep’ aan de vergaderingen deel om bijvoorbeeld voorstellen over zonnepanelen en groene daken vanuit haar vakgebied te kunnen toelichten. Zo is eigenlijk al een ‘Zandvoortse omgevingstafel’ ontstaan. Samenstelling voldoet aan de Omgevingswet Bij de benoemingen van de nieuwe leden van de CWM in december 2020 en januari 2021 is vooruitgelopen op de Omgevingswet. Er is voldoende deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg aanwezig (de letter van de wet) en er is aangesloten op een mogelijk bredere adviesrol vroeger in processen (de geest van de wet). De commissie is nu als volgt samengesteld: -

Peter Rutten: architect, ervaring met renovatie, restauratie en verduurzaming van monumenten,

-

Daniel Peters: architect, ervaring met grotere herbestemmingen van monumenten,

-

Ben Kuipers: landschapsarchitect, ervaring met stedenbouwkundige vraagstukken,

-

Klaas Kingma (voorzitter): architect, ervaring met stedenbouwkundige vraagstukken, ervaring met vroege dialoogsituaties tussen commissie en aanvrager/ontwerper.

Geen burgerlid Net als veel andere gemeenten heeft de gemeente Zandvoort ervoor gekozen om het deskundigenoordeel gescheiden te houden van de maatschappelijke participatie. De positie van een burgerlid is lastig. De commissie krijgt vaak complexe opgaven op tafel en moet op de lange termijn denken. Dit vraagt een zekere deskundigheid en veel gebiedskennis van burgerleden. Bovendien moet de commissie onafhankelijk en neutraal zijn, het is geen platform voor belangenbehartiging.

Kenmerk: 2021/567563

8/9

Meerwaarde Kwaliteitsteam Kust Zandvoort is enorm in ontwikkeling, zeker het kustgebied. Daarom is een apart Kwaliteitsteam Kust opgericht waarmee de afdeling OMB en de ontwikkelaars kunnen sparren. Het kwaliteitsteam heeft een andere rol dan de commissie en brengt andere (bredere) deskundigheid in. Het werkt vanuit kennis en gedrevenheid voor de ontwikkeling van de kustzone. Het adviseert collegiaal, meedenkend en begeleidend en is niet gebonden aan openbaarheid en formele procedures. De adviescommissie heeft deze mogelijkheden niet. Het kwaliteitsteam is volgens de afdeling OMB bovendien een welkome inhoudelijke aanvulling op de ambtelijke capaciteit. Het kwaliteitsteam zal op korte termijn meer aandacht gaan besteden aan de uitwerking en schriftelijke onderbouwing van zijn adviezen zodat deze toegevoegd kunnen worden aan het dossier en zo nodig gebruikt kunnen worden als deskundigenadvies bij gerechtelijke procedures. Secretariaat en kosten Het secretariaat van de CWM wordt gevoerd door ODIJmond. Beleidsmatige zaken als benoemingen zijn een coproductie van de commissie, ODIJmond en afdeling OMB van de gemeente. ODIJmond geeft aan dat de werkwijze van de commissie goed functioneert. Voor relatief lage kosten kan veel deskundigheid worden ingezet op een flexibele manier.

De afdeling OMB geeft aan dat de huidige werkwijze adequaat is, dat de leden betrokken zijn en dat de korte lijnen zorgen voor een slagvaardige commissie.

Kenmerk: 2021/567563

9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10685080/1