Motie vreemd Badhuisplein (Jong Zandvoort)
Tekst van het document
MOTIE Ingediend door de fractie van Jong Zandvoort
De gemeenteraad van Zandvoort, in vergadering bijeen op 8 juli 2025, overwegende dat •
de gemeenteraad eerder in 2025 heeft ingestemd met een stedenbouwkundig plan voor het Badhuisplein dat in belangrijke mate afwijkt van de in december 2021 unaniem omarmde gebiedsvisie, welke tot stand kwam op basis van intensieve participatie met bewoners, ondernemers en andere stakeholders;
•
die afwijking destijds werd ingegeven door het ontbreken van participatie van Holland Casino en het feit dat de hotelontwikkelaar er niet in slaagde de benodigde gronden van Holland Casino te verwerven;
•
uit bestuurlijke stukken en ambtelijke toelichtingen destijds duidelijk bleek dat het college het stedenbouwkundig plan als pragmatische tussenoplossing presenteerde, waarbij de raad onder tijdsdruk besloot tot vaststelling teneinde ‘voortgang’ te boeken na jarenlange stagnatie, ondanks structurele planmatige tekortkomingen;
•
de gemeente Zandvoort inmiddels de eigendom heeft verworven van de volledige Holland Casinolocatie, inclusief de ondergrond en parkeervoorziening, waarmee het essentiële planologische uitgangspunt fundamenteel is gewijzigd;
•
onder de Omgevingswet de gemeente bevoegd is om een vastgesteld stedenbouwkundig plan te herzien of aan te vullen indien gewijzigde feiten of omstandigheden – zoals een nieuwe eigendomssituatie of beleidsinhoudelijke ontwikkeling – daartoe aanleiding geven, mits gemotiveerd en met inachtneming van de geldende zorgplichten;
•
het per direct slopen van de bestaande opstallen op de verworven Holland Casino-locatie financieel nadelig kan uitpakken, zowel vanwege het mogelijk verlies van fiscaal leveringsvoordeel bij overdracht als bouwrijpe grond, als door het mislopen van tijdelijke inkomsten uit mogelijke verhuur van de aanwezige commerciële ruimten gedurende de voorbereidingsfase van de herontwikkeling;
constaterende dat •
dit betekent dat er nu wél sprake is van volledige regie op het gebied, waardoor het eerdere stedenbouwkundig compromis niet langer ruimtelijk of juridisch te rechtvaardigen is;
•
het vasthouden aan een plan gebaseerd op onvolledige gronduitgangspunten strijdig is met het rechtszekerheidsbeginsel richting belanghebbenden die hun vertrouwen hebben gesteld in een zorgvuldig tot stand gekomen gebiedsvisie;
•
het huidige stedenbouwkundig plan tevens materieel onvolledig is op het punt van mobiliteit, parkeervoorzieningen en logistieke inpassing, hetgeen een integrale benadering belemmert en uitvoering onder het Besluit kwaliteit leefomgeving potentieel problematisch maakt;
•
bij ongewijzigde uitvoering de gemeente riskeert een suboptimale stedenbouwkundige uitwerking te realiseren, waarbij integrale kwaliteit, samenhang en economische waarde onder druk komen te staan, en waarbij publieke middelen mogelijk minder doelmatig worden ingezet;
overwegende voorts dat •
de nieuwe eigendomspositie van de gemeente de mogelijkheid biedt om via kavelruil of herverkaveling alsnog de gewenste situering van het hotel binnen de contouren van de oorspronkelijke visie te realiseren, waarmee een kwalitatief hoogwaardig en gedragen plan alsnog mogelijk wordt;
spreekt uit •
dat partijen die zich blijven verzetten tegen heroverweging van het plan, ondanks deze nieuwe inzichten en eigendomssituatie, zich willens en wetens keren tegen het algemeen belang van ruimtelijke kwaliteit, transparant bestuur en zorgvuldig financieel beheer;
verzoekt het college daarom om •
het stedenbouwkundig plan voor het Badhuisplein onverwijld in heroverweging te nemen, met als uitgangspunt de volledige gemeentelijke eigendomssituatie en de oorspronkelijke gebiedsvisie van 2021;
•
binnen zes maanden een herzien voorstel aan de raad voor te leggen, waarin alternatieve scenario’s zijn uitgewerkt, waaronder kavelruil of planherziening ten behoeve van optimale positionering van het hotel binnen een samenhangend stedenbouwkundig ensemble;
verzoekt het college tevens om •
in dit kader te voorzien in juridische toetsing onder de Omgevingswet, waarbij specifiek aandacht wordt besteed aan het rechtszekerheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en de zorgplicht zoals opgenomen in het Omgevingsbesluit en het Besluit kwaliteit leefomgeving;
•
de sloop van de huidige opstallen op de verworven Holland Casino-locatie uit te stellen tot het moment van daadwerkelijke start van de bouw, en voorafgaand daaraan een onderzoek uit te voeren naar de financiële en functionele voordelen van tijdelijke exploitatie, waaronder verhuur, dan wel alternatieve (maatschappelijke) invulling gedurende de gebiedsontwikkeling;
en gaat over tot de orde van de dag.
Jong Zandvoort J. Kramer